Skip to main content

Full text of "Haarlemsche bijdragen: bouwstoffen voor de geschiedenis van het bisdom Haarlem"

See other formats


Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



i 



bis 



BIJDRAGEN 



VOOB D£ 



GESCHIEDENIS VAN HET BISDOM 



▼AN 



• 



HAARLEM. 



ifO/UWWw»— — 



TIENDE DEEL. 



HAARLEM, 
^v. k: Ü T> I> E R s. 

1882. 



; • * • 



SNBLPBIS-DEUKKBIIJ SINT JACOBS-OODSBUIS TB HAABLEM. 



i. I 



\ 



INHOUD, 



Bladz. 

Uit de Akten van het Haarlemsche Kapittel, (Vervolg van 
blz. 465, Deel IX). J. j. graaf, Pr. ...... . 1 

ld. ld. (Vervolg van blz. 54). . 249 

Bijlage I. Lyste van alle gheboden vier-daghen, absti- 
nentie-daghen ende vasten-daghen, in het Bis- 
dom van Haerlem , mitsgaders van alle daghen 

van veertich daghen Aflaet 26 d 

Bijlage II. Monita de visitationibusjesuiticisin partibus 

Belgii uniti, nominatim facta 1628 . . .272 
Bedrage tot de geschiedenis der parochie Ehoon . . . . 

A. VAN LOMMEL, S. J. 55 

De Abdij van Egmond door de krijgsknechten van Sonoy 

verbrand. A® 1572. c. j. gonnet 82 

Het Oude Gasthuis en het St. Elisabeths-Gasthuis te Haarlem. 

C. J. GONNET. 82 

Botterodamensia. a. van lommel, S. J, 92 

Zes brieven aangaande E. K. aangelegenheden van N.-Neder- 
land. 1671-86. a. van lommel, 5. J". ...... 99 

Het Archief van het Beggijnhof te Haarlem, beschreven 
door C. J. GONNET 116 

Archief van het Sinte Katharina- klooster genaamd het Oude 
Hof te Alkmaar, bewoond door de Zusters van Poenitentie 
van de orde van Sint Franciscus. Bijeenverzameld en be- 
schreven door J. J. VAN DER HORST, Pr 170 

Eenige mededeelingen omtrent het Eegulieren-Convent en 
andere geestelijke goederen onder Leijerdorp. 

Mr. J. B. J. N. RIDDER DE VAN DER SCHÜEREN. 210 

Kerk en Geestelijken te Oudewater. j. putman .... 282 
Varia. Naamlijst der kloosterjuffers te Leeuwenhorst bij Lei- 
den. A« 1527. A. VAN LOMMEL, S. J 290 

// Aalmoezen aan de uitgeweken Clarissen van Delft te 

Bergen in Henegouwen gedaan, a, van lommel, S. J. 292 



395532 



IV INHOUD. 

• Bladz. 

Bijzonderheden voor de kerkelijke geschiedenis van het Haar- 
lemsche Bisdom. Ontleend aan de Levens der Ilaarlemsche 
/rMaechden van den Hoek" , beschreven door Tryntgen 
Jaus Oly. J. J. GRAAF, Pr 295 

Uit de senten tien, decreten enz. van het Hof van Holland. 

C. J. GIÜDICI, 309 

Uit hét gemeente-archief van Heen vliet. c. J. oiudigi . .314 
Aanteekeningen op de Bijdrage tot de geschiedenis der 

parochie Rhoon. c. J. giüdici .315 

Oeestelijken voor tte Reformatie, g. j. giudigi . . . .317 
Mededeelingen. Leen-Registers van Putten 319 

— Leen-Registers van Zuid-Holl. g. j. giüdigi. — 

— Oudewater. J. putman — 

Oorkonden uit het Archief van het Bisdom : j. f. veegt. 

I. en II. Schemata van kwesties voor Kerk visitaties, 
v6<$r de oprigting der Bisdommen in 1559 . 321-325 
III. Stichtingsakten eener Vicarie te Velsen in 1343. .327 
lY. Akten van benoeming en installatie van Pastoor 

Waterlant te Alkmaar in 1569 332 

V. Lijst van Boeken door de Universiteit van Leuven 
voor de scholen toegelaten en verboden 1545'-46. . 336 
YI. Reductie der v^f kapellanien der Parochie te Haar- 

lem tot vier in 1554 347 

YII, YIII en IX. Stukken betreffende de oprigting der 

Bisdommen in 1559 354-355-376 

Relaes van de verrichtinge gedaen op ordre van Haar Edel 
Groot Mogende Commissarissen, gegeven aen eenige R. C. 
Priesters in dato 15-25 Nov. 1709. a. v. l., S. J. . . 378 
R. K. Pastoors en andere Parochiepriesters, op b^gevoegd 
tgdstip aanwezig in het tegenwoordig Bisdom van Haarlem. 
(Yervolg van Deel lY, blz. 380) Supplement A. a. v. l., S.J. 395 

O. L. Y. te Keins. chr. fhilippona 413 

De kerkelijke toestand der gemeente Langerak in den Al- 

blasscrwaard. A® 1567, 27 Jan. a. v. l. S. J. . . . 441 
De kerksieraden te Bommenede op het eiland Schouwen 

in Zeeland. A^ 1570. a. v. l. , S. J 445 

Alphabetisch Register, c. zandvliet. 452 



UIT DE AKTEN 
VAN HET HAARLEMSCHE KAPITTEL. 



i 



(Vervolg van Deel IX, bladz. 465). 

Alvorens de Acta CapituH mede te deelen, gelijk die 
door den Secretaris in zijn boek bijeengeschreven zijn, 
geven wij hier eerst nog Notulen van Kapittelvergade- 
ringen uit de jaren 1580-83. Deze namelijk, uit het 
archief des Kapittels afkomstig, worden mede nog in het 
Bisschoppelijk archief bewaard. De vermoedelijke reden, 
waaïom verdere Notulen ontbreken , zal hierachter behan- 
deld worden in de noot over Kanunnik Crucius, bladz, 15. 

Die 25 Maji [1580] conclusum est a Capitulo propter 
absentiam notariatus M. Güilhelmi Assendelpt quod 
in rebus necessariis opera ipsius Copal usurpanda erit. 
Quod testamur infrascripti 

Jacobus Saffphius, Praepositus. 

HiERONYMüS VairleniüS, Poenitentiarius. 

NicoLAUS Hüessin. Dominus Alstenus Blomert. 

GüILHELMUS HeNRICI CoPAL. 

Die 30 Maji receptus est Dns. Arnoldüs de Ram 
conditione hac vid. pro rato temporis si ultra tempus duo- 
rum mensium vel sexaginta dierum abfuerit, detrahetur 
ant defalcabitur ex praesentiis ejus. 

Die Junii missus est Dns. Alstenius a Capitulo in 
Hagam Comitis ut cum heredibus Johannis de Crünigen 
coDveniret in causa quadam de valore pecuniae et simul 
trecentos renenses a Magistro Scipione ad Capitulum ad- 
ferret, juxta literas a M. Scipione ad Capitulum missas. 

Bedragen Oetch. Bitd. v. Haarlem. X« Deel. 1 



I 



Die 8 Junii de causa Magistri Güilhelmi Assendelft 
sententia secundum tenorem et exigentiam statutorum est 
lata et a Capitulo definita, quod videlicet ex fructibus 
anni [15]80 nihil percepturus sit, si debite et legittime 
secundum Oapituli statuta non resideat 9 quam sententiam 
D. GüiLHBLMUS CooPAL a Capitulo missus Leidas, nomine 
ejusdem Oapituli, praedicto Magistro Güilhelmo Assen- 
delft retuHt. ') 

Die 9 Jiinii praedicta "sententia super eamdem praedi- 
ctam causam , Magistro Güilhelmo Assendelf persona- 
liter supplicante pro gratia , coram pleno Collegio repetita 
et confirmata est. 

Item in Julio Dominus Paulus et M. Guilhelmus 
CoPAL missi fuerunt ad divendendas decimas nomine 
Oapituli in Zuytlant et Oorendyck. ') 

Item in causa de Matenisse in Hagam missus est Dns. 
Alstenius. 

Item circa medium Augusti anni 1580 discretioni Ma- 
gistri SciPiONis plene commissum est a Oapitulo, ut im- 
pediat solutionem haeretico praedicatori juxta ordinationem 
statuum , alioqui fiendam , aut alias ad redimendam vexam 
plene agere poterit ut oportune intellexerit. 

Oommissariis statuum Harlemi exigeutibus literas, re- 
gistra bonorum ecclesiasticorum etiam nostri OoUegii, a 
Oapitulo nostro responsum fuit et ordinatum, quod Oom- 
missarii darent Oapitulo in scriptis commissionis suae 
copiam, quam si noluerint dare Domino Praeposito man- 
datum est a Oapitulo, quod nee registra nee literas nee 
quicquid traderet ; quod si copiam dederint , tune facere* 
mus nae vermogen ende nae behoren. 



i) Een b^liggend duplicaat van deze bladsgde heeft hier oog bg: et 
intimavit. 

2) Op het bijliggend duplicaat nog: et Poortegael. 



Iterum convocati .Oapitulares ad aedes Dni praepositi 
mane bora septima rogati fuerunt ab iisdem cotnmissariis 
tune praesentibus ibidem, quorum jussu erant vocati. 
Anne vellent obedirè ordinationi statuum tradendo statum 
bonorum suorum. Responsum fuit strenuè ' ab omnibus 
Dnis ibi tum praesentibus et persistentibus in priori vid. 
quod copiam commissionis in scriptis traderent ; quam illi 
noluerunt dare. Unde Dni noluerunt obedire ipsis etiam 
satis rigorose agentibus et minantibus, negaverunt aliquid 
dare ad voluntatem ipsorum. 

GuiLHELMUS CoPAL misstts fuit a Capitulo in Geel- 
vliet, Leidas [?] ad Hagam Comitis, ad significandum aliis 
confratribus absentibus de negotie hoc commissariorum 
quid ' sentirent agendum in hoc, ne convitiari aut conqueri 
possint postea, aliquid factum esse in praejudicium ipsorum. 
Et Dns. CoRNELiüS Naüt, Dns. Cassi et Dns. Dael 
remiserunt et constituerunt se in manu Boeffelaeb, qui 
tum temporis in Haga erat. Hic vero nihil asserere aut 
consulere aut dicere Capitulo voluit, cum conservatie 
bonorum eos tam bene concernat 

Item totum Capitulum in negotie conservandorum bono- 
rum ejusdem Capituli protestatum est, quod nihil intendat 
agere contra regulas juris et contra decreta et canones 
Ecclesiae, et quae deinceps rogetur, pati in quibuscumque 
paetis aut conventionibus cum statibus aut aliis personis 
alterius fidei, ad evitandum majus malum aut commune 
Capituli damnum et in religionis catholicae conservatie- 
nem; declarans tolerandum esse malum patienter quod 
uUa ratione per nos aut a nobis tolli aut impediri non 
potest. 

GuiLHELMUS OoPAL missus in Hagam Comitis a Capi- 
tulo ad instructionem faciendam ac simul literas transfe- 
rendas super causam et litem contra Magistrum GuiL- 
HELMUM AsSENDELPT in Octobri. 



Item 31 Octob. anno 1580 missus est Dns. Praepositus 
Jacobus Saffius in Hagam Comitis, in negotio peragendo 
pro sna conscientia et discretione nomine Oapituli cara 
commissarüs statnum , de templo et schola aliisque non- 
nullis rebus cum Geelvliet* 

Item occasione commissariorum statuum exigentium sta- 
tum bonorum Oapituli, quem in scriptis tradere noluerunt 
Oapitulares, promiserint sibi invicem omnem fidelitatem, ut 
quidquid uni qbvenerit hoc omnibus aequaliter reputabitur 
obvenisse in bonis et malis commodis et incommodis etc. 

Item Anno 1580 Novembris die 14, missi sunt in Hagam 
Comitis in causa contra Magistrum Güilhelmüm Assen- 
delft coram commissarüs, Dominus Nicolaus de Huessen 
et Magister Guilhelmüs Copal, quibus commissum est, 
nomine Capituli respondere in praedicta causa coram com- 
missarüs, persistentes in prioribus conclusionibus , vid. quod 
Magister Guilhelmus Assenoèlft si velit fructus per* 
cipere et prebenda, ut accommodet se secundum tenorem 
statutorum OapituU et secundum juramentum et profes- 
sionem üdem Capitulo factum, alioqui absens et non 
residens in loco residentiae secundum statuta non perci- 
piet, sicut et alii absentes. 

Item eodem die, jamjam ut scripto ordinatum est a 
Capitulo, ejus protestatio facta de sumptibus et expensis 
factis , et occasione hujus causae aut litis praedicti Magistri 
GuiLHELMi, ab eodem (rebus mutatis) omnes expensas re- 
fundendas esse et pecunias expositas singulis Dominis pro 
justitia et aequitate restituendas. 

Item 7 Martü Anno 1581 Dbmini ordinarunt et com* 
miserunt Magistro Scipioni Boetio uostro receptori, ut 
solvat JoHANKi CoMMEBSS consuli in Briel summam non- 
gentorum florenorum in solutionem mille renènsium , juxta 
ordinationem statuum a Capitulo ei faciendam pro anno 
octuagesimo. 



Item deputatus est Magister GuilhelmüS Copal et 
missus in Hagam Comitis ut appellet ad revisores in causa 
contra Assendelpt. 

Item 18 Maji Anno 1581 Domini statuerunt ut hinc 
deferantur utiquep] archivap] propter pericula imminentia. 

Statutum est et saepius renovatum ut literae alicujus 
fundationis in Heilo Domino Veeduijn traderentur, con- 
ditione hac si religio Catholica restituatur in Provincia 
nostra^ cogetur restituere Oapitulo, si non aliquando re- 
stituatur religio tune fructus cogetur dare Capitularibus 
viventibus aut uni viventi; ut plenius haec ordinatio aut 
translatie in ratione et secundum conscientiam fundata 
intelligatur, legantur literae factae de hoc negotie apud 
Dpminum Praepositum inveniendae. 

Item 9 Julii anno 1581 iterum, ut prius ordinatum 
sub notario Dno Assendelft, renovatum et afiSrmatum 
est a Capitulo ne aliquis receptorum attentet coUocare 
agros aut novos contractus contrahere in coUocatione 
agrorum sine authoritate , commissione aut consensu 
Oapituli. 

Item Anno 1581 Novembris 24 Capitulares praesentes, 
D. Praepositus (Hieronymus absens suam vocem prae- 
sentibus dederat) Huessen, Ram, Paulus, Coopal, 
convenerunt cum Assendelft ad tollendum scandalum 
et ad redimendam vexam de executionë sententiae contra 
Capitulum, vid. de anno 80 , Leidis residens ex restanti- 
bus perciperet 37 florenorum super 33 acceptis et a die 
conventionis, vid. aniji 81 die Novembris 24 factae, prae- 
sens imposterum reputaretur. 

Item Coopal eodem die consensit cum conditione quod 
et Rev. Episcopus quoque praesens agnosceretur. 

Item Anno 1581Novemb. 23 die, Magister Scipio pro 
omnibus restantibus bonis et malis Capitulo debitis ex 
parte bonorum Geervlyt numeravit paratas pecunias in 



6 

promptu ducentos renenses Capitularibus et hoc pro re- 
stantibas omnibus usque ad annum 81 exclusive. 

Comrauni consensu Capitularium Dns. Arnoldus Ram, 
participavit et accepit 25 florenos per manum Domini 
Praepositi ex pecaniis restantibus annorum usque ad an- 
num 81 bonorum Geervliet Actum anno 1581 Decem- 
bris 29. 

Item In Festo Matthiae Anno 1582 die 24 Februarii 
[eigenlijk staat er 14 Febr. , hetwelk blijkbaar een fout is] 
Domini H^iloenses cum Doroinis Geervlitanis convenerunt 
et ordinarunt quod Hailoenses omnem suam alimentatio- 
nem : quadringentes suos renenses et, omnes fructus pro- 
venientes ex parte Geervlyt imposterum aequaliter distri- 
buendos , stante vid. hoc statu rerum et durante ; excepto 
quod solus Praepositus habebit centum renenses supra nos, 
inscio Alstenio, jtem quod Hailoenses quatenus tales 
pares nobis omnibus erunt, 

Item Praelati'consenserunt se ab hoc die pares et ae- 
quales fore reliquis* Canonicis in distributione fructuum 
durante quoque hoc turbulente saeculo et jure eorum 
salvo, Dominus Praepositus tarnen praedictos centum se- 
crete habebit propter Alstenium, qui alioquin contentari 
non poterat. 

Item NicoLAUS Hüessen anno 1582 die 24 Martii 
infirmus obtinuit a Capitulo consensum et potestatem con- 
dendi testamentum : relinquendi sua suae sorori «aut alii 
cui placeret; qui mortuus est die 26 Martii vesperi circa 
medium nonae; requiescat anima in pace. Amen. 

Item Anno 1582 die 27 Martii Domini commiserunt 
Magistro Scipioni ut Eerhemraet pro 82, tamen hoc 
nomine Capituli. 

Item [15]82 anno die 16 Augusti Ram protestatus est se 
non consentire nee consensisse in litem contra Jacobum 
VAN Bebchen de goutguldens. 



J 



Item Anno 82 deputati sunt a Capitulo Dns. Praepo- 
situs Saffius et Dns. Ram in causa angmentationis aureo- 
rum renensium ut quaestionem dirimerent et litem cum 
praedicto Dno Jacobo de Bebchen. 

Item anno 1583 die 21 Aprilis Dns. Ram et Ooopal 
missi sunt a.Oapitulo in Hagam ad consultandum ne ali- 
mentatio Boffelaeb mortui f. m. ab ordinibus alienaretur 
a Capitulo. 

Item pridie Maji anno. 1583 missi sunt in Geervlyt 
Dni Arnoldus Ram et Dns. Paülus Boetis ad sigillum 
Capituli repetendum et alia ad Capitulum spectantia ex 
domo Boffelaeb mortui y qui tune non obtinuerunt , 
solum adferentes eorum inventarium. 

Item Anno 1583 ultimo Junii deputati sunt Praeposi- 
tus Jacobüs Saffius et Guilhelmüs Coopal a Capitulo 
profieisei cum receptore Magistro Scipione ultra Mosam 
ad divendendas decimas et agros elocandos anno sequenti 
ex conductione evolutos et ad alia negotia Capituli pera- 
genda, et quicquid egerint in ejusdem Capituli negotiis 
ratum ac validum Domini Capitulares haberent. 

Item Anno 1583 die 1 Septembris Domini Capitulares 
vid. Dns. Praepositus Jacobüs Saffius, Jeronimus Veb- 
LENiu8,.Dns. Abnoldus Ram, Dns. Paülus Botiüs, 
Guilhelmüs Coopal , persistentes in sententia lata, anno- 
tata in initio actorum Capituli vid. die Junii anno 80 ut 
supra, vid. quod non percepturus sit praedictus Dns. Guil- 
helmüs Assendelft ex fructibus Capituli nisi debite et 
legittime secundum exigentiam et tenorem statutorum 
ejusdem Capituli resideat. 

Item anno 1583 die 18 Octobris literas Magistri Soi- 
PiONis legerunt Dni Capitulares, quibus significabatur a 
Scipione quod interdictum erat ei solvere Dominis Cano- 
nicis in Harlem residentibus et cetera, ut patet ex literis 
ipsis; et missi fuerunt a Capitulo Dni Paülus Botius 



8 



et Dns. CiooPAL ad expedienda ista contenta quoque in 
literis, vid. om te liquideren sommige saecken van den 
voergaende rekeninge et alia agenda tot voordeel van de 
Capittel, pro ratione temporis et rerum. 



Pag. 1 Copia actus Capitularia de die 24 Aprilie A^ 161 7 • 

Dominus ac M' Guilielmus Cbüciüs vocatus ad Ca- 
pitulum legittime congregatum, in civitate praesens, etiam 
secundo per D. SoviUM, non comparuit^ et se per literas 
excusavit; quibus rogat, ut quod ei cum ignominia et 
injustitia ablatum est restituatur: alioquin se post hac 
coram Capitulo comparere non posse^ nisi forte simul alii 
tamquam Arbitri vel Judices adfuerint qui se neutri parti 
ex a£Pectu favere syncere comprobent. 

Idem quoniam non comparuit tune temporis ; visum fuit 
Dominis Ganonicis^ ea quae ab ipso diversis temporibus 
in Capitulum commissa sunt examinare : 1^ quod cum ipse 
cum lachrymis introductionem quodammodo extorsisset^ 
mox tamquam solus Canonicus sibi delectum Canonicorum 
faciendum sumeret, Dominum Sixtium, D^Nomium, 
D. Catziüm a Ganonicatu et ofBcio excluderet; idque 
coram populo Strekano, Vicario Apostolico et Nuncio 
egerit; 2° qiierelas'rusticorum ad versus ipsum ad AmpL 
'D. Praepositum delatas« ') 

Placuit igitur Dnis Canonicis, consideratis consideran- 
dis, praefatum D. Grucium privare omni sufiPragio et pri- 
vilegio Gapituli, donec se coram purgaverit et Gapitulo 
legitime satisfecerit, 

Placuit insuper invocato ante Spiritu Sancto, quando- 
quidem in grave praejudicium ordinariae potestatis, quidam 



1) Hier z^n in Bugge's haDdschrift twee regels opengelaten. 



9 

sine consilio et scientia Capituli, Episcopum (erat is R. P. 
NicOLAUS WiGGEBiüS CousEBANT ordinis minorum con- 
ventns Coloniensis) praesentare praesumpserint : omnes 
ejusmodi^ qui quomodocanque , sive directe sive indirecte 
ei rei cooperati sunt, inhabiles ad quaecumque munia 
Ecclesiastica et Pastoralia declarare. Insuper quoscunque 
fautores sive palam 5 sive occulte agentes^ ab omni spe 
obtinendi Ganonicatus prorsus excludere et inhabiles faabere. 

Praeteféa elegerunt unanimiter D. ac M, Sixtiüm jam- 
dudum Vicarium generalem, ut sit una Officialis. 

Acta sunt haec in aedibus Amp. D. Praepositi A^ 16 17, 
die 24 April. , coram me Notario Capituli Simone Soviö 
et testibus Venerandis Dominis ^ sacerdotibus Jacobo 
Henbici Amstel. et M. Joanne Teylingio Harlem. 

Haec cum autographo concordare testor Ego J0ANNE8 
Buggaeüs, secretarius Capituli A® 1630, 23 Oct. 

A® 1617, 8 Novem, Ab Ampliss. D. NoMio convocati Pag. 2 
Confratres comparuerunt Amp, D. ZaffiüS praepositus, 
Alkemade, Telingiüs et Wolffius. Ooncluserunt pro 
autboritate et fideli administratione adm. R. D. Sibbandi 
SiXTii Vicarii sui conficiendum sequens instrumentum. 

Attestatie sacerdotum irreprehensibiliter labo- 
rantium in Dioecesi Harlem. in HoUandia. 

Nos infrascripti considerantes Ecclesiae nostrae undique 
a£9ictae bonum, in ordine et debito superiorum respectu 
praecipue consistere ; simulque R°^ adm, Sibbandum Six- 
TiUH Vicarium Harlem. eum esse qui vitae innocentia, 
laborum instantia et regendi prudentia plurimum afflictis 
rebus nostris jamdudum contulerit : promittimus corde 
pleno prout opus fuerit ipsius authoritatem fovere, ipsi- 
que suffragari et respective obedire. 

Declaramus insuper, praefatum Vicarium nostrum in 



10 

negotio Strekano ') (quantum quidem nobis innotescere po- 
tuit) bene et secundum exigentiam loei, temporis aliarum- 
que circumstantiarum processisse. 

E contra vero ex oppositione et resistentia adversae 
partis gravissima exorta esse scandala , oririque quotidie ; 
vel ex eo praecipue quod utatur et cohaereat cuidam 
Alexandbo Tbognesio ^) sacerdoti, qui passim raale audit. 

Periculo denique et scsandalo rem plenam fore si Reli- 
giosi huc ad ventantes, pro arbitrio suo sine Ordinariorum 
licentia conventus facere, aut eleëmosynas coUigere per- 
mittantur. 

Rogantes proinde omnes et singulos, ad quos qualiter- 
cumque Ek^clesiae nostrae regimen spectabit aut causae 
deferentur, quatenus haec praemissa in consultatione im- 
primis admittere dignentur. Actum ut supra. 

Et subsignatum erat a 5 Capitularibus praedictis , tribus 
sacerdotibus Harlem. civitatis, Martino Amandi Nino- 
viensi cooperario Apostolico per commissionem Gregorii 
XIII. Ex civitate Amsteledamerisi J3, Alkmariensi et 
adjacentibus locis 10, Hornanis et adjacentium locorum 9. 
Summa 41 subsignaverunt sacerdotes. 

Et infra : SiMON Sovius «otarius Capituli Harlemensis 
sacerdos. 

Jacobus Henbici, presbyter. 

M. JoANNES Düvius, medicinae doctor. 

Confectum erat instrumentum plenum 14 Nov. 1617 
in aèdibus Expertiss. D. Duvü Harlemensis. 

Ita testor scriptum hoc concordare cum copia 
authentica. J. Buggaeus, Secret. Capli Harlem. 
Actum 1631 , 4 Jan. 



1) Zie over de geechilleo io de Streek, bij Hoorn, Dl. I, bl. 244, 822 
en volg. 

2) Zie Deel l, bl. 323—24 en volg. 



11 

Doordien een gewaarmerkt afschrift dezer attestatie nog 
in het Bisschoppelijk Archief berust, zijn wij in staat de 
namen der onderteekenaars daaruit hier bij te voegen : 

Capitulum Sedis vacantia Cathedralis Ecclesiae 

Harlemensis, 

Jacobus ZaflSus, Praepositus et Archidiaconus. 

Nicolaus Nomius , Decanus et Archipresbyter, S. Theo- 
logiae Licentiatus. 

Florentius ab Alckemade J. U. Licentiatus, canonicus 
senior. 

Judocus Felinus Sac. Theolog. licentiatus, canonicus. 

GodscalcUs Augnstinus de Wolffs, S. Theolog. licent. 
Canon. Ordinarius civitatis Enchusanae. 

Sacerdotes Civitatis Harlemensis, 

Franciscus Lissius, Sacellanus curatus. 

Gerardus de Wit, Sacellanus curatus. 

Joannes Teylingius, Vicarius, 

Martinus Amandi Nonoviensis : qui a tempore Gregorii 
XIII Beatae memoriae ab ipso missus per omnes provin- 
cias gratis laboravit. 

Presbyteri civitatis Amstelodamensis, 

Joannes Gosninus. 
Jacobus Francisci fil. 
Stephanus Orachtius, Pastor. 
Nicolaus Polderus. 

Christianus Nicolai Cattius, S. Theologiae Doctor et 
Prothonotarius Apostolicus. 
Richardus Ryckius. 
Jacobus Vligerus, 
Simon van der Wielen. 
Petrus Can. 



n 



12 

Jacobus Vligerus, nomine M'* ac Licentdati SS. Theo- 
logiae Joannis Vonckij. 
Henricus Ebbius. 
Fabianus Blocklant. 
Jacobus Nessaeus. 

Preshyteri civitatis Alcmarianae et confinium locorum 

Ewaldus Francisci ab Hogenlant. 

Henricus Ludolph, Pastor Alcm. 

Quirinus Guilelmi, SS, Theol. Licent. Ordinarius Alc- 
marianus. 

Robertus Root^ SS. Theol. Baccalaureus , Ordinarius 
in Uytgeest. 

Franciscus van den Brugge ^ S. Theol. Baccalaureus, 
Ordinarius Schagensis. 
'Bavo Costerius, Ordinarius Winckelanus. 

Nicolaus Gispensis, S. Theol. Baccalaur. Ordinarius 
Assendelphiae. 

Presbyteri civitatum Edamensis et Purmer endanae. 

Theodorus Hulsius, Ordinarius. 
Franciscus Petri. 
Nicolaus Bestens. 

Presbyteri civitatis Hornanae et confinium locorum» 

Gerardus Enchusius, Ordinarius Hornanus. 
Jacobus Odulphi, Ordinarius in Spanbroek. 
Simon Joannis, Ordinarius in Spierdyck. 

* 

Joannes Wius in Woggeloin. 

Jóannes Simonis Groningensis , Ordinarius in Ursem. 

Joannes Adriani Merius, S. Theolog. Baccalaur. 

Presbyteri civitatis Medemblicensis et circum-jacen- 

tium locorum 
Hermes Veltius, S. Theol. Baccalaureus, Ordinarius 
Medemblikanus. 



13 

Gratianus Comelij Streeckanus^ S. Theol. Baccalaureus. 
Meinardus Petri, deservitor in Streecka* 

Verder luidt de attestatie achter de bovenstaande onder- 
teekeningen. 

Comparuerunt coram me Notario Gapituli Harlemensis » 
et coram testibus infra-scriptis Venerabiles Dni Sacerdotes 
dioecesis Harlemensis ^ qui omnes bic in eadem bac cbarta 
supra et a latere ^ nomina sua propria manu scripserunt , 
quatenus in quatuor articulos ab altera facie buius cbartae 
{)ositos se consentire declarant. Comparuerunt autem omnes 
personaliter exceptis Amsterdamensibus qui antea Amste- 
rodami nomina sua in bac cbarta expresserant, commit- 
tentes, ut et commiserunt Rdo Dno ac M^^ Stepbano 
Cracbtio, Pastori Amsterdamensi , nomine suo cum reli- 
quis Presbyteris apud nos compareret. In quorum fidem 
cum mibi et testibus sufficienter noti sint baec propria 
manu subsignavimus. Actum Harlemi in aedibus Exper- 
tissimi Dni Medicinae Doctoris M" Joannis Duvij, Die 
decima quarta Novembris, Anno millesimo sexcentesimo 
Decimo septime. Subscriptum erat. 

Ita est 

Simon Sovius^ Notarius Gapituli Harlemensis. 

Jacobus Henrici, Presbyter. 

M. Joannes Duvius, Medicinae Doctor. 

Quia charta in qua supra scripti Sacerdotes nomina sua 
scripserunt 9 omnium nomina una facie capere non pote- 
rat , positi fuerunt articuli ab una facie , nomina cum in- 
stmmento Notariali ab altera > ita ut quorundam nomina 
a latere instrumenti quorumdam supra continerentur. 

Goncordat cum originali 

(Onderteekend) Simon Soviüs, 

Notarius Gapituli Harlemensis. 1617* 



14 

Pag. 8. Acta in Capitulo Harlemensi ab A^ 1618 post obitum 
Ampliss. D. Jacobi Zaffii, Praepositi ejusdem ')^ et in 
locum ipsius x^onstituto Ampl. D. Sibbando Sixtio; qui 
Vicarium agebat R"* D. Philippi Rovenii, Vic. Aplici, 
et Capituli supradicti sede vacante Yicarius electus erat ; 
Decano vero existente Ainpliss. D. Nicolao Nomio*); 
Graduati autem Canonici erant fai : 

D. Flobentius ab Alkemadb J. ü, L. 

M. JüDOCus Catziüs S. Th. L. 

M. GüiLiELMüS Cbuciüs S, Th. L. '; 

M. AüGUSTINüS WOLPFIÜS S. Th. L. 

!M. JOANNES VONCKIUS S, Th. L. Intravit Societatem A®. 
M. QUIBINÜS OOSTEBÜS S. Th. L. 
M. JOANNES BüG^GAEüS S. Th. L. 

Anno igitur 1618 , 8 Aagusti, Ampliss. D. Nomius, 
Decanus, convocavit confratres ad restaurationem eorum 
quae praecedenti tempore praetermissa videbantur ; omni- 
busque praedictis fere praesentibus , statuta sunt suffragiis 
communibus sequentia, post S* Spiritus invocationem. 

1. Electus est in Notarium Capituli nostri R. D. M. 
SiMON SOTIXJS, Rector quondam scholae Amsteledameusis. 

2. Renovatum est et repromissum silentium strictum 
in rebus quae Capitulariter acta sunt et agenda. 

— --| II Ml II I II I I I ■ I ■ I I I I . I !■ 11 - — ^^~ 

1) Ter zgde : qui accidit 28 Jan. ejasdem aani. 

2) Ter zyde : obyt 1626 , 21 Oct. 
8) Ter zgde: obgt Ao 1624. 

4) Ter zgde: A. Nota. Hos tres in Caaonicos Gradaatos Capitali Cathe- 
dralis Harlemeasis legitime electos insaper et institutos esse Ao 1618, die 
18 Aprilis in aedibus Eipert. D^ M*. Joanoes Davg , coram testibus D. 
Jacobo Henrici presbytero Amateled. et M. Jóanne Dnvio praedicto et No- 
tatie Capitali M. Simone Sovio, ex onjas instrumento legitimo desaper 
facto haec notata sant a M'o Joanne Buggaeo , Capituli Secretario mana 
propria A^ 1630, 23 Oct. Qai cum temporis absens esset et necdom Li- 
centiatas, frater ipsius Theod. Buggaeus, Medicinae Doctor, ejus nomioe 
spopondit et jnrameuta praestitit : promotus autem in Theologia fait eodem 
anno 9 Octobris. 



15 

8. Praelectae sunt Bullae Papales erectiotiis Episcopatus 
nostri et Capituli Cathedralis Ecclesiae nostrae Harle- 
mensis. 

4. Decretum est ^ petendam dispensationem intuitu No- 
bilium et Doctorum Jaris, quos tres e singulis exigunt 
Statuta nostra. Circa quod dispensatum est ab 111'°° D. 
RoYENio, secundum atnplissimas facultates suas, ut eo- 
rum locum suppleant ex Licentiatis S^ Th. supradicti. 

6. Statutum est , ut quater in anno ^ idque feriis quintis 
inter quatuor tempora, ordinarii Gonventus Capitulares 
habeantur^ nisi impediantur solemni aliquo festo. Quo casu 
Ampliss. D. Decanus proximum diem oportunum statuet 
et significabit/ 

6« Relatum est ad instantiam Ampl. D. Decani , a No- 
tario nostro praedicto, de contumacia confratris nostri 
M. GüiL. ObüCIi; quomodo videlicet hoc eodem A° 23 
Apr. in aedibus Expertiss. D, M. Joannis Duvii, prae- 
sentibus R, D. Jacobo'Heneici, presbyter© Amsteloda- 
mepsi, et Expert^ praedicto, testibus ad hoc specialiter 
vocatis» coram Notario nostro, monitus D. CbüCius, ut 
librum quem vi abstulerat a Oonfratre nostro M. Jüdoco 
Catzio '), in praesentia Amp, D. Praepositi Zaffii b. m ad 



1) Deze Cracias, of Willem Kruik is de eerste eigen pastoor van Uit- 
geest (zie Bijdragen Deel YIII, bladz. 823) geweest. Zijne gedragingen jegens 
het Kapittel en den Vicaris Sybrandns Sixtins baalden hem zijn ontslag als 
Pastoor Yan Uitgeest en later ook als Kannnnik op den hals. Ten aanzien 
▼an de voorname grief die het Kapittel tegen hem had over het wederregtelijk 
onder zich houden van het Kapittelboek , lezen we in een verslag door 
Jadocus Catzins op verzoek van den Proost Saffins gegeven (welk stuk iu 
hei archief van het Oud-Kapittel berust) dat Catzius op verzoek van Crucius , 
die om het Kapittelboek gevraagd had, met dat boek naar het huis van 
den Proost was gegaan , waar ook Cr. zich bevond. De Proost echter wilde 
het hem niet medegeven en liet het hem slechts zien; maar toen hg het 
ÏB handen kreeg, wilde hij het niet teruggeven, maar nam het, ondanks 
de protesten van den Proost, mede naar huis. Zijne hardnekkige weigering 
van teruggave was eene der redenen van zijn ontslag uit het Kapittel , als 



16 

Capitulumreferret^ pertinaciter abnuerit, affirmaveritqae, 
se ad Gapitalum non rediturum, nisi aliter secum agere- 
tur^ seqne librum Statutorum aliorumque in eodem con- 
tentotum reservaturum apud se pro iis qui melius recturi 
essent. Quocirca idem Gkucius refractarius a Capitulo 
declaratus est, et indignus qui ad conventiones Gapitulares 
vocaretur, donec resipisceret ; cumque poenitentiam de 
peractis Decano vel Capitulo nostro numquam insinuave- 
rit, neque pro Confratre agnitus, neque ad Conventus 
Capitulares vocatus fuit usque ad obitum suum. Deus 
misereatur animae ipsius. 

A® 1618, 21 Aug. Ampl. D. NoMius convocavit con- 
fratres praedictos , a quibus communiter statuta snnt 
sequentia. 

1. Ad instantiam R'"^' D. Royenii, requirentis a Capi- 
tulo nostro litteras commendatorias etc. ') 

expeditae sunt per Notarlum nostrum. 

2. DecreveruntConfratres, urgendum esse R°^ Vicarium 
nostrum ad instituendam profectionem ad Urbem. ^ 

3. Ëlegerunt DD. Confratres Amp. D, Decanum No- 
Pag. 4. MIUM in socium profectionis ad Urbem R°*^ Domini et 



uit de Notulen bl^kt. Van dat Kapittelboek wordt in gemeld verslag gezegd 
dat het bevatte: «registrum beneficioraniy Statuta, fiallam erectionis et 
maltas adhuc sparsim solutas cbartolas." Daaruit vermoeden wg dat het 
't Fandatieboek was van Saffias, hetwelk nog in het Archief van het Oud- 
Ktipittel aanwezig is. Immers daarin vinden we jaist copiën van Beneficien, 
Statuten van de Kathedrale kerk te Haarlem en de Bul van oprigting dea 
Kapittels. Wat de losse papieren aangaat die er bg waren, is het opmerke- 
Igk, dat het boek der Acta Capituli juist begint met de moeijelgkheden ten 
aanzien van Crucius, 24 April 1617 en dat van de vroegere Notulen slechts 
die van 1580 tot 1583 afzonderlek bewaard gebleven, maar niet in het 
Boek van de Acta Capituli overgeschreven z^n. Waarschgnlgk zgn uu onder 
die losse papieren, door Cracius achtergehouden, nog meerdere Notulen 
van Kapit^elvergaderingen geweest, waarvan dan later slechts die van de 
jaren 1580-88 teruggebragt of teruggevonden s\jn geworden. 
1) De regel is verder opengelaten. 



17 

ibidem agendorum ; i)iBi R"'^'^ suae paternitati videatur 
alius assumendus. 

4. Casu quo R""* iturus non esset, probaverunt agen- 
dum esse cum R"^** et DD'* Ultrajectensibus , an placeat 
aliqaem ex ipsis deputare comitem Amp. Decani nostri *), 
et quem? 

5. Deputaverunt DD. Oapitulares RR**^ DD, Floren- 
TiüM Alkemadb seniorem ipsorum et Judocüm Catzium 
pro instructoribus Amp. Decani nostri , ut nomine totius 
Gapituli informent ipsum de agendis in Urbe. Quas in- 
formationes autboritatem totius Capituli habere voluerunt; 
ad ipsos proinde reliquos confratres sua gravamina aliave 
factu necessaria scripto vel ore deferri decreverunt. 

1619 et 20 vacant, 

A® 1621, 27 Apr. Ampliss. D. NoMius convocavit 
Capitulares , petivitque ut proponerent dubia circa praxin 
pastoralem Dioecesis nostrae maxime perplexa. Erant autem 
haec inter caetera. 

Casus 1. An baptizati abhaereticls communiter sub con- 
ditione sint rebaptizandi ? Ratio dubitandi maxima erat, quia 
Pastorale Mechliniense (cujus usus in Dioecesi nostra in- 
valuerat) id faciendum moneat propter abusus varios hae- 
reticorum circa baptismum, qui ipsum invalidum redderent ; 
cum vero post diligens examen tales apud nos non repe- 
riantur, validum censeri debeat, ideoque communiter non 
iterandum. Quod et postea per rescHptum statuit lU™"» 
D. Rovenius A« 1628. 

Casus 2. De matrimonio. In quo notatus est abusus sacer- 
dotum quorumdam jungentium contrahentes sine praevia 



1) Ter z\jde: nomine Capitnli nostri nihilominas itnri ex decreto, ob 
eaasas. 

BQdngeu Qeicb. Biad* v. Haarlem Xe Deel. 2 



18 

confessione sacramentali. Qui error reprobatur a Trid. 
Sess. 2é c. 1 de reform. 

Casus 3. De matrimonio Catholici cum haeretico; quorum 
contractui, sive ante sive post cohabitationem, assistere non 
licere sacerdotem tenent Domini Ultrajectenses. Nostrae 
vero Dioecesis praxis fuit, ut in casu reconciliationis , 
parti Catfaolicae post debitam poenitentiam gratia assisten- 
tiae sacerdotalis et benedictio matrimonii impendatur. Gui 
praxi ut insistatur^ donec aliud a R°^° declaretur, Capi- 
tulum conclusit. Cu jus resolutio etiam ab 111"^° facta est 
A* 1628. 

R. 4. Denique ad haec et similia dubia occurrentia ut 
conformiter agatur in Dioecesi nostra et Ultrajectina^ visum 
est Capitulo utillssimam et necessariam fore conferentiam 
Oonfratrum nostrorum cum Dominis Ultrajectensibus ; 
quam etiam instituit et fieri voluit bis in anno Ill"»"« Ro- 
VENiüS hoc anno 9 8 Jan. quando prima hujusmodi confe- 
rentia habita est. Ad quam pro parte nostra faciendam 
elegerunt confratres Amp. D. Nomiüm et R°*. Jüd. Oatziüm. 

Van deze eerste en de tweede daaropvolgende, met de 
Utrechtenaars gehoudene Conferentie , is in het Kapittel- 
archief nog bewaard gebleven een, moeijelijk leesbaar, 
zoogenaamd kladje van de hand van Judocus Catz , blijk- 
baar door hem, staande de conferentie, pro memorie opge- 
schreven. Wij voegen dit hierbij. 

Registrum resolutionum. 

Anno [1621, 8 Jan.] 

Prima vice convenimus ültrajecti, 
Liquidata sunt omnia ratione divisionis collegii. *) 

1) Dit zal slaan op de scheiding der Utrechtenaars en Haarlemmers van 
het Keulsche Seminarie, waarover het opstel te vergel^'ken is van den HKerw. 
Heer Vregt: JDe vroegere collegiên of eendnarïèn tot opleiding van Oeeite^ 
lijken voor de^ Eollandsche Misne: B^jdr. Deel VIII, bl. 1—11. 



19 

ConveDiendum bis in anno post regum [Driekoningen- 
feest] [et] circa festum S. Joanpis [Bapt.] . 

Motum est inter provisores de Agathae Buggaeae legato. 

De Streeckanis: spacium pro sententia. 

De rituali. 

De confraternitate. 

2^" Conventus Harlemi A» 1621 die 22 Juniii 
Sessio 1*, ante prandium. 

1. In legatis piis pars suspicans se gravatam prius fra- 
terne sua referat ad ipsos confratres , uti in omnibus aliis 
dubiis. 

2. In omnibus quae communia sant omnibus provinciis 
nihil statuetur nisi utrimque auditi [sic].- 

3. De catechismo qui committetur Harlemi Dyckano et 
Felino [Catz], Ultrajecti Urbano et Velpino. 

4. De Confraternitate, de legibus pro laicis, commissum 
D^ Albino [de Wit?]. 

De notis commissis D° Vigilio [Wachtelaer]. 
Sessio 2^, a prandio. 

5. Stricte observandos articulos, singulisque conventi- 
bus praelegendos examinandosque ; et in quo delictum, 
emendandum; curandumque ut singuli pastores pro suis 
locis habeant. 

A' 1621, 16 Sept. Amp. D. NömiüS convocavit Capi- 
tulum, ad quod cum ipso venerunt adm. RR. DD. M. 

JUD. CaTZIUS , M, QUIBINÜS COSTERÜS , et M, JOANNES 
BUGGAEUS. 

Ibi P relecta sunt Statuta generalia Capituli nostri, pro 
iis partibus quibus nobis hoc tempore usui esse possent. 

2. Decretum est, Statutüm anni 1618, art._5, de qua- 
drimestri Congregatione stricte servandum, ita ut qui die 
et hora et loco condictis a Decano (vel eo absente a seniore 
Confratrum) non comparuerit, subeat mulctam pecuniariam. 



20 

nisi fuerit tam graviter impeditus, ut Gapitulum ipsum 
legitime excusatum censeat« 

A^ 1622, 22 April. Ampl. D. NoMius cam omnibus 
fere Confratribus convocatis et praesentibus statuerunt 
sequentia : 

1. Recipiendum et imposterum praclicandum , in admi- 
nistrationibus Sacrorum, Ordinariis et sacerdotibus in nostra 

' Dioecesi secundum Ritüale Roman um nuper A^ 1614 
a Paulo PP. V editum; idque quia ita visum fuit et 
Ptg. 6. placuit 111°^'' RovENio , Vicario Apostolico , et propter 
congruam cum Sede Apostolica in sacris conformitatem, et 
cum Dominis Ultrajectensibus, qui jam ab anno illud in 
usum receperant. 

2. Visum est servahdum in Gantu Ekx^lesiastico tenorem 
Ecclesiae Tornacensis in Antiphonariis, et Mechllniensis in 
Gradualibus , eo quod convenientior et Romano cantui vi- 
cinior esse deprehenderentur quam cantionalia ültrajec- 
tensia, quae in Dioecesi nostra tam pene exoluerant , 
pluresque libri pcaedicti tenoris jam passim in usu habe- 
rentur. Unde et postmodum concorditer cum ültrajecten- 
sibus praedicta Cantualia recusa sunt in quarto, propter 
usum commodiorem horum temporum. 

3. Approbata et decreta est Legatio ad Urbem insti- 
tuenda cum lUmo Rovenio Y. A. ; et ex parte Capituli 
nostri electus est AmpL D. Nomius, ut se ei socium 
jungeret *); idque propter causas urgentes, quas videre 
licet expressas in Congregatione synodali habita Qltrajecti 
hoc anno 8 Maji. Quae legatio boe anno in Augusto insti- 
tuta, perfecta fuit anno seq. in Decembri. 



1) Ter zgde : et data commissio RR. Dois Florentio ab Alkemade seniori 
et Jud. Catzio Confratribus, ot AmpL D. Nomiam informarent et litteras 
desaper expedirent. Qaod factum est 26 Aug. at patet ex litteris desaper 
scriptii eique traditii. 



.. 



21 

1623-4-5 vacant. 

y 

A° 1626, 12 Novemb. translate a nobisper mortem AmpL® 
D. NoMio Decano p, m. 21 Oct. hujus anni , convocavit 
Confratres Flobentius Alkemadiüs ; conveneruntque ad 
aedes R. D. Catzii cum ipsis, M' Augüstinüs Wolpius, 
CosTERUS et BuGGAEUS. übi post invocationem S. Spiritus, 
lectis Statutis Capituli , pro parte quo agit [sic] de Cano- 
nicis , * concordatis quoque cum R°^° D, RovENiö, V, A. 

1. Statuerunt notanda sequentia. 

a) Illustrissimum monendum de iis quae spectant ad 
officium et electionem Decanatus nostri vacantis pro prae- 
senti tempore, ejusque collationem ad ipsum pertinere. 

b) Electionem novi Canonici Graduati perfici non po^se 
sine consensu Illustrissimi Yicarii Apostolici, secundum 
articulum 6 concordatorum. 

2. Statuerunt, ut acta praecedentis conventus, in se- 
quenti ante omnia agenda praelegantur quando est con- 
ventus ordinarius quatuor temporum. 

3. Propter instantiam DD. Ultrajectensium urgentium 
cantum suum antiquum (quem dicunt esse Romanum vel 
ei proxime accedere) debere retin.eri in usu: commissum 
est a Confratribus examen et collatie cantualium R^ adm. 
Confratri nostro Costebio , cupientibus conformitatem inter 
Dioecesin.nostram cum metropolitana nostra, maximeque 
Romana Ecclesia ante omnia servare. Responsie autem 
CrOSTEBii fuit pre cantu Tornacensi et Mechliniensi, qui 
proinde acceptatiis est a Confratribus et confirmatus, ut 
habetur supra A^ 1622, art. 3. 

4. Quandoquidem duae praebendae nostrae graduatae 
vacabant, videlicet M" Güil. Cbucii (qui obiit 1624) et 
Amp. Decani NoMii : propositus est M. Jacobus Olaeus, 
S. Th. L. ut in unum ex iis eligeretur; qued per vota 
tune factum non est ; sed inclinatum ei affectum decla- 



22 

rantes Confratres^ electionem differendam censuerunt in 
sequentem Congregationem ; ut possent votum lUustriss. 
D, V, A. tune simul habere. 

A« 1627 vacat. 

A^ 1628, 26 Jun. Convocati ^b 111"^^ D. Philippo 

* 

RÓVENIO V, A, ad aedes R. adm. D. Catzii , convene- 
runt RR. adm. DD. Catziüs, Wolffius, Costeeios et 
BuGGAEUS. Goram quibus Illustr. Dominus significa vit, 

1. Mentem suam esse ereare in Decanum Capituli nostri 
adm. R"^ D°^ Jüdocum Catzium, in locum defuncti 
NoMii, b. m., quod et tune perfecit, praelegens nobis 
hac de re litteras collationis a se factae. 

2* Propositis ab 111°^'' D. nobis quatuor eligibilibus in 
Canonicatus affectos jam vacantes (ut art. 4 praec. dictum 
est) propendebant affectus Oonfratrum in M"^. Jacobum 
Olaeüm et JoANNEM Bannium J. ü. D, Electionem ta- 
men, cum consensu Illustrissimi, öb certas rationes distu- 
lerunt in conventum sequentem, qui indictus est ad 3"^ 
Jul. proximam. 

8. Petitum est per RR. DD. Capitulares ab Illustris* 
Pag. 6. simo, ut placeret creatis ab anno 1618 dare litteras in* 
stitutionis, quas necdum habebant. Quas expediturum se 
promisit, cum indicatum ei fuerit tempus introductionis , 
et cui quisque Canonicus in praebenda successerit. Qua 
de re informationem ei exhibere promisit Amp. D. Catzius. 

4. Quandoquidem AM 625 obüt p. m, M' Simon SoviüS, 
Notarius noster, post mortem ejus statim o£5cium istud 
praestitit M' Joankes Buggaeus ex electione Capituli; 
in eodem modo pluribus jam praesentibus confirmatus est. 

5« Actum est de Confratre nostro YoNOKiO; statutum- 
qne nt significetur ei, jam plus quam duobus annis 
absenti a Dioecesi nostra (idque sine venia Praepositi 



28 

vel Decani) , quod redeat intra sex menses , sub poena 
privationis a praebenda. Curam indicandi ei suscepit Amp. 
D. Catziüs. 

6, Significavit nobis lUustr. D. rogatum se a civibus 
quibusdam Harlemensibus pro promotione R. D. AuGU- 
8TINI Blommaert in Canonicum Capituli nostri; cujus 
coUationem propter lapsum temporis (cum alias sint juris- 
patronatus Comitis Hollandiae) jure devoluto ad se por- 
tenere aiebat. Cujus paternae sollicitudini gratias agentes 
Capitulares, facultatis suae liberam ei executionem per- 
mittendam censebant. 

A*» 1628,. 3 Julii. Arapl. D. Decano JuD. Catzio con- 
vocante, ad introductionem suam in Decanatum, convene- 
runt ad aedes ipsius infrascripti AmpL D, Praepositus 
SiBBANDUS SiXTiüS, adm. RR DD. Wolffiüs, Costerius 
et BuGGAEüS, Actaque sunt infrascripta. 

1. Introductio Decani solemnizata est hoc modo; prae- 
stito ab eo juramento fidei et Catholicae et fidelitatis in 
administrationis [-ne] dignitatis suae coram 111°^° D. Phi- 
LiPPO RoVENio V. A. in aedibus Catzii, coram praesente 
Capitulo et Notario Apostolico specialiter ad hoc vocato 
M. JoANNE Bannio, perfecta est introductio per Ampliss, 
D Praepositum nostrum Sixtium. 

2. Eodem die lectis actis conventus praecedentis , ege- 
runt Domini Capitulares de supplendo numero Graduato- 
rum ; et concluserunt Electionem differendam, duosque 
propositos (art. 2 act. praec.) de certis admonendos per 
Ampl®* DD. Praepositum et Decanum. 

3. Super introductione praedicta solemniter Deo gratiis 
actis, congratulationibusque erga noviter institutum Deca- 
num, solutus est Conventus hilari et splendido convivio 
ab Amp. Catzio exbibito, cui interfuit 111""* Vic. Apl. 
et 30 circiter invitati, inter quos 22 erant sacerdotes. 

A" 1628, 6 Decemb. Amp. D. Decano Catzio con- 



24 

vocante, convenerunt ad aedes ipsius Adm. RR. DD. Wolf- 
FiüS et BuGGAEUS hora 9 ante et 3 post meridiem. übi 
post invocationem S. Spiritus , et patronorum Dioecesis 
nostrae ope implorata ^ lectis etiam actis Conventus p'rae- 
cedentis : 

1. In causa Confratris nostri Vonckii respondit Amp. 
Decanus, eum pro hoc tempore de praedictis (anno praec. 
26 Jun. art. ö) conveniri et urgeri non posse^ quia in- 
gressus est ordinem Societatis, agitque Treviris in novitiatu. 

2. Relecta et perpensa sunt, quatenus nobis modo usui 
essepossunt, sequentia: 1°^ BuUa erectionis Episcopatiaim 
Belgii^ et specialis Episcopatus nostri^ partes Statu torum 
Capituli nostri, acta Synodalia sub R"'** Mirloe A** 1571 , 
concordata Illmi Vicarii Aplici cum Capituló nostroA" 1616, 
denique Statuta hoc anno ab lUmo pro Dioecesi nostra. 
Et conclusum est, praedicta haec et similia Capitulum 
nostrum concernentia requirenda et quamprimum in unum 

Pug. 7. librum describenda, et Notarialiter approbanda esse; Chro- 
nologiam quoque actorum in Dioecesi Nostra investigan- 
dam , praesertim quoad praedecessores nostros , ut sciamus, 
quis in cujus locum successerit, litteraeque desuper ab 
Illustrissimo confici possint : quod opus in se suscepit 
D. BuGGAEUS, petitis ab Ampl. litteris quas penes se 
reperire posset, iisque acceptis cum confratre nostro ') 
Bannio, hujus maxime industria peractnm est. 

3. Rogaverunt Confratres Ampl, D. Decanum, ut prima 
oportunitate vellet instituere visitationem Dioecesis nostrae, 
et in eum finem unum vel alterum ex confratribus secum 
assumere. Quod facturum se Deo dante addixit, confor- 
miter ad commissionem sibi ab Illmo V. A factam, et 
facultates ad id pertinentes peculiariter concessas pro tem- 
pore quo Amp. D. SiXTius Vicarius Capituli nostri abest, 

1) Bijgeschreven : postea electo. 



25 

uti modo erat. In hunc finem praelecta sunt ex Hbro 
Capituli loca Westphrisiae ab Episcopo Harlemensi visitari 
solita, repertumque Taajaliam et Wieringiam sub illis 
etiam contiheri. 

4. Renovatum est Statutum A' 1618 de Conventibus 
Capitularibus quater in anno habendis ad minimum , idque 
circa tempora jejuniorum. Ad quos convocati, non debe- 
bunt particulariter moneri de causa Conventus; quae 
alias in Congregationibus extraordinariis speciatim exprimi 
debebit. 

5. Statutum, quod residentes Harlerai Confratres singuHs 
hebdomadibus convenire debeant, et de negotiis Capituli 
in genere, et specialiter si quid de novo occurrat, inter se 
conferre. Statutaque est feria sexta et hora undecima ante 
meridiem pro tempore Conventus, locusque aedes Ampl. 
Decani ; ad quem invitati sunt etiam Confratres extra' 
Harlemum habitantes, si venire placeat, 

6. Electus est in Confratrem nostrum consultiss. D. 
M' JoANNES Albeetus Bannius in locum Graduatum 
M" GüiL. Crucii, cui etiam vocem suam secundum con- 
cordata dederat lUmus Vicarius ApUcus. 

7. Propter paucitatem confratrum convenientium , pro- 
posituQi fuit, ut in Conventu proximo agatur de obe- 
dientia convocatorum, statuaturque regula obligatoria sub 
poenis congruis, quas convocati incurrent, si absentave- 
rint se sine legittima causa ; quam etiam statim ad Capi- 
tnlum transcribere debeant. Vide A» 1621. N. 2. 

8. Denique propositum fuit, rogare Illustriss. Dominum, 
ut velit promovere cultum S. Bavonis Patroni Episcopatus 
nostri (prout vocatur in Bulla erectionis ejusdem), ita ut 
coli debeat in officio Ecclesiastico per totam Dioecesin 
Harlemensem* 

A» 1629, 6 Jul. Ill°^« Vicario Aplico convocante Capi- 
tal um, convenerunt Harlemi itv aedibus Amp. D. Decani 



i 



26 

Catzii^ hora 10 ante meridietn, cum ipsis RR. adm« DD. 
Amp. D. SixTiüs, Alkemadius^ Costerius et Büggaeus, 
actaque sunt post invocationem S. Spiritus etc. 

1. Concordibus votis elegerunt in Confratrem Exim. 
Dominum M""" Leonardum Marium, Pastorem S. Nicolai 
Amstelodamensem, in lociim Graduatum Amp. D. Nicolai 
NoMii p. m. 

2. Illustrissirao Domino propositus est ab Amp. Domino 
SiXTio, M'^ Jacobüs Olaeus, ut si placeret crearet eum 
Canonicum Oapituli nostri (secnndum facultatem suam, 
qua jure Patronatus Comitis Hollandiae per moram tem- 
poris ad se devoluto, supplere potest numerum Capitu- 
larium)) ut spem habere possit acquirendi per electionem 
praebendam proxime vacantem in Oapitulo nostro; ne aegre 
ferret (ut aiebat D. Praepositus) quod jam saepius pro- 
-positus electus non fuerit. Cujus petitioni annuit Illustris- 
simus, ita ut statim postea non tantum D"* Olaeüm 
dictum, sed etiam R. adm. D. M'^""* Joannem Beenium , 

Pag. 8. sacellanum curatum Harlemensem et R. D. Augustinum 
Blommerium^ sacellanum curatum Harlemensem (supra 
Congr. prima A* 1628, N. 6 commendatum) Canonicos 
Harlemenses creaverit , datis eis hac de re scriptis litteris. 
Quas tamen intelleximus M. Jagobum Olaeum remisisse 
cum gratiarum actione , allegans [sic] Voluntatem patris sui 
defuncti fuisse, ut non reciperet beneficium Ecclesiasti- 
cum , cum tamen esset Pastor Monikadamensis et de curia 
Amstelredamensi etiam gloriaretur. 

3. Repertis difficultatibus in conveniendo circa quatuor 
jejuniorum tempora, propter labores confratrum pastorales, 
communi consensu statutum est, ut temporibus infra- 
scriptis imposterum Capitulum convenire ex convocatione 
ordinarie debeat , videlicet in hyeme feria 2 post octavam 
Epiphaniae Domini; in vere feria 2 post Dominicam in 

^ Ibis ; in aestate feria 2 post festum Visitationis B. Virg. ; 



'il 



27 

in autamno feria Z post octavam S. Bavonis, hoc est post 
Dom. 'Z a festo S. Michaëlis. 

4. Ad instantiam confratrum exhibentium lUino nomina 
praedecessonim in Capitulo^ ordinem teroporaque succe- 
dentium et praesentium Capitularium, dixit Illmus con- 
fecturum se litteras institutionum pro iis qui carebant^ 
quod et statim postea praestitit. 

5. Petitum est quoque ab Illmo^ ut unum ex graduatis 
confratribus vellet creare (secundum concordata nostra) 
Poenitentiarium seu Scbolasticum. Quod npn abnuit; sed 
indicavit nobis dignitatis istius eam esse praerogativam, 
quod cui ea collata esset , licet ex postremis Gapitularibus 
esset, tertius fieret in ordine Capituli^ caeterosque prae- 
cederet. Quam conditionem acceptantes confratres , in peti- 
tione perstiterunt ; sed eo tempore non est peractum, 

6 De articulo 8 Conventus praecedentis interrogatus 
Illmus , consensit , ut S. Ba vo taliter per Dioecesin nostram 
Festo duplici coleretur, idque in civitate Harlemensi Do- 
minica* 1 Oct. secundum decretum Jun. 1628 factum, per 
dioecesin autem 1 Oct, 

7. Peracta est ab ipso Illmo institutie electorum no- 
strorum confratrum, videlicet M" Joannis Alberti 
Bannii J. U. D. et Exim. D. Lëonardi Marii, prae- 
stantibus eis juramenta fidei CathoUcae et fidelitatis tam 
coram Illmo quam Decano et Capitulo nostro; testibus 
etiam ad hoc specialiter vocatis RR. DD. Gebardo Een- 
HüiosEN S, Th. L. Pastore Hornano et M'"" Paulo Ber- 
NARDi Thadema, ordinario per Frisiam operario. 

A» 1630, 8 JuU Capitulum extraordinarium. 

Cïonvocati ab Amp. D. Decano ad instantiam Amp. D. 
SiXTii Vicarii nostri , cupientis resignare Vicariatum suum , 
conaparuerunt cum ipsis RR. adra. DD. AlkemadiüS, 
^OLFPiüS, BuggaeüS, BanniüS et Exim. D. Marius, 
«t post S. Spiritus invocationem, acta sunt infrascripta. 



Ik 



28 ^ 

1. Proposuit Amp. D. Sixtiüs voluntatem suam deli- 
beratam esse, resignare curam Vicariatus Capituli nostri , 
propter impotentiam corporis morbosque varios quibus 
quotidie magis magisque gravaretur, ideoque Visitatio 
Dioecesis, hoc tempore maxime necessaria, ipsi impossi- 
bilis vel saltem valde diflScilis foret, cujus defectu tarnen 
quotidie multa incommoda evenirent , quae per Visitatio - 
nem praeveniri vel impediri potuisse ipsi viderentur. Unde 
in conscientia se irravatum esse dixit, si officium retineret, 
cujus executiopem praestare non posset; petivit proinde 
onus istud humeris suis impar a se auferri. 

2. Ad hunc instantiam, proponente Decano, consultave- 
runt Confratres : 1. An non expediat rogare Amp. Prae- 
positum, ut velit continuare officium Vicariatus? Et re- 
sponderunt omnes, expedire. 2. An si neget continuare, 
non expediat ipsi proponere, ut assumptis duobus, ex 

Pag. 9. Capitulo , pro diversitate temporis et occasionis per Capi- 
tulum deputandis, tamquam sociis et adjutoribus, eis uti 
placeat D Praeposito, quibus plena esset potestas dispo- 
nendi dum in Visitatione vel alio exercitie Vicariatus 
essent, idque agerent nomine ipsius , propter authoritatem 
diuturnae suae administrationis? Et responderunt, placere. 
8. An si praedictis non acceptatis, nihilominus persistat 
in voluntate resignandi officium , gratiae ei sint agendae , 
et per quos? Et elegerunt Confratres Amp. D, Decanum 
et Exim. D. Mabium ad praedicta praestanda. 

3. Itaque persistente Amp D. Praeposito in petitione 
liberationis a Vicariatu, acceptata est resignatie, tam ab 
lUmo D Vicario Aplico (cujus particulariter pèr Dioecesin 
nostram Vicarium egerat) quam aCapitulo nostro; agentibus 
ei immensas gratias lUma sua celsitudine , Amp. D. Decano 
nostro et Exim. D. M ario vicissim, pro cura et maximis la- 
boribus quos per Dioecesin nostram, tam intus quam extra, 
jam ultra viginti annos perpessus esset in generali Vicariatu, 



29 

4. Deinde ad propositionem Ampi D. Decani processum 
est ad electionem uovi Vicarii^ Dccano singulorum vota 
scripta excipiente^ et ad lUmum deferente ; quo suum etiam 
addente 5 repertum est plurium votis elcctum esse Exim. 
D. Leonabdum Mabiüm; quem etiam lUmus V. A. in- 
super creavit Vicarium suum per Dioecesin nostram , pro- 
mittens ei litteras faeultatis desuper dare, et Amp. D. 
Praeposito declaratorias iidelis suaeadministrationis peractae 
et honorificae resignationis Vicariatus saepedicti. 

Has tredecim Capitulares Congregationes praedictas 
ex schaedis fideliter descripsi libro in hoc [?] 

■ • 

Ego JoANNES BüOGAEUS^ Capituli Harlemensis, 
Notarius, 1680, 19 Jul. 

A° D, 1680, die 15 Oct. Capitulum ordinarium. 

Congregatis loco solito adm. RR. DD, Amp. D. Judoco 
Catzio, Decano. 

Floeentio Alkemade, seniore, Qüirino Costero, 
Joanne Buggaeo, J. Alberto Bannio, Leonabdo 
Mabio, facta Spiritus S. invocatione, propositi fuerunt se- 
quentes articuli collegialiter resolvendi : 

1. De poena absentium et bospitio Canonicorum cum 
ad Capitulum convocantur. 

i. De Visitatione Dioecesis. 

3. De literis dandes adm. R. D. Vicario quoad oflScium 
Buum susceptum; aliis item dandis Amp D. Praeposito 
quoad officium Vicariatus administratum. 

4. De terminis Episcopatus contentiosis, 

5. De Archivo Capituli et loco Congregationum ordinario, 

6. De praebenda Fonkij, aliquando confratris nostri, nunc 
autem apud PP. Societatis professi. 

7. De Confratribus duobus nuper Ao 1629, Jul. 13 
per lUmum V. A. creatis, et nunc in actualem posses- 
siunem introducendis, et eorum authoritate. 



k 



30 

8. De translatione Reliquiarum S. Bavonis. 

9. De o£Scio S. Bavonis et aliorum Sanctorum nostrae 
Dioecesis. Item de festo Annunciationis^ cum incidit post 
Dominicam Palmarum, aut in ipsam Dominicam. 

10. De bina celebratione in una die. 

11. De Chronologia Oapituli , et rerum Ecclesiasticarum 
per nostram Dioecesin. 

Pae.lO 12. De Directorio anni sequentis. 

13. De Poenitentiario per lUustrissimum constituendo. 

14. De Scriptore ad Urbem, qui ad minus tertiis septi- 
manis scribat Agenti nostro D. Meijsio et aliquoties lUmo 
Cardinali Protectori Lüdovisio. 

16, De Sodalitate SS. Willibrordi etBonifacii promovenda, 

16. An deputandi sint aliqui ex gremio, capaces Apó- 
stolicarum commissionum , prout Conc. Trid. requirit. 

17. De literis quibusdam Monacho-damo Alcmariam 
missis, ex causa nuperae Visitationis. 

Et quia hactenus Capitulum caruerat Secretarie usum- 
que fuerat notariis solum eisque non juratis, quorum unus 
R. D. SiMON SoviüS obierat a« 1626, Sept., alter vero 
R. Ö. JoANNES BuGGAEUS^ Confrater hucusque ejus vices 
per renovatas Capituli deputationes obierat: ut deinceps 
acta omnia juramenti vim habeant, primo instituta f uit per 
scripta Canonicorum vota electio Secretarii, electusque 
f uit plurium votis idem R. D. Buggaeus. 

Deinde facta electionis promulgatione 5 in plena Capi- 
tulari Gongregatione praestitit Gapitulo juramentum fide- 
litatis^ ut ex sequenti instrumento patet: 

Oopia. 
Ao D» 1680, Indict, 13, Pont. S. D. N. ürbani PP, 
VIII. A« 7% die 15 Oct. R^' DD. Decanus et Ganonici 
Gath. Ecclesiae Harlemensis Gapitulariter congregati , com- 



31 

munibus votis et suffragiis unanimiter elegerunt in Secre- 
tarium Capituli sui R. D. Joannem Buggaeum , S. Th. L. 
ejusdem Ecclesiae Canonicum Graduatum. Qui coram iis- 
dem Dominis Canonicis acceptans dictam electionem , tactis 
per eum corporaliter sacris scripturis, juravit ad Dominum 
Deum suuiUj se oflScium suutn fideliter ac legaliter im- 
pletarum. In cujus rei fidem praesens instrumentum a 
me Notario infrascripto ac ejusdem Gathedralis Ecclesiae 
Canonico, dicti Dni Canonici petierunt conscribi et fide 
pablica donari. Actum Harlemi in loco Capituli anno^ 
mense^ die suprascriptis. Quod testor rogatus et requisitus. 
Et erat infrascriptum. 

J. Albertüs Banniüs, Canonicus Harlemensis, 

Notarjus Apostolicus. 
Hanc veram copiam esse testor ego J. Buggaeus , Se- 
cretarius Capituli Harlemensis. 

Formula juramenti Secretariorum. 
Ego N. sancte promitto, quod R™®'D. Episcopo mèo 
pro tempore, nee non Capitulo Cathédrali Harlemensi in 
omnibus obediens ac fidelis ero ; acta eorum sincere notabo, 
et diligenter custodiam, secreta eorum nomlni pandam, 
caeteraque ad officium Secretarii spectantia plane et integre 
observabo, omnique juri ac privilegie mihi in contrarium 
competenti vel ullo unquam tempore competituro , ex nunc 
prout ex tune, matura deliberatione desuper habita, sponte 
ac libere renuncio. Sic me Deus adjuvet et haec sancta 
ejus Evangelia. 

Electo et per juramentum confirmato Secretarie, placuit 
DD. Capitularibus, ut ex Confratribus unus quoque Capituli 
Fiscus designaretur. Ac mox consentientibus votis electus 
est Clariss. ac Consul tiss. J. Albertüs Bannius J. U. D. Pag. il 
De cujus o£Scio videatur Cap. 13, Statut, §§ i/Insuper 
statuimus." 



32 

Resolutio articulorum initio ad decisionem proposito- 
rum. ') 

Responsum fuit consentieiitibus votis : 

Ad 1°^. Quod etsi A° 1621, die 16 Sept. imposita 
fuerit absentibus sine legitima causa mulcta pecuniaria, 
idemque A^ 1628, die 5 Decemb. fuerit reuovatum, ut 
ex actis patet N. 2 et 7 sub dictis aunis : tarnen quia nulla 
mulcta fuit determinata , nunc placuit 

1" ut dies comparitionis ad Capitula trimestria per Ampl. 
D. Decanum ejusve substitutum Canonicis extra Harlemum 
habitantibus decemdio ante praeinsuetur [sic] , ^) sub for- 
mula , quae bic sequitur : 

Formula citationis ad Capitula trimestria. 

R. D. Confrater, Adm. R. Amplissimusque D. Decanus 
noster pro ratione officii sui Capitulum convocans , Reve- 
rentias vestras tenore praesentium monet ac rogat : ut 
die .... in loco residentiae ipsius comparere, ejusque uti 
hospitio dignetur ; quatenus sequenti die , quae erit .... 
ad boram .... se praesentet in loco Capitulari ac con- 
ventu ordinario post singula quatuor anni tempora, ex 
communi ordinatione Capituli celebrari solito ; ut negotia 
communia collegialiter tractari queant. Actum Harlemi 
die ... . A' Ex mandafo Ampl, D. Decani N. 

2^ Statutum fuit, ut qui et Canonicis deinde ad diem 
et horam dictam non comparuerint sed absentaverint, 
neque se legitime excusaverint , si habitent in urbe , Har- 
lemensi , mulctentur duobus sacris dicundis in beneficium 
spirituale Confratrum, uno pro defunctis altero pro vivis, 
et simul solvant Imperialem dalerum in usum Capituli; 
sin vero habitent extra urbem, mulctentur item duobus 
sacris et dimidiato Imperiali* 

1) Zie hierboven biz. 29. 2) praeinsinuetar. [r] 



33 

Nota quod ab hac Congregatione absens fuerit Confra- 
ter noster Aüg. Wolfiüs , qui per litteras datas ad Con- 
firatrem Bannium excusavit se propter febrim qua tene- 
batar. 

' Ad 2. Quia hoc A** habita fuerat Visitatio nomine 
Illustrissimi Y. A.^ putant Capitulares, posse hoc anno 
Visitationem Capitularem D^ Vicarii praetermitti ; ita tarnen 
ut simul tractetur de modo quo Visitatio' Illustrissimi 
(annue ab eo vel ejus nomine facienda secundum Statu- 
turn in oppido Amsteledamensi hoc A° 22 Jan.) Visitationi 
Capitulari, aut adm. R, D. Vicarii non praejudicet, neque 
impediat quominus ille^ ubi necessum fuerit^ remedia ad 
reformationem necessaria praescribat et exequatur. 

Conclusum fuit ut Capitularis Visitatio praeveniat eam^ 
quam Illustrissimus D. decrevit annue faciendam : ut 
scilicet fiat statim post solemnitatem Paschalem , seu Ca- 
pitulum quod habendum erit fer. 2 post Dominicam in 
Albis^ quando determinandi erunt Visitatores, et loca 
assignanda. 

Ad 3"*. Flacuit et Vicario noviter electo suae institu- 
tionis, et nuper defuncto sanctae administrationis literas 
dari; rogatum tarnen fuit, ut uterque prius Capitulo eas 
literas communicaret, quas eodem titulö ab lUmo Vicario Pag. 12 
Aplico acceperat. 

Ad 4°^. Judicarunt.Capitulares, manendum in jure scripto 
in Bulla erectionis Episcopatus nostri, ut si vacent, pro- 
videatur eis a Dioecesi in qua loca notata sunt, et Ad- 
ministri qui modo sunt permittantur, et concordetur pacifice 
cum Dominis Ultrajectensibus de Visitatione locorum fini- 
timorum per Amp. D. Decanum et Vicarium nostrum 
Mabium, juxta ea quae in ultima Congregatione ab 
eisdem acta sunt. 

Ad b^. Locus archivi ab Amp. Decano assignatus est 
cubiculum certum et secretum in aedibus ipsius, Capituli 

BQdngen Qeich. Biwl. v. Haarlem. X* Deel. 3 



34. 

vero, seu ordinarius conventionis locus determinatus est 
aula superior in domo ipsius, 

Ad 6°*. Significa vit Capitulo adm. R. D. Vicarius, litteras 
se accepisse a R. P. Fonckio , jam in Societate professo , 
quibus declarat se praebendam suam supradictam libere 
in manus Capituli resignare, ut alius in locum ipsius 
vacantem^ cum visum fuerit, eligi possit. 

Ad 7°^. Elegerat Illmus D. V. Aplicus ex jure ad se 
devoluto, in Canonicos non Graduatos RR. DD. AuGUSTi- 

NÜM AlSTIÜM BLOMMERUM5 JOANNEM BeENIÜM S, Th. L, 

et Jacobum Olaeum S. Th. L. Et quia Olaeum jam 
ante Canonicatuni resignaverat , ut ex actis anni praece- 
dentis patet^ Blommebtius vero hac ipsa Gongregatione 
Gapitulari petierat , introductionem suam adbuc ad tempus 
differri: solus M. Joannbs Beenius loco et more solito 
solemniter admissus fuit, data ei per Amp. D. Decanum, 
post factam Fidei professionem et debiti juramenti prae- 
stationem , Ganonicatus sui legittima possessione , per 
birreti impositionem et almucbii investituram ; ') atque 
ita a singulis Gapitularibus cum osculo gratulationis fuit 
admissus. 

N. Ante banc admissionem^ lectis Gapituli constitutió- 
nibus ac praecipue Gapite 4 de novem praebendis affectis 5 
unanimiter de Ganonicis non Graduatis statutum fuit: 

1^ In ordinariis Gapituli Gongregationibus et convocatio- 
nibus, eos quoque ceu Gapitulares convocandos esse et 
admittendos, habere quoque vocem activam in omnibus 
eis in quibus habent vocem passivam. 

2® Non babere eos vocem passivam^ ad dignitates Ga- 
pituli ^ nee ad faciendam Visitationem > nee ad assistenduni 
Visitationi per modum GoUegae, nee ad examen ordinan- 
dorum vel curae animarum praeficiendorum. 



1) Later bqgeichreFeD : assigoato ei stallo in choro et Oapitalo. 



35 

' 3® Quoties in Capitulo de his quatuor articuHs, aut 
uno eorum agendum erit, non debere eos ad Congrega- 
tionem Capitularem vocari aut adinitti. 

4° Manere tarnen penes Capitulum potestatem^ ut in 
delegationibus Visitatori per modum Collegae, aut Exa- 
minatori ordinandorum eorum opera uti possit; uti et 
aliorum qui non sunt de gremio Capituli; si tarnen inter 
Graduatos aut alia Capituli membra non sit alius officio 
idoneus. 

5® Quod si sit ordinarius dies Capituli, aut quaelibet 
alii Capitularis Congregatio , et eontingat adesse non Gra- 
duatos, prius ea, praesentibus solis Graduatis, Capitularitur 
pertractari debere quae N® 2 recensita sunt , aut quaelebet 
alia quae solos Graduatos concernunt; eos vero qui non 
Grraduata beneficia habent non prius admitti debere quam 
alia absoluta et expedita sint. 

Ad 8". Vide infra post paginam seq. ') 
. Ad 9^, De officio S. Bavonis , examinatis antiphonis ad Pag. 1 3 
primas vesperas et ad laudes, concordantibus cum officio 
Gandensi, placuit ut retinerentur, 

Capitulum et hymnus placuerunt ex officio Gandensi , 
oratio ex officio Harlemensi. 

Ad matutinum Invitatorium de communi confessorum, 
bjmnus ex Gandensi, Antiphonae et Responsoria in noctur- 
nis ex officio Gandensi, E vang. Ecce nos reliquimus omnia, 
cum homilia ex Breviario et infra octavam ex octavario 
Komano. 

Lect"" 1' nocturni ex Breviario in Com. Beatus vir qui 
inyentus , 2' noct. ex vita Sancti ut in Gandensi examinata, 

Ad laudes Antiphonae et Capitulum ut in 1" Vesp. 
Hymnus ex Gandensi. Ad Benedictus consentit cum Gand. 

Tertia, Sexta et Nona ex com., Capitula ex Gand. 

1) Zie hierachter biz. 37. 



36 

Ad 2*^ Vesp, Antiphonae ex 6and« Capitulum et hym- 
nas ex primis Vesp. 

Antiphona ad Magnif. O remedium ex Graduali Har- ^ 
lemensi. 

Infra Octavam juxta regulam, exceptis lect. 2 et 3 
noct. nam lect"*" 2 noct. erunt ex vita, 3* noct. secundum 
Octavariumj fol. 444. 

N. 0£Scia aliorum Sanctorum imposita sunt D. Yicario, 
juxta ea quae A° 1629 die 7 Maji Ultrajecti statuta sunt. 

De festo Annunciationis B. Virginis decretum^ quod 
casibas positis anticipetur et celebretur, tam in officio 
divino quam in populo, sabbatho ante Dominicam Pal- 
marum , secundum antiquam consuetudinem dioecesis 
nostrae, quae etiam servari dicitur per Germaniam. ') 

Ad 10"*. NuUi permittendum bujus privilegii usum, 
nisi ab Illmo V. ApHco item Vicario nostro aut Decano 
Harlemepsi facultatem impetraverit et necessitatis decla- 
rationem, eamque Ordinarip loei exhibeat, et ad illius 
directionem sese accommodet. ^) 

Ad 1 V^, Rogati sunt RR. DD. Confratres J. Buggaeus 
et J. A. Bannius ut dignentur laborem illum in se susci- 
pere ; qui etiam se pro bono publico voluntarios obtulerunt, 

Ad 12"^. Rogatus est Consult. D. Bannius, qui et 
suscepit. 

Ad 13°^. Propona^^tur lUustrissimo cum advenerit 

Ad 14™. Placuit ut cura scriptionis ordinariae ad Urbem 
maneat apud bebdomadariam Congregationem Capitularem, 
quae fit Uarlemi; ita ut ad eam per deputatos certorum 
districtuum ^ sive Archipresbyteros sive alios, ea referantur 
diligenter, quae eis locis notatu et scriptu digna occur- 

» 

\y Hier is in den tekst doorgeschrapt: Et litterae confirmatioDis desaper 
requiraotor ab Illmo V. Aplico, eo is ter zgde io de plaats geschreven: 
sicat viva voce lUmas D. Decano nostro concessit. 

2) Ter zqde bijgeschreven: V. Decreta A» 1628 Illastrissimi. 



87 

rent. In quem visum D. Wolfio assignatus est a Capitulo . 
tractus Hollandiae aquilonaris ab Enchusa usque ad Lan-f 
ghereyeam ; D°, Costero tractus ejusdem HolUcndiae aqui- 
lonaris a Langhereijsa ad Oceanum, inclusa Texalia et 
Fersus meridiem usque a,i fleylo inclusive, Ampl. D, De- 
canus assumpsit in curam suam inspectionem totius Kenne- 
mariae, Waterlandiam pro primo curabit Vicarius, 

Ad 15°^, Placuit diflFerri usque ad communicationem 
indulgeutiarum de qua Romae agitur. 

Ad 16"*, In Judices Dioecesanos nominati sunt August. 

WOLFFIÜS, QUIBINUS COSTEBUS, JOANNES BüGGAEUS, 

J, A. Banniüs. 

Ad 1 7"*. Ut visitatores Monachodamenses de ea re refe- 
rant ad lUmum Vicarium Aplicum. 

Ad 8°^, ') Notandum, R"', P. Arnoldum de Witte, Pag,i4 
Ordinis minorum S. Francisci et conventus Coloniensis, 
hoc anno ex civitate ista attulisse certas^quasdam reliquias 
de ipso corpore S. Bavonisy Patroni Ecclesiae nostrae 
Cathedralis, a nostris praedecessoribus olim acceptas a R. 
adm. P. NicOLAO Wiggêrio , tertium Provinciali Ordinis 
praedicti , quas moriturus petierat Capitulo nostro restitui 
per P, Arnoldum praedictum. Has itaque AmpL Decano 
nostro traditas, in Sacello ipsius Confratres inspexerunt 
et osculoVenerati sunt 15 Oct. sub vesperam, deponente 
P. Arnoldo dictp, cum juramento, has esse easdem quas 
P. NicOLAUS quondam acceperat a Capitulo nostro et 
restitui petierat; commissumque a Confratribus AmpL 
Decano, ut eas debito honore et custodia, in perpetuam 
Patroni nostri venerationem et Ecclesiae nostrae tutelam 
eas asservet. Quod factum est coram pluribus, facto de- 
super instrumento a Confratre nostro J. A, Bannio, 
Notario Aplico. Et terminata est baec celebris reliquiai^um 

1) Vergelgk hierboven b). 85. 



38 

Sanctarum translatie cantu hymni Iste Confessor et Col- 
lecta de S. Theod. 9 Novem, applicata S. Bavoni, 

Deniqué propositum fait: an quia lUmus Vicarius in 
Vicariatum suura , ex Capitulo Harleménsi RR. DD. De- 
canum et Vicarium nostrum Harlemensem ac Wolffium, 
Archipresbyterum Enchusanum cum Joanne Buggaeo 
[evocaverat?]: placeret Capitularibus Dominis, sive his 
sive aliis quos lUmus evocabit, facultatem amplissimam 
concedere agendi nomine Capituli dè quibuscumque negotiis 
ad Capituli statum spectantibus ? — Et fuit Capitulariter 
responsum quod concederent. 

Absoluta sunt baec die 16 Oct, ante meridiem. 
De creatione Praepositi, Poenitentiarii et duorum 
Confratrum Graduatorum. 

A° D"* 1631, die 28 Jan. Congregatis loco solito adm. 
RR. DD. AmpU D. Jud. Catzio, Decano, Florentio 
Alkemade, seniore, Augustino Wolfio, Quibino 
CosTERO, Joanne Buggaeo, J. Alb. Bannio, Leonaedo 
Mario et M. Joanne Beenio , post invocationem S. Spi- 
ritus, actum est de supplendo numero Confriatrum Gra- 
duatorum in locum M. Joannes Fonckii, Societatem 
ingressi , et Ampliss. D. Sibrandi Sixtii , Praepositi nostri 
qui 9 bujus pie adraodum in Domino obdormierat. 

Et 2° votis scripto datis, convenerunt in êlectionem 
D' AuGUSTiNi Alstii Blommertii, ut succederet in lo- 
cum Ampliss. D. SixTii, et M" Joannis Beenii, Con- 
fratris nostri, ut praebendam affectam Fonckii occuparet. 
Qui etiam ad Congregationem vocati, praebendas istAs 
cum gratiarum actione acceptarunt. 

3». Disputatum fuit, uter eorum praecederet; et con- 
clusum fuit per vota praecedere debere D. Blommertiüm, 
ea conditione quod intra annum gradum Licentiae vel 
Doctoratus in Theologia ac Jure in famosa aliqua üniver- 
sitate susciperet; quod et se facturura promisit; ratio 



39 

autem praeferentiae erat, quo^ licet D. Beenius jam ante 
possessionem Canonicatum adiisset, Blommertius tarnen 
tam voto lUmi praeferretur , quam quod arfte Beenium 
ante annos aliqüot desideratus fuerat a Capitulo ut in 
Confratrem assumeretur, si locus vacaret. 

Et déclarata fuit ab Ampl. D. Decano voluntas Illmi 
V. A. constituentis Archidiaconum seu Praepositum nobis 
Exim. D. Leon. Mariüm, Vicarium nostrum, et Poeni- 
tentiarium M. August. Wólfium. De quibtig, uti et 
electione duorum Confratrum praelectae sunt litterae lUii- 
strissimi , quas post pari consensu electionem ad Dignitates 
praedictas factam , Ultrajecti cum Ampl. D.^ Decano nostro 
M'° JoANNE Buggaeo et Bannio, scripserat. Litterae 
autem sic se habebant: 

Oopia. Pag. 15 

Adm. RR**** et Eximiis Dnis Decano et Capitulo Cathe- 
dralis Ecclesiae Harlemensis. 

Admodum R*** Domini ét Oonfratres, 

Visum est nobis, cum consilio Adm. R*^* D. Decani et 
quorumcfhm de Capitulo vesfro, expedire, ut Cathedrali 
Ecclesiae Harlemeinsi quanto citius de novo Praeposito et 
Archidiacono provideretur, in locum R*** Dni M" Sibrandi 
Sixtii p. m, ; ideoque declaramus nobis placuisse , ut R**"* 
et Eximius M' Leonardus Marius, S. Th. Doctor, con- 
frater vester, in Praepositum et Archidiaconum assumere- 
tur; cui etiam Praeposituram et Archidiaconatum contu- 
limus, litteras patentes collationis ipsi propediem com- 
municaturi. Poterit R<*"* D. Decanus cum Capitulo eumdem 
certo aliquo die ad hoc designando ad possessionem ad- 
mittere, ne quis alius subrepat. 

Poenitentiarium Ecclesiae Harlemensis designavimus R°^. 
D"*. M. Augustinum WolflBum , Cathedralis Ecclesiae 
Harlemensis Canonicum. Similiter declaramus placere no- 



40 

bia, ut de Canonicatu et praebenda per obitum R*" D. 
Sibrandï Sixtii vacante, provideatnr adm. R. D. M. Augn- 
stino Blomoiartio, cujus erit intra aonum gradum conve- 
nientem suscipere. Item praebendara graduatam, per in- 
gressum et professionem M. Joannia Fonkü in Societate 
Jesu vacantem, conferendam du::imuB R^ D'. M. Joaniii 
Beenïo, S. Tb. Licentiato. Circa quoa si nobiscum idem 
sentiatis, poterunt et illi Capitulariter in posseSBionem 
introduci. Litteras pro bia similiter suo tempore expedituri 
sumus. DeuB adm. R^ Dominationes vestras pro bono 
Ecclesiae in pmni bono confortet et in ana pace cnstodiat. 
Ex loco Doatro die SO Januarii A." 1631. Et infra atabat: 
Adm. RR'^'* Dominattonibus veatris addictias. 
in Dno conservua 
Pbil, Arcbiepns Philippen. Vic, Aplicos. 
Hanc copiam cum autographo per omnia convenire testor. 
Ego JoAKNES Bdggaeus, Catbed. Capituli 
Harlem. Secret. 

4°, Eodem die 28, in sacello Ampl. D. Catzii hora 
circiter 12 in meridie, peracta est Introductio pra4dictoruro 
ad dignitates et praebendasacquiaitas, oti dictum eat, per 
eunidem Ampl. D. Jüdocum Catziüm , Decaniim nostrum, 
poat praestitum ab eïa juramentam fidei Catholicae et fide- 
litatia secundum Statuta noatra, Assignata sunt eis loca 
competentia in Choro et Capitulo, praesentibas reliquis 
Confratribua et teatibua ad hoc apecialiter vocatis M"> 
JoANNE CoETio, S; Th. Bacc. Paatore Wormariensi, et 
M" Hehbico de Beutn et M'" Balddino Oatzio, prea- 

Ita testor Ego Joanmes Bdggaeüb, 
Cathed. Eccliae Harlem. Secret. 

fico epulo per Ampliaa. D, Decanum praepa- 
1}U8 ipsius, horonaü fuerunt praedicti Domini 



41 

recens institutie quibus primarii ex civibus Harlemensibus, 
ad hunc actum invitati, simul sunt et congratulati. 

Die 29 ante meridiem Capitulariter Congregatis Cano- 
nicis pleno numero novera Graduatorilm (quod post turbas 
vix contigerat), post S. Spiritus invocationem praelecta 
sunt statuta in postrema Congregatione. # 

Et 1, Quantum ad articulum nonum , examinatae sunt 
lectiones 2 nocturni de Vita S, Bavonia , proüt post heb- 
domarias aliquot conventiones et ventilationes , per D. 
Bannium descriptae erant. Et quia plura adhuc dubia 
occurrebant quae pro brevitate temporis resolvi non pote- 
rant, data cura examinandi Ampl. D. Praeposito Mabio^ 
qui scripta secum sumpsit ad locum residentiae suae« 

2. De cultu festi Annunciationis eodem numero 9 ex-Pag.i6 
plicato, monitus est D. WoLFFiüS (qui praecedenti Con- 
gregatione absens fuerat) et D. CosteeiüS , ut in locis 
inspectionis suae, numero 14 supra assignatis. Sacerdotibus 
saecularibus et regularibus illud tempestive significent, 

ut conformiter festum illud ubique celebretur. 

3. De abstinentia a lacticiniis in Quadragesima relatum 
est^ quosdam sacerdotes publieare tantum duos dies prae- 
ceptos. Et statutum est^ ab omnibus sacerdotibus publi- 
candum esse praeceptum istud pariformiter secundum tabu- 
las dioecesis nostrae et Ultrajectensis , videlicet postremos 
qnatuor dies hebdomodae Sanctae praeceptos esse et ser- 
vandos cum tali abstinentia. Addatur tamen, quod si qui 
fideles in tali abstinentia ultra vires gravatos se putent, 
poterunt petere dispensationem ab ordinariis suis , quibus 
lllustrissimus D. facultatem concessit, in uno vel etiam 
duobus diebus ex quatuor illis praedictis dispensandi; item 
quod caseus secundarius et lac pressum et serum lactis 
istis diebus permittatur, iis maxime qui sine abstinentia 
[sic] illorum commode victitare nqn possunt« 

4. Statutum , quod praedicta articulis duobus oportuno 



42 

tempore BÏgDÏBcanda erunt RR. DD"" Ultrajectensis dioe- 
cesïs, ut velint et ipsi conformiter praedicta publicare 
fidelïbus per sdos sacerdotea, praecipue eos qui operantur 
in loch vel circa, ubi consuetudo Eccleaiae Dostrae ser- 
vanda est quantum ad festum Annunciationis'. 

N. quod in hac Congregatione aeriua venit Confrater 
iioster Bloïimertius, excusans se propter dolorem capitïs. 

5. Conclusum quoque fuit, ut singuli Canonici provj- 
deant sibi de babitu canonicali, utpote bireto quadrato et 
almuchio, quorum conficiendorum cura data Confratri nostro 
Bannio pro iis qui non habebaut; qui et suscepit. 

6. Renovatum quoque fuit articulus Statutorum nostro- 
rum, es Cap. 8. § «Caeterum", quo vetatur ne quis ia 
Capitulo loquatur sive venia Ampüsa. D Decani; contra 
quod delinquenti jam statuta poena duorum Btuferomm. 

7. Item propoaitum, quod initio Congregationum una 
cum Statutia praecedentis Congregationia , semper praele- 
gantur in Capitulo decreta Dominorum nostroruin cum 
iilis ex dioeceai Ultrajectina, ut illia poaaint se dioecesani 
nostri conformare. Et sic bac Congregatione praelecta sunt 
nominatim quae pertinent ad Cantnm Kcclesiasticum jam 
acceptatum et usitatum , ut ille retineatur in editiune no- 
vornm librorum. In quem finem ut illnd plenius Bat, 
petitnm a D° Costebo, ut si quae in eo emendanda vel 
mutanda videantur, ipse perscribat ad Ampl. Decanum > 



43 

peragantur, electus est votis coramunibus in Magistrum 
Caeremouiarum consultiss. D. Bannius ; ad quem spectabit 
ordini et ritibus intendere et modos agendorum praescri- 
bere et indicare. 

N. ad articulum 7: ültrajecti quidem Illnium Dominum Pag. 17 
voluisse, ut statim promo veretur Sodalitas Sanctorum 
Willibrordi et Bonifacii ; quia tarnen officiales nobis assignati 
non sunt, visum fuit adhuc dififerre^ ob causam quoque 
art. 15 in praecedenti Capitulo positam. 

10. Et ultimo additum fuit, ut Dni Capitulares petant 
a Secretario memoriale decretorum in Capitulo, ut pos- 
sint se illis conformare , et aliis sacerdotibus quae agenda 
sunt communicare , maxime quae spectant ad resolutiones 
casuum pastoralium. Quod fecerunt hac Congregatione 

D. WOLFFICS et COSTERUS. 

Capitulum Extraordinarium, 

A. D. 1631, 12 Martii, Ad instantiam Ampliss. et 
Exim. D. Mabii, convocavit Amp. D. Decanus Catziüs, 
confratres Harlemi residentes , Buggaeum , Bannium , 
Blommertiüm et Beeniüm. Et post invocationem S. Spi- 
ritus, exposuit D. Praepositus causas convocationis, de 
quibus etiam actum ut sequitur. 

1. Lectiones secundi nocturni pro octava S, Bavonis a 
Confratribus Harlemi compositae (quas D. Buggaeus col- 
legerat et in ordinem redegerat, Bannius vero, quibus- 
dam additis stylum concinnaverat) D« Praeposito ad examen 
datae, ab ipso approbatae sunt, demptis erroribus scriptoris 

2. Petivit D. Praepositus adjuvari a Confratribus in 
Visitatione Dioecesis nostrae, quandoquidem ipse jam in 
procinctu erat ad visitandas dioeceses Leovardiensem et 
Groningensem *), et ad constituendum Pastorem Leovar- 

• 

1) Waarover hg door Rovenius tot Vicarius was aangesteld. 



44 

diensem R. D. ViTDM JAcoBf cui colktio facta erat ab 
nimo D. Vic. Ap. post obitum R. D. Lambebti Theodori. 

Gajus petitioni consenserunt Dni Capitulares. Nominavit 
vero quatnor loca praecipue, in quibus visitatio , Qomine 
Gapjtuli et Vicarii pro hoc anno, quam primum necessaria 
erat ab cansas infrascriptas. 

Primus locus est tractuï Strekae prope Enchnsam (enz. 
Zie het reeds medegedeelde in het IV'^.Deel dezer Bij- 
dragen bl. 145). 

Secundus lecus est Alemaria (D. III, bl. 155), 

Tertius locus Schaga (D. VII, bl. 175). 

Quartua locus Momkedamum (D, VII, bl. 157). 
PBg.19 A. D. 1631, 28 Aprilis convocati DD, Capitulares ab 
Ampl. D. Decano Catzio, comparueruQt omnea excepto 
D. Alkehadio Seniore (rationera absentiae non insïnuavit) 
et D. Blohuero, qui Rbemoa ad suscipïendam promoti- 
onem profectus fuerat, Et conclusa sunt inter eoa se- 
quentia : ■ 

1. ut imposterum notetur in Directorio Ahstinentia a 
lacHeiniis guatuor diebus ante Pascha Item Vigilia Saticti 
Matkiae sine jejunio. 

2. Scribatur ad Urbem nomine Capituli nostri ad ad- 
vocatum Meijs, a quo jam hinc ab anno nihil responai 
acceptum, ut promoveat negotia £kx^lesiae nostrae, maxime 
communicationem Indulgentiarum. Litterae autem hodie 
per Ampl. D. Mabium espeditae fuerunt. Ad quas cum 
responsum fuerit ab eo, scriptio frequens Harlemo fieri 
debebit, uti supra statutum A° 1631, 15 Oct, inresp. ad 14. 

3. Rogandus Illmua D. V. Aplicua , ut Dioecesin 
nostram visitare prima oportunitate dignetur. Cnram in- 
vitandi ipsum personaliter assumpsit Ampl. D. Oatzids. 
Inauper cum adm. R. D. Wachtelaeb communicet ea 
quae de Feato Annunciationis , de Vigilia S. Mathiae et 
Abstinentia a lacticinüs a Capitulo nostro statuta sunt. 



45 

ut pariformiter ab iis practicetur in locis dioecesis nostrae 
ad quae suos sacerdotes mittit. 

4. Propositum fuit ab Ampl, D, Mabio de Indulgentiis 
ab ürbano PP. recenter emanatis et declaratum, 1" quod 
illae jam per civitatem et Archiepiscopatum Ultrajectensem 
publicatae fuerint , idque sine ulla praevia communicatione 
cum Capitulo vel Vicario Harlemensi. Et notatus est in 
Dominis Ultrajectensibus abusus in eo y qnod contra so- 
lemnia conventa haec attentaverint inco^sultis nobis ; unde 
2^ statutum est, ut promulgatio illarum Indulgentiarjum 
per Episcopatum ^arlemensem dideratur in adventum 
Illmi D. V. A. ad pos , et cum eo Harlemi Capitulariter 
de bac re agatur. 

5. Significavit nobis Ampl. D. Praepositus se elegisse 
et constituisse Archipresbjteros certorum districtuum Adm. 
RR, Dnos AüG. Wolffiüm et Quirinum Costerium 
(de quo litteras exbibituri nobis sunt prima oportunitate) 
secundum inspectionem eis commissam anno praecedenti 
in Oct. in resp. ad q. 14, et constitutum ut prima opor- 
tunitate f adhibito sibi collega Capitulari , visitent loca sibi 
definita, uti et Ampliss. D« Decanus et Vicarius sua; nempe 
Decanus Kenemariam et Rijnlandiam , Vicarius Amstelan* 
diam et Waeterlandiam ^ reservans sibi etiam Schagam 
et Hooghenhaapoel [sic] , D. Poenitentiarius Wolffius ab 
Enehuysa usque Langhe-reysam versus occidentem usque 
Schaerdam et Mijsen inclusive versus occidentem inter et 
meridiem, D. Lic. CosteriüS a Langhe reysa usque Ocea- 
num inclusa Taxalia et versus meridiem usque Heilo 
inclusive. Visitatores autem praedicti hos assumpserunt 
socios: Decanus Beeniüm, Wolfius Bannium, Costerus 

BUGOAEUM. 

Decretum quoque, ut Acta visitationum , tam praeterita- pag, 20 
rum quara futurarum mittantur ad Secretarium, ut serven- 
tur in archivis pro futuris temporibus. Additum quoque fuit. 



ut deinceps Pastores et Ordïnarii singulorum'locorum ipsi 
per se aat alium sacerdotem accipiant SS. Olea a sais 
Arcbipresbyteris respective; quae ipsi statim post festa 
Fascbalia a Vicario General) petere debebunt. 

6. (Dl. I, bl. 441.) 

7. De religiosis peregre advenientibus ad faciendas col- 
lectas statutum fuit, nuUas imposterum dandas eis com- 
mendatitias ad sacerdotes vel plebem/ neqae permittendas 
coUectas, propter quotidianas fraudes. 

8. Conferent imposterum ad Capitulum singuH Con- 
fratres librum memorialem in qno , antequam discedaat 
notabnnt acta sibi scitu oecessaria ad. intimandum etiam 
aliis sacerdotibus ; idque sub mulcta duorum stuferorum. 

9. Propositum sunm qnoque declaravit Ampl. D. Vi- 
carius edere decretum probibitorJum , ne quis matrimonio 
juDgat sibi non aubditos habentes ordinarium sacerdotem^ 
sub poena quod contra laciens ipso facto suspensus erit 
ab ofBciis sacerdotalibus, saltem ad sex bebdomadas; idque 
conformiter ad Conc. Tnd. Sess, 24 de reform, matrim, ') 

10. Decretum quoque, ut Dni Capïtnlares Harlemi re- 
sidentes progrediantnr in facïenda Cbronologia Episcopatns 
nostri, cujus confictendi cura commissa fuerat Ampliss. 
D. Vicario in Congregatton^Dioecesanornm. In qnem fiuem 
promisit Ampl. D. Decanus procurare notata quae vel penes 
ipsum sunt, -veX Colonia a D. VosMEBO haberi poterant. 

11. Mittat ad Capitulum Amp. D. Vicarius litteras 
Vicariatiis sïbi coUati et facultatem acceptarum a V, Apüco, 
item litteras a se scriptas ad D. Loeffjum, Pastorem 

wtarianum post resignationem ab eo factam, 
3 Sanctorum Episcopatns nostri a se composita, 



a«n d«n kant bijgcschrevea : Contra qnam rcgalim pec- 
>tiii eit D. Ubuhabdoi Putor ia Sraidt , qoi ■ Vicario 



47 

responsum quoque M. Petbi Cannii ad quaestionem de 
matrimonio coram se inito Harlemensium ad eum excur- 
rentium. 

12. Rogatus est Lic. CostbrüS, ut mittat adCapitulum 
regulas practicas de Cantu Gregoriano decenter celebrando, 
a se compositas; ut si videbitur, in eiitione Antiphonarii 
addi possint. 

13. Imposterum citabuntur Dni Capitulares a Decano 
ad Capitulum fer. 3 hebdomadae habendum , propter impe- 
dimenta diei Dominicae et longitudinem itineris speciatim 
quod D. WoLFPius instituere debet Harlemum excurrendo 
ab Enchusa. 

14. Statutum, ut si quis hora condicta in loco Capitulari 
Canonicus non adsit sed sero veniat, mulctam subeat 
quartae partis imperialis. 

15. Denique hac Congregatione tempus coenae indictum 
fuit a Decano omnibus consentientibus hora media octavae 
sub mulcta unius imperialis. 

Tractatus quoque est casus: An liceat cooperari vel pag, 21 
contribuere ad Navigationem , quam Societas Westindiae 
instituit in Guinedm, cum ea speciem mercaturae videatur 
babere? De quo cum inquirendum judicaret D. Praeposi- 
tus, suspensa est resolutie. « 

Capitulum Extraordinarium. 

A*» D. 1631 , die 20 Maji Illustriss. D. Phil Roveniüs 
V. A. Capitulum Harlemense visitans/ convocavit residen- 
tes in civitate, vid. Ampl. D. Catzium, Decanum, Büg- 
GAEUM, Bannium et Blommerium et Beënium; cum 
ipso autem advenit etiam Ampl. D. MariüS Praepositus. 

Et 1. post invocationem S. Spiritus, praelecta sunt Sta- 
tuta Capituli quoad prima 4 capita , item Concordata inter 
Vic. Aplicum et Capitulum. Et quisque secundum articu- 
los se concernentes examinatus^ officii sui rationes dedit. 

2. Ratificavit lUmus Statutum Capitulare de divisione 



48 

Episcopatus Harlemensis in 4 partes primas, seu Archi- 
presbyteratus, ut videre est supra A° 1630 in Oct. ad qv 14, 
Et quia erat difBcaltas de Rijnlandiaf eo quod D Ru- 
MOLDUS ') praetenderet Archipresbyteratum illius tractus, 
declaravit lUustrissimus, ei non competere Archipresbyte- 
ratum nisi in loca Ultrajectensibus subjecta« 

3. Omnibus Capitularibus Harlemensibus Graduatis dedit 
lUustrissimus facultatem legend! li/bros haereticos ad refel- 
lendum eos» praesertim doctriuam a Leydensibus nuper 
emanatam, uti et^nominatim D. Joanni Steenio, Joakni 
Catero, Petro Isbrandi et Wilhelmo Coopallio. 

4. Declaravit lUustrissimus 5 uti et alias fecerat , matri- 
monia in bis partibus contracta sine assistentia Parochi 
vel Ordinarii, si in eis locis assignatus sit, esse nulla. 
Et placuij; id impressis Constitutionibus adjungi. 

8. Introductus fuit D. Joannes Altiüs, (D. IV, bl 446,) 
Pag. 22 6. Vigilia S. Mathiae non jejunatur extra Quadragesi- 
mam; Festum Annunciationis per dioecesim Harlemensem 
celebratur pridie Palmarum quando incidit in septimanam 
sacram vel bebdomadam paschalem , uti supra declaratum 
hoc A® in Jan. die 29, n. 4. 

Post meridiem, die eodem. 

1. Proposita fuerunt quae Capitulum nostrum coepit 
agere cum Grandavensibus, de officio et vita S. Bavonis. 
Et quia ab eis nihil rescriptum fuit ad literas nostras , eo 
quod expectassent reditum Consultiss* D, Blommartii ex 
Francia, placuit, ut de novo ad eos quamprimum per 
Ampl. D. Decanufai et Confratrem Blommartium scriba- 
tur, eo addito, ut dignentur se in tempus proximum 
adventus D. Decani parare ad pleham responsionem. 

2. Indulsit lUustrissimus gratiose , ut deinceps in Indi* 
culo Sanctorum Patriae nostrae, seu dioecesis Uarlemen- 

1) Rumojdus Medemblik, over wien in Dl. I, bl. 267-60. 



49 

sis imprimendo, ponantar Festa S, Wulfranni 18 Martii, 
semid., S. Gangulphi 9 Maji, dup. , S. Engelmundi 21 
Junii, S. Adelberti 25 Junii, S. Werenfridi 3 Sept. semid., 
S. Jeronis 18 Aug. duplex^ S« Bavonis Dominica 1*^ post 
S. Michaelis iu Septemb. cum Indulgentia 40 dierum, in 
Parochia Harlem.; 

3. ut eidem Indiculo addatur tempus clausum matri- 
moniis celebrandis, et Ecclesiae nostrae observatie circa 
festum Annunciationis , de quo supra hoc die § 6^ et 
circa festam S. Marci occurrens in Paschate, quod tune 
cesset abstinentia et cultus illius diei, cujus officium trans- 
fertur» non autem processie vel Litaniarum lectio. 

4. Ut exemplaria praesentis Indulgentiae Papalis ple- 
nariae ad Capitulum transmittantur ab Ampl. D. Praepo- 
sito, imprimantur Harlemi pro dioecesi nestra (quae in- 
cipiet bis Indulgentiis frui ipsa Dominica Pentecostes^ facta 
promulgatione in ipsa Dominica ante Pentecosten) et in 
Archivis diligenter conserventur , ut et similes BuUae im- 
posternm emanaturae. 

5. Tradidit nobis Ampl. D. Praepositus litteras coUa- 
tionis Praepositurae suae ab Illmo datas, quas descripsi- 
mus» uti videre est ') 

Item nunciavit nobis de matrimonio civium Harlemen- 
siam inito coram M. Pëtbo Gannio, Amsteledami ^ ipsum 
deceptum fuisse» dicente sponsa se habitare Amsteledami, 
quod falsum erat; unde neque ibidem proclamationes factae 
fuerant ; constare proinde^ istud nullum esse ; eosque ad 
poenitentiam et renovationem contractus adhortandos coram 
sacellano Uarlemensi faciendam. 

Die 21 Maji ante meridiem convenientes Dni Capitu- 
lares, rogaverunt Illustrissimum ^ ut placeat convocare 
omnes Capitulares ad diem 25 Maji. Ad quod consensit 

1) De regel is niet voltooid. 
BUdngcn Qeteh. Biid. v. Haarlem Xe Deel. 4 



50 

litteraeque convocationia a Secretario statim expedïtae 
fuerunt. 

2. Fropositum fuit tune agere de regulis Cantus Gre- 
goriani, et de hoc monitus est speciatim D, Cost£bds 
uti supra in Apr. § 12. 

3. Inquirat AmpUss. D. a Gandensibus de S. Adilia , 
qnid certius habeant, an ftierit soror S. Baronia et qaid 
de ea notabile sentiant. 

4. Fetitum ab lUustrissimo, ut placeat ei relegere scripta 
Auctarii ad Molanum , continentia multos errores de viris 
illustribDs Dioecesis Ultraject, et quae improbanda vel 
corrigenda ipsi videbuntur annotare. Quod in se suscepit. 

pBg. SS A°. D'. 1631 , die SS Maji, praesentibas Illmo et Rmo 
V. A. et Capitularibus omnibus, excepto Blohhabtio 
(cai convocatio intimata non fuerat ex errore qno puta- 
batur praesenti Congregatione aessione ultima interfuisse 
quando conventus bic iodictus fuerat) hora 9 ante merï- 
diem, facta invocatione S. Spiritus: 

1. relecta sunt acta praecedentium sessionum. Et quïa 
in eis actum fuit de officiis et honore Sanctorum provinciae 
Harlemenais , ad borum continuationem Illustrisaimus dedit 
transfixum , quo instmnientum declarans veritatem reli> 
qniamm S. Bavonis quas habemus (uti videre eat suprs 
A« 1630, 16 Oct. N. 8) confirmavit et ludulgentias debite 
eas honorantibus 40** dieram largitns est. Vide trchiTom. 

2. In officio S. Gangulpbi placuit fieri Antiph. proprias, 
uti- pro parte confecerat et relegit Amp1. D. FraepositoS. 
In ofBcÏD antiquo S. Jeronis placuit retineri bymnum ejua- 
dem; pro jVicto" legendnm #Completo"; pro nPraeseB 
poenasque constanti" legendnm «FraeaeB plagas decertanti 
necant tandem virnm"; pro #Liber a pericnlis" legendum 
ipFlenuB coeli gaudüs." Antiphona ad Magn. in 1 Vesp. 
mutanda. Oratio transponenda ; Adesto Dne quaesuiDDSt 
supplicationibus nostris, et quos B. Jeronis Mart.''' a*cet- 



f 



51 

dotisque tui protegifc gloriosa confesslo : nullis permittas 
subjaceie periculis. Per Dnum N. Ad matut. Inv. hym. 
et antiph. ex communi. 1" Lect. ') 

2*® Lect. a D. Bannio concinnatae prolixiores , restrin* 
gendae erunt et super quibusdam dubiis examinandae. 
Reliqua non examinata. 

8. Tradidit nobis Ampl. D. Praepositus Bullam Indul- 
gentiae plenariae , de qua süpra n. 4 a meridie ; et est 
in Archivo; item compendium ejusdem per Ampl. D. 
Decanum imprimi curandum, authorizandum et ad singulos 
sacerdotes dioecesis nostrae mittendum ante Dom. 6 post 
Pascha. 

4* In nova impressione Antiphonalium , propositum fuit : 

P ut addatur oiScium matutinum trium dierum ante 
pascha , per modum appendicis , ut [in] eo inseri vel sepa- 
ratum haberi possit ; 2*^ placuit Illustrissimo , ut Capituli 
nomine scribatur ad D. Lic. Albinum, ne incipiat typo* 
graphus praelum Antiphonarii ante 1"^*°^ Julii hujus anni. 
Interea temporis Dni Confratres CostebüS et Bannius, 
partim seorsim partim conjunctim colligent, ac tandem 
Capitulariter proponent ea quae addenda vel mutanda 
videntur, eaque prius censurae Illustrissimi D. submit- 
tentur. Idque susceperunt. 

5. Occasione sacerdotuin 17 Hornanoruniy qui per libel- 
lum supplicem et deputatos duos, videl. D. übium et 
Petbum, conquesti sunt Illustrissimo de facta Episcopatus 
Harlemensis divisione in 4 Archipresbyteros, eo quod ex 
lis nullus Homae resideret , sicut antiquitus solet ^) : r^no- 
vavit Illustrissimus statutum et placitum suum de illa 
divisione 5 uti supra 20 Maji n. 2. Imo et dedit D. Wolffio 
et CosTERO litteras commissorias desuper. Et simul sta- 



1) De regel is onvoleind gebleven. 

2) Ter zijde aangeteekend : Videator copia. 



52 

tntum est , ut nulli sacerdotes deinceps accipiant SS. Olea 
nisi a suis Archipresbjteris , aut quibus illi ea distribuenda 
dederunt idque per sacerdotes. 
Pag. 24 6. üt deinceps non imprimantur Indiculi festornm , 
jejuniorum, aut alii libelli qui concernunt publica Eccle- 
siae exercitia, nisi cum approbatione Rmi Dni aut Vicarii 
dioecesani. 

7. Ut libelli Concordatorum et Constitutionum R"*^ non 

dentur cuiquam, nisi cum inscriptione nominis ejus cui 

dantur et a quo dantur. Ad quos distribnendos deputati 

sunt Domini 4 Archipresby teri , Tidelicet D. Praepositus, 

^ Decanus, Wolffius et Costeeüs. 

Capitulum ordinarium. 

A. D. 1631 , 8 Julii. Convocati ab Ampl. D. Decano 
Catzio, hora 9 ante meridiem^ comparuerunt omnes, 
excepto D. Praeposito, qui per litteras se excusaverat, 
et profectus erat Groningam ad Visitationem dioecesis illius. 
Et post invocationem S. Spiritus , 

1. statutum, ut imposterum Dnis Capitularibus hora 
condicta comparentibus habitus Ganonicalis cuique proprius 
etiam in domo Capitulari adsit, sub mulcta quartae partis 
imperialis, hoc est superpelliceum , almutium et byrretum 
quadratum ; de 4ui1)us modo omnibus pro visum fuit soUi* 
citudine Confratris nostri Bannii , magistri caeremonialis. 
'Et statutum, ut imposterum agantur conventus ordinarii 
in^habitu isto religioso, 

2. De ndatrimonio coram D. Cannio Amatelodami con- 
tracto, de quo supra 20 Maji N. 5 , relatum est a Confratre 
Blommebo, contrahentes asserere» non dixisse se coram 
D. Cannio^ quod Amsteledami residerent, sed simpliciter 
conjungi tantum petiisse; ita ut error in D®. Cannio 
fuerit^ eo quod de habitatione eorum non inquisierit. 
Conclusum proinde, tales habendos pro legittime conjunctis 
approbatione Pastoris et sacellanorum; solum eos monendos 



53 

de inordinate actis, excusari eos propter ignorantiam; de- 
bere tarnen per occasionem declarare ignorantiam suam 
praeteritam ^ et optare se non excurrisse Amstelodamum. 

3. Praelecta sunt nobis composita a DD. Costero et 
Bannio de dispositione cantus in Antiphonario recudendo , 
et P approbatus est ordo ab ipsis descriptus , ut habetur 
in archivo ; 2° placuit ut in laudibus vespertinis addantur . 
Hymni ex breviario antiquo Ultrajectensi hi : /yCorde natus" 
ex natali Domini ; ex tempore Passionis Dni : #Cultor Dei 
memento"; tempore Quadragesimae : i»Christe qui lux es" 
etc. et ifDeus creator omnium", et hi ad libitum cani pote- 
runt. 3® Petitum a Dno Costero, ut per modum prologi 
adjungat antiphonario regulas practicas de modo usurpandi 
cantum Gregorianum; et suscepit istud praestare. 

4. Narravit nobis D, Poenitentiarius et Archipresbyter 
D. WoLFFius, praeparasse se viam visitationi a se insti- 
tuendae propediem cum D. Bannio, et locutum fere 
omnibus sui districtus sacerdotibus ; et gratum fuisse suum 
adventum , et cum desiderio visitationem ab ipsis expectari. 

5. (D. III, bl. 156.) Item (D. I, bh 441.) 

6. (D. III, bl. 156.) Pag. 25 

7. In Catechismo parvo recudendo notata tria: 1°^. festa 
privilegiata dioecesis nostrae notata suppa 20 Maji n. 2. 
his verbis : ifuoch aflaetsdaghen in 't Bisdom van Haerlem 
sijn desen"; 2"^. textus Pater noster etc. in quibusdam 
verbis concinnius ponendus; 8°^ addatur catalogus pec- 
catorum alienorum. His invigilabit D« Buggaeus. 

8* De navigatione Societatis occidentalis Indiae determina- 
tum est, etiam illicitum esse cooperari ipsis in Guinea, eo 
quod jurent facere piraticam rapiendi omnes obvias naves, 
exceptis Hollandicis ; item quod abjurant regem Hispaniae. 

9. Agitatum, an expediat mittere aliquos ad conciones 
haereticorum , ad explorandum ritum quem tenent in 
baptismo et aliis doctrinis; et responsum,.id Vicario nostro 



eoa quo8 bonum ei vjdebi- 

in Cïvitate Harlemensi in 
:utnm, quod licet eo die 
lod tarnen votivam sacrnm 
a populo Harlemensi coli- 
/"ideA°1629,9Jul. N- 6. 
1 liceat absolvere eoB qui 
LëydensiuiQ? Et declara- 
num V. A. viva voce re- 
am Leydae habito , tam 
quod pro hoc tempore 
aestent modo aliquod jnra- 
esse de hoc negotio ad 
ilvere , donec aliter iude 

lam missae per Ampt D. 
litterae facultatnm Ampl. 
epit ab Illmo V. A , et 
BÏmiles concipere, et ad- 

snam senior caDOnicas con- 
lentia D. Decani? Et con> 
SEHADE, respousum, istud 
m Harlemi. 
[, hl. 166). 

J. }. OKU.F, Fr. 



55 



BIJDRA.GE TOT DE GESCHIEDENIS 

DER 

PAROCHIE RHOON. 



Het tegenwoordig dorp Rhoon — gelegen in het Over- 
maascbe bijna twee uren van Rotterdam — was oudtijds 
eene zandplaat of hoogte, die ten jare 119'8, door een' 
zekeren Biggo, van Dirk VII, graaf van Holland werd 
aangekocht. De kooper bekwam de gewone rechtsmacht 
der ambachtsheeren, waaronder het patronaatrecht der kerk, 
die hij moest stichten en begiftigen. De graaf bepaalde 
verder : dat noch Biggo, noch zijne opvolgers de dijken zoo 
hoog zouden opwerpen , dat 's graven landen door over- 
strooming gehinderd of beschadigd konden worden. De 
heerlijkheid verkreeg den naam van Rooden of Rhoon; 
hetzij omdat de eerste bezitters , afkomstige uit het huis 
Duveland, dat ook reeds Duveland van Rooden genoemd 
werd, het laatste lid van hunnen oorspronkelijken naam 
aan de nieuwe bezitting gaven ; of omdat hoogte , terp , 
plaat, ook wel als rode genoemd, voorkomt. Bij het volk 
bestaat nog de overlevering, beter misschien eene sage 
gezegd; dat Rhoon of Rhode, eene verbastering is van 
reuden, reutjes, die bij de bedijking, zeven in getal, in 
één nest zouden gevonden zijn. 

Nog heden bestaat het wapen van Rhoon uit vijf in 
elkander getande geeren, rechts van goud, links van keel, 
het wapen der Duvelands ; welk wapen wordt vastge- 
houden door twee gouden leeuwen, en is gedekt met een' 
helm, waarop een getijgerd drijfbrakje, een reutje, tus- 
schen biezen en andere ruigte. 



56 

Het oudste verlij, van Rhoon op een' telg van de 
familie Duveland, dat in de leenregisters van Holland 
voorkomt, dagteekent van het jaar 1393 ; het wordt voor- 
afgegaan van de volgende woorden : //De helft van den lande 
fvan Pendrecht, geheten 't landt van Rooden , streckende 
i^van den kercktoren van Pendrecht totten ambochte van 
#Catendrecht, met die hooge, middele ende lage jurisdictie ; 
^mit thienden, mit ambochte ende ghiften van der kercke 
faldaer, ende mit allen anderen sijnen toebehooren." 

Bijna drie eeuwen later, te weten op 7 Sept. 1683, 
werd de ambachtsheerlijkheid verlijd op den laatsten der 
Duvelands van Rhoon, te weten op Jonker Pieter van 
Duvenland Pietersz,, die nog onmondig was; doch de 
overdracht had geen voortgang, ten gevolge van den weer- 
stand der vele crediteuren des zwaar belasten boedels. 
De heerlijkheid werd gevolgelijk om de schulden geveild , 
en aangekocht door H' Willem Bentinck van Diepenheim , 
beter bekend onder den naam van graaf van Portland, 
den gunsteling van Willem III , stadhouder onzer Repu- 
bliek van 1688-t 1701. ' 

In libro Hypothecarum cap^ iii, fol®41, en Repertorio 
C. fol° 160, van het Holl. leenhof staat: ^Verlijdt ff 
Willem Bentinck H'. tot Drimmelen etc. , bij opdragt van 
de crediteuren van Jk'. Pieter van Duijvelandt, den 29 
Oct, 1683." Op dienzelfden dag werd in hetzelfde regis- 
ter cap® iv, fol° 253 ter neergeschreven: f Een schultbrief 
van 102,766 gis., 13 st. 4 penn., gepasseert ten behoeve 
van M^ Joost van Leeuwen , als last ende procuratie 
hebbende van de respective crediteuren van den H', Pie- 
ters van Duvelandt van Rhoon." De verachterde van 
Duvelands van Rhoon, vertrokken naar Zuid-Brabant en 
vestigden zich te Rijmenam bij Leuven, vanwaar zij zich 
echter niet lang hierna, naar Utrecht begaven, en alhier 
in andere familien zijn opgelost. 



57 

I 

In de Batavia Illust van Sim. v. Leeuwen fol. 1078: 
in de Genealogie de quelques families etc. fol. I, pag» 
15; in de Navorscher etc. etc ; komen geslachtlijsten of 
genealogische brokstukken der familie van Rhoon voor; 
ik stip bier slecbts aan : dat de stambouder der Heeren 
van Rboon scbier vijf eeuwen lang den voornaam van 
Pieter droeg ; en voorts dat de van Brienens , de Huijters , 
de Oostenburgen, de Renessen etc. aan de van Rboons 
verwantschapt waren. De heerlijkheid van 'Rhoon en Pen- 
drecht verbleef het eigendom van de familie Bentinck tot 
1830, wanneer zij, nogmaals om verarming, bij verkoop 
is overgegaan aan den WelEd. H^ Antonij van Hoboken, 
wiens nazaten ze nog heden bezitten , onder den titel van : 
Heer van Rhoon en Pendrecht. 

Van af de stichting der heerlijkheid van Rhoon stond 
de #cure" of herdersambt ter collatie of vergeving van 
den ambachtsheer; dat is, de heer der plaats was krach- 
tens het patronaatrecht , kerkelijk gerechtigd bij vacature 
der parochiekerk, een priester voor te dragen aan den 
aartsdiaken van het Utrechtsch domkapitel : deed zich geen 
kerkrechtelijk beletsel voor, dan werd de voorgestelde als 
pastoor, namens den Utrechtschen bisschop, door ge- 
noemden aartsdiaken bevestigd en hij vervolgens ingeleid 
door den provisor of landdeken van Schieland. 

In de Notitia episcopatus ültrajectensis van H. F. Van 
Henssen, bl. SSl, wordt aangestipt, dat in de middel- 
eeuwen de pastoors van -Rhoon, Witheeren of Norber- 
tijnen waren. 

Slechts een dezer wordt met name vermeld, te weten 
Heer Rochus Jacobi, die aanwezig was, ten jare 1536. 
In de Oudheden van Schieland van H. van Rhijn, bl. 546, 
is H'. Rochus Jacobi vereenzelvigd met den laatsten Nor- 
bertijn , die als pastoor van Rhoon , volgens v. Heussen , 
deerlijk mishandeld, ja vermoord werd; mij dunkt, dat 



58 

V.' Rtiijn onjuist vertaald heeft en alzoo aan twee perso- 
nen te denken valt. ') 

In een brief betrekkelijk den kerkelijken toestand van 
Rhoon, geschreven den 27 April 1629, door pr. Guiliel- 
mus Jacobi, missionarius S. J. te Rhoon, aan den toen- 
maligen Superior Missionis HoUandicae S. J. pr. Jacobus , 
Tirinus , las ik : if Pastor hujus loei , ingruente persecutionej 
fugüivus, putatur inedia mortuusy Zoo alhier de waar- 
heid is neergeschreven, dan blijft het nog onuitgemaakt, 
wie der laatste pastoors het geweest is, die vluchtte en of hij 
het deed als de huurling , of wel omdat hij persoonlijk ver- 
volgd werd. De allerlaatste der Norbertijnen kan het niet 
geweest zijn , of Van Heussen zou zich ook vergist hebben. 

Het reeds meermalen gebezigd woord N^orbebtijnën 
doet mij nog de gissing wagen , dat de pastoors van Rhoon 
gezonden werden uit de Norbertijner abdij van St. Michiel 
te Antwerpen [als de naastbijzijndej; aangezien de abdijen 
der Orde St. Norberti: van Marienwaard bij Kuilenburg, 
van Middelburg op Walcheren, van Averbode, Postel en 
Tongerloo in de Brabantsche Kempen, blijkens de mij 
bekende doodenlijsten , verkiezings-protocoUen enz. dier 
godshuizen , te Rhoon niét door leden vertegenwoordigd 
zijn geweest. Misschien is ook in den loop der tijden 
eenige wijziging in de uitoefening van het oorspronkelijk 
vroeger aangeduid patronaatschap gebrs^cht: namelijk dat 
de ambachtsheeren van Rhoon het collatierecht, van de 
parochiekerk van Rhoon aan de Sint Michiels-abdij [?] heb- 
ben gegund; welligt heeft deze door tusschenkomst van 



1) „Norèerüni , stante catholico cultu ^ pagum curahant. Ex horum famiUa 
f,D. Rochus Jacobif presbyter , pastor in Roon, A» 1536. Vitimus ^us t»- 
„stituti pastor , pessime habitus ac perempius" Zoo H. v. Honasen. H. v. 
RhiJQ vertaalde: „De Norberiynen hebben dit dorp [Rhoon] in de kaiholyke 
ntyden bedient. De laatste pastoor van die order, Rochus Jahobsz, genaamd, 
nleefde in 't jaar 1536 en wierd lelijk mishandeld en omhals gebragt,* 



t» 



59 

Rome, zelfs inlijving bekomen, waardoor de prelaat de 
eigenlijke parochus werd en vice-cureiten, onder afgelegden 
eed, ter zijner terugroeping, aanstelde. De boven genoemde 
abdijen of godshuizen zijn in zulke verhouding opzichtens 
vele parochien; door Norbertijner-heeren, onder lusten 
en lasten natuurlijk, bediend; geweest. 

Hoe het zich heeft toegedragen; bij het zegevierend 
doordringen der auti-Roomsche Reformatie in het laatste 
vierendeel der XVI® eeuw in ons vaderland, ten aanzien 
van Rhoon, wat bijval of weerstand der bevolking be- 
treft; heb ik in bijzonderheden niet kunnen achterhalen; 
ik weet slechts mede te deelen , dat de dorpskerk door 
de Protestanten in 1576 werd betrokken en reeds in ge- 
noemd jaar of in het begin van 't volgende jaar, als eerste 
predikant alhier optrad Godefridus van Baeck; die in de 
Predikanten-lijsten van Mart. Soermans niet voorkomt en 
ook slechts korten tijd te Rhoon moet vertoefd hebben ; 
daar reeds in 1580 alhier predikant werd Henr. Swalmius. 

Ten aanzien der predikanten deden de Roomsche Heeren 
van Rhoon hun oorspronkelijk recht van vergeving of 
liever van agreatie steeds gelden; de Bentincks en de 
Hobokens oefenden het benoemingsrecht uit. 

Diegenen der bevolking van Rhoon, ja van alle de 
dorpen van het Overmaasche, die getrouw bleven aan den 
voorvaderlijken godsdienst , hebben veel te danken gehad 
aan de adelijke familie van Rhoon; immers toen de pas* 
toors waren gevlucht of verdreven, werden zij in grooter 
of kleiner getal toegelaten op het kasteel der heerlijkheid 
van Rhoon: om aldaar de H. diensten bij te wonen en 
de H. Sacramenten te ontvangen, telkens of althans dik- 
werf, wanneer de adellijke familie , die trots gevaren van 
verbanning enz. Roomsch wilde blijven , door een priester 
bezocht werd. 

Het Haarlemsch klopje Catbarina Oly — geb, 1585 



60 • 

en gest, 1651 — getuigt zulks in het leven van haar 
medeklopje Mayken de Graef — geb. 1577, gest. 17 
Nov. 164-7. — Ende op het dorp van Rhoon daer sij 
[Mayken] met haer ouders eenige tyt woonde ofte dicmaels 
quaemen^ ghenieten dan den dienst Gods van de E, heren 
M. Comelis Wildeman ende Ut, Willem de Leeu, Jesnwijt ; 
wdk tuijs waeren tot de heer van Roon , een voortreffelyk 
catholyk edelman, [Arch. van 't Bisdom van Haarlem]. 

Wie M. Cornelis Wildeman was, weet ik niet; doch 
't blijkt uit de tegenstelling dat hij een seculier priester 
is geweest. 

M^ Willem de Leeu was een der twee eerste pp. der 
Sociëteit van Jesus, die in 1592 naar de Yereenigde Pro- 
vinciën gezonden zijn ; die Jesuiet stierf a° 1612 te Haarlem, 
nadat hij de meeste, zoo niet alle der N.-Nederlandsche 
Provinciën meermalen als missionarius doorkruist had. 

Tusschen 1592en]620 bezochten ook meermalen Rhoon 
de pp. S. J.: Cornelius Duijst, Joannes Bargius, Adrianns 
Boom, Joannes Viringus, Nicolaus Romeijn, Lodovicus 
Makeblijde, Joannes Reineri enz. 

De zoo even aangegeven toestand van hulpbetoon door 
bezoek, vooral uit Delft en Rotterdam, werd in 1620 veel 
verbeterd. Er kwam als gast der familie van Rhoon een 
priester, die voor haar als hof-kapellaan zou dienen en 
tevens aan de verspreide Roomschen van den omtrek meer 
dan vroeger ten gerieve werd. 

De priester, die werd gezonden, was pr. Petrus de 
Hollander, sedert eenige maanden missionarius secundarius 
te Leijden, en destijds uit eene gevaarlijke ziekte her- 
stellend. Op den raad der geneesheeren en de uitnoodiging 
van H'. Pieter van Duveland van Rooden, die met den 
toenmaligen Superior der HoU. Missie S. J. Marcus van 
den Tympele in vriendschapsbetrekking stond, werd de 
Hollander naar Rhoon vervoerd. 



61 

Pater Petrus de Hollander, geb. te Gent in Vlaanderen 
den 11 Mei 1591, Jesuiet geworden te Mechelen 12Nov. 
1611, is slechts, kort te Rhoon geweest. Tegen de ver- 
wachting toch van iedereen stortte hij na weinige maanden 
in de vorige ziekte en nam deze dermate toe, dat boven- 
genoemde Marcas v. d. Tympele uit Leijden moest ont- 
boden worden ter toediening van de laatste HH. Sacramen- 
ten, en de Hollander kort hierop, te weten den 20 Dec. 
1620 is gestorven. Zijn stoffelijk overschot werd op last 
der van Roodens in hun familie-graf, in de Sint Willi- 
brordus of de dorpskerk bijgezet. 

Het doodsbericht uit Rhoon den 22 Dec. 1620 door 
Mare. V. d. Tympele aan de verschillende Statiën der HoU. 
Missie en aan de overige buizen der Vlaamsch-Belgische 
Provincie S. J. opgezonden , is vol lofs : Te Leijden gaf 
de Hollander bij voorkeur den Catechismus soms aan een 
200-tal kinderen, hij was aldaar den Roomseben en On- 
roomschen dierbaar. Te Rhoon onderwees hij de kinderen 
des gastheeren, dezen en de gansche familie door woord 
en voorbeeld stichtend. 

Toen hij op zijn ziekbed vernam , dat een zijner ordens- 
broeders te Amsterdam gevangen zat, riep hij uit: f O konde 
ik het lot van p'. Livinus [Wouters] verwisselen, zoo zou 
een roem vol einde in den kerker mijn leven bekroonen"! 

Gevraagd waar hij verlangde begraven te zijn , was het 
antwoord: //Begraaf mijn lichaam, waar het U behaagt*'! 
Zoodra hij hoorde dat zulks in de dorpskerk zou plaats 
hebben was het: fMijne dorre beenderen zullen roepen, 
dat die kerk door de Onkatholieken bezet den Katholieken 
behoort"! 

P'. V. d. Tympele en de missionarius S. J. van Rotter- 
dam, Joannes Reijneri wilden hem afleggen en trokken 
hem de priester- ornamenten aan; ook stelden zij in de 
rechterhand een kelk, en op het hoofd een' lauwerkrans. 



De gansche familie van Rooden en vele andeia «rienieo 
vergezelden de lijkbaar. ' De graiplaats was ter ïijde im 
het weggenomen hoofdaltaar. 

Dat pr. Petras de Hollander [gelijk ook zijne opvolgers] 
met goedkeuring van den apostolischen Vicaria der ütA- 
landsche Missie te Rhoon is gekomen, betuigde vijftig 
jaren later de opvolger van den ambachtsbeer van 1620. 

Zie hier de getuigenis in het oorspronkelijk ; de latlja- 
sche vertaling werd opgezonden aan de H. Congregatie 
der Propaganda. 



Wf PieteT van J)uvelant van Eooden, Heet van Rhooa ende 
Peadiecht etc. out 74 jaeren, verklaeren ten versoecke van den 
Overste der Societeijt Jean ende attesteeren by deesen, dat de 
•ente paters van deselye Societeijt, uae de eerste troebelen, eedert 
den jaere 1S9Ü in Hollaadt gesonden ijn, ala iiamentlyk : pi. 
Gnilielmns Leonius, pr. CorneliusDuijstius, pr. Joaanea Bargius, 
pr. AdrianuB Arboreus, pr. Nicolaua Eomaeua, pr. Ludovicua 
Makeblyde, pr. Nic. Burluijt, pr. Viringus ende meer andere — 
die vel meest altemael aelfa wel hebben gekent — Ais sy nu eode 
dan de catholycken van Rotterdam hebben geholpen, oook Myn- 
heer vader saliger gedachteniaae, syne familie ende de gemeente 
van Khoon ia onse voorseyde heerlyckheydt, als getrouwe herders, 
de paatoralia hebben bedient : zynde teedert den treTès van 12 
. jaeren , a** 1609 ingegaen, van pi'. Joannes Eeijneri, die vaste 
statie tot Rotterdam hadde , altyt met oase ingesetenen getroawe- 
lyck bygestaen. Maer wanneer het getal Catholycken door den 
groeten ijver ende gedurige arbeydt van den vooraeyden pater tot 
Rotterdam soo is aengewassen, dat h^ de Catholycken in destadt 
uaer syn wensch niet genoegh cost wesen behulpsaem, veel min 
andere btiyten de stadt ten zynen vernoegen , sulcs dat sclfs om 
synen ijver te voldoen tot bediening van de Gatholycken der voor- 
screve atadt Dominum Martïnum Moddaeum, wereltapri ester tot 
hulp heeft geroepen. Waerom Mynheer vader zaliger gedachteuisse 
anno 1621 of 1622 [1620] — insicbt hebbendedat hy syne bimilie 
ende ingesetenen van Rhoon door de paters van de Societejjt , ia de 
catholycke religie bewaert waeren ende versterckt — versocbt ende 
op synen huyse vercregen heeft pater Petrus Hollandus van de 



mPé'\ 



63 

Societe\jt Jesu, met toestaen vaD den Yicarius Philippus Boven ius 
zaliger memorie, ende van dien tyt af, by gedurige successie tot 
den dach van heden een pater van de Societeijt tot dienst van 
ons, onser familie ende de gemeente onser voors. heerlyckheden, 
op onsen huyse gehad ende gehouden, sonder dat ons ogt dies 
aengaende van iemandt , eenige, jae de minste swaricheydt is ge- 
maeckt, hebbende soo wy, als onse Heeren voorouders het jus 
patronatus van den jaere 1199 met volle recht ende gedurige 
possessie beseten , volgens de brieven van Theodoricus, grave van 
Hollandt , waervan hierneifens copije gaet , soo dat wy over de 
classis van Schielandt , die in onse heerlyckheydt van Ehoon tegens 
ons ouwe jus patronatus een predicant naer haer sin wilde stellen 
— in judicio contradictorio by sententie van den Hove van Hol- 
land op den vierden Martiil667, hebben getriumpheert. Al het- 
welck voorseydt is, verklaeren wy onderscrevenen voor de ge- 
tuigen desen onderteeck^nt , de oprechte waerheydt te wesen met 
praesentatie van hetselve ten alle tijden ist nood ende des ver- 
socht zynde, met solemnele eede te bevestigen. Actum op onsen 
buyse van Phoon op den elfden Augusti 1670. Ende tot teeken 
der waerheydt hebben desen met onse gewoonlycke handsignature 
onderteijckent ende met ons groot segel bevestigt. Pieter van 
Duvelant van Eooden. 



Dese hebben wy onderschreven als getuijgen daer expresse- 
lyck toe versocht, den hoogen edelen Heer van Ehoon ende 
Pendrecht etc. hooren affirmeeren ende met syne hand sien 
teyckenen ende met syn groot zegel bevestigen op den elfsten 
Aug. 1670. J. F. Gryph van Valckensteijn, Bartel Janssen 
van den Hardenbanck ; me praesente B. v. Weesp , secretaris 
in Eoon. 

Zie alhier het, in voorgaande getuigenis aangehaalde, 
charter van 1198. 

In nomine individuae Trinitatis. — Ego, Theodoricus Hollan- 
diae comes et A. . . uxor mea comitissa tam praesentibus quam 
futuris salutem in Eo , qui est salus omnium. — Notum vobis 
facimus, quod Biggo et nepotes sui erga nos terram -LLL ^) infra 

1) fig het teeken 444- stond : Nota hanc terram infra Pey'[Pen]-drecht 
dictam Rbooo ab A* 1299 nique io hanc diem. 



64 

Peydrecht emerunt cum decima et offioio , quae terra his terminis 
clauditur: a coemiterio Peijdrecht extenditur asque ad offieiam 
Catendrecht; ita ut eamdem terram, jam dictus B. et nepotes ejus 
et ilii ad quoscunque eadem terra per legitimos fuerit devoluta, 
haeredes, cum decima et officio et electione sacerdotis ecclesiae 
libere possideant et ipsi omnem juris tenorem Selandensimn obti- 
neant ; ut neo ultra super ipsam terram fiat petitio nisi In expe- 
ditionem. Sane nulli ministeriali liceat praedictam inhabitare ter- 
ram, nisi de oomitis licentia et praefati B. et nepotum et succes- 
sorum ejus. Saepe itaque diciis viris in praememorata terra castrum 
vel municionem construere licenciavimus et tales aggeres compo- 
nere , quos nos per eos terram nostram, inundacione aquariim non 
amittamus. Testes hujus rei sunt hii Ds. Hugo de Yorne , Gerar- 
dus de Hurst, Woulterus deEuyene, Arnoldus dapifer, Gerulphus 
Gallen, Sygerus Buch. Datum apud Harlemum A^ 1198, mense 
Jan. , XII Kal. Febr. 

Gecollationeert tegens synen originele , geschreven op franc^n , 
hebbende een uythan genden zegel van witachtig wassche aen dob- 
belde staerte van gele sijde ende is daermede bevonden te accor- 
deeren, op 11 Aug. 1670. 

By my P. v. Weesp, Secretaris van Roon. 

Een pater, Joannes van Blocklandt [geb. den 2 Febr. 
1592 te Amsterdam, Jesuiet geworden te Mechelen den 
8 Oct* 1612 en gest. in laatstgenoemde stad op 1 Maart 
1680] die te beginnen van a° 1627, dertig jaren in de 
Holl. Missie had doorgebracht, inmiddels tweemalen over- 
ste zijnde der missionarissen der Soc. Jels., schreef den 
28 Aug. 1670 onder eed naar Rome: , 

if A Domino Rhoonae expetita f uit in hac insula Socie- 
tas , ante condita decreta Cardinalium et concordata. Aluit 
nos in domo sua, habet jus patronatus. Denique et illius 
Domini filius, qui modo est, obligatus est patris testa- 
mento : ut nos pergat domi suae alere sicut facit hactenus. 
Post concordata et decreta Cardinalium cum approbatione 
Vicariorum eö venerunt et pastoralia exercuerunt patres 
Societatis." 



65 

De buitengewone gunsten, aan de bezoekers der slot- 
kapel van Rhoon — onlangs opgericht en ten koste van 
meer dan 3000 gis. versierd — door den Vicaris Rovenius 
den 23 Dec. 1617, krachtens bijzondere machtiging van 
Rome verleend, getuigen ongetwijfeld van eene hartelijke 
yriendschap tusschen hem en Pieter van Rooden;.naar 
mijne opvatting volgt hieruit ook tevens : *dat de pp. Je- 
snieten, eerst bij uitloopen en later bij inwoning, te Rhoon 
onder voorkennis en goedkeuring van den Vicaris werk- 
zaam waren. [Zie Aych. v. Utrecht, Dl. I, bl. 54»]. 

Ook richtten andere priesters destijds, zelden of niet meer, 
hunne schreden naar Rhoon , gelijk blijkt uit een gesprek, 
gehouden te Rotterdam, tusschen d^ jaren 1610 en 1613, 
tusschen den Hw. p^ Henricus Sedulius, commissaris Ord. 
St. Francisci, pr, Joan. Viringus, missionarius S. J* te 
Rotterdam en den H'. Pieter van Rooden. In dat gesprek 
waarvan ik in Archivio S. J. te Rome een afschrift aan- 
trof, staat : uNdji in seven jaren herwaerts syn eenige 
priesters van Hr. Sasbout gesonden in syn huijs — van 
den Heer van Bhoon — comen logeeren.'' 

Erkentelijkheid jegens en herhaalde aandrang van de 
&milie van Rooden, hadden ten gevolge, dat na den dood 
van pr. P. de Hollander , Jo. Bapt. Musaert «n Antonius 
Grevius, beide priesters der Sociëteit, afwisselend, het 
grootste gedeelte van 1621 in het Overmaasche vertoef- 
den, werkzaam voor de familie, die beiden onderhield, 
en voorts in 't geheim voor de Roomschen des dorps en 
der omstreken. 

Musaert werd naar Z.-Nederland teruggeroepen en stierf 
te Gent 27 Oct, 1626. Hij was geboren te Brussel 1587, 
Jesuiet geworden in 1609 en priester in 1619; Grevius 
vertrok in 't begin van 1622 naar Nijmegen, alwaar hij 
na veertien-jarigen arbeid in den dienst der pestzieken het 
slagtoffer van zijne naastenliefde is geworden den 17 Mei 

^dragen Gnoh. Bisd. ?. Haarlem X« Duel. 5 



66 

1636^ in den ouderdom van 47 jar^n, waarvan bij er 27 

in de Sociëteit en 2 1 in bet H. priesterscbap had beleefd. 

Sedert de verplaatsing van laatstgenoemden tot bet jaar 

1627 bad Rboon geen inwonend zendeling en werd door 
de Jesuieten van Rotterdam bediend ; docb in laatst ver- 
meld jaar bekwam de adellijke familie voor zicb en de 
scbamele gemeente opnieuw een' pater S. J. 

Terwijl nog in 1627 Jonker Cornelius de Rooden en 
in bet volgend jaar Jonker Guilielmus^ zonen van Heer 
Pieter de Rooden te Mecbelen in de Sociëteit zijn getre- 
den , mag men bet er veilig voor bouden> dat die nauwere 
betrekking der Van Roodens met de Sociëteit niet weinig 
zal bebben afgedaan ter bekoming, en nu voor goed 5 ten 
bunnent van een Jesuiet. 

Adrianus Renesse van Baer, geb. te Utrecbt in 1599, 
Jesuiet geworden in 1618 en priester in 1625, werd 
missionaris van Rboon A® 1627, Hij vroeg het volgend 
jaar reeds naar elders gezonden te worden, om reden zijne 
krachten en talenten naar ruimer werkkring opwekten. 
In een verhaal der HolL Missie der Jesuieten ten jare 

1628 ') door Guilielmus Bauters naar Rome. opgezonden, 
lezen wij : ^JS regione Rotterodami habitat generoëus Da. 
de Rhoon^ qui uti familiam totam Catholicam habet, ita 
tutum catholicia ex omni vicmia praébet confugium; ea de 
causa patrem S. J. ality qui domi forisque fructi/icat et pa- 
gania operam inaignem non minua quam nobilibua praebet^ 
Adrianus de Renesse was een nabestaande der adellijke 
familie van Rboon, die hem buiten de huisvesting en de 
tafel, voor kleeding, reisgeld enz. jaarlijks / 300 ver- 
strekte. Nadat hij vervolgens te Groningen en te Franeker 
arbeidde, is hij gestorven te Amersfoort den 16 Oct. 1647. 

Guilielmus Jacobsen [Jacobi] kwam nog in hetzelfde 

1) Zie Arch. v. Utrecht VI , bl. 256. 



67 

jaar [1628r] als missionarius te Rhoon, alwaar hij onge- 
veer 3 jaren verbleef. Hij was geb. te Rotterdam 1594, 
Jesuiet geworden te Mechelen in 1618. Uit zijnen brief, 
reeds boven aangehaald , schrijven we af, dat er in 1629 
ruim 100 Roomschen te Rhoon en in de naburige dorpen 
zich ophielden , die hij zoo goed mogelijk trachtte te ver- 
zorgen. Hunne bijeenkomst had plaats in de kapel van 
het kasteel te Rhoon. Om geen aanstopt te geven kwamen 
doorgaans ter vergadering slechts een 50-tal personen; 
om dezelfde redenen gedoogde de Heer van Rhoon niet 
dat de pater ergens elders bij de landlieden de H. Mis 
opdroeg of toespraken hield ; de bediening slechts der 
zieken en stervenden was hem voor het geheele eiland 
toegestaan. Al ras werd de wrevel der predikanten bij 
het verblijf en den arbeid van pr. Jacobi te Rhoon opge- 
wekt; het blijkt uit de klachten der classis van Schieland, 
Zie Bijdr. v. Haarl. DL VI, p. 195-97. 

Pater Franciscus Innevelt, Jacobi's opvolger, was ge- 
boren te Tilburg in 1 590, Jesuiet geworden 1 3 Oct. 1609 en 
priester 1612. Na twaalQarigen arbeid in het Overmaasche 
werd Innevelt naar België geroepen, alwaar hij f ii^ 1658 
te IJperen. 's Mans werkzaamheden waren gelijk die van 
zijne voorgangers en ook van zijne opvolgers zijn zullen , 
bijna geheel afhankelijk van den wil des Heeren van 
Rhoon; zoodat hij eigenlijk eerder huispriester dan zende- 
ling zou moeten genoemd worden. Hij , de eenige priester 
van het eiland, oefende echter ten gerieve der weinige 
hier en daar verspreide Roomschen de pastoralia uit. 
Hij werd niet door de landelijke geloovigen onderhou- 
den, want dit deed de familie van Rhoon, gelijk boven 
reeds is aangestipt en nog duidelijker wordt uit eene 
codicille den 10 Junij 1634 gesteld op een testament, 
vier jaren vroeger verleden door Pieter van Rhoon en 
zijne echtgenoote Geertruida de Huy ter. Wij lezen aldaar : 



63 

dat hun oudste zoon en leenvolger: «sal moeten uyt- 
,reycken, constitueeren ende verseeckeren ten behoeve 
vTan de capelle, die wij testateuren sjn hebbende in onsen 
trhuyse van Rooden: eene eeuwige, erffelycke en onlos- 
vbare rente van 200 gis. 'sjaers ende daerenboven ali- 
rmenteeren ende onderhouden ten sjnen costeu eenen 
«priester uyt de Societeyt JhesU) tot dienst van deselve 
«capelle; sulcx onsen uïjtersten wille ende begeerte is, 
vdat ten eeuwighea dagbe bij onse naekomers, Heeren ofte 
«Vrauwen van Rooden in onae huyse van Rooden aal 
«werden gedaen, tot laeffenisse van onae sielen ende be- 
«vorderiaghe van onse voorschreven- huyse ende schamele 
«gemeyte." [Belgisch Rijks-Arch.] 

Tijdens het verblijf van Innevelt te Rhoon, waren een- 
maal aldaar zeven Duitsche Jesuïeten op bet kasteel, vele 
weken achtereen, als gasten door Pïeter van Rhoon opge- 
nomen ; zij waren door Gustaaf Adolf uit hunne buizen 
veijaagd en herwaarts voortgevlucht : zij konden 's gast- 
beeren goedheid en vriendschap niet genoeg roemen I 

Jo. Baptista Goyvaerts kwam te Rhoon als zendeling 
in ltS43 , doch verbleef hier ter nauwernood een jaar, wan- 
neer hy overgeplaatst werd naar Zntphen. Zijne geboorte- 
stad was Antwerpen, alwaar hij ook overleden is in 1678, 
in den onderdom van circa 65 jaren, in 't 48 jaar van 
zijn religieus leven en in 't 39 van zijn priesterschap. 

Jo. Bapt. van Kenterghem, geb, te Antwerpen in 1606, 
Jesuiet geworden in 16S3 en in 1635 priester. Hij ver- 
toefde op bet eiland ongeveer 2 jaren en is later 'provin* 
geworden der Vlaamsch-Belgische Provincie S. J. 
1661 , en overleden te Antwerpen in 1681 den 6 
iber. Uit een briefje van den Hw. U'. Philippns Ro* 
, Vicarius apoatoliek der Vereenigde Nederlanden, 
eekend van 23 Dec. 1643, blijkt dat van Rentergbem's 
seling met zijn voorganger door den Vicaris werd 



69 

goedgekeurd; uit een eigenhandig schrijven van den pater 
zien we, dat hij in 1644 aan 100 personen de paasch- 
communie had uitgereikt en 5 tot de R. O, Kerk bekeerd. 

Isaac van der Mije werd derwaarts gezonden uit Bode- 
graven in 1645. Na vijQarig verblijf te Rhoon werd hij 
naar Delft overgeplaatst, alwaar hij is overleden den 6 
Junij 1656. Hij was in laatstgemelde stad in de maand 
Dec, 1602 geboren, te Mechelen Jesuiet geworden den 20 
Sept. 1628 en priester 12 April 1687. Bij Paquot, van 
der Aa enz. worden twee werkjes in dichtmaat, van Is. van 
der Mije aangegeven. • 

Franciscus Wytsma-, geb. te Dokkum 2 Dec. 1615, in 
de Sociëteit getreden 6 Nov. 1686, priester in 1644, is 
gedurende 16 jaren in het Overmaasche werkzaam geweest. 
Te voren bediende hij Deutichem [1649-50] en later 
"Arnhem [1666-71] en Ameland, op welk eiland hij over- 
leed in^Oct. 1682. De Vicarius apostolicus de Hw. H'. 
JAc. la Torre zegt van onzen missionaris in 1656 : /yToparcha 
de Roden vulgo Rhoon et Pendrecht sacerdotem alit Socie- 
tatis Jesu, qui non exiguo fructu ibidem et in tota illa 
insula [in qua et arx est Valckensteinia , inhabitata ^& 
Catholicis de Gryps k Valckensteyn] operam imp^ndere 
solet apostolicam." 

Een visitator Missionis Hollandieae S. J. , zegt in het- 
zelfde jaar 1656: #Pater Franciscus Wytsma gratus suis 
quia commodus ; non habet satis quid agat ; quod dolendum 
est ; cum campus non desit exercendo zelo , qui coercetur 
a Domino loei , intra domesticos fere parietes, metu amit- 
tendae libertatis. Sed licet occupatio non sit sufficiens pro 
viro apostolico, deserenda tamen non est; quod Dominis 
in Rhoon et eorum antecessoribus non parum obligemur , 
utpote magnis amicis Societatis. Obit pastoralia, fere tantum 
Domini familiam et paucos oppidanos [paganos?] excolit: 
dicit Dominicis et festis ad homines 40 k 50 in aedibus 



70 

ipsius Domini; catechismum habet; Dominicis excurrit ad 
pagos vicinos, ut assistat aegris ; ibi tarnen dicere non per- 
mittitur. Habitat apud Dominum loei, & quo etiam sustenta- 
tur, babet redditum annuum ex liberalitate Domini defuncti 
florenorum 200 et praeterea eleemosynam annuam accipit 
florenorum 100." [Zie Arch. van Utrecht, III, bl. 65]. 

Ten jare 1662 was te Rhoon de eenige zoon des toen- 
maligen ambaehtsheer ziek geworden. Na eenige dagen 
bleek de ziekte zoo ernstig te wezen , dat de geneesheeren 
verklaarden, dat er geen hoop op redding overbleef. Op 
den raad van Wytsma nam de gansche familie vol geloof 
en vertrouwen hare toevlucht tot den H. Franciscus Xave- 
rius. Zij werd niet beschaamd : trouwens de jonkheer van 
Rhoon werd eensklaps beter en weldra geheel en al her- 
steld. Van nu af ook werd Xaveriüs' feest telken jaren 
plechtig gevierd! 

Een Joannes 'tKyndts: geb. te IJperen 4 Oct. 1618, 
Jesuiet geworden 28 Oct. 1635, priester geworden 31 
Maart 1646, missionarius te Woudsende 1651-57, te 
Leyden 1660-64, overleden te Antwerpen 1 Julij 1668, 
was te Rhoon in 1666-67 eenige maanden als plaatsver- 
vanger of supplens werkzaam. 

Henricus van der Beets werd naar Rhoon gezoöden in 
Aug. 1667 en vertrok van hier in 1670 naar Leyden. Hij 
was te 's Gravenhage geboren, 25 Aug. 1626. Na zijne 
voorbereidende studiën te Amsterdam begonnen en te Ant- 
werpen in het convictu nobilium te hebben voltrokken, 
reisde hij naar Rome en werd aldaar als lid der Sociëteit 
aangenomen door P. Menochius, den 8 Nov. 1645. Tus- 
schen 1683 en 1686 was v. d. Beets Superior der Holl. 
Missie S. J., zijn dood viel voor te Antwerpen 1697, 
zijnde hij 71 jaren oud en sinds 37 jaren priester. 

Cornelius de Bonte vertoefde slechts eenige maanden 
als missionarius te Rhooii. Hij overleed te Rotterdam in 



71 

't volgend jaar, te weten 1671. — Hij was te Geertrui- 
denberg geboren 1684, Jesuiet geworden 28 Sept, 1653 
en priester in 1660. — Zijn opvolger was: 

Martinns Moreels, die den 25 Apr. 1671 zijne bedie- 
ning aanvaardde. Hij werd in 1677 naar Zuid-Nederland 
ontboden en overleed in den ouderdom van 70 jaren te 
Antwerpen den 7 Junij 1687. Den 18 Sept. 1639 was hij 
in zijne geboortestad Mechelen als lid der Sociëteit aan- 
genomen en den 28 Maart 1648 priester gewijd. 

In Moreels plaats kwam naar Rhoon en Pendrecht 
Wiuandus Schordeij. Deze zendeling was geboren bij Brus- 
sel te Opwoluwe in 't jaar 1611, te Mechelen Jesuiet 
geworden 17 Sept, 1629 en priester gewijd 21 Maart 1643. 
Hij bracht 37 jaren door in de Hollandsche Zending en 
stierf te Rhoon den 13 Jan. 1681. Hij ligt begraven in 
de dorpskerk te Rhoon, naast vele andere zijner ordens- 
broeders, herwaarts overgebracht, [Zie Arch. v. Utrecht, 
DL III, bl. 55]. 

Na den dood van Schordeij was hier waarnemend pater , 
Joh. de Morales. Deze was geboren te Burburg in Vlaan- 
deren 13 Maart 1617, sedert 1635 Jesuiet en in 1649 
priester gewijd. Hij overleed te Lier 1687, 7 Maart. 

Nog in 16S1, in Julij kwam te Rhoon: Ignatius de 
Jonghe, geboren te Beveren, 22 Nov. 1632, Jesuiet 
geworden 15 Sept. 1650, priester gewijd 20 Maart 
166J<. Deze hield zich anderhalfjaar op te Rhoon, toen 
hij naar Naarden geroepen werd. Later naar België terug- 
gekeerd, overleed hij te Antwerpen den 15 Oct. 1692. 

Carolus Claessens, die na de Jonghe als waarnemer 
[supplens] de bediening uitoefende, mocht slechts een paar 
maanden verblijven, dewijl de Heer van Rhoon zelf , [het 
kasteel en al zijne goederen ter voldoening zijner schulden 
verkocht zijnde] het eiland [A°*1683] moest verlaten en 
met zich nam al de ornamenten der kapeU 



72 

Het afscheid van den laatsten zendeling der Sociëteit 
werd kort daarna door dezen aan zijnen ordensbroeder den 
zendeling te Schiplui aldus medegedeeld: ^yCum lacrymis 
demisit me Dominus in Rhoon et mihi et Societati toti gra- 
tias agens, quod tot annis et familiae suae et Catholicorum 
in illa insula curam egissent; se modo dominio sao per 
creditores alienae religionis hominibus [de Bentincks] diven- 
dito, parem non esse qui diutius sacerdotem alere posset^ 
potissimum, quia et ipse in insula non posset subsistere." 

Van eene zijde den pp. S. J. niet zeer gunstig wordt 
die ontruiming volgender wijze vermeld: [het is de Hw. 
H'. Petrus Codde, Vicarius der HoU. Missie 1688-1701, 
die spreekt] lyDe pp. der Sociëteit hebben de Statie van 
Rhoon nu omtrent tien jaren geleden verlaeten ; nadat zij 
die een langen tijd bediend hadden. De gelegendheid tot 
dit verlaeten is geweest, dat de Heer van Rhoon, die een 
liefhebber en voorstander van hunne Maatschappij was, 
van grote rijkdom tot geringe staet vervallen zijnde , die 
plaets verliet en elders ging wonen. D'apostolyke Vicaris 
[Neercassel] is genoodzaekt geweest daer een priester van 
de Cleregie nae toe te senden, om te beletten, dat het 
Katholyke geloof, 't gene in die wyds en zyds uytge- 
spreijde statie begost te verzwacken, niet geheel en zou 
te niet gaen.!' 

In de Oudheden van Schieland, bl. 546-47, wordt nog 
hartelijker gesproken : 

i/ Wanneer de Vaders Jesuyten deze pastorij [van Rhoon] 
om de sobere inkomsten verlaaten hadden, hebben onze 
pausselyke Vicarissen daarvoor gezorgt .... en priesters 
uyt de clerezij derwaart geschikt. Ten dien einde hebben 
zy een eigen grond voor groot geld gekocht en daarop, 
ten dienste van den pastoor en van de geloovigen, een 
pastoors-huis met een kerckje gebouwt: waartoe de 
irGaalen" de penningen opgeschoten hebben." 



78 

Uit de hierboven herdachte aanleiding van aankomst, 
onderhoud, afhankelijken of bepaalden werkkring der pp. 
Jesuieten te Rhoon , dunkt mij , dat zij beschouwd moeten 
worden als aalmoezeniers, eerder dan bedienaars eener 
R. E. Statie der Holl. Missie. Zoo moet ook vermeend 
hebben de derde onzer Hw. apostolische Vicarissen Jacobus 
de la Torre; anders toch zou Rhoon wel gestaan hebben 
op de lijst der Statiën, door hem in 1652-53 vergund 
of bekrachtigd aan de Sociëteit. Eene drie-en-zestig-jarige 
onbetwiste inwoning ? zou zij ook doorgaans niet gelden voor 
eene possessie , zelfs voor eene Statie, quae valet titulum ? 

De Hw. H'. Jo. van Neercassel, de zesde onzer Vica- 
rissen, dacht er anders over : hij rangschikte Rhoon onder 
een groot getal van Statiën, die hij in 1669-70, te Rome, 
als wederrechtelijk door de Sociëteit bezet en bediend, 
aanklaagde. 

Toen nu de Hw. H'. op 21 Jan. 1671 een hem gun- 
stige besluit der Propaganda verwierf, te weten : //Relin- 
quendas esse id genus missiones liberae Vicarii disposi- 
tioni, amovendosque tales supernumerarios , seclusa omni 
exceptione et delatione", lag het voor de hand, dat de 
Vicaris hoe eer hoe liever, ook uit Rhoon, beschouwd 
door hem als Statie, zou gezien hebben de ontruiming 
door de paters. 

Zulks is echter niet geschied. Immers de Hw. H'. kwam 
in 1688 ernstig op tegen het weggaan om vermelde be- 
weegredenen der Jesuieten; al verklaarden zij voortaan, 
weer uit Rotterdam het Overmaasche te willen gaan ver- 
zorgen. 

Toen de ontruiming een feit was geworden , vond de 
Vicaris in Hugo Gael, tusschen 1682 en 1692 pastoor 
in het ^r Paradijs te Rotterdam'^, den man , die de gelden 
verstrekte ter aankooping van een erf, waarop een huis 
gebouwd zou worden en ingericht tot pastorie en kerkje; 



74 ' 

tevens was er gezorgd onder medewerking der Rooraschen 
van Rhoon en omstreken^ tot onderhoud van een' pastoor. 

Gelijk van oudsher het gansche Overmaasche Beijerland 
en annexen tot aan het Streijensche Sas inbegrepen, door 
de Jesuieten was verzorgd geweest, is sinds 1683 tot 
heden de geestelijke bediening aldaar verricht door de 
seculiere Geestelijkheid, in dien verstande, dat voor Beijer- 
land en onderhoorigheden A** 1824 eene nieuwe Statie 
werd gesticht. 

De lijst der ZeerEerw. Heeren van den Clerus volgt 
hier, ook toegelicht door korte aanteekeningen. 

De eerste herder van Rhoon enz, uit de seculiere Geeste- 
lijkheid, is geweest: 

Lambertus Bargeois. Hij was een Gorcummer en had 
zijne theologische studiën te Leuven voltrokken. Hij bleef 
alhier zeer kort en werd kapellaan te Rijnsaterwoude , 
alwaar hij den 26 Mei 1686 overleed. 

Thomas van Engen volgde op te Rhoon. In de Bat. 
Sacra wordt deze gezegd Antwerpenaar te wezen en een 
ex-jesuiet. Ik trof hem niet aan onder de exjesuieten der 
Vlaamsche Provincie S. J. en evenmin is mij iets omtrent 
zijn verder wedervaren voorgekomen. Hij was slechts korten 
tijd te Rhoon. 

Johannes Kelders, van geboorte Leijdenaar, van studie 
Leuvenaar, kwam alhier tegen 't eind van Febr. 1686. 
Verders behoort van Kelders nog aangestipt te worden, 
dat hij de leer van Jansenius was toegedaan , waardoor 
hij reeds elders groote moeielijkheden had, en genoodzaakt 
was geweest het land van Goes te ontruimen. Kelders 
was nog te Rhoon A*^ 1699, gelijk, uit Maasland op 8 
Oct. van gemeld jaar, de ZEerw. Heer Godfridus Trippel- 
voet heeft aangeteekend. Later was hij missionarius te 
Varick, te Wieringen en te Sloten. [Zie Arch. v. Utr. 
IV, bl. 123]. 



75 

Melchior van Dreunen, geb. te Amsterdam, was te 
Rhoon in 1701 blijkens de lijst, in Bat. Sacra II, bl. 519 
te vinden. Hij deed zijne studiën te Leuven. Ook hij 
wordt beschuldigd een aanhanger der Jansenisten te zijn 
geweest. In het land van Goes , werwaarts hij van Rhoon 
in Augustus 1713 gezonden is, werd hij zoo hatelijk bij 
zijne gemeente, dat niemand bij hem wilde biechten, en 
is hij eindelijk, ook nog om andere redenen van opspraak , 
door den Internuntius van Brussel (Joseph Spinelli) van 
zijne bediening ontzet. Na langen tegenstand is van Dreunen 
naar Holland afgereisd. 

N... Miermans, die hier is geweest 1713 — 1714 en 
van wien ik voorshands niets verder weet, is van Dreunen 
opgevolgd; hij is gevolgd door: 

Johan Verhoef, die in 1721 naar de Statie in de Achter- 
straat te Hoorn is overgeplaatst. [Zie Arch. v. ütr, IV, 
bl. 147]., In laatstgenoemd jaar is naar Rhoon gezonden : 

Gijsbertus van der Kun, geboren te Rotterdam in 1693. 
Hij wordt in 1 732 door den Baljuw der Noordwijken ge- 
noemd te zijn: geen Jesuiet, noch monnik, noch Jansenist, 
maar een wereltspriester. Naar Noordwijkerhout is hij van 
Rhoon verplaatst nog in 1721 , of in 't begin van 1722 en 
gestorven aldaar den 2 Augustus 1745. Na hem kwam: 

Johan Klinkenberg^, deze H'. verbleef hier circa 3 jaren. 

Uithoofde van twist met zijne gemeente, moest hij ver- 
trekken A° 1724 en werd kapellaan te Wassenaar. Of hij 
dezelfde Is, die te Rotterdam op den 28 Augustus 1727 ge- 
storven is als rustend priester, is mij niet stellig gebleken. 

Franciscus Bernarts. Hij is in 1724 hier pastoor ge- 
worden, en als dusdanig gestorven 8 Nov. 1733. 

Nadere bijzonderheden omtrent Bernarts , putten wij 
uit een briefje van J. Sandwegh, baljuw van Rhoon aan 
de hooge Overheid te 's Hage : #Ik heb de eer U onder- 
danighlijk te berigten, dat de pastoor van de geringe 



) 



k 



76 

gemeijnte alhier, aan mij heeft opgegeven en verklaart; 
desselfs naam te sijn Franciscus Bernarts, oud omtrent 
de sestigh jaren, geb. van Arendonck grenssende aan de 
Meijerije van 's Bosch, hebbende sijne sendinghe van den 
Nuntius tot Brussel met name Joseph Spinelli, en in den 
jare 172^ bij wijlen den H' Advocaat van Schagen, als 
medevoogd van den Heer van Rhoon, alhier tot pastoor 
geadmitteert ; en vertoont, dat hij den behoorlijken eed, 
in de resolutie der Staten van Holland vervat, niet ter 
daat heeft afgelegd en gepresteert." [Rijks- Arch.] 

Dit bericht wordt door een briefje van den pastoor zel- 
ven van 6 Dec 1730 als bijlage van 't voorgaande vol- 
genderwijze aangevuld : //Ik heb gestudeerd te Loven 
onder werèldsche priesters en ben in 1700 priester gewijd ; 
eenige jaren heb ik geassisteerd den pastor van St. Laurens 
bij Bruggen als capellaen ; daerna ben ik geworden capel- 
laen eerst van de gravinne de Baerlo en paderhands en 
sulcx in 1718 van den Hr. van Kuikho ven, .wonende op 
't Huis te Papendrecht"; Bernarts opvolger is geweest 

Jo* Ba,pt. Goos. Hij was geb. te Geel en laatstelijk van 
1717 pastoor geweest te Oude-Tonge. Hij overleed hier 
volgens het Necrologium Missionis Batavae van J, J. Ban* 
ning, in 1747. Doch het zal moeten wezen 1746. 

Cornelius Jacobus Mulder toch, van Rotterdam werd 
als pastoor van Rhoon toegelaten, den 18 Nov. 1746. In 
1748 werd hij verplaatst naar Kouderkerk, alwaar hij 
overleed 24 Oct. 1783. 

Gerardus (Aloysius) Raaben van Rees, komt alhier 
Febr. 1748. Laatstelijk was hij pastoor in den Jouwer 
in Vriesland 

Jo. Baptista van Schorrenbergh geb. te Amsterdam, is 
alhier pastoor geweest van Januarij 1751 tot 1753, wanneer 
hij verplaatst is naar Assendelft. In 1762 werd hij pastoor 
in de Pool te Amsterdam , alwaar hij overleed in Junij 1770, 



77 

Livinus Franciscus Perquin geb. te Rotterdam ,1753-55. 
Verplaatst van hier naar Nieuwkoop en later 1759 naar 
Stompwijk, alwaar hij overleed 23 Oct. 179K 

Lambertus Jacobus Doncker pfötonotarius apostolicus 
1755 — 57. Van hier naar Akersloot, in 1 770 naar Haarlem, 
in 1788 buiten bediening, en in 1803 in April gestorven; 
hij was Rotterdammer. 

Cornelius de Graaff, geb. te 's Hage, alhier pr. 1757- 
1764. Van hier naar Duivendrecht, voorts in 1773 naar 
Voorburg, alwaar overleden 81 Jan. 1779. 

Vinceutius Neerincx, geboortig van Rotterdam, alhier 
pastoor 1764-70; verplaatst naar Stompwijk, in 1781 
buiten bediening en 4 October 1784 gestorven. 

Adrianus van Rosse geb van Amsterdam [?] past. 1 7 70-76. 
Van hier naar Waddixveen, alwaar hij overleed 2 1 Oct. 1776. 
Franciscus Henricus Hachten, alhier past. 1776-1782. 
Verpl. naar Delfshaven, alwaar hij overleed 16 Jan. 1808. 
Petrus Eoch, geb. te Amsterdam, alhier past. 1782- 
1787. Hij vertrok van Rhoon naar Maassluis, in 1790 
naar Bergen, alwaar hij is overleden in 1792. 

Tijdens het verblijf van pastoor Koek, werden de zoo 
gehate recognitiegelden op last der Staten van Holland en 
West- Vriesland afgeschaft. Wat de gemeente van Rhoon 
tot hiertoe heeft moeten opbrengen, wordt ons uit een 
antwoord aan de hooge Overheid door den baljuw Jacob 
Trommer den 22 Mei 1786 opgemaakt, in weinig regelen 
ontvouwd. #Tüt den jare 1683 (tijde dat deese heerlyk- 
heden Rhoon en Pendrecht zijn verkogt aan den Heer van 
Bentinck), de vorige Heeren Roomsgezind zijnde, deden 
de Roomsohen hunnen godsdienst op 't adelijk slot. Dan 
dat seedert dien tijt aan hun ten waarnemige van hunnen 
godsdienst een huijs binnen den dorpe ^an Rhoon vergunt 
zijnde, zij altoos aan den baljiuw van Roon indertijd en 
zoo ook aan den ondergeteekende jaarlijks voor recognitie 



78 

hebben betaalt eene somme van 12 gis. 12 st. Zonder 
dat bij den ondergeteekende ofte zijne praedecessenrs ooit 
iets anders^ hetzij onder den naam van admissiegelden ofte 
bienvenues van de Roomse ingesetenen offt besorgers der 
Roomse kerke; is genooten." 

Uit papieren te Rhoon ter pastorie berustend blijkt^ 
dat de Heeren baljuwen nu en dan als buitenkansje iet- 
wat meer hebben bekomen. 

Joahnes de Mol werd alhier pastoor in 1787. Te voren 
was hij kapellaan in de Molstraat te 's Hage, Van Rhoon 
verplaatst in 1792 naar Gouda, in 1795 naar Leyden, 
in 1801 naar Hem en Venhuizen en in 1808 naar Lan- 
gendijk, waar hij overleed 2 Jan. 1814». Hij was geboren 
te Leyden. 

Johannes van Drunen, geboren te Haarlem, past. al- 
hier 1792-1797, verplaatst naar Lutjebroek, alwaar hij 
overleed 16 Aug. 1807. — i^Voor de admissie van den 
# pastoor J, van Drunen in den Haag door de Heer Jan 
i^Boudewijn Hoogwerf, prQCureur, de som van 58-4-.'* 
//Voor het aanstellen van de pastoor J. v. D. aan den 
ifWEd. H' J. Frome, balju en secretaris alhier 22-4." 
Aldus blijkens aanwezige rekeningen in 't Archief (kerke- 
lijk) van Rhoon. 

Willem Imme, past. alhier 1797-1808; verplaatst naar 
Loosduinen, alwaar hij is overleden 28 Apr. 1823. 

Adrianus Neelemans, past. alhier 1803-1811. Hij werd 
past. te Schipluij, alwaar hij overleed 22 Apr. 1847. 

Door dezen Heer en het Gemeentebestuur van Rhoon 
zijn deïi 19 Nov. 1810 de volgende bijzonderheden om- 
trent den kerkelijken toestand op het papier gebracht. Klaar 
en kort blijkt hieruit de toestand; waarom wij nogmaals 
het een en ander uit dat bericht afschrijven, wat wij in 
het Rijks- archief aantroffen. De pastoor, oud 41 jaren, 
trekt van wegen de ledemateq 24-0 gl. Hij heeft voorts 



79 

van 350 gL , gemaakt door J. A« Bonée en thans aan par- 
ticulieren uitgeleend, 21 gis. aan rente, ook nog van twee 
nationale losrenten op het Land gebragt, uit testamentaire 
schikking van J, A. de Vogel voortvloeiende, thans aan 
rente of interest 6 gis. 13 st.: te zamen 2? gis. 13 st. 
Voor eenige benoodigdheden tot het kerkelijke , krijgt hij 
nog van de R. C. Gemeente 51 gis. 

Onder Rhoon behoorden Oharloijs met 5, Katendrecht 
met 6, Barendrecht met 10, Smitshoek met 4, 's Graven - 
ambacht met 5, Pernis met 4 , Hoogvliet met 19, Poortu- 
gael met 18, Albrantswaard met 22, Oud-Beijerland met 
50, Nieuw- Beijerland met 10, Glaaswaal met 15, Buiten«. 
sluis met 4, Goidschalks-Oird met 6, Heynoord met 2, 
Hekelingen met 6, Hitzert met 2, Swartsluis met 6, 
Mijns- Ueeren- Land -Moerkerke met 5, Westmaas met 10, 
Piershil met 8 en Korendijk met 1 Roomsch Katholieken; 
Rhoon en Pendrecht hebbende 188 R. C. Zoo zijn er 
totaal 405 R. O. 

De pastoor merkt nog aan : 1*^ dat wanneer er op een 
der vermelde plaatsen, onder Rhoon kerkelijk behoo^ende, 
pastoreele functiën moeten worden verricht, nimmer door 
omliggende pastoors iets waargenomen wordt , tenzij alleen 
bij afwezigheid des pastoors van Rhoon 2^ dat voor de 
grootste helft van het jaar het getal R. G zielen wel 
meer dan door. 1000 werklieden wordt vermeerderd: het 
zijn lieden die op alle de genoemde dorpen en gehuchten 
uit N -Brabant, Limburg enz. komen arbeidenen tijdens 
dat verblijf ten laste komen van den priester van Rhoon. 

Simon van der Heyden, alhier pr. 1811, verplaatst in 
J819 naar Goes, in 1836 naar Soetermeer. Hij bedankt 
in 1846 en is overleden 5 Sept. 1852. 

Henricus Hubertus de Bruyn, alhier pr. 1819-1836. 
Hij bedankte en overleed als oudpr. te Leur, 18 Oct. 
1849. 



Joan. Egb A. Gears, geb. te Amsterdam, alhier' pr. 
1836-1810, verpl. naar Zwaag en voorts naar Spierdijk. 
Hij leeft nog, 18S1. 

ConraduB A. Ennlle, geb, t« Amsterdam, alhier pr. 
1840-1841, verpl. naar Obdam, overleden 5 Ang. 1870. 
H. J,, Holterman, geb. te Culemborg, alhier pr. ge- 
worden 1841, en als dusdanig overleden 20 Febr. 1852. 
W. H. Janssen, alhier pr, 1862-18&3, verpl. naar 
, alwaar overleden 2 Jal. 1861, 
theuB Tiebes, geb. te Schiedam 1820, presbr, 
er pr. 18Ö3— 1859, verplaatst naar Spanbroek, 
thans, 1881, nog pastoor is. Onder dezen 
rd bij bisschoppelijk heslnit van 26 Augtistna 
tatie Rhoon tot Parochie verheven, 
int. van *t Rood, geb. te Amsterdam 1824, 
iO, alhier pr. 1859-1863, verplaatst naar Ber* 
lar 1870 naar Pijnaoker, alwaar hij nog is 1881', 
lub van den Heuvel , Bac. S. Th. Lov. Am- 
is, alhier pr. 1868—1866, verpl. naar Wormer- 
raar naar Heilo 1877. Aldaar ia hy overleden 
1879. 

IS Jacobus van Aarsen, geb. te Dordrecht 1828, 
irorden 1856, pr. te Veere 1863-66, alhier te 
i6-7i , te Hoogmade 1872 en overleden 20 

'oannes Lucassen, geb, 183C», presbr. 1861, 
(872-76. Verplaatst naar Boskoop, alwaar nog 
pr. werkzaam. 

sFranciscusSchlüter, geb. 1837, presbr. 1863, 
sedert 1876. 

i.. kerkgemeente van Rhoon maakt thans deel 
: dekenaat van Rotterdam, bisdom van Haarlem, 
steeds den H. Willibrordns als haren patroon 
>lgen8 de laatste opgave, 283 coramunicanten. 



81 . 

Het R. K. bedehuis en de pastorij van Rhoon bevinden 
zich nabij het zoogenaamde Rhoonsche veer op Beijerland ; 
voor erfpacht van den grond wordt jaarlijks ƒ 28,30 be- 
taald aan den Heer der heerlijkheid. 

R*. D". pastoor van Aarsen gaf mij in 1872 mondeling 
te kennen : meer dan eeps te hebben hooren verhalen 
dat de tegenwoordige kerk met de pastorij en tuin niet 
de oorspronkelijke stichting is der //Gaaien", maar dat 
er verplaatsing was geschied, waartoe de #van Brienens" 
ruimschoots zouden hebben bijgedvagen. 

Zoo dsit verhalen yfSLBrheid bevat, alsdan is te veronder- 
stellen, dat het vastklampen van den oorspronkelijken 
weldoener Hugo Franc Gael tot zijn dood [f 22 Aug. 1720] 
en van zijne erfgenamen aan het Jansenismus de ver- 
plaatsing veroorzaakt heeft. 

Wat er van zij, de i^van Brienens" gelijk ook sinds 
1830 de #Hobokens" hebben zich meermalen welwillend 
en vooral vrijgevig betoond jegens de kleine R. K. ge- 
meente van Rhoon en Pendrecht. 

A. V. LOMMEL, S. J. 



Bydragen Gescb. Bisd. v. Haarlem Xe Deel. 6 



82 



DE ABTDIJ VAN EGMOND 

DOOB DE KBIJOSKNEGHTEN VAN 80N0T VERBRAND 

AO 1572. 



. PEAESAGIUM 

INVENTUM IN AMBULACRO 

ABBATIAE EGMUNDANAE 

CÜM DESTRUEBETÜB , PULVERE ET SITü FEBE OBLITEEATUM 

an. 1572. 

HoUandia viscerum dolore coronabitur, — Alij : cruciabitur 
Monstra marina malorura praeludia erunt, 
Calicem furoris Domini cam Sacerdotibus bibet, 
Turbatis Principibus turbabitur pax populorum, 
Gemina procella superveniens absorbebit eam. 

Geschreven met de band van Mr. Gerr\jt Adriaenss. De Witte, 
Pastoor van het Begg^uhof te Haarlem. (A» 1615 — 1680.) 

In No 5 Archief van het Begg^ohof.. 

Haarlem, C. J. Gqnnet. 



HET OUDE GASTHUIS 

EN 

HET St. ELISABETH'S GASTHUIS 

TE 

HAARLEM. 

Het is vrij wel bekend dat er in vroeger eeuwen vele 
gasthuizen in Haarlem bestaan hebben. Men had er het 
St. Elisabeth's gasthuis, dat van Onse Lieve Vrouwe 
of St. Barbara, St. Oornelius, St. Remigius, St. Jan, 
St. Anthonie, St, Jacob en anderen. Sommigen er van 
zijn nog aanwezig, enkelen bij bestaan blijvenden ingelijfd^ 
de overigen verdwenen, maar behalve de reeds opgenoemde 
gestichten tot verpleging van kranken , waaronder dat van 
St. Elisabeth, in 1438 aldus genoemd maar zeker veel 



83 

vroeger reeds bestaande, als een der oudsten dient aange- 
merkt te worden, vindt men in 1375 melding gemaakt 
van #het Oude Gasthuis" dat, waarschijnlijk ter onder- 
scheiding van een ander van later dagteekening, onder 
dien naam het* best bekend was. 

Het Oude Gasthuis bevond jsich tusschen de Achter- 
straat en den Burgwal. Die plaatsaanduiding komt ten 
minste voor in akten van 1375 en 1387 en het was dus 
in de nabijheid er van dat het St. Jacobs gasthuis in 1436 
werd opgericht. Van het Oude Gasthuis is niet heel veel 
bekend, evenmin de tijd der stichting als van opheflSng, 
hoewel het niet al te gewaagd is aaü te nemen , dat het in 
verloop van tijd, waarschijnlijk in de 15® eeuw is ingelijfd 
bij* en samengevoegd met het St. Elisabeth^s gasthuis. 

Ik ben in staat, ten minste iets mede te deelen aangaande 
dat overoude gesticht, wel niet zoozeer eene opheldering 
omtrent de verpleging van kranken , maar eenige bijzonder- 
heden rakende de kerk en den kerkedienst. In het jaar 
1378 waren er drie vrome burgers van Haarlem, die, be- 
geerende een Gode welgevallig werk te verrichten, eene 
vicary stichtten op het hoofdaltaar in het Oude Gasthuis, 
ter eere van den Almachtigen God, van Zijne gezegende 
Moeder en van alle Heiligen , maar vooral van de Aller- 
zaligste maagd Maria. Tot onderhoud van den priester, 
die er mede belast zou worden, schonk het godvruchtig 
drietal eenige vaste goederen en renten , zij stelden zich- 
zelven tot coUatoren en bepaalden dat na den dood van 
hen allen , de begiftiging zou komen aan fabriekmeesters 
van de Haarlemsche Parochiekerk. Heer Walterus Louwe, 
priester uit het ütrechtsche Bisdom , werd bij den stichting- 
brief van 1 6 Februari 1378 door hen met deze praebende be- 
giftigd, en daarin erkend en bevestigd door den Bisschop van 
Utrecht op Zaturdagna SS, Peter en Pauwels van hetzelfde 
jaar, toen tegelijkertijd de fundatie werd goedgekeurd. 



84 

Na deze korte inleiding laat ik de akten-zelven hier 
volgen. ') 

In Dei nomine Amen, Cunctis pateat evidenter, quod anno a 
nativitate Domini Millesimo Treeën tesimo Septuagesimo octavo 
Indictione prima secundum stilum , usum et consuetudinem civitatis 
et dyocesis Trajectensis, Mensis februarij die sedecima hora none 
vel quasi, in mei notarij publici et testium subscriptorum ad 
hoc vocatorum specialiter et rogatorum presentia propter hoc per- 
sonaliter constituti, discreti et honesti viri Gerardus dictus Zee- 
lander, Gerardus dictus Vossel et Gerardus de Spaernewoude , 
opidani in Haerlem dyocesis et archidiaconatus Trajectensis, 
Cupientes , desiderantes et volentes cultum Dei circa divina officia 
augmentare, ad fundationem et dotationem unius cappellanie in 
»honore Dei omnipotentis et benedicte matris sue virginis Marie 
ac omnium sanctorum Dei et specialiter in honore beatissime 
Marie virginis gloriose supradicte tamquam ejusdem Cappellanie 
patrone de novo erigende, et in antiquo hospitali in Haerlem in 
altari principali seu priucipaliori ejusdem antiqui hospitalis, 
dyocesis et archidiaconatus predictorum perpetuis temporibus 
deserviende , ac fundando et dotando eandem cappellaniam de 
bonis suis ipsis a Deo concessis, dederunt, contulerunt, dona- 
verunt, assignaverunt et deputaverunt et ad usum seu opus ejus- 
dem cappellanie resignaverunt propter Deum et salutem animarnm 
suarum ac anin^arum beuefactorum eorundem , sponte et ex certa 
scientia omnibus jure, modo, via, causa et forma quibus melius 
et efficatius potuerunt et debuerunt, omnia et singula bona in- 
frascripta , modo et forma infrascriptis , Et primo Gerardus dictus 
Zeelander prelibatus, ad fundationem et dotationem ac in dotem 
dicte cappellanie , de bonis suis dedit , contulit , donavit , assig« 
na vit et deputavit et ad usum et opus ejusdem cappellanie re- 
-signavit pure unam mediam partem pro indiviso cujusdam pecie 
terre situatam infra parochiam de Haerlem apud silvam Haerle- 
mensem infra terras fratrum doinum hospitalis Iherosoliraitani in 
Haerlem ad partem noertoest vulgariter nuncupatam, et terras 
ad hospitale in Haerlem et ad sanctum spiritum in Haerlem jure 
dominii vel quasi spectantes et pertinentes , ad partem zuutwest 
vulgariter nuncupatam , primodicte pecie terre proxime adjacentes 

et confines , cum omnibus et singulis oneribus prefate medie parti 

-^ ■■ * 

1) Archief van de St. Bavokerk te Haarlem. 



85 

pro indiviso pecie terre primodiote annexis, cujus quidem pecie 
terre primodicte alia media pars pro indiviso ad Gerardum de 
Spaernewoude predictum jure dominii vel quasi dinoscitur per- 
tinere, volens quod quicunque fuerint cappellani dicte cappellanie 
in eaDdem canonice instituti levent, tollant, et percipiant ac in 
suos usus coDvertent singulis annis quamdiu Cappellani et veri 
Bectores dicte cappellanie extiterint, oranes et singulos fructus 
et redditus prefate medie partis pro indiviso pecie terre primo- 
dicte cum omnibus et singulis oneribus supradictis , sic quod ipsi 
solvent omnia et singula onera prefate medie parti pro indiviso 
pecie terre primodicte annexa. Deinde vero incontinenti Gerardus 
dictus Vossel prelibatus, ad fundationem et dotationem ac in 
dotem dicte cappellanie de suis bonis dedit, contulit, donavit, 
assignavit et deputavit , ac ad usum et opus ejusdem cappellanie 
resignavit sponte, unam peciam terre existentem quantitatis vel 
quasi quinque mensurarum cum dimidia , made vulgariter nuncu- 
patarum, situatam infra parochiam de Haerlem supradictam in 
loco Waerde vulgariter nuncupato , ad quandam aquam die Leede 
vulgariter dictam ad partem meridionalem , et terras ad Egidium 
Vtenwaerde ad unam partem, ac terras ad Wilhelmum filium 
Hebbe et privignos ejusdem partem ad aliam jure dominii vel 
quasi spectantes et pertinentes , prefate pecie terre existenti quan- 
titatis vel quasi quinque mensurarum predictarum cum dimidia 
ibidem prope adjacentes et confines. Hijs tamen modo et forma 
adjectis videlicet, quod qui fuerint Cappellani et Rectores sepe- 
dicte Cappellanie canonice instituti in eandem levabunt, toUent 
et percipieot singulis annis libere sex libras hoUandentium dena- 
riorum monete in opido Harlemsensi communiter currentis , de 
fructibus et redditibus pecie terre proxime dicte, et prefatus 
Gerardus dictus Yossel quamdiu idem Gerardus vitam duxit in 
humanis toilet, levabit et percipiet ac suis usibus applicabit sin- 
gulis annis totum residuum de fructibus et redditibus ejusdem. 
pecie terre proxime dicte , Et statim post mortem ejusdem Gerardi 
dicti Yossel , Cappellani et rectores sepedicte cappellanie, canonice 
instituti in eandem, qui pro tempore fuerint, toUent, levabunt 
et percipient et suis usibus appUcabunt extunc in futurum per- 
petuis temporibus, omnes et singulos fructus et redditus hujus- 
modi pecie terre- pro ximedicte, et de eadem disponen t propria 
auctoritate eandem locando aut eademmet fruendo libere et pacifice 
ac sine contradictione ; molestatione et perturbatione heredis seu 
heredom Gerardi dicti Vossel prelibati. Preterea vero Gerardus de 



86 

Spaernewoude supradictus ad fundationem et dotationem ac in 
dotem sepedicte cappellanie de suis bonis dedit , contulit, donavit , 
assignavit et deputavit, ac ad usum et opus ejusdem cappellanie 
resignavit sponte quadraginta solidos hollandenses denarios annai 
redditus, perpetuo duraturi post mortem dyedwaris relicte Jacobi 
dicti Zoete , per cappellanos et rectores dicte cappellanie in eandem 
canonice institutos qui pro tempore fuerint, singulis annis semel 
de et ex bonis omnibus et singulis mobilibus et immobilibus 
IJsebrandi dicti Vroulijn levandos , toUendos et pércipiendos , 
sic, quod prefata Dyedwaris quamdiu eadem vitam duxit in hu- 
manis, singulis annis semel toilet, levabit et percipiet et in suos 
usus convertet quadraginta solidos snpradictos, et hijs eideni 
Dyedwari salvis, prefatus Gerardus de Spaernewoude omne jus 
quod sibi corapetijt in dictis quadraginta solidis annui redditus 
et ad prefata bona IJsebrandi dicti "Vroukijn prelibati occasione 
eonindem annuorum reddituum quadraginta solidorum predictorum 
ad et in dotem dicte cappellanie plene et libere transtulit Ad 
quam cappellaniam supradictam cum omnibus suis juribus et per- 
tinentijs Gerardus dictus Zeelander, Gerardus dictus Vossel et 
Gerardus de Spaernewoude prelibati, uuanimiter et concorditer 
pvesentaverunt pure et simpliciter propter Deum , discretum virum 
dominum Walterum dictum Louwe, presbyterum dicte Trajectensis 
dyocesis, illi ad quem hujusmodi presentatio de jure vel consue- 
tudine üeri debeat pro institutione canonica et possessione pacifica 
et quieta ejusdem cappellanie optinendis, Eogantes affectuose 
reverendum in Ghristo patrem et dominum , dominum Episcopum 
Trajectensem seu ejus vices in hoc habentem et gerentem, qua- 
tenus prefatam cappellaniam, cum interpositione decreti in talibus 
fieri consueti, velit confirmare, et insuper Gerardus dictus Zee- 
lander, Gerardus dictus Vossel et Gerardus de Spaernewoude 
prelibati voluerunt unanimiter ac eoncorditer ordinaverunt, quod 
quicunque et quotiescunque post mortem seu per mortem aut 
liberam resignationem prefati domini Walteri, aut aliter qualiter- 
cunque dictam cappellaniam vacare contigit, ipsi tres predicti 
simul si tune omnes superstites fuerint, et si unus eorum tune 
mortuus fuerit , duo ex eisdem simul qui tune superviverint , pre- 
sentabunt, et si duo ex eisdem mortui fuerint, tune ille qui ex 
eisdem superstes fuerit, presentabit ad prefatam cappellaniam 
virum ad hoc ydoneum, pure et simpliciter propter Deum, illi 
ad quem ipsa presentatio de jure vel consuetudine .fieri debeat , 
pro institutione canonica et possessione pacifica et quieta ejusdem 



87 

cappellanie optinendis^ quodque post mortem omnium ipsorum 
trium jamdictorum , collatio prefate cappellanie seu presentatio ad 
eandem Gappellaniam, ad procuratores sive magistros fabrice ecclesie 
Haerlemensis sive parocbialis ecclesie in Haerlem dicte dyocesis, 
qui pro tempore fuerint in perpetuum spectabit et pertinebit , quod- 
que ipsi procuratores sive magistri fabrice ecclesie predicte, tune 
quandocunque eandem cappellaniam vacare contigit, ad ipsam 
virum ad hoc ydoneum- de genere dictorum fundatorum prefate 
cappellanie aut alterius eorundem si quis tune de genere predicto 
ad hoc ydoheus fuerit, alioquin alium virum ad hoc ydoneum, 
pro institutione canonica et possessione pacifica et quieta optinen- 
dis, presentabunt, Proviso quod si de prefatis presentandis ad 
dictam cappellaniam plures ydönei ad hoc fuerint, tune magis 
ydoneus minus ydoneo preferatur, Super quo dicti fundatores 
prefate cappellanie conscientias dictorum procuratorum sive magi- 
strorum fabrice ecclesie prédicte , qui pro tempore fuerint duxerant 
onerandas, Preterea si contigit dictos procuratores sive magistros 
dicte fabrice aliquo tempore vacationis dicte cappellanie circa 
presentationem ad eandem cappellaniam, per ipsos faciendam, 
discordare, voluerunt dicti fundatores ejusdem cappellanie, quod 
tune major pars minori parti in presentatione hujusmodi preferatur. 
Super quibus omnibus et singulis dicti fundatores prefate cappel- 
lanie, videjicet Gerardus dictus Zeelander, Gerardus dictus Vossel 
et ^Gerardus de Spaernewoude prelibati et Dominus Walterus pre- 
sentatus ad eandem Cappellaniam supradictus, petierunt a me 
notario publico subscripto sibi fieri unum publicum instrumentum 
seu plura publica instrumenta, ad dictamen viri sapientis. Acta 
sunt hec in domo quam Gerardus dictus Zeelander, Gerardus 
dictus Vossel et Gerardus de Spaernewoude prelibati , inhabitant 
de presenti, situata in opido Harlemensi pretacto ad plateam Sinte 
Jansstraet vulgo nuncupatam, Presentibus ibidem viris honestis 
et discretis Magistro Reynero de Byedwijc , licentiate in legibus, 
clerico , Nycolae Zeelander , Cyrurgico et Theodorico filio Johannis, 
Sectore, incolis prenotati opidi Haerlemensis prédicte dyocesis, 
testibus ad premissa vocatis specialiter et rogatis. 

Et ego Jacobus Mensonis de Novo-Aemstel , Clericus Tra- 
jectensis dyocesis , publicus imperiali auctoritate et admissione 
ordinaria notarius, fundationi et dotationi hujusmodi • cap- 
pellanie prenotate nee non premissis omnibus et singulis una 
cum prenominatis testibus presens interfui eaque sic fieri vidi 
et audivi, et hoc publicum instrumentum inde confectum in 



88 

hanc fonuam publicam propria manu mei redegi sigDoque 
meo solito et consaeto signavi rogatus et requisitus in testi* 
moniumveritatis omnium premissorum. 

Arnoldus de Hoern, Dei et apostolice sedis gratia Episcopus 
Trajectensis Notum facimus universis, quod nos fundationem et 
dotationem Capellanie de novo per probos viros Gerardum dictam 
Zelander, Gerardum dictum Vossel et Gerardum de Speernewoude 
opidanos in Haerlem nostre dyocesis , in honore Dei omnipotentis 
et beuedicte matris sue virginis Marie et omnium sanctorum Dei 
et specialiter in honore beatissime virginis Marie supradicte, in 
antiquo hospitali in Haerlem in altari principaliori ejusdem hospi- 
talis fundate, dotatc et erecte, de qua quidem Capellania Ut 
mentio in literis et instrumentis publicis exinde confectis, quibus 
hec nostra presens cedula est transHxa, prout proprie, rite et 
canonice statuta sunt, ratificamus, approbamus et in Dei nomine, 
auctoritate nostra ordinaria hijs presentibus confirmamus, decer- 
nentes predicta fructus et alia quevis bona , ad dictam Capellaniam 
in dotem assignata fore ecclesiastica , ipsaque debere de cetero 
ecclesiastica libertate gaudere. Instituentes in dictam Capellaniam 
discretum virum dominum Walterum dictum Louwe , presbyterum 
dicte nostre dyocesis, Investientes dictum presbyterum tenore pre- 
sentium in eadem Jure tamen nostro et parochialis ecclesie in 
omnibus semper salvo. Harum nostrarum testimonio literarum. 
Datum anno Domini Millesimo Trecentesimo Septuagesimo octavo 
sabbatho post beatorum Petri et Pauli apostolorum. 

Deze stichting is dunkt mij om tweeërlei redenen merk* 
waardig. Vooreerst omdat drie elkander niet verwante 
privaat -personen als fundateurs optreden, een geval dat 
zelden voorkomt, en dan dewijl wij in de akten eenige 
ophelderingen vinden omtrent een gasthuis, waarvan schier 
niets bekend was. Daargelaten echter dat gewicht en de 
beteekenis die altijd te hechten is aan middeneeuwsche 
vicaryen, eene geheele eigenaardige en bij den tijd passende 
openbaring van weldadigheids- en godsdienstzin, komen 
soortgelijke stichtingen nog al veelvuldig voor eü hebben 
daarom weinig verrassends. Zeldzamer zijn de brieven 
waarbij het eene klooster of gasthuis aan het andere een 



89 

geschenk aanbiedt, vooral wanneer dat van zulken onge- 
wonen aard is als hieronder nader zal blijken, en daarom 
meen ik dat het stuk, waarin men eenige kenschetsende 
en wellicht minder bekende bijzonderheden zal aantreffen, 
merkwaardig genoeg is om in zijn geheel te worden af- 
gedrukt. 

Het heeft betrekking op 

HET 6T. ELISABETHS GASTHUIS. ' 

Dit gesticht stond in 1847 op het gedeelte der Stad, 
thans de Botermarkt genoemd. Er behoorde eene vlak 
daarbij gelegen kerk toe, aan St. Gangulphus toegewijd. 
Toen het gebouw ontoereikend werd om alle kranken op 
te nemen, werd een nieuw gasthuis in de Groote Hout- 
straat opgetrokken (hoek tegenwoordig Verwulft) dat zich 
uitstrekte langs de Oudegracht tot de Koningstraat en 
waaraan ook eene kerk verbonden was. Wanneer dit plaats 
vond, valt niet met juistheid te zeggen, maar wel weet 
men dat in 1432 gesproken wordt van het gasthuis in 
de Groote Houtstraat en dat het eerst in 1488 den naam 
droeg van St. Elisabeth. Het gesticht achter St. Gangolf 
(op de Botermarkt) werd beschouwd als eene succursale 
van het nieuwe en met de er aan verheelde kerk in den 
grooten brand van 1576 geheel verwoest. *) 

Gasthuismeesteren hadden hun eigen kapelaan en zij- 
zelven of deze geestelijke stonden ip betrekking met zekeren 
Petrus Van Monnickendam y misschien een ordebroeder die 
de düodenlijsten der kloosterlingen , in verschillende oorden 
ter lezing rondbracht. *) Van dezen wederzijdschen vriend 

1) Mr. A, J, Enschedé, Verslag over de Geschiedenis en den eigendom 
van het St. Ëlizabeth's of Groote Gasthn^. 8» 1860, blz. 11—12. 

1) Zie daarvoor Drs. W, Moll en /. G. de Hoop Schfffer^ Stadiën eu 
Bijdragen op 't gebied der historische theologie. Dl. IV, blz. 308. 



f. 



90 

hadden de coiiventualen der Abtdij van de heilige Maria 
Ie Casa-nova ') vernomen, dat de broeders en zusters van 
het gasthuis der heilige Elisabeth te Haarlem, steeds 
vervuld waren geweest van groote godsvrucht tot de over- 
blijfselen van heiligen en groote begeerte hadden iets te 
bezitten van dergelijke reliquien, welke in ruimen voor- 
raad te Casa-nova werden bewaard. Uit overweging hier- 
van zond de Abt door tusschenkomst van Petrus Van Mon- 
nickendam aan het Haarlemsche gasthuis ten geschenke 
de volgende reliqliien. Vooreerst en hoofdzakelijk : van den 
arm des H. Bartholomeus , en van de hand des H. Thadens, 
apostelen; van den arm des H, Prixius, (Priscus?) marte- 
laar, een beentje van de H.Lucia, maagd, en een stukje 
van het gewaad des H. Bernardinus. Er werd slechts bij 
bedongen, dat de begiftigden deze overblijfselen met 
passenden eerbied zouden in waarde houden, opdat de 
heiligen wier gebeente op aarde werd gehuldigd, voor- 
sprekers mochten wezen bij Jesus Christus in den hemel. 
De brief van den Abt Broeder Berardus, welke gedag- 
teekend is van 2 April 1454 en ten geleide strekte van 
het geschenk, luidt in dezer voege: ') 

• 

Frater Berardus , divina permissione Abbas Sancte Marie Case 
Nove, cum prioribus suis et fratibus ejusdem abbacye , in Christo 
Jhesu, dilectis nobis fratribus et sororibus Ghristi pauperibus 
hospitalis Sancte Elyzabeth oppidi Hairlemensis contrate HoUandye 
et eorum procuratoribus presentibus et futuris Nostram omnimodam 




1) Er zijn bekeod twee abdgeo ordinis S^^ Bernardi, ook gezegd Cistercien- 
bes, beiden gelegen in Italië, die den naam hebben gedragen van Casa-nova. 

1* Casa-nova, non adeo longe a Carmauiola in Pedemontio et dioecesi Taa- 
rinensi Beata Maria de Casa-nova et Sanctae Crucis, die abdij is gesticht 
Ao 1150. 

2* Casa-nova, in Apratio-ulteri^re (Abruzze) et dioecesi Pennensi non 
procal ab urbe episcopali sita; gesticht Ao 1195. 

Mededeeling van den Zeer Eerw. Heer A. M. van Lommel S. J. 

2) Archief van de St. Bavokerk te Haarlem. 



91 

benivolenciam cum osculo pacis iu, vinculo caritatis, Cum psalmi- 
graphus ille divinus David per suas armonias dulcibus quibusdam 
raodulacionibus nos incitat ad laudandum Deum in sanctis suis 
et DOS cultus divini debitores sumus ampliandi ac pietatis ad- 
implende qiie ad omnia valet promissionem habens vite que nunc 
et future, Hinc est quod devocionem vestram per nostrutn petrum 
de monikedam nobis revelat^m intelleximus quam ad sanctorum 
reliquias semper habuistis Nee mirum ia quibus spiritus sanctus 
habitavit unde sanctificati ac sancti dei sunt appellati Etenim nos 
per Dei graciam celestis Jherusaletn coheredes et seciili venturi 
concives eorum apud nos corpora reservamus sanctorum quasi 
pignora secundum sanctum Bernardum , Oportune igitur conside- 
rantes quod per vestrum et nostrum petrum memoratum vobis 
de divicgs nostris quibus nostra paupertas est ditata destiuare 
potuimus et ipse nobis instantissime , humiliter et devote suppli- 
cavit ac pye benigneque exoravit, ut idipsum pro honore Dei, 
qui in sanctis suis honoratur ac pauperes Christi consolacionem 
non vellimus denegare Has ergo infrascriptas vobis Sanctorum 
raisimus reliquias, primo et principaliter brachii Sancti bartholomei 
et manus sancti thadei apostolorum Jhesu Christi , brachii sancti 
prixij martiris et os quoddam sancte lucie virginis, particulam 
vestis sancti bernardini in almucio fratris Johannis capistrani 
Rogamus perinde vos et obsecramus, ut omnem dignam reve- 
renciam hijs sanctorum reliquijs citra tamen veneracionem corporis 
Jhesu Christi exhibeatis honore condigno Ut et ipsi Sancti Dei 
quorum ossa sacra veneramur in terris , dominum nostrum Jhesum 
Christum pro nobis iutercedant in celis. In cujus rei testimonium 
et fidem has nostras literas omnibus Christi fide^ibus in perpetuam 
memoriam deducimus per apposicionem et consignacionem pendentis 
sigilli nostre abbacye. Anno dominice incarnacionis Millesimo qüa- 
dringentesimo Quinquagesimo quarto secunda die men sis aprilis. 

Het is onmogelijk na te gaan waar deze reliquien ge- 
bleven zijn en men moet zich vergenoegen , met de mede- 
Jeeling welke wij in den pas afgedrukten brief ontvangen, 
dat ze eenmaal in bezit zijn geweest van het St. Elisabeth's 
gasthuis te Haarlem. 

Haarlem, C. J. Gunnet.: " 

. - ^■' ^ ^ 

^ , ^ ■• ^ 

j . ^ ■> - 



92 



ROTTERODAMENSIA. 



Ik waag het eenige uittreksels, hier en daar in archie- 
ven enz. uitgeschreven, aan het publiek mede te deelen, 
gissend, dat zij eenigermate dienstbaar wezen zullen ter 
toelichting van de geschiedenis der R. Katholieken van 
Rotterdam. Het weinige wat ik thans aanbied , vermeende 
ik, door aanteekeningen ter verklaring of toelichting ver- 
gezeld te moeten doen gaan; de waarde hiervan blijve 
natuurlijk ter beoordeeling der lezers. Ten gerieve dezer 
laatsten , alsook van hen die later wellicht zouden willen 
raadplegen, is de tijdsorde gevolgd. 

A. VAN LOMMEL, S. J. 

//Den elfden Juny 1612 heeft den officier Muylwyck Burge- 
//meesteren aengedient, dat binnen deser stad t was gelogeert D'. 
//Wingerius, jesuljt, ten huyse van Pieter Arentsz. Kievidt." 

[Stedelijk Archief te Rotterdam]. 

Er staat foutief i^ Wingerius" en moet zijn Viringus; 
immers p' Joannes Viringus, geb. te Leuven 1571, Je- 
suiet geworden 1589 en priester gewijd in 1604, was in 
1612 te Rotterdam. Hij was alhier, als de eerste vast- 
verblijvende missionaris, aangekomen in 1610, en vertrok 
in 1613; hij is gestorven op 30 Nov. 1622 te Antwerpen. 
Vóór 1610 hadden uit Delft enz. meer dan een Jesuiet 
bij tusschenpozingen sedert 1592, het jaar waarin zij zen- 
ding kregen voor Holland enz. , de Rotterdamsche Katho- 
lieken bezocht en in het geestelijke geholpen. 

De onmiddellijke opvolger van p' Jo. Viringus is ge- 
weest Nicolaus Romaeus, in wiens plaats in het begin van 
Y.3Ö15, werd gezonden p' Joannes Reineri, die alhier ver- 
•KTeef tot zijn overlijden, dat voorviel op 4 Sept. 1625. 



93 

Testimonium dvimti Botter odamemium *) [1622]. 

Nos subscripti incolae et cives urbia Rotterodamensis praesen- 
tibus omnibus notum facimus et declaramus : Patres S. J, ab eo, 
quo illos novimus tempore., animarum nostrarum saluti quam 
maxime proficuos fuisse. Quocirca nulli labori, nullis molestiis par- 
centes ; cum exiguum Catholicorum numerum, quera sub initium liic 
repererunt, augere; turn etiam conversis jam, alacriter viam vir- 
tutis incederent, majares semper stimulos addere conati sunt : nulla 
interim umquam laboris sui mercede expetita, ea eleemosyna con- 
tenti, quam necessariae illorum sustentationi assignandam judi- 
cavimus. Quinimo dicti Patres persaepe oblatas ab amicioribus 
eleemosy nas, constanter recusarunt aul acceptas quidem , non num- 
quam fisco nostro , quo ejus quae habet in fovendis hic Romanae 
fidei exercitiis, onera sublevarent, adjecerunt: subinde etiam et 
ex occasione populum serio adhortati sunt, ut per aliqua legata 
seu eleemosynas, communi necessitati — modo accessioue saecu- 
laris cujusdam sacerdotis adhuc auctae — vellent prospicere non 
sine notabili omnium nostrum levamine, totlusque communitatis 
insigni utilitati. Denique illud experti sumus : Patres S. J. in omni- 
bus nihilo minus , quam proprium emolumentum spectasse: nostris 
rebus semper intenti in labore assiduo, neminem quantumvis etiam 
miserae et abjectae conditionis relinquentes aut despicientes; quin 
potius eisdem in extremis constitutis, sive in hospitalibus sive alibi, 
cum manifesto sui cujusque pericnlo, quam diligentissime adstitere 
et solatio fuere. Concionibus vero ad populum , cathechisationi 
mdium, sacramentorum administrationi, etiam supra suas vires in- 
sudarunt. Toti proximorum utilitati et saluti intenti, deviis ac 
communi patriae errore deceptis, mira suavitate reducendis , perexi- 
gaum autem orthodoxorum numerum, qui ab initio erat, adeo 
augendo atque ampliiicando ; ut incredibile videri possit in tot 
periculis, talibus augustus tem porum, tantum et effici potuisse et 
in dies adhuc, magno nostro solatio praestari. 

Eo enim loco apud nos fuit res catholica : ut longo tempore 
omni saecularium sacerdotum ope et auxilio destituti fuerimus , 
neque ulli eorum penes nos diversari placuerit. 

Jam vero — Deo laus — eo deventum est , ut nulli saeculares 
sacerdotes , qui nobis cohabitant, denegentur; quandoquidem de 
facto unus eorum ab aliquot hinc annis apud nos sedem suam fixerit. 



1) Ez Archo Romaoo S.J. 



94 

In quorum omnium fidem nos subscripti praesentes própria manu 
subsignavimus 16^ Februarii anni 1622. 

Josepbas Moerman s. 0. Croock. 

H. V. der Meer. H. Schouten. 

A. Groenhout. Pieter Willemse v. der Wiele. 

A. Kievidt. Adriaen v. der Focq. 

Franc. v. den Bruel. Jan Jansens v. der Santen. 

Lenardt Jans. Jan Claessen. 

Dirck Janssen. 

Praedictum translatum concordat cum suo flandrico originali; 
per me Joannes Nicolai notar. public. 

De wereldlijke priester, die op het einde van voor- 
gaande getuigschrift gezegd wordt, zich vóór eenige jaren 
te Rotterdam, voor goed metter woon te hebben gevestigd, 
was geheeten Martinus Moddaeus. Herwaarts was hij ge- 
zonden, niet in 1605, — gelijk in Necrologie Harlemensi 
(Katholiek LX, 15) is aangegeven, want er moesten nog 
negen jaren verloopen, eer dat de Hoogw. H^ PhiU Rove- 
nius, die hem afzond, tot tweeden apostolischen Vicaris 
zou verheven worden — , maar in Junij 1615 , gelijk ik ook 
las in een handschriftelijk, ir Breve chronicon Stationis S. J. 
Rotterodamensis^', en tevens genoegzaam blijkt uit het 
oudste doopboek van de St, Laurens-ker^ in den Oppert 
te Rotterdam, alwaar 's mans eerste kinderdoop als op 
1 Julij 1615 geschied, staat opgeteekend. 

Boven de eerste 42 doopsels, die ingeschreven staan 
in genoemd doopboek, bevinden zich de woorden: Af Nomina 
Baptisatorum „k Rev® D^ Joê. Reirieri ab a° 1615**, en 
boven het eerste doopsel van Moddaeus : uk Pastore 
Martino Moddaeo." ' 

De inschrijver, de ZEerw* Henricus van Meppelen, te 
Rotterdam als pastoor aanwezig 1672-94, zal zulks in 
oude papier-snippers hebben gevonden en heeft ongetwij- 
feld hiermede willen aanduiden, dat Moddaeus te dezer 



95 

stede in de wandeling, gelijk^ hij zelf, voor den pastoor 
gehouden en de Rev' D* Reijneri, gelijk dezes opvolgers, 
slechts als missionarii of paters be£y:oet werden. 

Daar nu buiten den Jesuiet Joannes Reineri, overleden 
4 Sept. 1625 te Rotterdam, noch in de Verslagen of 
Belationes van Mgr. Rovenius '), noch in de M.S. der 
missionarii S. J. Rotterodamenses ergens een seculier Heer, 
ook Reineri of Regneri genoemd, voorkomt als werkzaam 
te Rotterdam; geloof ik stellig, dat het pastoorschap van 
M'. Joes. Regneri, aangeduid in Bat. Sac. II, bl. 197-98, 
minstens door persoonsverwarring is opgezet. 

De ZeerEerw. H' Mart. Moddaeus stierf te Rotterdam 
den 7 Jan. 1630. ') 

Vóór dat Moddaeus zich als aprimua inhabitans pastor 
JRotterodamensis'^ kwam neerzetten, waren van 157*2 af, 
nu en dan , naast overgebleven of aankomende paters 
Ordinum mendicantium of Jesuieten, alhier aan het heil 
der zielen zich wijdend, uit de seculiere geestelijkheid 
bij wijlen aanwezig : Martinus Dunkanus , Joannes Jacobi 
Goudanus, Joannes Wyckenradii, Rumoldus Medemblicius 
[16 Jun. 1601 priester gewijd, en in 1606 naar Leiden 
vertrokken], en Alexander è. Lamsweert. 

A* 1625. K" T)" Mart. Moddaeus, saecularis sacerdos vocavit 
UDum ex Ordine St. Dominici. [Ex Brev. Chron.] 

A°' 1628 : Factum quidem ut lil™* Domini harum provinciarum 
Vicarii nutu , quidam e Divi Dominici farailia sacerdos accesserit 
in cumulum operarum simulque cumulaverit et fructum. 

[Ex Litteris annuis Miss. HoU. S. J. 

Deze beide uittreksels^ leeren ons, dat in het jaar 
1625 pogingen gedaan werden ter verkrijging van een 



1) Zie Archief van Utrecht etc. Dl. I, bl. 217 en Tract. I, bl. 284. 
▼au Nic. Broederaen. 

2) Id het Necrol. Harlemen. staat hij als overleden 1629. 



L 



96 

pr. Dominicaan voor Rotterdam, en dat drie jaren later 
de aankomst is gevolgd. 

Daar nu elders (Büdr. van Haarl. Dl. V, bl. 279 enz ) 
is uitgemaakt dat eenpr. Preekheer, genaamd Antonius 
Scholten, in Julij 1636 bij zijn overlijden of eerder bij 
zijne afreize, te Rotterdam ruim 6 jaren had gearbeid, 
schijnt mij het voorgaande met genoegzame zekerheid aan 
te duiden dat pr. Scholten de eerst weer vastverblijvende 
Preekheer en alzoo de grondlegger der #Steigersche Statie" 
te Rotterdam is geweest. 

Ettelijke jaren geleden , teekende ik te *s Hage nit de 
papieren van 't Hof van Justitie op , omtrent een* Pieter 
Zieren, A® 1593, 74 jaren oud en geboortig van Rotter- 
dam, dat hij was geweest i,eertiji8 religieus in den Pre- 
dicaren convente te Rotterdam; dat hem twaelff ponden 
vlaems tsjaers tot alimentatie waren toegeleijt; dat hij de 
alimentatie verbeurde door: op de Roomsche wijze Ellert 
Fvedericxz. met Lysbeth Boudewynsdhr, te trouwen en dat 
hij diens volgens op den lesten dach Januarii 1 583 ver oor ' 
deeld was : om binnen den tydt van 8 dagen eerstkomende 
uyt Rotterdam en de vryheyt van dien — als hij dese peri- 
culoese tijden derselver stede onnut — te vertrecken ende 
daerinne niet weder te comen binnen 9 jaeren eerstcomende, 
op arbitrale correctie »^^ 

De balling vertrok met eene gratuiteit van 50 Car. gis. 
naar 's Hage , en betrok aldaar een huis, alwaar jegenwoor* 
dig [1593] wonende es den tijd van 12 jaeren ofte daer om- 
trent , en waarvan hij de huur betaalde met de penningen 
die hem gegeven werden door goede luyden; ook verder 
levende van aelmissen, synde Ordinis mendicantium. 

Die pater Zieren ') die na zijn vertrek uit zijne ge- 

. 1) Zoa soms pr. Petrus Cruyswyck, irRotterodamensis conventas aliqaamdia 
prior", wiens levensloop in de Desolata Batavia Dominicana op bl. 184 
beschreven staat, een en dezelfde persoon wezen met pr. Zieren? Stond 



97 

boorteplaats nog twee dagen moest vastzitten om de mis 
en de oorbiecht 9 die ook werd verstoord in zijne vergade- 
ringen etc. , kan met zijne eveneens gealimenteerde Rot- 
terdamsche kloosterbroeders , vóór 1583, op ^Zijdewinde 
aan den Beukelschendyck" wel geschuild en vandaar uit 
mede de overgebleven Roomschen te Rotterdam geholpen 
hebben. Was 's mans. verblijf op Zijdewinde bewezen, 
gewis de grond der oude overlevering, waarvan in de Bijdr. 
V. Haarl. Dl. V, bl. 279, was tevens vaster aangegeven. 
Zou de naam van Broeder Gabriel de Cambrae [ai?-] 
-wiens gevangenis, en lossing tegen 114 gl., in 1609 
plaats hadden , niet een' uitheemschen of een doorreizen- 
deu of terminaris- pater aanduiden, die in het opdragen der 
paepsche Misse of andere stouticheyt betrapt is geworden ? 

A** 1626. — Feliciter quoque in medio nationis pravae instituta 
Deiparae sodalitas, in qua adscripti primum duodecim Cathdiico- 
nmi principes, quibus vertente anno, vigenti alii accessere. 

[Ex Litt. ann.] 

AP 1628. — Sodalitas Divae Virginis Rotterodamensis hoc anno 
Bomanae annectitur. [Ex Brev. Chron.] 

Trium Martyrüm nostrorum prima celebritas, magno apparatu 
peracta. [Ibidem.] 

De oprichting dier Sodalitas of Congregatie van O.L.V. 
deel ik mede , omdat ik zoo iets in geene andere Jesuieten- 
Statie der HoUandsche Zending zoo vroegtijdig aantrof en 
de Rotterdamsche alzoo als de eerst opgerichte beschouw ; 
om dezelfde redenen duid ik hier aan de plechtige feest« 
viering der gelukzaligverklaring der Japansche Martelaren. 

Den 4 Aug. 1636 800 heeft Pieter Pelt den Heeren Burger- 
meesteren bekent gemaakt : dat Jan de Vries, geb. van Amsterdam, 

aldaar: regel 8 van beneden af 2« col. niet het jaar 1574, ik zon het ge- 
looven; het kan echter ook, dat hij in 1572 of kort na 1574 uit Rotter- 
dam geweken, aldaar Sireer is teruggekeerd en er verbleef tot 1583. 
Bedragen Gescb. Bisd v 'Haarlem. X« Deel. i^ 7 



1 



V 



98 

preekheer van de Dominicaner Ordre , hier ter stede syn residentie 
is nemende : alles achtervolgende het placcaat pp 't stuck van 
't incomen van de geestelyke personen opgemaeckt; versoeckende 
daervan acte , die Burgermeesteren hem daervan by desen hebben 
vergunt. [Rott. Arch.] 

Den 29 Oct, 1636 heeft Pieter Fiool de Heeren Burgemeeste- 
ren der stad Botterdam bekent gemaakt : dat Adriaen Willemsz. 
Mutsert, preeckheer hier ter stede zijn residentie heeft genomen; 
alles achtervolgende het placcaet op 't stucjc van 't incomen van 
de geestelycke personen gemaeckt : verzouckende daervan acte , 
die Burgermeesteren hem by dese hebben vergunt. [Eott. Arch.] 

Wie der twee Preekheeren in 1636 door de Rotter- 
damsche Vroedschap geadmitteerd, als pastoor aan pater 
Scholten opvolgde en wie dus slechts als kapelaan aan- 
kwam ^ blijkt wel niet overtuigend uit bovenstaande ex* 
trakten ; doch daar pr. de Vries de Broederschap van den 
Zoeten Naam in 1636 oprichtte en de inschrijving hier- 
van tot 1638 bijhield, ben ik geneigd tot de voorónder- 
stelling, dat pr. de Vries de primarius werd en pr, Mutsert 
slechts kapelaan. Of hieruit tevens moet volgen dat de 
pater Rijst der Bijdr. van Haarlem, Dl. V, bl. 280, geen 
pastoor maar alleen kapelaan is geweest, durf ik hier 
niet beweren. 

{Wordt vervolgd,) a. van lommel, 8, J, 



99 



ZES BRIEVEN 

AANGAAND& 

R. K. AANGELEGENHEDEN VAN N.-NEDERLAND. 

1671-86. 



De zes hiervolgende brieven, voor zoo veel ik weet, 
nergens in hun geheel gedrukt , trof ik in originali aan in 
het archief der H. Congregatie d. p. f. Ik deel ze mede, 
in tijdsorde, omdat zij sommige punten onzer R. K, Kerk- 
geschiedenis eigenaardig toelichten. 

Twee dezer brieven zijn geschreven door den Hw. H', 
Joannes van Neercassel, geb. te Gorcum, en van 1662 
tot 1686 Vicaris der HoUandsche Missie; de overige vier 
zijn uitgegaan van personen , die in kerkelijk opzicht innig 
met den Vicaris verwant waren. 

De vreugde en dankbetuigingen gebracht aan Z, H. 
Paus Innocentius XI op 16 Junij 1671 door de zoo- 
genaamde kapittelheeren van Utrecht en Haarlem, had- 
den tot aanleiding en grond de besluiten der H. Congr. 
d. p, f. onlangs [25 Jan. en 17 Maart 1671] gemaakt, 
en door Zijne Heiligheid bevestigd, ten voordeele van 
den Vicaris tegen de pp. Jesuieten. 

De Vicaris had in persoon zijne zaak bepleit te Rome : 
hij was uit Utrecht op 8 Sept. 1670 derwaarts afgereisd 
en kwam, in gezelschap van den Leuvenschen professor. 
Dr. &• Huijgens, en Ernest Ruth d'Ans, aldaar aan op 
21 Nov, van 't zelfde jaar, ook voorzien van vele aanbe- 
velings-brieven , waaronder een van den ambassadeur van 
Frankrijk te 's Hage , den H'. de Pompone en van Anne 
Marie Martinozzi alias Conti. In de eerste dagen van Juiiij* 



-- j " -> ^ 



100 

I 

1671 was Mgr. J, vau Neercassel van zijne Roorasche 
reis terug te Leiden. 

Van den brief, hier bedoeld , is door Nicolaus Broeder- 
sen slechts de eerste volzin medegedeeld; zou daarvan 
soms de reden zijn , dat het volgende gedeelte nog te veel 
bewijs leverde van eerbied en gehechtheid van de onder- 
teekenaars aan den H. Stoel > waarvan die schrijver en zijn 
consorten in en al vóór 1728 reeds niets meer begrepen? 

Zie voorts over deze reis van onzen Vicaris : Bat. Sac. 
II, p. 482; Broedersen, Tract. Hist. I, p. 110, 113 en 
Tract. III, p. 19; Hist. abrég. de l'égl. métrop. d'ütrecht, 
edit. 1852, pag. 172-75. De Becdelièvre: Biographie 
Liégeoise II, 850-55 maakt ons Ruth d'Ans ten volle 
bekend; eveneens S'®. Beuve in zijn Port- Royal, torn. V 
en VI Anne Marie Martinozzi; ook beschrijft S**. Beuve 
het bezoek van J. v* Neercassel in 1670 te Port-Royal 
gebracht; Feller enz. bespreken den Heer G. Huygens, 

Het zegt nog al wat, het nederig verzoek, den 15 Jul. 

1672 gedaan aan Z. H. Clemens X, om den DHw« 
H'. Joannes van Neercassel hier te lande , zooveel jaren 
reeds, te weten van 1662, Vicaris van den H. Stoel , tot 
bisschop te bekomen van Utrecht, nadat deze stad door 
Lodewijk XIV op 5 Julij 1672 veroverd en den 10 daar- 
opvolgende de domkerk , door den Kardinaal de Bouillon 
herwijd, aan den R. K. eeredienst hergeven was. 

De vijf ZEerw. seculiere pastoors [sic] van Utrecht, 
die het verzoekschrift onderteekenden en opzonden, zijn 
ongetwyfeld te beschouwen als goed op de hoogte van 
den toestand en dus te hebben begrepen, wat zij bij den 
Paus met zooveel aandrang afsmeekten. Maar dan volgt 
ook, alléén uit hun verzoekschrift, dat J, v, Neercassel 
tot 1672 geen eigenlijk bisschop of aartsbisschop van 
Utrecht was ; dus ook de opvolging der Utrechtsche aarts- 



J 



101 

bisschoppen onderbroken , en diensvolgens de eerstkomende 
aanvalling van dien zetel aan Rome kerkrechtelijk ver- 
vallen was; en eindelijk, dat alle zoo binnen- als buiten- 
landsche schrijvers, die Joannes van Neercassel als verè 
ordinarium archiepiscopum Trajectensem hebben opgedron* 
gen of als dusdanig gehuldigd , minstens zich deerlijk ver- 
gist hebben. 

De verheflSng van den Vicaris, in 1672 aangevraagd, 
is niet verwezenlijkt; de domkerk werd trouwens reeds 
den 23 Nov. 1673 bij het aftrekken der Franschen den 
Onroomschen weer ingeruimd; en honderd-twintig jaren 
moesten nog verloopen, voordat de Roomschen ter ver- 
krijging van dioecesaau'bisschoppen nogmaals pogingen 
konden wagen, en nog zestig jaren daarbij, voordat die 
pogingen, herhaaldelijk na 1793 gedaan, eindelijk be- 
kroond werden. 

Blij en dankbaar herinneren wij Roomsch-Katholieken het 
ons, dat wij in Maart 1853 mochten begroeten als waren, 
eersten opvolger van Fredericus Schenk van Tautenburg — 
als aartsbisschop van utrecht overleden in 1580 — den 
•DHw. >Heer Joannes Zwijsen en als opvolger van Gode- 
fridus van Mierlo, bisschop van Haarlem 1569-87, den 
DHw, H'. Franciscus Jacobus van Vree. 

In den brief, die aanvangt uRexxs essem", en die op 4 
Febr. 1683 aan een' Romeinschen prelaat [den Secretaris 
der Propaganda?] geschreven werd door den Vicaris J. v. 
Neercassel, bespreekt deze de verdrijvingsplannen , door 
den magistraat van Amsterdam beraamd tegen de Regu- 
lieren. Voorts deelt hij mede , op welke beloften of liever 
voorwaarden Amsterdam zich heeft laten verbidden. Niets, 
zoo zegt de Vicaris, was zijnerzijds verricht zonder den 
raad en de instemming der voornaamste Regulieren ; zijne 
hoop was levendig, dat het goede voorbeeld van het 



102 

almachtig Amsterdam ook te 's Hage goed zou werken 
en alzoo het onweer , dreigend boven de Regalieren , zou 
afdrijven 5 die dan ook reeds bestendige erkentelijkheid 
en trouw hadden toegezegd. 

In torn. IV, pag. 16^4 des Oeuvres complètes — edit. in 
4®. 1775-83 — van Dr. Antoine Arnauld, staat als geschre- 
ven op 27 Nov. 1682 door Mgr. v. Neercassel aan Ar- 
nauld: i/he magistrat d' Amsterdam m'a proposé, après 
#une longue conversation un projet, qui tend, k me faire 
#signer solennellement : que je ferai deloger tous les 
i^Religieux de leur ville, et que je ne leur donnerai 
^jamais aucun pouvoir: de prêcher, dire la messe, ou 
^faire aucune autre fonction ecclesiastique dans leur ville. 
#Je leur ai demandé grêlce pour les Religieux, qui y 
/ysont selon notre concordat,. en ajoutant que j'etois mi- 
^nistre de S,S. et ne pouvais telle chose sans son autorité, 
iy Je leur ai aussi remontré , combien de tristesse une telle 
#resolution causeroit aux Catholiques, qui sont a£Pection- 
#nés aux Religieux et combien cela nous rendroit odieux. 

/yj'ecris de cette affaire k M' 1'Intemonce et je me 
,persuade, que Dieu 1'a permise; afin de faire paroitre 
rau monde, que j' ai de l'affection pour les Religieux." 

Sommige Regulieren schijnen niet bijzonder gediend te 
zijn geweest met de tusschenkomst van den Hw. Vicaris. 
Dn Arnauld geeft het niet onduidelijk te kennen in een* 
brief, gericht op 30 Mei 1683 aan den landgraaf Ernest 
Van Hesse. Uit Tom II, des Oeuvr. p, 265, schrijf ik af: 
#Cependant les Jesuites ont eu la malice , de faire croire au 
jfCardinal Colonna , qui est chef de la Congregation d, p. f. , 
z^dont M^ de Castorie depend, que c'étoit lui, qui les 
//avoit voulu faire chasser et par cette calomnie ils ont 
^tellement irrité ce cardinal contre lui , qu'il a été obligé 
jfde lui ecrire une grande lettre, pour se justifier et pour 
#faire voir 1'enormité de cette imposture ; ce qu'on espère. 



103 

yqiii I'appaisera et lui fera reprendre ses anciens senti- 
finens d^a£Pection et d'estime, qu^il avoit pour eet evèqne. 

Een pr. Minoriet, Paesschens genaamd^ schreef drie jaren 
later aan zijnen ordensbroeder pr. Dufi te Rome verblij- 
vend, betrekkelijk de welwillendheid jegens de Regulieren, 
van den Vicaris Neercassel: //Colludit Hollandis, omnes 
ivReligiosos extirpare volentibus ob commotiones Gallicanas 
/srcirca Haereticos/* 

Ik durf van den brief /^Reus essem etc," slechts zeg- 
gen, dat het mij vreemd voorkomt, dat de Vicaris niet 
zegt: dat Z.Hoogw®. te voren gemachtigd was, of door 
de Generaals der verschillende Ordens in Holland ver- 
tegenwoordigd, of door de H. Congregatie d, p. f., of 
door Z. H. den Paus , om aan de burgerlijke Overheid 
zulke beloften te doen, als in zijn brief vermeld staan« 

Pijnlijk deed mij de lezing aan van den brief van den 
Vicaris J. v. Neercassel aan de Propaganda, den 16 Aug. 
1683 geschreven, waarin hij tot zijn^ coiadjutor vraagt 
Hugo Franciscus van Heussen. Die Heer toch was wel 
onder de onwaardigsten, zoo niet de onwaardigste, aller 
priesters der HoUandsche Zending, om coadjutcJr, en vol- 
gens de gewoonte dier dagen , later apostolisch Vicaris te 
zijn. De opschuddingen, door 's mans predikatien hier en 
daar gehouden, en zijne twee boekjes, veroorzaakt, — een 
en ander, hoe was 't mogelijk, nog wel als gronden van 
aanbeveling in het request bijgebracht — hadden toen 
reeds genoegzaam bewezen , dat van Heussen voor een 
Jansenist-gezind priester doorging ; dat is hier: verdacht, 
wat de oude Katholieke leer betreft, en den H. Stoel 
zooveel mogelijk beknibbelend. 

Gelukkig heeft de Propaganda en evenmin de Paus 
zich laten verschalken in betrekking tot de verhefiSng van 
H. F. V. Heussen, al was hij ook vóór 1683 reeds aan^ 



104 

bevolen en later, minstens nog tweemalen, door v. Neer- 
cassel tot coadjutor afgebeden. 

Op 31 Aug, 1683 ontboezemde zich de Vicaris aan de 
pongregatie d. p. f. volgender wijze: //In Congregatione 
#Oratorii, quinquennium Lovanii theologiae dans operam 
/yHugo Franciscus van Heussen commoratus fuit. Inde 
#discedens, continuo adhaesit lateri meo ; nisi quod novem 
#mense8 Parisiis in celeberrimo S*'. Maglorii seminarie, ex 
^meo mandato habitaverit, partim: ut illic Gallicam lin- 
#guam perfecte addisceret , partim, ut rationem recte ad- 
/rdiscendi disciplinam ecclesiasticam , ibi hauriret h viris 
//eruditissimis, qui ipsi seminarie praesunt ; sunt autem illi 
presbyteri Oratorii. Nunc habet aetatis trigesimum annum. 

Den 21 Jan. 1684 klaagde de Vicaris bij dezelfde Con- 
gregatie: /ifPro coadjutore mihi adjungendo, tam diu fores 
#misericordiae apostolicae Sedis pulsasse." 

Even pal stond Rome in 't afwijzen van denH'. Van Heus- 
sen als Vicaris en opvolger van den Hw. H'. Van Neercassel, 
toen twaalf dagen na dezes overlijden, de zoogenaamde 
kapittelheeren van Haarlem en Utrecht hem voordroegen, 
en twee jaren later naar Rome als gevolmachtigde af- 
vaardigden den toenmaligen Leidschen pastoor, den ZEerw. 
H'. Theodörus de Cock, oud-leerling der Propaganda etc, 
om boven alle andere candidaten Hugo Franc» Van Heussen 
aan te bevelen en te bekomen tot apostolischen Vicaris. 

De gansche volgende levensloop even als de laatste ziekte 
van H. F. v. Heussen , toen hij verklaarde [t 19 Feb.1719] 
te willen worden medegerekend onder hen , die zich eer- 
daags plechtig zouden beii-oepen van de buUa IJnigbnitüS 
DEI FiLiüS op 't eerstkomend algemeen concilie, be- 
wijzen afdoende, dat Rome zich in dien priester niet 
heeft vergist. (Zie Arch. v. Utr. VU en de Hist. eccl. 
Ultraj. Van Hoynck v. Papendrecht). 

Mij dunkt, dat de standvastigheid te Rome betuigd, glorie- 



105 

vol is te noemen ; alsook, dat zij een verdienstelijk werk heb- 
ben verricht, die in Holland of elders bijdroegen ter wering 
van Hugo Franc. Van Heussen, zoo in 1683-84 als in 1688. 

In den brief van Bartholomeus Pesser Van Velsen, langen 
tijd secretaris van den Vicaris J. v. Neercassel, geschreven 
op 6 Jan. 1686 aan de Propaganda, en in dien der Haar- 
lemsche en ütrechtsche kapittelheeren, in Amsterdam ge- 
dateerd op 18 Juni 1686 en toegezonden aan Z. H. In- 
nocentius XI, worden de drukke werkzaamheden door 
Mgr. V. Neercassel verricht in zijne laatste ') vormings- 
reis, de hierdoor veroorzaakte uitputting en daarop ge- 
volgde ziekte, die den Vicaris op 6 Junij 1686 te Zwolle 
naar het graf voerde, met innige deelneming vermeld. 
Ook worden zijn levensloop en zijn sterfbed hoog geprezen. 

De ziel van onzen apostolischen Vicaris J. v. Neercassel 
love en prijze in alle eeuwigheid de barmhartigheden des 
Heeren ! 

Hef stoffelijk overschot bijgezet onder het koor der 
kloosterkerk te Glaan, een dorp van het Munstersche 
bisdom, op 3 uren afstands van Oldenzaal gelegen, is 
in het eerste vierde gedeelte dezer eeuw naar utrecht 
overgebracht en in een priestergraf der collegiale- kerk 
van St. Maria , thans het gebouw van Kunsten en Weten- 
schappen neergelegd. a. van lommel, S. J. 



Amstelodami 16 Junii 1671. 

Sanctissime PatebI 
Reversus ad nos ex Urbe Reverendissimus noster Antis- 
tes, ea de singulari Sanctitatis tuae efga se clerumque 

1) Meer dan 85,000 personen werden tusschen 28 April en 80 Mei 1686 
door Mgr. J. v. NeercasHel gevormd, en een 30-tal toespraken of predikatiën 
gehouden. Zie: Brevis ac compendiosa Relatio visitationis etc. van Barth. 
Pesser ?. Velseu etc. of Bat. Sac. II, p. 487—89. 






106 

nostrum fa vore dedit testimonia , ea exhibuit argumenta, 
quae sicut incredibili nos affecerunt laetitia^ ita grata 
aeternüm haerebunt memoria. 

Dici sane vix potest, quam nos recreaverit allata tandem, 
post longam exspectationem , pacis inter Foederati Belgii 
misslonarios , tuis auspiciis conciliatae, oliva, omni nobis 
victoriae lauro carior. 

Quantum in nobis situm est, non mentietur jam opus 
olivae, sed proyidebimus diligenter omnes, ut tenella 
repululantis concordiae germina ad maturos perpetuae cha- 
ritatis frnctus feliciter perducantur tuoque, quod nobis 
cleraentissime significasti, responden tes desiderio , uno 
spiritu, uno studio incumbamus- in opus evangelicum: 
ut pinguescant speciosa deserti et campi nostri repleantur 
ubertate. 

Hoc Tibi Beatissime Pater votum, hic nobis est scopus, 
in quem unice intendimus, sicut decet gnavos apostolici 
agri operarios , quibus nihil est antiquius quam Sanctitatis 
Tuae accipere imperia, amplecti decreta, revereri placita 
eosque omnes babere profanos, qui Cathedrae , quk sedes 
non adhaeserint. 

Faxit Deus: ut publico ürbis et Orbis bono diu Te 
videamus incolumem. 

Ita, totius Belgicae nostrae ecclesiae nomine, vovemus 
Sanctitatis Tuae sacratissimis pedibus advoluti, humillimi . 
servi et obedientissimi filii. 

Ludolphus V. Heumen, Henyicus Blessius, 

Abraham v. Brienen, * Giulielmus Scheppius, 

Antonius v. d. Plaet, Josephus Cousenbant, 

Henricus v. d. Graft, Theodorus Oroenhout, 

Joannes v, Heumen, Cornelius Eeesmaii, 

Adrianus v. Outheusen, Joannes de Groot, 
Joannes Roos, 



107 



Beatisöime Pater! 

Placuit divinae Misericordiae , post multas et graves, 
quas ab Haeresi passa est persecutionam procellas, Regis 
christianissimi victoriosis armis insperatam ecclesiae nostrae 
restituere malaciam. Sed quantum est gaudium - est autem 
maxinium - quod nobis attulit haec subita mutatio , tanta 
qiUfque est sollicitudo^ qu& angimur: ut cum restituta 
ecclesia pristinum quoque florem catholica Fides recipiat. 
Quod sperare licebit , si Trajectinae ecclesiae nunc detur 
episcopus et idem ille, qui titulo Vicarii apostolici per 
Unitum Belgium, hactenus oppressam ecclesiam gubernavit. 

Per hunc enim, utpote, qui longa experentia didicit, 
quid ei prosit et obsit, rei catbolicae quam optime con- 
suletur; non autem ita, si quis extraneus et nostratium 
indolis ignarus introducatur. 

Exemplaris ejus vita, summa prudentia et indefessus 
labor, quo et apostolicae Sedis elogia saepius promeruit 
et tam populi quam sacerdotum animos sibi devinxit, hanc 
ei dignitatem quodammodo vindicant. 

Speramus hunc etiam fore sensum Beatitudinis Vestrae ; 
quum praelatos de ecclesia bene meritos et adhuc melius 
merituros non rejicere aut bumiliare^ sed ad altiores gradus 
promovere consueverit Sedes apostolica. Quod sane non 
observaretur , si modo in hac ecclesiae constitutione • is 
rejiciatur^ qui summa charitate nee minori cum laude ejus 
curam , tempore praedominantis Haeresis gessit et cogatur 
esse, inglorius supervenientis episcopi suffragarieus, qui 
tot annis fuit laudabilis Sedis apostolicae Vicarius. 

In Sedem apostolicam redundabit haec infamia, quasi 
jam ecclesiae nostrae inutilem j udicaret^ quem tam populo 
quam missionariis , iteratis litteris subinde commendavit, 
et alios velit suspirare sub Haereticorum pressuris et alios 
publica libertate laetari ; quasi etiam malit tales praeesse 



l 



108 

ecclesiae, quinonnisi deejus bonis^ inutili pompa, super- 
biaiit; nonjquieam, quod hic absolute necessariam , aedi- 
ficent verbo et doctrina. 

Supplicamns proinde, ut Beatitudinis vestrae beneficio, 
is sit et maneat noster episcopus , cui in ordinatione nostra 
promisimus reverentiam et obedientiam ; quem Galviniana 
hteresis reveretur , quem Catfaolici omnes , uti antistitem 
proprium venerantur et amant. 

Hanc nostram preeem vestrae Beatitudini tanto credimus 
fore gratiorem, quo et Ipsa suum vicarium tenerius (liligat et 
quo sciaraus nihil illi raagia esse in votis, quam ut illi prae- 
sint , qui maxime prodesse possunt et qui in infulis , non 
pecuniarum aut vani honoris « sed Christi lucra quaerunt. 

Alterum est^ unde ecclesiae nostrae bene sperare li- 
cebit, si ii in pastoralibus functionibus continuehtur , qui 
iis hactenus sese impenderunt. Veniunt modo extranei 
multi , ut e pastoratibus pristinos missionarios excludant , 
beneficia ambiant; non ut ecclesiae bene sit, sed sibi de 
ecclesiae bonis. Et jam aliqui obtinuissent quod quaerunt, 
ni Rev°** D* Vicarii et Em"** Cardinalis Boullonii patro- 
cinio repulsam tulissent, 

Non solum iniquum Beatissime Pater, ut ii jam ne- 
gligantur, imo et repudientur, qui huc usque portarunt 
pondus et aestus diei, quo et se et omnia sua ecclesiae 
impenderunt; sed et summe ecclesiae nocivum, si tales 
operarii sese ingerant , qui nee mores hominüm nee genia 
Haereticorum, nee patriae idioma norunt. 

Non poterit melius in integrum restitui ecclesia, quam 
per eos , qui maxima dexteritate ejus reliquias hactenus 
inter Haereticorum machinationes conservarunt. 

Iterato proinde supplicaraus : ut quos continua Sedis 
apostolicae soUicitudo fere per saeculum, ad animarum 
zelum et ad invictam patientiam solita fuit exhortari, 
Ejusdem auctoritas jam defendat; ne victoriae tempore, et 



109 

dum lucri animarum spes maxima afFulget^ teneantur disce- 
dere et aliis locum dare. Non beneficiorum sed animarum 
sunt hellicones , qai Sanctitati vestrae supplicant : coöpe- 
ratores amant , sed tales, qai secum non tam beneficia, 
quam animas quaerant. 

Si utrumque hoc k Beatitudinis vestrae benevola aucto** 
ritate obtineat humillima nostra petitio, ecclesiae nostrae 
quam maxime consultum arbitrabuntur. 

Datam Uitrajecti 

oanctitatis Vestrae niii obedientissimi 
et devotissimi famuli: 

Abraham van Brienen S. Th. Dr. et pastor S^ Gertrudis 
Uitrajecti. 

Gerardus van Wijck S. Th. Dr. past. S*. Jacobi Uitrajecti. 
Cornelius Stakenbuifg S.Th. B,F. ) pastores ad S, Mariae 
Clemens Le Roy S. Th. B, F, ) majoris Uitrajecti. 
Joannes Lindebom S. Th. L. past. ad S'. Nicolaii Uitrajecti. 



Illustrissime ac Rev°^® Domine. 

Reus essem, nisi 111™** Vestrae Gratiae qaantocius signi- 
ficarem nuncium, quod procal dubio, magno cum gaudio 
percipies; nempe magistratum Amstelodamensem meis pre- 
cibus, et rationibus ; quas archipresbyter Amstelodamensis 
iterum eis proposuit; persuasum, consensisse in perman- 
sionem Religiosorum* Ut haec sibi magistratus ille per- 
mitteret persuaderi, promissum illi: ad evectionem pecu- 
niarum impediendam, nos pontificia decreta et ordinem 
charitatis benefica identidem pro concione expösituros 
esse; Religiosorum numerum in tra limites concordatis 
praefixos» cohibendum esse; ipsosque in quantum fieri 
potest daturos operam, ut Amstelodamum, non nisi Am- 
atelodamenses aut nati in Foederato Belgio mittantur; 



110 

nemini fore ecclesiastica auctoritate arctandam testificandi 
de suis bonis voluntatem. Praeterèa singulis annis nos 
daturos notitiam eorum Missionariorum, qui novi advenient. 

Nihil in bis actum, nihil ex bis promissum^ nisi de 
consilio et consensu praecipuorum Religiosorum ; qui etiam, 
ob eam charitatemi qua eos complexi sumus, perennem 
gratitudinem et observantiam polliciti sunt. 

Ex bis 3 quae Amstelodami circa hoc negotium statnta 
sunt 5 licet spem sumere , etiam Hagae-Comitis dissipanda 
fore consilia, quae Religiosis futura erant ad versa. Duxi 
l[\mt Dne j^q[ q^^q oflScü bacc Tibi quantocius indicare ; 
ne tuam sollicitudinem metus periculi^ quod Religiosis 
impendebat, diutius cruciet. Porro me profiteor 

Observandissime et Rev°^® 1>®. 
Tuum humillimum et obedientissimum filium 

Joannem epum üastoriensem. 
4 Febr. 1688. 



Illustrissime ac Reverendissime Domine. 

Ille y quem desidero a benignitate apostolicae Sedis mibi 
coadjutorem adjungi, vocatur Hugo Franciscus van Heussen. 
Patria illi Haga-Comitis. Genitores ejus fidem catholicam, 
dum inter mortales degebant religiosis moribus adorna- 
runt; cujus rei illustre argumentum tres prol es 5 quas 
superstites reliquere. Nam filius, Hugo noster, a teneris 
annis Deum timuit et citius clericatui adscriptus fuit, quam 
a saeculo corrumpi potuerit; duae ejus sorores sacrum 
virginitatis velamen accepere, simul atque pueritiae annos 
excesserint. 

Hugo in universitate Lovaniensi philosophicis et theo- 
logicis disciplinis excultus fuit, sequens institutum Con- 
gregationis Oratorii ^ in qua religionisi humilitatis et chari- 



i 



111 

tatis non vulgaris edidit exempla. Vix vigesimum tertium 
aetatis annum attigerat, quin meruerit et Lovanii assecutus 
fuerit honorem licentiatus in theologia. Exinde meo lateri 
fere semper adbaesit ^ mihi serviens tamquam filius Patri 
nocte et die. Dum ei otium , S. litteris et SS» Patrum 
lucubrationibus unice vacat; dum necessitates proximi a 
litterarum deliciis ipsum avocant , eis se et sua cum magna 
charitate atque prudentia impendit. Ex opibus quas pos- 
sidet^ sibi ipsi parum , pauperibus plurimum tribuit, Paro- 
chorum aegrotantium aut absentium vices ita supplere 
consuevit, ut oves ex pasforum silentio potius lucrum, quam 
damnum referant. Nam doctrinae pabulum ipsis erudita 
lingua ita praebet, ut illud avidissime ex facundo ejus 
ore rapiant. Demum ita ad mores doctrinamque composi- 
tus est 3 ut premat ejus vestigia, qui in scriptura dicitur 
fuisse potens in opere et sermone. Opuscula duo edidit , 
unum: #De Jubilaeo promovendo^', alterum : ^De Recta 
ratione fidei capescendae^' ; utrumque cum summo fructu 
nostrorum Catholicorum devenditum fuit , idque adeo cele- 
riter^ ut intra sex septemve septimanas exemplaria omnia 
distracta fuerint. 

Habes Domine Illustrissime ^ Tibi recensitas ejus dotes, 
quem mihi a Dei et apostolicae Sedis gratia , coadjutorem 
exspecto. Pro Tuo erga me fa vore dignaberis, ut cito 
ejas compos fieri merean Ab ambitione omni alienissimus 
est; ita ut si sciret, quid de illo cogitem, fugam capesce- 
ret, Quare supplico, ut baec res summo cumrsecreto.per- 
tractetur. 

Porro me profiteor devotissimo perennique studio 

111"^*^ et Rev^^ Domine 

Tuum humillimum et obedientissimum famulum 

epum. Oastoriensem , Vicarium apl°^. 

Amstelodamij 16 Aug. 1683. 



112 



Illustrissime et Rev™* D°® observatissime. 

Nudias tertius, fractis prae nimia infirmitate yerbis^ serio 
atque acriter mihi piae memoriae Illustrissimus et Rev^. 
Dominus meus Joannes Neercasselius, Castoriensis tune 
episcopus et per Foederatum Belgium Vicariua apostolicns 
praecepit> ut ad Te Domine Illustrissime scriberem, qua 
ratione ipse in fine fere notae suae visitationis Swollae in 
Transisulania — juxta quod praesenserat et praedixerat — 
in lethalem inciderit infirmltatem. Haec et alia, quae 
Tibi I>^ Illustrissime significareiti , mihi voce vix satis 
intelligibili, commendare tune coepit praefatns meus 111°^. 
Dominus ; dum autem ego exspectavi , ut ipsum interro- 
gare auderem et ipse mihi feliciud loqui, mentemque süam 
melius aperire posset; dumque opportunitatem transmittendi 
litteras praestolatus sum; in hoc statu mansit, donec 
hodie mane inter quartam et quintam horas laboribus suis 
et temporali yita piissime defunctus fuit. 

Ultimam suam bic Swollae in octava Ascensionis habue- 
rat concionem > in qua ferventer egit de vitae aeternae 
desiderio» et sacramentum Confirmationis plus quam ducentis 
personis administraverat, quum post hanc functionem et 
aliaa praecedentes plurimas , multo hac graviores» vigorem 
et robur suum exhauserat et de quibus nunc prolixe agere 
temporis angustia non patitur^ coepit aegrotare et lecto 
aiBgi. In Dominica Pentecostis S^« Eucharistiam maxima 
devotione genuflexus extra lectum, meis e manibus accepit. 
Heri ante meridiem extrema unctione inunctus fuit a B^ 
D^ Alardo van Blockhoven, altere ex Swollanis parochis, 
in cvgus aedibus hospitamur. 

Nullus e visitationis comitibas ab initio infirmitatis us- 
que hüo adfuit Illustrissime praesuli nostro» praeter me et 
famulum» nee ullus ex iis modo bic est, neque quisquam 
saoerdotum ex HoUandia vel Ultrajecto ad nos venit» 



113 

postqnam in octava Ascensionis, post peractas S. Oonfir- 
matioDis functiones a nobis discessit , secum ducens diaco- 
num quemdam itineris nostri comitem^ Ad™. Rev". et eru- 
ditus D^ Uugo Franciscus van Heussen» ex promisso 
adjuturus in festo Pentecostis cognatum suum Rotterodami 
parochum, in concionibus habendis et confessionibus ex- 
cipiendis. 

Dum'aliquos ex praecipuis sacerdotibus nostris hic ex- 
specto 5 haec interim solas — quia cursoris discessus urget 
— ad Te Domine lUustrissime, juxta praeceptum defuncti 
mei antistitis scribo: tum^ ut officio meo faciam satis, 
turn ut Tibi D*^®, 111"^® indicem et simul etiam, qua ratione 
possim» commendem Missionem istam, Vicario apostolico 
et pastore destitntam, ut piam illam curam et sollicitu- 
dinem, quam viventé praesule nostro» Tua 111°^* Gratia 
observandissima» illi exhibuisti^ eidem impendere pergas, 
defuncto duce suo, cujus Tu D^^, 111"* vota et desideria 
ardentissima pro salute christiani gregis sibi commissie 
optime nosti. 

Ego haecscribere praesumo, non audaci vanitate mihi 
aliquid auctpritatis arrogans aut meriti attribaens; sed 
defuncti mei praesulis jussioni, q^^am tamquam indicium 
divinae voluntatis veneror , obedire satagens« Plura non 
permittit tempns« Unde abrumpens, interimque Missionem 
hanCy nomine defuncti praesulis Tibi D°^ lil""*, summe 
commendatam supplicans, demississima observantia me 
profiteor. 

Swollae, die 6 Junii 1686. 

111°"' et Rev°*' D"® patrone colendissime 
Tuae 111°^ Gratiae, humillimum et obedientissimum : 
B. Pesser van Velsen, quondam episcopi 

Castoriensis secretarium, 

BtJdn^en Oesch. Bisd. r. Haarlem Xe Deel. 8 



y 



114 



Beatissime Pateb! 

Placuit divinae Providentiae episcopum Castoriensem , 
Vicarium tuum, antistitem nostrum» Foederato Belgio eri- 
pere 9 dum dioecesia Daventriensis visitationi, zelo maximo 
et fructu non minori» incumbit. Beatus profecto servus, 
quem veniens Dominus vigilantem iovenit: nempe gregi 
suo curando fovendoque totum intentum, et proinde» ut 
confidimuSy aeterno gaudio remuneravit. 

Porro hic obitus» quam est gloriosus Castoriensi episcopo^ 
tam est universae ecclesiae nostrae luctuosus ; in ipso enim 
doctorem disertissimum 5 praesulem piissimum, pastorem 
fidelissimum , patrem benignissimum inopinato perdidit. 
Nos interim prae aliis hac morte affligimur» qui pecnliarius 
novimns» quanti hisce in provinciis Fidei catholicae^ pa- 
blicaeque tranquilitatis intersit, Vicarium habere aposto- 
licum5 qui notus ac charus sit ovibus et cui oves notae 
ac charae sint. Miscemus itaque lacrymas nestras 5 sed 
uberius fluentes, lacrymis caeterorum. 

Hic est in praesentiarum status viduae ecclesiae, et non 
est qui consoletur» nisi Tu Pater Sanctissime. 

Itaque prima verba» quae ille dolor solet proferre ad 
aures tuas, quae miserorum gemitibus solent patere ^ per 
nos dirigit humillime supplicans» ut moestissimam suam 
viduitatem miserescenti vultu intuearis, novum sponsum^ 
nuperrimo non absimilem designando. 

Clerus noster» laus sit Deol tam indocilis sub tanto 
episcopo non fuit» quin tales modo presbyteros in gremio 
suo concludat, qui illa» quae ipse laudabiliter admodum 
plantavit» fructuose valeant irrigare. Inter istos particula- 
riter nominandus Hugo Franciscus van Heussen , qui plu- 
ribus annis defuncto antistiti cohabitavit, consiliorum ejus 
particeps atque labornm socius et quem ipsemet sibi coad- 
jutorem Sanctitatis Tuae dispositione adjungi» multo tempore 



115 

exoptavit; uti litteris in Urbem ad amicos directis, non 
semel testatus est. 

Mentem igitar praesnlis nostri, cujus prudentiam ac 
pietatemin pretio habere dignatus fuisti, ore nostro, Bea- 
tissime Pater5 depromimus; dum ad pedes tuos provoluti 
praedictum Hugonem Franciscum van Heussen, in episcopi 
Castoriensis locum surrogare humillime supplicamus. 

Sanctitatis Suae obedientissimi et 
humillimi et devotissimi famuli: ') 
Amstelodami 18 Juni 1686. 

Josephus Cousenbant ^ decanus capituli 
Harlemensis , provicarius Harleménsis , 
Leowardiensis et Groningensis. 

Guilielmus Schep, 

Theodorus Groenhout, 

David van der Meije, 

Theodorus Visscher, 

Bartholomaeus van der Velde, 

Justus Modersohn. 

Petrus Codde , provicarius Ultrajectinus , 

Joannes Roos, 

Balthasar van Wevelinckhoven , 

Joannes Lindebom, 

Nicolaus van Erckel, / 

Joannes Hooft, 

Jacobus Oatsius. 



1) Of Goil. Schep en de ▼olgeode vijf Haarlemsche Heeren achter hanuea 
naam gezet hebben : canonicus Harlemensis , en de TJtrechtsche Heeren : 
eanonicms, memhrum of socius consüii vicariaius Vltrqjedensis , weet ik met 
zekerheid oiet meer te zeggen. 

In hetzelfde geval verkeer ik aangaande de onderteekenaars van den brief 
van 16 Jang 1671 , hier op de eerste plaats medegedeeld. 

Bij Broedereen I, bl. 118 staat achter twee namen der Utrechtsche HH. : 
eap, Vltraj, en b^ drie der Haarlemsche HH. : eecK Harl, canonieus \ die 
schr^ver geeft en verzwggt ook eenige namen, die ik niet heb aangetroffen. 



116 



HET ABCHIEF 

VAN HET 

BEGGIJNHOF TE HAARLEM, 

BESCHREVEN DOOB C. J. GONMET. 



Het Beggijnhof te Haarlem werd gesticht in het jaar 
1262 door Heer Arent Van Sassenheim en is, onder wis- 
seling van tijden en omstandigheden , blijven bestaan tot 
het begin der negentiende eeuw. Het wordt van tijd tot 
tijd in oude stukken, nu eens het Groote-, dan weder 
het Ronde- en ook wel het Falie- Beggijnhof genoemd. 

Het heeft eene geschiedenis , even merkwaardig zoo niet 
belangrijker dan eenige dergelijke geestelijke Vergadering 
in ons Vaderland, en ik kan dit zoo stellig zeggen, om- 
dat mij de eer is te beurt gevallen, de lotgevallen van 
het Beggijnhof te mogen schrijven ; de meeste bouwstoffen 
daarvoor vond ik in de hierna vermelde registers en stuk- 
ken, of trof er eene vingerwijzing in aan, naar hetgeen 
op het Stedelijk Archief voorhanden was. 

Die monografie is in druk verschenen in het boek van 
F. Allarii Geschiedenis en beschrijving van Haarlem, 
Deel n, blz. 495-668. 

Thans wordt hier ten bate der historie gegeven, de 
Inventaris der stukken, rakende het voormalig Beggijn- 
hof, vroeger reeds door mij samengesteld en nu met 
heusche vrijgevigheid, door den HoogEerwaarden Heer 
J. A. Van den Akker, Kanunnik, Deken en Plebaan der 
Kathedrale kerk van Haarlem , (waar al de stukken voor- 
handen zijn) voor deze Bijdragen afgestaan. 



117 

Misschien is het niet overbodig te melden , dat de 
kerk van het Beggijnhof, in de IT^^-IO'^^ eeuw een der 
Staties van Haarlem, in 1853 verheven is geworden tot 
Kathedrale kerk van het Haarlemsche Bisdom« 



Geschiedenis in het algemeen, 

1. 

Bericht omtrent de stichting en lotgevallen van het 

Beggijnhof en zijne Pastoors, van de oprichting in 1262 
tot de inwijding van de nieuwe kerk in 184J4. Hdschr. 
19* eeuw. 

2. 

Memorie van oude dinghen. Tafel van verscheyden scrif- 
ten, dewelcke rusten bij den pastoor, wt denwelcken men 
kan verstaen , soo d'oude als d'nieuwe costuymen en pri- 
vilegiën des groeten Begijnhoffs van Haerlem, 

Hier is nog bijgevoegd: Catalogus Begginarum et vir- 
ginum devotarum, 1 Juniil694, bevattende op het einde : 
Naamlijsten van de aangenomen maagden van 1615-1690, 
En van de ontvangen beggijnen van 1626-1692. Handschr. 
17® eeuw. 

3. 

13 Feb. 1389. Open brief van Hertog Aelbrecht Van 

Beieren , waarbij hij verklaart het Beggijnhof te Haarlem 
in zijne bescherming te nemen en het tevens eenige re- 
gels geeft. 

4L. 
Pastorale van Heer Jasper Pietersz. Stolwijck, Pastoor 

van het Beggijnhof van 1582-1601. Hdschr. 16* eeuw. 

Dit boek is voor de geschiedenis van het Beggijnhof van groot 
belang, omdat Pastoor Stolwijck er alles in opgeteekend heeft, 
wat men zich in zijri tijd van vroegere gebeurtenissen en voor- 
malige toestanden wist te herinneren. 



118 

I 

Voorin staat geschreven: Jasp. Petri hunc librum curatis Ba- 
ghinagii Harlenj. consecravit et obtulit. 

De inhoud van het boek wordt hier beknopt medegedeeld : 

De Eegeering der stad Haarlem neemt het Beggijnhof en de 
beggijnen in hare bescherming. Brief van Woensdag na St. Aach- 
ten 1356. 

Brief van Aelbrecht Van Beieren van gelyken inhoud. 13 Febr. 
1389. 

De Eegeering der stad Haarlem geeft regels voor het Beggijn- 
hof. Brief van St. Lucas-avond 1408. 

Over de wijze van verkiezing van eene meesteres of een voogd 
van het Beggijnhof. Brief van 11 Febr. 1588. 

Forme van een faly-brieff daer aff gesproecken wert in 't hant- 
veste van St. Lucas-avond 1408. art. 89. 

Dit sijn die landen toebehorende die Pastorie van 't grote Beg- 
gijnhof. 

Van de husinghe vanden Pastoir. 

Inventaris van alzulcken huysraet als totter pastoershuys be- 
hoert te blijven. 

Pachten vande huysen, toebehorende de pastorie vanden gro- 
ten hoff binnen Haerlem. 

Articulen ende poincten voer die meesterissen ende Eegenten 
vanden Beggijnhoff binnen Haerlem, om in rechte liefiPde ende 
goede vruntscap te mogeus met den anderen ommegaen ende vreet- 
samelic regieren. 

Presentatio Domini Licentiati (Jacobi Wijj Nicolai fil.) ad pa- 
storatnm Begginagii. 

Het Beggijnhoffs ordonnancie vande diensten Godts te onder- 
houden, 800 veel als aengaet de .missen, preeken en singen. 

Van 't luijen. Van 't lesen der Beggijntiens. Vande Zeel der 
dooden. 

Literae investitionis et introductionis D. Boudewini Eeyneri in 
curam eccl. Beggin. A® 1450. 

Literae proclamationis D. Simonis de Woester ad curam Beggin. 
et transfixae ad. easdem responsivae. A<» 1378. 

Brief van Aelbrecht Van Beieren , waerbij hijj ten behoeve der 
beggijnen afstand doet van zijn recht om een Pastoor van het 
hof te benoemen. 29 Nov. 1401. 



J 



119 

Confirmatie van den voorgaanden brief door Willem Van Beieren, 
Grave van Oistervanti St. Nicolaas-avond 1401. 

Confirmatie van beide brieven door Frederick Van Blancken- 
heym, Bisschop van Utrecht. 21 Sept. 1402. 

Mannier om te kiesen een nieuwen Pastoor des Begijnhofs van 
Haerlem, wanneer haer kerck vaceert. 

Mannier om de Pastoor des Hoffs te introduceren ofte in te 
leijen in sijn Pastorie. 

Nota jaliquid circa sepulturam defuncti Pastoris Begginagii. 

Van 't aennemen der maechdeu opden Beggijnhoff en van 't habijt 
der aengenomenen. 

Van 't ontfanghen en vande ontfanghen Begghynen en haer recht. 

Vande moer der Cellebroers, ofte die de dooden ter aerden 
dragen op 't Beggijnhoff en vande dragers, oock de mannier hoe 
men pleech de gesturven Beggijntiens seer slecht en simpel te 
begraven. 

Vande aengenomen maechden bijden tijt vanden Pastoor de 
Witte. A» 1615-1630. 

Begginarum triplex ordo, primus admissarum, secundus pro- 
fessarum, tertius receptarum. 

Vande maechden, die den willecoer gedaen hebben bijden tijt 
vanden Pastoor de Witte. 

Vande aengenomen maechden bijden tijt vanden Pastoor Jan 
Albert Ban. A» 1630-1644. 

Vande outaeren inde Beggijnenkerck. Vande dienste Godts, soo 
veel belangt de missen , leesende en singende en oock te preken 
en de Vesper en de metten en het luijen der clocken. 

Wat ordonnancie de Jonckvrouwen hielden in 't kerck gaen , 
werckedaechs en heyligendaechs, oock van 't leesen der seven 
psalmen ende zeel ofte rolle. 

Vande graven inde kerck en' op 't kerckhoff ende grafgang an 
denselfden te lesen. 

Vande vijf conventen en vier andere huysen, daer arme Beg- 
gjjnen in wonen. 

(In oude tijden waren op het Beggijnhof vijf huizen van rede- 
lijken omvang, welke op hunne beurt weder Conventen genoemd wer- 
den. In een daarvan woonden de meesteressen samen. De anderen 



strekten tot verblyf aan acht tot tw^lf maagden. Zij droegen de 
namen van: 5"^. AacMen-coweeat, SI. Geerlnytt-conzient , St. Ag- 
Metm-coKoent, St. Luoien-convent en SI. Barheren-coiKent.) 

Van d'onlfanginghe der maechden (het feest door de beggijnen 
aangericht) laetst gedaen anno (15)t>9 onder M. Jacob Heynricxz. 
Meester, tiyt een brieffvan hem geacbreren aen Joest Bujok, in 
dien tijt Burgemeester tot Amsterdamme, die tot dees feeste een 
lerendich hart geschoncken heeft. 

Be comitiis fratram misorum A" dom, (15)6S. 

De receptione Virgiaum (ei Bcriptig D, Jao. Meystrii) auo tem- 
pore et noBtra (D, J. a Stolwijck) memoria faota. 

De campatiis. 

Indulgcntiae presentis curiae Begghinarum beatonim Petri et 
Fauli apoatoloTum patronorum. 

De consecratioDC altarium et ecclesiae. 

Donaria, me pastore Ecclesiae Begginagii oblaia. 

Testament ran de beggijnen Machtett Dirckad'. Yan Bollant 
en Geertniyt Dircksd'. Van Bollant. 7 April 1570. 

ElectuB in pastorem seu pTeaentatua haec observet. 

Catalogus cuTatorum sea pastorura Ecclesiae Begginagii in'Haer- 
lem (A» 1262-1644.) 

Namen van aangenomen en overleden meestereBsen en maag- 
den, tijdens het Pastoraat der E.£. H.U. Stolwijck, De Witte 
en J. A. Ban. 

Ordinancie van opden BeggijnhofF solichlio te leven en te sterven. 

5. 
leenrecht, het oprichten van Beggijn- 
lijke uitoefening van den R. Eath. gods- 
ienigde Nederl. Provinciën, de beschul- 
r ingebracht tegen den Vicarins Aposto- 
lovenius; enz enz. Haodachr. 17* eeaw. 

ielijhe bediening , kerkelijke belangen. 

•■ 
der baghijnen opten grooten hofif binnen 
airlem. 



121 

Haüdschr. van 1523 bevattende afschrift van 

Een brief van Schout , Schepenen en Baden der stad Haarlem , 
van Woensdag na St. Aachten dag 1356, waarbij zij het Beggijn- 
hof en zijne bewoonsters in hunne bescherming ^emen. « 

Den open brief van Hertog Aelbrecbt Van Beieren van 13 Fe- 
bruari 1389; en 

Van de ordonnantie aan het Beggijnhof gegeven door Schout, 
Schepenen en Raden der stad Haarlem op St. Lucas-avond 1408. 

7. 
Verscheyden Scriften, dewelcke rusten bijde Pastoor, 
Tiyt denwelcken men kan verstaen soo d'oude als d'nieuwe 
costnymen en privilegiën des groeten Beggijnhoffs van 
Haerlem ; verdeeld als volgt : 

A. Woensdag na St. Aachten 1356. Voorrechtsbrief voor het Beg- 
gijnhof van Schout, Schepenen en Baden der stad Haarlem. 

B. 13 Februari 1389. Voorrechtsbrief door Aelbrecht Van Beieren 
gegeven. 

C. St. Lucas-avond 1408. Ordonnantie gegl^en door Schout, 
Schepenen en Baden der stad Haarlem. 

D. Pinkster-avond 1413. Brief van octrooi van Graaf Willem, 
nopens het koopen van huizen. 

E. 29 November 1401. Brief van Hertog Aelbrecht, met de 
confirmatie zijns zoons Willem Van Beieren, 'St. Nicolaas- 
avond 1401, waarbij het jus patronatus tot het kiezen van 
een pastoor des Beggijnhofs, wordt verleend aan dertien 
beggijnen. 

F. 21 Sept. 1402. Brief van confirmatie dier gift door Frederick 
Van Blanckenheym , Bisschop van Utrecht. 

G. 17 Sept. 1624. De Infante Isabella, bepaalt op welke wijze 
de beggijnen voortaan kunnen aangenomen worden en hare 
professie doen. 

H. 9 Sept. 1626. Verklaring van eene zinsnede in den voorgaan- 
den brief, door den Pastoor des hofs Heer Ger. Adr. De Witte. 

I. 4 Sept. 1626. Verklaring van den Pastoor Heer Gerrijt 
Adriaenss. De Witte, hoe hij om noodzakel^kheid gedwongen 
is geweest , uitvoering te geven aan den brief van de Infante , 



I 



182 

T<$ór hij 'die beschikking had doen zien aan- of ODderzosken 
en bevestigen door de geestelijke overheid. 

K, 11 Deo. 1S9S. Notarieel verbaal ten verzoeke van de mees- 
teressen opgemaakt, hoe verscheiden privilegiën, land- en 
rentebrieven en andere stukken van het Ee^ynbof, zijn ver- 
loren gegaan. 

L. Eekest van meestereagen en beggijtlen aan de Begeering der 
stad Haarlem , om de poorten van het bof des nachts neder 
te mogen sluiten , met aposlille van 32 October 1591 , waarbij 
het verzoek vordt afgewezen. 

M. 8 April 1(537. Verklaring van meesteressen en beggijnen, 
hoe en waarom de poorten des hofs door de Magistraat zqn. 
afgenomen, en boe de doos met de stukken van de Pastorij, 
is verloren geraakt. 

N. 2 Sept. 1626. Verklaring van meesteresaen en beggynen, dat 
verscheiden vrouwen , weduwen en jonge dochters op het hof 
plegen te wonen. 

O. 16 Juli 1636. Verklaring van meesteressen en beggynen, 
dat. alleen de^ Pastoor des Beggijnhofs, de vrouwen op het 
hof in haar uiterste placht te bedienen en hoe daar inbreuk 
op gemaakt wordt. 

P. 16 Juli 1636. Klaar bewijs dat het Beggijnhof een pastorie 
13 en geen paterschap alleen. 

Q. Instructie Pastori» magnl Beginagij Harlemensi, quantum 
attiaet ad locnm snum, ac Privilegia ejusdem. 

B. Ontbreekt in de verzameling, 'doch wordt door Pastoor Gerikt 
Adriaenss. De Witte (1615-1630) in N» 2 van dezen Inven- 
taris, waarin ook eene lijst der stukken voorkomt , vermeld als : 
Een brief verleent van sijc hoochwaerde Philippus Bove- 
nius, Aertsbisscop van Phtlippen, Vicarius ApostoUcus in 
onsB landen , van denselfden tenuer en inhout geleek de brief 
van de doorluchtichste Infante Isabeila hier te vooren ge- 
— " »^i— 1— '" dat mijn Eerwaerstichsle Heer expres gebiet, 
m rebellen tijd niet meer dan vijftich Begij- 
nemen sonder gijn consent, om reden hem 
ende; Andera is dese brief heel favorabel en 
3egijnhoff, en wert geteykcnt met de letter B. 



123 

S. 9 Februari 1627. Interrogatorium exhibitum ER. Dominis 
Pastori et Sacellanis Harlemensis Civitatis a Gerardo de 
Witte , pastore magni Baginagii Harlemensis , super pacifica 
transactione juris sui pastoralis promovenda. 

T. DemoDstratio Juris possessorij a Gerardo de Witte, Pastore 
curato magni Baginagij Harlemensis pro defensione loei sui 
Parochialis ac ejusdem praevilegiorum , Contra Pastorem et 
Sacellanos Harlemenses allegata, ac eisdem exhibita. 

"V. A** 1627. Kesponsio Pastoris Cathedralis et Parochialis Ec- 
clesiae Harlemensis ejusque quatuor Sacellanorum Ouratorum 

ad Interrogatorium exhibitum a Gerardo de Witte, Pastore 

magni Baginagij Harlemensis 

W. A® 1628. Propositioues aliquot factae Pastoribus Beginagii 
Bruxellensis et Lovaniensis; cum respon sionibus Pastorum. 

X. 12 Sept. ^628. Accoord tusschen den Pastoor en Kapelanen 
van Haarlem en den Pastoor van het Beggijnhof , aangaande 
de bediening der HH. Sacramenten, n.1. : van het Doopsel, 
het Trouwen en het Oliesel. 

T. 6 Oct. 1628. Omschrijving gegeven door een der oude mees- 
teressen en eene andere geloofwaardige vrouw , //vanden Be- 
gijnhove met haer huysen ende erven soo 't bijde goede tijt 
bewoont is vande Begijntiens des Hoffs." 

Z. 14 Sept. 1629. Toelichting op al de voorgaande stukken, 
gemaakt door den Pastoor van het Beggijnhof Heer Gerrijt 
Adriaenss. De Witte. 

'8. 
8 April 1631, Regulen ende Handtvesten vanden Groo- 

ten Faly-Beggijnhof, tot Haerlem, bij- een-gebracht en 
bevestigd door Mr. Jan Albert Ban in 1631, (doorhem, 
de meesteressen en al de beggijnen geteekend, ën beze- 
geld 24 Oct. 1634) en eigenhandig goedgekeurd en onder- 
teekend door Philippus , aartsbisschop van Philippen , 
Vicarius Apostolicas over Holland en de Vereenigde Nederl. 
provinciën 5 Dec. 1631. Hierachter volgen: 

Ordonnantie vande Memorien der doden voor onsen Beggijn- 
Ho?e tot Haerlem van 20 Mei 1632. 



124 

I 

Bitus ac Forma Benedicendi Begginam admissam ad caiiam 
Begginalem. 

Bitus benedicendi Begginam quae emittet Frofessionem . 

O. 

3 April 1631. Regulen ende Handtvesten vanden 

Grooten Faly-Beggijnhoff, tot Haerlem, bij- een-gebracht 
en bevestigd door Mr. Jan Albert Ban; vooraf gaat het 
leven van de H. Begga. Handschrift 17* eeuw. 
Drie afschriften van n<* 8. 

lO. 

(A** 1668.) Regel der maeghden (van het Beggijnhof) 
gegeven door onse seer E. W. Overste d'H. Joseph Couse- 
bant. Handschr, 17* eeuw. 

Met een aantal fraaie prentjes van Galle,. Wiericx en anderen. 

II. 

3 April 162*2. Philippus Rovenius, Vicarius apostolicus 
regelt de geestelijke jurisdictie en de waarneming der her- 
derlijke bediening in de stad en de parochie van Haarlem. 

12. 

12 Sept. 1628. Overeenkomst tusschen den Pastoor en 
de vier Sacellani curati der Kathedrale- en Parochiekerk van 
Haarlem ter eenre- en den Pastoor van^ het Beggijnhof 
ter andere zijde, omtrent de bediening der HH. Sacra- 
menten op het Beggijnhof. 

13. 

18 Maart 1632. Verklaringen voor Mr. Jan Albert 

Ban , Not^ apost^ , de Kanunniken Joannes Buggaeus en 
Joannes Beenius en verdere getuigen, afgelegd door de 
laatst overgebleven zuster uit St. Michiels-klooster te 
Haarlem en andere geloofwaardige personen , omtrent de 
herkomst en de vereering der overblijfselen van het H. 
Kruis en de Doornenkroon, in bezit van het Beggijnhof. 

14. 

7 Febr. 1689 Philippus Rovenius, Vicarius apostolicus 



125 

verleent 50 dagen aflaat aan allen, die de Litanie van 
Loretten zullen bidden voor het beeld van de H. Maagd 
Maria in de kerk van het Beggijnhof te Haarlem. 

15. 

19 Dec. 1710. Joannes Baptista, Aartsbisschop-bisschop 

van Amonitane enz. , verleent machtiging aan Heer Cornelis 
Van der Cooghen , om eenige paramenta voor het H. Mis- 
offer noodig, te wijden, en verder om driemaal in het jaar 
een gebed van veertig uren in de kerk van het Beggijn- 
hof te houden, waaraan een volle aflaat verbonden zal 

zijn. (Zie N° 18.) 

16. 

12 Dec. 1714. Clemens XI verleent een vollen aflaat 

aan allen die op den feestdag van den H. Josef, in de 

(Beggijnhofs) kerk van dien Heilige te Haarlem, aan de 

gewone voorwaarden zullen hebben voldaan en 100 dagen 

aflaat aan degenen , die op Zaterdagen of op de feestdagen 

van de H. Maagd, de hiervoor geschreven eischen zullen 

• hebben volbracht. 

17. 

12 Dec. 1714. Clemens XI verleent een aflaat, toe te 

voegen aan de geloovige zielen, wanneer (ten tijde als 
in N® 16 vermeld) eene H. Mis wordt opgedragen, op 
het hoogaltaar in de kerk van het Beggijnhof te Haar- 
lem, toegewijd aan den H. Josef. 

19. 

12 Dec. 1726. De Vicarius apostolicus Joannes Van 

Bijlevelt, verleent, ingevolge hem door den H. Stoel ge- 
geven macht , een vollen aflaat in den gebruikelijken vorm, 
bij het gebed van Veertig Uren, dat driemaal in het jaar 
in de kerk van het Beggijnhof kan gehouden worden. 
Verder wordt aan den Pastoor Heer Ferdinandus Appel- 
mans , vergunning gegeven om verboden boeken te lezen 
en paramenta te wijden. (Zie N° 15.) 
De beschikking voor den aflaat jaarlijks verlengd tot 1793. 



Paitoore. 
19. 

Daags na St Catharina 1378. De Officiaal van den 
Aartsdiaken van Utrecht raaakt bekend , dat Heer Simon 
De Wouater, is voorgedragen tot Pastoor van bet Beg- 
gijnhof, in de plaats van Heer Florentiua Wuvensoen, 
die overleden ia. 

Zondag na Maria Ontvangenis 1878. Verklaring, dat 
de uitroepingen van deze verkiezing, door den ofBciaal 
bevolen } zonder verhindering zijn afgeloopen. 
20. 

Zaterdag na St. Pontiaan 1450. De Bïaachop van Utrecht 
bevestigt de benoeming van Heer Boawen Reijersz. tot 
Pastoor van het Haarlemsche Beggijnhof. 

St. Pontiaans-avond 15S7, Verbaal der verkiezing, in- 
leiding en feestelijke ontvangst van Meester Lonrijs Pietersz. 
als Pastoor van het Beggijnhof. 
33. 
A" 1561. Aanteekening omtrent den wijn, die nitge- 
schonken is toen Heer Jacob Heinricxz. (Meestrins) Pas- 
toor is geworden. 

3S. 
30 Jnli 1582. Voorloopige &cte en verklaring dat Heer 
Jasper Pietersz. Stolwijck , door de meeateressen en stem- 
hebbende maagden, tot Pastoor verkozen is. 
34. 
30 Juli 1582. Kotarieele acte, waarbü meesteressen en 
stemhebbende maagden van het Beggijnhof tot haar Pas- 
i Heer Jasper Pietersz. Stolwijck, in de 
!er Jacob Claesz. Wij, die te Kenlen is 

1587. De Proost en Aartsdiaken van de 
rk van Haarlem Jacobus Zaffius, beveelt. 



127 

dat van de verkiezing , door meesteressen en maagden, van 
Heer Jasper Pietersz, Stolwijck tot Pastoor van het Beg- 
gijnhof , op drie Zondagen of Feestdagen uitroepingeu 
zullen geschieden. 

26. 

27 October 1587. Bevestiging der benoeming en toe- 
lating door Jacobus Zaffius , in voormelde waardigheid, van 
Heer Jasper Pietersz. Stolwijck als Pastoor van het Beg- 
gijnhof. Met het verbaal der investituur, door Joannes 
Stekel werf, Sacell. Cur. Harlem. 

Zegel in roede was van den Proost. 

27 October 1587. Verklaring van Joannes Stekelwerf, 
Sacelh Cur, Harl. en gevolmachtigde van den Proost en 
Aartsdiaken, dat niemand zich verzet heeft tegen de ver- 
kiezing van Heer Jasper Pietersz. Stolwijck tot Pastoor 
van het Beggijnhof. 

29. ' 
25 Mei 1601, Verbaal der verkiezing van Heer Willem 
Cornelisz, Ban, tot Pastoor van het Beggijnhof, in de 
plaats van Heer Jasper Pietersz. Stolwijck, die overleden is. 

29. 

5 Juni 1601. Notarieele acte dier verkiezing, ' 

Twee Exemplaren. 

15 Juni 1601. Investituur van Heer Willem Cornelisz. 
Ban, als Pastoor van het Beggijnhof, door Heer Petrus 
Jansz. Codde, Sacellanus Curatus der Kathedrale- en 
Parochiekerk van Haarlem. 

31. 

18 Junij 1601. Brief van benoeming en toelating van 

Heer Willem Cornelisz. Ban, tot Pastoor van het Beg- 
gijnhof, door dep Heer Jacobus Zaffius, Proost en Aarts- 
diaken van de Kathedrale kerk te Haarlem. 



HS 



4 AagustQS 1605. Notarieele acte waarbij meesteressen 
en maagden van het Beggijnhof tot haar Pastoor Ter- 
kiex^i. Heer Willem Jacobss. Van Ass^idelft, in plaats 
van Heer Willem Comelisz. Ban, die overleden is. 

Twee excmplareD. 



1 1 Angnstns 1605. Investituur door Heer Petms Jansz. 
CSodde, Sacellanns Curatos van de kathedrale* en parochie- 
kerk te Haarlem, van Heer Willem Jacobss, Van Assen- 
delft, als pastoor van het Beggijnhof. 



25 Angnstns 1605. Bevestiging door Heer Jacobus 
Zaffins, Proost en Aartsdiaken der Kathedrale ,kerk van 
Haarlem , der benoeming van Heer Willem Jacobss. Van 
Assendelft tot Pastoor van het groote Beggijnhof: op den 
mg staat de verklaring der proclamatie,, verricht door 
Heer Comelis Jacobss. Van der Gronde, conventuaal in 
de Commanderij van St. Jan. 

Met fragment van het tegel des Aartsdiakens. 

S5. 

30 Jannari 1615. Notarieele acte waarbij meesteressen 

en maagden van het Beggijnhof te Haarlem tot haren 
Pastoor kieien (in plaats van Heer Willem Jacobss. Van 
Assendelft die overleden is). Heer Grerrijt Adriaenss. De 
Witte^ 

30 Jannari 1615. Bevestiging der benoeming van Heer 
Oerrijt Adriaenss. De Witte tot Pastoor van het Beggijn- 
hof te Haarleni, (in plaats van Heer Willem Jacobss. Van 
Assendelft) door Heer Jacobus Zaffius proost en Aarts- 
Diaken van de Kathedrale kerk van Haarlem. Achter op 
staat de acte van investituur door Frandscus Nicolai a 
;, Sacellanus Curatus, van den 5 Februari 1615. 
Zegel in nx>de was van den Proost ?an Haarlem. 



129 

37. 

16 Januari 1629. Testament van Heer Gerrijt Adriaenss. 

De Witte, waarbij hij tot universeel erfgenaam benoemt 

M'. Jan Albert Ban. 

39. 

Protocollum Joannis Alberti Bannii , Presbyteri , Notarii 

Apostolici, ac Judicis Ordinarii, per SS. D. N. Urbanum 
VIII PP. in Collegio Archivii Romanae curiae scriptorum , 
creati Anno Ohristi cio. IOC. xxv indictione octava die 
xnii mensis Novembris Pontificatus Sanct"** Dni Nri. pre- 
fati Anno ejus tertio. 

Dit prothocol vangt aan den 10 Juli 1626, en bevat al de 
ontwerpen, dikwijls door de betrokken personen onderteekend, 
van de akten door Pastoor Ban , als Notarius Apostolicus tot den 
20 Mei 1630 opgemaakt. 

Er komt in voor, eene uitvoerige verklaring op den 16 April 
1628 voor den Not. Apost. J. A. Ban en getuigen afgelegd, door 
eene 84 jarige voormalige zuster uit het convent van de onge- 
schoeide zusters van den 3^" regel van St. Franciscus of Barre- 
voeter-zusteren te Haarlem, omtrent den dood van de HH. Mar- 
telaren van Gorinchem en in het bijzonder en breedvoerig over 
het leven en sterven van den H. Nicasius Johannes Hezius,. die 
eenige jaren voor zijn marteldood, biechtvader in het genoemde 
klooster te Haarlem was geweest. 

39. 

2 Januari 1632, Acte verleden voor Mr. Jan Albert 

Ban, als Notarius Apostolicus en getuigen, ten verzoeke 
van Pater Joannes Tyras «^religieus priester der minne- 
broeders orden van strenger onderhoudinge jeghenwoordigh 
missionaris arbeydende in Vrieslant inde stad Lewarden'^ 
omtrent de geestelijke bediening van de Paters Adriaen 
Motmans en (LevinusP) Canisius, te Amsterdam. 

40. 

Formulieren van Mr. Jan Albert Ban, J. U- D. als 

Notarius Apostolicus ; en adviezen door hem over erfrecht 
gegeven, van 1 Oct. 1633 en Febr. 1641. 

Bedragen Gesch. Bisd v Haarlem X* Deel. 9 



L 



180 

41. 

12 Januari 1641. Minuut van een brief door Mr. Jan 
Albert Ban aan den Ridder Constantijn Huygens, over 
de nieuwe denkbeelden omtrent de muziek en de theoriën 
der Parijsche Musici. 

42. 

« 

9 Maart 1681. Verklaring dat Cornelis Van der Oooghen, 
den 24} Augustus 1658 te Amsterdam gedoopt is. 

43. 

30 Mei 1680. De Aartsbisschop van Mechelen, ver- 
klaart dat aan Heer Cornelis Van der Cooghen, de kleine 
orden zijn toegediend. 



30 Mei 1680. Dezelfde Kerkvoogd verklaart dat Heer 
Cornelis Van der Cooghen gewijd is tot Sub-Diaken. 

45. 

30 Mei 1JS80. Dezelfde Kerkvoogd verklaart dat Heer 

Cornelis Van dei: Cooghen, tot Priester gewijd is. 

46. 

18 Maart 1695. De meesteressen van het Beggijnhof 

geven aan den Pastoor -van het hof Heer Cornelis Van der 
Cooghen, de vrije bewoning van het huis Rodenburgh, 
dat destijds reeds tegen betaling van huur door hem ge- 
bruikt werd. 

47. 
8 Dec. 1703. Fredericus Sfortia te Rome, Prins van 

het heilige Roomsche Rijk, enz. enz., verleent aan Heer 
Cornelis Van der Cooghen den graad van Doctor in de 
Godgeleerdheid. 



Rekest aan het Gerecht der stad Haarlem, van de 
naaste vrienden van Heer Cornelis Van der Cooghen , 
dat deze mocht worden ontslagen uit het arrest^ waarin 
hij door den Hoofdofficier was gebracht, tér zake van 



131 

informeele beantwoording van vragen , als getuige tot 
hem gericht. (Zonder dagteekening.) 

49. 

1681/1715. Brieven over kerkelijke belangen , ten deele 

rakende het Beggijnhof. 

* 
Meesteressen en Beggijnen. 

50. 

11 Februari 1588. Verklaring van art. 35 der ordon- 
nantie van St. Lucas-avond 1408, gegeven door Heer 
Jasper Pietersz. Stolwijck, Heer Joaunes Noems en Heer 
Willem Cornelisz, Ban, (over de verkiezing van meeste- 
ressen des Beggijnhofs.) 

dl. 

1 7® eeuw. Consideratien en meditatien op het inkleeden, 
om dat niet alleen uitwendig maer oock inwendig met 
geest en affectie te doen. 

52. 

17* eeuw. Ordonnantie van kledinge voor de ghemeyne 

maeghden. 

10 September 1525. Brief van Heer Wol wijn Albertsz, 
Priester, waarbij hij Gheertruyt Claesd"^ Van Assendelft, 
maagd van bet Beggijnhof, uitnoodigt om weder ten spoe- 
digste op het bof terug te komen. 

54. 

18 Januari 1560. Faliebrief of /^ willekeur" voor Anna 
Franssen dochter en Wendelmoet Van der Laan, beggij- 
nen op het beggijnhof te Haarlem, afgegeven door Sche- 
penen der stad. 

55. 

16 Juli 1675. Fr. Matthias Brouwershavius , Provin- 
ciaal der Minderbroeders observanten in Nederland , resi- 
deerende in zijn convent te Haarlem, neemt als zusters 



132 

van den derden regel van St. Franciscus aan^ de meeste- 
ressen van het Beggijnhof en maakt haar deelachtig aan 
al de geestelijke gansten en voorrechten der geheele orde. 

Met opgeplakt zegel. 

56. 

5 December 1583. Acte^ waarbij door Burgemeesters ^ 

Schepenen en Vroedschappen der stad Haarlem aan 27 
beggijnen van het Beggijnhof wordt toegelegd een jaar- 
lijksch pensioen van 30 Ponden Vlaamsch voor ieder, en 
aan 28 beggijnen een jaarlijksch pensioen van 12 Ponden 
VI., levenslang. 

21 November 1662. Aen Jonck vrouw Johanna Eouse- 
bant, op het aennemen vanhaer gheestelijcken staedt, (in de 
vergadering der maagden in den Hoek) gheschiedt op den 
Feestdagh vande presentatie der alderheylichste maghet 
Maria (1662); met drie fraaie kopergravuren van De 
Mallery en Bolswert; aan het einde staat: Bidt voor de 
schrijfster Maria V(an) Wfieringen). 

Zie over deze: Twee Haarlemsche Klopjes van de zeventiende 
eeuw. Joanoa Cousebant werd aangenomen op het proefjaar op 
het Beggijnhof, door haar broeder Pastoor Josephus Cousebant, 
den 8 September 1667. 

Gebedenboekje voor de beggijnen, bevattende : het 
Morgen-Gbbedt voor de maeghden, het avont-ghebedt, de 
litanie van de H. Moeder Begga enz. hdschr. 1 7* eeuw. 

TêêtameHtm van MeMertuen m Beggijnen. 

4 Maart 1494. Testament van Maritgen Pietersd«, beg- 
gyn op het Beggynhof te Haarlem, waarbij zij onder 
anderen aan den Pastoor, de kapelaans, den koster, de 
kosteres en de begg\jneu , gelden enz. bespreekt voor het 



133 

opdragen of bijwonen van hare uitvaart en het houden 
van hare memorie. 

60. 

3 April 1610. Testament van Jannetje Jansdochter 
Schoonevelts , eertijds conventuale van St. Magdalena- 
convent te Haarlem; met de codicille. 

61. 

1611 — 1628. Stukken betreffende de beweerde rechten 

op de nalatenschap van Janiietje Jansdochter Schoonevelts , 
eertijds conventuale van St. Magdalena-convent. 

62. 

12 November 161 8, Extract uit het testament van Ca- 
tharina. Walters, te Keulen , waarbij aan Maritgen Barends 
en Petroneila Lambrechts, beggijnen op het Beggijnhof 
te Haarlem ^ legaten worden besproken. 

In het Hoogduitsch en Nederlandscb. 

6». 

27 December 1623. Testament van Anna en Lijsbeth 
Jansdochters, beggijnen, waarbij zij elkander wederkeerig 
tot erfgenamen benoemen. 

64. 

20 November 1630. Testament van de gezusters Ghier- 

tje Gerritsdochter , meesteresse — en Machteld Gerrits- 
dochter, beggijn op den hof, waarbij zij haar huis aan het 
beggijnhof bespreken, op voorwaarden, o. a. om jaarlijks 
«f het feest van St. Geertruyd (17 Maart) soUenneelijck te 
vieren met een predicatie ende singende misse, endehet 
lofiF des avonts, alles in 't musyck/' 

6d. 

26 October 1638. Testament van Annitgen Oornelis, 
waarbij zij tot haar universeele erfgename benoemt Maria 
Willem Brararoersdochter. 



134 



15 November 1638. Testament van Hillegont Grarbrants 
wedawe yan Pieter Pietersse, waarbij tot erfgename be- 
noemd wordt Catharina Symons Van Castricum. 

8 November 1663. Afschrift van het testament van An- 
genes Van Akersloot, waiurbij nj tot vmchtgebmikster 
van hare nalatenschap aanwijst Comelia Dircks, en na 
den dood van deze tot hare ordenamen institneert het 
Oade Mannen- en Vronwen Grasthnis te Zandvoort en het 
Oude Mannen- en Vronwen Gasthnis te Wijk aan Zee. 

Viearifen op het Beggijnhof. 



15* eenw. Dese nae^iescreve missen sijn onse vier 
cappellanê daghelix scnldich te lesen in onse kercke op 
aldnsdanighe ordinacy. 



19 Februari 1484. Notarieële acte, waarbij Heer Symon 
Van der Horst, Priester, eene vicarij sticht van vier mis- 
sen 's jaars op O. L. Vrouwe-altaar in de kerk van het 
Beggijnhof, en daarvoor schenkt twee stukken land, ge- 
legen onder Rijnsburg en Oegstgeest. 

16 April 1589. Testament van de acht overgebleven 

conventualen van het klooster Nazareth in Beverwijk, 

waarbij zij elkander instellen tot universeele erfgenamen, 

en ha haar dood het Su Elisabeth's Grasthnis te Haarlem. 

Dit stuk is zeer beschadigd. 

71. 

12 Januari 1617. Testament van vier overgebleven 

oude conventualen van het klooster Nazareth in Bever- 
wijk , waarbij zij elkander tot erfgenamen benoemen en 



135 

aan de langstlevende de verplichting opleggen, de over- 
blijvende goederen te besteden ^^tot Gods eere aan vrome 
en goede zaken." 

6 October 1624. Testament van Grietje Huybrechtsdr., 
overgebleven conventuale van het klooster Nazareth, eer- 
tijds geweest zijnde in Beverwijk. 

Hierbij zijn gevoegd twee verklaringen, door Grietje Huy- 
brechtsd'. en Alijdt Jansd'. afgelegd, bij hare aanneming in het 
klooster. 

80 December 1625. Breve van Paus ürbanus VIII aan 
Joannes Franciscus, Archiepiscopus Patracensis, Nuntius 
in de Nederlanden en het Graafschap Bourgondië, over 
machtiging voor Grietje Huybrechtsd'. c. s. , religieusen 
van het klooster Nazareth in Beverwijk, der orde van 
St. Augustinu», om van de' goederen door haar en de 
andere zusters verworven , eene vicarij te stichten op het 
Beggijnhof te Haarlem. 

7 April 162(6). Brief van Joannes Franciscus, Archiepis- 
copus Patracensis, Nuntius in de Nederlanden enz. enz., 
waarbij de hiervoor genoemde vicarij , met verplichting van 
twee missen ter week, wordt ingesteld in de kerk van 
het Beggijnhof te Haarlem. 

75. 

10 Juli 1626. Acte waarbij Mr. Jan Albert Ban, Priester, 
Notarius Apostolicus enz., verklaart, dat Grietje Huy- 
brechtsdr. tot bezitter van de door haar gestichte vicarij 
heeft benoemd Heer Gerrijt Adriaenss, De Witte , Pastoor 
van het Beggijnhof te Haarlem en na hem de opvolgende 
Pastoors. 

Twee exemplaren , één in het latijn en één in het Nederlandsch. 
Hierb^ gevoegd drie akten, allen op dezelfde zaak betrekking 
hebbende en ongeveer van gelijken inhoud. 



76 

10 Jali 1626. Acte, verleden voor Mr. Jan Albert Ban, 
Notarius Apostolicus, waarbij Heer Gerrijt Adriaenss. De 
Witte, Pastoor van het Beggïjnhof belooft aan Grietje 
Huybrechtsdr., geprofessyde religieiiae van bet klooster 
Nazareth in Beverwijk , die hem en zijne opvolgers heeft 
begiftigd met zekere vicarij, welke uit hare goederen is 
gesticht, eenige in het atttk genoemde voorwaarden na 
te komen. 

K. 

26 November 1629. Verklaring van Mr. Jan Albert Ban, 
dat hij gezien beeft al de akten, welke betrekking hebben 
op de vicarij, gesticht door Grietje Hujbrecbtsdr. en de 
vier andere conventualen nit Beverwijk. 
Id het Latijn. 

26 November 1629. Investituur van Heer Gerrijt' 
Adriaenss. De Witte, Pastoor van het Beggijnhofj door 
Ban , in de vicarij , gesticht in de kerk 
thof, door Grietje Huybrechtsdr. en vier 
alen van het klooster Nazareth. 
iJD. 

het altaar van St, Jan den Dooper 
rt St. Bavo ( Parochiekerk). 

St. Mattbeus 1894!. Opdracht door Claes 
ier Willem Janss, Priester, ten behoeve 
t altaar van St. Jan Baptist in de Parochie- 
Q, van zeven hond lands, gelegen onder 



Nieuwjaar 1404. Opdracht door Jan Jans 
1 Heer Willem Janss., Priester, ten be- 



137 

hoeve als voren, van eene rente van tien schellingen 
*sjaars, gevestigd op een huis bij het Vrouwe -Broeders 
convent. 

5 November 1407. Heer Hugo Wouterss. Goutsmit, 
Pastoor van het Beggijnhof , en Heer Ghiselbertus Douwe 
Jacobsz, Priester, als coUatoren van eene vicarij, gesticht 
door Heer Willem Janss., op het altaar van St. Jan Baptist 
in de Parochiekerk te Haarlem, assumeeren zich als derden 
coUator, den Prior van het klooster van St. Maria der 
reguliere Kanunniken van St. Augustinus buiten Haar- 
lem, in loco dicto Op ten Woert. 



Vrijdag na St. Lourens 1422. Opdracht door Jan Gale 
aan Heer Willem Janss., Priester, ten behoeve van de 
vicarij door Heer Willem Janss. gesticht op het altaar van 
St. Jan Baptist in de Parochiekerk te Haarlem, van eene 
rente van een pond Hollandsch 'sjaars, gevestigd op een 
huis in de Groote Houtstraat^ Twee exemplaren. 

Zegels in groene was van Lourens Jans%oon Coster en Claes 
Van Huessen, Schepenen in Haarlem. 

24 Juli 1467, Procuratie van de coUatoren der vicarij 
op het altaar van de H. Maagd Maria en van St. Jan 
Baptist in de Parochiekerk te Haarlem, op Heer Olaes 
Claesz., Priester, om eenige landen aan de vicarij toe- 
behoorende, te verkoopen en anderen er voor in de plaats 
te küopen. 
Met de autorisatie van den Bisschop van Utrecht. Beide stuk- 
. ken in het Latijn. 



17 September 1473. Opdracht door Jan Heyndricxsz. te 
Alkmaar aan Heer Claes Claesz., Priester, ten behoeve 
der vicarij op St. Jans- of Scheepmakers-altaar, in de 



1S8 

Pandiiekerk te Haarlem, van een Btuk laod, gelegen 
aan de Beiger-meer bij Alkmaar, 
SJI. 
18 Maart 1492. David Van Boergondië, Bisschop van 
Utrecht, bevestigt het Beggijnhof te Haarlem, in het be- 
nt en collatie-recht der vicarij op bet altaar van St. Jan 
Baptist in de Parochiekerk te Haarlem, waarvan Hngo 
Van Dijck, Prior van het Regu!ieren-Oon vent bij Haarlem» 
by den hieraan gehechten brief, voor zijn gedeelte afstand 
heelt gedaan en bet geheel opgedragen heeft aan den 
I^toor van het Beggijnhof, 

Zegel in groene was van het Eegulieren Convent en in Toode 
WM vaD den Bisschop van Utrecht. 
9S. 
6 September 1606. Acte waarbij Heer Willem Van As- 
sendelfï. Pastoor van het Beggijnhof te Haarlem en als 
itor van de vicarij op St, Jana-altaar in de 
bet beneficie dier vicarij schenkt aan Mr, 
isz. Deyman, Priester te Haarlem. 

636. Register vande pachten , vruchten ende 
terende ofte specterende tot die cappelrie ge- 
Heer Willem Janszoon, priester tot Haer- 
it Jans Baptisten- al taer , genaempt dat Sceep- 

i] op St. Jesefg-altaar in St. Bavo. 

r 1634. Overeenkomst tusschen Jonkheer An> 
dewerve, Heere van Burch en Mr. Jan Albert 
tter van eene vicarij , gesticht op St. Josefs- 
?arochiekerk te Haarlem , over het afzanden 
;en 494 roeden lands, gelegen buiten Delft, 
getoegd de stukkeo eo rekeningen welke tot deze 
[ hebben. 



189 
Vicarij op St, Lour erts- altaar in St, Bavo, 

13 September 1499. Stichting van eene vicarij door 
Heer Jacob Tijmansz. , Priester, op St. Lourens- altaar in 
de Parochiekerk te Haarlem, en opdracht van de collatie 
dier vicarij aan den Pastoor van het Beggijnhof te Haar- 
lem, voor het geval de bloedverwanten des stichters 
zonder nakomelingschap sterven. 

OO. 

13 Mei 1501. Notarieele acte, waarbij Deken en Vin- 
ders van het Molenaarsgild , tevens altaar- meesters van 
St. Lourens-altaar in de Parochiekerk te Haarlem, be- 
kennen ten geschenke ontvangen te hebben van Heer Jacob 
Tijmansz. , Priester, eenige sieraden voor hun altaar; enz. 



BEZITTINGEN VAN HET BEGGIJNHOF. 

In het algemeen. 

91. 

Juni 1694. Inventaris der goederen en staat van 

de baten en lasten van het Beggijnhof bij het bewind van 
den Pastoor Heer. Josephus Cousebant ; en na zijn ver- 
trek geslpten. Afschrift 18^ eeuw. 

Menten. 
92. 

A® 1408. Dit sijn sulke renten als der beginen-kerck 
toe behoren tot Haerlem ter paepliker proven in den jaer 
ons Heren mcccc ende achte ende verschinen tot Bamisse, 

Hierin komen ook voor afschriften der volgende voorrechts- 
brieven, als van: 

Graaf Willem V, van 13 Maart 1350. 

Hertog Aelbrecht Van Beieren , als Ruwaard, van Vrouwe-dag 
Nativitas 1382. 



141 

99. 

22 Augustus 1637. Acte waarbij Arnoldus Paulusz. 

Van Roy bekent schuldig te zijn aan Anna Jans (beggijn 
op het Hof?) eene losrente van 10 Carol. guldens 's jaars. 
Zegels in bruine was van Fioreos Van der 'Houff en Andries 
Van der Hom, Schepenen in Haarlem. 

Schilderstuk, 

99. 

21 Juni 1596. Verl}:laring van Andries Van der Horst, 

dat hij in bewaring heeft eene schilderij i^van sinte peters 
scheepken" toebehoorende aan het Beggijnhof ; hij neemt 
aan haar weder terug te geven # soo wanneer de catholijcke 
relighie wederom aldaer opentlijck geëxerceert sal werden." 

Graven» 

99. 

6 December 1525. Meesteressen van het Beggijnhof 

vergunnen aan Beatris Martijnsdochter en aan hare moe- 
der Adriaentgen, om samen in een grafie Uggen, .tus- 
schen het Heilig Kruis-altaar en Onze lieve Vrouwe-altaar. 

lOO. 

23 Januari 1526. Overeenkomst tusschen den Pastoor, 

de Kapelaans, meesteressen en maagden van het Beggijn- 
hof te Haarlem, omtrent de graven in de kerk van het hof. 

Land bij de Egmonder Meer, 

lOl. 

25 Juni 1677 en 10 October 1668. Verklaringen van 

Sybrant Camay over den eigendom-, en van Keter Janss. 
Van Nes omtrent de ligging van een stuk land bij de 
Egmonder-meer , toebehoorende aan Heer Josephus Couse- 
bant. Pastoor van het Beggijnhof te Haarlem. 

Land onder Heemskerk, 

102. 

23 Maart 1518. Opdracht door Arijs Zwerezoon, van 

Uitgeest, aan de mater van St Lucien* convent op het Beg- 



l 



\n 

gijnhof te Haarlem, der helft van een stuk land, in den 
banna van Heemskerk. 

103. 

H AngnstDs 1543. Opdracht door Ghijsbert IJsbrantsz. 
aan de mater van St. Lucien-convent op bet Beggïjnhof 
te Haarlem, der helft van een stuk land, in den banne 
van Heemskerk- 
Zegel in groeee waa van deo Schout vaa HeemBkeik. 

104. 
19 Februari 1616, Verklaring van Elisabeth Dircksd'. 
en Comelia Jacobad'. , beggijnen, dat Gnert Jan Hughena- 
sooQsdochter aan het Beggijnhof heeft beloofd een stak 
land, in den banne van Heemskerk, in het gemeen be- 
zeten wordende met de CommanderijvanSt Jan te Haarlem. 
Land onder Cattrieum, 
lOft. 
Opdracht door Aechte Coman Willems 
ater van bet oude convent op bet Beg- 
, der helft van een stnk land, groot 
L banne van Castricnm. 
s vaa den Schout van Castricum. 
eene verklariog van 25 Augustus 1668, 
D dit land. 
'xmd onder Uitgeest 

toe. 

. Agnieten-dag 1446. Opdracht door 
Boon aan Eatrine Jan Oudensoensdocb- 
rente van twee gouden Wilh'. Holl. 
1 op een stuk land in den banne van 

e van den Schout van Uitgeest. 

lO?. 
1450. Opdracht door Ponwela Gherijt 
D het oade convent .op het Beggijnhof 



143 

te Haarlem, van twee stukken land, in den banne van 
Uitgeest. 

Zegel in groene was van den Schout van Uitgeest 

Land onder Oude^Tonge. 

In N** 91 wordt deze bezitting volgender wijze beschreven : 
2°. Heeft den hoff ruym 52 gemeeten lantz in D'ouw Tongen 
doende jaerlijckx van huyr (de verpondingen daer af getrocken) 
ontrent 40 a 60 gl. waer af moeten gaen, d'onkosten van de 
B^entmeester, reparatien van 't out vervallen boerenhuys ende an- 
dere extra ordinarisse voorvallen etc. En dewijl om de ver afge- 
legenheyt van dit goed, quaetaerdigheyt der boeren en Rent- 
meesterz, groote ge vaaren zijn van wanbetalingen en processen 
(als zedert énige jaeren gebleecken is) wie siet niet dat dese hof- 
stede in dese tijd tot merckelijcke bezwaringe streckt , en bequaem 
sonde sijn, om met sigh, ander goet te verteeren. 

Sedert Juni 1627 had het Beggijnhof ten laste van Juffrouw 
Yan Oudewerve op het huia Adrichem buiten Beverwijk , eene obli- 
gatie, groot ƒ4000, — ; in 1679 den 9 October, teekende Pastoor 
Josephus Cousebant aan (Zie in N^ 2) De Vier duysent Guld. die op 
de Van der Burgen gestaen hebben sijn voldaen met seeckere landen 
in Overflackkee , gemeen met het Beggynhof. enz. (Zie N® 127.) 

Zie over de familie-betrekking tusschen de personen , die in de 
volgende akten genoemd worden , de geslachtlijst, welke bij dezen 
Inventaris is gevoegd. 

108. 

Leenbrieven van een derde- deel der landen van Grijs- 
oord, de Tonge, Hugevliet, Helle, Breemsgat en Baten- 
oord, verleid' den 

6 April 1437 door Franek Van Borselen op Peter Van 
Steenhuys Bertelmeusz. 

8 Juni 1451 door denzelfde op denzelfde. 

1 Mei 1453 door denzelfde op Nelle Van Steenhuys, 
weduwe van Meester Symon Wittenzoon. 

28 Mei 1470 door denzelfde op Aechten Pieter Neven- 
dochter, getrouwd met Daniel Suys Allairtsz. 



L 



145 

113. 

8 Februari 1514. Philips Van Kleef, Heer van Rave- 

stein, geeft aan Cornelis Jan Gillisz. c. s. om te bedijken, 
zijn uitgors van den Tille, gelegen bij Oude-Tonge in 

Zeeland, later genaamd St Sebastiaans-polder. 

Afschrift 17^ eeuw. 
114. 
26 Juli 1521. Philips Van Bourgondie, Bisschop van 
Utrecht, bevestigt, den voorgaanden brief van zijn neef 

Philips Van Kleef, Heer van Ravestein. 

Afschrift 17® eeuw. 

115. 

10 Mei 1524. Allaert Suys Pietersz. , Heer van Grijs- 

oord, geeft aan Jonk vrouwe Wilhelma Van Adrichem 

Arentsd'. in leen de goederen, welke haar in huwelijk 

zijn geschonken en van hem in leen behooren gehouden 

te worden. 

116. 

7 Juli 1546. Opdracht door den Prior, Vicaris en Pro- 
curator van het Earthuizer-Convent genaamd Sion, buiten 
Zierikzee, aan M^ Lieven Van Burch van een stuk land, 
in Grijsoord. 

Zegels in groene was van de verkoopers. 

117. 

7 Maart 1529 en 24 Maart 1533. Opdracht door Gabriel 
Rntsz. aan Claes Gillisz. van vijf maden lands in St. Se- 
bastiaans-polder onder Grijsoord. Drie brieven. 

Zegels in groene was van Schepenen in Grijsoord. 

118. 

6 November 1538. Daniel Suys, Heer van Grijsoord, 

verlijdt M'. Lieven Van Burch als in huwelijk hebbende 
Jonkvrouwe Wilhelma Van Adrichem, met de vroonlan- 
den onder Grijsoord, vroeger in leen geweest bij Agatha 
Suys, weduwe van Arent Van Adrichem. 

Zegel in roode was van Jonkh'. Daniel Suys. 

Bydragen Gefch. Bisd* t. Haarlem Xe Ueel. 1 



14S 

119. 

15 Maart 1539. Mandftment van het Hof van Holland 
in de procedure van Daniel Suys, atnbacbtsheer van Grys- 
oord, als eischer, contra den Rentmeester van de Eart- 
huizers buiten Antwerpen, als gedaagde, over bet in leen 
behouden van vroonlanden onder Onde-Tonge, 

120. 

SO September 1541. Verklaring van eenige peraonen 
van Oude- en Nieuwe-Tonge, dat de ooder dat ambacht 
gelegen vroonlanden, toebeboorende aan Antbonie Sajs, 
Ambachtsheer van Grijsoord, vrij zijn geweest van de 
laatste lasten en contributien. 
121. 

26 Juni 15S8. Jacob Suys, Ambachtsheer van Gr^s- 
oord, geeft aan Antonia Van Burch in leen eenige vroon- 
landen onder de heerlijkheid Qrijaoord, vroeger in leen 
bezeten door wijlen Jonkyronwe Wilhelma van Adrichem. 

122. 

14 October 157H. Jonkheer Antonis van Burch draagt 
aan zijne drie kinderen al de leengoederen en vroonen 
over, welke in de ambachtaheeri ijkheid van Grijsoord, 
Oude- en Kieuwe-Tonge in onversterfelijk achterleen ge- 
houden worden van Jonkheeren Pieter en Jacob Suys. 

Zegels in raode waa vaD LeeDmaDDen der Grafel|jkheid van 
Holland en van Jonkheer Antonia van Burch. 

123. 

24 November 1578. Jonkheeren Jacob en Pieter Soys, 
als ambacbtsheeren van Grijsoord, Oade- en Nieuwe- 
Tonge, geven aan Jonkheer Cornelïs Van Burcb, inleen 
eenige vroonlanden in Oude-Tonge. 

121. 

22 September 1626. Jonkheer Pieter Saya, Heer van 
Laar en ambachtsbeer van Grgsoord , geeft aan Jonkheer 



147 

N 

Antonis Van Burch in leen eenige vroonlanden in St. 
Sebastiaanspolder onder Oude-Tonge, 

Zegel in roode was van Jonkheer Pieter Suys. 

125. 

22 Juli 1630. Jonkheer Pieter Suys, ambachtsheer 

vanGrijsoord, Oude- en Nieuwe-Tonge , verlijdt Jonkheer 
Antonis Van Burch, met de vroonlanden, in Tille en 
Oosteinde onder Oude-Tonge , vroeger in leen bezeten bij 
Jonkvrouwe Maria Van Burch. 

Zegel in roode was van Jonkheer Pieter Suya. 

126. 

2 Juni 1649. Jonkheer Pieter Suys, Heer van Laar 

en Schelle, ambachtsheer van Grijsoord en Nieuwe-Tonge, 
geeft aan Jonkheer Fran^ois Van Oudewerve , Heer van 
Burch, Adrichem enz. in leen eenige vroonlanden, in 
St. Sebastiaans-poldér onder Oude-Tonge. 

Zegel in roode was van Jonkheer Pieter Suys. 

127. 

10 Februari 1677. Opdracht van Jan Verhagen namens 
Vrouwe Oecilia Rout, weduwe van Jonkheer Cornelis Van 
Oudewerve , in leven Heer van Adrichem, aan de weduwe 
van Frans Barentss. Oousebant, van twee stukken land, 
samen 30 gemeten, en andere bezittingen in St. Sebas- 
tiaans-polder onder Oude-Tonge. 

128. 

7/14 Januari 1647. Rekest van den Kerkeraad van 

Bommel in het eiland Flacque aan de Staten van Holland 
en West-Friesland, om subsidie voor de opbouwing van 
eene nieuwe kerk en om een halven gulden jaarlijks te 
mogen heffen op elk gemeten van alle landen, gelegen 
onder den dorpe van Bommel c. a ; met appointement van 
7/14 Januari 1647, waarbij het laatste verzoek voor den 
tijd van drie jaren wordt toegestaan en bovendien aan de 
supplianten wordt verleend eene subsidie van 1200 dB. 



Verkoop vaa een kuis. 
19». 

St AgQÏeten-dag 1551. Opdracht door meesteressen van 
het Beggijnhof aan Ursala Quirijns Talesij'dochter , vao 
een huis op het Beggijnhof. 

Zegel ÏD braine was van het Beggijnhof. 

Het Beggijnhof-zelf. ' 

180. 

Deze akten ïolgen niet allen in atreng chronologische orde, 
omdat, waar het noodig scheen , de stukken , welke op hetzelfde 
perceel betrekking hebben, dadelijk achter elkander vermeld zijn. 

St. Matthens 1139. Jonkvroawe Lijsbeth Van Schoteoi 
schenkt een huis op het hof, aan het Beggijnhof. 

181. 

16 Jannari en 15 Februari 1662. OpdrachtbrieTen Tan 
twee huizen, N" 1 en 2 op het Beggijnhof, 
Zegels in bruine was van Jacob De Ram, Adriaen Backer en 

Adriaen BobteU, Schepenen ia Haarlem, 

Hierbij ïijn gevoegd eenige stokken, welke op den voorloopigen 
ouderhandschen verkoop van deie huiien betrekking hebben, 

1S3. 

11 Januari 1616. Opdracht door Burgemeesteren en Re- 
geerders van Haarlem aan Trijn Gerrits, van een bnis> 
Beggijnhof, N' 42. 
s 1d bruine was van de stad Haarlem en van Lourens Yan 
I Johan Yau Schoterbosch , Schepenen in Haarlem. 

183. 

Jannari 1616. Opdracht door Bnrgemeesteren en 
rdera van Haarlem aan Dieuwer Olaesd'. weduwe van 
^laess. van een huis, N* 45, op het Beggijnhof. 
Is in bruine was vaa de stad Haarlem en van Outger 
I. en Nicolaes Wonterss, Sohepeaen in Haarlem. 



149 

134. 

19 Juni 1637. Opdracht door Anne Centendochter aan 
Maritgen Arentsd'. van een huis N" 45 , op het Beggijnliof. 

Zegels in bruine was van Quyryn Damast en Willem Buys, 
Schepenen in Haarlem. 

135. 

31 December 1616, Veilcedullen, waarbij Jannetjen 
Ariaens voor eene som van ƒ3650, — koopt een huis in 
de St. Jansstraat en een huis op het Beggijnhof. 

136. 

24 April 1617. M^ Pouwels Van Beresteyn bekent 

schnldig te zijn aan de stad Haarlem eene sonl van 600 
Carol. Guldens, tot terugbetaling waarvan hij verbindt 
een hem toebehoorend huis op het Beggijnhof. 

137. 

31 Mei 1625. Opdracht door Burgemeesteren en Re- 
geerders van Haarlem aan Guertgen en Machtelt Gerrits- 
dochters, van een huis op het Beggijnhof. 

Zegels in groene was van de stad Haarlem en van Pieter 
Adriaensz. Verbeeck en Johan Van der Camer, Schepenen in Haarlem. 

138. 

6 Maart 1602. Opdracht door Jan Janss. Smith aan Jan 

Poppens van een huis op het Beggijnhof, bij den uitgang 
in de St, Jansstraat. Hierbij is gevoegd het bewijs van 
eigendom van een gedeelte muur, door Judocus Cousebant 
van de stad Haarlem gekocht. 

Zegels in groene was van de stad Haarlem, en van Baerthout 
Van der Nyenburch, Claes Corneliss. Geltsack , Engbert Gerritsz. 
De Jonge en Jan De Wael, Schepenen in Haarlem. 

139. 

18 Mei 1637. Opdracht door Jan Foppens aan Aeltgeu 
Reijersdochter , van een huis öp het Beggijnhof, bij den 
uitgang in de St. Jansstraat. 

Zegels in bruine was van Quyrijn Damast en Willem Buys, 
Schepenen in Haarlem, 



150 

140. 

18 Februari 1660. Opdracht door Aeltjen Reijers aan 
Jonkheer Albert Van der Hooch te Amsterdam, van 
een huis op het Beggijnhof, bij den uitgang van de 
SU Jansstraat. 

Zegels in bruine was van Jan Janssen Schout en Willem Van 
Teffelen,' Schepenen in Haarlem. 

141. 

5 Juli 1664» Opdracht door Frans Jacobss. Van den 
Hove aan Seybrant Camay, van een huis op het Beg* 
gijnhof. 

Zegels in groene was van Johan Veer en Cornelis Gravesteyn, 
' Schepenen in Haarlem. 

142. 

16 November 1657. Opdracht door Maritgen Arents aan 
Cornelis Corneliss. Arp, van een huis op het Beggijnhof. 

Zegels in bruine was van Willem Van Teffelen en Jonas De 
Jonge, Schepenen in Haarlem. 

148. 

21 Februari 1668, Opdracht door Geertruyt en Aeltie 

Cornelis Arp^ aan Lourens Claessen^ van een huis op 
het Beggijnhof. 

Zegels in groene was van Florens Swan en Tsbrant Schatter, 
Schepenen in Haarlem. 

144. 

16 Juli 1670. Opdracht van Brigitta De Goijer, huis- 
vrouw van Jonkheer Albert Van der Hooch aan Adriana 
Van der Hulst , weduwe van Frans Barentss, Cousebant, 
van een huis op het Beggijnhof, aan het Kerkhof» 

Zegels in bruine was van Jacob De Ram en Johan Veer, Sche- 
penen in Haarlem. 

145. 

27 Maart 1677. Voorloopige acte van overdracht van 

een huis op het Beggijnhof, ten oosten van de plateel* 
bakkerij, verkocht voor 1660 guld. 



151 

1411» 

18*-19' eeuw. Stukken betreffende het verkoopen of 

afbreken van huisjes, aan het Kerkbestuur der Statie van 
het Beggijnhof toebehoorende. 

Naaste omgeving van het Beggijnhof. 

147. 

27 November 1590. Opdracht door Lenert Adriaensz. 
Van Vucht aan Uenrich Harmansz. Van Velthoven, van 
een huis in de St« Jansstraat, naast het Beggijnhof. 



30 November 1634. Opdracht door M^ Johan Damius 
aan Trijntgen Sijmonsd^ , van een huis in de St. Jans- 
straat, bij de Lange poort. 

Zegels in bruine was van Pieter Adriaensz. Yerbeeck en Johan 
Yan der Camer en van Cornelis Gulde wagen en Johan Beelt, 
Schepenen in Haarlem. 

149. 

1 November 1653. Opdracht door Florens Swan, als 

executeur van het testament van Oatharina Ban; aan 
Bartholomeus Van Gennip, van een huis in de St. Jans- 
straat, aan de noordzijde van het Beggijnhof. 

Zegels in bruine was van Willem Van Teffelen en Johan Ever- 
swijn, Schepenen in Haarlem. 

150. 

10 Februari 1677, Opdracht door Cecilia Rout, wed. 

van Jonkh'. Cornelis Van Oudewerve, Heer van Adri- 
chem , aan Adriana Van der Hulst , weduwe van Frans 
Barentss. Cousebant, van een huis in de St. Jansstraat, op 
den hoek van de Lange poort. 

Zegels in groene was van IJsbrant Schatter en Willem Fabri- 
cius, Schepenen in Haarlem. 

Hierbij zijn gevoegd de vroegere transportbrieven van 23 Dec. 
1623, 4 Sept. 1630, 23 Dec. 1634, 



152 

161. 

8 October 1585. Opdracht door Burgemeesteren en 
Regeerders van Haarlem aan Dirck Henrickss. Van Assen- 
delft , Tan een huis en erf in de St. Jansstraat, behoord 
hebbende tot de geestelijke goederen , welke aan de stad 
zijn toegewezen. 

152. 

5 Augustus 1634. Opdracht door Elsgen Langenhorst, 

Weduwe Hendrick Van der Hoeff aan Lieve Janss. , van 
een huis, gelegen in de St. Janstraat over de Comman- 
derij van St. Jan. 

Zegels in bniine was van Willem Buys en Jan Beelt , Schepe- 
nen in Haarlem. 

153. 

18 Januari 1617. Opdracht door Barent Roeloffs aan 
Jannetgen Adriaensdochter, van een huis in de St. Jans- 
straat, over de Gommanderij van St. Jan en naast het 
huis Rodenburch« 

Zegels in bruine was van Jacob Laurens en Jacob Hugens, 
Schepenen in Haarlem. 

Het achtergedeelte yan het huis Bodenhurch, dat stond op de 
plaats, waar nu het plein is voor de Kathedrale kerk, werd in 
de 11^ eeuw tot bidplaats of kapel ingericht. In 1669 ia eene 
kerk geopend, in een huis, naast de Goudsmids-kamer gelegen, 
en wel t^dens het Pastoraat van Heer Josephus Cousebant (1662- 
1694). De Lange Poort, welke hier meermalen genoemd wordt, 
is later, naar de Begg^ntjes, meer bekend geworden onder den 
naam van Klopperpoort. In 1695 werd het huis Bodenhurch ter 
bewoning gegeven aan Pastoor Van der Cooghen. Zie N** 46. 

154. 

20 December 1636.. Acte waarbij Lieve Janss. Schone 
aan M^ Jan Albert Ban in opstal uitgeeft een gedeelte van 
een erf in de St. Jansstraat , naast het huis Rodenburch. 

155. 

17 Januari 1627. Opdracht door Carel Van Wanseele 



153 

aan Barent Cornelis De Jonge^ van een huis in de St. Jans- 
straat, genaamd Rodenburch. 

Hierbij zijn gevoegd drie brieven van schuldbekentenissen, 
welke op dit pand gevestigd zijn geweest. 

Zegels in groene was van Pieter Olycan en Pieter Oudewaech, 
Schepenen in Haarlem. 

156. 

21 Januari 1621. Opdracht door Claes Pieterss. aan 

Bouwen Claess. , van een huis op de Bakenessergracht , 
belend aan de Lange Poort en met een uitgang daarin. 

Zegels in groene was van Aelbrecht Van der Meije en Johan 
Herculess. Schatter, Schepenen in Haarlem. 

157. 

15 Mei 1648 en 6 Maart 1663. Opdracht door de erf- 
genamen van Bouwen Claess. Graauw aan Frans Barentss. 
Cousebant, van een huis op de Bakenessergracht. 

Zegels in bruine was van Birck Olycan, Johan Akersloot en 
Andries Van der Hom, Schepenen in Haarlem. 

De Lange Poort. 

159. 

27 Mei 1620. Acte van scheiding tusschen Bouwen 

Claess. Graauw en Adriaen Jacobss., rakende den eigendom 
van twee huisjes in de Lange Poort op de Bakenessergracht. 
Zegels in bruine was van Johan Damius en Johan Van der 
Camer, Schepenen in Haarlem. 

159. 

, 28 April 1631. Opdracht door Lucas Du Petin aan 

Maritgen Louris, van een huisje in de Lange Poort in 
de St. Jansstraat. 

Zegels in bruine was van Johan Van der Camer en Cornelis 
Backer, Schepenen in Haarlem. Zie N^ 96. 

160. 

31 Maart 1689, Opdracht door Arnoult Van Beresteyn 

aan Jan Willemsz. Van Hoorn, van den opstal van ^en 



164 

huis achter het Beggijnhof in de Lange Poort , in de St. 
Janstraat. 

Zegels in groene was van Jacob Laurensz. en Adriaen Van 
Berckenroéde , Schepenen in Haarlem. 

5 April 1634. Opdracht door Maritgen Eylaertsd'., we- 
duwe van Jan Willemsz. Van Hoorn aan Annitgen Comelis, 
van denzelfden opstal. 

Zegels in groene was van Johan Van der Camer en Jacob Schout, 
Schepenen in Haarlem. 

161. 

18 November 1634. Opdracht door Lucas Braems aan 

Grietgpn Dircxd'. , van een huis en erf in de Lange Poort, 

uitkomende op de Bakenessergracht, 

Zegels in bruine was van Willem Buys en Jacob Schout , Sche- 
penen in Haarlem. 

162. 

17 November 1634. Opdracht door Carel Van Wanseele 

aan Lijsbeth Jansdochter, van eene schuur in de Lange 

Poort in de St. Jansstraat. 

Zegels in bruine was van Cornelis Out , Cof nelis Dicxs , Pieter 
Adriaensz. Yerbeeck en Johan Damius, Schepenen in Haarlem. 

168. 

20 November 1634. Opdracht door Annetgen Sijmonsd'. 
aan Jonkheer Antonis Van Burch ^ van een huisje in de 
Lange Poort in de St. Jansstraat , tegenover de Comman- 
derij van St. Jan. 

Zegels in bruine was van Cornelis Gnlde wagen en Johan Beelt, 
Schepenen in Haarlem. 

164. 

4 December 1634. Opdracht door Joris Roelofa aan 

Geertgen Thonisdochter^ van een huisje in de Lange Poort 
in de St. Jansstraat. 

Zegels in bruine was van Cornelis Out en Cornelis Goldewa- 
gen, Schepenen in Haarlem^ 



155 

166. 

31 December 1634. Opdracht door Hans Van Moer. 
kercken aan Maritgen Thonis, van twee buisjes in de 
Lange Poort in de St. Jansstraat , tegenover de Comman- 
derij van St. Jan. 

Zegels in bruine was van Cornelis Out en Cornelis Dicxs., 
Schepenen in Haarlem. 

166. 

8 Februari 163 6. Opdracht door Vincent De Hont aan 

Trijn Jansdochter , van een huis in de Lange Poort , uit- 
komende op de Bakenessergracht. 

Zegels in groene was van Willem Buys en Johan Beelt, Sche- 
penen in Haarlem. 

167. 

7 Maart 1635. Opdracht door Cornelis Abrahamss. Van 
Hoorn aan Trijntgen Adriaensdochtery van een huis in 
de Lange Poort in de St. Jansstraat. 

Zegels in bruine was van Cornelis Out, Cornelis Dicxs, Pieter 
Adriaensz. Verbeeck en Johan Damius, Schepenen in Haarlem. 

168. 

18 April 1635. Opdracht door Willem Willemsz. aan 

Oornelisgen Cornelis , van een huisje in de Lange Poort, . 

uitkomende op de Bakenessergracht. 

Zegels in bruine was van Johan Damius , Cornelis Guldewagen, 

Henrick Van Berckenrode en Laurens Van Grol, Schepenen in 

Haarlem^ 

169. 

28 October 1637. Notarieële acte der aflossing van twee 
jaarlijksche renten , gevestigd op twee huizen in de Lange 
Poort in de St. Jansstraat. 

Hierbij zijn de vroegere Schepen-brieven gevoegd. 

170. 

20 December 1623. Opdracht door Jacob Matham aan 

Willem Reyerss, Suycker, van een huis in de Lange Poort, 
uitkomende op de Bakenessergracht. 

Zegels in bruine was van Nicolaes Le Febure en Johan De 
Wael, Schepenen in Haarlem. 



156 

171. 

12 Maart 1635. Opdracht door Willem Jansz. (Porce- 

leinbakker) aan Willem Reyerss. Suycker, van een huis 

in de Lange Poort in de St. Jansstraat. 

Zegels in bruine was yan Johan Beelt en Jacob Schout , Sche- 
penen in Haarlem. 

172. 

17 Februari 1660. Procuratie van Aeltje Reijers op 

Hendrick Borst, om hare eigendommen, liggende in de 
Lange Poort in de St. Jansstraat en op het Beggijnhof , 
te verkoopen. 

173. 
24 Juni 1661. Opdracht door Maritgen Huygen aan 

Dirck Slij, van een huisje in de Lange Poort, op de 
Bakenessergracht. 

Zegels in bruine was van Willem Buys, Johan Beelt, Fran<jois 
Wouters en Pieter Bol, Schepenen in Haarlem. 

174. 

10 April 1635 en 24 Juni 1665. Opdracht door Ma* 

ritgen Huygen aan Dirck Slij , van een huisje in de Lange 
poort, uitkomende op de Bakenessergracht. 

Zegels in bruine was van Fran^ois Wouters , Pieter Bol, Johan 
Damius en Cornelis Guldewagen , Schepenen in Haarlem. 

175. 

9 Juli 1663. Opdracht door Guyrtje Claes, weduwe 

van Jacob Willems aan Frans Barentss. Cousebant, van 
eene kamer (schuur) in de Lange Poort, uitkomende op 
de Bakenessergracht. 

Zegels in groene was van Johan Yan der Camer en Adriaen 
Van Bosvelt, Schepenen in Haarlem. 

176. 

15 October 1666. Opdracht door Elisabeth Adams, 

weduwe van Barend Roelofs Wanscher aan Hillegont Hen- 
dricks, van den eigendom der Lange Poort, gelegen in 
dQ St. Jansstraat» 



157 

Custingbrieven f Schuldbekentenissen, Huurcedullen» 

177. 

16 Januari 1626. Custingbrief ten laste van Harmen 
Janss., voor Heer Gerrijt Adriaenss. De Witte, Pastoor 
van het Beggijnhof , groot ƒ450. — op twee huizen bui- 
ten de Schalkwijkerpoort, 

Zegels in bruine was van Pieter Oudewaech en Gillis De Wilde, 
Schepenen in Haarlem. 

179. 

23 April 1728. Acte waarbij Heer Ferdinandus Appel- 

mans, Pastoor van het Beggijnhof, bekent schuldig f e 
zijn aan den Heer Pieter Teyler Van der Hulst eene som 
van ƒ 1500, — waarvoor als onderpand gesteld wordt een 
huis in de Damstraat, 

179. 

17* eeuw. Negen schuldbekentenissen ten laste van ver- 
schillende personen. 

Op al deze stukken, welke van geene waarde meer zijn, is de 
aflossing der schuld aangeteekend. 

180. 

1594-1629. Vier schuldbekentenissen ten laste van ver- 
schillende personen, die later, blijkens aanteekening, hunne 
schulden hebben afgelost. 

181. 

25 December 1723. Huurcedul van een huis in de 

Kromme Elleboogsteeg door Adriaen Fran^ois Cousebant 
verhuurd aan Jan Claesse. 



- 158 

Catalogus Curatorum seii Fastorum Ecclesiae 
' Begginagii in Haerlem. 

A® 1262 — 1272. D. Aenoldus de Zassenem (Arent Van Sas- 
senheim) persona et curatus Harletnensis , presentie Begginagii 
primus institutor, hujus ecclesiae constructor nee non prebendator, 
idem etiam fundator primus monasterii seu conventus in Lewen- 
horst prope Leydas et ibidem sepultus. Obiit Anno Dom. 1272. 
Idibus Martii. 

Int jaer ons Heeren MCOLXxij starf heer Aernt van Sas- 
senem, die persoenre van Haerlem was, die eerst begreep 
te fundieren dat beghjjnhof te Haerlem ende die kerck do- 
tierde. Ende heefjt daertoe (daar en boven) tot turfghelde 
ghemaect den ghemenen beghinen die ontfanghen sgn, yi 
morghen lants ende drie hont ende sijn gheleghen in haghes- 
camp. ' Ende doe hi desen voerscreven hof gesticht had als 
voerscreven is, doe begrep dese eersamighe persoenre eerst 
dat cloesfier ter lede te funderen ende doe men screef mcc 
ende lxii op sinte agneten dach , doe brochte hi xii nonnen 
van sinte baernaerts oerden uten cloester van sinte marien- 
dael bi Utrecht, ter liede voerscreven ende x jaer daerna, 
doe sTtarf hi ende wort begraven inder beghinen kerc voer- 
screven. Item dese eersamighe persoenre van haerlem, die 
heer aernt van sassenem genoemt was, lach x jaer of daer 
omtrent inder beghinen kerc begraven voerscreven, doe 
verwarf wolwin van sassenem, sijn broeder, mitten nonnen , 
vanden biscop van Utrecht, dat siem uter beghinen kerc 
namen ende groeven ter liede int cloester voert hoghe outaer. 

Aop — PD. JoANMES DB GoES (Vermeld in N» 92 Archief 
Beggijnhof.) 

A° P — 1348. D. JoHANNES Mabtini, curatus, A° dom. mcccxlvüj 
de licentia rectricium via permutationis renunoiat ecclesiam ad roa- 
nus dmi. Walteri Ponsgen, pro unavicaria ad S. Johannem. Circa 
haec tempora aut ante (an&o 1 346 in festo S. Odualdi) incendium 
magnum Begginagium devastsvit et priora docuroenta destruxit. 
Int jaer ons heeren mggg ende Acht ende Viertich op sinte 
Willebrordsdach Doe gaven kerst^'n van oestgiest , gheertruut 



159 

van hillegom , jutte ende aechte louwen dochter beghinen 
des beghiinhoefs tot Haerlem, heeren Jan Martijnszoen, cureyt 
der beghinen kerc voerscreven , consent ende henghenis , . te 
permuteren die voerscreven kerc om een capelrije gbeleghen 
in sinte jans cloester te Haerlem, jeghens heeren Wouter 
ponstgen, priester. 

Ao 1348 — 1372. D. Walterus Ponsqen, curatus ecclesiae 
begginagii presentis, obiit Anno dom. 1372 feria quinta post 
festura Simonis et Judae, apostolorum. 

A® 1372 — 1378. D. Flobentiüs Wuvensobn, curatus ecclesiae 
begginagii preaentis , et in eadem ecclesia sepultus , obiit A® dom. 
1378 postridie Simonis et Judae. Et .f uit humilis, castus, largus 
ad pauperes et devotus. 

Int jaer ons heeren MCCCLXXviij starf heer Florijs Wuven- 
soen , cureit vander beghinen kerke ende besprac den Jonc- 
frouwen vanden beghijn-hove tot sijnre memorie xxvij bud- 
dreghers die sel men boeren inden clenen waert bi koenen 
home, ende hier of en sel men niemant gheven dan die 
gheen die teghenwoerdich comen totter memori, ten waer, 
dat si siec waren of dat si uut waren vandes hoves wegben. 

' A® 1378 — 1401. D. SiMON de Woüster, curatus presentis 
begginagii, qui reiit annis vigiuti tribus. Hic fundavit vicariam 
unam quam postea scribit se habuisse D. Laurentius , pastor beg- 
ginétgü, in majori ecclesia in altari S. Erasmi. Septütus fuit in 
ecclesia S. Bavonis prope altare B. Mariae a latere australi. Obiit 
A®doto. 1401 octavo Augusti. 

Int jaer ons heeren mgccc ende een starf heer Syroen die 
Woester, priester ende cureyt der beghinen kerc tot Haerlem 
ende over sijjn memorie staet viijj st. op vrancke roelofszoens 
erve indie beghinen straet. 

A9 1401 — 1421. D. HuGO Ggutsmit, Walteri filius , qui fun- 
davit conventum regularium prope Harlemum et domum in opposito 
S. Joannis. Et obtinuit a comité Hollandiae quod tredecim vir- 
gines possent conferre ecclesiam nostram. Hic etiam dicitur fecisse 
magnum ciborium et calicem unum de quinque. Obiit A^ dom. 
1421. ipso perpetuae et felicitatis. 




160 

Int jaer ons heeren. mcgco een ehde twinticb ópden sevenden 
dach in Maarte , starf onse lieve eerwaerdighe eerbaere Vader, 
heer Hughe Wonterssoen die goutsmit, Cureit van onser 
kerken , den god salich ghedencken moet. Dese eerbaer man 
heeft onsen hof een sonderlinghe vrient geweest, eer hi 
priester wart ende alle goetwillighe menschen in sinen leven 
een groet onderstant, hi was milde den armen ende alder 
gheesteliker lude vrient. hi maecte selve onse syborie ende 
onse kelcken ende gaf sijn goet daer opelilcen toe. Item in- 
den jaer ons heeren mccc ende Lxxxij wart hi priester ende las 
s^n eerste misse in onser kerken op sinte pieters ende sinte 
pouwels der heiligher apostelen dach. Item van dier t\jt voert, 
heeft hi in onser kerken ghepredict menich gloriose schoen ser- 
moen ende al dat lant van hollant doer. Item inden jaer doe 
men screef mcccc ende een, starf heer Symon die Woester, die 
onse cureit was, ende heer bughen voerscr. wart ghegheven onse 
kerc vander graeffelicheit van hollant, die wi der graeffelicheit 
presenteerden ende inden selven jaer verwarf heer hughe voer- 
noemt van bertoghe Aelbrecht, grave van hollant, dat die jonc* 
frouwe ende beghinen van onsen hove, voert an selve hoer kerc 
sullen gheven tot ewighen daghen ende lietent vanden bisscop 
confirmeren. Oec mede verwarf hi schone previlegien ende 
hantvesten den hof voerscr. vander graeflicheit voernoemt 
ende oec mede van onser stede van haerlem. Item onder hem 
wart vertimmert onse kerke ende onse toern mitten clockeu, 
dat zuyden portael, die sacristie mit menigherhande cleynoede 
ghesiert ende ornamenten. Item hi timmerde dat noerden 
poertael ende outaer daer in staende, uut sijns selfs goede. 
Item bi sinen rade warden die binnensten poerten ende die 
traliën inder kerken , mit menich ander goet punt , gheordi- 
neert, om behoetheyt der magheden in enen gheesteliken 
suveren leven te houden ende onder hem, wart onse nuwe 
hof anghecoft , om een blijcvelt daet te hebben Ende onder 
hem wart dat poerthuys ghetimmert ende gbeoerdeneert. Item 
onder hem wart den dienst gods in lesen , predicken ende 
singhen al dubbelt ghebetert. Item hi timmerde mit goeder 
lude hulpe , dat reguleers cloester buten haerlem. Ende dese 
eerwaerdighe, eerbaere, gheestelike vader, is nu in sinen 



161 

seven ende tachtichsten jaer, hoep wi salich, ghestorven 
ende heeft ons boven anderhalf hondert magheden, opten 
hof mit groter eren in sinen leven regiert ende nu , na sijnre 
doot seer bedruct achterghelaten. Ende heeft oec mit sijnre 
dochter Al^t» beset iiij margen lants gheleghen te rijjswijc, 
die ^ marghen tot haer beider memorie ende mabeli sinen 
Wive. Ende van die derde marghen sel men jaerlijcs over 
hem drinken. Ende die vierde marghen begheerde alijt, dat 
die meesterissen die renten jaerlijcs op sullen nemen ende 
gaderen , om haer huus Qiede staende te houden , dat si opten 
hof achter ghelaten heeft. 

Int jaer ons heeren MCOGLXvi^ starf mabelie , heer hughe 
woutersz. wijf, die goutsmit. 

Int jaer one heeren mccgc ende Xii^ starf alijt , heer hughen 
dochter. 

A® 1421 — 1450. D. et Mgr. Jo hannes De Wormer, filius 
Hugonis, curatus hujus ecclesiae, qi|i vita laudabili et sciêntiis 
orbatus , ecclesiam presentem fideliter rexit ab A^ (14)^1. Sepultus 
in medio ante altare in sepulchro D, Hugonis. Ol)iit iSlI^ni. 1450. 

Int jaer ons heeren mggcc ende l ruste onse gheminde 
eerwaerdighe vader Meester Jan Hughenz. van Wormei', dien 
God salichlic ghedencken wil, cnreit van onsen beghinen kerck, 
die hij regierde omtrent xxix jaer. Dese eerbaere man stont 
bij ivi^ jaer te Pargs ende was een famose clerc ende van 
goeden manieren ende ghemint in s\jn wanderinghe. Ende 
quam te Haerlem die wijl heer hughe onse cureit siec was. 
Ende "bij rade ende begheerte van heer hughe , wert meester 
Jan voirscr. onse kerc ghegheven , die hij regierde saftmoedelic 
ende mit groter naersticheden. 

A9 1450—1471. B. Balduinus F. Reineri qui humilitate et 
pietate rexit hanc ecclesiam annis viginti et uno et postea renun- 
ciavit ecclesiam ad manus M. Jacobi OJislager. Obiit vero A^ 
doth. 1484 ipso die divae Clarae. 

Int jaer ons heeren mgggglxxxüj starf onse eerwaerdige 
vader heer bouwen reyersz. presbyter, die onse kerc doechdelic 
XX jaer regierde ende in s^'n ouderdoem bi consent der 

Bydragen Gach. Bisd. t. Haarlem Xe peel. 1 1 



162 

meestrissen , die kerc overgaf meester Jacob Olijslager. Ende 
heer bouwen voirs. heeft beset tot s^n memorie ende sijn 
vaders ende moeders ende beatrijs dircs dochters xiiij stuvers 
's jaers te boeren uuten landen 't akersloot, gecoftvan heer 
gerij t. 

A® 1471 — 1484. D. ac M. Jacobus PetriOlyslager, Licen- 
ciatus in Theologia, curatas hajus ecclesiae annis tredecim. Obiit 
A^ dom. 1484 die 29 Januarii, sepultus est in Ecclesia. 

Int jaer ons heeren MccccLXXxiiij starf onse eerwaerdighe 
vader meester Jacob Pietersz. Olyslager, licentiaet in theologia, 
die xiij jaer eerbaerlic ende wiselic regi^rde die kerc ende 
hof der beghine in haerlem. Ende heeft ghelaten onsen kerc 
een suverlike vergulde casse, daer inne staet een crucifix 
mit sinte maria ende sinte Jan onder den cruce als sijn 
epytaphium. Ende oec een bort, ghescildert mit een sal vator 
mit sinte pieter ende mit sinte nycolaus, als een epitaphium 
over sijns vaders graf. 

A» 1484 — 1496. D. ac M. Johannes Henrici De Velsen, 
qui fuerat ante electionem cappellanus majoris Ecclesiae , curatus 
hujus ecclesiae, obiit A<^ dom. 1495 ipso S. Sylvestri et sepultus 
est ad-dextrum latus praedecessoris sui, sub eodem sarcophago. 

Int jaer ons heeren mggcg ende xoy starf meester Jan 
Henricsz. van Velsen, Pastoer van onse kerc der beghinen 
in Haerlem. Ende heeft beset tot sijn memori ende sijn 
ouders vij stuvers 's jaers , mitten collecta Deus qüi nos patrem. 
Ende tot jaersang xviij stuvers. Ende in sijn jaergetide v 
stuvers tot v missen ende dan ij stuvers tot ij kaersen. Dit 
sel men boeren uut een stucke lants bi droncken huusgen ^) 
ende geit jaerlix xxx stuvers. Ende oec an geit jaerlix xxx 
stuvers. Ende oec an geit derhalf rins gulden. Ende in onse 
hoge outaer annunciationis et visitationis Mariae (vervolg 
ontbreekt.) 

Ao 1495 — 1527. D. ac M. Johannes Balduini, pastor hujus 
ecclesiae begginalis , qui triginta duobis annis laudabili vita beg- 

1) Het dronkenhuisje , thans de baitenplaats Eindenhoot aan den Heeren- 
weg over de Spanjaardslaao. 



163 

ginis praefait. Obiit A9 dom. 1527 decima tertia die Januarii, 

sepultus ad iatus sinistrum praedecessoris sul, sab eodem sarcophago. 

Int jaer ons heeren Mcccccxxvy starf meester Jan Boude- 

wijnsz. onse pastoer , ende heeft beset tot sijn ewige memory 

iy st. 's jaers uut dat lant ghenoemt : O^er IJe. 

A® 1527 — 1551. D. et M. Lauebntius Petri, quiante electi- 
onem suam , capellanus fuit ecclesiae majoris , Obiit AP dom. 1551 . 

Int jaer ons heeren. mccccclt starf meester Lourijs Pieters- 
zoen, onse Pastoer, ende heeft beset tot sijn ewiche memorie 
i^ stuvers 's jaers uyt dat lant te Uytgeest, dat ghecoft is 
van Willem Janzoen. 

AP 1551 — 1660. D. ac M. Jacobus Henrici Meestrius, vir 
magnae authoritatis et insignis pietatis. Obiit A^ dom. 1560 tertia 
Maii aut circiter, sepultus apud pastores. 

Item int jaer ons heren mv« ende liiij hebben die mees- 
terissen angenomen om uyt te reyeken alle jaers van M' Jacob 
Meyster Heinricxz. onse pastoer dese nagescreven lasten : in 
den eersten sijn memori ende sijn vader ende moeders me- 
mori, noch elcke persoen, wonende op bagijnhoff een deuts 
broot, noch die pastoer ij st., elcke cappelaen een st., noch 
ses st. tot missen, noch ij st. die meesterissen , noch ij st. 
die leesters, noch ij st. die voerpoort maechden, noch die 
coster ende costerissen elcx een halve st., noch die sijdepoort, 
die graftpoort, twaschhuysdeur elcx een halve st. , noch 
achtien stuvers tot graffgang , dese lasten sal men vinden op 
een stucke lant gelegen in Uutgeester wondt. 

A° 1560 — 1582. D. ac M. Jacobus Wij Nicolai f. hujus ec- 
clesiae caratus, S. Theologiae Licentiatus Canonicus Cathedr. Capit. 
et postea Medioinae Doctor. Obiit Coloniae in Julio ipso D. Mar- 
garitae A® dom. MV^LXXxij. 

Int Jaer ons Heeren Mv^LXXvi^ overmits 't langdurich 
Oorlogh ter oorsaec vande Eeligie ende dye groote vervol- 
ginge der geestelijke ende religioese personen hier in Hollandt, 
soe is in 't selfde jaer inden maent Julio, dye Eerwaerdige 
beere ende meester Jacob Claesz. W^ , Licentiaet inder 
Oodheyt, Pastor ende Cureyt van dit Bagijnhoff, getrocken 



I 

I 



164 

tot doelen ende aldaer op S. Margrieten dach A® Lxxx^ in 
den Heere g^nst, ende io 't Clooster der predycheeren be- 
graven. Onsen hoff mit een eerl^c testament bedenckende. 

Waerom dye Meesterisse tot dancbaerheyt van dyen aen- 
genomen hebben hem eeuwichlic nae te doen ende op sijn 
Jaerget^t uyt te reyckeu zulcx als hier nae volcht: 

Eerst eeuwighe memorie in onse kerck te houwen tot 
troost van s^'n ziel eiide voor dye zielen van sijn salige 
vader ende moeder, mitsgaders sijn twee lieve broeders, 
namentlijc broeder Jan Wij , minnebroeder, dye mede ter 
selfder tijjt ende oorsaeck tot Coelen ghevlucht, gesturven 
ende aldaer bij hem in een gratf begraven is, ende Frans 
Claesz. W^, hier in onse kerc begraven. 

Voirts in sqn Jaergetijjt den Pastor van Graffgang xx 
stnvers. 

Denzelfden voor sijn presentie iiijj st. 

Vier cappellanen elx twee st. 

Tot zielmissen tyen stnvers. 

Vyer stalkaerssen opt graff. 

Den meesterissen els twee stuvers. 

Den twe Leesters elx drye groot. 

Den poortsnsters tzamen vyer st. 

Den coster ende costerissen elx een st. 

Dye den Zyelpoort, den poort op Bakenessergraft , desge- 
lijcxs het waschhuys, sluyten ende ontsluyten, elx een st. 

Op sgn Jaergetijjt elke Begijjngen vanden Hoff een broot 
van een stuver. 

Ter selffder t^t alle maechden dye vanden aellemissen 
des Hofis leven elx een stuver. 

A" 1582 — 1601: D. ac M. Jaspbb Stolwijck PETBif., Cap- 
pellanus majoris Ecclesiae jam Cathedralis, electus 30 Julii A® 1582 
sed propter temporis angustias , introductus in realem et actualem 
praedictae curae possessionem Anno domini 1587, 12Novembri8. 
Obiit AP dom. 1601, die 26 Maii; plurimnm meritus est, ser- 
vando saltem copiam authenticam plorimorum documentomm Beg- 
ginagium Hariemense ejusque Eedesiam speotantium , ploximaque 
facta annot^ndo. 



j 



165 

A« 1601 — 1606. 1). ac M. Wilhelmus Cornelii Ban , qui 
ante electionem su^m Beggioalis hujus Ecclesiae senior sacellanus 
erat. Obiit A*' dom. 1605, die 27 Julii sub finem noctis, summo 
mane hora 3*. 

A°1606 — 1616. D. ac M: Wilhelmus Van Assendelft, J. U. 
Licentiatus , Capituli Harlem. Yicedecanus, alter Cicero, eligitur 
pastor eodem die et anno quibus e vivis praedecessor excessit, 
introducius est in realem acceptatae curae possessionem A® dom. 
1605 die 11 Augusti, obiit die 28 Januari! A^ dom. 1615. 

A® 1616 — 1630. D. Gerabdus De Witte, sacellanus majoris 
ecclesiae Harlemensis, electus die 28 Januari! A^ 1615, mane 
hora quinta , introductus in actualem praedictae curae possessionem 
eodem Anno 5 die Februari! D. Agathae sacrol Obiit A^ dom. 
1630, 11 Januari!. 

Int jaer 1630 den 11 January sterf de Eerw. H. Oerard 
De Witte, Licentiaet in de H. Godheyd ende pastor des 
Hofifs , hebbende gheregiert xv Jaren, en heeft den hoff met 
een heerlijck legaet begiftight, te weeten xij* guld. Waer 
van vier hond. tot memorye gestelt zijn. 

X^ 1630—1644. //D. Joannes Albebtüs Ban, J. U. Doctor, 
/yCathedr. Ecclesiae Harlemensis canonicus graduatus, sacellanus 
//curatus, Pï'otonotarius Apostolicus, electus omnium suffragüs 
iif eodem die qua obiit B. D. Gerardus De Witte , cognatus meus, 
//scil. 11 Januari! vesper! hora decima cum cognatus expirasset 
//hora circiter nona , introductus in curam suam pastoralem eodem 
ir anno ipso festo S. Agathae 5 Februar!!"; plurimum meritus est 
apud Begginagium ejusque pastoratum : plur!morum instrumento- 
Tum et chartarum copiam authenticam perficiendo. Obiit Anno 
dom. 1644 aet. 46, sepultus est vero die 6 Aug. 1644 in eccl. 
S. Bavonis, Brouwers Capel N® 14. 

A® 1644 — 1654. R. D. Augustinus Alstenius Blommert, 
Decretalium Doctor, pastoratum resignavit A** dom. 1654 mense 
Seplembri, A® dom. 1659 die 30 Septembris bona sua pauperibus 
alend!s destinavit et paulo post obiit vid. 14 Nov. 1659 aet. 73; 
sepultus est in ecclesia St' Bavonis //Noordertrans inden eersten 
kelder tegen het koor." 



166 

A" 16B4 — 1663. Adm. E, ac Ampliaa. D. Corkxlids Catz, 
J, U. D, Vicarius HarlemenaiB, Becanus Capituli, Frotonotariiu 
ApostolicUB, caet,, electus meuae Octobri A°Dom. 16B4. A* dom. 
1662 electna eat Praepositus VirgiuuoL via Aogalo" (fliaden 
Hoek"). Yir in coosilio providus, in agendo sIi'ëduub, in otio 
non otïosus , dum pacem patieodo serrat et exhauetiB viribua verbo 
praedicationia iuBtat. Obüt 3 Januari! 1671 aet. 68, sepultuB est 
7 Januarii 1671 in ecclesia St' BaTOnis «Suydertrana N"331." ") 

A" 1663 — 1694. B. et. Ampllsa. D. Josephus Covseb&nt, Pro- 
vicariua Harlemensis , electus fuit ia Paetorem a Beggiais die 37 
Septembiis A" Dom. 1663, paatoralem ouraro resignavit in maauB 
Begginaram die 26 Maii A°1694; obÜt 13 Aprilia, BepultuB est 
in ecclesia St' Eavonis 15 Aprilia 1695 «middel bent 314." 

A." 1694—1724. R. D. CoRNELia ViN Deb Coogsen , S. Theo- 
logiae Doctor, eodem die electua eat qua resignavit praedecessor, 
oüiit A<'dom. 1724, 3 Maii, aepultaaestSMaii 1734 ia Ecclesia 
St' Bavonia vMiddelbeuk K" SIS." 

A« 1724 — 1761. R. D. Febdinandus Appelmans, electus mense 
Maio A." dom. 1724 obüt vero die 15 Maii 1761, sepuJtus est 
in ecclesia St' Bavonis * Zuidertrans." 

A" 1761 — 1814. R. D. JoANNES Staffoed, aucceBsit mense 
Jaaio A" dom, 1761, Yir erat magnae aulhoritatis et doctrinae, 
pastoralem curam reaignavit A" dom, 1814 mense Octobri. Obüt 
vero A" dom. 1816 die 5 Martii, sepultua est in ecclesia 
St' Bavonia, 

A" 1814 — 1837. R. D. Joannes Theodoküs Spaak, auccesait 
die 14 Octobria A°dom. 1814, resignavit curam pastoralem die 
39 Aagusti 1837, obüt Am stel odami 5 Novembris 1843, sepultus 
est in Diemerbrug. 

A" 1837 — 1848. E. D. Petrus Lüdovicds Gebabdcs Boin, 
aaccessit die 29 Augusti 1837, suo tempore nova ecclesia coadita 
eat, abiit die 14 Octobria 1848 nominatua pastor ia Rijsw^k, 
ubi obüt 17 Febr. 1869. 

1) Id het Orefregister staat: Des 7 JaDOBri 1671. Eea openinck in de 
groote Kerck vooi Pater CoroeliB Van firoeckboff, Sajdertriuta No. 231. 



167 

Ao 1848—1858. R. adm. D. Henbicus Van Lüenen, suc- 
ceasit die 23 Octobris 1848 (Ecclesia St» Josephi per decretum 
S.S. D, Pil P.P. IX diei 7 Junii 1853 ad dignitatem ecclesiae 
Cathedralis Dioecesis Harlemensis assurata, pastor die 29 Aug. 
ejusdem anni ab Episcopo in munere confirraatus est.) Decanus 
districtus Harlemensis constitutus 11 Sept. 1853; discessit Am- 
stel odamum, uominatus 31 Dec. 1858 Parochus ad S. Catharinae 
ibidem. Gravi detentus infirmitate die 30 Novepibris 1876 a S. 
Ministerie cum honore solutus, in pagum Heemstede profectus 
est, ubi die 28 Decembris ejusdem anni supremum diem obiit. 

A» 1858 — 1861. K. adm. D. Nicolaa.s Joannes Antoniüs 
Steins Bisschop, successit 31 Dec. 1858, fuit Decanus distr. 
Harlemensis et Eccl. Cathedralis Canonicus Poenitentiarius , obiit 
A» dom. 1861 die 8 Aprilis aet. 58. 

A^ 1861—1874. E. plur. D. Heneicüs Van Beek, successit 
die 10 Sept. ISgl, S.S. D. Pii P.P. IX. Cubicularius intimus 
supr^num. Vicarius Generalis Episcopi , Praepositus Capituli 
Cathedr., Decanus distr. Harlemensis. A SSmo D. Pio IX ad 
Episcopalem Cathedram Bredanam, die 29 Maii 1874 evectus, 
die 2 Augusti in Seminario Warmondano ab Episcopo Harlemensi 
lUmo D. G. P. Wilmer p. m. consecratus est. 

Ipsi successit R. plm. D. Joannes Antoniüs Van den Akkee , 
qui erat Rector Begginagii Amstelodamensis , die 10 Augusti 1874 ; 
eodemque die Districtus Harlemensis Decanus nominatus et die 
6 Septembris ejusdem anni ad Canonicatum Capituli Cathedralis 
Harlemensis promotus est. 

Kapelanen. 

A° 1474. Int jaer ons heeren mcccc en de Lxxiiij starf heer 
Pieter Willemsz., presbyter, menich jaer onse capellaen, van 
welken wi menige trouwe dienst gebat hebben, die een glas in 
onse sacristie ghegheven heeft ende onse kerc tien kussenen, 
gheschildet elc mit vier leeuwen, voer welke hi syn memorie 
hier begheert heeft. 



il 



* « » 



168 



A» 1474. Int jaer ons heeren mcccc ende Lxxiiij starf meester! 
HUGE Smyer onse eerwaerdige capellaen , die xxvi st. x d. den hof j 
besproken heeft tot bier te sceneke ende xv st. vi d. hoH. tot ijjl 
kaérse ende v missen. 

A® 1509. Int jaer ons heeren mccccc ende ix starf heer AlbebTj 
Albebtsz. priester , menich jaer onse trouwe capellaen van welke^ 
wij menighe trouwe ende scone diensten gehadt hebben ende heefij 
beset tot sijnre memorie iij stuveren 's jaers uyt die rinsche gulden 
's jaers die wij ghemeen hebben mit Griet Pietersdochter. Ende 
noch V stureren 's jaers tot v missen , uyt dat selfde lant. Ende 
ij stuveren 's jaers tot ijj kaersen op sijn graf uyt dat selfde lant. 

I 

A° 1614. Int jaer ons heeren mccccc ende xii^ starf meester' 
aENBiJCK Aebktsz. priester, op meijen dach, menich jaer onsei 
trouwe capellaen van welke wij menighe guede diensten gehadtl 
hebben ende heeft beset tot sijn memorie ende Margariet sijnsj 
moeders, machtelt aerntsdochters sijns susters ende baef Adriaens* 
dochters sijns sustersdochters memorien elcx iij st. Item deserj 
voirnoemder personen jaerichtiden sal men houden opten sonnen* 
dach letare inden Vasten, als men hoer vat hops scencken sal. 

A^ 1520. Was Kapelaan Heer Pietek Dibcksz., volgens deze] 
aanteekening in het Pastorale van Pastoor Jasper Pietersz. Stt)lwijck 

Campanula cui nomen Seraphim pridie D. Andreae 
Sacellanum M. Petrum Theod. consecrata est. A" 1620. 

A^ 1558. Int jaer ons heeren mccccc acht ende vijftich stf 
Heer Anthonis Pietersz. onse capellaen ende heeft beset 
sijn ewige memory i^' stuvers 's jaers. 

A<> 1573. Int jaer ons heeren MCCCCCLXxiij den iiij Maert 
Heer Jan Jacobss. onse trouwe cappellaen, dien in deseaj 
(onder het octaaf van S.S. Petrus en Paulus) mede zijn 
gehouden zal worden. 

Van de verdere Kapelaans is weinig bekend en het 
tot de volgende, aan een bidprentje ontleende b^'zonderh| 
trent //den Zeer Eerwaarden Heer Franciscus August 



169 

ifman, E. C. Priester en Cappellaan van het Begijnhof in Haarlem. 
//In den Ouderdom van 84 Jaaren , 6 Maanden en 10 Dagen, op 
aden 23 December 1799. binnen Haarlem O verleeden , en op den 
1/27 Begraven. 

//Een goed en zagtmoedig Man , eerbaar van gelaat , zedig van 
/rgedrag, lieftallig van uitspraak, en van zijne jeugd in deugden 
/rgeoeffend, die zijne handen uitstrekte, en voor het geheele 
#Volk bad. 2 Mach. XV. 12. Eequiescat in Pace." 



TOELICHTING. 

De aanteekeningen in het latijn zijn meerendeels ont- 
leend aan een : Catalogus Guratorum seu Pastorum Ec- 
clesiae Begginagii in Haarlem, voorkomende in het: 
'Pastorale van Hr. Jasper Pjetersz, Stolwijck. Archief Beg- 
gijnhof N® 4, blz. 79 v**; die in het nederlandsch aan 
het: Fundatieboek van het Beggijnhof. Inventaris archief 
der stad Haarlem, Dl. I, N® 1962, passim. 




170 



ARCHIEF TAN HET 8DITE KATHARUVA -KLOOSTER 

GENAAIID 

HET OUDE HOF, TE ALKMAAR, 

BEWOOND DOOB DE ZUSTKB8 VAN POENITENTIB 
VAN DE ORDE VAN SINT PRANCISCUS. 

Bijeenverzameld en beschreven door J. J. v. D. Horst, Pr. 



In het jaar 1865 vond ik de navolgende stukken in 
de pastorie van Sint Laurentius te Alkmaar ^ en de be- 
leefde welwillendheid van den hoogvereerden deken van 
Gent^ zal. ged., stelde mij in staat den inventaris daar- 
van óp te maken. Zooals meit zal opmerken , gaan de 
stukken over het gansche tijdsverloop tusschen de stich- 
ting en den vooravond der opheflSng van het Oude Hof, 
namelijk tusschen de jaren 1394 en 1571. Zij leveren, 
dus de bouwstoflPen voor den geschiedschrijver van Alk- 
maars Sinte Katharina-Elooster, 

No. 1. Woensdag na St. Thomas, apostel, 1394. 

Dit is die brief van die fundacie ons conuents. 

Fundatiebrief van het Sinte Katharina-klooster, ook wel 

het Oude Hof genaamd. 

Op perkament, met het zegel der stad Alkmaar. 
In dit stuk komen voor : Heer Willem Spaan en Heer 
Gherijt van Delft, beiden priesters. 

No. Z. Woensdag na St. Thomas, apostel, 1394. 
Dit is een copie van onse eerste fundacie» 
Afschrift van voorgaanden fundatiebrief. 

Op perkament, zonder zegel of onderteekening. 



171 

No. 3. Woensdag na St. Thomas , apostel , 1394. 

Capie van die fundacie des oude conuenU talcmaer. 
Afschrift van voorgaanden fundatiebrief. 

Op perkament, zonder zegel of handt^ekening. 

No. 4t. 11 Maart 1404. 
Van dat priesters huys. 

Schepenbrief) waarin wordt verklaard, dat de muur, 
die liet Oude Hof afscheidt van het naastgelegen erf, aan 
het klooster in eigendom toebehoort, en dat daarin geen 
opening of venster mag gemaakt worden. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
In dit stuk komt voor: heer Gherijt van delft, pries- 
ter, die in het naastgelegen huis woont. 

No. 5. 17 April 1409. 

Schepenbrief , waarbij een stuk weiland verkocht wordt 
aan de zusters van poenitentie van Sint Franciscus te 

Purmerende, 

Deze koopbrief is geschreven op perkament, met twee 
schepenzegels , heeft geen opschrift. 

Dit stuk weiland is later verkocht door de zusiers van 
Purmerende aan die van Alkmaar, zooals blijkt uit de 
volgende 

No. 6, 11 lüaart 1414. 

Quytscelden van de susieren van purmer end van die weide 
ouer dyc. 

Koopbrief, waarbij de zusters van poenitentie te Pur- 
merend voorgaand stuk weiland, onder Alkmaar gelegen, 
aan de zusters van het Oude Hof te Alkmaar verkoopen. 
Op perkament met het kloosterzegel der Purmerendsche 
zusters. 

No. 7. 10 Augustus 1414. 

Koopbrief van een akker lands in de Bergermeer, aan- 
gekocht door de zusters van het Oude Hof. 

Op papier, zonder zegel , geteekend /A , bezit geen op- 
schrift, n^ 



172 

No. 8. 's Avonds voor Ste Ursula 1415. 

Bit is die brief van dat lant gheheten den oerL 
Schepenbrief 5 waarbij de helft van een stak land wordt 
verkocht aan de zusters van Purmerend. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
De andere helft van dit stuk land kochten zij v^f jaren 
later, zooals blijkt uit het volgende stuk. 

No. ». 7 Januari 1420. 
Dite den oert, 

Schepenbrief, waarbij de tweede helft van voorgaand 
stuk land aan dezelfde zusters verkocht wordt. 

Op perkament, de inkt zeer verbleekt, zonder zegels. 
Den koopbrief, waarbij de Alkmaarsche zusters in het 
bezit van dit stuk land zijn gekomen, heb ik niet gevonden. 

No. lO. Woensdag na H. Eersdag 1416. 

Ghiericha bosch, 

Schepenbrief, waarbij een stuk land, ghierichsbosch ge- 

heeten , in de Bergermeer verkocht wordt aan de zusters 

te Purmerende. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
Dit stuk land en de eerste helft van het vorige zijn aan 
de zusters van het Oude Hof overgegaan bij den volgenden 
koopbrief. 

No. 11. Dingsdag na St. Odulphus 1417. 

Koopbrief, waarbij de zusters van Purmerende het stuk 

land i^Ghierichs bosch" en de eerste helft van voorgaand 

land overdoen aan de zusters van het Oude Hof te Alkmaar» 

Op perkament met het kloosterzegel der Purmerendsche 

zusters. 

Ministra in het klooster te Purmerend was Gheertruud 
Claesdochter. 
Zonder opschrift. 

No. 12. 3 April 143 7. 
Sieehuua brief. 
Schepenbrief, waarbij een huis met erve, gelegen ach- 



173 

ter de kerk naast het Ou^e Hof, verkocht wordt aan 

Willem van Alcmaer florijszoon. 

Op perkament, met ééa schepenzegel. 
Dit huis ging spoedig aan de zusters over, om tot zieken- 
huis te worden ingericht , zooals biykt uit het volgende stuk. 

No. 13. Sint Willebrordus-avond 1417. 
Dit siec Jiuus brief» 

Eoopbrief 5 waarbij voorgaand huis aan de zusters van 
het Oade Hof wordt verkocht. 

Op perkament, met de zegels van Meester Jan Glaes- 
zoon en Heer Gheryt. 

No. ML. Sint Willebrordus-avond 1417. 
Afschrift van voorgaanden koopbrief. 

Op perkament, zonder zegels. 

Op de buitenzijde leest men : liDii is een copye van die 
pacht, die wij Jan, meester Gherrijtssoen jairlicx betalen , 
onde weder pleghen tontfanghen van die Kerckmeesters, 
mer wij nv voirt die niet ontfanghen sellen, alsoe langhe 
alsi niet weder een toern maecken, mer dan sellensi ons 
die pacht jairlicx weder gheuen of vtreyken." 

Dit opschrift is waarschijnlijk na 29 October 1468 er 
op gezet. 

De geschiedenis is deze : Bij het ziekenhuis behoorde 
een erf, waarop het kerkbestuur van Sint Laurentius een 
toren wilde bouwen. Dat erf was door de zusters gekocht 
tegen een jaarl^ksche erfpacht van een halven gouden En- 
gelschen Nobel. De kerkmeesters gingen de verbintenis 
aan , dat zij die erfpacht aan de zusters zouden restitueeren, 
en begonnen te boawen. Zie hieronder No. 16. 

De toren moet zulk een hoogte hebben gehad, dat hg 
den zeevaarders tot baken kon dienen. In het jaar 1468 
voltooid, viel hij reeds den 29***" October van hetzelfde 
jaar om en verpletterde twee nonnen van het Oude Hof. 
Aldus Batavia Soera, 

De toren werd afgebroken en de kerkmeesters betaalden 
geen erfpacht meer. Zie hieronder No. 17. 



174 

No. 15. Sint Agnes 1418. 

Siechuus brief. 

Kwijtbrief , waarin Willem van Alcmaer florijszoon ver- 
klaart , dat bovenstaand huis aan de zusters van het Oude 
Hof toebehoort. 

Op perkament, met het zegel van genoemden Willem. 

No. 16. Sint Thomas-avond 1459. 

Die paclithrief vande prochikerc. 

Schepenbrief. waarbij de kerkmeesters van Alkmaars 
parochiekerk bekennen aan het Oude Hof schuldig te zijn 
eene jaarlijksche restitutie van een halven gouden Engel- 
schen Nobel, voor het erf, waarop de toren staat. 
Op perkament, met twee schepenzegels. 

No. 17. Zonder jaartal of datum. 

Moerende die loes an kerckhof. 

Verbandbrief , waarbij het Oude Hof weder in gebruik 
krijgt het erf, waar de toren der kerk moest gebouwd 
worden, voor een halve Engelschen gouden Nobel 's jaars. 

Op papier, is niets anders dan een concept, zonder ze- 
gel of handteekening. 

In dit stuk komen voor: heer Claes Kerstensz. als pater, 
en Aecht Jacobsd'. als mater. Zij wordt genoemd als zoo- 
danig in eene gerechtelijke verklaring van 6 September 
1527, alsmede in het privilegie van 28 April 1521, zoodat 
deze verbandbrief omstreeks die jaren moet opgesteld zyn. 

No. 18. Woensdag na St. Petrus-Banden 1419. 

Dita ommeloeps brief. 

Schepenbrief, waarbij een stuk land, genaamd i^die 
ommeloep", gelegen over de #quakelbregghe" , verkocht 
wordt aan de zusters te Purmerende. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 

No. 19. St. Bartholomaeus-avond 1420. 
Hahcamp. 
Schepenbrief, waarbij een stuk land, genaamd i^hals* 



175 

camp", gelegen in de Bergermeer, verkocht wordt aan 
dezelfde zusters van Purmerende. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 

Aan de westzijde van dit land bezaten de Begulieren 
van Haarlem eene weide, welke later aan de zusters van 
Alkmaar kwam. Zie No. 75. 

De koopbrieven, waarbij No. 18 en 19 aan het Oude 
Hof werden overgedaan, heb ik niet gevonden. 

No. 20. St. Elisabeths-avond 1421. 

Dat lant ouer die van Ghertruud dirc ghijsbrechtsz, 
Schepenbriet, waarbij aan Heer Pieter Roed een stuk 

weiland verkocht wordt. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 

Deze heer Pieter Roed komt later voor als getuigen, 
zie No. 22 , was priester, wellicht pater van het Oude Hof, 
en koopt in 1430 ook een huis voor de zusters. Zie No. 23. 

No. 21. Zondag na Sint Mauritius 142S. 

Van Jan Jonghelinx huse. 

Schepenbrief, waarbij aan Heer Gherijt Rembrantsz., 
priester, een derdedeel van een huis verkocht wordt. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 

Dit derdedeel van een huis werd door heer Gherijt ge- 
kocht ten behoeve van het O. L. Vrouwe-gilde, dat hij 
bediende, en ging het zelf bewonen. 

No. 22. Vrydag na Sint Victor 1428. 

Die brief van heer Gherijts husing, welcke wi ghecoft 
hébben. 

Koopbrief , waarbij Heer Gherijt Rembrantsz , priester, 
met toestemming van den ütrechtschen bisschop, Sweders, 
en van deken en bestuurders van het O, L, Vrouwe-gilde 
te Alkmaar, aan de zusters van het Oude Hof verkoopt, 
het derdedeel van een huis, dat hij zelf bewoont, met 
twee stukken land. 

Op perkament , seer schoon geschreven , met het dienst- 



176 

ïegel van broeder Dirk Hamer, prior van de JEtegulieren 
buiten Haarlem. 

De verkoop geschiedde voor genoemden broeder Dirk 
Hamer; getuigen waren de priesters heer William Buyn 
en heer Pieter Boed» 

Door dezen koop kwamen de zusters in het bezit van 
' bet eerste derde gedeelte van het zoogenaamde «r Jan Jon- 

ghelincxhuus." 

No. 23. 28 April 1430. . 

Jan Jonghelincxhuus brief. 

Schepenbrief, waarbij een derdedeel van een huis ge- 
kocht wordt door Heer Pieter Roed, priester^ ten be- 
hoeve der zusters van het Oude Hof. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
Door dezen koop verkregen de zusters het tweede ge- 
deelte van het //Jan Jonghelincxhuus." 

No. 24. Zaterdag na SS. Petrus en Paulus 1431. 

Jan Jonghelinca huus bri^f» 

Schepenbrief^ waarbij het laatste derdedeel van meer- 
genoemd huis aan de zusters van het Oude Hof ver- 
kocht wordt. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
Hiermede behoorde het geheele huis aan het Sint Ka- 
tharina-klooster. 

No, 25. Vrijdag voor Palmzondag 1430. 

Item dit ia die brief van die priuilegien, die die dri 
euaterhouen hebben van die stede van Alcmaer» 

Privilegie ; door de regeering van Alkmaar geschonken 

aan de zusters van het Oude Hof » alsmede aan bet Hof 

/ van Ste Maria Magdalena en aan dat van O. L. Vrouwe. 

Een fraai handschrift op perkament , met de zegels van de 

stad , van den schout en van zeven schepenen van Alkmaar. 

De hier genoemde drie hoven komen ook voor als het 

^ Oude Hof, het Jonge Hof en het Beg^ nenhof / en worden 

geheeten /ydie drie susterhouen." 




177 

No. 26. 13 Juni 1442. 

jBertgena quytscelding» 

Kwijtbrief, waarbij verklaard wordt, dat de broeders 

en de zuster van Baerte Maertijnsdochter aan het Oude 

Hof al de goederen gunnen en laten behouden ^ die Baerte, 

als geprofeste zuster, daarin gebracht heeft. 

Op perkament, met het zegel van heer Symon Erixz. , 
priester ende vice-cureyt van Beuerwyc, en van den schout 
van Beverwijk, t/Dixc van Buyten," 

No. 27. 1 December 1444, 

Die oude scutterhrief van die vesten. 

Schepenbrief , waarbij de oude schutterij van Alkmaar 
zich verbindt, aan de zusters van het Oude Hof geen over- 
last meer te zullen aandoen, bij het schieten op de stads- 
vesten, waarvoor de zusters beloven eene jaarlijksche 
bijdrage te zullen uitkeeren aan de schutterij. 
Op perkament, met twee schepeuzegels. 

No. 29. Sint Pontianus-avond 1445. 

Dit is die brief van die vierhondert int twijlant in Ber- 
ger Ban, 

Schoutbrief, waarbij een stuk land onder Bergen ver- 
kocht wordt aan de zusters van het Oude Hof. 

Op perkament, met het zegel van den schout van Bergen, 
Ministra van het klooster was //Gertruyt amelgersd', 

No. 2». 29 Januari 1448. 

Op Sanéngheest ghecoft vier coeweyd van IJsbrandt Jacob 
dircx van Petten. Die brief van lant te Berghen op Sanen- 
gheest. 

Schoutbrief, waarbij een stuk land op Sanéngheest, vier 
koeweiden groot, aan de zusters van het Oude Hof wordt 
verkocht. 

Op perkament, met het zegel van den schout van Bergen. 
Dezelfde Gertruyt amelgersd'. was ministra. 

Bedragen Geach. Bisd. v. Haarlem. X* Deel. 12 



178 

No. 30, 16 December 1462. 

Dit ia die brief, in welke die stede belet/t van onsen 
closter benomen hebben onse eer/ vanden chster, ende heb' 
ben haer ouerghegheuen den closter niet meer eer f te benemen. 

Acte , waarbij schout , burgemeester en schepenen van 
Alkmaar beloven , dat dè zusters van het Oude Hof van 
Ste Katharina, die een stuk grond hebben moeten afstaan 
voor de groote of parochiekerk van St. Laurentius , nooit 
meer zullen lastig gevallen worden , om een deel van 
haar erve af te geven; ter vergoeding wordt aan de zus- 
ters vergund, voortaan te breken en te bouwen naar 
goedvinden, zonder ooit iemands toestemming te behoe- 
ven , en daarenboven aan de andere zijde van het klooster 
zooveel erven en huizen bij te koopen, als zij maar ver- 
langen* 

Op perkament, met de zegels van de stad, van den 
schout, van den burgemeester en van één der schepenen 
i»an Alkmaar. ^ 

No. 31. 7 Januari 1465. 

Van dat lant van GrafU 

Koopbrief , waarbij de zusters van het Oude Hof, een 
stuk land onder Graft in eigendom verkrijgen. 

Op perkament, met het zegel van den verkooper, Jan 
Tedinck. 

No. 32. 20 Mei 1465. 

Cathrijn herick brief van Warmenhuyze. 

Schoutbrief, waarbij i^Katrin heynric Oukisd'." van 
Warmenhuizen eenige landerijen schenkt aan het klooster 
van hare patrones te Alkmaar. 

Op perkament, met de zegels van den schout van War- 
menhuizen, van den deken //op die hoeve voir thoff teg- 
' mond'*, en van den baljuw van Egmond. 




179 

No. 33. 3 Juni 1458. 

Van. Outrop ende ban van Oeterlick, 

Schoutbrief, waarbij zekere Heynric Dirckz. bekent 
schuldig te zijn aan het Oude Hof 50 Rynsche guldens^ 
om die in 4 jaren af te lossen, onder verpanding van een 
stuk land. 

Op perkament, met het zegel van den schout. 

No. 34. 24 Januari 1461. 

Pieter Willem y van dat lant tot terghen op Saenenglieest. 

Koopbrief van een stuk land onder Bergen, gekocht 
door de zusters van het Oude Hof, 

Op perkament, met het zegel van zekeren Pieter Dirck 
Walichz. 

No. 35. 11 Juni 1461. 

Van pouwels Vaerts huySf meynert claesz. 

Schepenbrief , waarbij de kinderen van wijlen Meynaert 

Glaesz. getuigen, dat hun geheel en al voldaan is door 

de zusters van Ste Katharina, wegens het huis, door hun 

vader aan het Oude Hof verkocht. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
Dit huis stond vlak naast het klooster. 

No. 36. 29 Juni 1461. 

Die brief van onse verken-huys. 

Schepenbrief, waarbij aan de zusters een huisje ver- 
kocht wordt. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 

Heer Jacob Jacobsz. was pater van het Oude Hof. 

Pouwels Gerbrantsz, was de voogd. 

No. 37. 24 Mei 1464. 

Privilegie , door den pastoor van Alkmaar, Heer Jan van 
Sciedam, aan de zusters van het Oude Hof geschonken* 

Een groot perkament, met het zegel van //heer Jans 
curen" te Alkmaar en van het convent. Zonder opschrift. 



i 



180 

De pastoor van Alkmaar, Heer Jan van Sciedam, was 
//joden geesteliken rechten doctor, canoniek tot sinte iohans 
Tutrecht, ende cureyt der prochikerken van Alcmair/' 

Mater van het Oude Hof was Geertruyt Melchersd'. , 
en Ponwels Gerbrants de voogd van het Klooster. 

Door dit charter zit het volgende stuk gestoken. 

No. 38. 6 Aprü 1468. 

Bisschoppelijke goedkeuring van voorgaand privilegie, 
verleend door David van Bourgondiën, bisschop van Utrecht. 
Op perkament, zonder opschrift. 

^ No. 39. 24 Mei 1464 en 6 April 1468. 
Van onse preuilegien van die pastoer. 
Notariëele kopie van beide voorgaande stukken. 

Een groot vel dik perkament, voorzien van de hand- 
teekening des notaris. 

Notaris was Albertus Theodori, piiester. 

No. 40. 81 Mei 1464. 

Die brief van meester Jan Gerrytsz van noordt 
Schepenbrief , waarbij een erf achter de kerk verkocht 

wordt. 

Op perkament, met één schepenzegel. 
Dit stuk is vastgehecht aan het volgende. 

No. 41. 20 Mei 1545. 

Schepenbrief, waarbij een erf aan de zusters van het 
Oude Hof verkocht wordt, tegen een jaarlijksche erfpacht 
van een halven gouden Eduards Engelschen Nobel. 

Op perkament, met twee schepenzegels , zonder opschrift. 

No. 42. 11 Maart 1468. 

Testamentum Domini Jacobi Jaeobi, eonfessor aeniaris 
conuentua in Alcmaria, 

Testament van Heer Jacobus Jacobusz. , biechtvader van 
het Oude Hof te Alkmaar. 
Op perkament. 



181 

In dit testament worden genoemd: 

Dominus Petrus, confessor junioris conventus Sororum 
in Alcmaria. 

Dominus Albertus Theodori, notaris. 

Dominus Theodoricus Jacobi, priester. 

Bembrandus Jacobi, frater. 

Deze drie laatsten waren executeurs. 

Nycolaus Nycolai van der Werf, een leek, was mede- 
getuigen. 

Ava flia Frederici wordt genoemd als geprofeste zuster 
van het Oude Hof. 

In dit schoon testament worden al de kerken , kloosters 
en liefdegestichten, zoowel als de gansche geestelijkheid van 
Alkmaar, rijkelijk bedacht en begiftigd. 

No. 413. 14 Maart 1468. 

In die ommeloep van Jan florynaz. 

Schepenbrief, waarbij drie vierdedeelen van een wei- 
land verkocht worden aan het Oude Hof. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 

Vroeger hadden de zusters van Purmererid ook een stuk 
land //die ommeloep", gelegen over de //quakelbregghe" , 
gekocht, wellicht het vierde deel, dat aan dezen koop 
ontbreekt. Zie No. 18. 

No. 44. Sint Pontianus-avond 1470. 

Jan Lamberts brief van dat lant tot Oude nidorp. 

Schoutbrief , waarbij een vijfde deel van een stuk land 
en het huis, dat daarop gebouwd staat, aan het Oude 
Hof verkocht worden. 

Op perkament , met het zegel van den schout van Oude- 
niedorp. 

Onder het opschrift is door eene andere hand van lateren 
tijd geschreven : //Ende wy hebben weder vercoft dat mid- 
delhof, ende mit die gelden ghelost ix. x gl. siaerlicxe 
losrenten op ongen conuent taemstelredaem." 



182 

No. Jt5. 14 Februari 1474. 

Dit is die brief vant lant te Aeckeraloet ghelegen. 

Giftbrief, waarbij Jacob Willenisz., schout van Aker- 
sloot ^ een stuk land vermaakt aan de zusters van het 
Oude Hof. 

Op perkament, met het zegel des schouten. 

Uit dit stuk kan men met veel waarschijnlijkheid op- 
maken, dat des schouts dochter. IJda Jacobsd'., in het 
klooster was geprofest. 

No. 46, 7 Maart 1475. 

Dit is die htief^ daer wi mede wtghecoft sijn van duyf 
jacobsvaders erf. 

Schepenbrief, waarbij een stuk land, in //Florijs ven" 
gelegen, verkocht wordt. 

Op perkament, met het zegel van den schepen Claes 
Willemsz. 
/ Deze brief is gestoken door het volgende stuk. 

No. Jt7. 20. Februari 150B. 

Dit is die brieft daer wi mede wtghecoft sijn van duyf 
jacobsvaders erf tot haringhuyse, 

Koopbrief , waarbij het vorige stuk land aan de zusters 
van het Oude Hof in eigendom komt. 

Op perkament, met twee zegels van de twee mannen 
der graafl^kbeid, voor wie de verkooping plaats had. 

No. 48. 10 Augustus 1476. 

Te ScoreL Een quytsceldinghe van een stuck lants, dat 
wi ghecoft hebben van Comelys Jan Dercksz., gheleghen 
te ScoerreL 

Schoutbrief , waarbij een stuk land onder Schorel ver- 
kocht wordt aan het Oude Hof. 

Op perkament, niet gezegeld, maar onderteekend door 
den schout van Schorel, Heynyck van Toernenburch. 



183 

No. 4». 5 November 1476, 

Geert allera testament ^ in welch si al hoer ghijftgoet 
ghyft dat cloester» 

Testament^ waarbij Ghertrudis^ filia Allardi» met toe- 
stemming baars vaders , al hare goederen en bezittingen 
vermaakt aan het Oude Hof , waarin zij als zuster is 
geprofest. 

Op perkament, geschreven en onderteekend door den 
notaris Albertus Theodori. 
Johannes, filius IJsbrand! is de confessor van het klooster. 

No. 50. 4 Maart 1477. 

Dit is die quytscheldinghe van dat lant , dat wi ghecoft 
hébhen van Grieten pïeters weduwe te Castrieum^ gheleghen 
tusschen Castricum en Lymmen» 

Schoutbrief , waarbij een stuk land onder Castricum ver- 
kocht wordt aan het Oude Hof. 

Op perkament, met het zegel des schouten van Castricum. 
Deze koopbrief is vastgehecht aan het^ volgende stuk. 

No. 51. 15 October 1521. 

Schoutbrief, waarbij verklaard wordt, dat de verkoop 
van bovenvermeld stuk land onder Castricum aan de zus- 
ters van het Oude Hof waarachtig heeft plaats gehad. 

Op perkament, met het zegel van Castricums schout, 
zouder opschrift. 

Dit stuk is gestoken door den voorgaanden koopbrief. 

No. 52. 18 Maart 1477. 

Die brief van Nierop» 

Schepenbrief , waarbij ^zestiendalf gheerts lant", onder 
Oude niedorp, aan het Oude Hof verkocht wordt. 

Op perkament, met het zegel van schepen Glaes Jagher. 

No. 53. 8 Juli 1477. 

Dit is die brief van Grielensand. 



184 

Schepenbrief , waarbij een stuk land aan het Oude Hof 
wordt verkocht. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
Op de keerz^'de staan twee kwitantiën van aflossing, 
geschreven ten tijde van pater Claes, zal. ged. , en van 
pater Gerrit, zal. ged., zonder jaartal. 

No. 5Jt. 13 JuU 1477. 

Koopbrief , waarbij het Oude Hof een jaarlijkscbe lijf- 
rente van zesendertigdalf Rijnsche Gulden verkoopt aan 
twee personen, hun leven lang te genieten. 

Een fraai geschreven perkament, zonder zegel of op- 
schrift; waarschijnlijk een kopie. 

Heer Jan IJsbrantsz. was pater. ' 

Lijsbet Jansd'. was mater van het convent. 

No. 55. 13 JanuaW 1478. 
Die brief van Scaghen, 

Schoutbrlef, waarbij een stuk land, onder Schagen, 
aan de zusters van het Oude Hof verkocht wordt. 

Op perkament, met het zegel van //Aarts Gherijtsz. , 
casteleyn ende scout tot Scaghen." 

No. 56/ 23 Januari 1479. 

Item mijnen testament als Heer Jan IJsbrantsz^ pr» 
Testament van Heer en Meester ^rJohannes filius IJs- 
brandi, presbyter, confessor et provicarius senioris con- 
ventus/' 

Op perkament, geschreven en onderteekend door den 
notaris Albertus Theodori. 

Getuigen waren //Theodoricus Jacobi filius , pbr. et per- 
petuus vicarius", en //Christianus filius Johannis, custos 
ecclesiae Alcmariae." 

No. 57. 26 Mei 1479. 

Symona^nUz. 

Koopbrief, waarbij Symon Aerntsz. een stuk land, onder 
Oude niedorp, verkoopt aan de zusters van het Oude Hot 
Op perkament, met het zegel van Jacob Huygensz. 



185 

No. 5^. 28 Januari 1480. 

Marytgen Bouwene brief; van lant tot Akersloet* 
Koopbrief , waarbij een stuk land onder Akersloot aan 

het Oude Hof verkocht wordt. 

Op perkament, met twee zegels. 
Lijsbet Jansd'. was mater. 

No. 5». 15 Februari 1480. 

Griet Elmers testament. 

Testament van Greta filia Elnieri, zuster in het Oude 

Hof. 

Op perkament, onderteekend door den notaris Albertus 
Theodori. 

No. 60. 19 December 1481. 

Harke dirc harwoutszoens brief. 

Koopbrief, waarbij een stuk land , onder Oude niedorp 
gelegen , verkocht wordt aan de zusters van het Oude Hof. 
Op perkament, met twee zegels. 

No. 61. Zonder dagteekening, 1482. 
Bus quitsceldinge* 

Giftbrief , waarbij al de nagelaten goederen van Bus 
Symonsdochter aan het Oude Hof geschonken worden. 

Op perkament, met het zegel van Jan Gherijtsz. , schout 
van Bergen. , 

No. 62. 10 Februari 1482. 

Dit sijn die brieven van dat land after ritzenoert, 
Schepenbrief, waarbij twee stukken land, in de onmid- 

delijke nabijheid van de stadswallen aan het Oude Hof 

verkocht worden. 

Op perkament, met nog slechts één schepenzegel. 

No. 6». 22 November 1484. 

Guert allerts quytsceldinghe van dat goetf dat si in dat 
conu£nt ghebrocht heeft. 

Schepenbrief, waarbij Guert AUertsd'. twee stukken 



186 

land onder ürsem en Oterlyck , die Jan Heyndricx vroe- 
ger van het Oude Hof gekocht had, weder aan de zusters 
van het Oude Hof geeft, nu zij in het klooster geprofest is. 
Op perkament , met twee schepenzegels. 

No. 114. 9 Februari 1486. 

Die priuilegien die wi hebben van Maaimiliaen , den 
roemesche conick» 

Privilegie van den Robmsch Koning Maximiliaan, aan 
het Oude Hof geschonken. 

Op groot perkament, met het zegel van Maximiliaan. 

No. 6&. 12 December 1486. 

Item dit is die brief van dat lant van Scoerrel\ dat ons 
ghegheven heeft meyster michael Gherijtssz, tot een ewich 
testament» 

Giftbrief , waarbij een stuk land onder Schorel aan het 
Oude Hof geschonken wordt. 

Op perkament, met het zegel des Schouten van Schorel. 

No. 66. 19 September 1491. 

Jacob Allertsz. Die brief van Symon arentszn saet te 
Oudenydorp, 

Schepenbrief 9 waarbij een stuk land aan het Oude Hof . 
wordt verkocht. 

Op perkament, met het zegel van Willem Symon uit 
Oude niedorp, 

No. 67. 12 Januari 1492. 

Mijens pieter scagers. 

Schepenbrief, waarbij Mijens pieter Scagers een stuk 
land onder Oude niedorp verkoopt aan de zusters van 
S^" Eatharina te Alkmaar. 

Op perkament , met het zegel van M' Eembrant Olbrantsz. 

No. 68. 14 Januari 1493. 

Kwijtbrief, waarbij de erven van Marijtgen Bouwens 



187 

verklaren geheel voldaan te zijn^ aangaande al de goe- 
deren ^ die de zusters van genoemde Marijtgen in bezit 
hadden. 

Op perkament, met het zegel van Adriaen Dircsz. 
Zonder opschrift. 

No 69. 6 Juli 1497. 

Koopbrief, waarbij een stuk land onder Schagen aan 
het Oude Hof verkocht wordt. 

Op perkament, gegeven en bezegeld door twee mannen 
van de Graaflijkheid van Holland. 
Zonder opschrift. 

No. 90. 27 Januari 1602. 

Dit ia een quytscheldinghe van dat lant te Schoerrel, 
dat wi ghecoft hebben van feye ians dochter, 

Schoutbrief , waarbij een akker zaailand onder Schorel 
verkocht wordt aan de zusters van het Oude Hof, en 
onder eede verklaard wordt , dat de koopsom wel en deug- 
delijk betaald is. ^ 

Op perkament , met het zegel van den schout van Schorel, 
een zekeren Wouter van ^er Horst. 

No. 91. 26. Januari 1504. 

Kwijtbrief, waarbij de erven Bruyn aan het Oude Hof 
alles kwijtschelden, wat hunne moeder ooit daarvan mocht 
hebben te vorderen gehad. 

Op perkament, met een poorterzegel. 
Zonder opschrift. 

No. 92. 7 September 1504. 

Dit sijn marijtgens iacobs onse gheprofeasijde austers 
brieven, 

Schoutbrief, waarbij de kerkmeesters van Winkel ver- 
koopen aan den priester M'. Jacob Jansz, en aan Marijtgen 
Machtelt een lijfrente van zeven Rijnsche Gulden in het 



188 

jaar , om met de penningen vau de koopsom in den nood 
van kerk en dorp te voorzien. 

Op perkament, met het zegel van den schout van 
Nyeriperkoch. 

Deze Marijtgen Machtelt is dus later geprofest in het 
Oude Hof. 

No. 93. 13 Juli, Sinte Margarietendag 1505. 

Schoutbrief, waarbij aan dezelfde M'. Jacob Jansz. , 
priester te Alkmaar, en Marijtgen Machtelt een jaarlijksche 
lijfrente van 4 Rijnsche gulden verkocht wordt door de 
kapelmeesters van Dirkshorn. 

Op perkament, met het zegel van Herenkarspel. 
Zonder opschrift. 

No. 94:. 16 December 1605. 

Die grote weij tot Alcmaer, geeoemen van die witte 
Heeren ofte van Sinte Elizahet Gasthuya tot HaerUm , die 
principael brijef. 

Koopbrief, waarbij aan Heer Cornelys, proost van de 
Witte Heeren te Haarlem , een stuk land verkocht wordt , 
dat vlak naast het Oude Hof te Alkmaar gelegen is. 

Op perkament met twee schepenzegels. 

Dit land is later door de zusters aangekocht, toen het 
aan het Ste. Elisabeths Gasthuis toebehoorde, zooals blijkt 
uit de twee volgende stukken. 

No. y*. 7 Juli 1546. 

Oroete weide aftert trijtsenoert 

Vergunning van de regeering der stad Haarlem , ver- 
leend aan de gasthuismeesters van S^^ Lijsbets gasthuis 
aldaar 5 om een stuk land achter het Ritsenoord, onder 
de vrijheid van Alkmaar, te verkoopen aan het Oude Hof 
te Alkmaar, voor de som van 525 Earolus-gulden. 

Op perkament, met een fraai en goed bewaard zegel 
der stad Haarlem. 



189 

« 

Dit stuk land was door de Witte Heeren aan het gast- 
huis overgedaan y en lag vlak naast een ander stuk land , 
dat reeds lang in bezit was van het Oude Hof. 

Aan dit charter is vastgehecht het volgende stuk. 

No. 9e. 8 Juli 1546. 

Coepbrief vant lant gecoemen van die Witte Heeren tot 
Haerlem, 

Schëpenbrief, waarbij bovengenoemd stuk land door 
het S^ Ëlisabeths- Gasthuis verkocht wordt aan het Oude 

Hof te Alkmaar. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
Gasthuismeesters waren Willem Ghijsbrechtsszoen , Claes 
Floryssz. en Herman van der Laen. 

No. yy. 27 Januari 1507. 

Hillegont ians vutcoep van haer moeys erfenisse, ghe' 
heten hillegont Claes van der Meeren wijf. 

Schoutbrief , waarbij aan het Oude Hof een stuk land 
onder Haarlemmerliede geschonken wordt^ als erfdeel van 
Hillegont Jansdochter 5 medezuster in het Oude Hof* 

Op perkament^ met het zegel des schouten van Haar- 
lemmerliede. 

No. y». 12 Februari 1508. 

Dit ia die brief vant lant af ter rijtsenoerder poert , dat 
ghecoft hebben van Jan pieterse te Leyen. 

Schëpenbrief 9 waarbij de helft van een stuk land aan 
het Oude Hof verkocht wordt. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
De andere helft van dit land was reeds iu het bezit 
der zusters. 

No. ^9. 10 December 1511. 

Schëpenbrief, waarbij de helft van een stuk land , welks 
andere helft reeds aan het Hof toebehoorde , door de 
zusters gekocht wordt. 

Op perkament, met twee schepenzegels, zonder opschrift. 






190 

No. 90. 30 April 1518. 

.Dyewer Jans brief op onze vrou capel. 

Schepenbrief, waarbij de kapelmeesters van de O. L. 
Vrouwe-Kapel^ met toestemming van den Koning van 
Spanje , verkoopen een lijfrente van tien Rijnsche ^Iden 
in het jaar. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
Ooder de koopers van deze ligfrente komt ook voor 
Duywer Jansdochter, geprofeste zuster van het Oude Hof. 

No. 81. 15 April 1520. 

Dit is die brief vant lant ie groedt, dat wy ghecoft 
hébben van Bertholomeue Dircksz prosse, om 80^ gulden. 

Koopbrief , waarbij derdehalf hond land verkocht wordt 
aan de zusters van het Oude Hof. 

Op perkament , met twee zegels van mannen der Graaf- 
l^kheid van Holland. 

Door dezen brief zit gestoken de Koopbrief, waarbij 
Bertholomeus Dircksz. prosse een jaar te voren eigenaar 
van dit stuk land werd. 

Insgelijks op perkament, met twee zegels van mannen 
der Graaflijkheid van Holland. 

No. 9^. 20 Augustus 1520. 

Dit is die ouate brief van die eene coe toijde in onse 
omloop, gecoemen van Claesgen Aemtsd', 

Schepenbrief, waarbij eene koeweide, gelegen ten oosten 
van 't Oude Hof, verkocht wordt aan Lysbeth Arents 
dochter. 

Op perkament, met slechts één schepenzegel meer. 
Deze weide kwam in bezit der zustere, zooals b]i|jkt uit 
het volgende stuk. 

No. 88. 7 Aprü 1543. 

Dit ie die andere en laatste bryef van Claesgen Aemted'. 
eerfgenamen van die coemjde inde omloop. 

Schepenbrief, waarbij de genoemde koeweide, waarvan 



191 

het Oude Hof reeds een gedeelte in bezit had , door de 
erven van wijlen Claes Arentsd'. verkocht wordt aan Heer 
Gerrijt Dirricxz, hostiebakker en priester. 
Op perkament, met twee schepenzegels. 

No. 84. 28 April 1521. 

Privilegie, door den pastoor van Alkmaar opnieuw aan 
de zusters van het Oude Hof geschonken. 

Op groot perkament , waaraan nog gedeelten hangen van 
de zegels van den pastoor en van het klooster; zonder 
opschrift. 

Heer Claes petersz. van aicmar, bacularius in beide rechten 
was pastoor; Heer Claes Eicoutz was pater. 

Aechte Jacobsd'. was mater van het Oude Hof. 

Door dit charter is gestoken het volgende stak. 

No. 85- 22 Juni 1521. 

Dit %8 onse separaci van onse pastoer. 

Goedkeuring van den Utrechtschen bisschop Philips van 
Bourgondiën van voorgaand privilegie. 

Op perkament, met een verbrokkeld zegel des bisschops. 

No. 96. 3 Mei 1522. 

Dit is die quytscellinghe van dat lant dat Romer Simonsz 
van ons ghecoft heeft op Kalverdijck, 

Kwijtbrief , waarbij de erfgenamen van wijjen Jan Reyers 
dochter 9 geprofeste zuster in het Oude Hof, verklaren 
geheel en al voldaan te zijn , wat aangaat de nalatenschap 
varï genoemde zuster. 

Op perkament , met twee zegels van mannen der Graafl jjk- 
heid van Holland. 

Een zekere Eens Eeyers wordt in dit stuk Broeder 
genoemd. 

No. sy. 31 October 1523. 

Marijtghen Jansd', brief van Oudorp. 

Kwijtbrief, waarbij Jan Janszoen van Outdorp al de 



192 

goederen en bezittingen , die Marijtgen Jansd*. van hare 
moeder geërfd heeft, aan het Onde Hof schenkt, onder 
beding, dat genoemde Marijtgen levenslang in het klooster 
onderhouden en verzorgd worde. 

Op perkament, met twee zegels van leenmannen der 
Graafligkheid van Holland. 

No. 99. 20 December 1523. 

Roemer Symonsz* brief van Caherdych. 

Eoopbrief , waarbij door Roemer Symonsz. van Cal ver- 
dick aan het Onde Hof verkocht wordt een jaarlijksche 
lijfrente van twee Rijnsche Gulden. 

Op perkament» met twee zegels van leenmannen der 
Graafl^kheid van Holland. 

No. 89. 29 AprU 1524. . 

Eoopbrief , waarbij een stuk land in den ban van Bergen 
aan het Onde Hof wordt verkocht. 

Op perkament, met twee zegels van leenmannen der 
Graafligkheid van Holland. Zonder opschrift. 

No. 90. 81 December 1525. 

Symon Jansz. van Oudenyerop, 

Koopbrief, waarbij eene jaarlijksche losrente van zes 
Rynsche Gulden aan het Oude Hof verkocht wordt, onder 
verband van een stuk land onder Nieuweniedorp, 

Op perkament , met het zegel van den baljuw van Nyeu- 
* burch, en van Augustijn van Teylingen, leenmannen der 
Graaflijkheid van Holland. 

No. 91. 20 October 1526. 

Gerechtelijke verklaring van Aef Jacobs Gouendochter, 
dat zij bij hare vermaking ten gunste van het Oude Hof, 
zooals die beschreven staat in haar testament, volhardt, 
en dat z\j verlangt dat daaraan geheel zal voldaan worden. 

Op perkament; de twee zegels der leenmannen van de 
Graaflijkheid van Holland, Jan Jansz., baljuw van Nyea- 



193 

burch, en Gherit heynrycxz. vanVostol, zijn er niet meer 
aan. Zonder opschrift. 

Deze Aef Jacobs gouendochter was mater van het Oude 
Hof, zooals blijkt uit het volgende stuk. 

No. 9». 21 November 1526. 

Gerechtelijke verklaring, onder eede voor Burgemeester 
van Alkmaar afgelegd, aangaande het erfdeel van Aecht 
Jacobsd'., mater van het Oude Hof 

Op. perkament, met het stadszegel van zaken. Zonder 
opschrift. 

No. 93. 30 Aprü 1527. 

Martijn Romersz. tot Bergen, 

Schoutbrief , waarbij door Maerten Roemersz. van Ber- 
gen een jaarlijksche losrente van zes Rijnsche Guldens 
verkocht wordt aan het Oude Hof. 

Op perkament , met het zegel van Fop Cornelysz., schout 
van Bergen, 

No. 94. 6 September 1527. 

Certifficatien» 

Gerechtelijke verklaring, voor burgemeester van Alk- 
maar onder eede afgelegd door twee vrouwen , aangaande 
twee erfenissen, waarbij ook het Oude Hof belangheb- 
bend was. 

Op perkament, met het stadszegel van zaken. 
Aegt Jacobsd'. was mater van het Oude Hof. 
Heer Jacob gawijns komt voor als priester. 

No. 95. 18 September 1527. 

Acte van presentie der twee procureurs voor het Hof 
van Holland te 's Gravenhage , in zake het proced van 
den pater en de mater van het Oude Hof te Alkmaar, 
tegen de erfgenamen van wijlen Heer Jacob Pouwelsz., 
priester. 

Op perkament, zonder zegel, zonder opschrift. 

Bydrageo Gesch. Biid. ?. Haarlem Xe Deel. 13 



1 



194 

No. 96. 5 October 1527. 

Acte van den graaf van Hoogstraten, waarbij hij als 
Stadhouder Generaal , met den president en de raden des 
Roomschen Keizers, Heer Gherijt van Assendelft aanstelt 
tot scheidsman in voorgaand proces* 

Op perkament met het zegel van Justicie, zonder opschrift. 

No. O 7. Zonder dagteekening 1527. 

Verzoek aan den Heer Commissaris in genoemd proces, 
om Willem Dircxz. als getuige te^ willen hooren* 
Een klein strookje papier, ongeteekend. . 

No. 99. Zonder dagteekening 1527. 

Verzoek aan den Heer Commissaris in genoemd proces, 
om Mathys Nannezoon als getuige te willen hooren. 
Een klein strookje papier, ongeteekend. 

No. 99. Zonder dagteekening 1527. 

Verzoek aan den Heer Commissaris in genoemd proces, 
om nog tien andere personen als getuigen te willen hooren. 
Een klein strookje papier, ongeteekend. 

No. lOO. Zonder dagteekening 1627. 

Verzoek aan den Heer Commissaris in genoemd proces , 
om nog elf andere personen als getuigen te willen hoeren. 
Een klein strookje panier, ongeteekend. 

No. lOl. Zonder dagteekening 1527. 

Verzoek aan den Heer Commissaris in. genoemd proces, 
om Aef, Dirck Wouterszoons weduwe, als getuige te 
willen hooren. 

Een klein strookje papier, ongeteekend. 

Deze weduwe woonde te Uitgeest. 

No. 102. Zonder dagteekening 1527. 

Verzoek aan den Heer Commissaris in genoemd proces, 
om Hillegont Dircxdochter, wonende te Uitgeest, als ge- 
tuige te willen hooren* 

Een klein strookje papier, ongeteekend. 



195 

No; 103. Zonder, dagteekening 1527. 

Verzoek aan den Heer Commissaris in genoemd proces , 
om Ghery t Dirck Wouterssen , wonende te uitgeest, als 
getuige te willen hooren. 

Een klein strookje papier, ongeieekend. 

No. 104. Zonder dagteekening 1527. 

Verzoek aan den Heer Conimissaris in genoemd proces, 
om Meester Pieter van Dyck, priester, als getuige te 
willen hooren. 

Een klein strookje papier , onderteekehd door den pater 
en de mater van het Oude Hof. 

No. lOft. Zonder dagteekening 1527. 

Verzoek aan den Heer Commissaris in genoemd proces , 
om Heer Jan Jansz., priester, pater en confessor van het 
Ste Elisabeths-zusterhuis te 's Gravenhage , als getuige te 
willen hooren. 

Een klein strookje papier, insgelijks onderteekend. 
. Deze elf stukken, van No. 95 tot No. 105, zijn met 
een perkamenten rijgsnoer aan elkander gehecht. 

No. 95 en 96 zijn autentieke stukken ; de overige negen 
zijn niet anders dan de concepten o! de kopiën van de 
verzoekschriften, door het Oude Hof ingeleverd. 

Allen zonder opschrift. 

No. 106. 25 April 1528. 

Koopbrief, waarbij de vijf steden, Dordrecht, Haar- 
lem, Delft, Leiden en Gouda aan het Oude Hof te Alk- 
maar eene jaarlijksche losrente van 25 % vlms verkoopen, 
voor de som van 400 % vlms, ten einde met die pen- 
ningen in haren nood, door de vele oorlogen veroorzaakt, 
te voorzien. 

Een gropt en prachtig perkament, met de zegels der 
v^f genoemde steden. Geen opschrift. 



196 

No. lOy. 14 April 1529. 

tconuent tot alcmaer, voir toude hooff. 

Dagvaarding, uitgeschreven door den graaf van Hoog- 
straten , als Stadhouder Generaal van Holland , waarbij 
het Oude Hof te Alkmaar en zekere Symon Jansz. , welke 
laatste aanspraak maakte op eenige door de zusters be- 
zeten landerijen , voor den Hoogen Raad te 's Gravenhage 
opgeroepen worden* 

Een groeten fraai perkament, met het zegel van Justicie. 

No. 109. 4 December 1529. 

Den brief van een wech die onse conuent mit volck van 
ouer die gheest ghecoft hebben y onse conuents deel voer een 
philipssche gulden eens. 

Schepenbrief, waarbij een pad wordt verkocht aan eenige 
inwoners van over den geest en aan de zusters van het 
Oude Hof. 

Op perkament, met twee scbepenzegels. 

No. 109. 12 Januari 1580. 

Rechtspraak van den Hove van Holland te 's Graven- 
hage , in zake eener erfscheiding van een stuk land, toe- 
behoorende aan het Oude Hof te Alkmaar. 

Op perkament , zonder zegel , doch onderteekend. Geen 
opschrift. 

* 

No. IIO. Sint Jans-aYond-onthoofding 1530. 

Die brief van Anna Thijsd^» 

Schepenbrief 5 waarbij de kerkmeesters van St. Lauren- 
tius' parochie te Alkmaar, uit geldgebrek , aan twee 
meisjes te Alkmaar, verkoopen eene lijfrente van tien 
Carolus gulden in het jaar. 

Op perkament, met het stadsz^gel van Alkmaar en zes 
scbepenzegels. 

Deze verkooping geschiedde ten overstaan van. burge- 
meester, schepenen en raden der stad Alkmaar. 



197 

Een der twee meisjes* was Anna Thijsdochter ; zij was 
toen, zooals in den brief aangegeyen wordt, twaalf jaren 
oud. Waarsch\jnlijk is z^ later als zuster in het Oude Hof 
geprofest, waardoor deze lijfrente het eigendom werd van 
het Ste Katharina klooster. 

No. 111. 12 Aprü 1581. 

Dit 18 die brief van Marijtgen Janad^^ van twe hondert 
gulden losrente achtien penninchen te Oudorp» • 

Schoutbrief, waarbij Olaese, weduwe van wijlen Jan 
Jansz. Adis, met Jan Doeuis, haren gekozen voogd, ver- 
klaart schuldig te zijn aan het Oude Hof te Alkmaar eene 
jaarlijksche rente van elf Carolus gulden, onder waar- 
borg van eene koeweide in den Ban van Oudorp. 

Op perkament, met het zegel van Pieter hayckensz., 
schout van Oudorp. 

No. 11«. 12 April 1531. 
Copia wt dat principael. 
Kopie van voorgaanden schoutbrief. 

Op papier, in schrift van denzelfden tijd. 

Op de buitenzijde staat geschreven : //Duplicaat." 

No. 113. 12 April 1531. 

Concept van voorgaanden schoutbrief. 

Insgelijks op papier, zeer gebrekkig schrift. 

No. 114. 21 Juli 1531. 

Van die eoyweyde an die ommeloop. 

Schepenbrief , waarbij eene koeweide aan het Oude Hof 

verkocht wordt. 

Op perkament, met het zegel van Willem Jansz. , schout 
van Alkmaar, en nog twee schepenen. 
Heer Claes Rycxz. was pater van het Oude Hof. 
Marijtgen Symonsd'. was mater. 

No. lift. 14 December 1531. 

Bewijsschrift dat de procureur van het Oude Hof te 



198 

Alkmaar^ en die van Willem IJsbrant ^ zalig, ged.^ voor 
het Hof van Holland verschenen zijn, om honne hangende 
zaken van proces te verffenen. 

Op perkament , zonder zegel , onderteekend door «T. de 
Jonge. 

Over welke zaak dit proces gevoerd werd, staat in het 
stuk niet vermeld. Geen opschrift. 

No. 116. 13 Augustus 1534. 

Koopbrief , waarbij het Oude Hof eene jaarlijksche lijf- 
rente van 1 6 Carolus gulden verkoopt aan Comelia Diericx- 
dochter, haar leven lang. 

Op perkament, waaraan het kloosterzegel heeft gehan- 
gen, doch verbrokkeld is. Zonder opschrift. 

Marytgen Symonsd'. van Veen was mater van het Hof. 

No. liy. 20 October 1534. 

Verbandbrief, waarbij de zusters van het Oude Hof 
zich verplichten, wekelijks drie HH. Missen in hare kapel 
te doen lezen voor de ziel van zaliger Cornelia Diericxd^. , 
die aan het klooster een pachtbrief van 1 9 gouden Carolus 
gulden in het jaar heeft vermaakt onder bovenstaande 
voorwaarde. 

Op perkament, waaraan het kloosterzegel heeft gehan« 
gen, doch is verbrokkeld. Zonder opschrift. 
Marie Symonsd^ was mater van het Hof. 
Deze Cornelia Dicricxd'. is dezelfde als die in No. 116. 

No. 119. 11 Juli 1535. 

Die vice'Cureit meester Jan JSnehijsen, 

Kwijtbrief, waarbij M'. Jan vanEnchusen, vice-cureit 
van Alkmaar, verklaart het jaarlijksche honorarium van 
het Oude Hof ontvangen te hebben. 

Op papier, onderteekend door Jan van Enchnsen. 
In dit stuk wordt gezegd, dat yóót hem, das vóór 1521 , 
Mr. Nicolaus Petri daar pastoor was. 



199 

No. 119. 28 September 1536. 

Dit ü dat ouersetten van onse landen a/ter ritsenoert. 

Uitspraak van de vier arbiters, die beslissen moesten 
tusschen den burgemeester van Alkmaar en den pater 
van het Oade Hof, aangaande het ruilen met elkander 
van twee stukken land achter het Ritsenoord, ter uitbrei- 
ding der stad. 

Op papier, onderteékend door de vier arbiters. 

Heer Gerijdt was pater van het Oude Hof. 

Be stad had een stuk land noodig, om hare vesten en 
wallen uit te breiden , en dat stuk land behoorde aan het 
Oude Hof. Zij stelde voor, een ander stuk land, dat aan 
de stad toebehoorde, daarvoor in ruil te geven. Vier ar- 
biters werden benoemd , om de waarde van beider stukkken 
land op te geven; en de beslissing dezer vier mannen was, 
* dat de pater van het Oude Hof aan de stad zou uitkeeren 
tien Garolus gulden en nog twee Carolus gulden in gelag, 
omdat hij die waai'de aan land meer ontving dan gaf. 
Beide partijen namen genoegen met deze uitspraak en tee- 
kenden het volgende stuk. 

No. 1«0. 14 November 1536. 

Dit is die brief van die stede roerende van dat lant , dat 
wij hebben om onse lant. 

Openbare acte, waarbij tusschen de stad Alkmaar en 
het Oude Hof de ruiling en kwijting geschiedt van twee 
stukken land, volgens de beslissing der 4 arbiters. 

Op perkament, goed bewaard en ongeschonden, met het 
kloosterzegel van het Oude Hof, het zegel der stad Alk- 
maar, van den burgemeester, van- den schout, en van 
nog vijf schepenen. 

Het land moest dienen ter verbetering en uitbreiding 
van de vesten tusschen de gevangenpoort en de gasthuispoort. 
Het Oude Hof betaalde tien Carolus gulden. 

No. Wl. 25 Aprü 1537. 

Verbandbriefy waarbij de fortificatiemeesters van Alk- 



200 

maar zich verplichten ^ om de nieuwe wallen der stad 
twaalf voet of meer verwijderd te houden van den klooster- 
muur van het Oude Hof; terwijl de pater en de mater 
van het Oude Hof zich verbinden, om daarvoor 270 gou- 
den Carolus gulden, van 20 stuivers het stuk , te betalen 
in drie halQarige termijnen. 

Op papier, onderteekend door den pater, Heer Ger^t 
Dierickz., en de mater, Marijtgen Symonsd'. 

Daar onder staan de drie kwitantiën van de drie half- 
jarige betalingen , onderteekend door de fortificatiemeedters. 

Zonder opschrift. 

Deze overeenkomst werd later goedgekeurd en bevestigd 
door burgemeeóter en schepenen van Alkmaar , zooals bl^kt 
uit het volgende stuk. 

No. 122. 14 Mei 1687. 

Dit is die brief van onse conditien. 

Openbare acte, waarbij voorgaande verbintenis, door 
het Oude Hof en de fortificatiemeesters aangegaan, door 
de regeering der stad Alkmaar wordt goedgekeurd en 
bevestigd en bezegeld. 

Op perkament, met de zegels van het Oude Hof, der 
stad Alkmaar, van den burgemeester en van nog drie 
schepenen. 

Op de keerzijde staat de volle kwitantie van 270 Carolus 
gulden , geteekand door den burgemeester en twee sóhepe- 
nen, 14 November 1538. 

* • 

No. 1«3. 14 Mei 1537. 

Dit is de copie mit die bezegelheit van onze condietien. 
Kopie van voorgaand stuk* 

Op papier. Aan het hoofd staat geschreven: 
Copie wt die principael van contract, dat wij met die 
stede van Alcmaer hebben. 

No. 1»4. 30 April 1538. 

Schoutbrief , waarbij Willem van Berckenrode eene lijf- 



201 

rente van vier Rynsche gulden verkoopt aan M'« JDirck 

Symonsz. ^ priester, onder waarborg van een stuk land 

onder Hillegom. 

Op perkament, met het zegel vaii Adriaen van Treslonge 
van Beloeys, schout van Hillegom; zonder opschrift. 

No. 125. 3 Augustus 1538. 

Giftbrief , waarbij M', Adriaen Pieterszoon eene jaarlijk- 
sche rente van vier RijnschOf gulden» liggende op twee 
huizen binnen Alkmaar^ aan het Oude Hof schenkt » opdat 
de zusters op St. Maartens-dag met elkander recreatie 
houden 5 en voor hem en zijne ouders bidden. 

Op perkament, onderteekend door den schenker, en door 
de getuigen Heer Anthonius Anthonii , confessor^ van het 
Jonge Hof, Heer Nanno Fetri, H'. Jacobus Michaëlis en 
Heer IJsbrandus Bartholomei. Zonder opschrift. 

No. 126. 3 Augustus 1538. 

Kopie van voorgaanden giftbrief. 
Op perkament geschreven. 

No. 129'. 1540(?) 

Een brief van den pater van het Oude Hof aan den 
voogd van het klooster, zekeren Garbrant Garbrantsz , 
om hem op te dragen eene zaak van geschil over de be- 
taling van verkochte en verkregen goederen. 

Op papier, zonder jaartal of dagteekening. Geen opschrift. 
Daarin wordt gesproken van een rentebrief des jaars 
1515, en van Heer Symon, pater van het Jonge Hof. 

Een slecht geschreven concept van dezen brief ligt er 
nog in. 

No. 128. 23 October 1541. 

Giftbrief, waarbij Sijtgen Almersdochter, geprofeste 
zuster van het Oude Hof, door haren voogd een beze- 
gelden brief van vijf Rynsche gulden losrente in het jaar 
ten geschenke geeft aan het Oude Hof. 

Op papier, zonder zegel of handteekening. Geen opschrift. 
is niets anders dan een concept of aanteekening. 



202 

• 

No. 1!^0. 15 Februari 1542. 

Eemel Zaertsz. van Bergen» 

Schontbrief» waarbij Eemel Zaertsz. een stuk land 
onder Bergen verkoopt aan het Oude Hof, en datzelfde 
stuk land weder in erfpacht neemt voor zes Carolus gul- 
den in 't jaar. 

Op perkament, met hei zegel des schouten van Bergen. 

No. 130. 2 Januari 1543. 

Beëedigde verklaring , door een 74-jarigen grijsaard voor 
den burgemeester van Alkmaar afgelegd , op verzoek van 
Heer Gerrijt» pater van het Oude Hof, aangaande zeker 
hek, dat eene weide afsloot. 

Op perkament, met het stadszegel van Alkmaar. Geen 
opschrift. 

No. 131. 9 Januari 1543. 

Dit %8 die brieff van die steech vp riUenoorU 
Schepenbrief , waarbij het Oude Hof aan zekeren kui- 
per, Jan Brujnsen geheeten, het gebruik van eene steeg 
en eene sloot op Ritsenoord toestaat. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 

No. 132. 11 October 1543. 

Die vpdraeht van Zijtgen Almersd^. 

Giftbrief , waarbij Lucie Almersd'. , die na twee proef- 
jaren als zuster in het Oude Hof zal geprofest worden, 
aan het klooster vermaakt eene jaarlijksche losrente van 
5 Carolus gulden. 

Fraai geschreven op perkament, met de zegels van den 
baljuw van Nyenburch en van den baljuw van fiergen , 
leenmannen der Graafl^kheid van Holland. 

Het opschrift geeft Z^tgen , en het stuk zelf geeft Lucie 
te lezen, wat eene vergissing moet zijn : zie N^ 128. 

No. 133. 11 October 1543. 

Het concept van voorgaanden giftbrief. 

Op papier, geschreven en onderteekend, waarschgnlijk 



i 



203 

dus ook wel opgesteld, door den baljuw van Bergen, 
J. de Eoreest. 

No. 134. 26 Maart 1545. 

Cornelis iansz. Stuyrman, woenende tot Caluerdyck. 

SchoTitbrief, waarbij Heer Gerrijt, pater van het Oude 
Hof 5 eene jaarlijksche rente van zes gouden Carolus gul- 
den koopt, gewaarborgd door een stuk land onder Kal- 
verdyk. 

Op perkament , fraai geschreven , met het zegel van Jan 
Doedes, schout van Sint Maarten.. 

No. 13*. 28 September 1545. 

Aecht Almersd}. 

Giftbrief , waarbij Aechte Almersd'. , die geprofest is , 
haar geldelijk vermogen verdeeld tusschen het Oude Hof 
en haren ziekelijken broeder* 

Op perkament, met twee zegels van leenmannen der 
graaflirjkheid. 

Of deze Aechte eene zuster is van Zijtgen en Lucie, 
kan uit het stuk niet worden opgemaakt. 

No. 136. 29 October 1549. 

Kwijtbrief van een erfpacht, die op een stuk land rustte, 
dat toebehoorde aan het Oude Hof, en moest betaald wor- 
den aan de Memoriemeesters te Alkmaar. 

Op perkament, onderteekend door de Memoriemeesters, 
die waren : 
• M'. Gherrijt Dircksz., priester en hostiebakker; 

Heer Claes Pietersz. , correfmaecker ; 

Heer Arijs Ewoutsz. als kapellaan ; 

Heer Baert Pietersze ; 

Heer Claes Buysen ; 

Meester Pirck Verwer; 

Heer Jan Zygeropz, ; en 

Jan Woutersz. , als seuiores van de Memorie. 



E04 

No. iSö'. 81 Januari 1651. 

Jan Dircks weduwe mit Comelis Oesten als waerborrich 
tot Vrschem, 

Schoutbrief 5 waarbij eene jaarlijksche losrente van zes 
gouden Carolus gulden verkocht wordt aan het Oude Hof, 
onder waarborg van een stuk land onder ürsem. 

Op perkament, met het zegel des schoaten van // Vuyrsem.** 

No. 138. 16 Februari 1551. 

Dirck Gherijt Claesz. woenende vp coedijck, 
Schoutbrief 5 waarbij eene jaarlijksche losrente van zes 
gouden Carolus gulden , gewaarborgd door een stuk gras- 
land onder Koedijk » aan het Oude Hof verkocht wordt. 
Op perkament, met het zegel van den schout van Koedijk. 

No. 130. 24 April 1551. 

Schoutbrief» waarbij eene jaarlijksche losrente van zes 
gouden Carolus gulden , onder waarborg van een stuk 
land, verkocht wordt aan het Oude Hof. 

Op perkament , met het zegel des schouten van «fZuydt- 
scharwoude." 

Op de keerzijde staat eene kwitantie uit den jare 1567, 
geschreven door Heer Cornelis Pietersz., pater van het 
Onde Hof, met eene allerfraaiste hand. Mater was toen 
Aecht pietersd'. Zonder opschrift. 

No. 140. 1 Juli 1551. 

Gherryt Jacohaz. boreh taUmaeti van die somme i)an 
xviij Karolus iiaers. 

Koopbrief , waarbij eene jaarlijksche losrente van acht- 
tien gouden Carolus gulden , onder verband van een huis 
te Alkmaar 5 verkocht wordt aan het Oude Hof. 

Op perkament, met twee zegels van twee leenmannen 
der graaflijkheid van Holland. 

No. 141. 4 December 1553. 

Maritgen Cornelis in die UmgestraaU Claes Jansz* hoede' 
makers brief van ij R. gulden. 



205 

Schepenbrief , waarbij een pachtbrief van twee Rynsche 
gulden in 't jaar aan de mater van het Oude Hof wordt 
verkocht. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
Dit stuk is gestoken door den eersten koopbrief van het 
jaar 1503, insgelijks door twee schepenen bezegeld. 
Mater was Marijtgen Symon van Veénsd'. 

No. 142. 31 December 1657. 

Grietgen LouriJ8d\ ons geprofesside meter. 

Testament van Janneken Maertensdochter te Haarlem , 
waarbij zij hare drie kleinkinderen tot erven maakt v^n 
£^1 hare goederen. 

Op perkament, geschreven en onderteekend door den 
notaris Albertus filius Nicolai Raet te Haarlem. 

Een dezer kleinkinderen was Grietgen Laurensdochter , 
geprofeste zuster in het Oude Hof te Alkmaar. 

No. 143. 31 Juü 1560. 

Wendelmoet piters lijfrente brieft jaerlicx V g. spreeckende 
vp Jan Corneliszny woonendeop Crabedamt en verschijnende 
den XXV dacli iri Martij, 

Schoutbrief, waarbij Jan Cornelisz., buyrman te Crabben- 
dam 5 aan het Oude Hof te Alkmaar verkoopt eene jaar- 
lijksche lijfrente van vijf Carolus gulden, gewaarborgd 
door een stuk land te Ealverdijk. 

Op perkament , met het zegel van den sckout van Schorel. 

No. 144. 3 Februari 1561. 

Schepenbrief , waarbij door het Oude Hof een vrij voet- 
pad verleend wordt door eene steeg op het Ritsenoord. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 
M'. Cbrnelis was pater van het Oude Hof. 
Aechte Pietersd^ was mater. 

Het geldt hier dezelfde steeg , waarvan in No« 131 ge- 
sproken wordt. 
Zonder opschrift. 



806 

No. 145. 26 Mei 1562. 

Dit is die brief van IX guldm losrenten tot Cramenie- 
dijck, houdende op Pieter Jansz. anno 63, op mey hou* 
dende anno 64, anno 65. 

Verbandbrief , waarbij Pieter Jansz. van Crommeniedijck 
bekent schuldig te zijn aan den pater van het Oude Hof 
te Alkmaar de som van anderhalf honderd gulden, tegen 
eene jaarlijksche rente van negen gulden. 

Op papier , geteekend door den schuldenaar en zijn ge- 
tuige, Heer Willem IJsbrantsz., vice-cureit te Uitgeest. 

De pater van het Oude Hof wordt niet met name ge- 
noemd, omdat hij voor het klooster optrad. 

No. 146. 18 September 1563. 

Verbandbrief, waarbij Claes Jansz. verklaart, dat het 
hem alleen uit goede gunste is toegestaan door het Oude 
Hof, om een privaat te bouwen achter op het erf van 

de kloostersteeg op Ritsenoord. 

Op een klein strookje papier, door Claes Jansz. getee- 
kend met ^ Zonder opschrift. 

Heer Cornelis Piterze was pater, Aecht Pitersd'. was 
mater van het Oude Hof. 

No. 147. 1 Januari 1565. 

Kwijtbrief , waarbij Neeltgin Louwerijsd'. verklaart ont- 
vangen te hebben van hare zuster Grietgen Louwerijsd'., 
geprofeste zuster in het Oude Hof, al wat haar uit de 

nalatenschap harer grootmoeder toekomt. 

Op een strookje papier, geteekend door A.rent baerntsz. 
Yerhoeff, den meester van Neeltje. Zonder opschrift. 
Dit stuk handelt dus over het testament, No. 142. 

No. 148. 11 Maart 1567. 

Jan Heynrichz, tot Castricon, 

Schoutbrief , waarbij aan het Oude Hof verkocht wordt 

eene erflijke losrente van twaalf Carolus gulden in 't jaar, 

gewaarborgd door een stuk land onder Castricum. 

Op perkament, met het zegel des schouten van Castricum. 



207 

No. 140. Anno 1567. 

Copye. Accordeert van woerde tot woerde bij mij Wouter 
Corneliaz. 

Ewijtbrief , waarbij de landmeter Loaris pietérsse be- 
kent door den burgemeester van Alkmaar betaald te zijn , 
voor het meten van een erf en van het afgedolven land 
der zusters van het Oude Hof. 

ë 

Op papier ; alleen het jaartal wordt vermeld. 

No. IftO. 5 Januari 1568. 

Dié hrief vant lant gecoft ant Gierings boek ende lom* 
meralant in de bergermeer ^ anno xv^lxvij in Junio of daer 
omtreint. 

Schoutbrief , waarbij een stuk land in Bergen, met ver- 
gunning van den Keizer, door de' beheerders van de 
domeinen 5 bij openbaren verkoop » aan de zusters van het 
Oude Hof gegund wordt. 

Op perkanaent , met het zegel van den schout van Bergen. 

No. 1«1. 10 Januari 1568. 

Dit is die brief van dié Molen in die broeken in Ber- 
germeer. 

Verbandbrief van de gezamelijke ingelanden yvan den 
Oicken voorbij huyswaert",- over den watermolen, de 
sloten en het schouwen in Bergermeer. 

Op perkament, onderteekend door vier ingelanden. 
Tot de ingelanden behoorde ook Heer Cornelis pietersz., 
als pater van het Oude Hof. 

No. 1A2. 26 Aprü 1568. 

Quytsceldinge van die boenacker in coediecker ban geh' 
gen bij onze vroenlant. 

Schepenbrief , waarbij de regenten der huiszittende ar- 
men te Alkmaar een stuk land onder Koedijk Verkoopen 
aan het Oude Hof. 

Op perkament, met twee schepenzegels. 



208 

No. lAS. 17 November 1568. 

Het ionge hof. 

Schuldbrief', waarbij de pater en de mater van het Jonge 
Hof te Alkmaar bekennen 20 Carolus gulden geleend te 
hebben van den pater en de mater van het Oude Hof. 

Op papier, geteekend joaet vijr 

Pater van het Jonge Hof was Gerrit Jansz., priester. 

Mater van het Jonge Hof was Clemens Claesdochter. 

Onder deze schuldbekentenis staat nog eene tweede lee- 
ning van 30 gulden aangeteekend, geschied 19 Februari 
daaraanvolgende. 

Iets lager staan twee kwitantiën van aflossing : 14 Januari 
1569 — acht gulden, en 12 Maart — 30 gulden 8 stuivers. 

No. 154. 1 Januari 1569. 

Dit is van onze angecófte lant in die bergermeer ant 
wielant. 

Schoutbrief , waarbij een stuk land verkocht wordt door 
het bestuur der Bergermeer, om te voorzien in de gelde- 
lijke behoefte tot bedijking der Bergermeer, aan de zusters 
van het Oude Hof. 

Op perkament , met het zegel van den schout van Bergen. 
Gekocht bij openbare verkooping. 

No. lAA. 1 Januari 1569. 

Dit is van onze angecófte lant in die bergermeer. 

Schoutbrief, waarbij door hetzelfde bestuur en om de- 
zelfde reden een tweede stuk land aan de zusters van het 
Oude Hof verkocht wordt. 

Op perkament, met het zegel van den schout van Bergen; 

Geschiedde bij openbare verkooping. 

Dit stuk land lag insgelijks in de Bergermeer. 

No. 1A6. 28 Mei 1569. 

Proces- verbaal van de benoeming van Meester Adriaen 



209 

Joostensz. , priester, vicaris der Kathedraal van Haarlem» 

tot pater van bet Oude Hof te Alkmaar. 

« 

Op papier , zeer fraai geschreven, en onderteekend door 

den prior der St. Jan^-Heeren te Haarlem, M'. Philips 

van Hogesteyn, en door den nieuw benoemden pater 

•Adrianus Judoci, alsmede door de mater van het Oude Hof, 

Katrijn iacobsd'. , «en hare adjunct Maritgen Jacobsd'. 

Nog trad als getuige op frater Petrus Winckelius, pres- 
byter carmelita. 

Gedaan in het St. Jans-klooster te Haarlem. 

Zonder opschrift. 

No. 159'. Juli 1669. 

Memorie van de benoeming en de installatie van M'. 
Adriaen Joostensz. als pater van bet Oude Hof. 

Op papier, geschreven door de mater van het Oude 
Hof, Katryn Jacobsd'. , en onderteekend door de //oude 
capittelaers"., waarvan slechts drie namen leesbaar zijn , 
namelijk : Anna Gerritsd'. , Maritgen en Anna Dircksd'. 

Zonder opschrift. 

No. 158. 7 Juni 1571. , 

Scbepenbrief , waarbij een poel met water en riet ver- 
kocht wordt door de Memoriemeesters aan het Oude Hof. 

Op perkament, met de zegels van den baljuw en den 
schout van Bergen. Zonder opschrift. 

No. 150. 27 December 1571. 

Schuldbrief, waarbij het Jonge Hof bekent geleend te 
hebben van het Oude Hof een halve last rogge. 

Op papier, geschreven en onderteekend door den pater 
van het Jonge Hof, Heer Gerrit Jansz. van aecken ; als- 
mede door de mater, Maritgen Gherrits, en de raider- 
auste suster des conuents Marigen remmendochter." 

Zonder opschrift. 



BDdregen Qesoh. BisdJ t. Haarlem. X* Doel. 14 



210 



EENIGE MEDEDEELINGEN 

OMTRENT 

HET REGULIEREN-CONVENT EN ANDERE GEESTELIJKE 

GOEDEREN 

onder Leijerdorp. 



, Behalve dat verschillende kloosters voor de'Hervorming 
buiten de stad Leyden gelegen waren , behoorden nog vele 
andere vaste goederen aldaar te dien tijde aan kerken 
en geestelijke 'gestichten. Uit brieven , processtukken en 
aanteekeningen 9 berustend op het Hofje van Nieuwkoop 
te 's Gi:avenhage, afkomstig van Jonkheer Arend van 
Dorp , Heer van Maasdam en in Middelharnis , den vriend 
en raadsman van den Prins van Oranje', ben ik in staat 
de volgende bijzonderheden mede té deelen, omtrent eenige 
dier goederen, onder Leijerdorp gelegen, en door koop 
gekomen aan den bovengenoemden Heer van Dorp. 

In eene eigenhandig geschreven aanteekening, deelt hij 
zelf het volgende mede, omtrent dien koop en de aan- 
leiding daartoe : ') 

yin den Eersten zoo doet te noteren, dat ick Arent van 
yDorp, verstaen hebbende in fine Julij xv^xziiij hoe dat 
#Zijne Ex""^^ dootlijck zieck lach binnen de stadt van Rot- 
yterdam, vuijt middelborch daerwaerts gereist ben, ten 
i^eijnde dat Zijne Ex^^^ mij zoude willen aenwisinge doen , 
yaen wien end^ wanneer ick zoude mogen crigen t Bem- 
iybourssement van Thien dusent guldens, die Ick Zijne 

• 

I) Wagenaar in het 6« deel van z^'ne Vaderl. Historie vermeldt eveneens 
(op bladz. 267) de verkooping der geestel. goederen aan van Dorp,, doch 
h\j spreekt van 144 in plaats van 184 morgen, en geeft de aanleiding 
tot den koop niet volkomen juist aan. 



211 

«rEx*=** tot Zijn Laetsten tocht op dillenborch gebracht hadde, 
#ende bevinden dezelue Zijne Ex"® in sobren staet doch 
i^aende beterhandt zoo ben ick daer eenigen- tijt gebleuen 
i^ verwachtende, doende niettemin middelre tijt alle assisteïï 
ir tot pparktie van het Reuictalleinent van Leijden, ende 
if ter gelegender tijt Zijn Ex"* mijn belang ondect hebben , 
i^zoo heeft dezelue den aduocaat buys bij hem ontboden , 
i^ende hem belast , hij zoude mij.n zaeke den Staten voor- 
ydragen en den zeluen te kennen geuen, hoe dat dese 
#x"* guldens gheemploieert waeren ten dienste van ir, 
#gemeene zaeke, datse daeroê den scult op hen w/Aen 
ir nemen, en ordre gheuen, dat Ick betaelt mQchteM/erd- 
/yden, verclaren de zelue Zijne Ex"®, dat zonder zulcke 
f mijne assistentie hij noijnt van dillenborch en zoude heb- 
fben connen scheiden, etc; de zaeke den Staten voorge- 
le dragen wesen deur den aduocaet, zoe hebben zij den.sóult 
f eijntel"". op hen genomen , maer en wisten geen middel 
f voer handen, om mij op deerste te bet", aengesien de 
f groon Laste van t Reuictaillem voirsz. , dwelck bij mij 
fgehoirt, zoo ben Ick te Raide ghewerdden, jae hebbe 
i^den Staten doen aendienen, dat Ick tot de voirsz. soë 
/yin beuren noede noch bereijt was te furneê iij°^ gulds 
#in gelde , ende iij°^ guldens in solffer die mij te buijtte 
y binnen brouwershauen cort te voiren ingebracht was, 
irmits datse mij in bet* van geheele soe zouden gheuen 
f tcloistre van Leyerdorp met geestel^. Landen dromtrent 
f ter concurrêtie vande voirz. söme, hierop een wijl tijts 
yberaidtslacht zijnde , zoe es deur tusschenspreken vanden 
f aduocaet buys voirn. den coop ghepasst, zoo blijcken 
#mach bijde brieven daeruan wesen." ') 

1) Volgend eene andere nota van van Dorp, betaalde h\j beide sommen 
in daalders, die hij zich daartoe met veel moeite verschaft had, en die in 
1572 eenendertig, in 1574 vijf en dertig, en in 1579, bij de teruggave 
der goederen , veertig stuivers het stok golden. 



212 

Drie maanden lang duurden de onderhandelingen tus- 
scben de Staten van Holland en Jonkheer van Dorp, eer 
dat deze de door hem gewenschte beschikking gekregen 
had, hoewel toch de Staten reeds voorloopig, bij hunne 
resolutie van 28 September 1574 hadden vastgesteld: dat 
zij de door van Dorp aan den Prins geschoten som van 
10,000 guldens, als ten bate der algemeene zaak gediend 
hebbende , ten hunnen laste namen , en dat zij hem , ter 
betaling daarvan, landerijen te zijner keuze zouden over- 
dragen; waarbij zij tevens Jonkheer Abraham van Al- 
monde, burgemeester van Delft, M'. Jacob Pauli, Secre- 
taris van Dordrecht, en Johan van Brouckhoven, reken- 
meester des Eonings in Holland committeerden , om zich 
met van Dorp te verstaan, omtrent de perceelen, die bij 
in betaling zou willen aanvaarden. 

Zqoals uit de aanteekening van van Dorp blijkt, was 
het zijn doel, bij zijne voorstellen aan de Staten, eigenaar 
te worden van het klooster te Leijerdorp in de eerste 
plaats, en verder van andere daaromtrent gelegen lande- * 
rijen; maar de onderwaterzetting van dat deel van Hol- 
land voor het ontzet der stad Leijden, belette een onder- 
zoek naar, en dus ook eene keuze van die landen, zoodat 
de drie benoemde Heeren aan hunne commissie geen ge- 
volg konden geven, en ook de koopacte zelve, die op 
25 October 1674 werd getéekend, geene gespecificeerde 
opgave konde bevatten van de onroerende goederen, die 
de Staten aan van Dorp in betaling afstonden , maar alleen * 
in het algemeen vermeldde, dat de Staten van Holland 
aan Jonkheer van Dorp 134 morgen lands, toebehoord 
hebbende zoowel aan de Regulieren en aan de kerk als 
aan andere geestelijke personen , eo gelegen onder Leijer- 
dorp, verkochten, onder voorwaarde, dat van Dorp ge- 
houden zoude z^n, om binnen zes maanden na dato ter 
Rekenkamer van Holland verklaring af te leggen en op- 



213 

gave te doen van de perceelen, die hij ten beloope van 
184 morgen voor zich zou verkozen hebben» Bij het sluiten 
van den koop was tevens bedongen, dat van Dorp aan 
den Raad der Staten, eenen maaltijd of banket zou aan- 
bieden, welke dan ook werkelijk te Delft in //het Schaeck" 
werd gehoudei\, en aan van Dorp 94Carolu8 guldens 
kostte , terwijl hij nog daarenboven aan M'. Paulus Buijs , 
voor zijne hulp, een geschenk voor 100 £ vlaamsch 
vereerde. 

Reeds vóór de onderteekening van den koopbrief had 
van Dorp zich in aanraking gesteld met zekeren Adriaan 
Mourijnsz. of Maurynsz., wonende te Leijden,' en in zijne 
hoedanigheid van ontvanger der geconfiskeerde en gean- 
noteerde goederen onder Leyerdorp, zeker het best ge* 
schikt om hem met raad en voorlichting bij te staan. 
Deze persoon werd nu, bij den aankoop en het beheer 
der goederen, de regterhand van van Dorp, en behar- 
tigde zijne belangen van den beginne af aan met den 
grootsten ijver, niettegenstaande den onzekeren toestand, 
waarin die nieuw verworven bezitting van den beginne 
af aan verkeerde. De.koopacte toch moest worden aan- 
gevuld, door de verklaring yan van Dorp ter Reken- 
kamer, want uit de koopacte alleen, die niets specificeerde, 
kon hij geen regt öp een of ander bepaald perceel , zelfs 
niet op het klooster van Leijerdorp bewijzen, en door 
allerlei tegenspoed, kon hij tot de verkiezing der landen 
niet geraken. Uiterlijk op 25 April 1675 moest zijne ver- 
klaring in de Rekenkamer berusten , maar toen hij in 
den loop der maand April te Leijden kwam, begon het 
land eerst droog te worden , zoodat hij nog tot geene keuze 
kon overgaan. Toch gelastte hij aan Mourynsz. , om voor. 
hem alvast eenige landen in beheer te nemen, namelijk, 
behalve het Regulieren- klooster, met zijne tuinen en 
boomgaarden en daarom gelegen singels, de overige daar- 



214 

toe behoorende , in den monnikenpolder gelegen , goederen, 
naarmate zij droog zonden worden , en twee andere per- 
ceelen , die hooger gelegen waren , dan alle andere lande- 
rijen, en dus grootere waarde hadden daar zij van geene 
watermolens afhankelijk waren: het eene groot 16 mor- 
gen, 45 roeden, afkomstig van de Commanderij van St. Jan 
te Haarlem, gelegen tusschen de Broederskade, den Rijn, 
den Otweg en de Doeswetering, naast de woning van 
zekeren Pieter Oloffsz., die tevens huurder van dit per- 
ceel was; het andere, groot 3 morgen, afkomstig van de 
kerk van Leijerdorp, gelegen in het Eerkebon. 

Nu van Dorp weder onverrigter zake uit Leijden had 
moeten vertrekken , kon de verkiezing der landen en zijne 
verklaring daaromtrent ter Rekenkamer niet plaats hebben 
binnen den bij de koopacte bepaalden termijn , en hoewel 
hij nu eigenlijk op geen enkel stuk land eenig regt kon 
doen gelden, maakten de Staten toch geen bezwaar, dat 
Mourijnsz., de bovenbedoelde landen ten name van van 
Dorp verpachtte, en evenmin, toen hij daarna hetzelfde 
deed met eenige achtereenvolgens droog wordende gron- 
den, onder andere die van het Kapittel van Hogelande 
te Leijden, door van Dorp hem wederom per brief aan- 
• gewezen als goederen , welke hij boven andere wenschte 
te bezitten; en evenmin vorderden de Staten, dat Mou- 
rijnsz rekening van zijn gehouden beheer zoude afleggen 
aan hunnen Rentmeester voor de geconfiskeerde geeste- 
lijke goederen , hetgeen toch had behooren te geschieden , 
zoolang van Dorp zijne verklaring niet had afgelegd. 

Deze laatste was intusschen door den Prins ter vrede- 
handeling naar Breda gezonden , doch kwam ónmiddelijk , 
nadat de onderhandelingen afgebroken waren, naar Leijden, 
om thans zijne eigene zaken in orde te brengen. Doch 
nauwelijks daar aangekomen, vernam hij, dat de Span- 
jaarden op verschillende punten aanvallen beraamden , 



215 

onder anderen op Zierikzee, waarvan hij gouverneur was. 
Onverwijld moest hij dus derwaarts vertrekken, slechts 
kon hij aan Mourynsz. eene schriftelijke opgave achter- 
laten van alle landerijen , die hij onder Leijerdorp wenschte 
te bezitten, en welke van toen af alle door Mourynsz. 
voor hem werden verpacht. Tien maanden duurde het 
beleg van Zierikzëe, en toen van Dorp, na de overgave 
der stad, op 3 Julij 1676, van daar vertrok, riep de 
Prins hem op, om in Zeeland voor 's lands zaken werk- 
zaam te zijn, en zond hem wederom naar Gent, waar 
nieuwe onderhandelingen werden aangeknoopt. Aldus in 
de onmogelijkheid gesteld , om naar Holland te reizen , 
zond van Dorp in October 1676 aan Mourijnsz. eene vol- 
magt, om namens hem met gecommitteerden der Staten 
de verkiezing der landen onder Leijerdorp te doen ; doch 
toen Mourynsz. zich nu met zijne volmagt tot de Staten 
wendde, begonnen de moeijelijkheden van die zijde. Van 
Dorp had aan Mourynsz. een' brief gezonden voor Nicolaas 
van der Laan, oud-Burgemeester van Haarlem, om zijne 
voorspraak bij de Staten te verzoeken, en mondeling 
drong Mourynsz. dat verzoek bij van der Laan nog nader 
aan. Deze raadde hem, een verzoekschrift tot de Staten 
te rigten, hetgeen hij dan ook deed, waarna men hem 
drie dagen lang van den eenen naar den anderen zond, 
totdat hij ten slotte tot antwoord kreeg, dat de Staten 
het verzoek geheel van de hand wezen , en voor de keuze 
der landen op de overkomst van van Dorp zelven wilden 
wachten. 

Het zal wel niet verwonderen, dat Mourynsz. door deze 
handelwijze ontevreden was geworden op de Staten : hij 
begon zelfs, te regt of ten onregte, hunne goede trouw 
te verdenken. Herhaaldelijk drong hij nu op de spoedige 
overkomst van van Dorp aan, en schreef hem eindelijk 
op 19 December 1576 , dat de landerijen in Holland lang- 



216 

zamerhand in waarde stegen , en dat nu blijkbaar de toe- • 
leg der Staten was, om de zaak slepende te houden, om 
dan eindelijk aan hem , van Dorp , de landen toe te wijzen^ 
die zij zelve zouden uitkiezen , zoodat hij gevaar liep , om 
ten slotte het slechtste land te zullen verkrijgen. Op die 
waarschuwing kwam van Dorp nu onmiddelijk over. In 
de eerste dagen van het jaar lfi77 was hij in Holland , en, 
hoewel de Staten ook nu weder begonnen te talmen, wist 
hij het toch zoover te brengen, dat op 11 Januari] 1577 
de Rekenmeester van Brouckhoven en de Burgemeester 
van Leijden, Pieter Arentsz., gecommitteerd werden, om 
met hem naar Leijerdorp te gaan, en, na persoonlijke 
bezigtiging, de definitive keuze der landen vast te stel- 
len, die dan ook eindelijk in februar^ tot stand kwam. 
Daarbij verkreeg van Dorp de volgende landen, volgens de 
meting van den landmeter Simon Fransz. van der Merven : 
van de Regulieren te Leijerdorp: 16 morgen, 597 
roeden, 7 voet, 11^ duim; 

van de kerk te Leijerdorp: 5 morgen; 
van het Kapittel van Hogelande : 8 morgen, 567 roeden; 
van de debitaten en faliede bagijnen te Leijden : 2 mor- 
gen, 8 roeden; 

van den Proost te utrecht: 4 morgen, 326 roeden; 
van de Gommanderij te Haarlem : 16 morgen, 45 roeden ; 
van de Bagijnen te Roomburg: 19 morgen, 86 roeden; 
van de witte nonnen te Leijden: 8 morgen, 1 hont, 
6^ roede; 

van St Gatharina's zusterhuis te Leijden: 5 morgen » 
76 roeden; 

en daarenboven het perceel , waarop het regulieren-kloos- 
ter stond, met de boomgaarden , tuinen, lanen en singels, 
en de perceelen daar binnen besloten liggende, en de 
perceelen ten Noorden en ten Zuiden der lanen, bene- 
vens de weeren, die achter het klooster dwars door den 



217 

polder zich uitstrekten ^ te zamen groot 52^ morgen, be- 
halve de drie boomgaarden^ waarvan de eerste 3^ de 
tweede 2 morgen en de derde 3 hont groot waren, ') 

Van Dorp had dus meer gekozen, dan de 134 morgen, 
die bij van de Staten gekocht had; het blijkt mij echter 
uit geene bescheiden, of hij dat meerdere afgestaan of 
behouden heeft; doch in een brief van Maart 1577 ves- 
tigde Mourijnsz. zijne aandacht hier reeds op: sommige 
landen waren bezwaard met renten, voor wier betaling 
hij werd aangesproken, doch die bij niet durfde betalen, 
alvorens te weten, of van Dorp een deel der landen zou 
willen teruggeven. Bij de latere onderhandelingen over 
de teruggave der goederen aan de Staten, is echter steeds 
sprake van 134 morgen, en niet meer. 

Intusschen trachtte van Dorp zijne nieuw verkregen 
bezitting reeds van den beginne af aan uit te breiden, 
door rondom Leijden geestelijke en andere goederen aan 
te koopen, zooals uit verschillende brieven van Mourynw. , 
blijkt , die met de onderhandelingen daarover belast schijnt 
te zijn geweest. ') Ook kreeg hij nog van den Prins van 
Oranje eene nieuwe beschikking, waarbij hem nog meer- 
dere geestelijke goederen werden toegelegd, tot betaling 
der verloopen rente van de door hem voorgeschoten 
10,000 guldens; uit het. volgende stuk blijkt echter , dat 
van Dorp uit die beschikking geen voordeel heeft willen 
trekken, wat niet overeenkomt met het baatzuchtig ka- 



1) Uit eene vergelijking tusschen deze opgave en de rekeningen van 
Moarynsc. over 1575 en 1576 bigkt, dat hg in die jaren sommige per- 
ceelen voor van Doi^p heeft verpacht, die deze in 1577 niet nitkoos^ en 
dat deze . omgekeerd ook enkele stukken koos , die Monrynsz. nog niet voor 
hem beheerd had. 

2) Uittreksels der brieven van Monrynsz. op den aankoop van geestelgke 
goederen betrekkelgk, deel ik hierachter, aanhangsel A. mede. 



218 

rakter, dat de Groot hem in zijne Nederlandsche Jaar- 
boeken toeschrijft. ') 

De bedoelde verklaring luidt aldus : 

irComme ainsy soit qu'il a pleu a hault et puissant 
Seignr, Monselgiïr Le prinche daurange, etc. dordonner 
de son propre mouvement que pour 1 Interest des dix mil 
florins par moi Aernt van dprp levez pour son Ex*'® sur 
mon credit et a Icelle livrez a dillenburch personnelle- 
ment en may xv^xxij, Lon me furnirait La valleur de 
deux mille cincq eens florins et ce en biens ecclesiasticques^ 
Je ledict van dorp obeissant a Lordonnance susdicte, ne 
veuUant touttefois prouffiter aulcunemént dudict interest 
ni y ptendre chose quelconque coe nestant mon stil ny 
de* mon gibier, Ay promis et promectz ainssy par cette 
pnte dé mon propre mouvement et franche volunte de 
rendre et restituer a son Ex*"*^ ou bien a la cause comune 
ceque jen polrai rabbattre en accordant avecq le marchant 
en quoi je feray tout debvoir et office dhome de bien. 
Tesmoin ceste signe de mon nom. Le ix*^ de mars xv'lxxvi 
stil de court. (S^gnë) Aernt van dorp. 

Zooals ik boven reeds zeide, begon Adriaan Mouryndz, 
reeds in 1574' voor van Dorp te administreeren , eerst 
het klooster der Regulieren, later, naar mate het water 
wegtrok, de andere landerijen. Een deel dezer laatste, 
bouw- , wei- en hooilanden verhuurde hij ; \naar dit ging 
niet gemakkelijk: de onzekere toestand, waarin Holland 
verkeerde, had een' nadeeligen invloed op alle zaken en 
drukte de huurwaarde der vaste goederen; Mouryiïsz. 
verpachtte de landerijen telkens slechts voor één jaar en 
kon nog voor vele landen geene huurders vinden; die 
landen moest hij dus in eigen beheer houden, maar ook 




I) Nederl. Jaarboeken, bl. 218. 



219 

daarin was hij niet steeds gelukkig: in 1575 bijv. kon 
hij geen maaijers vinden voor het hooiland^ daar de zeisen 
afstompten op het doorweekte gras ; de veld vruchten brag- 
ten ook weinig op; en de gebrekige huurders durfde hij, 
om de verschuldigde huurpenningen over 1575 en 1576 
niet aanspreken, daar hij tegenover hen de regten van 
van Dorp op de landen niet bewijzen konde, zoolang de 
verkiezing en de verklaring deswege nog bleven ontbreken. 

Zijne voornaamste zorg in den beginne was dan ook 
het sloepen van het Regulieren klooster, dat hij dadelijk 
in bezit nam. 

Dat klooster, Engelendaal genaamd, volgens den schrij- 
ver der Rijnlandsche oudheden , omdat ter plaatse , waar 
het gebouwd werd, het gezang der Engelen zoude zijn 
gehoord , lag aan de ove»zijde van den Rijn , omtrent het 
veer van Leijerdorp. *) Het werd gesticht in of kort voor 
1400 door Petrus van der Poel, en was bewoond door 
Reguliere kanunniken van de orde van St. Augustinus, 
behoorende tot de Congregatie van Windesheii^. ') De 
gebouwen, waaruit het bestond, hadden met de beeld- 
stormerij en met het beleg van Leijden weinig schade 
geleden, en bevonden zich blijkbaar nog in goeden staat, 
toen van Dorp ze in October 1574 aanvaardde; een der 
kloosterlingen was zelfs in Leijerdorp gebleven, zooals 
uit een later te vermelden brief van Mourynsz. aan van 
Dorp blijkt ; alleen schijnen alle meubelen en kerksieraden 
uit de gebouwen verwijderd te zijn geweest, voor dat 
van Dorp die in bezit nam , want van roerende goederen, 
die zich daarin zouden bevonden hebben, wordt in geen 



1) JDrlers, Beschrijving der stadt Legden, bladz. 123. 

2) J. C. van Slee, de klooster-vereeniging van Windeslieim, bladz. 191^ 
Deze Schr^ver heeft ten onregte vermoed, dat het klooster in of kort na 
1566 zou zgn gesloopt; ook zijne opgave omtrent de kloostergoederen blijkt 
minder juist. 



220 

der brieven van Monrynsz, en in geen der rekeningen of 
kwitanties melding gemaakt. Het klooster lag, zooals 
boven vermeld is, te midden van de daarbij behoorende 
tuinen en boomgaarden en andere bouwlanden , omgeven 
van singels en lanen, beplant met vele elzen en essen- 
heesters, die Mourynsz. in 1575 en 1576 aan verschillende 
personen verkocht en waarop vele zware eiken zich ver- 
hieven. Een groot aantal dier hoornen werd op 28 October 
1574, op last der Staten, gehouwen, en in de Wetering 
gebragt, om deze daarmede te versperren, en aldus een 
nieuwen aanval der Spanjaarden langs den Haarlemmer- 
meer te. verijdelen. Bevreemdend is zeker die handeling 
der Staten, met het oog op het drie dagen te voren met 
van Dorp gesloten koopcontract , en teregt beklaagde déze 
zich daar dan ook over , doch %te vergeefs : de boomeïf 
werden hem niet teruggegeven en evenmin werd hem de 
hem toegebragte schade vergoed j die hij op 500 £ be- 
grootte, ook met het oog op de mindere waarde, die de 
overblijvende boomen nu zouden hebben. Deze verkocht 
hij, nadat hem nogmaals verscheidene boomen ontnomen 
waren, zoóals wij lager zien zullen, op 15 Maart 1576 
voor 515 & 4 sch., terwijl hij nog daarenboven in 1575 
zeventien honderd, en in 1576 vijf-en-dertig honderd eiken 
takkebosschen verkocht, behalve hetgeen hij voof eigen 
gebruik behield, en hetgeen hij als wintervöorraad ten 
geschenke zond aan de te Leijden wonende nonnen, uit 
de abdij Leeuwenhorst '), en aan zijne schoonzuster Juf- 
vrouw Anna Grellet ') , de laatste priorin van St. Oeciliën- 
convent te Leijden. 



1 ) Mourynsz. was aangesteld als ontvanger der goederen yan de abdg yan 
Leeuwenhorst of ter Lee; (zie Kabinet van Nederl. en Kleefscbe Ondb. II , 
bladz. 225) in verschillende zijner brieven komen bijzonderheden omtrent de 
Jaivroawen van ter Lee voor, die ik als aanhangsels, hierachter mededeel. 

2) Zuster Anna Grellet woonde toen te Legden in bij Jufvrouw Francisca 



221 

De boomgaarden, (in een daarvan bevond zich een vijver) 
onderscheiden als Noord-, Oost- en Zuid-boomgaard, be- 
vatten kersen-, appel- en perenboomen; zij werden jaar- 
lijks door Mourynsz. yerpacht, en dat wel in 1575 voor 
280 dB; in 1576 voor 102 £ en in 1577 voor 245 dB, 
dit laatste niettegenstaande een zware storm , in Januarij 
1576, in die boomgaarden niet minder dan 130 appel- 
en perenboomen had omgeworpen. 

Het convent zelf bestond uit verschillende gebouwen, 
deels met riet, deels met pannen en leijen bedekt. Dank 
zij de wijdloopigheid , waarmede de aannemers, die de 
gebouwen sloopten, hunne kwitantien inrigtten, zijn eenige 
bijzonderheden omtrent het convent bewaard gebleven. 

Op den voorhof stond het poorthuis, het bouwhuis, de 
rosmolen en eenige schuren, alle met riet gedekt. De 
kloostergebouwen zelve bestonden uit drie panden en de 
kerk met de beide* daaraangrenzende vrouwenhuizen , alle 
met pannen of leijen bedekt. Die panden worden genoemd : 
het Noorder-pand, het lange of Zuider'pand, en het pand 
over het poorthuis. Het Noorder- pand , beginnend Noord 
westelijk van den Oost-boomgaard, bevatte de refter en 
de 'cellen der paters: het Züider-pand strekte zich uit van 
de gastkamer ten Noorden , tot Zuid het appelhuisje van 
den Zuid-boomgaard. Daarenboven vind ik vermeld de 
ziekenhuizen, een leeken-refter, (vermoedelijk hetzelfde 
als de gastkamer). een waschhuis, een appelhuis en ten 
slotte eene brouwerig met daaraangrenzende keuken, welke 
beide l^atsten geen deel van een der panden uitmaakten, 
daar beide nog overeind stonden, toen Mourynsz. reeds 
met de sloopers der drie panden had afgerekend. De 
grootte der gezamelijk^ gebouwen, met inbegrip der 



van WiBsekerke; haar jaarlijksch kostgeld , 50 Carolus guldens, werd steeds 
dooc van Dorp betaald, zooals mij uit verschillende kwitantien bleek. 



iii 

vronwenhuizen , maar zonder de kerk , kan eenigszins uit 
de volgende gegevens worden afgeleid. 

Alvorens met den leidekker accoord te maken, die de 
leidaken zou afnemen en de leijen opbergen , liet Mou- 
rynsz. die daken opmeten, waarbij bleek, dat zij te zamen 
120 roeden groot waren; in 1677 verkocht hij 14500 
leijen, die hij op het Hof in den Haag leverde; in 1676 
verkocht hij nog 4862 pannen en in 1677 voor 48 gulden 
aan riet. Volgens zijne rekeningen aan van Dorp, liet hij 
in 1575 door 10 verschillende personen 1097000 steenen 
schoonmaken en op hoopen stellen; en in 1577 nog 3000; 
terwijl hij in 1576 aan verschillende personen te zamen 
1800 groote en 4000 kleine estrikken (plavuizen) verkocht. 

De kerk blijft buiten deze berekening, omdat zij op 
29 Januarij 1677 in haar geheel, bij openbare verkooping, 
voor afbraak werd verkocht aan Mourijnsz*; in diens 
rekeningen aan van Dorp gedaan, en in de kwitantien 
der sloopers komen dus omtrent de afbraak der kerk 
geene opgayen voor. Doch uit de voorwaarden voor de 
bovenbedoelde openbare verkooping, waarin de verschil- 
lende materialen in perceelen afgedeeld, worden aange- 
duid naar de plaats, waar zij in "de kerk waren opge- 
borgen, blijkt, dat die kerk, gelegen nabij de plaats, 
waar het convent weleer stond, behalve uit het koor, uit 
vier op pilaren rustende bogen bestond. 

Al die verschillende gebouwen werden met den meestén 
spoed afgebroken. Reeds op 26 October 1574, dus daags 
na de onderteekening der koopacte, nam Mourynsz. eenen 
rietdekker aan , om terstond alle rietdaken af te nemen ; 
in de eerste dagen van November had hij reeds een bij 
hem bekend man, Adriaan Gerritsz., timmerman, te 
Haarlem woonachtig , laten overkomen , om de leiding bij 
het afbreken der gebouwen en het toezigt op de mate- 
rialen te houden; deze begon op 20 November het werk. 



223 

en werkte daaraan voortdurend door tot aan zijnen dood 
in Maart 1575. Op 6 Augustus 1575 kon Mourynsz. aan 
van Dorp melden, dat, behalve de kerk, die bewaard 
bleef als pakhuis, tot berging van de kostbaarste mate^^ 
rialen: het hout, het riet en de leijen, en behalve de 
vrouwenhuizen, de leekenrefter en de brouwerij, alle ge- 
bouwen waren afgebroken ; de steenen schoongemaakt en 
opgestapeld, dé overige materialen in de kerk opgeborgen. 
In den loop van 1575 werden nu nog de vrouwenhuizen 
en de leekenrefter afgebroken; de brouwerij, die nog was 
blijven staan, stortte gedurende den storm van 1576 in 
elkander , en de kerk eindelijk , die , zooals ik reeds mede- 
deelde, in Januari 1577 voor afbraak werd verkocht, zal 
reeds in de lente van dat jaar zijn gesloopt, daar de af- 
braak van dat gebouw, volgens de conditiën van den 
veykoop, reeds vóór Pinksteren, van het terrein moest 
zijn weggevoerd. 

Wel ging het werk dus goed vooruit, maar toch had 
Mourynsz, geene gemakkelijke taak gehad, om de mate- 
rialen voor van Dorp te bewaren. 

Tweemalen, zooals uit zijne brieven blijkt, werd Leijden 
in 1575 door een nieuwen aanval der Spanjaarden be- 
dreigd , waarbij dan de kerk groot gevaar zoude géloopen 
hebben, afgebrand te worden, daar zij tusschen de nieuwe 
hollandsche schansen aan de Dwarswetering en aan de 
Zijlbrug lag. In Maart, namelijk, kwam de tijding, dat 
de vijand bij Haarlem nieuwe werken daarstelde en tevens 
zijn leger achter Utrecht zamentrok; in Augustus vernam 
men te Leijden, dat de Spanjaarden bij Woerden tracht- 
ten door te dringen, en dat de Gousluis gevaar liep. 
Telkens kwam Mourynsz. echter met den schrik vrij, 
want de Spanjaarden naderden Leijden niet meer; maar 
des te meer moeite veroorzaakten hem de Prinsgezinden. 

Ik zeide reeds, dat aan van Dorp boomen ontnomen 



224 

waren door de Staten ^ drie dagen nadat hij van hen geeste- 
lijke goederen onder Leijerdorp had gekocht : dat voor- 
beeld vond gereede navolging bij den stadstimmerman van 
Leijden^ .Toenis genaamd. Deze was belast met het op- 
werpen van nieuwe schansen rondom de stad, en daar 
hij hout noodig had 5 kwam hij in het begin van. Novem- 
ber 1474 met zijne mannen in het convent , deed de 
eikenboomen omhakken, die hem aanstonden, en deed ze 
wegvoeren. Wel trachtte Mourynsz, dien roof te voor- 
komen door herhaalde vertoogen aan de officieren en over- 
sten der stad; maar het eenige antwoord, dat hij bekwam, 
was : #dat 'tal voer die gemeijn zaecke was" , dat was 
voldoende reden in het oog der oversten , om te nemen , 
wat men wilde hebben, hetgeen Mourjmsz. dan ook aan 
van Dorp deed schrijven, dat er schelnierij onder stak. 
Na den stadstimmerman kwamen de behoeftige inwoners 
der stad , die zich in het convent van brandhout voor den 
winter kwamen voorzien. Eerst trachtte Mourynsz« deze 
te keeren door Adriaan Gerritsz. den timmerman, in het 
convent te laten wonen; doch, daar de Leijenaars zich 
niet om 'hem bekommerden en hun gang bleven gaan , 
was hij verpligt in December 1674 al het werkvolk, dat 
gebruikt werd om het convent te sloepen, in de nog 
overeind staande gebouwen te doen overnachten, zoodat 
de materialen nu dag en nacht werden bewaakt; door 
welken maatregel aan de strooperijen der inwoners voor 
goed een einde werd gemaakt. Maar daardoor waren de 
soldaten van het garnizoen en de schutters nog niet ge- 
keerd. De laatsten trokken op 23 Augustus 1576 naar 
het klooster van Roomburg, hakten er alle vrucht- en 
andere boomen om, en kwamen daarna de vruchtboomen 
op het convent te Leijerdorp plunderen, roepende: #dat 
ir 'tal verbeurt was 1" waardoor zy zooveel schade veroor- 
zaakten, dat van Dorp aan den pachter der boomgaarden 



225 

130 gulden moest kwijtschelden, dat is bijna de balve 
pachtsom. Vermoedelijk ook uithoofde dezer gebeurtenis, 
konden de boomgaarden .in 1&76 voor niet hooger dan 
102 £f worden verpacht. 

De soldaten van het garnizoen, waaronder vooral de 
Franschen *) zich door baldadigheid onderscheidden, kwa- 
men herhaaldelijk in het cpnvent, verbraken er dé af- 
sluitingen 5 waarachter Mourynsz. de materialen in veilig- 
heid meende gebragt te hebben ^ sloegen.de bewakers ^ 
wanneer deze zich tegen hen durfden verzetten ^ en namen 
van hetgeen zij vonden, vooral van het hout, al wat zij 
noodig hadden , of wat hun aanstond. Telkens , schreef 
Mourynsz. aan van Dorp^ wanneer de bezetting der schans 
aan de Zijlbrug werd afgelost , kwamen de nieuw aange- 
komen soldaten in het convent^ en maakten zich met 
geweld meester van het hout^ dat zij noodig hadden voor 
het oprigten hunner hutten, zeggende, dat de Burge- 
meesters hun daartoe last gegeven hadden. Het moge 
vreemd klinken, toch is er wel red^n om aan te nemen ^ 
dat de Burgemeesters de hand hebben gehad in de her- 
haalde plunderingen van het convent door de soldaten, 
aan wie zij trouwens zelve het voorbeeld gegeven hadden. 



1) Over de fransche soldaten van het garnizoen schreef Jonkheer Jan van 
der Does en van Noordwgk, gonvernear der stad Ledden , op 2 November 
1574 aan van Dorp : 

«De frauchoisen , deweicke behalue dat zij goede huysuestinge en genoech 
seruice vanden borger hebben, (moeten) noch daerenbouen altijt veertien 
dagen te voren op de handt betaalt werden , ofte bg gebreecke vandien den 
borger alle moetwillicheyt en ooltraige aendoen, bijsoder den gheene daer 
zij.gewelt ouer hebben; gelijck zijloijden oick op hoijden, terwglen lek 
int scryoen was van desen, roetter daet genoocb hebben doen blgcken , 
eiï dat aen de Cellebroeders (de welcke wij nochtans no ter tijt , aengesien 
de groote sterfte alhier , ueel qaalgcker dan de franchoisen ontbeeren men- 
gen) de welcke z^ op6bair berooft en geplondert hebben en drije hondert 
gh. aen gelde affhaudich gemaickt , beholoen dat zg den pater duerêbooen 
noch deor zguen arm gesteecken Hebben. 

Bydragen Gesch. Bisd- r. Haarlem Xe Deel. 15 



226 

D^t vermoeden grond ik op de volgende gebeurtenis* Op 
het einde van 1575 of in het begin van 1576, ontvoer- 
den de soldaten eene groote hoeveelheid hout , veel meer 
dan zij voor hunne hutten noodig hadden, uit het con- 
vent en bergden dat op in de schans aan de Zijlbrug. 
Vertoogen hielpen wederom niet, maar van Dorp wilde 
toch ook niet al dat hout voor niet afstaan* Hij verkocht 
het dus, bij den openbaren verkoop van materialen op 
29 Januarij 1577 als een afzonderlijk perceel; het werd 
voor -40 gulden (hoewel het 150 gulden waard was) ge- 
kocht door zekeren Dirk Janssen Smit. Toen deze echter 
het gekochte wilde weghalen, werd hem dit herhaaldelijk 
door de Burgemeesters belet; die in die weigering bleven 
volharden, zelfs toen Jonk beer Jacob van der Does zich 
de zaak aantrok en de belangen van Dirk Janssen bij 
hqn voorstond. Van der Does beloofde daa]K>p, dat hij 
zich van de sleutels der schans zou weten meester te 
maken, en dat hij op die wijze Dirk Janssen aan zijn 
eigendom helpen zou; maar- dit plan schijnt verijdeld te 
zijn, en de Burgemeesters hebben waarschijnlijk het hout 
ten dienste der stad tot zich genomen en. gebruikt, want 
in eenen brief van 30 November 1579, schrijft Mourynsz. 
nog aan van Dorp, dat hij nog steeds te vergeefs bij de 
Burgemeesters aandrong tot betaling van het hout, door 
de soldaten in de schans gevoerd. 

De vrees voor den moedwil der soldaten was zoo groot, 
dat Mourynsz., toen hij op 15 Maart 1575 de gerooide 
boomen zoude verkoopen , de hulp van Foei van Brouck- 
hoven. Baljuw van Rhijnland inriep, aan wiens tegen- 
woordigheid en tusschenkomst hij het toeschreef, dat de 
kooplieden den moed hadden om te koopen, hetgeen zy 
anders niet zouden hebben durven doen, uit vrees, dat de 
soldatei) het gekochte, als het langs de schansen werd 
weggevoerd, met geweld daarin zouden halen. Tot in het 



227 

begin van het jaar 1576 wanhoopte Mourynsz. er aan, 
dat hij de materialen langer voor van Dorp zou kannen 
bewaren: een deel daarvan deed hij naar Leijden bren- 
gen , waar hij het aan de hoede der gasthuismeesters van 
St. Lysbeth-gasthuis toevertrouwde ; en hij* stelde aan van 
Dorp voor, een gebouw te Leijden te huren of te koopen, 
om al het overige daarheen te brengen ; het klooster van 
Room *), waarvan in de hierachter opgenomen brieven 
van Mourynsz. sprake is, wilde hij koopen, om het als 
bergplaats te gebruiken, daar het gebouw op zich zelf 
oud was en toch moest worden afgebroken. Die koop kon 
echter niet doorgaan, daar de Burgemeeaters het kloos- 
ter, onverwachts, in strijd met hunne afspraak met Mou- 
rynsz., aan den Lomberd verkochten, zoodat, daar ook 
het huren van een huis aan Mourynsz. niet schijnt gelukt 
te zijn, de materialen in de kloosterkerk gebleven zijn, 
zonder dat ik in volgende brieven nog klagten over de 
plunderzucht der soldaten gevonden heb. Nadat die mate- 
rialen in21577 verkocht waren en de kerk daarop was 
afgebroken, werden de fondamenten in 15.78 uitgegraven, 
de grachten voor een groot deel digt geworpen en de 
grond gelijk gemaakt, waardoor elk spoor van het regu- 
lieren convent te Leijerdorp verdwenen was. 



Nadat van Dorp dan in het begin van het jaar 1677 
de materialen had verkocht en de kquze der landerijen 
had gedaan, scheen alles in orde, en zou de tijd aan- 
breken, waarop hij rustig bezitter zijner goederen zou 

1) Het klooster vao Room is waaYschijDl^k dat der zusteren van Romen, 
yolgens Orlers, t. a. p. bladz. 120, gelegen op het Rapenburg bij de Doele- 
bmg, bewoond door nonnen ?an de orde van St. Angnatinas. 



228 

« 

zijn ; de Burgemeesters en de soldaten van Leyden konden 
het hem niet meer lastig maken , en hij was nu in staat 
de kwade betalers geregtelijk te vervolgen. Ongelukkig 
voor hem was de uitslag echter geheel anders, en be- 
gonnen de grootste moeijelijkheden eerst nu voor hem: 
zijn eigendomsregt zoude nu worden betwist, ^^Corts hier 
naer" (na de verkiezing der landen in 1577) //zoe hebben 
#de kerckmrs van Leyerdorp , ende Comandeur van haer- 
g\em metter daet vuijt de possessie gestelt , ende theure 
Af beliefte verhuert zekere ptien van Lande, bij mij ver- 
rkosen" ; zoo klaagt van Dorp aan de Staten , tot wie hij 
zich in April 1677 te Dordrecht vervoegde, en aan wie 
hij hulp vroeg tegen zijne beide nieuwe » tegenstanders. 

Deze hadden evenwel niet juist gewacht, totdat van 
Dorp zijne keuze zoude hebben gedaan, om zich van 
hunne goederen, voor zopver hij die gekozen had, weder 
meester te maken: de tijdsomstandigheden leidden. er toe, 
dat het verzet juist in den aanvang van 1577 met vrucht 
kon beproefd worden, en niet vroeger. Althans dit is waar 
voor den Commandeur, die zich beriep op de Pacificatie 
van Gent, die op 8 November 1576 was geteekend, en 
op de voorwaarden der daarop, op 22 Januarij 1577, 
gevolgde toetreding der stad Haarlem. De kerkmeesters, 
die hun regt beweerden te ontleenen aan een reeds vroe- 
ger genomen besluit der Staten, hadden dat regt voor- 
zeker dus ook reeds eerder kunnen doen gelden, doch 
hebben zich waarschijnlijk niet afzonderlijk durven ver- 
zetten tegen 's Prinsen Raadsman, doch de gelegenheid, 
die zich, door het' optreden van den Commandeur, aan 
hen voordeed, te baat genomen, om zich wederom van 
de kerkegoederen meester te maken. 

De tegenstand van den Commandeur, hoewel hij niet 
openlijk optrad, doch den pachter dérCommanderij -goederen 
liet handelen, dagteekende reeds van den aanvang af. 



229 

dat van ^orp aanspraak op de geestelijke goederen onder 
Leijerdorp begon te maken. Terstond nadat hij in April 
1575 het Commanderij-land aan Mourynsz. had aange- 
wezen 5 had deze op zijnen last die keuze ter kennis ge- 
bragt van den pachter, Pieter Oloffsz., met aanzegging, 
dat hij voortaan de pachtpepningen in handen van hem 
of van van Dorp betalen moest, en aan niemand anders. 
Oloffsz. liet zich dit zeggen, maar toen hem inlichtingen 
omtrent zijn huur gevraagd werden, weigerde hij elke 
mededeeling. Mourynsz. gaf na die eerste 'poging den moed 
niet op, en sprak hem er kort daarna wederom over aan; 
hij dischte toen een geheel verzonnen verhaal op , waar- 
door hij Mourynsz. nog even wijs liet, als te voren. Van 
Dorp ging toen zelf onderzoeken, hoé de zaak gelegen 
was, en kreeg weldra van den Rentmeester der goederen 
van de Commanderij te Haarlem, Cornelis Pietersz. Beau- 
mont, ook genaamd Cornelis Pietersz. in de Roes, te 
Delft, de gewenschte médedeelingen. Toen OloflPsz. nu 
bemerkte, dat uitvlugten niet meer hielpen, erkende hij 
dat hij in 1572 voor negen jaren van den Commandeur 
had gehuurd. Maar nu was van Dorp nog niet veel ver- 
der, want Oloffsz. weigerde volstandig hem eenige huur 
te betalen, en zoolang de definitive keuze door van Dorp 
niet was gedaan, kon hij, den weerspannigen boer niet 
in regten roepen. Maar toen de zaak bijna in orde was, 
op 22 Januarij 1577, ging hij met den Notaris Salomon 
Lenaertsz. van der Wuert , van Leijden , naar Oloffsz. toe , 
ona de pachtpenningen over.de twee verloopen jaren ge- 
regtelijk op te vorderen, maar tevens, om, door schoone 
beloften, Oloffsz, te bewegen, het land te verlaten, en 
van de verdere huur af te zien. Maar ook dit baatte niets: 
de boer liet van Dorp praten, en antwoordde op al zijne 
beloften en voorstellen eenvoudig, dat hij niet wist, wat 
hij daarop zeggen zou. Maar huur betaalde hij niet, en 



230 

aan vertrekken dacht hij allerminst. Zijne gebeele hou- 
ding, ook in den volgenden loop der s^ak, toont duidelijk 
aan, dat hij, in overleg met den Commandeur, het land 
der Commanderij voor dezen trachtte te bewaren. Hij was 
zoo weinig bevreesd geworden door het bezoek van van 
Dorp en den Notaris , dat hij , toen Mourynsz. in de eerste 
dagen van Februarij hem wederom tot betaling aanmaande, 
aan dezen ten antwoord gaf, dat hij aan van Dorp geene 
betaling wilde geven, want dat tdie here van haerlem, 
#also zij cruysheren zijn en opten turck dienen, tzelve 
i^landt wel wederom zullen crijgen." En als of dit nog 
niet genoeg ware, om van Dorp te tarten, moeslt Mou-- 
rynsz. hem eene maand later (10 Maart 1677) melden: 
dat Oloffsz. er zich openlijk op beroemde, naar Haarlem 
te zijn gegaan, en met den Commandeur eene nieuwe 
huur gesloten te hebben. En daarbij zelfs liet hij het niet 
blijven: hij wist de boeren in den geheelen omtrek zoo- 
zeer tegen van Dorp op te zetten, dat niemand in 1577 
zijn land wilde of durfde pachten; op 5 Maart van dat 
jaar, zoude Mourynsz. de landerijen weder voor een jaar 
openbaar verpachten, doch slechts één persoon verscheen 
ter plaatse, waar de verpachting zoude plaats hebben; 
zoodat deze niet kon doorgaan, en Mourynsz. aan van 
Dorp den raad gaaf, het land met ossen te beweiden » 
daar de boeren, als van Dorp zijne regten niet feitelijk 
bleef uitoefenen, het land zelf in bezit zouden nemen, 
om het hem te ontnemen; terwijl hij verder als zijne 
meening te kennen gaf, dat van Dorp moest trachten, op 
welke wijze dan ook, Oloffsz. te verwijderen , daar hij de 
boeren niet alleen opstookte , maar ook door zijnen invloed 
en kwaadsprekendheid bewerkte , dat geen boer , zelfs niet 
in Noord- Holland, meer op gepachte geestelijke goederen 
durfde te komen. 

Zoo stonden de zaken in den aanvang van 1677 te 



281 

Leijerdorp, toen de kerkmeesters het voorbeeld van den 
Commandeur begonnen te volgen, en het kerkeland zelf 
trachtten te verpachten. Dit gelukte hun niet evengoed 
als aan den Commandeur. De vijf morgen, die van Dorp 
van de kerk bezat, waren in drie gedeelten verhuurd 
door van Dorp; de kerkmeesters trachtten met alle drie 
de huurders huur aan te gaan , maar zij slaagden slechts 
met één hunner; de*beide anderen durfden het niet wagen, 
daar de kerkmeesters hun het ongestoord bezit niet durf- 
den verzekeren , wat Mourynsz. van zijnen kant wel deed ; 
deze beide sloten daarom voor 1577 weder een nieuwe 
huur met Mourynsz. namens van Dorp. De kerkmeesters 
zochten toen steun bij den schout van Leijerd9rp, Cor- 
nelis van Poelgeest, die zich werkelijk hunne zaak aan- 
trok, en zelfs zoover ging, dat hij op 11 April 1577 met 
zijn zijdgeweer gewapend, zich naar het land, door van 
Dorp verpacht, begaf; daar vond hij Cornelis Claesz. aan 
het ploegen: hij gelastte hem zijne paarden uit te span- 
nen en van het land te vertrekken; en toen Claasz. aan 
dien last niet onmiddelijk voldeed, begon de Schout met 
eigen hand de strengen der paarden los te maken , waarop 
Claasz., die in dé verte nog meer gewapende mannen zag 
'aankomen, zich aan den Schout onderwierp, en het land 
verliet. 

Nadat aldus de Commandeur en de kerkmeesters open- 
lijk begonnen waren zich als eigenaars te gedragen van 
de landen, door van Dorp van de Staten gekocht, en dat 
wel blijkbaar met goedkeuring der bevolking, wendde van 
Dorp zich tot de Staten, en trachtte reeds dadelijk de 
argumenten zijner tegenpartij te ontzenuwen : de kerk- 
meesters , die zich beriepen op eene resolutie der Staten , 
waarbij hun h^t kerkeland zoude zijn gerestitueerd, be- 
antwoordde hij met de opmerking^ dat die acte was ver- 
leden, lang nadat hij de landen gekocht had, zoodat zij 



232 

hem niet kon worden tegengeworpen '), hij onfkende ver- 
der, dat een beroep op de Pacificatie van Gent, of het 
tractaat van Haarlem den Commandeur konde baten, en 
dat deze in elk geval noch uit de eene noch uit het 
andere de bevoegdheid konde verkregen hebben, tot de 
handelingen, die hij thans pleegde; aan Oloffsz , die be- 
weerde geen ander eigenaar te kennen , dan den Comman- 
deur, van wien hij gehuurd had, wierp hij tegen, dat 
hij hem had doen insinueeren, dat hij, van Dorp, de 
landen der Commanderij had gekocht. 



1) De hier bedoelde resolutie der Staten was de Acte en Ordre , doo- 
pende de regébringe der Kerckengoedereu , enz. van 2 Maart 1575 (te vinden 
in het Kerkelijk Plakaatboek van N. Wiltens, Deel I, bladz. 218) waarbg 
de aanstelling van Kerkmeesters werd gelast, welke de goederen aan de 
kerken behoord hebbende, zelfs al waren zij verkocht, zouden aanvaarden, 
met regt in het laatste geval, om de nog onbetaalde kooppenningen te 
ontvangen, ten einde uit die goederen de kerken te herstellen, en het 
overschot te doen strekken tot onderhoud der Predicanten en Kerken- 
dien aars. 

In Februarij 1570 had Mourynsz. reeds aan van Dorp geschreven, dat 
hij had vernomen, dat de Prins of de Staten hadden bepaald, dat de kerke- 
landen voortaan moesten strekken tot onderhoud der predikanten; en toen 
hij in 1577 aan de Kerkmeesters van Leijerdorp,* Symon Hendricxz. en 
Jacob Oloffsz., de defiuitive keuze van van Dorp bekend maakte, antwoord- 
den hem deze : dat zij dien koop niet konden erkennen , daar zij comnaissie 
van de Staten hadden, om op de kerkegoederen een predikant te onder- 
houden. Dat het eigenlijk doel der Kerkmeesters niet was , een predikant 
te ouderhouden, blijkt uit den volgenden brie^ van Mourynsz. aan van 
Dorp van 10 Maart 1577: 

(de werklieden) zy dagelycz int werck om haer beste te doen die kerck 
wt den patrr zy ogen te doen , die airede wel gewilt hadde dezelue te mogen 
behouden, ende zeijt dat zijne tonge beneden zijne knie alsnoch metten 
cousebant geboden es ende noch niet en mach spreken, maer ouer acht 
oft ziiij dagen zalse onbonden zij"; Ende stelt met pieter oloffsz. en andere 
die van Leyerdorp den moeijtë en na ick verstaen hebbe z\j requeste oner- 
gegeven and en Staten om die kerck tot eenen prochiekercke te behouden, 
dan toffbreken en wert alsnoch niet belet. 

Het schgnt wel, dat de pater, zoowel als Mourynsz. toen de mogel^k- 
heid aannamen, dat de kerk voor de Katholieken behouden zou blijven. 



k 



233 

Het rekest aan van Dorp werd door de Staten in 
handen gesteld van den Commandeur en van de kerk- 
meesters ^ die daarop te zamen hunne bedenkingen inbrag- 
ten, welk antwoord reeds den 16 April bij apostille van 
de Staten aan van Dorp werd overgegeven, om zich 
daarop te verdedigen. De Commandeur en de kerkmees- 
ters stelden voorop, dat de goederen in geschil nooit 
waren geconfiskeerd , doch alleen waren geannoteerd, en 
de inkomsten van 's landswege waren ontvangen ; dat de 
Commandeur en de kerk den eigendom dier goederen dus 
nooit verloren hadden, zoodat zij nu, volgens de Paci- 
ficatie het gebruik er van weder aanvaarden mogten; 
^at daarenboven van Dorp te kort schoot in het bewijs, 
dat hij die goederen zoude hebben gekocht, daar de 
koopacte die goederen niet bij name aanwees, zóodat zij 
nooit facto et per traditionem waren vervreemd , terwijl 
itijne eerst in 1577 gedane keuze der goederen dit gebrek 
niet konde verhelpen, daar die keuze binnen 6 maanden 
had moeten zijn gedaan ; eindelijk dat het kerkeland moest 
strekken om de kosten van herstelling der kerk te 
bestrijden. 

Van Dorp in wiens handen het antwoord zijner tegen- 
standers werd gesteld, om daarop te dupliceeren, ontkende, 
dat het 20* artikel der Gentsche Pacificatie op den Com- 
mandeur en de Conventualen van St. Jan te Haarlem 
toepasselijk zoude zijn, omdat zij priesters waren, hun- 
nen dienst doende, gefundeerd en wonende binnen Haarlem, 
en wier goederen in Holland gelegen waren ; hij trachtte 
verder aan te toonen, dat de Commandeur nog niet ^e- 
regtigd w^s, zijne goederen op te vorderen, omd^t de 
Staten, die bevoegd waren, aan uitgewekene geestelijke 
personen of wel onderhoud te verschaffen , of wel hunne 
goederen terug te geven te hunner (der Staten) keuze, 
die keuze ten opzigte van den ' Commandeur en de Con- 



234 

ventualen nog niet gedaan hadden *); dat de kerkmees- 
ters geene goederen meer noodig hadden, daar de kerk 
van Leyerdorp geheel vernield was,, zoodat de reparatie 
daarvan uit de 5 morgens in geschil toch niet bekostigd 
zoude kunnen worden; terwijl daarenboven het kerkhof 
lag /r/ binnen die vrijheijt, die zijne Ex*^*® geghunt ende 
. //gheoctroieert heeft, om zoo naer de stadt egeen ghelijcke 
ifcdificiën te erigeren." Ten slotte bbod van Dorp aan, 
zoo de Staten, in strijd met artikel 20 dei: Pacificatie, 



1) Van Dprp redeneert hier uit art 20 en art. 21 der Pacificatie, die 
aldus luidden (Bor. IX« boek, bladz. 192): 

art 20. Dat alle Prelaten ende andere Geestelycke persoenen, wiens Ab- 
dien. Stiften, Fundatien ende Residentien, buyten Hollant ende Zeelandt 
ghelegen , ende nochtans binnen de seWe Landen gegoet sijn, sullen weder- 
omme comen inden eijgendom, ende 'tgebruyck ?ande sehe goeden; aU 
?ooren, ten opsiene van de waerlijcke. 

art 21. Maer wat belan^et de Religieuse ende andere Geestelycke, dijs 
binnen de voorsz. twee Provinciën eude heure Gheassocieerde, gheprofessijt 
ofte gheprebendeert, ende daeruijt gebleven ende vertrocken sijn, (gemerckt 
dat die meestendeel van heur goeden ghealieneert zijn) deq selven salmen 
van nu voortsaan verstrccken redelijcke alimentatie, neffens die gheblevene, 
off anders sal hun mede toegelaten worden 'tgebruyck van haere goeden, 
tot verkiesinghe nochtans vanden Staten, alles bij provisie ende tot anders 
op hun voorder pretensien, bg de Generale Staten verordent sal wesen. 

De op geestelijke personea en goederen betirekkelgke artikelen van het 
tractaat van 22 Januarij 1577 tusschen den Prins en de Staten ter eenre 
en de Regeering en den Bisschop van Haarlem ter andere zijde gesloten , 
luiden als volgt (Bor. X« Boek, bladz. 201): 

art 4. Dies neemt zgn Princelijke Excellentie van nu voortaen in zgne 
ende der voorsz. Staten van Hollandt ende Zeelandt protectie, sauvegarde 
ende bescherminghe, alle Cloosteren, Godts-huyscn , ende alle Geestelycke 
Mans ende Vrouwen-persoonen , die binnen de voorsz. stadt van Haerlem 
jegenwoordich sgn ofte noch souden mogen comen, met alle haere Rechten» 
Previlegien, goederen ende vervolch , noch in wesen zijnde, ende nament- 
lijck den Eerwaerdigen Bisschop van Haarlem, enz. 

art 5. Voorts is zijn Princelycke Excellentie ende die voorsz. Staten te 
vreeden, die Pacificatie nu laetst tot Gent gemaeckt, in allen haeren poinc* 
ten , so wel aengaende die Geestelycke als Weerlycke persoonen te mainte- 
neren ende achtervolgen, ende so wel die voorschreven Bisschop als andere, 
het beneficie der voorsz. Pacificatie sonder verhindernisse te laten genieten* 



235 

töch den Commandeur wilden gratifieeren , afstand te doen 
van de hier bedoelde 16 morgen 45 roeden land^ zoo de 
Staten hem vooraf ander land ter gelijkerwaarde afstonden, 
In margine van deze dupliek werd de beschikking gesteld, 
op 6 Mei 1577 te Haarlem gegeven op het verzoek van 
van Dorp, door ySijne Ex*^'* bij adviese vanden Staten 
#neffens hem ghecömitteerd'' , waarbij van Dorp gehand- 
haafd werd in het bezit der betwiste landerijen bij provisie , 
.totdat anders geordoneerd zoude zijn.' 

Behalve de dupliek van van Dorp, die aan de Staten 
is overgegeven, blijkens de daarop gestelde dispositie, 
beeft hij nog een vertoog opgesteld naar aanleiding van 
de beantwoording van zijn eerste rekest door den Com- 
mandeur en de kerkmeesters ; dat vertoog is welligt nooit . 
verder gegaan dan de studeerkamer des opstellers; ik 
wil het echter niet onvermeld laten, omdat daarin som- 
mige punten van het debat uitvoeriger en grondiger 
worden behandeld, dan in de repliek. In substantie behelst 
dat stuk het volgende: 

Wat aangaat de bewering, dat de landen van de Com- 
manderij en van de kerk slechts geannoteerd zouden ge- 
weest zijn, zoo dient opgemerkt: dat men in Holland en 
Zeeland niet alleen voor geannoteerd maar voor gecon- 
fiskeerd heeft gehouden alle goederen, toebehoord heb- 
bende aan geestelijke personen, als zijnde formele vijanden 
dier landen; wat hieruit blijkt, dat al die goederen te 
koop zijn geweest', en vele er van verkocht zijn. 

Wat aangaat de opmerking , dat de verkiezing binnen 
6 maanden had moeten zijn geschied; die termijn ging 
alleen de Staten aan, die hem gesteld hadden, om de 
kwaliteit te kunnen kennen der nog overgebleven gecon- 
fiskeerde goederen, om daaruit de kerkbedienaars en de 
Universiteit te Leijden te onderhouden , aan welke alle 
geconfiskeerde goederen in Rhijnland, die men niet had 



236 

kunnen verkoopen , 'waren toegewezen. En daar de vruch- 
ten dier overgebleven onverkochte landen niet voldoende 
waren, om de kerkeberfienaars en de professoren der 
Universiteit te onderhouden, zoo zijn de Staten verpligt 
geweest, om van dat overschot, als van hunne eigene 
goederen, eenige morgentalen te verkoopen, waaruit blijkt 
dat de Staten die geestelijke goederen niet alleen voor 
geannoteerd maar, als geconfiskeerd, voor 's Lands eigen- 
dom hebben gehouden , bestemd ter eeuwige betaling ala. 
boven , mits nemend tot 's Lands last de alimentatie der 

geestelijke personen. 

■ 

De bovengenoeipde beschikking van 6 Mei 1577, werd 
ten zelfden dage op een nieuw rekest van van Dorp 
executabel gesteld tegen elk en een iegenlijk die in strijd 
daarmede zoude handelen ; op grond dier beschikking deed 
hij Pieter OloflFsz. sommeeren het land te verlaten , doch 
te vergeefs, hoewel van Dorp hem met gijzeling dreigde,, 
zoo hij aan het hem aangezegd bevel niet voldeed. Bij 
zijne volstandige weigering, werd hij gegijzeld te 's Graven- 
hage ten huize van Jacob Claesz. , waard in Teijlingen. ') 
De Staten hadden intusschen ten gupste van den Com- 
mandeur eene beschikking genomen, geheel afwijkend 
van die van 6 mei 1577, op een verzoekschrift, dal door 
dezen tot hem was gerigt , en waaromtrent mij niet blijkt, 
dat van Dorp daarop nog zoude zijn gehoord Die nieuwe 
beschikking luidt aldus^ 

Opt versouck vanden Commanduijer ende gemene con- 
uentuaelen der oorde van Sint Jans huyse binnen haerlem,. 
Is conform tzeliBEde geappostilleert. De Staten van Hol- 
landt ende Zeelandt hebben omme redenen in desen ver- 



1) Oloffsz. werd op het door hem tegen de ggzeliog ingesteld verzet door 
het Hof van Holland daaruit ontslagen, en van Dorp veroordeeld tot schade- 
stelling en betaling van aile'' kosten. 



287 

haelt , ende zunderlinge , in aensieninge , dat de goederen 
vande ordre vap St. Janshuyae voorn, geheel sijn ingelijft 
ende vereenicht mit der orde des grooten meesters van 
maltae, ende des Ouersten mejsters in Dujtslandt ende 
sulx staende zijn onder tgebiet ende deygendomme vanden 
seinen. Daer toe de selue ordinarie mede gehouden sijn 
te contribueren, hebben den suppïltn alhier gegundt en 
geaccordeert, gunnen ende accorderen bij desen alle 
haere goederen ende Landen, roerende ende onroerende 
hoedanich deselue moghen wesen, die nyet en zijn ver- 
coft nochte gealieneert, wederom me te mogen aenuaerden 
besatten ende gebruycken, ende d Incompsten vandijen 
ontfangen en genyeten, achtervolgende de pacifficae. 
Lastende ende ordonnerende alle ontfangers der seluer 
guedereri, ofte die eenich onderwint van dijen hebben 
gehadt, henl. de voorsz. goederen nijet vorder tonder- 
winden maer haerl. handen daer van te trecken ende te 

• 

houden , volgende voorgaende Last en ordonnantie der 
Staten voorn. henl. gegeuen op de restitutie van alle 
andere geannoteerde guéderen achtervolgende de paciffi- 
catie, Ende ouersulx den seluen suppïltn te laeten Innen, 
volgen, ende genijeten ende ouer te leueren alle restan- 
ten ende penn, daer Inne deselue gerechticht mogen 
wesen , conform de paciflBcatie voorn. Gedaen tot Haerlem 
den IX^^ augustij anno XV^ zeuenentzeuentich. 

Onmiddelijk wendde van Dorp zich met een nieuw 
rekest tot de Staten, ten einde hen te bewegen, om op 
hunne beschikking terug te komen; in zijne ontevreden- 
heid zegde hij daarin, d^t de Commandeur geen Rid- 
dcrmatig man was, maar een gemeene paap, even als 
zijne conventualen ; doch de Staten bleven bij hun besluit, 
en de Commandeur behield het rustig bezit zijner goederen. 

In scherpe rekesten verzocht van Dorp nu van de Sta- 
ten, dat zij hem schadeloos zouden stellen voor het ver- 



238 

lies , dat bij door hunne beslissing leed ; eerst vroeg bij , 
dat men hem andere geestelijke goederen ónder Leijerdorp 
zou afstaan van gelijke waarde als het Commanderij-land ; 
daarna wilde hij zich tevreden stellen met rente-brieven 
der Staten , tot een bedrag ^ gelijk staande met de waarde 
dier goederen, waarbij hij echter niet. naliet op te mer*- 
ken 5 dat hij daardoor nog zeer benadeeld zoude zijn^ daar 
de rentebrfeven der Staten, volstrekt niet meer zooveel 
waarde hadden, als vroeger. De Staten schijnen echter 
geen zijner voorstellen • te hebben willen aannemen, ter- 
wijl mij evenmin blijkt, dat >zij van hunne zijde tegen^ 
voorstellen- zouden hebben gedaan. Ten slotte sloeg hij 
voor, den geheelen koop der geestelijke goederen onder 
Leijerdorp ongedaan te maken ': de Staten zouden hem 
zijne voorgeschoten kapitalen met rente en alle door hem 
gemaakte kosten teruggeven, na aftrek van hetgeen hij 
uit die goederen genoten had , en tegen afstand zijnerzijds 
van al zijne regten op die goederen zelve. 

Op dat voorstel gingen de Staten in, en nu begon een 
loven en bieden , waarbij ter weerszijden niet dan schoor- 
voetend werd toegegeven, nu op het eene, dan op het 
andere punt; totdat eindelijk op 28 April 1578 een ac- 
coord werd geteekend op het Hof te 's Gravenhage. Daarbij 
behield van Dorp al wat hij^van de bedoelde goederen 
had ontvangen of nog moest ontvangen , wegens verkochte 
boomen en materialen, benevens landpachten, die over 
1577 daaronder begrepen, te zamen berekend op 2100 
k 2200 £ van 40 groot vlaamsch; de .Staten beloofden 
daarenboven hem op Allerheiligen 1578 te zullen betalen 
19000 gelijke ponden, in zuiver geld, dan ter tijde koers 
hebbende in Holland , onder borgtogt van Heer Otto van 
Egmond, Ridder, Heer van Kenenburg, Jonkheer Qys- 
bert van Duivenvoorde, Heer van Obdam, M'. Paulus 
Buijs en Nicolaas van der Laan, als borgen door van Dorp 



239 

uitgekozen, en die zich vooraf door het Hof van Holland 
badden doen veroordeelen tot. betaling van gemelde som 
gelds aan van Dorp; deze daarentegen stond op dien- 
zelfden 28 April 1578 aan de vier genoemde Heeren, 
in tiaam der Staten v£in Holland en Zeeland , de door hem 
indertijd gekochte 134 morgen geestelijk goed onder 
LeijerdoiTp af, zonder zich daarop eenig regt voor te be- 
houden. 

Zoo kwamen de Staten dus weder in het bezit van de 
geestelijke goederen onder Leijerdorp , doch de betaling 
der 19000 £ geschiedde niet op den beloofden tijd; im- 
mers op 23 Julij 1 579 gaven Otto van Egmond en Paulus 
Buijs volmagt aan Mourynsz. , die ontvanger der goederen 
schijnt gebleven te zijn, om de door hem van die goe- 
deren ontvangen pachtpenningen aan van Dorp uit te 
keeren, in mindering van de 19000 dB, die -zij met de 
beide andere Heeren , beloofd hadden hem te betalen ; en 
op 26 December 1579 maant Mourynsz. van Dorp aan, 
persoonlijk in Leijden te komen , . ten einde het geld in 
ontvangst te nemen, dat die van Leijden hem betalen 
zullen, in afkorting van de vele duizenden, die hem nog 
betaald moesten worden, van de teruggenomen goederen 
van Leijerdorp. Waren die goederen door de Staten wederom 
aan de stad Leijden verkocht, of had deze de borgtogt 
van Otto van Egmond en de anderen overgenomen? Zulks 
is mij niet gebleken, en evenmin of van Dorp volledige 
betaling van de Staten of van de stad Leijden ontvangen 
heeft* 

Rotterdam» Janaarij 1883. 

M'. J. B. J. N. BIDDEB DE VAN DEB SCHUEREN. 



240 



. AANHANGSEL A. 

De volgende uittreksels van brieven van Mourynsz. aan 
Jonkheer Arend van Dorp hebben betrekking op geeste- 
lijke goederen, gelegen in of omtrent Leijerdorp: 

Brief van 10 November 1574. 

Denseluen heeft mij die bootscap gedaen aen die wed^ 
van Jan van Schoten tot Haerlem» die met zes merg. 
lants na my beduynckens ande*noortzij tusschen Katrynen 
susterhuys en die monyncken van Warmondt, leijt enz. 

Van den twe gasthuysen hebbe ick van verre na ver- 
nomen en zo als ick verstaen can vand gasthuysmeesters , 
zo moetense haren landen vercopen oft bezwaren, zij en 
weten anders den armen niet te onderhouden, de zelve 
verwachten' ordonantie en consente van burgemeesters van 
die stadt, zullen mij alsdan weten te seggen, watse doen 
oft laten zullen« 

Brief van 11 December 1574. 

Van gelijcke seggen die gasthu ijsmeesters van Sint 
Elysbet gasths, die welcke volle consent van burgemees- 
ters gecregen hebben, om die ses morgen inden polder 
geleghen te vercopen, dat doer gebreck van gelde; en 
zij louen die morgen om derdalfthondert guld ; ick hebbe 
twe hondert gulJ geboden. • 

N.B, Bij acten van 25 Februarij en 15 Junij 1576 ver- 
kochten de gasthuismeesters van St. Elisabeth-gasthuis 
Derick Gerritsz. Kessel , superintendant (in Februarij komt 
Kessel als zoodanig , in Junij Henrich van Alckemade als 
zoodanig in de acte voor) Jan Olaesz. houtcoper, Gerrijt 
Jansz. de munt en Lenaert Willemsz. schoenmaker, dat 
land aan van Dorp, voor 286 gulden den morgen. Het 
wordt in die. acten aldus omschreven : 5 morgen, 2 hont, 
65 roeden 8 voet lands, gelegen in den Monnikenpolder 






UI 

in het Ambacht van Leijerdorp , belend N.0. het land van 
van Dorp, herkomstig van het convent van Rodenburg; 
Z.O. de dwarswetering ; Z.W. het St. Oatharina-gasthuis 
te Leijden , N. W. van Dorp met land van het convent 
van Rodenburg. 

Brief van 7 Junij 1575, 

Aengaen den clooster ter Lee , om dat te copen, zoude 
wel een profijt an te doen zij; tes alnoch ongelegen dat- 
men niet wel werckluijden daertoe aen soude connen crij- 
gen, oick mede en daer gheen water, datmen het affge- 
broken wel soude connen tot Leyden crijgen. 

Brief van 17 July 1575. 

dat ick niet en weet hoe dat ick handelen sal inde 
zaijcke van coop van Room, daer die gecomitteerde en 
die magestraten van Leijden antwoort affverwachten. 

Mij here te dient niet vergeten, dat ick een weijnich 
scrijue van het landt dat Uwer E. zult copen van dabdie 
van Leuwenhorst. Daer is zo veel in gevordert dat het 
bij die vande gerechte van Oestgeest geprijseert en ge- 
taxeert es gelyck inden Jaere Ixx, Ixxj en Ixxij wel 
soude gegonden hebben drie hondert vijftich carolus gul* 
dans die merg, maer seggen daerbij dathet nu zo waer- 
dich niet en es om desen tijts wille. 

Brief van 6 Augustus 1575. 

Zo ick verstaen hebbe , dat die gecomitteerde van Room 
vercoft hebben tclooster anden Lombert, om die somme 
van seuenentwijntich hondert guldens, zoo ick te Recht 
verstaen hebbe , twelc mij zeer vreempt geeft vande burge- 
meesteren en gecomitteerde, nadien, ick bij haer present 
zijnde, op Uwer E. compste te vreden waren. 

Brief van 10 Maart 1577. 

Aengaende die landfvan den barnaditen tot heemstede 
gelegen in voorhout hebbe ick gevonden int morgenbouck 
Int eerste bonne beginnen va lis totten nieuwen wech toe 

B\jdragoi Gesch. Bisd. v. Haarlem. X* Duel. 1 6 



242 

een pceel van viij mergs, ij bont, xxxvj Roe7. folio iij^ 
verso. Anoch Int bon beginn van sgraaendam tot die 
waterij een pceel f° xiiij van ij mergs, xxxj Roed.; noch 
ad Idem xj mergs, xxxv R. en es tlandt gelegen in v. z* 
broeders woonijnge, ende ick en vinde Inde zelue boucke 
niet meer van dese pcelen* 

Brief van 21 April lö77. 

De Staten van Hollandt hebben gecömitteert M'. Pou- 
wels buys aduocaet tslandts van hollandt en den Reken- 
meester brouckhouen om te visiteren dincompste en staet 
van alle die goederen toebehoren enige abdijen en cloos- 
teren gelegen in Rijnlant, om (zomen seyt) wt elck wat 
te trecken daer mede men de universiteyt sal onderhouden. 

Omtrent de nonnen van Leeuwenhorst of ter Lee, vind 
ik het volgende in brieven van Mourynsz, aan van Dorp. 

Brief van 11 December 1574. 

Aengaende tloot daer die Jonckfr***^ mijn here van ge- 
seyt hebben es gestolen op bijna derdalffhondert pont van 
cleynste stucken dien sij hebben laten leggen; als die 
Jonckfr*^ meenden tloot te gaen wegen so was die proij 
gelicht en doer zo cleyne gat getrocken dat het te ver- 
wonderen is diet siet. So dat het haer seer qualycken 
compt meenen van uwer E. goet gereet geit daervan te 
crijgen twelcken sij nu missen moeten. Ende het ijser 
datter es hebbe ick ouergesien. So en can ick niet mereken 
dattér veel duysenden sijn, dan alleen soude ml] heer 
dienen den yseren tralij die opte camer ter Lee van mij 
vrouwe voor opt kerckho£P stonde, ende daer es vant 
uijrwerck ende zekere stauen gedraijt vant outaer en wat 
wintijsers met diergelijcken tmach tsamen geen duysent 
pont maken na mij beduijncken, aU mi) here tzelue voorsz. 
es anstonde omt willen copen ick sal wel tot profijte van 



243 

Uwer E. copen, soude den Jpnckfr*^ wel te passé comen 
in haren armoede, want daer geen betalijnge om en gaet 
ende een cleyngen mach haer nu helpen. 

Brief van 20 Maart 1575. 

Die JuflRrouwen hebben mij gebeden, te willen an U,E. 
scrijven of miJ here gadijng hadde om eenen woonyng te 
beleenen en in pantscap te nemen waer dathet U.E. ge- 
lieven zoude; zij willen U.E. gebieden hebben, zo dat 
U.E. Jonckheer Jacop vander Does (ist dat ü. goetdunckt) 
daervan wilde spreken, want de noot doet vrijmoedich 
angaen, die Juffrouwen willen aen my here selfs scrijven 
en bidden. D.E. es wel Indachtich dat my here voor tbeste 
geraden dochte dat die Juffrouwen inden staet niet doen 
stellen soude alle verlopen en verschenen Renthen ende 
die zelue onder den anderen deelen twelck die Juffrouwen 
alle wel beviel ende hebhen also gedaen en voor tbeste 
gevonden, nuestzulcx, dat eenen meester Symon (daer 
almeras bij sit) die Juffrouwe van assendelft en almeras 
opmaect en begeert te hebben den Inventariu vande selue 
boele achtergelaten bij mij E. vrouwe zaliger me '); 
welcke mr Sijmon wten name van voorn Juffrouwen, 
Juffrou van merwen in rechte heeft doen roepen omden 
zelue Inventariu te hebben; twelc tot groot achterdele 
vanden voorsz. Juffrouwen zoude comen waer datmen 
snlcken enen meester Symon den Inventariu mostp ouer- 
geven eu leueren; doer oorsaycke dat Inden zelue In- 
ventarium begrepen sijn alle die Restanten daer noch in 
tijden den Juffrouwen jegen eenen quaden dach wel of 



1) De abdis van Leeuwenhorst voerde den titel van Mevrouw. De bier 
bedoelde overledene was Johanna van der Does, gekozen tot Abdis in 1554, 
in 1572 naar Leyden gevlngt en aldaar overleden 20 Augustus 1574. In 
bare plaats werd in 1595 Jobannavan Nassau tot Abdis benoemd door de 
Bidderscbap Van Holland. Zie Kabinet van Nederl. en Kleefsche Oudheden , 
Deel II, bl. 217 volgg. 



244 



leuen 30ude, so est dat desen m'. Symon genoech wil 
seggen en mij opleggen dat ick die goederen en Restan- 
ten behoort hadde an te geuen ande camer van Rekenijnge^ 
ende wil mij daerom beclagen aldaer; hoe wel dat die 
Juffrouwen alle te samen geen wtgesondert die moebelen 
gedeelt en rustelijck die goederen na haer getrocken heb- 
ben zo wel de zijne als al dandere. 

So es mij Intentie en meijninge op mij here te be- 
geren U.E. goeden raet , ende zij die vreetsamige Juffrou- 
wen wel van meyninge datse aan zijne Bxcell, versoucken 
wilde offmen haerluijden (tzelfue datter gedeelt es van 
Inboel) In sulcker vougen alsbijden Inventarium bevonden 
es haer rustelijck en vredelijck wil laten gebruycken hem 
presenteren dat Jacop vander Does als superintendant die 
saycke van haerlieder questie gerecbmedrt ende bevolen 
te werden, en niet meester Sijmon. 

Brief van 28 Maart 1575. 

Ind vorigen brieff hebbe oick vermaant van Juffr*" (die 
zelffs niet weten van mij here zy scrijneus) op mij be- 
geerde dat ick aan mij here wilde scrijuen off gij zoudt 
willen nemen in pantscap een partije landts oh woonijnge zo 
waer mij here tzelue gelieue te verkiesen ; want den Juffr*" 
althans (ten zij datmen alsulcke middel vinde) in grote 
armoede moeten comen, al tzelue hebbe oick aen ml] here 
vander Does wten name en doer bevel van Juffr*" ge- 
screuen, hem bidden dat hij U.E. daer aff wUle spreken» 
verwachten U.E. antwoort. 

Mij here mocht eens acht hebben opt gene dat ick van 
m'. Symon gescreven hebbe ; hij en wil niet laten off hg 
maect die Juffr"" partijch. 

Brief van 8 mei 1576. 

Ick moet gins en weer tot Dortrecht wesen om trequest 
te presenteren van Juffrouwen belangen die vercopinge 
van de Lande. 



245 

Brief van 8 Junij 1575. 

lek hebbe U.E. neef vander Does gesproken vant Landt 
yande Juffrouwen, mij here vander Does mette Juffr*'" 
soude wel gesint sijn omtrent x oft xvj morgens 'Landts 
te vercopen, vant tgene daer mij here soude best toe 
gesint sijn omtrent oft bij Leijen zo U.E. dat beste soude 
anstaen, U.E. beneffens desen ouersenden een staetgen 
van sommige ptijen dat goet landt es daer mij here 
zij geliefte moch wt verkiesen; die Juffr*^ hadden wel 
gaern die waerde van hare landt tot Redelyckheyt. 

Die Juffr*^ doen hare frundtlijcke gebiedenisse aen my 
here en aen U.E. huysvrouwe en hebbe haer geaduerteert 
vand bouraetssen tabbert waer In u nichte ') zeer ver- 
blijt was. 

Brief van 6 Augustus 1575. 

Die Juffrouwen hebben ontfangen wthanden van den 
dienaer vande here van vulpen dat boüraet en tzelve daer 
bij gevoucht was vor U nichte. Insgelijc beeft Jan van 
A speren haer gebracht die brieuen van zijne Ex"*' datse 
vrij mogen sitten van soldaten daer die Juffr*" miJ here 
zeer aff bedancken van alle uwen moeijten daerom gehadt; 
hebben mede die Juffr*^ mij belast aen U.E. te scrijuen 
datten zij in eenen anderen huyse vertrocken zij al waer 
zij gehuyrt hebben en hebben inde huyre bedongen zo 
wanneer mij here van Dorp met zijne huysvrouwe bij 
haer compt, dat mij here altijt eenen camer tot zijnen 
besten hebben zal, es daerom die Juffrouwen frundtlijck 
begeren, als mij here tot Leyden sal comen zal willen 
na ouder gewoonte logeren bijde Juffrouwen die huysinge 
staet op sint pieters kerkhoff ende behoort meester cornelis 
van veen toe eertijts pensionaris vande stadt, op welck 



1) Elisabeth ?aa Dorp Adriaensd. werd non in de abdy Leeuwenhorst in 
1566. Zie W. van Gonthoeven. Kronijk van Holland, bl. 116, 



246 

Uwer E. compste diè Juffr^^ mede verwachten hopen en 
verlangen na tlandt dathet vercoft mochte werdden, doen 
Insgelijcx an mij here met U E. huysvrouwe en dochteren 
haer f. Recommedatie hen gebiedende aen uwer alle goede 
gratie. 

Brief van 2 February 1576. 

Gelijk die Staaten mede te coop gestelt hebben die 
lanJ van abdie Reynsburch en ter lee wtgesondert die 
sestien mergen landts bij de galge van leijen gelegen 
dat die Juffrouwen verbeden hebben op goede hope dat 
my here dat zelve noch copen sal, Tis een goet stuck 
landts en zal goede coop gegeuen werdden, dus bidden 
U die Juffrouwen alle gelijck ist dat uwer E noch die 
meeninge heeft om te copen, tzal na Uwer E. noch een 
tijt opgehouden werdden, en die Juffrouwen zullen, diè 
nu heel benaut sitten, hope hebben om noch haereschul- 
denaers te mogen voldoen en seggen alsment goede coop 
sal geuen, datten zij ml] here de zelue landen beter 
gunnen dan andere, en hebben mij belast an uwer E te 
scrijuen datten zij luyden , als te weten Juffr* van schoten, 
Coenynx en die gesusters van nassaue met haesten , zul« 
len voor u bidden, dat mij here een zalige verlossinge 
van uwe vianden, (vaïi here) mach gecrijgen en u zaijcke 
alzo moecht wt voeren tot u ziele zalicheyt en eere van 
godt en die menschen. ') 

Brief van 11 Februarij 1577. 

Vant huys daer den Juffr*^ inne woonen en is niet 
aff te doen. Sij hebben verclaert tzelue niet te willen 
vercopen, en bouen dat so moeten den Juffr*^** vandaen 
gaen en te mey vertrecken zo datse bezwaert zijn om 
datse niet en weten waer inne te gaen daer zij wel zoude 



1) Jonkheer van Dorp werd te dier tgde door de SptDJaarden binnen 
Zierikzee belegerd. 



247 

wonen; Daer zy wel oude fauysen te coop ennietsterck 
ende wat noch ter slage zal comen zullen ons debuoir 
doen om wat goets te verspien. 

Zijnder Excelencie moet immers toe zien en beletten 
de accordatie van den staten met Dong Johan^ wij waren 
anders bedomen Luijden^ verhopen op de genade des 
heren, dat hij ons zal bijstaen. Die Juffr*^ hebbeick ge- 
deelt U.E. Recomedatie en zy niet wel te vreden als zij 
gehoort hebben die zorge vant accoort van do Johan, 
het zoude hen luijden al mede te na gaen. 

Brief van 26 Maart 1577. 

lek en hebbe mif here niet connen verbergen om die 
droeffige tijdinge te scrijuen van mij here vander Does 
die de here gevisiteert heeft wesende tot geervliet ende 
es geslagen van popelzij geheel wt zijne verstand, So dat- 
het te beduchten es dat zal sternen , daer die Juffr*" al- 
temalen zeer in bedroeft jsy , ende wel wilden dat mij 
here hem wilde verootmoedigen om in plaetse van mij 
here van der Does (So die here hem niet en spaert) te 
wesen haer luyder supintendent in sonderheyt heeft mij 
Juffr' van Schoten wel scerpelycke belast mij here daer 
toe te requireren, daer ick mede om wensche tzelue te 
mogen geschien , so verre mij here tzelue begeerde te doen 
en soude wel goet voor mij zij en bij sonder voorde 
JuflFr*^ want zij althans nijmant en hebben die voor haer- 
luijden wesen sal en zuUent met dese veranderinge enige 
goede luijden sullen moeten hebben daeröme, sal uwer 
E. gelieuen u aduijs te willen ouerscrijuen. 

Brief van 21 April 1877. 

So hebbe ick mij here moeten aduerteren hoe dat den 
Staten van HoUandt hebben gecomitteert mr Pouwels 
buys aduocaet tslandts van hollandt en den Rekenmeester 
brouckhouen , om te visiteren dincompste en staet van alle 
die goederen toebehoren enige abdijen en cloosteren ge- 



' 



248 

legen in Rijnlant om (zomen seijt) wt elck wat te trecken 
daer mede men duniversiteeyt sal onderhouden , ende die 
Juffrouwen daer doer van haren soberen alimentatie soude 
mogen vermindert werdden , So hebben die Juffr**^ op mij 
begeert dat ick an mij here hier aff soude willen scrijuen 
dat uwer E. mr. pouwéls buys eens' wilde aenspreken 
ende wte name van Juffrouwen op hem vriendtlijc be- 
geerden, tbeste daer in te willen doen datte sij vooral 
wt die goederen onderhouden mochte worden; ende dat 
den staet de ano Ixxvij niet meer en mach wtbrengen 
dan omtrent iiij"^ iiij'' guldens , daer sijn tegens te alimen- 
teren xxj Juffrouwen die elex moeten — ij' gulden 
jaerlijx hebben, bouen alle lasten van Renthen ongelden 
en dienaers dienmen met geen hondert pont vlaems en 
sullen mogen betalen en behalue quade schulden van 
quade clyne pachten en dier gelycke desolate boelen die 
met pleijten sullen moeten vervolcht zij ende die Juffr** 
begeren wel mochten zij luijden methet huere bewarden ; 
dat zoude den heren Staten een grote zwarigheyt off maken, 
want zij luijden sullen noch anders op enighe cantoren 
gestelt moeten werdden, dit al begeren die Juffr***^ zeer 
vriendtlijcken en bidden u andermael, met meester pouwels 
buijs, eens hier van te spreken. Ten eynde zij luijden 
als hij sal comen om dordonantie voorden universiteyt 
te maken , hem te vrijer mogen bidden dat haer goederen 
nu voort eerste wtden universiteijts handen mogen blijuen, 
dees reijs affgeslagen sijnde, souden hopen tzelue niet 
wederom vemieut te wordden, want het staet al aen 
meester pauwels Buys die mach. het beste daer wel in 
doen. 



249 



UIT DE AKTEN 
VAN HET HAARLEMSCHE KAPITTEL. 



(Vervolg van bladz. 54.) 

Capitulum Extraordinarium. 

A^ D'. 1631 , die 8 Augusti (Artt. 1, 2, 3 en 4 reeds Pag. 26 
medegedeeld in Deel III, bl. 157-58). 

Art. 5. Narravit nobis D. Blommbbus , se cum Bannio 
evocasseD. Jacobum Hesium, sacerdotem seeularem, qui 
ad dioecesin nostram advenerat et dicebatur querelas nota- 
biles de Ecclesiasticis retulisse ad uxorem Burgimagistri 
rostri quondam Druijvesteijn ; et intellexerunt quaedam 
falso de eo dicta, haec vero se dixisse fatebatur: 1® extare Pag. 27 
Lovanii seminarium studiosorum Harlemensis Dioecesis, 
in quo jam agere duos nostrorum civium filios; 2® que- 
relas sibi esse contra Pastorem Begimghii Bannium de 
subsidio temporali quod sibi promissum asserebat a M. 
Gerardo de Witt p. m. ; 3® accusasse se praedictum 
pastorem quod fregisset ealicem aliaque argentea vasa sibi 
debita; 4^ assignatum sibi in dioecesi Harlemensi locum 
a Vicario D. Mario, in quo tamquam pastor seu ordi- 
narius curam animarum exerceret. De bis ergo monitus 
D. Marius, ut prospiceret quomodo cum praedicto D. 
Jacobo agendum esset, monendusque de maxima impru- 
dentia, eï corripiendus de malitiae specie, ex indignatione 
erga D. Bannium orta ut apparebat. 

Capitulum ordinarium. 

A® D'. 1631, die 14 Octob, hora 9 ante meridiem con- 
vocati ab Ampliss. D« decano Capitulares omnes compa- 



250 

rueruDt looo solito et in habitu praescripto; ubi post 
inyocationem S« Spiritus relecta sunt acta posteriorum 
conventuum, tam ordinarii quam extraordinarii, et parti- 
cularius examinata, actaque et statuta sunt sequentia. 

P Ad articulum 2"^- 8°^ nil statutum. In casu matrimonii *) 
recitatus est et alius qui recenter contigerat ab Amp. D. 
Praeposito : quod Poelemburgiua quidam Alcmarianus cum 
D. Malaparta Ultrajectiua haereticacoram ministro haeretico 
junctus, postea Amsteledami a P*® Societatis Teijlingio re- 
couciliatus est per nudam interrogationem : Estne haec 
uxor tua? In qua conjunctione (quia utraque pars alterius 
parochiae est) praedictus P' authoritate caruit, irritum cen- 
setur esse matrimonium. Quid vero cum praedictis conjugi- 
bus et P. Teijlingio agendum sit , commissum est Ampl° 
D. Praeposito, ut pro sua prudentia eum moneat; qui et 
Poelemburgium de hoc facto gloriantem reconciliandum non 
esse censuit, nisi post debitam poenitentiam. 

Item ventilatus est casus matrimonialis iste : quid agen- 
dum cum conjunctis civiliter tantum, quando una pars 
liaeretica et invita ad comparendum coram parocho absens 
est in extera regione vel mari? Responsum est P partem 
poenitentem posse juvari in necessitate maxima; 2^ redeunte 
parte altera Illmum D. Rovenium sentire, quod debeant 
conjuges tales iuter se mutuo consensum renovare per 
verba. Araph vero D. Praepositus opinabatur, sufficere 
copulam ' inter eos animo maritali factan) , ex consilio pa- 
rochi facultatem reconciliandi taliter habentis; qui tune 
transit in matrimonium, sicut ante Tridentinum Concilium 
post sponsalia eadem idipsum e£Bciebat; et conclusum ut 
de casu isto agatur coram Illmo Vicario Apost, et Do- 
minis Ultrajectensibus. Interim poterit praxis D. Praepo- 
siti servari donec aliud statuatur. 3^ Agitatum : An possit 

1) Zie boven bl. 62. 



I 



J 



261 

matrimonium civile validari ab Ecclesiae praepositis per 
solam ratificationem? Et respondit AmpL D. Decanus posse 
per Sanctissimam D. Papam , qui etiam facultatem talem 
dedit Illmo D« Sasboldo 5 ut patet in articulis concordiae 
cum P. Societatis Flerontino Praeposito provinciali , editis 
ab eodem A^ 1610^ initio. Conclusum est, ut agatur cum 
Illmo D. Vic. Ap. : an talem etiam facultatem habeat et 
eam placeat communicare delegatis suis? ') 

S. Circa 3°^ articulum de cantu Gregoriano audita sunt Pag. 28 

I notata Dominorum commissariorum circa Graduale (quod 

Typographi petunt imprimi prius quam Antiphonale propter 

majorem illius inopiam) et petitum ab eis ut quam primum 

absolvant notanda et Ultrajectum ad Borckloo destinent. 

8. Circa art 4 de visitatione districtus Enchusani, pro- 
posita fuit a R, D. Wolffio casus : an possidens bona 
Ecclesiastica possit illa yendere? Responsum fuit affirma- 
tive, cum consensu lUmi V. A.vel Harlem, Item, an in 
stipulatione teneatur vendens declarare quod sint bona 
Eïcclesiastica ? Resp. affirmative. 

Quoad loca visitata etc. (D. IV, bU 447-48). 

3"* proposuit nobis casum D. Wolffius de filia de- 
sponsata cuidam nautae , qui in mare profectns promiserat 
intra sex menses redire et inire cum ea matrimonium ; 
interea propter morbum abesse debuit per sedecim men- 
ses, uti per testes probat. Filia vero interim propositum 
mutat et statuit servire Deo in celibatu, imo castitatem 
vovit suadente P'* Jacobo Tijbas. Quaeritnr: an talis 
filia soluta sit ab obligatione sponsaliorum. Ex responsum 
fuit unanimiter , quod sic. Moneatur vero P. Tijeas , ut 
prudenter in consiliis mutandi status agat, prout praecepit 
lUmus in decreto suo pag. 9 : § NuUo pacto. Sponso vero pag. 29 



1) Later it bggeach reven : ^. habere lllustrissimom et cuncestisse Ampl. 
D. Praeposito. 



262 

respondendum non tantum quod in conscientia sua libera 
sit sponsa, sed et potissimnm consul tissimos DD. advoca- 
tosy nominatim D. Th£OD. de Jonq, sentire quod ne 
qnidem in foro exteriori sponsa invita cogi possit ad ma- 
trimoninm ineundnm. 

4. Retulit idem D. Wolffius (D. IV, bl. 448). 5. De 
Visitatione Alcmariana (D, III, bl. 158-59). 

6. De Catechismo parvo exposuit Amp. D. Vicarius, 
"86 notata- a D. Büggaeo accepisse et Typograpbo.com- 
misisse, qui propediem exhibebit catalogum festorum 
dioecesis nostrae tribus modis impressum P in parvo cate- 
chismo, 2® in libro dicto Sondaechs scholCf 3® in folio 
separatim. 

7. De articulo 9 supra. Rogatus f uit Amp. D. Vicarius ') 
ut unum vel plures, idque in diversis locis curet in- 
quiri de ritu baptismi quem modo servent haeretici 
tam Reformati ut se vocant, quam alii etLutherani, item 
in matrimonio, an minister conjungendos compellet, uti 
habet rituale ipsorum: i^Kompt ghij hier als tot' de waere 
kercke Christi*', quae verba dicuntur omittere quibusdam 
locis, ut incautos eo facilius ad suos coetus pertrahant 
et non tam clare appareat matrimonium coram ipsis con- 
tractum pertinere ad doctrinae eorum professionem. 

Pag. 80 8. De articulo 12. Responsum ab urbe nullum^ re- 
ceptum fuit 

9. De Visitatione parochiae Monikedamensis etc. (D. VII, 
bl. 157-59.) 

Sequenti die ante prandium acta sunt sequentia. 

10. 1® De officiis «anctorum dioecesis nostrae quae jam 
confecisse se aiebat D. Vicarius, videlicet SS. Gangulphi 
et Jeronis MM. Wulfranni Epi, Engelmundi et Weren- 



1) Ter zijde is bijgeschreven : ^. Cnram commisit Vicarius archipre8by< 
teris per suos distrietas. 



253 

fridi Confessoram , sed Amstelodami ex obli vione relicta , 
promisit prima opportunitate Harlemum raittere ut revi- 
deantur. 2° De cultu SS. Bonifacii Pont. Mart. cum sociis 
5 Jul. conclusum ut celebrentur in dioecesi nostra cum 
octava, propter sodalitatem propediem instituendam, cujus 
patronus primarius erit S. Bonifacius. Interea antequam 
acceptetur a nobis oflBcium festi , agendum cum Dominis Pag. 81 
ültrajectensibus ut revldeatur et in quibusdam mutetur; 
et si ipsis placeat , assumantur partes aliquae ex officie quo 
uti solent studiosi Goloniae in Collegio , quas valdecom- 
mendabat D. Vicarius , tradidit Secretarie Harlemi exami- 
nandas; et extat de illis cantus apud D. Joannem Simonis 
in Goom habitante^ quem procurare ut Harlemum mitta- 
tur assumpsit D. Wolffiüs. ') 

!!• De cultu S. Bavonis retulit Capitulo Amp. D.De- 
canus Catzius acta a se cum Dominis Capitularibus 
Gandensibus 6*, 7* et 8* Augusti hoc anno, qui primum 
petunt inire nobiscum societatem et renovare antiquam 
amicitiam, regulasque desuper a nobis conscribi volunt. 
Onus scribendi ad illos assumpsit Amp. D. Decanus cum 
confratribus Harlemi residentibus ; 2^ petunt Domini Qan- 
denses revideri et corrigi a nobis officium Ecclesiasticum 
de S. Bavone et promittunt se illud etiam acceptaturos 
et in Ecclesia sua usurpaturos. Data itaque cura Amp° 
Dno Vicario nostro mutandi Hymnos de S. Bavone, et 
Dno CoSTEEO revidendi et corrigendi Antiphonas et Re- 
sponsoria antiqua tam nostra quam Gandensium, item 
conficiendi cantum Gregorianum desuper, subsidia ei mi- 
nistrata sunt et data etiam composita a confratre nostro 
Bannio. 

12. Actum de visitatione pagorum Rijpae etc. (D. VII ^ 
bl. 159-60.) 

1) Ter zijde is b|jgeschre?en : Assumpsit D. Marius. 



254 

13. Renovatum fait de Ghronologia Ecclesiae nostrae 
conficienda y ciijns caram habet Amp. D. Vicarias; qui 
excusavit se eo quod nón accepisset Colonia scripta quae 
extare dicuntur apad D. Vosmebum et domom mortaa- 
riam D. Dusseldobpii. De üs provide agendam erit cam 
Dominis Ultrajectensibus. 

14. Cura conficiendi Cartabellam pro anno sequente data 
est confratri nostro D. Bügoaeo. Et notatam est^ modam 
servandum qai fait annis praecedentibas, excepto quod 

' omittentnr in nostra dioecesi officia sex posita in Catalogo 
Arcbiepiscopatus Ultrajectensis ^ eo quod ad nostras re- 
giones Sancti illi non pertineant. Sant au tem isti : ') 
S. Pontianus M,, Ludgerus Cont, Wiro Pont., Beni* 
gnus M., Translatie S. Martini ^ Plechelmus Pont.^ Otgems 
Diaconus, Victor cum Soc. M., Radbodus Font., Hun- 
gerus Pont. 2® Requirendus lUmus Yicarius Aplicus ut 
concedat S. Werenfridum coli a nobis posse 14 Aug. ritu 
semiduplicis ; item de S. Bonifacio videndum supraN. 10. 
Pag. 82 15, Propositum fuit etc. (over Schagen D. VII, bl. 176.) 

16. Propositum fuit ab Amp. D. Praeposito, ut impo- 
sterum initio Congregationis trimestris unus ex confratri- 
bus orationem seu concionem habeat ad Capitulum; ad 
quod consenserunt omnes ; et illius cura pro proximo 
conventu data Ampl** I>. Decano. 

1 7. Denique rogatus fuit a confratribus Amp. D. Yica- 
rius, ut omnibus de Capitulo det facultatem audiendi 
confessiones et absolvendi quoslibet poenitentes requirentes 
per totam Dioecesitp et in omnibus locis ejusdem. Quod 
eisdem gratiose concessit ; reliquis sacerdotibus inconsultum 
judicans facultatem illam dari; sed expedire ut singuli 
pastores et ordinarü confratribus suis vicinis vel qui ad 



1) De namen z\jn door fiagge later ioge?Dld« met b^voegiog ?an het ge- 
tal 10. 



i 



255 

eos aliquoties excurrunt potestatem istam sibi miituo im- 
pertiant^ quatenus desiderio scrupulosorum aliorumque 
infirmitatibus per libertatem istam occurratur et onas de 
integritate confessionis ita allevetur et conscientiae magis 
quietentur. 

Capitulutn ordinarium. 

A° D^ 1632 5 die lé Januarii facta Spiritus S, invoca- 
tione, consedernnt DD, Capitulares omnes excepto D. 
AuGüSTiNO Blommartio legitime excusato et D. seniore 
Alkemadio sine excusatione. 

!• Praelecta sunt acta ultimae congregaiionis , et ad 
l"* caput responsum est, quod P* Tetlingius neget 
factam. 

In 2^ capite ipanet resolutio ibi notata^ ut casus ma- 
trimonialis proponatur Illustrissimo quóad formam reno- 
vandi consensum. Circa Cantuale nihil factum5 sed cura 
D. BuGGAEO data 5 ut proxima congregatione Amsteloda- 
mensi agat cum Henrico Bernardi et referat ad congre» 
gationem. Ad 4^ cap« relatum est (D. III , bl. 159.) 

Ad 7"^^ renovatum est^ ut per di versa loca quidam 
Catholici observent modum quo haeretici baptizant et 
matrimonio jungunt. Cura liaec incumbet Vicario et Ar- 
cbipresbyteris per suos districtus. 

Ad 8™, ut scriptio ad ürbem diflferatur in congrega- 
tionem Amstelodamensem. 

10"* articulus agit de Sanctis Patriae eorumque officiis, 
quae exhibita sunt a D. Vicario et Costebo, excepto 
officio S. Engelmundiy de quo nihil constat. Placuit ut 
ex Collegio Dominorum deputentur duo confratres, qui 
officia SS.Bavonis^ Jeronis, Gangulphi et Wulfranni exa- Pag. 33 
minent; et deputati sunt Ampl. D« Decanus et D. BuG- 
OAEUS; et ante congregationem Amstelodamensem primo 
communicenty ut deinde omnia Illustrissimo proponantur. 
De S, Bonifacio placuit celebrari officium cum octaira » ut 



256 

supra statutum fuit, et ut Vicarius scribatCoIoniami pro 
officio quod ibi extat cum cantu. Item de o£Bcio S. Willi- 
brordi. 

De IS" articulo, historia scilicet Ecclesiastica patriae 
nostrae^ placuit, ut Capitularis Congregatie quae est Har- 
lemi hebdomadatim 9 eam in se suscipiat, facto initio ab 
erectione novorum Episcopatuum. 

Eodem die a meridié propositi casus conferendi cum 
Illustrissimo et Dominis Ultrajectensibus. 

Die 15 Jan. anno eodem [1632] eisdem congregatis 
1. propositum est ut causa Afonikedamenais etc. (D. VII, 
bl. 160.) 

2. Dedit Amp. D. Vicarius Dominis confratribus Har- 
lemi residentibus sex exemplaria libelli Triglan^ani in- 
scripti gVahche Roem des Pausdoms'^ et susceptum est 
examen ab eisdem et refutatie. 

3.' Quod attinet ad libellum Eximii D' Jansenii inscripti 
gNotarum spongia"^ ') etc.^ spes est proximae translationis 
per Consultiss. D. Banniüm, 

4. Statutum est , ut in omni congregatione trimestri ea 
praelegantur quae intermedüs congregationibus hebdoma- 
dariis acta sunt, 

5. Quia contingit interponi aliquando interlocutiones 
indebito tempore et ante ordinem cujusque vicis, renova- 
tum est; ut deinceps D. Decanus proponat causas agendas 
et per ordinem interroget suffragia^ neque quis ante vices 
suas loquatur. 

6. Propositum fuit de erigendo Vicariatu ; et responsum 
est eo nos non indigere, ob hebdomadarias Capituli con- 
gregationes. Quod et placuit. 

7. Propositi sunt a D. Buggaeo articuli tractandi cum 
Illustrissimo^ 

]) Zie De Katholiek, 1871. D. IX, bl. 62. 



257 

1° Requirenda BuUa Episcopatuum Leovardiensis et 
Daventriensis* 

2® Libellus Hornanorum sacerdotum pro Archipresbyte- 
ratu sno. 

8** Copia resignati Fastoratus Jl/ontc^e^m per D. Oleum. 

4® 0£Bciuin S. Bonifacii Coloniense. 

6** Facultas testandi clero an possit dari per Capitulum. 

6® ' S. Werenfridus an possit coli officio semidup. et fe- 
stam transferri. 

7® Casus pastorales cömmunicandi Capitulo ; item reser- 
vati antiquitus. 

8® Quis status Cleri in Anglia et Religiosorum* 

9*^ Ratio Pastoratus Harlemensis, privatim. 

10^ Statuta et facultates lUustr. Sasboldi. 

11° Litterae Nuncii Apostolici Frangipani de festis et 
jejuniis. 

12° De scriptione ad ürbem. 

18° Facultates Religiosorum Illustrissimo communicatae. Pag. 84 

« 

14° Notae lUustrissimi pro Chronologia. 

15° Causa Alcmariani Predicatoris, 

16° In causa Wiqgebii p« m, commendationes ad Epi- 
scopatum. 

1 7° Testimoniales sacerdotum pro Illustrissimo et sociis 
missae ad Urbem. 

18° Decretta sua pro nostra dioecesi amplianda de festis 
et Indulgentiis. 

19° Causa Monikedamensis. 

20° An placeat dare Indulgentias Visitatoribns et coope- 
rantibus illis, item vocantibus sacerdotes ad aegros. 

Ad haec Illustrissimus respondit in Januario 1632, com- 
municans quaedam scripta quae reperire poterat; multa 
asserens esse Bruxellae vel propter pericula seposita. 

Ad 5^. Facultatem testandi reservavit sibi. 

BUdntgen Gesch. Bisd- r. Haarlem Xe Deel. \ 7 



258 

Ad 6"^. Colatur ritu semiduplki 3 Sept. et lectiones 
conficiantur, 

Ad 11"'. Exhibuit nobis R. D. Cbaohtiüs Pastor Am- 
stelodamensis. 

Ad 12"^. Scripsit Wachtelarius et Illustrissimtis ipse. 
. Ad 18"*. Concessit fieri Amp" D"* Decano. 

Ad 20"*. Dedit 50 annorum. 

Capitulum Ordinarium. 

A« D». 1682, die 20 Aprilis, facta Spiritus S. invoca- 
tione praesentibus omnibus excepto D« Alcmadio seniore 
legitime excusato : 

!• Relecta sunt acta superioris Congregationis, et in 
causa P"s Tetlingii quoad reconciliationem matrimonii 
Poelenburg, dictum ab Amp. D. Vicario ipsum fateri 
factum quod ante negaverat; et statutum, utres referat 
ad lUustr. Dominum et P. Teylingio imponatur, ut turn 
partibus tuin amicis declaret , actum suum fuisse illicitum 
et nullum. Aget cum eo Amp. D. Vics^rius. 

2. Circa matrimonia personarum diversae religionis re- 
novatum est lUustr. Domini Statutum: § </ Nullus prae- 
sumat", ut nullus pastor vel ordinarius matrimonia haec 
reconciliet nisi cum scientia et assensu Superioris ad hoc 
deputati; qui deinde id referat ad Vicarium, in ratione 
annua a se actorum. 

3. In negotie Fraternitatis Gratiae conclusum est, ut 
nihil fiat in nostra dioecesi sine ulteriori communicatione. 

4. Proposuit D. Blommebus praelo iterum committere 
Instructionem Domini Sales devita spiritualif librumvalde 
commendatum et ab omnibus confratribus desideratuni » 
cujus exemplaria circiter 100 omnes simul expetebant. 

5. In reconciliatione D, Fbancisci Petri, (D. IV, 
bl. 449.) 

6. Catechismus medius desideratur a sacerdotibus cate- 



269 

chizantibus praecipue Amstelodamensibus ; quem expedire 
ante festum Ascensionis Dni assumpserunt Amp. D. De- 
canus et Buggaeus^ et Harlemi praelo committere^ eique Pag- 35 
addere cantionem cum notis ^Godt Geesf^ etc. 

7. Opuscula Exi D. Janssenii Belgice sunt parata ad 
idem tempus ; moneatur ab Amp. D. Decano D. Paüwius ; et 
D. Bannids defensionem authoris contra Rivetum addat. *) 

8. Dictnm ab Amp. D. Vicario, Indicem festorum et 
jejuniorum impressum in folio; petunt Domini Harlemi 
residentes 1000 exemplaria. 

9. Petitnm ab Amp. D. Decano ut scribat ad Urbem 
sicut lUustrissimus et D, Wachtelaeb fecerunt » de In- 
dulgentiarum communicatarum approbatione et Wesbus ') 
captivo Harlemensi in Italia. 

10. Placuit Capitulo , ut ex iis quae hucusque statuta 
sunt fiat extractum per modum perpetüi statuti per D. 

BUGGAEUM. 

11. Decretum, ut schedulae pro defufictis sacerdotibus 
impressae ab Amp« D. Decano Archipresbjteris distribuan- 
ixxT, quas adhuc penes se habet, et iis distractis iterum 
excudantur ejusdem per omnia tenoris« 

12. Renovatum pro D. Costero quod supra f. 24, ut 
praeponat cantualibus edendis directionem cantus Grego- 
riani; item tonos.Evangelii, Passionis^ Epistolae, Lectio- 
num, Lamentationum, Gloria in Excelsis ad Paschale, 
Credo, Ite missa est, Benedicamus Dno etc suis locis. 

13. De inquisitione Archipresbjterorum , supra p. 82: 
pergent iidem indagare de administratione Baptismi et 
Matrimonii apud haereticos. 

Post meridiem, facta Spiritus S. invocatione, propo- 
situm : 

1) Het gold de strgdschriftea tegen dea predikant Gijsbert Voetias en 
den Leidschen professor Rivetas. Zie J)e Katholiek, 1871. B. LX, bl. 62. 

2) Een Alkmaarsche aitgever. 



260 

14, Ut in officio SS. dioecésis nostrae servetur quoad 
officium S. Bayonis illud quod est Gandensis Ecclesiae 
quoad fieri potest, exceptis lectionibus nostris. In reliqais 
deputati sunt DD. Bugoaeus et Bankiüs, ut ea quam- 
primum expediant; et addant tabulam festorum dioecésis 
nostrae ') legendam initio martjrologii. A reliquis confra- 
tribus petitum^ ut lectiones officiorum quae rëcepimus nos 
ab ultimo anno', examinent ad yeritatem historiae, 

16« In negotie Visitationis dioecesanae decretum est ut 
Archiprésbyteri cum prioribus suis collegis visitent singuli 
pastoratus suo Archipresbyteratui assignatos, idque ante 
festum Pentecostes hoc anno; sequentibus poterunt Visi- 
tatores mutari et in alios archipresbyteratus deputari. 
(V. infra post n. 22). ') 

16. Assendelft: (D. IV, bl. 434). 17. Amsterdam: (D. 
m, bl. 443). 18. Bijp et Gracht: (D. VII, bl. 160). 
Pag. 86 Die 21 ante meridiem post Spiritus S. invocationem : 

19. Assendelft (D. IV, bl. 434). 20. Langendijk etc. 
(D. VII, bl. 160). 21. Denique determinatum est inter 
Visitatores tempus : D. WoLFros cum Bannio Dom, 3 
post Pascha exibit; D. CoSTEBUS cum Bugc^aeo Dom. 
6 post Pascha. 

22. Postremo conclusum et rogatum , ut parochiae 

1) In hét Bissch. Archief bevindt zich nog eene «£y«^ van alle ghebodem 
Vierdaghen" enz., welke w^' hierachter mededeelen als Bijlage I. 

2) Daar is namel^k het volgende later bijgeschreven : 

N. lo pro N« 15. Relectae sant instructioues Tllastrissimi factae pro Visi- 
tatoribas et qnaedam ez eis deletae , qaas caute proponere debeant. Additam 
etiam at ordinarii ezhibeant registram bonoram ecclesiasticoram qaod an- 
nnatim examinetar, an bene castodiantar et aageantur; ut etiam soiatur quae 
sint bona ecclesiastica et qaae particalariam, ad evitandas contentionet. 

2o Circa eamdem articulam conclasum, Archipresbyteris visitantibus ne- 
cessarias non esse litteras eztraordinarias commissionis, qaandoqoidem facnl- 
tates habeant in ordinariis suis locis, etiam nomine Capitali; qaas tarnen 
in Visitatione ordinaria allegare non debent, sed mitti nomine CapitnH. 

8q Züpe etc. (D. VII, bl. 176.) 



261 

Amp. D. Vicarii et aliorum archipresbyterorum visiten- 
tur: Amstelodamum ab Amp. D. Decano cum socio quem 
placebit assumere, Harlemum sinaiUter ab Amp. D. Vicario, 
uti et Enchusa et Alcmariay quorum tempora indeter- 
minataj ipsorum opportunitatibus relicta sunt. 

Gapitulum ordinarium. 

A° D* 1632, 6 Julii. Facta Congregatione Capitulari, 
praesentibusque omnibus , excepto D. Seniore ob morbum 
legitime excusato, post Spiritus S. invocationem, 

1** relecta sunt acta Capituli superioris. Et ad 1°^ re- 
tulit Amp. D. MabiüS factam esse a se denunciationem 
P* Teylingio. 

Ad 2. Mandatum est Dominis Visitatoribus , ut in 
. Visitatione insinuent ordinariis et religiosis Constitutionem 
Illustrissimi. 

Narravit Dominus Vicarius similem casum commissum 
a P. Laübentio Societatis Amstelodami in matrimonio 

Volckard Theod. Coornhartii et ') Item D. Costerxjs 

similem inter Sonneveltium et Margaretam Persijrif qui 
tarnen, quia certum non erat, impositum eidem [sic] ut 
inquirat de veritate. Addidit etiam de praesciëntia P. 
Henbici et absolutione addicta. 

Ad 3. Datus est D" Vicario Liber Illustrissimi,, ut 
inde brevior aliquis libellus formetur pro Fraternitate 
eadem. 

Ad 4, Dixit D. Blommebus, se jam convenisse cum 
Typographo et opus sub manibus esse, 

Ad 6, De Streek (D, IV , bl. 449.) 

Ad 6. Inchoata est executie per D. Buggaeum , et habet 
penes se Amp. D, Decanus exemplar, quod re videbit et 
brevi expediet. 

l) De uaam is niet iogevulclt 



262 

Ad 7. Paüwixjs monitus spopondit accelerationem opens ; 
et I> CoSTEBO data est cara relegendi anteqnam Gapi- 
tulo exhibeatur. 

Ad 8. Exemplaria jam impressa asseruit D. Vicarius , 
et propediem mittenda. 

Ad 9. Scripsit lUastrissimus pridem in Congi*egatione 
Pag. 37 Archiepiscopali, et suscepit de novo etiam scribere D. 
Decanus. 

Ad 10. Relectae sunt regulae Confratribus a D. Bua- 
GAEO; et scribantur in libro. 

Ad 11. Distractis jam schedulis, curabit eas recudi 
Di. Decanus. *) 

Ad 12. Placuit in Graduali poni in ordine missae !• 
Gloria in Excelsis Faschale^ Ite missa est, Bened. D. 
Requiesc. in P., 2** in fine libri Tonos Prophetiarum , 
Epistolarum, Evangeliorum , Interrogationum , Clausula- 
rum, Passionis. 3*» In Antiphonario Tonos Benedictionum , 
Lectionum , Lamentationum , Te Deum , Gloriae pro Re- 
sponsoriis. 

Ad 13. Nihil speciale observatum est. 

Ad 14. Lectum est a D, Buggaeo martyrologium. Et 
placuit lUustrissimo , ut officia a D, Buggaeo ei exhibita 
sic imprimantur ; notandus tarnen annus quo illa inchoata 
sunt ante prohibitionem Papae, ne contradictionem patiantur. 

Ad 15. Relectae sunt Visitationes Enchuaanae et Alc' 
marianae hoc anno factae, et ex iis notata qüae corre- 
ctione indigebant. D. Decanus scripta sua reperire non 
poterat. De Actis Visitationum placuit fieri archivnm et 
acta praecedentia semper deponi in eo, idque sub duabus 
clavibus quarum una sit apud D. Decanum altera apud 
Capituli Secretarium. Locus archivi deinde inspectus fuit 
et placuit Dominis Capitularibus. 

1) Naderhand bggeschreven : Exemplaria 2000. 



263 

Die 7* [Julii], 1 6. Data est commissio D. Bannio, ut 
formet Indiculum, secundum quem ordinarii locorum fa- 
cient registrum ornamentorum et bonoruni ecclesiae coxn- 
munium» eumque quam prixnum destinet Dominis Archi- 
presbyteris, ut opportune tempore ante proximam visita- 
tionem singuli ordinarii eum habeantj et catalogos tune 
exhibeant; in quibus generaliter etiam contineantur loca 
seu pagi cum Fatronis suis , loca miraculosa et quae olim 
vel recenter ibi contingant , numerus locorum ubi congre- 
gationes habentur^ baptizatorum ^ communicantium j vir- 
ginum^ matrimoniQ junctorum, reconciliatorum , defuncto- 
rum, cum quibus dispensatum est^ beneficiorum si quae 
sint vel fuerint, praedecessores vel laicos excellentes. 

17. Decretum ut Visitationum hujus saltem anni et 
sequentium ') fiat duplex exemplar, quorum alterum 
maneat in archivo^ uti dictum est^ alterum per fideles 
bajulos transmittatur Illustrissimo, et ita satisfiat petitioni 
ipsius Illustr. Domini^ qua requisivit singulis annis fieri 
Visitationem suo nomine. Et conclusum ^ ut illa tantum 
per Dominos Capitulares describantur sicut et visitatie 
societatisj ad servandum secretum (quod de omnibus de- 
fectibus inibi contentis teneri debet) ^ quum materia ejps 
ad sigillum confessionis proxime accedat. 

18. Assendelft (D. IV, bl. 484.) 

19. Relectis actibu^ ültrajectensibus praecedenti hebdo- 
mada notatis, data est Visitatie Patris Baütebs Domino 
Blommabtio , ut faciat notas ad eam ') , quae deinde in 
Capitulo hebdomadali examinabitur et supplebitur a con- 
firatribus, nominatim Decano, et ad lUustrissimum desti- 

1) Naderhand is bggeschreven : «vel triom praecedenti am una' series seu 
eitractom de quo." 

2) Blommert heeft zulks inderdaad gedaan. Zijne memorie is nog in het 
Bisschoppel^k Archief voorhanden. Wij geven die hierachter als Bijlage II. 
Vergel. Archief v, d. i^esch, v, h, darifb, Vtrecht, VI^» Deel , bl. 222 en ?olg. 



264 

nabitur, petendumque ab Illustr. Domino, ut accusatio- 
nibus in eis contentis et calumniis tempestive occurrat. 

20. Alkmaar (D. III, bl. 159.) 

21. Exhibitae sunt a D. Büggaeo litterae R*P"» Aen. 
Rayssii circa Auctarium Molani *), quo petit instructio- 
nem nostram de libro a se edito, Visumque est , ut res 
haec extra Capitulum peragatur, quandoquic(eni eidem 
nihil nomine Capituli nostri scriptum fuit. Suscepit tarnen 
D. Decanus cum tribus residentibus materiae isti invigilare. 

Pag. 88 22. Propositae sunt a D. Büggaeo notationes tjpicae 
24 Sanctorum Dioecesis nostrae ') sculpendae et impri- 
mendae , et quae ad veritatem notitiae eorum pertinebant 
notata sunt ; de ordine vero quo ponendi essent varia pro- 
posita sunt, et in suspense res relicta; sed postridie 
finaliter conclusum, ut notato modo per D. Buggaeum 
coelari curarentur. 

23. Denique Capitulo ostensae sunt reliquiae Sacrae a 
P" Arnoldo, Ordinis S. Francisci ') Casula videlicet 
5. Bonifacii , ut asserebat, Pont. Mart. 2 Ep. Ultraj. ex 
albo damasceno, et para Cranei, unius ex societate ejus- 
dem sancti, ut putabatur; alterum adhuc habuerat et sibi 
ereptum dicebat, inquisiturus sedulo ubi relictum sit. Has 
ad se pertinere asserebat D. Vicarius tamquam superio- 
rem dioecesis Leovardensis et Groningensis , ex quibus 
illae reliquiae venerunt; contradicebat P. Abnoldus, eo 
tantum nomine, quod ad suos superiores jam de reliquiis 
a se acquisitis scripsisset et timeret indignationem eorum 
si sine eorum scitu ad alienas manus devenirent; sperare 
se quod bona eoirum venia, eas tradere posset Capitulo 

1) Ad l^^atales Sanctorum Belgii Joannis Molani Anotariam, anctore Ar- 
noldo de Raisse Daacensi, Canonico. Daaci 1626. 

2) Te vinden in het Bisschoppelijk Mnseum te Haarlem. Zie Gids in het 
Bissch. Mas. 1878, bl. 86: Kunstboek, enz.; 2«« drak 1881, bl. 107. 

3) Franciscaan, te Haarlem missionarias. 



265 

Harlemensi. D. Vicarius contra aiebat, ad P. Abnoldum 
vel Superiores Minorum non pertinere de reliquiis sanctis 
provinciarum nostrarum disponere, sed ad se. Instabat 
F. Abnoldus, maltas molestias , samptus et pericula se 
subiisse in acquisitione istarum reliquiarum, et Illustrissi- 
mum D. solum praecepisse , ne extra patriam efferantur , 
non vero jubere ut ad Superiorem omnes reliquiae refe- 
rantur^ sed sufficere ut cum notitia Superiorum in fideli 
custodia habeantur, sicat ipse jam per 20 fere annos ha- 
buit; et si tradendae sibi sint^ malle se cum liberali animo 
custodiam illam Capitulo Harlemensi committere^ quam 
a se invito auferri^ et nomine Capituli in manus Ampl. 
Decani consignare y ut ille custodiat^ donec constet quis ad 
eas acquirendas jus habeat. 

24. Hoogwoud et Nibbixwoud (D, I, bl. 442). 25. Pur- 
merend (D. VII, bl 160). 26. Schagen (D. VII, bl. 177), 

27 denique. Rélectae sunt inter confratres aliquot pro- 
positiones a D. Buogaeo notatae, de quibus in proxima 
congregatione agendum erit. 

• 

(JFordt vervolgd,) j. j. graaf. 



266 



BIJLAGE I. (Ofr. bladz. 260). 



LTSTJi VAN ALLE GHEBODEN VIEE-DAGHEN , ABSTINENTIE- 
DAGHEN ENDE VASTEN-DAGHEN, IN HET BISDOM VAN 
HAERLEM, MITSGADERS VAN ALLE DAGHEN VAN VEEE- 
TICH DAGHEN AFLAET. 

6r. \ i Gheboden Viev'dagh , 

V. 1 Beteyckent (Gheboden Vasten-dagh, 
A. ) l Aflaets-dagh« 

Janüabius. 

j. NieuW'JaerS'dagh. ^ G. 

vj. Drie Coninghen, G. 

xviij. S. Pieters Stoel tot Roomen. A. 

xsj. S« Agniet, Maegt ênde Martelaersse. A. 

XXV. S. Paulas Bekeeringhe. A. 

Februariüs, 

ij. Onse L. Vrouwe Lichtmüse» G. 

xxij. S. Pieters stoel tot Antiochien. A. 

xxiij. S, Matthijs Avondt is voor Asschen-woensdagh 

geen Vasten, 
xxiiij, aS. Matthijs Apostel, G. 

In het schrickeljaer comt desen Ueylighen dagh 

op den XXV. van Februarius, een dagh later als 

op andere Jaeren. 

Martiüs. 

j. S. Suitbert, Bisschop ende Q)nfessoor. A. 

xij. S, Gregorius, Paus. A. 
's Woensdaechs daer naer is t' Amsterdam de 
Feestdagh van 't Heyligh Sacrament van Mi- 
rakelen. A* 

xvij S, Geertruyd, Maeght, At 



267 

xviij. S. Vulfrannus, Bisschop ende Confessoor, A. 

XXV, Ome L. Vrouwen hooUchap, G. 

Comt desen heyligen-dagh op Palm-sondagh ofte 
nae , soo wordt hy in het Bisdom van Haerlem 
gehouden saterdaegs voor Palm-sondagh. 

Apbilis. 

xxiüj. S. Egbert, Oonfessoor. A. 

XXV. S, Marcus Evangelist. A. 

Voor de middagh vasten, ende den heel en dagh 
Abstinentie van Vleysch ende Vet, behalven als 
desen dagh op een sondagh , ofte in de Octave 
van Paesschen comt. Desen dagh leest men , na 
Kerckelijck ghebruyck, de Litanien. 

XXX, S. Philips ende Jacobs avont is gheen Vasten-dagh. 

1 Maius. 

j, 5. Philips en Jacohy Apostel. G. 

iij. H, Cruys'vindinghe. G. 

ix. S. Gangolf , Martelaer. A. 

X. Oversettinghe ende Gedenckenisse van S. Bavo, 

Confessoor ende Patroon van de Dom-Kerck 

" tot Haerlem. A. 

i' JüNros. 

j^. xj. S. Barnabas, Apostel. A. 

jii! xij. S. Odulphus, Confessoor. A. 

xxj. S. Engelmondt, Abt. A. 

xxiij. S. Jans Avondt. V. 

xxiiij. 5. Jans Baptista geboorte. (?. 

] XXV. S. Adelbert, Confessoor. A. 

xxvüj. S. Pieter ende Paulus Avont. V. 

'^* xxix. S. Pieter ende Paulus ^ Apost, G. 

JuLros. 
1 ij. Onse L. Vrouwe Visitatie, Af 



^ 



268 

V. S. Bonifacius^ tweede Aertsbisschop tot utrecht. 

Apostel van Hooch ende Neder-Duytslapdt , endo 

Martelaer, met sijn gheselschap. A. 

vij. S. Willibaldt, Bisèchop ende Confessoor. A. 

XV. Scheydinghe der Apostelen. A. 

xvj. S. MarcelHnus, Confess. A. 

xviij. S. Frederijck, Bisschop ende Martelaen A. 

xxij. S. Maria Magdalena. A. 

xxiiij. S. Jacobus Avondt. V. 

XXV. S, Jacobus, Apostel» G. 

Augustus. 

j. VerheflSnghe ende Oversettinghe vari S. Bavo, Con- 
fessoor ende Patroon van de Dom-Kerck tot 

Haerlem. A. 

ij. S. Pieters Banden. A. 

vj. Onse L. Heers Transfiguratie. A. 

ix. S. Laurentius avondt. V» 

X. 8, Laurentius, Martelaar. G» 

xiij. S. Wigbeft, Martelaer. . A. 

xiiij. Onse L. Vrouwen Hemel vaerts Avondt. V. 

XV. Onse L, Vrouwen Hemelv. G. 

xviij. S. Jeroen, Martelaer te Noordtwijck. A. 

xxiij, S. Bartholomeus Avondt. V. 

xxiiij. aS. Bartholomeus, Apostel. G, 

XXV. S. Gregorius, Bisschop ende Confessoor. A, 

xxviij. S. Augustinus, Bisschop ende Confessoor. A, 

xxix. S. Jans Onthoofdinghe. A* 

September. 

iy. S. Werenfridus, Confess. A, 

viij. Ons L. Vrouwen geboorte. G. 

xiiij, H. Cruys-verheflSnghe. A. 

Den eersten Woensdagh , met die dan eerst niaer- 

volghende Vrydagh en Saterdagh naer H. Cruy8«» 

verheffinge ist Quatertemper. 



269 

XX, S. Mattheus Avondt. V. 

xxj. S. Mattheus f Apostel, G. 

xxix. 5. Michiel, Aerts- Engel. (?. 

OCTOBER. 

j. • S. BavOy Confessoor, ende Patroon van de Dom- 
kerck tot Haerlem , wordt tot Haerlem met een 

solemneele Misse geviert den eersten Sondagh 

naer sijn Feest , soo die op gheen sondagh 

comt, A. 

iij. S. Ewalden, broeders, Martelaers. A. 

xij, S. Wilfrid, Bisschop ende Oonfessoor. A. 

xviij. S. Lucas, Evangelist, A. 

xxj. S. ürsula, met haer geselschap, Maeghden ende 

Martelaerssen. A. 

xxvij» S. Simon ende Judas Avondt. V. 

xxviij. 5, Simon ende Judas, Apostelen, G. 

xxxj. Alder-heyligen avondt. * V. 

NOVEMBEB. 

j. Alder-heylighen. G. 

ij. Alder geloovigher Zielen. A. 

vij. S, WillibrorduSy eerste A er ts' Bisschop tot Wtrecht, 
ende Confessoor , Apostel van Hollandt ende om- 
leggende Landen , Patroon van het Bisdom van 
Haerlem. G, A. 

xj. 5. Martinus, Bisschop ende Confessoor. ö. 

xij. S. Lebuinus, Confessoor. A. 

xxj. Onse L. Vrouwen Presentatie. A. 

XXV. S. Catharina, Maeghet ende Martelaersse. A. 

xxix. S. Andreas Avondt. V. 

XXX» S, Andreas 9 Apostel. G. 

December. 
iiij. S« Barbara, Maegt ende Martelaersse. A. 

vj« S« Nicolaes, Bisschop ende Confessoor. A. 



270 

viij. Onse L. Vrouwen Ontfanckenisse. A. 

xiij. S. Lacia, Maeght ende Martelaersse. A. 

Den eersten Woensdagh^ naer S, Lncie, met die 
dan eerst naervolghende Vrydagh ende Saeter- 
dagh ist Quatertemper. 

Oock ist een oudt loffelijck ghebrnyck datmen 
daeghs naer S. Lucien abstinentie begint van 
yleysch ende vet tot Eersmis toe. 

XX. S. Thomas Avondt V. 

xxj* & Thomas y Apostel. G, 

xxüij. Kers-Avondt. V» 

XXV. Kers'Dagh. G. 

xxvj. S. Steven, Martelaer. ö. 

xxvij* S. Jan, Apostel ende Evangelist. G. 

xxviij. Onnosele Kinderen dagh. ' A, 



yiEB-DAGHEN, ABSTINENTIE-DAGHEN, VASTEN'-DAGHEN, 
ENDE AFLAETS*DAGHEN5 DIE VERSCHIETEN. 

1, Paesch'sondagh, Fincxter-sondagh, ende alle de 

sondaghen van ^t geheels Jaer. 
Item Paeseh'maendag1\ jende Pincxter-maendagh; ) 6. 
Item Onsen Z/. Heeren Hemelvaert, ende H. Sacra* 

mentS'dagh. 

2, Witten Donderdagh, ende goeden Vrydagh; 
Paescb'dinghsdagh, ende Pincxter-dinghsdagh. 
Item Kerck-wijdinge tot Haerlem, (dewelcke ge- ) A, 

houden wordt op den eersten Sondagh naer denl 
xxüij Augusti, oft naer S. Bartholomeus-dagh.) 

3, Alle de vrydaghen, ende saterdaghen van 'tgeheele Jaer, 

is geboden Abstinentie van Vleysch ende Vet* Wtgeson- 
dert als Eers-dagh op een van dese daghen komt. 



271 

4. Van Asschen- Woensdag tot Paeschen toe, alle dagen 

Abstinentie van Vleysch, Vet, ende Eyeren, ende 
die vier leste daghen oock van Suyvel. V. 

5. Die een ende twintigh jaeren volcomen ghepasseert zijn, 

moeten de heele vasten ende alle andere gheboden 
Vastendaghen het gheheele Jaer door onderhouwen. 

6. Op de sondaghen tusschen Asschen- Woensdagh ende 

Paesschen , is geboden Abstinentie van Vleysch, Vet, 
ende oock Eyeren, sonder Vasten. 

7. Wort oock geraden , maer niet geboden, sonder Suyvel 

te zijn, Asschen- Woensdagh, met d'eerste Woens- 
dagh , Vrydagh , ende Saterdagh daer nae , wanneer 
het Quater-temper is; S. Matthijs ende Onser L. 
Vrouwen Bootschap Avonts, wanneer die inde Vas- 
ten comen. 

8. Is oock een oudt ende loffelijck ghebruyck maer gheen 

ghebodt , alle Woensdaghen , Vrydaghen ende Sater- 
daghen van de vasten Suyvel te derven. 

9. Die inde Vasten (buyten die sondaghen) Suyvel eten , 

moeten voor elcken dagh vijf Onsen Vader, met vijf 
Weest gegroet lesen. Wtghenomen die vier leste 
daghen inde goede weecke , op de welcke gheboden is 
sonder Suyvel te zijn, als hier voor N" 4 gheseyt is. 

10. In de seste weecke naer Paesschen op den Maendagh, 

Dingsdagh, ende Woensdagh, zijn Oruysdagen; ende 
dan leest men naer Eerckelijck ghebruyck dë Li- 
tanien; ende is de gantschen dagh geboden Absti- 
nentie van Vleysch ende Vet, ende vasten voor de 
middagh. 

11. Alle Quatertemper daghen, te weten. Woensdaghen, 

Vrydaghen en Saterdaghen, naer Asch-dagh, Pinxter- 

sondagh, H. Cruys verheffinghe, ende naest S. Lucia 

. worden gheboden te vasten, met Abstinentie van 

Vleysch 'ende Vet. V. 



272 



lAjate van de beslooten tijt aengaende de Bruyloften, 

In de Catholijcke Kerck en worden geen solemnele 
Bruyloften gehouden. 

I. Van den eersten Zondagh in den Advent tot daeghs 

nae H. Drie Coningen. 

II. Van Asschen-woensdagh af tot 's Maendags naer 

beloocke Paesschen. 

Imprimatur. 

I. Steilandiüs. Anno 1638. 



BIJLAGE II. (Zie boven bl. 263.) •) 



lUustrissime 

Miro certe casu, et per eum a quo mlnime sperabam 
pervenit, sero licet^ ad manus meas informatie j quae a 
P. Visitatore Guilielmo Bauters Societatis Jesu sacerdote 
lUustr^ Dominationi tuae tradita f uit, et instituta anno 
millesimo sexcentesimo vigesimo octavo. 

Et quoniam te aequum judicem nactus et sapientem^ 
audi quaeso, contra accusatorem, sic enim visitatorem ap- 
pello, defensionem, et sermoni meo tuam benignitatem 
accommoda. Ita me Deus amet, odi qui in domo Dei tem- 
pestatem minant et creant furoris et contentionis magistri^ 
non illius qui suam reliquit nobis pacem. Non visitatorem 
laedendi animo sed lUustriss. et Reverendiss. Archiepi- 
scopum Philippensem et Vicarium apostolicum defendendi 
studio liberius interdum cogor scribere. Quae libertas cum 

1) Door Bagge is als inhoud van het stak b^gesohreTeD : Monita de Tisj- 
tationibus Jesoiticis in partibus Belgii uniti, Dominatim facta 1628. 



273 

pietate et boni subditi oflScio conjuncta est. Tota Visitatoris 
actio, quam UI ustrissimo Domino obtulit, est inter Clerum 
saecularem , ut vocant , et Societatis Jesu patres : hos ab 
isto deprimi lamentatnr, sublevarique obnixe rogat. 

Illustr*"* Domine, sic mecum ratiocinari soleo : Religio- 
sos Sedis Apostolicae autoritate probatos^ multis magnis- 
que privilegiis munitos, eorumque operam plurimis con- 
cessionibus insigniter provocatam ; Ohristi Vicario ita pri- 
vatas leges interpretante et regulas, ut Christi amori et 
fratrum saluti accurata vitae et disciplinae regula cedat. 
Sed inter commoda incommoda subsunt. Regularibus, quod 
suis privilegiis exempti sint, non satis bene cum Episcopis 
convenit in Farochiis administrandis. Hinc quanta mala 
profecta sint, dici non potest. Religiosi [sos?] si in officio 
suo sunt negligentes , Episcopi , quorum munus est pro- 
prium, visitare , pleetere et male meritos amovere non pos- 
sunt; siquidemalienaesuntoves. Praefecti vero Provinciales 
subditos sibi Regulares corrigere quidem possunt, sed 
ordinis honore et proprio judicio seducti, aut errores ex- 
cusant, aut vix, aut sero ad illos querela pervenit. Hinc 
dissidia, acerbaeque contentiones inter Episcopos et Regu- 
lares cum maximo Fidelium malo. Hinc querelae Episco- 
porum, quod oves sibi commissas satis pascere nequeant. 
Vestem de lana linoque contextam , et aream eandem vario 
seniine adspersam (Deut. 21 et Levit. 19 videre) sim- 
plicitati Evan'gelicae et subministrationi spiritus, quam 
Apostolus 4 Ephes. tanti fecit, saepenumero non parum 
incommodasse. 

Res sacras in Provipciis confoederatis Illustriss. Archi- 
episcopus Pliilippensis, idemque Vicarius Apostolicus Rove- 
nius administrat. Latitat in secretissimo secessu abditus, 
sed tamen sacerdotum cuivis facilis est accessus. Rerum 
omnium conscius per suos indices observat omnia, suoque 
constitutoque tempore Provinciam perlustrat ipse. Sacratis 

Btidrsgen Gesch. Bifxl. v. Haarlem. X* Deel. 18 



274 

legibus pro tempore et locorum conditionibus Remp. Chri- 
stianam munit. Accedit Ecclesiasticus senatas Harleini, 
qui proventuum nudos et spoliatus, dignitatem tarnen 
retinet^ consilioque et visitatione lUuss.® manus praebet. 
Hunc constitutum imperandi et obediendi ordinem conser- 
vari necesse est. Qai tanto a Patribus Societatis diligentias 
servandus erat , qaanto magis volant virtutem ' saam emi- 
nere. Quare Regulares , inprimisque Patres Societatis , 
redacto Ordinario in ordinem ^ et amplissimis sacerdotibos, 
Concilii autoritatem , sacrorain cnrationem^ dubiorum inter- 
pretationem^ universnm denique ceremoniarum nsum , ad 
se transferri vellent. Cam tarnen meminisse debnissent se 
Episcopis et Parochis datos, ut auxiliares manus adferant* 
Quare diligentissime prae ceteris cavendus est Pastorum 
contemptus, et invidia. -Testari deberent se nullo modo 
Parochis superiores esse» sed Episcopum verum^ legiti- 
mumque Pastorem, se vero illius adjutores, aut admini- 
stros. Quare nisi Religiosi humilitatem insinuent et cir- 
cumspecte autoritatem Pastorum commendent et tueantur » 
certum est^ invidia et columnia statim omnia bona studia 
coUabescere et corrumpi. Sed de his postea. 

lUustrissime Domine in contrarium abeunt studia et 
informationes Yisitatoris Guilielmi Bauters. Hoc unum in 
toto scriptó agere videtur^ ut sua obtrectione Illustrissi- 
mum Rovenium in invidiam adducat et calumniam ei 
struat. Ad haec , Visitatorem culpo , quod toto suo libello 
Societatem Jesu commendet : sola illa sibi placet, reliqui- 
que Pastores displicere videntur. Denique, si superis pla- 
cet, has regioues cursim obivit, nuUa temporis mora vel 
experientia edoctus, decretorie de rei et caussae capite 
pronunciat, sociorum suoruq^ relatione, forte invidia aut 
aemulatione aut ignorantia seductorum, instructus. Hinc 
fit eum frequenter errare, et vera falsis admiscere. 

lUustrissimae Dominationi vestrae unice commendat» 



J 



irti 



275 

» 

obnixeque suppHcat, ut queruHs ex HoUandia Catholicis 
ad animarum salutem novos et novos Socios concedat. Hic 
liceat vere dicere, quos suos Patres ita commendat in 
administrandorum Sacramentorum praxi, et Ecclesiae cere- 
moniis ita rudes [sunt], ut quandoque haesitatio me tenuerit. 
Ita in his sunt peregrini. Quam misero modo sibi Visita- 
tori Sacramentorum Pastoralium usum denegatum fuisse 
deplorat, et duritiem in respondendo, insolentiamque in 
negando amplificat, Illustriss"^* Domine, dico ego, postu- 
lationem istam import unitatem quandam et violen tiam fuisse. 
Cui bono et usui esse poterat ei Pastoralium jurium con- 
cessio, qui istis itineribus loca obibat, visitationis gratia, 
relictis residentibus Sociis ad ordinarias erga fideles functio- 
nes, Quin potius ab his concertationibus abstinent [neant ?] , 
ut accuratius inculcent, fidelesque instruant. Ecclesiae ordi- 
nemesse, Regulares Pastoribus subservire, iisdem Pasto- 
ralium administrationem incumbere , ne refractarii adseclae 
quasi sociorum instinctu iis sese opponant audacius. Nonne 
digito demonstrare possumus qui adfirmarit se sine Sacro- 
sanctis Ecclesiae Sacramentis mori malle, quam ab ordi- 
nariis petere ? lis Patres connivent ne dicam proritant, sed 
iis omissis, revertor ad Visitatorem. Indigne se habitum 
ab lllustrissimo Archiepiscopo Philippensi significat Visi- 
tator. Illustrissimus Rovenius tabulas publicas, quas Con- 
cordata vocant, opponit plenissimo jure concessas, quan- 
taque potuit fieri religione confectas. ünde Visitator exigit , 
quae Societas resignavit ! Cur Illustrissimus malo exemplo, 
quae ab Episcopis a Sua Sanctitate designatis jussa, im- 
mutet? Cur Visitator foedus et conventa violare et con- 
fundere tentat? Credo ut privatam injuriam, sic enim 
Sacramentorum administrandorum negationem interpreta- 
tur, ulciscatur, acerbius in illum invehitur, quam niode- 
rati hominis natura postulet, Caput egregie probum habe- 
mus, cogitantem et cupientem ea quaë se sunt digna. 



276 

Aetatem in hisce negotiis tri vit, longiorque usus eum 
facile potait instraere. Tund novit quid saa professio» quid 
sacerdotii munus» quid Omnipotentis Dei timor a se po- 
tulent. Memini eum dixi [dixisse?], quando cnm Patribus 
agit nonnnllisqne aliis Regularibus, ancipitem animi esse, 
graviter an comiter, imperiosius an mansuetius eum iis 
negotia tractet ; ita exigua reverentiae signa, mnlta vili- 
pensionis adferunt, Vellet ille ut indulgens Pater filios 
emoUire, et ut frater eum fratre vivere, sed res in pejus 
ibant. Vellet in Dei caussa et Ecclesiae gravitatem de- 
ponere; siquidem David ante arcam Dei pietatis memor 
fuit, non dignitatis, sed aliorum Regularium mores ducunt 
elati et insoletites, Quin potius Concordatis rerum agen- 
darum regulae tanta autoritate munitae Visitator insistit, 
Lex haec utramque partem obligat. Quod ex ea se suos- 
que Parochos Illustrissimns Philippensis defendat, naturae 
consentapeum est. Omnis natura sui est conservatrix. Quod 
ad tutelam suae Jurisdictionis et concbrdatorum fecerit 
jure fecisse existimo. Privilegia sua et dispensationum 
facultates libere proclamant Régulares , nee invidiam su- 
stinent; at quasi dolent in rerum spiritualium administra- 
tione.sibi praeferri Pastores, quos ut magis deprimant, 
contra eos insurgentes adversarios, quos reprimere debe- 
bant, ad te mittunt, Illustrissime Domine, et partes 
favent. NuUum adverto lenitatis aut concordiae studium, 
nullamve magistratus obedientiam, Calumnia insuper major 
est, quam ferenda sit, negatione Patribus Societatis 
Strecae adeundae facta, mortuos Fideles sine Sacramento- 
rum subsidie. Probare id oportuit, non dicere. 

Porro facultatem, Illustrissime Domine, fieri rogat, de 
socio mittendo ad Frisiae sylvestris pagos. Quasi haec 
cura Illuss. Rovenium praeteriisset, sed religiosissimae 
postul ationi facta respondeant. Si lubet, designabo plura 
deserta et inculta loca. Ad ea ut missionem impetret. 



277 

sciant Patres hanc esse futuris Parochis adeundae missionis 
propositam rationem ; Vicario Apostolico se suosque labores 
prompti offerant, ad ejus se coraponant arbitrium, huic 
illive loco, isti alfrerive functioni addicendi. In quo nun- 
qaam erratum fait a uostris Missionarijs. Ea est prima 
Fidelium, magna religione Antistitem snum suscipientium 
vox. Quis es? Unde venis? a quo delegatus? legationis 
tabulas exhibe* übi Pastor cum Illustriss® peregit, pro- 
videnda illi non pauca, perpetuum carceris periculum, 
ingens solitudo, rarus egressus , peregrinus et pauper 
vestitus, concio infrequens, supellectilis , utensiliuin libró- 
rum et habitationis commodae peuuria. Nullum constitu* 
turn laborum pretium, adversarij multi. Reditum Eccle- 
siasticum nullum numerat, sed Fidelinm oblationes et 
obvia rustici hospitis mensa eum sustentant. Quin ad 
Pro vinciae onerum communionem venit , quae sunt stu- 
diosi foris et pauperes domi. Ita ut vertente anno nee 
desit ulli quidquam nee supersit. Verum Societatis Patres 
tantum abest, ut illa misera incolant loca, quin in opu- 
leotis orbibus suos labores pretio redimunt» Quin horum 
vestigijs insistunt Patres? immo vero strenue declinant. 
Pergit tamen Visitator Societatis paupertatem adfiirmare : 
ut ut sit, certe coacervandae et avehendae pecuniae cupi- 
ditatis famam post se Socii reltnquunt. Constat P. Anto- 
nium de Greef dixisse , mediam se pro redemptione capti- 
vitatis P. Montmorency persol visse partem, cujus totalis 
erat fere millium florenorum. Neomagi in ore civium est, 
propter importunas exactiones eundem in illa urbe rema- 
nere, quia annuo tributo superiorem pacat et mansionem 
emit. Harlemi solitus erat P. Isidorus suo concione inge- 
miscere, usque adeo se despectui esse, ut panem et 
cerevisiam cives obnoxii non suppeditent , sed nee triennio 
toto 75 florenorum stipe pro laboribus, quos amplificabat, 
dignum habitum. En ut populo imponat, et ex eodem 






278 

4 

ore calidum flat et frigidum. Apud amicum deposiiit5 se 
ab ovibus Harlemensibüs mille florenos annuo referre , 
quodque excedit. Quin domum magnam emit et restaura vit 
cum 8000 florenorum expensis et perselvit. Jassu testa« 
toris Harlemi Societas 16 millia florenorum accepit5 et 
cum voluerit ea necessitati Socii Harlemensis auctitari, 
in proprietatem ejus Collegium Antverpiense successit. 
Hoc dolemus civium nostrorum salutem et opes peregrinis 
transscribi. Dudum judicatum est ab omnibus Patres sacer- 
dotibus saecularibus in veste » bibliotheca , caeterisque 
utensilibus instructiores esse et comptiores* Sed de bis 
satis5 redeo ad institutam narrationem. 

Domus coeno perlita , egenus hospes , nocturnae vigiliae 
caeteraque ruralia incommoda, Patres amnt Professionis 
suae et religiosis exercitiis non convenire, quare Pasto- 
ribus committunt eos pago^» quos ante Visitator miseros 
et desolatos ab Illustrissima Dominatione sibi demandari 
optabat. Vere pij viri animarum pretium intuentur^ pro- 
fessionem et regulas in animo repositas gestant. Nibilomi- 
nus pro pabulo spirituali egentibus Visitator apud 111 u- 
strissimam suam Dominationem supplicat. Non Bruxellam 
adeat necesse est, Illustrissimus Rovenius sexcentos pages 
designabit. Vis in actione non in acumine consistit. Cum 
animi dolore Illustriss. Rovenius meminit pagos desertos. 
At audax et liber in culpando imperitus Visitator, si re- 
rum esset gnavis, multa tempori, loco, necessitati, per- 
secutionibus , haeresique inveteratae adsignet, aut sacer- 
dotum penuriae non culpae, quam si supplere velint, eja 
adsint. Sed caverint. 

A pagis redit ad urbes divites et opulentas , ab iisque 
Patres magnopere expeti ad fastidium repetit. Gratos esse 
bene habet. At cur optimis eorum moribus, et doctrinae, 
excellentibusque naturae et gratiae donis adscribit, quod 
alius Fidelium erga sacerdotes reverentiae tribuebat, qui- 



279 

bus dixisse^ sacerdos est^ sufficit. Bonos concionatores 
omnes facit, Profecto tertiae parti in Brabantia ordinaria 
statio in templo urbis primario nunquam commissa fuit. 
Illustrissime 9 liceat verum dicere^ quos ita depraedicat 
Visitator Socios domi sine inquietudine domestica pleros- 
que non possunt continere, Tialesque HoUandia Patres 
retinet, quos aegre degustata libertate ad Collegium 
revocent. Ingeminant sentiuntque Regulares ipsi ordinem 
collabi et disciplinam exterminari. Quousque Socios repetit 
in amoribus apud Fideles esse. Ego adfirmo, plerique 
Fidelium ab iis abhorrent^ turn propter alias caussas 
tum propter gravia Ordinum placita , quae Patres gravis- 
sime multant. Centenos, qui propter frequentiam sibi 
oneri esse et ab Ordinariis abunde satisfactum testabuntur. 
Ut suos commendetj supra alios fortitudinis materiam de- 
praedicat. Socios repetit in Zelandia iniquiori conditione 
prae reliquis Pastoribus viver^. Frustra hic est ambitio- 
sus Visitator, eaedem poenae et edicta eosdem pariter 
Parochos et Regulares adfligunt. Par est eademque in 
Prisia fere ratio. Viderit Visitator an tres Socii justam 
operam Neomagi impleant. Idem de ültrajecto dicamus 
necesse est. Quantuia opera est sacerdotis, cui üna Scliola 
triginta puellarum infantium sufScere pronuntiat. Harlemi 
Socij babent adseclas plus minus trecentos , unus onus non 
ferat? Ego sapiens consilium existimarem multitudinis 
Sociorum vitandae. 

Quod ad amorem attinet. Cives Parochis se suaque 
jamdudum ante Societatis adventum detulerunt. Licet prae- 
properum suum in Hollandiam adventum venditent. Ec- 
clesiam sibi commendatam summa diligentia regunt^ ab ejus- 
que custodia persecutione [n?]ulla periculove deterrentur. 
Sic sanctioribus vinculis se Fideles obstringunt, sic sub- 
diti cum Pastore quasi per j5etuam contrahunt obedientiam , 
vicissim consilium., labores, viiae necessitatem , et subsidie 



280 

spiritualia spondet. Maneat houoi* suus Patribus» sed et 
illi faveant Ordini Hierarchico, in qao sciant firmissimam 
fluctuantibus (ut nunc est) iidei nostrae rebus constitutam 
esse. Prima quidetn ^ ut audio , ad Illustrissimum Viearium 
Apostolicum confessio et Patrum professie est5 se Parochis 
veile esse conjunctisslmos, hoc se a Superioribus in com- 
missis habere, Illustrissimo obsequi et revereri, ad vo- 
cantem accedere promptoque animo imperanti parere veile. 
At levior pluma est promissio. E Sopiis magnae autoritatis 
vir amico sacerdoti profitebatur^ aequissimum quidem esse 
lUustrissitiai Vicarii Apostolici impeiia accipere et sequi , 
sed nisi contra nitantur» Societati non videbuntur operam 
satis sedulam navasse« Certe responsiones ejus parum aut 
probantur aut non observantur/ Raro suam sententiam, 
ut debent ad ejus accommodant judicium. A capitis con* 
temptu veniunt ad membrorum vilipensionem , et depres- 
sionem. Socii ut suae sectae habeant sectatores 5 domos 
obeunt , et pri vatim rogant , ne se deserant a sacerdotibus 
saecularibus oppressos, splendido fuco decipientes* Si e 
Patribus aliquis in vincula traditur, sacerdos saecularis 
est prodifor; si edicta severiora praefigantur5 idem ineen- 
tor perbibetur. Vide quo abeant odia. Societatis caussam 
exaggerare, et vexationes quas a Sacerdotibus» utaiunt, 
saecularibus perferunt, ingerere» ut miseram compassionis 
in auditoris animo adfectiónem exprimant, omnino soUi* 
cite laborant. Iniquissimae querimoniae 5 quae Visitatori et 
Sociis non conveniebant. Tantum abest, Patres de sacer- 
dotibus saecularibus nunquam niale locutos» quod Vbitator 
refert : quin ipse Strekanorum sacerdotum scandala, ut 
vocat et interpretatur» perstringit. Si sibi suisque con- 
sulere velit Visitator, hicimpetum\:ohibeat| nisi me lege 
talionis velit agere* Non lubet chartam commaculare. 

lUustrissime et Reverendissime Domine» quoniam tota 
actio Visitatoris ad te delata est» ad [te?] quoque ista 



281 

defensio perveniat. Quod si Patres Societatis a te audiri 
debeant» qaae tua est humanitas ^ si privilegiis muniendi^ 
nihil ego repugno; ut vero ad Ordinarii oppressionem , 
Concordatorum contemptum , Ordinis Ecclesiastici irruinam 
et ad evertendos Canones tot qijiotidie novis et decretis et 
constitutionibus instruantur et armentur ^ non possum non 
medullitus ingemiscere. Liberius cum Illustn et Reveren- 
diss Dominatione vestra loquor » quod te expertem suspi- 
eionis adfectus esse .certo mihi persuadeam. Non laedendi 
animo , sed studio obsequii praestandi lUustrissimo Vicario 
Apostolico et subveuiendi confratribus meis, quibus sum 
summae necessitudinis vinculo adstrictus, liberius cosor 
scribere« Nos quidem quidquid sumus , quantulumque pös- 
sumus^ Deo primum omnipotenti^ et Christianae fidei, 
deinde Sedis Apostolicae reverentiae et obsequio devove- 
mus nos totos et consecramus, Quam optimam voluntatem 
beuedicere dignare. 



28£. 



KERK EN GEESTELIJKEN 

TE 

OUDEWATEB. 



Naar aanleiding van eenige vraagteekens voorkomende 
op bladz. 1 54 , IX Deel der Bijdragen (over Geestelijken 
die te Oudewater begraven zijn) heb ik mij de moeite 
gegeven, een boekje uit de oude kerk alhier, over het 
begraven in dien tijd na te zien. Hetzelve heeft veel ge- 
leden en is op sommige plaatsen geheel onleesbaar. 

De namen van vier Altaren staan geheel op zich zelve 
zonder eenige verdere vermelding. Als ik mijn meening 
daaromtrent zou moeten uitspreken, dan zou ik haast 
zeggen , dat die altaren den eigendom van eenige graven 
hebben gehad, even als dit met graven die ten name van 
»de Kercke" staan, het geval is geweest. 

Oudewater, j. futman. 

ORDONNANTIE ENDE OüDT GEBRUIJK VANDE 
GRAVEN TE OPENEN LÜIJEN ENDE GRAEFP- 
MAECKER. 

Op t hooch Coor, 

In den eersten wanneer een graft ijemants eijgen zijnde 
op gedaen wort omme ijemant daarin te begraeven , wort 
daer off gegeven tot behouve van d kerck negen K. gul. 
en het graeffmaecken buijten. 

Item int vrouwen ên Sint Sacramêts choor daer yemants 
eygen graf open wort gedaen geeft meh tot behouff vande 
kerck vijftien St. en van toedoen vier St. en dgraeff* 
maeckers loon buijten, 



288 

Item int cruijswerck van Choor drempel off na den 
thoom toe vier regelen lanck van yemants eijgen graft 
op te doen xi St. ii Dts. en van toedoen iiii St. tot 
kercke behouff en d graeffmaeckers loon is buyten. 

Item in de neerkerck tsij in d middel ofte die twee 
sjdelbeucken tot d tooren toe van op doen van een eijgen 
graft achtalve St. en van toedoen vier St. tot kerck be- 
houff het graeffmaeckersloon is buijten. 

Item die een leger vande kerck neempt cost ij philips 
gul. en geniet zeven jaer soe tselye graf dan wott ge- 
cocht bij d selve streckt die twee phil. gulden daerop be- 
talinge en is die coop van een graft seven gulden. 

Item kijnder die in de kerck begraven en onder den 
arm gedragen wort daer heeft die kerck eens off vier 
Stuivers ènde graeffmaecker ses St. 

Van t luijen. 

Item vande groote clocke als die over ijemant wort 
geluijt compt die kerck ses St. ende alsmen mit deselve 
of mit dandere een ure lanck luijdt compt den coster een 
gul. V St. 

Vant graeffmaecken voor d graeffmaecker. 

Van een graft in de kerck te maecken open en toe te 
doen compt hem thien St. en van twee graeff diep xii St. 

Item wanneerder een groter steen dan een hooftstuck 
binnen de kerck op een graft is compt hem een gulden 
V St. 

Item op t kerckhoff van een graf daer ijemant op een 
baer gedragen wort acht St. en van een kijntsgraf dat 
onder d arm gedragen wort compt hem drie St. 

Item wat arme menschen tot coste vande heylige geest 
ofte gasthuijs opt kerckhoff begraven wort compt den 
coster van luijen ofte graeffmaecken daer aff halff geit, 



284 

Item all t gunt dat die kerck compt hierboven geroert 
wort bij d coster ontfange en rekeninge daer a£P gedaen 
voor de kerckmeesters tot der kercke behouff en heeft 
daer oflF voor t collecteren den twintichsten penninck. 

Op ons lieve vrouwen Goor vijff regelen elcken regel 
elff graeff aende noortsijde d eerste regel. 

Van dorpel van ons vrouvsren Cour zijn derthien regels; 
die eerste regel heeft elff graeven. Den anderen regel 
heeft derthien graeff. Den 3% 4% 5% 6% 7% 8% 9« elck 
elff graeff Den 10® regel heeft acht graeff, den 11* en 
12** elck elff graeff, den 13* regel heeft negen graeff. 

Het Sacraments outaer. 

1 Sebastiaens // 
; w Jhesus # 

u lieve Vrouwen outaer. 

Namen vóór welke ik het woord Heer heb gevonden. 

Heer Dirck Amelsz. 

v Dander een leger Anno 74. 

n Jan van Leijen. 

// Govert Geerts. 

v Heinrick Visscher. 

II Jan Ghysbertszoon Anno 1574. 

// Dirck taets Pastoir van Begraven. 

Il Jan van Vlaer. 

u Jan Huijgz. die witte sarck. 

u Roeloff Dirck Heijnricxs. 

u Heyrick Dircxs Anno 66, 

H Bartolomeeus trijslong Anno 74. 

u Dirck Amelsz. geslacht. 

H Jan Janss. Anno 73, . 



285 

Heer Louff* Verhaer. 
if Jan Harms Harmen Huijgz. 
u Jacobs. 

ff Harmen Aeff Pons. 
// Jan Ghijsberts. 
ff Gijbert. 

// Gerrit Zijberts Anno 74. 

if { Pons van Foreest, 

// ( Heijnrick Dirck Elbertszoon Anno 84 onder die 

zerck dat zij twee graeff. 
n Willem Menijt. 

// ( M' Roeloff daniel Willeboort Jacobs. 

ff (Jacob Jacobs Pastoir. 
ff Jacob Heijnricxs Anno 1574. 



KLOKKEN TE OÜDEWATEE. 



In eene Rekening van Kerkmeesters te Oudewater van 
af vroulichtmis 1577 tot vroulichtmis 1578 komt voor 

die Clock, die, die van Soetermeer gecoft hebben die 
weecht thien hondert en vijf en twintich pondt, daer moet 
affgaen acht pondt van dat gelach, het pondt voor drie 
stuuvers en een ortgen, die een helft ree (contant), die 
andere helft tot meye dach anno 1878 toe, deesen is ge- 
levert den leste November anno 1577 Somma het beloopt 
hondert en vijf en tsestich gul. v St, ij deute , daer moet 
noch aff gaen xiij St. in een oortgen van dat waachgelt 
ofte van Craengelt. 

Somma blijft suver j^Lxiiij Gul. xij St. ij deute. 

die Clock, die die leijdeckers van ons gecoft hebben 
die weecht acht hondert en acht pondt, het pondt voor 
drie stuvers in een deut, daer moet affgaen thien pondt 



286 

van dat gelach te betalen van dat eerste termeijn. Somma 
het beloopt hondert en vier en twintich Gul. in xiij St. 
ses deute. 

den V december 77 heeft Jan Pieterse Schout ont&n- 
gen van die van Soetermeer op off cortinge van die clock 
die somma van lx R, G. 

In den eerste gegeven M*" Aert uuerwerckmaecker van 
dat uurewerck te stellen doen hijet hier quam j G. xij St. 

den eerste Decembris 77 gegeven van die Clock te 
schepen of van vracht of dat ter Goude verteert worde 
Somma xviij St. 

den viij decembris 77 gegeven Jacob Philipse van die 
Clock uuijt te winden vij Gul. x St, 

Item compt noch die timmerl. van tgunt zij an den 
topren van 't uerwerckhuijsge en 't een Clockge uuijte 
tooren int toorenge vant stadthuijshinge v Gul. xvij St. 
iiij D*. 

den xxij marseij 78 gegeven Willem Luitense en Jacob 
Jacobse te saemen van timmeren in die kerk of van die 
Clocken uuit den tooren te winden ende dat Clocken weder 
in die heegine kerck te hangheen die Somma v Gul. xvij 
St. iiij D. 

Rekening 1581. 

Item doe men het urewerck besteden tot Jan Canen 
tot wijncoop betaalt v Gul. x St. 

Item Corn. Jansse gegeven dat hij mit het overblijffsel 
van t ouwe urewerck t amsterdam gebrocht heeft ij Gul. 
X St. 

noch Aert Willemse gegeven tgunt hij vant urewerck 
verdient en gemaekt heef volgende zijn quitancie 

XXX G. ix St. vj D^ 

Item Jan Claesse de Ameijde tamsterdam gereijst tot 
de M^ die turewerck maecte om te sien wanneer hij daar- 
mede comen soude, verreijst ofte verteert j Gul. ix St ij D. 



287 

Item Cornelis Janse en Jan Gerritse gegeven van vracht 
dat sij het neuwe urewerck hier gebrocht hebben van 
Arasterdam tsamen v Gul. 

Item huijch tonisse gegeven van 't neuwe urewerck van 
op te rijen x St. 

Item die urewerckmaeckers jonge gegeven tot drinck- 
geit j Gul. X St. 

Item M' Roeloff Ottense gegeven doen hij turewerck 
sette Hondert Gul. 

Item M' Roeloff Ottense en die timmerluijde aen bier 
gehaelt doe men dat urewerck sette tot Jan Janse Cop- 
pert ij Gul. ix St. iiij D*. 

Item die Burgemeesteren mit die kerckm*. tot Jan 
Caene verteert int offscheijden doen turewerck geset was , 
en eens daer te vooren doen sij die maet haelde v G. 
vij St. ij d. 

Item Danis Pieterse gegeven van een glas te maecken 
boven bij t urewerck xiij St. 

Item noch gegeven Mees Pieterse van timmeren vant 
huijsge daer turewerck in staet te maecke ende die walm- 
gaten volgens zijn perticcel (Nota) 

xxxiij Gul. vij St. iiij d. 

Item Claes dircxse gegeven van reepen aént urewerck 
te maecken vij Gul, ij St. iiij d. 

Rekening 1582. 

Item betaelt M' Roeloff Ottense van Walsburch urewerck- 
maecker van termijn Corsmis Lxxxij vant maecke vant 
urewerck j° R. G. 

Rekening 1583. 

Item gegeven tot Bouwen dircxse van Merlo van wijn- 
coop tgunt de Eerck moste betalen doen de veenman 
d clock op zijn beraet cochte ende daerop uuijtvoer xv St. 

Item Jacob Jacobse Speijert dat hij 't clocke gecomen 



288 

vanden huijse van Vliet eerst int Clposters toorntge en 
bij hem wederomme in de kercktoorn heef gehange 

j Gul. XV St. 

Item betaelt Aert Willemse Smit vande clepel te maecke 
die ande graote clock gebroecke was j G. x St. 

Item gegeven M' Roeloff Ottense Van Walsburch ner- 
werckmaecker van termijn die in de Jare 1583 verscheene 
was volgens taccoort j* R. Gul. 

Rekening 1584. 

Item gegeven M' Roeloff Ottense van Walsburch ure- 
werckmaecker tot Amsterdam den leste termijn vant ure- 
werck alhier gemaeckt j* Gul. 

Item noch betaelt Jan Jacobse Gooren van een riem 
aen een van de cleijne clocke in de thoorn van de kerck 
j Gul. 

Overgenomen uit de Notulen van de stadsregering. 

Vergadering 10 Sept' 1600. Is geresolveerd een voor- 
slag in de kerktoren te koopen. 

Vergadering 6 Meij 1601. Het voorslag voor het uur- 
werk in de toren, te Utrecht bij Gerrit Bots klokkegieter 
gekocht, in het bij wezen van twee experte musicijns. 

Vergadering den 28 Octobris 1603. 

Is eendrachtelick geresolveert de Conditie bij Burge- 
meesteren en Schepenen opt behagen van de vroetschap 
met Otto Roelofifse horologiemaecker aengegaen nopende 
het maecken, dat nae dat het uuijrwerck gespeelt heeft 
oock hal£r uijr sal slaen, te accepteren en 't accorderen. 

Vergadering 26 October 1702. 

Is geresolveerd bij provisie den organist te ordonneeren 
de stukken van de gebroken klok, op 't stadhuis onder 
de bewaring van de bode te brengen. 



• -rr 



289 



OPSCHRIFTEN VAN 8TADSKL0KKEN TE OUDEWATER. 



L Van de grootste Klok in den stadstoren omstreeks 
1600 Ned. P. wegend, van het jaar 1500: 

iySancta Maria Virgo intercede pro toto mundo' quia 
genuisti regem orbis Anno Domini MIIIII* 
Johannes Moer me fecit," 

II. Van eene kleinere klok ook in den stadstoren, 

omstreeks 1000 Ned. P* zwaar, van het jaar 1511 : 

i^Ego sum via veritas et vita. 
Salvator es mijnen name 
Myn gheluyt sy Gode bequame 
Joris Waghenens raaecte my int jaer 
MliniXI te Mechelen aende Coepoort/' 

III. ran eene klok die door het uurwerk in beweging 

wordt gebragt, van het jaar 1509 : 

rHora est jam nos de somno surgere Wilhelmus 
de Wou me fecit anno Domini MVIX. 

IV. Van eene klok, die vroeger te Oude water hing, 

maar in 1677 aan Soe termeer is verkocht en daar 
thans nog is. 

iy Maria ben ick ghegoten van Adrian Steulaert int 
jaep MDLXXI. 

Otideicater. j. putman. 



Bydragen Gesch. Biid* v Haarlem Xe Deel. 19 



290 



VARIA. 



NAAMLIJST DER KLOOSTERJÜFFERS TE LEEUWENHORST 

BIJ LEIDEN. — A* 1527. 



De abdij van Leeuwenhorst gesticht in of omtrent 1262 
en in 1571-72 verlaten en kort daarop verwoest, behoorde 
tot de Orde van den H, Bernardus, waarom zij betiteld 
werd de Cistercienser of Bernardinessen abdij ter Lee of 
Leeuwenhorst, te^Noordwijkerhout bij Leiden. 

Het deftig personeel van 1527 verdient te worden be- 
kend gemaakt, al was het slechts, omdat in de namen 
alléén der kloosterlingen een bewys ligt van den'vromen 
zin der voornaamste familiën van een goed deel van ons 
land. De naamlijst werd opgemaakt ter gelegenheid 
eener abdis-keuze, ^noodzakelijk geworden door den dood 
[f 14 Jun. 1527] der abdis Adriana van Rhoon of Roden. 
De oude Baecx is A° 1527 tot abdis verkoren en beves- 
tigd te Leeuwenhorst» 

De namen van Pieter de Gouda , deken van Naaldwyck 
en van Gerrit van Assendelft, ridder en raad«ordinaris 
van 't Hof van Holland, duiden de commissarissen aan, 
die bij de keuze voorzaten , krachtens vergunning van den 
H. Stoel, kort te voren aan Keizer Karel V gedaan. 

De woorden: Brabant, Gelre, Holland, Oversticht 
geven de plaats of liever de provincie ^van de afkomst 
der religieusen te kennen. 



291 



Gelre . 
Brabant 
Gelre . 



Oversticht. 
Gelre . . 



Eerst die capittulairen . 
HoUandt . . Die Joncfrouwe van den Bouchorst beeft ge- 
nomineert: voor die bequaemste^ ommeab- 
disse te wesen^ Joncfrouwe Walramen van 
Harwynen. 
Gelre • . . Baecx , die oude , en heeft nyemant willen 

nomineren 5 seggende dat zy ingheensins 
daerop bedocht en was. 

. Aelst heeft gen., oude Baecx. 

. Daesdonck heeft gen., oude Baecx. 

. Brakel heeft gen., oude Baecx. 

. Harwynen heeft gen. die priorinne oft oude 
Baecx. 

. Muijlaert, d'oude, heeft gen. oude Baecx. 

. Berchhuysen heeft gen. Ameroede. 

. Jonge Baecx heeft gen. oude Baecx. 

. Rossum heeft gen. , oude Baecx. 

. Waerdenborch [heeft gen ?] 

. Yttersum , die zuster is van [d'joude Muy- 
laert, heeft gen. oude Baecx, 

. Wyngaerden heeft gen. Berkhuysen, 

Dese naevolgende en zyn gheen capittulairen : 
HoUandt . . Aemerode heeft gen. , Berckhuysen. 

/r . . . Noortich heeft gen., oude Baecx. 
Gelre , . . Bemmel heeft gen., oude Baecx. 
HoU. . . . Delwynen heeft gen., oude Baecx. 

. Boshuysen heeft gen,, oude Baecx. 
• Schooten heeft gen., Aemerode. 
. jonge Muijlaert heeft gen. oude Baecx. 
. Heemskerck heeft gen. Berchhuysen. 
. Does heeft gen., oude Baecx. 
. Sonnevelt heeft gen., oude Muylaert. 
. Spirinck heeft gen., Berchhuysen. 
G. AsSENDELFT, president van 't Hof van Holland. 
P. DE Gouda, deken v. Naaldwyck. 

[Brass. R.*A., Aodience.] 



Oversticht 



HoUandt . 



Oversticht 
HoUandt 



zn 



AALMOEZEN AAN DE UITGEWEKEN CLARISSEN VAN DELFT 
TE BEBGEN IN HENEGOUWEN GEDAAN 1594-1601. 



Het klooster, tSinte Clara der oerden van penitentien 
gelegen aan de paardenmarkt in U oesteynde binnen Delft, 
in 1415 reeds vermeld, bestond nog in 1572, wanneer 
in Julij van gen. jaar de stad aan de Staatscbe partij 
overging. Kort bierop werd bet klooster ontbonden en de 
nonnen begaven zicb naar ZuidrNederland. Te Bergen in 
Henegouwen werd aan haar afgestaan bet verlaten klooster 
der Broeders van den derden regel van Sint Franciscus , 
alwaar zij in bloeijenden toestand verbleven zijn, totdat 
Josepb II baar klooster, als van de contemplatieve rich- 
ting, heeft opgeheven. Uit de gift van 7 Mei 1594, van 
honderd ponden vlaams, ieder van veertig grooten, door 
Filips II gedaan en nogmaals den 29 Sept. 1601 van 
300 dergelijke ponden door den aartshertog Albertus van 
Oostenrijk blijkt, dat de Clarissen van Delft, te Bergen 
voortbes taande, in aanzien gebleven zijn; uit de stukken 
thans medegedeeld, vernemen wij ook dat die klooster- 
zusters talrijk , in 1 601 zelfs meer dan zestig in getal waren* 



Philippe etc. — A noz aymez et feaulz, les chief tre- 
sorier gëneral et commis de domaines et finances, salut et 
dilection. Receu avons 1'humble supplication de noz bien 
aijmees les religieuses de St® Claire de nostre ville de 
Delfft en Holande contenaut : comme estant bannies de la 
dicte ville elles se sont reunies en celle de Mons en nostre 
pays et conté de Haynnault, ou elles ont demeuré toujours 
depuis , et vescu en grandissime necessitë , detant mesmes , 
qu'elles se trouvent en fort grand nombre. Or est il, que 
non obstant 1'excessive cherté des materiaulx servans pour 
bastir, afin d'estre k couvert et aucunement accommodèes. 



j 



293 

il leur a'convenu naguieres faire des grands frayz et 
despens ; desorte qu'elles sont redigées k une necessite telle, 
que debvroit esmouvoir è. compassion et pitié tout bon 
chrestien. Cause pour quoy elles nous ont treshumblement 
supplijé et requis : qu'il nous pleust les subvenir^en ceste 
misere avecq. quelque charltable aulmosne et sur ce leur 
faire depescher nos lettres patentes, en tel cas pertinentes. 

Scavoir vous faisons : que les cboses susdictes considerées 
et sur icelles eu vostre ad vis, nous pour ces causes et 
aultres è. ce nous mouvans, inclinans favorablement k la 
supplication et requestè desdictes religieuses de St*^ Claire 
de Delft suppliantes, leur avons par la deliberation de 
nostre tres chier et tres aimé bon frere nepveu et cousin^, 
Erneste arcliiduc d'Autriche chevalier de nostre Ordre, 
lieutenant gouverneur et capitaine general de noz pays 
de par deja, donné et accordé, donnons et accordons de 
grace especiale par ces presentes la somme de cent livre 
du pris de 40 gros, nostre monnoije de Flaudre la livre, 
une foys, è. en estre payé contentes par les mains de 
nostre aimé et feal conseiller et recepveur general de 
nosdictes finances , Christophe Godin et des deniers de son 
entremise des confiscations. Si voulons et vous mandons 
par cestes presentes : que faisant les dictes suppliantes foy 
de ceste nostre presente grace et accord, vous les faictes 
par ung recepveur general des finances payér ladicte 
somme de 100 livres dudict pris, une fois , auquel nostre 
recepveur general des finances mandons aussy par cestes 
presentes, d'ansi Ie faire et en rapportant par luij avecq 
resversives originelles quitances pertinentes desdictes sup- 
pliantes sur ce servant seulement. 

Nous voulons la dicte somme de 100 livres, une foiz 
estre passée et allouée en la despense des comptes et 
rebattue des deniers de la dicte recepte de confiscations 
[ ?] de noz comptes è. Lille ausquels mandons sem- 



294 

blablement d'aynsi Ie faire sans aucune difficulté car ainsi 
nous playst-il. non obstant etc. Donné en nostre ville 
de Bruxelles Ie vii de May de Tan de grace 1594. 

Aux archeducqs. 

La pouvre mère de 1'ordre de St® Claire en la ville 
de Mons en Haynault, y venuez de Delft en Hollande 
depuis quelqnes années decha, pour la rebellion des en- 
nemiz de nostre foij , remonstre en toute humilité comme 
il leur convient augmenter et accommoder Ie cloistre, que 
les eschevins de la dicte ville luij ont accordé ponr se 
loger avecq ses filles^ ou cy-devant se tenoyent les freres 
du tiers ordre de St. Franchois^ nommé les borgines [les 
pies borgnes] agasches , acause que icelluij est mal propre 
pour leur demeure» veu leur nombre, estant de plus de 
soixante et comme il leur est necessaire bonne somme de 
deniers k eest effect quelz ne peuvent recouvrir audict 
Haijnau k cause des guerres et destruction du paijs, ilz 
se retirent vers voz Altezes en nobles Reverences et les 
prient Ie plus humblement, comme faire se peult, consi- 
derer leur dire et leur accorder telle somme k ce que 
plus promptement que sera possible* 

Quoy faysanty leurs Altenea serenissimes ayans eu rap- 
port du contenu en ceste requeste et Ie tout consideré , ont 
donné et accordé, donnent aux suppliantes par advis de 
ceulx des finances pour Dieu et en aulmosne par cestes 
& Teffect icy requis, la somme de trois eens livres du 
pris de 40 groz une foiz, pour en estre payées par les 
mains de pierre Longeortie clercq , tenant Ie compte des 
jdxploicti du grand bailliaze de Haijnau des premiers de- 
niers que escheront de quelque droict segnorial ou amende 
audict bailliage. Ordonnons lettres patentes en estre de- 
peschees, Faict au camp devant Ostende Ie xxix® de 
Sept 1601. Albebt. 

[Bross, R.-A. A«d.] A. V. LOMMEL, S.J. 



295 



3C 



BIJZONDERHEDEN 

YOOR DE KERKELIJKE GESCHIEDENIS VAN HET 

HAARLEMSCHE BISDOM. 

Ontleend aan de Levens der Haarlemsche gMaechden van 
den Eoeck^\ beschreven door Tryntgen Jans Oly, 

(gest. 29 Maart 1651). ') 



BEFOBMATIE-TIJD. 

ir De moeder (van Angnietgen Francen) te Alcmaer was 
^gewoon veel haer gebedt te storten in den tempel des 
#Heeren, de kerckelicke dienste wech genomen synde wt 
jrsyn H. tempelen, en cost niet laten om dickmaels haer 
<y gebedt te storten in die H, plaets , gink in een hoekaken 
gvan dien haer gebedt storten, waerom sy dikmaels veel 
lyspotternie most lyden vande ketters." (Leven van Ang. 
nietgen Francen dochter III, bl. 69). 

//Mitsdien door de sonde de ketterie d'o verbant kreech, 
i/d'openbare exercitie van de religie te niet ginck, de 
irCatholike seer vervolcht worden, soo trock dese (Claesge 
# Jans van Hoorn) met haer Heer broeder ende geestelike 
irsuster naer Amsterdam (daert noch Catholyk waer) maer 
# overmits het leger voor Haerlem was, soo wast daer seer 
#benaat , een iegelik syn toevlucht tot die stadt nam : Soo 
irdatsy met haer H. broeder ende suster trockeu naer 
gLieuerden, een stadt in Vrieslant; weynich tyt daer ghe- 
yweest hebbende, stirf haer Heer broeder [dien daer was 
#in een abdie, te voren onderpater geweest hadt int 
ffcloster in de Streek te Broek , seer stichtich onder die 

1) Zie: J)e Katholiek, D. LXI, 1872, bl. 284. 



896 

#maechde synde], welcken wel merkten dat de H. Kercke 
fdaer ook niet lange zoude blijven, beval baer datse weder- 
kom nae haer eygen stadt soude trecken als syn jaergety 
ingehouden hadden* Daer comende vonde het desolaet van 
iralle H. Middelen , soo datter nau een Priester Gods was 
gte becomen om de menschen in haer wterste de kercke- 

ylicke gherechten te geeven, verstaende dat het te 

ff Amersfoort Catolyk waer ende datter een waerdich Fries- 
zo ter Gods waer, de jonge Pater Silverschie een H. waer- 
«rdich man, seer abstract: trok daer nae toe verhopende oft 
/vdat de plaets waer dien God voor haer vercosen hadt^ 
^maer sy en conde daer noch ^een rust voor haer geest 
1 krijgen , soo datse weder nae Hooren trok." (Leven van 
Claesge Jansdochter, III, pag. 96-96), 

/rDit lant van Emden was alsdoen soo vervallen in de 
fketterie van Luterus datter doen ter tijt niet een gees- 
irtelick persoon noch Catholyk mensch was te vinden, jae 
ffde ketters, besonderde Mennonieten ^ dien om haer ket- 
/yterie wt het nederlant waeren verdreven vande Catholike 
/^majestraet , trocken al nae Emden toe, hebbende voor 
#een sangetjer 

Nae Emde sonder verdriet 

Snllen wij vaeren 
Ons lofsang daer verclaeren 
Want daer en comter den Coning van Spanicn niet. 

syude een enige toevlucht vande ketters," (Leven van 
Grietge Phoppen, III, bl. 124.) 

Grietge Phopf en wenschte reeds als kind ^agyntje of 
nonnetje te worden //maer daer en was niemant waer 
üraen sy eeniglie hulpe hadt doordien t' geloof ende gods- 
#vruchticheyt tot soo groten verval waer ghiecomen. Jae, 
irterwylen het noch Catholyk waer van buyten in de 



297 

i^kercken, waeren de herten van binnen al ketters, tweick 
#daer aan blyct, soo de ouwe lieden haer vertelt badden, 
//dat sy savonts Catoljk gingen slapen, smorgens ketters 
iyopstonden. Hadde t' geloof en exercitie vande Catholike 
^relygie diep inde herten ende conversatie geweest, sy 
iysoudent soo licht niet verlaten hebben , maer zy hadden 
rGodt al verlaten eer dat hy haar verliet." (Leven v. 
Gr. Phoppen, III, bl. lU). 

#T is gebuert dat sy (Grietgen Jans) met believen van 
»haér E. Oversten is gevaeren naar Sertegen-Bos (daer 
doen de H. Kercke in syn volle fleur waer) om haer 
ffH. Vroomsel*^ (Leven van Gr. Jans, III, bl. 282). 

Desgel yks is Ida Goverts om /^het IL Vroomsel in den 
tijt van den Treves getrocken in Brabant (Leven van 
J. Goverts, III, pag. 316.) 

Cornelis Arentsz. ^latende (in den tijt van den treves) 
ir 't meestendeel van de maechden vaeren nae Brabant" (om 
gevormd te worden). (I, pag. 152). 

^Besorgende dat dese haer dochterken (Weyntgen Pie- 
i^ters dochter) maer drie jaeren out synde haer H, Vroom- 
gsel van den Bisschop van Haerlem ontfinck, terwyle de 
wCathoïycke religie noch int openbaar was." (I, pag. 303). 

De vader van Baefgen Gertets Wij, f 1622, (hij heette 
Gerret Corneliss, Geltsack) #waer besmet met de ketterie 
f/van de Lïbertynen^^ enz. I, pag. 77. (Hij schijnt een slecht 
katholiek te zijn geweest.) 

De Minderbroeders te Amsterdam uit de stad gezet, ^ Alst 
gebuerden dat de minderbroeders van de ketters wt de 
stadt geset waren ende niet en wisten hoe dat sy wt het 
landt soude raecken met haer geestelicke habyt, werden 
dese met veel laeckens en goet daer nae toegestiert, wist 
hetselve met een behendicheyt by haer te verbergen ende 



298 

met een begracytfaeit buiten de poort van Amsterdam te 
coomen, doort mitsen vande wacht, daer buiten synde 
vonde daer die waerdige dienaers Gods. in groote benaut- 
heit ; dese nayende nacht en dach was besich om haer te 
maecken waerlicke clederen ; verbesicht hebbende t' geen 
zy mede hadt, nam vorder haer eigen cleederen, ende 
brack die stuckent, maeckende daer mede clederen voor 
die dienaers Gods af, soo dat dese seer armelick tuis 
quam, hebbende het al ten besten ghegeven, ende soo 
vermoeit dat het by nae in haer hooft geslagen was, 
want sy nacht ende dach gewrocht hadde om dese dienaers 
Gods wech te helpen heimelyck wt het kettersche lant : 
alle dese moeyelicheyt soude sy licht vergeten hebben , 
dan het moeiden haer al te seer, datter noch een minder- 
broerken was dien sy niet conde helpen , want sy al ghe- 
geeven hadde 't geen sy hadt , ende dese ongetroost most 
laeten. (I, pag. 127: Maria Wouters. Zij was te Amster- 
dam door i^een waerdich Minderbroeder Pater Aerf^ ge- 
bezigd tot irmedehulpster int verwecken van de herten tot 
de Goddelicke liefde" enz.) 

/^De brochtaeffel in de guese kerck," [Nachtmaal?] (I, 
pag. 136 v<>.) 

KATHOLIEKE FAMILIËN« 

Familie Simon CorncUs van Veen. ') ir Mitsdien hy hadt een 
l/groot officie onder den graef Mauritius y wesende fiscael 
#ende int leste raetsheer in den hogen raet, voechden 
/rhem omt gewin tot de ketters, maer liet syn huisvrou 
/rdien treffelik Catholyk, wijs en Godtvruchtich was, met 
/ysyn kinderen begaen, welcke die selfde tot 17 toe alle 
irgader in die H. Catolijcke religie heeft laten doopen 
/rende opvoeden, behalven twe de leste kinderen, diewer- 
yden op syn gues gedoopt maer terstont daer nae weder 

l) III, pag. 888 volg. e» I, pag. 97 volg. 



van Veen. 



899 



/yop syn catolyks. Dese twe, den eene syndeeen soon is 
#geworden een priester ende die dochter een geestelike 
irmaecht.... Dese duecht hadde die vader over hem dat 
^hy niet begeerde dat syn kinderen soude gaen in de 
^ketterse predicatie ende hoe sy meer quamen op goede 
^plaetsen om gestichticheyt te hooren ende te leeren 5 hem 
iyaengenaemer was. Jae, consenteerde syn outste dochter 
#Margareta ende Gertrudis datse Godt mochten dienen in 
ff de zuiverlicke maechdelicke staet; mits conditie sy by 
ifhem moste blyven metter woon.... Laet ons noch wat 
/^wederom comen tot den vader, welcke voor een ketter 
#aengezien worden aengaende syn staet ende officie, maer 
#sulks niet en was in syn hart, welk hy heeft laten 
üfblycken int leste van syn leven , . als hy so volcomen 
rbekeringe gedaen heeft tot de H. Eercke, ende soo 
^openbare belydinge des geloofs tegen den geene daer hy 
#mede gesondicht hadde, seggende daerby, waert saekhem 
/^Godt vande siekte liet opstaen, [hij] voor die hele werelt 
fbereydt was te vertonen; welcke Goddelicke bekeringhe 
i^niet te twijfielen is, ofte heeft enichsins verdient door 
#die getrouicheyt welk hy bewesen heeft aen M. Elbert 
gEggeus, Vicarius vant vecerende Bisdootn van Haerlem. 
//Desen M. Simon van Veen soudent toegecomen hebben 
^M. Elbert te vanghen ^ mitsdien hij fiscael was, maer 
f door dien die ketters wisten dat syn huisvrou kinderen 
f ende geslacht soo oprecht Catolyk waeren, so dorsten 
fSyt hem niet betrouwen, ginghen stellen een officiael 
f naest den fiscael , dien syn E. te Amsterdam verradelyk 
ir ving ende door onvorsichticheyt ende quaden raet vande 
irheeren van Amsterdam, doende tegens haer privilegie, 
ir lieten syn E. voeren naé den Haegh, wordende aldaer 
irgestelt in de gevanckenisse. Daer synde moste den fis- 
ircael doen den eisch over die beschuldinge van, syn E., 
/yende was alsoo verre ghecomen , dat den pynbancke ge- 
irreet was ende den buel geroepen om syn E. te'pynigen. 
irMaer dese Simon van Veen als hyt woort ofte den eysch 



300 

irsoude doen , seyden : Ofte desen welk ghy soekt te py- 
#nigeu is sot , oft hy is heylich ? Is hy sot soo moet hy 
iifiiiet gepynicht zijn, is hy heylich, ick wil de heyligen 
ipniet over myn hebben te cla«gen, ende soo bleef die 
^pyniging achter; hy wrocht wyselik ende voorsichtelik, 
i^wesende wel die principaelste door wiens hulp syn E. 
iromde drie jaer ende ses maenden verlost worden, per 
iravontuer anders wel een eeuwige gevanckenisse ghehadt. 
iy Heeft veel met dese H. man gesproken, wesende in syn 
//goddelicheyt, onnosele oprechticheyt , getrouicheyt tot 
iysyn naesten ende andere duechden seer gesticht. Ende 
#ook geen cleine hulp geniet van syn E, innege H. ge- 
/ybeden. Aldus van Godt geraect synde is op een tijt te 
rHaerlem gecomen by syn susters, een wyltyts in stilte 
ytuys synde versoeckende te spreecken haer biechtvader 
ifM. Cornelis Arentz. ; maer syn E. heeft geweygert met 
#hem te spreeken, syn Goddelicke redenen daer in heb- 
#bende, stierende hem eenige boecken van den !!• Augu- 
irstinus, syn E. daer in leesende mitsdien syn hart eerst 
ir van Godt geraect was, wrocht een grote veranderinghe. 
ir Weder treckende nae den Haech, also hy raetsheer was, 
i^ontrok syn selven dicwils wt den raet, gaende int bos, 
irmet het boekxken van de naevolgingeOhristi, versocht 
ir te spreken den E. dienaer Gods M, Cornelis de Jong, 
ir dese synde een kloek suptyl verstandich man, een Pries- 
f ter Gods heel simpel ende eenvuldich, soo dochten som- 
^megen dat hy met syn cloecheyt den dienaer Gods mocht 
lyindoen, waerop hy antwoorden : geenszins behoeft men daer 
irsorch in te hebben , want ick weet dat het Catolyk ge- 
«loof bestaet in een ontvallen vant verstant, ende den 
irH. Priester Gods by hem comende liet hem categuseren 
#ende onderwysen inde religie alsof hy een kint gheweest 
irhadt, booch hem met alle simpelheit onder die leeringe 
^ende ordinantie van de H. Kercke. Als by exempel in 
irsyn wterste leggende werden hem gegeven een aflaets 
^ roosenhoe tgen om syn arm, Hy vraechden wat het b^- 



301 

y dieden, werden geantwoort dat het een roosenhoetgen 
iyvan aflaat was. Vraechden aen den Priester Gods of hijt 
i^most geloven? Antwoorden dat bij most geloven in de 
^aflaten, ende dat ook syn Heylicheyt dien ande rosenhoet* 
yges wel was gevende, ende dat sodanighen Godtvruchtigen 
^gebruik was onder die Gatolyke. Hy namt met simpel- 
#beyt/ende devotie aen. Ende gebruict hebbende die 
i^H. Sacramenten is Godt vruchtelyken gerust in den Heere/' 





M 




£1'. 




o> 




€♦■ 


*~» 


CD 




•— < 


""^ 


CU 


H 


CD 


< 


s. 


n 


f5 


a 


P* 


O 
D 




CD 


•^ 


9 





o (W 

CD SB 

Pri es 

CD o 

Cu to 

CD (B 

^ % 

3. er 

(D 9 



O 

O 

D 

Oi 

CD 





SB 

O* 

8» 









CD 

CU 
CD 

O 
O 
•^ 

Cd 

9 
«e 

5 

er 
n 



sa 



I 






S' 



CD gp o 

0* * CS» 

«♦• CD 

•« -^ ^ 

»' S 

n CD c% 

° rt Si 



E 

o 

CD 






!5 



ka •-'• CD 

(» O 2 ** 
2 51 CD ^ 5 

C» CS OQ ^ 

- er CD js 
O» ^ 2 
s • 2 

CB CDn 

2^ ^ 



CD 

CD h-4 

O O» 
(D 

<^ 2 

9 O 

S- sr 



CD* 5* 









O (D 

- CU 
CD 



O 


eu 

O) 

— •"♦■ 

ï^ CD 



?• ? 



O 
(D 
CU 
CD 



< 
9 




O 

o 

H 






B 



^ 2 

9 o 

gi S 'S? 

«• OQ 

C) CD Orf 

a ^ CD 

• ^ 



ïS* o 



ts 



-on 




• 




^4 








« 


g 


H-« 


9 


CO 


9 


1 


3. 




»-- 




0» 


D 
\9 


^ 


** 



O 




2» o —. 



o* 

•0 

ö ïfc o 

o- 2 « 
« 5?- 0- 



o 
o 

co 



rt 



o - 



gr 
0* 

CU 
CD 

CD 





22 
H; ^* s* ^ 

,_, CD Oj «§■ 

2 -*- S ** 
j» H- a 

cw o 

CD (B 
PT D 



O* 9* ^ 

O r« o> CD 
— ** S. ^^ 

o ^ « Ci 

O X at . 
CD •-►• 



9 

CD 



M 

CD 
OP 



N 

O 

CD 



<D 





§ I 

Cl- 51 

CD 
M. CD CL 






2 09 i* 

gr §• s § 

a o BB ? 





CD 

•t 

Cu 

o 

C3 

0* 

(D 

3 



2 Co 

CD o». 

B 3 

* 1 

•4 
CD 

3 t> 

&) CD 

OW CU 

CD pB 

< 3 

*' CD 

CD gf* 

» 2 

CD ^ 



n er 



o CD rv 
2: «^ 



/ 



r s; 

CD «Q 
v^ 

» ::. 

CD B 
0^ CD 

CS CD 

CD B 

■— • OD 

OW *i 

""* BS 



_ ^ 

< o* *t 

(D (D a 

-« r 

OD Q. 

S: - 2 

CD Qj 

5 « s 

O-t a ^ 

«0 

« 15. 2 

■-^ n 9 

CD o» 

p « 

"^ 

< B 

f» » 0» 

« 2 ö 

0^ -1 

CD .fD — • 

on Qj CD 

S o Cb 

o SL "* 

^ 2 " 

OQ o 9 

P &- f 

^ 2 » 

ö 2 *< 

3 *^ 

§ » » 

ti7 ^ 



3 « S 

et' OD fmt 

er 

«^ B » 

Qi 5* 2* 

2 " B 

<M OD 9 

& P « 



302 

Bontenot. Jücoh BontmoB (vader van Machteltgen Jacobs B« en 
gehuwd met Jntgen Heindriks) #was van Godtvruchtige 
iriverige Catholike ouwers en voorouers, dien gheweest 
rhebben in de wet ofte regeringe over de gemeente 
9^t Amsterdam. Hierom inde trubbele tijt veel moeten Ijden 
yomt geloof^ ende lange jaeren wtlandich waeren f Em- 
§mer%k met meer andere Catholike, dien door haer iverige 
^devotie inde H. religie ende inde kerckelicke dienste in 
fden tempel des Heren die traege Catholike tot devotie 
irverwecten, en mitsdien sy ryk waeren ende wtlandich 
#8jnde, werden haer goedt een deel aengetast, leden 
i/grote schade; synde in die vremde lande in grote be- 
rnautheyty hebbende een huys met kinderen ende geen 
#winste, tgeen sy mede ghenomen hadde was haest ver- 
#teert. Met patientie den tijt verwachtende is den trabbel 
#wat gestilt, qaamen weder t' Amsterdam haeren geloof 
i^en H, iver bewaerende. Desen is ook gebleven in haer 
#naecomelingen (tegenwordich al tot inde vierde graet) 
#seer iverich Catholyk .... ende veel geestelike maech- 
tden." (in, pag. 870.) 
T%n s^ aq- m Familie van S. Andries huys, wiens geslacht bij Ca- 
^'**'irr*'" ftholike tyden waren in de wet, maer de moeders moeder 

T»n riek. " ./ ' 

#Annetge Dirks trouden een Borgemeesters soon genaemt 
gJoaehim van Nek; al dat gheslacht was rijk machtigh 
0\n de wet de stadt van Amsterdam regerende , dan alle 
tgaeder ketters, soo dat het een ongeluckich houwelick 
irwaer." (Leven v* Anna Claes van Arres, III, pag. 16L) 
ftn gPetronella Dirkx van Alhema. Haren vader ghenaemt 

Dirk van Alkema, haren moeder Comelia vander Eynde ; 
wesende van den grootsten Adel ende ryckdom des lants 
woonende in sgravenhaech , maer dat principalyk in haer 
pryselik is dat dese waren treffelick Catholyck en Gods* 
vruchtich, alsoo dat in de trobele tyt als een jegelick 
vervaert was om de priesters te ontfangen, hebben dese 



▲Ikamade. 



303 

met groot perjckel van schade al even wel de priesters 
Goods in baeren huis gelogeert. Sj hadden zeer costelicke 
ornamenten tot den outaer, als een goude kelck ende 
diergelyclje cieraet, waerin sy vertoonden haer groote 
devocie tot de glorie Gods. Ende dese hebbende veel sooneu 
en dochteren f syn sonderling Van Godt gebenedyt dat se 
kregen drie geestelicke kinderen, als een soon die Priester 
worden ende twe dochters treffelicke G, Maechde, den eene 
genaemt Margareta Alckema, de joncste Petronella, van 
welcke wy hier nae een weynich zullen verhaelen," 

Deze Fetronella stierf 12 April 1617 ^ende is inde 
#groote kèrcke begraven.*' (I, bl. 57.) 

^ Mr. Pieter Bicker l //machtige rycke oaders, woo- 
X \ nende int huis van de loerelt 

Maria Cornelie f in de Wertoerstraetf* 



zoon zoon zoon dochter Amsterdamsche 

de zonen waren jrseer werelts, principael "Machieliy klopje in den 
deoatste" «een wilt wereltschjonckman". Hoek f 1624. 2 Decemh. 

oad omtr. 59 jaren; ging 
omtr. 20 jaar ond in den Hoek. 

De ouders /f syn t' samen ghestorven buitenslants om de 
ntrubbele tyt, terwylen haer kinderen syn opgebracht by 
#haer moeders susters,^^ Machtelt bleef ten laatste geheel 
alleen van haar familie over. (I, pag. 158.) 

Maria Jans van Teylinghe, Desen is van edelen af- Qggiacht 
komst. Haeren vader was ghenaemt Jan, . . van Teilinghe Teyiingen 
end© haer moeder [niet verder ingevuld]. 

De broeder van haeren moeder was de salighe Justus 
Catuser, die int jaer ons Heeren 1671 (sic) gevangen 
synde tusschen Delft en Rotterdam in den Briel by den 
graaf harnes ghedoot is, Syn leeven ende martelie wert 
verhaelt int groote legentboek den P" Augustus, Alhoe- 
wel dese was van treffelicke afcomste» haer vader ghe- 
storven synde 5 is de moeder met haer kinderen ghecomen 



van 



804 

tot groote armoede, soo dat dese dochter seer begaeft 
synde, met haeren coomenschap de oost won voor haer 
heele Êimilie.*' Maria Jans stierf 18 Oct. 1626, na 40 
jaar klopje te zijn geweest. (I, bL 228.) 



FamflieTUi 
Craoüiali. 



xoon 

X 

? 



5) 



Bastiash van CBAENHALS 1) 

X 

Petroodla? 2) 

dochter 



I-t 

sr_« 



o 





p 






M 

O 

o 
a 



jongste dochter 

Agnietje. 

X 

? 

dochter 

geestelijke 

maagd. 



o 

to 

2! 
S* 

o 
o 





dochter dochter 

2* CAira 3) 3* Mariat) 

^ ^ ^ X ètjaugtU 

g ? S" '"'^^ ^'^ '^^ borgerszoon 4) ^an klopje in 

5 S* ~ Haarlem *) , wiens yader door den Hoek, 

^ bi de genzen was omgebra^ gest 1640 



o« » o 

2 » e 

.. 



o B 

S. o 



• «• 



g: dochter 

ondste? 

X? 

I 
dochter 

o o 

o 
o ■-• 



dochter 
? tronwt 
doch sterft 

M 

B D 
S» CU 

— P^ 



sa 
«^ 
CD 

a 






ond 66 jaar, 

20 Maart 

dochter 

? 
X? 
leeft in haar weduwlyie 
staat zeer. geestelijk, 
hebbende de Jennten 
in huis en ▼erscheideoe 
maagden. 



*) #de principaelste van de stadtvan relygie, dnecht en tytlike middelen, maar 
«droech hem soo qnalyk" enz. 



Familie 
Grotecmys. 



zoon 9) 
sterft in Spanje. 



Jan GROTECRÜYS 7) 

X 

E 8) 

zoon 
CoTHeliSf schoolmeester 10) 
X treffelik 
? Catholyk. 



zoon 

Jan Grotecrnys 

priester (-f pastoor 

te Langendijk 1659 

22 Febr. 



dochter 
Oierije Comelis, 
klopje in den Hoek 
t 12 Jan. 1634. 



dochter 

Liever ije Jaus, 

klopje in den 

Hoek, sterft 80 

Apnl 1641. 
(Hl, bl. 88 volg.) 



Nnisenbnrg. Nuisetiburg, #De vader van deze dochterkens (Frans 

ir wonende te Alkmaar) was van de Naisenburge van Haer- 
flem» van Basierdien," (Leven van Angnietje Francen, 
pag. 69.) 



3Ö5 

De Wit f Een treffelick gheslacht van welghestelde d« wit. 
borgers van Haerlem : de vader was ghenaemt Jan de 
Wit ende de moeder Hoes van Paenderen : de vaeder was . 
rentemeester van de Bosachagie^ sy woonden in een beerlick 
huys en heelen groote staet: soo dat baer vier kinderen 
te weeten twe sonen ende twe dochteren werden in alle 
weelden ende overvloedicheyt opghevoet; maerdoort be- 
leeb.... ende acbternae door dat de Calvinistem wederom 
gbebeel de o verbant kreeghen, is dese omdat by catbo- 
lyck was wt zyn officie ende welvaeren gbesedt ende syn 
zyn middelen zeer vermindert, zoo dat by niet en bebiel 
als een sober been comen... Alboewel de vader most 
derven veel eer ende proffyt, tgeen by soude gebadt bob- 
ben , hadde by willen afwyeken van de catbolycke religie . 
en heeft bet geensins willen doen, maer is volberdicb 
gbebleven int H. Catbolycke gbeloof ende oock daerin 
gbestorven." (L, van Tryn Jans en Haesgen Jans de Wit 
gbesusters, I, pag. 186-87.) 

Wij [I, pag. 314 ?olg.] Jan Nanningsz,) Familie wy 

X X > 14) 



Nanningsz,} 

^ \ 

^n Floris ) 



BaeQe Birks Keizers 11) Tr^n 

zoon zoon zoon zoon X Griet Jans. Maria Jans. 15) g 

3ft««?er- gehuwd. Jacöi 12) DirkWijIS) X *^ 

hoeder. pastoor van min ^ , ^ s g- © 

't Bagynhof, dochter Trijntje Ermtgen Dirks g. | 

t 158?. Claesge Dirks Wij, geestel. S" ^ 

Dirks Moeder maagd in S" p 
X P van de wereld, 
den Hoek. 



1) Bastiaan had het Schout ambacht, is geweest i)yil^raa/, Bailjwo, jrjae 
tot 7 treffelicke offiden vercoren; was wijs verstandig, kloek van gemoed, 
^verig in de Katholieke religie, extraordinaris devoot tot het H. Sacrament 
des Autaers, #als hy was in den tempel , wast of hy besweken soude heb- 
ffben van reverentie ende devotie daertoe. Besgelyks seer devoot tot de 
fH. Driemldieheit , een glas gevende inde grote kerkt liet seer ireffelik de 
«H. Lrieuuldiekeii tot schilderen. Hy ende syn huisvron daer onder op haer 
tkniën diezelfden aanbiddende, 'tgeen dat lange jaeren inde kercke gestaen 
«heeft y maer de ketters niet cnnnende verdraechen die H. beelden, hebben 

Bedragen Geich. Bitd. t. Haarlem. X* Deel. 20 



806 

«die schilderie van de H. Drie?, wtghenoomen, met ongebackea glas ghe- 
jy stopt, de vader ende moeder in het glas latende blyven, hy becleet met 
,;8yn gheweer als eeu officier ende de moeder met een faly (alsmen pleech 
«van onts op het staetieste te kercke ^e gs^n." 

H^ bekleedde z^n officie zeer getrouw : als een goedertieren vader jegens 
de goede oprechte, maar «rtegcDs de quade besonder de ketters was hy seer 
#straf ende vygeraes (vigoareos). In «de trobbele tyt" hadden de. soldaeten 
die hayslieden seer overvallen", maar Bastiaen «soeht haer te beschermen." 
Hierdoor raakte hig bij de kwaden gehaat, zoodat zij hem zochten te dooden. 

Te Bergen by Alkmaar hadden ze eene hofstede «daer hy dicmaelsqnam 
«mitsdien sy daer timmerden." 

Vader van Craenhals en Clara de dochter hadden in denzelfden nacht te 
samen een' droom , waarnit zig besloten dat hem een geweldige dood wachtte 
Hy bleef al in de stad om zich niet in perikel te stellen, maar hy moest toch 
om het werk naar buiten, 's Nachts in de rust zignde, werd hij overvallen 
door groote benauwdheid, stond op en bleef den beelen nacht in het ge* 
bed; ging 's morgens by de werklieden ^n werd toen in den boomgaard 
overvallen Yféi YBü. honderd soldaten; de werklieden giogen op de vlncht. De 
soldaten stelden hem aan een boom en doorschoten hem «als een anderde 
#S. Sebastiaen, wiens naem hy voerden. Dit geschieden op S. Annendaeli 
4rtot weicken hy sonderlinge devotie hadt"... #Stierf aldus als martelaer 
#omt geloof ende rechtvaerdicheit." 

#Mits de doot van de man ende veranderinghe destyts dat de Catholike 
jrverdract worden en die guese floreevden, soo quam.... de weduwe j^ansoh 
#tot vermindering he van staet ende middelen.,., woonden daernae in een 
#cleyn steechgen ia een huysgen welk haer paerdestal gheweest had te vooren." 

In het: «Leven van Adriaen van Oroenveen" (M.S.) wordt ook gezegd 
dat Sebastiaen ook Brost van Kennemerland was. 

2) Fetronella, heette volgens den schr^ver van het L. van Adr. ?an 
Groen V. Wittendael {Wttendael?) 

Zy was in de (S. Bavo?) kerk op het oogenblik der beeldstormery : «mits- 
«dien de kercke gesmeten worden, ende sy daer in was alst selffde ge- 
«schieden." 

3) De dochter Clara wordt in het «Leven van Adr. v. Oroen." genoemd 
JufiP. Clara Craenhals van Eottinge, 

4) Hetzelfde handschrift bevestigt ook dat deze : de zoon van Adriaen van 
Oroeneveen, en genaan&d Aelbert, zynde de oudste zoon, geen mannelqk 
oir heeft nagelaten. ' 

Deze Aelbert van Oroeneveen «en volchden niet nae de voetstappen vin 
«syn godtvruchtige vader, maer sloech heel op het wilt. 

5) « Drie jaeren na de doot van haeren man , haeren soon synde in. dienst 
«van de Coninck van Spangen in een Catholyk lant mede seer onnosel ver» 
„moert, laetende vier kleyne kinderkens achter." 

6) Maria #begaf zich onder den E. dienaar Gods M, Jan van JSnckmen 
«daer nae hoorende vaa den Soei, dien doen eerst begonnen was, tnde 



307 

«den £. dienaer Gods M, Comelis Arentz oversten van was, daer so veel 
^trefiige borgen dochters van ghetrocken worden tot de maeohdelicke staet, 
^ae in een jaer al hy de dertich , al meest van haer keonisse , so hadde 
jfSy mede enz. 

Zy kwam echter eerst na drie jaar in den Hoek. 

Zy heeft veel geestelihe sermonen wtgeschreven (pag. 29, 81, 82). 

Had veel devotie voor ouwe {geesielgke) boecken, desgelykB oude ff. Beel- 
den (pag. 32). 

De znsters Wouters van der Mij waren nichten van Maria v. Cr. (pag. 
S97 vso.) 

7) 8) Een ttreffeUck ryk geslaeht**, maer de onwers waeren wel de mm* 
sten onder dien, gniet begaeft met tytUcke rgkdomen" 
De vader was seer flaeu Catholyk en de moeder Benist, 

9) 10) De zoons werden door Bareni Wiggersz, Cousebant, sijnde van de 
bloetvriende , genomen (omdat se onder de ketterse vrienden niet sonde comen) 
en door hem in Spanje besteld ^ om Katholiek te worden opgevoed en Spaansch 
te leeren. 

11) Baefje Dirks Keizers: lange jaeren moeder geweest vemde Orotekerck 
ende buite moeder vaiade Minderbroeders , die svAckeü vryen toeganck in. haer 
hnis hadden of se in haer eigen ouders huis quamen. 

12) Jacob, Past. vant Bagijnhof [te Haarlem]: „een geleert waerlich priester." 

1 3) Dirk Wy fis om syn duecht ende wysheit beqnaem geweest om andere 
te regeren ende is tot Burgemeester vercoren , maer omdat hy seer iverich 
waer om bet Catholike geloof voor te staen, is hy gecomen in den haet 
der ketteren die welcken achternae de overhant inde stadt kregen, hebben 
veel listen en lagen geleit om hem te vangen ende te' doen ahmen gesien 
heeft datse met andere treftige Catholiken hebben gedaen waervan de som- 
mege opgehangen , de andere verdroncken syn , maer Godt heefl hem bynae 
miraculoselyek bewaert wanf hy hem tot wat eelder vercoren hadt; ende 
is om de persecntie niet verslapt in zyn geloof maer omtrent als de kercken 
acht dagen gesmeten waren heeft een outaer in zyn huis gemaect ende van 
een godvruchtioh priester [P'. Arüoldns, Minderbr. Gaard.] het H. Sacrificie 
laten opofferen ende dat met groot perikel van de vervolgers der H. Kercken. 
Hy woonde met syn dochters in een groot heerlik huis int best van de 
stadt enz. 

14) Jan Nannings en zyn vrouw „ooik groot van middelen en daer bene- 
vens noch meer gelegentheit om dien te vermeerderen, sy brouden en had- 
den grote nering, maer soo devoot dat sy vierden ook die lage E, dagen 
waerdoor sy belet werden datse soo veel niet en bronden. 

15) Maria Jans was moeder van de Orote kercke en onderhiel (weduwe 
zynde) die derde regel van S, Franciscus van gehoorsaemheit, armoet en 
reinicheit , de sommegen menen dat sy dese manier van oeffeningen oock 
gebrniet heeft by het leven van haer man met gemeen consent." 



808 



Fpitgr. Hij werd door Machtelt Blekers in 
ItfMur Imos ^Bftrai^sm #met andere die Syn E. qnamen 

bil» ontsiende daerin noch moeiten of oosten , 
dien seer heerlick ende magnificent'' enz. 

F«ièr M Jk lft-17 eeuw. #Also 'tin haer tyt (van 
Tmi^ Dirks Wt) een gebodt pleech te wesen vande 
& K«rck»» datmen een gkehele vatten most zyn sonder 
Mérf «#iMr J w^n iBi <Ke jpetoiU waren, heeft dat perfectelick 
» »ii ktk gi mAm > aboo dat dese K bj nae veertich vastens 
Wftfar MTvl geweest heeft (zy stierf a* 1621) niet alleen 
dii^ w^tck» dit^en» aaer ook die sondagen, 't geen sy van 
S^Wih» w< gM i mt sdioldidi en was " (I, pag. S89,) 

g ij yy u b ƒ tt ^iittrchnw r «dat se voor haer t' samen een 
•kuift f^)»^ hwlt opt rondf begkbkkof. (L. van Grrietje 



Buraü» I» Vit$^ C ^^ 



<,WMn4 é.M 



j. J. ^ULAY, Fr. 



309 



UIT DE SENTENTÏEN, DECRETEN ENZ. VAN HET 

HOP VAN HOLLAND. 



Hofkapel in den. Haag, 

In Register 5, letter F, Anno 1457 ^ bladzijde 43/44 
staat het volgende: 

fRoerende die geschillen, tusschen Heer Jan de Cap- 
pelaen ende die Heer Dirc van Casant, 

«rAlzoe Heer Jan de Cappelaen^ zanger ende Meester 
van de Coralen in de Capellen van den Hove in den 
Hage, Heer Dirck van Casant Priester ende oock €ap' 
pelaen van de Gappelle, int hoefft met eene messe geslagen 
ende gewont heeft, dair van de voorn. Heer Dirck en 
vreese vande quetsuer te sterven ende mits dien, die 
voors. Heer Jan, die sanger voortvluchtich ende wech 
gelopen is , dan aff dat 't Cappittel van de Cappelle ende 
oock die bailiu van de Hage elck die kennisse van der 
sake ende Heer Jans goeden vergen in handen te hebben ; 
soe heeft 't Hoff geappointeert in de tegenwoordicheit van 
partijen voors, dat Cornèlis Baroen van's Hoeffs weghe 
die voorn gueden bij Inventarissen en in gescrifte stellen 
sali ende soe sal ^t Cappittel, die voirs. gueden, in ge- 
wanderhandt houden ende bewaeren mach* Des soe hebben 
meester Willem van Thol ende Heer Pieter Beest Cano- 
nicken van de Cappelle voors, als uijttername van des 
Capittel voors, gelooft voor den Hove van desen gueden 
niet te scheijden sonder consent van den selven Hove, 
voir mijns genadicke Heer intrest ende' tot eenen ijege- 
lickx recht, ende dat gedaen zijnde, soe mach den Bailiu 
van de Hage , off den procureur mijns genad< Heeren off 
anderen wieot aengaen mach, Recht uptie voors. gueden, 



810 

spreken ende partijen daren tegens gehoordt , die schulden 
is gehoordt te zine* 't Hoff sall eenen ijegelijckx rechtende 
Justicien doen ende laten geschien, alsoe dan toebehoren 
sall; Aldus gedaen in den Haghe, upten iii^^ dach in 
Mairte, int jaer xiiij® zeven ende vijfftich. enz. 



Limmen. Anno 1498. 5 December. 

Alijt TJsbrantsz contra Heer Jan Vlamen^ Pastoir van 
Limmen. 

Dit proces betrof de betaling van eene som gelds, 
wegens een huis dat door wijlen «rCornelis Phs. en Hille- 
gont sijnre huijsvrouwe" scheen verkocht of gemaakt te 
zijn aan de Kerk, of Kerk en Armen van Limmen. De 
Pastoor komt gezamentlijk met de volgende personen, 
als gedaagden er ip voor: te weten met: 

Wout Claesz. 

Maerten die Lijndraijer. 

Claes Jansz. 

Lijsbeth Woutsdr. 

Floris Phs. en 

Baert Woutszoen. 
Deze gezamentlijke verweerders zijn bij vonnis van 5 
December 1498 gecondemneerd te betalen aen Alijt IJs- 
brants Dochter, #die Somme van Dertigh ponden, tot 
XL ponden groon. 't pont. en verder in de kosten. 



Giesen, Anno 1455. 11 December. Register 4. 

Bruijnincx {Jaeob Jan de Wa^l werd gemainteneert in 
de Possessie van een Cappellerije in de Parochie kerk tot 
Giessen in bet Sticht van utrecht en Jan van Nederveen 
met Dirk) enz. gecondemneert enz. 

Jacob Jan die Walenzoen Clerc, #had bij vorige tijden 
fdoor resignatie en overgifte van Phillip Henricxsoen , de 



311 

i^Ieste bezitter 5 vercregen een eeuwige Oappelrie gesticht 
#in de prochiekerk aen die Ghiessen ^ in het Bisdom van 
i^ Utrecht gefundeert ende gedoteert in die eere Godes 
#almachtich ende des saelgen ende gloriosen maget Marie^ 
0en dairup voorsz. Jacob geproclameert ende geinstitueert", 
zoo het behoort. — Deze Kapelrie en de inkomsten werd 
hem betwist door Bartfiolomeus Dircha Bruijnincxzoen ^ 
ook een Glerc die tot zijne adsistentie had Drick Bruijnincx- 
zoen en Jan van Nederveen, die de profijten en renten 
der gezegde Capelerie tot ♦behoufiF" van gezegden Bar- 
tholomeus hebben verstrekt en de Landen tot diens ge- 
bruik hebben gehouden, tot groot nadeel van gezegden 
«rjacob Jan die Walen zoen." 

De geestelijke Rechters hebben laatstgenoemden gemainte- 
neerd en tegen genoemden Bartholomeus Sententie gegeven. 

Bij Sententie van het Hof wordt gelast den sterken 
arm te verleenen om gezegden de Wael te stellen en te 
mainteneren in de possessie en alle de rechten; ook alle 
achterstallige renten enz. uit te betalen en alle kosten 
te betalen, zoo mede de goederen en landen over te 
geven, wordt gelast aan Jan van Nederveen en Dirck 
Bruijnincx. 

De gezegde Dirck Bruijhincxs en Jan van Nederveen 
waren gedaagd om voor den Hove te verschijnen bij den 
procureur generaal ten einde zich te verantwoorden voor 
deze handelingen. 

Bij verschijning voor den Hove verontschuldigde zich 
Jan van Nederveen, dat hij niet anders had gedaan dan 
als een CoUator en gifter der voors. Kappelrie, en meende 
hierin niets misdaan te hebben. 

Jan van Nederveen is toen veroordeeld in de helft der 
poenen en kosten van het geheele proces. 

r Gedaan in ded Hage up ten Xl^ Dach in Decembri 
a^ LV, (1465)'\ 



312 



Oudetoater, 

Anno 1564. N. 251. Heer Jdcob Jacobsz. pastoor tot 
Oudewater. 

Anno 1571. N, 67. Heer Jacob Jacobsz. priester en pasteer 
binnen der stede van Oudewater, — Was vóór 18 Junij 
1570 reeds overleden, blijkens proces van zijne Erf- 
genamen over zijn Eerw.'s Testament. 

Er bleek verder nog uit, dat Heer Jacob Jacobsz. 
reeds vóór 1580 te Oudewater in functie was. 

De Lier, 

Anno 1 548, N 19. Heer Jacob Claasz, pasteer van de Liere 
g 1571. ff 4t0nlleer HuijbrechtAdriaensz, pasteer van 
Liere. 

In dit vonnis komt nog eene aanhaling voor over 
landen, tijdens Heer Arent Vos pasteer van de Liere was. 

Delft. 

Anno 1571. N. 60. Mr. Michiel Doense, pasteer van Sinte 
Barbara binnen Delft. 

Leiden, 

Anno 1566. N. 313. Heer Jan Hendricxz. priester tot 
Leijden, 

é 

Anno 1570. N. 60, Heer Cornelis Janae pasteer tot Leijden. 

*8 Gravenhage. 

Anno 1548. N. 242, Mr Willem Deijn^ priester en Notaris 
in den Haage. 

Haarlem, 

Anno 1679. N. 62. Godefroy van Mierlo^ in q* als Bisschop 

tot Haarlem. 
Anno 1570. N, 64. Heer Jan van Daelen^ possesseur van 

eene Vicarie op St. Josephs Altaer in de Kerk tot Haerlem, 



S13 

Spanbroek. 

Anno 1559 N. 116. Heer Henriek ClaaeZé pastor tot 
Spanbroeck, 

Poeldijk. 

Anno 1668, N, 188. Oerrit Jansz., de pape. — 
. (De Capelmeesters in de Poeldijk contra : . . . ) 

Oegstgeest. 
Anno 1650, N. ip6/6. Florisy pastor tot OegstgeesU 

Zierikzecn 
Anno 1553. N« 215. Lenert Comelisz. Poelvöet, Deken 
van O. L. V. tot Z. Zee. 

Grootebroek. 
Anno 1549. N® 98. Jaeob Pieterêz,^ priester 't Groote- 
broecky contra Luijtgen Zybrants, 

Gorinchem. 
Anno 1556. N® 226. Mr. Jachiel Duijnck, pr. tot Gor- 
nichem, contra Adriaen Janse van Duijnen. 

Gouda, 
Anno 1657. N® 66, De Regenten tot Gouda contra Heer 
Maerten Henricx, priester tot Gouda. 

Dordrecht 
Anno 1561, N® 253. Heer Corneliê GerriU^ contra Re- 
genten van de Groote Kerk te Dordrecht. 

*« Gravenhage, 
Tusschen 1570 en 1575 komt onder N® 184» voor: 
Heer Jan Adriaens, prieéter, als possesseur van eene 
Vikarie, gefundeert op S** Elisabeth-autaer, in S** 
Elisabeths-Susterhuijs in den Haage^ contra Jan Slim 
Adriaensz« 



mm^fm^ma^m 



SU 

Anno 1457. 22 Mei. AHaert Pietersz., was priester te 
Wieringen en had met anderen eene zaak aanhangig, 
over particuliere zaken betrekkelijk Landen aldaar. 

Sententie hierin' ii Mei 1457. 

24 Junius. Oeqjt Jansz. was priester en op dezen datum 
overleden. Zijne bloedverwanten hadden . aanhangig ge- 
maakt eene zaak over een huis dat genoemden Gerijt 
Jansz. vermaakt had , tot vermeerdering van eene Oap- 
pelrie en geestelijk officie tfupt huuss van Duvoorde^* 
alwaar hij 50 jaar gewoond had. 

Sententie hierin was van 24 Junius 1457. 

Anno 1499. N. 69. Eene zaak over zekere Inhibitie en 
Verbod door Provisors van DeJfiand en Schieland, die 
bevorens voor Schout en Schepenen van Zoute veen hing, 
was voor het Hof getrokken , en bij besluit vastgesteld 
dat ze daar behandeld zoude worden. 

De actie was ingesteld door Thon. Henryckx c* Heer 
Jan Zoet. 



UIT EBT GEICEBNTE-ABCHIEP VAN HBENVLIBT. 



Rek. Anno 1542/43, op 28 April 1543 wordt de H. Geest 
Armen rekening ook namens de Bestuurders afgelegd 
voor Mr. Engel Meerl pastoer. 

Rek. (Kerk) Anno 1543/44, komen voor: H, Michiel vand^ 
orgel te spele des jaers als met de missen te doen, 
H, FloriSf van Onser Vrouwe Capelrije. 
H. Arijean Gijes, van sijn Capelrije, 
Cornelis Gillis^* de pastoer. 



815 

Rek (Gemeente). Anno 1643/445 komt voor: Mr. Gerrit 
van 't Schole te houden. 

(Denkelijk ook een geestelijk Heer. 

In de Gemeente Rekening van 1519 komt nog voor: 
Mr. Claes Jans , die van de gemeente vergoeding ont- 
vangt, voor gedane vertering ten zijnent van den Heer 
van Cruiningen, als Vrijheer van Heen vliet. 
Zoude deze niet de pastoor kunnen zijn? 

Vreemd is het mij voorgekomen dat 28 April 1543 
Mr. Engel Meerl , de bekende Angelus Meruia , als pastoor 
voorkomt en er in de Rekening van 1543/44 uitgaven 
aan Oornelis Gillisz, den pastoor » voorkomen. Een van 
beiden moet de waarheid zijn : Mr. Engel Meerl zou kort 
na 1543 (28 April) als pastoor afgetreden moeten zijn, 
of er zouden twee pastoors moeten zijn geweest. 

RoUerdcm, c. J. giüdici. 



AANTEEKENINGEN OP DE BIJDRAGE TOT DE GE- 
SCHIEDENIS DEE PABOGHIfi BHOON. 

(Bydr. D. X bl. 65—81). 



Op bl. 55. Het wapen van Rhoon of Rhoden is minder 
juist beschreven. Rietstap ^ om van de oudere werken niet 
te spreken 5 beschrijft het wapen van Rhoon als volgt: 

^Eraanché en pal d'or et de gueuleg, Cimier : (helmteeken) 
fun lévrier assis d'argent coll. de gueules, tenant entre 
i^ses dents un rameau de trois feuilles de Sinople." 

Er dient, — tot toelichting, — nog bijgevoegd te 
worden dat het wapen van het geslacht yvan Duiveland^^ 
waaruit bet geslacht van Rhoden voortgekomen is^ voert; 



316 

ook volgens Rietstap, en de oudere boeken : /rParte émanché 
ifde cinq pièces de sable sur argent." 
« Dit yerschil van metaal en kleur is ontstaan door dat 
het geslacht van Rhoden een jonger tak van Duiveland 
is, en volgens gewoonte het wapen in kleur en metaal 
veranderd heeft. — Dit is in vele andere geslachtswapens 
van HoUandsche en andere geslachten te zien. Onder 
anderen v, Wassenaer, v. Arckel, enz. — 

Op bl. 56, staat vermeld van Rhoon/dat het eene 
amiacA^^beerlijkheid was^ en integendeel was het eene 
Hooge Heerlijkheid. — Op bl. 70 wordt ook van Am- 
bachtsheer gesproken en behoort Heer of Vrijheer te zijn,— 

Op bl. 75 stuit ik op N, Miermana; zou dit niet pater 
J. C. Miermans of Meermans kunnen geweest zijn die te 
Schiedam nog in 1731 voorkomt? Te meer omdat Bhoon 
in 1705 ^geestelijke hulp uit Schiedam ontving. Zie Dl. IX. 
Eerste aflevering bl. 159, (Aldaar is abusief bovenaan 
Wiermans gedrukt.) 

Op bl. 77 dient tot toelichting dat ^ Lambertus Jaeobue 
Doncker, gedoopt is op 1 Mei 1723 in de Statie van de 
Leeuwestraat alhier uit het Huwelijk van Comelis Doncker 
en Jacoba van de Leur. 

Op dezelfde bladz. aangaande Francieeue Henricuê Hach" 
ten dient; dat deze insgelijks ^ in de Statie der Leeuwe- 
straat gedoopt is op 11 Maart 1742, uit het Huwelijk 
van Otto Hackten en Maria Caats, 

Op blz* 78 dient aangaande Neelemans vermeld te worden 
dat deze mede in de Leeuwestraatsche Statie is gedoopt 
op 4 Februarij 1769 ^ uit het Huwelijk van Adrianiu 
Neelemans en Anna Holthamp. 

Rotterdam. c. J. giudigi. 



817 



GEESTELIJKEN YÓÓR DE BEFOBMATIE. 



In het Repertorium der Leenen van Noord-Holland 
komen voor^ als beleend: 

Mr. Jacob van Etherty praesbiter bij doode van Mr. 
Maertijn» sijn broeder, anno 1483. 

(Twintigh ponden Hollants 's jaers , uijtte Thollen 
tot Schoonhoven enz.) 

Heer Lenaerdt Pieters Luijt, praesbiter, bij doode van 
Pieter Luijt sijn vader, anno 1537. 

In a® 1638 door hem overgedragen 
(Landen onder Haestrecht.) 

Catrijn Jansdochter, bij doode van Heer Sijmon Dircka, 

s 

haer Neve, praesbiter anno 1459. 

(Acht ponden vijftien Schellingen Hollants 's jaers 
uijt twee Huisen staende binnen Rotterdam.) 

Gerijt Tijmansz. praesbiter, bij doode van zijne moeder 
anno 1509. 

Amelbnrghe Tijmansd', bij doode van Heer Gerijt 
Tijmanse haer broeder anno 15 • . 

(Zij overleed reeds vóór 1534.) 

(Land onder Linschoten en Zevenhnijsen.) 

Heer Gerijt de Bruijnef praesbiter a** 1440, bij doode 
van Claes van Diepenburgh sijn oom. 

Willem Oerijts de Bmijne dochter, bij doode van Gerrit 
de Bruijne, b? 1441. 

('T Cortenbosch buiten den Haag.) 

Mr. Comelis Claeez. presbiter a"* 1542 , bij opdrachte van 
Mr. Jasper van Hogelande. 



318 

Philips Nachtegael , bij doode van Mr. Cornelis Claesz. , 
zijn Neve. 4 November 1568, 
(Land onder Voorburch.) 

Heer Aelhrecht Bol, Priester, bij doode van AKjt Roe- 
lofsdochter sijne Moeder a^ 1552. 

Hij droeg dit over in 1654, 
(Een Smaltiende v. Lammeren ond^ Monster.) 



Nog staat er in dat zelfde Register fol. 681, verso, als volgt : 

Gerrit van Steenvoorde. 

De Hofstede en de Goeden van Steenvoorden groot 26/33 
Mergen Lants mitten Castrale Capelrie daertoe beboorende, 
ende anders sijner toebehooren in Rijswijk. 

alsmede : 

Adriaen van IJlen. 

De helft van een Huijsinge, binnen der Stede van 
Delft, Item de Collatie van twee der ses Capelrijen, 
binnen deselve Stede, ende nogh een van de twee Pro* 
venen in de S^® Pancras-kercke binnen de Stede vafiljeijden, 
ende aldaer in voorleden tijde onder andere gefundeert 
geweest bij wijlen Philips van Leijden. 

Item Verliet zoo bij doode ende maeckinge, als bij 
Donatie-inter vivos, van Jouffvrouwe Maria Stalpaerts 
van de Wiele sijn Moeder, die da^r aengecommen was 
bij doode van wijlen Jacob van MQerop, Heer van Cabau, 
haer oom« bij Smaldeelinge den 22 Augustus 1625 enz. 

Botterdam. c. J. giudici. 



819 



MEDEDEELINGEN. 



In de //leen-Hegisters van Putten" komt voor op : 

Anno 1507. Heer Pieter Laüwereijs praesbiter, als verlijjd 
wordende met Land in Stollaertsdijck en Zuijtvert, en Tienden 
in Spijkenisse. 

Hij leefde nog in 1623, daar hij toen dit zelfde goed over- 
droeg aan //Mariken Pietersdochter." 

Anno 1499. Willem Jacobsz. als beleend met Tienden in 
Zuijdland (toen Weatenrijk genoemd). 

Hij leefde nog in 1581, toen hij dezelfden overdroeg aan Cris- 
pqn Jan§z. van Boschuyzen waarbij hij genoemd wordt; iiHeer 
Willem Jacobsz, Praesbiter, ^^ 



In de Leen-Eegisters van Znid-Holland komt voor op: 

Anno 1503. Heer Herman Ghijsbrechtsz. beleend met Land 
in Molenaersgraaf (Al Wasser waard) afkomstig van Mr. Willem 
Ghijsbrechtsz. 

Anno 1505. Heer Adam Woutersz. praesbiter, beleend bij 
overgifte van Heer Herman Ghijsbrechtsz. praesbiter. 

Anno 1528. Heer en Mr. Aernt Woutersz. praesbiter, be- 
leend by doode van Heer Adam Woutersz. praesbiter. 

Anno 1531, Was Heer en Mr. Aernt overleden, daar zijne 
zuster beleend wordt na zijnen dood. ^ 

Rotterdam, c. J. giudici. 



Ondewater. 6 Aug. 1709. //Eenige in en opgezetenen dezer stede 
Oudewater en deszelfs vrqdom met name Pieter en Willem van Steyn, 
Job van Noten , de vrouw van Ewout Honcop , Eut Boom , Cor- 
nelis Pieterse, Gornelis Jan Bouwen, Willem Klaas Blokland, 



320 



Dirk Gerritse Hollaer, Dirk Gerritse van Yliet, Jaeobus Gys- 
bertse, verzoekende een Priester te mogen hebben met name 
JoHANNSS DS EuiJTER, van Rozendaal geboortig, wesende van^de 
order der Minderbroeders, zijnde gepermitteerd omme hier als 
priester te mogen resideren omme dienst te doen in de kerk 'aan 
het heilig leven, als strekkende tot groot voordeel van de Bur- 
ger^ ende neringe dezer stad etc. , niet te min presenterende voor 
het doen van dienst , en het openen van de kerk , aan den groo* 
ten Armen alhier te betalen ƒ200 eens, en Jaarlijks nog/ 100, 
belovende allen te zamen de voors. penn. te voldoen, stellende 
hun ieder en vooral aansprakelijk." 

//Naar overwegende deliberatie is goedgevonden , het voors. ver- 
zoek en presentatie te accorderen en accepteeren, en dat de kerk 
zal worden geopend naar behoren omme door den voorn, de 
Euijter dienst gedaan te kunnen worden.^ 



»> 



Overgenomen aii de Notalen van de stadsregering. 



Oudewater, 



J. FÜTMAK. 



321 

X' 



OORKONDEN. 



Onder deze Rubriek , zullen achtereenvolgens, naar de 
gelegenheid zich voordoet, de belangrijkste akte- stukken , 
manuscripten enz. worden medegedeeld, die het zij in 
't oorspronkelijke 9 hetzij in afschrifte in het Archief van 
het Bisdom van Haarlem berusten; voor het grootste 
gedeelte afkomstig van het voormalig zoogenaamd Ka- 
pittel van Haarlem, dat zich ontegensprekelijk door het 
zorgvuldig bewaren dier kostbare bronnen , voor onze 
kerkgeschiedenis hoogst verdienstelijk heeft gemaakt. 

I. 

Modus visitandi ') pro Epücopo vel Archidiaeono seu 
eorumdem Offtdalibus^ gui secum habebit Notarium, 
testes et sacerdotem attmgentem sacramenta et vasa sacra 
si Officialis non sit presbyter. 

In Ecclesiis non coUegiatis circa generalia 
observentur. 

1. In primis visitet diligenter venerabilia Sacramenta 
Eucharistiae et videat quomodo ét quam honorifice sit 
reconditum , et bene et clausum et quomodo caveatur 
ne generentur vermes seu corrosie ex vetustate, et 
videat et quaeratur an continue teneatur Lumen ante 
venerabile Sacramentum. 



1) Dit en het Tolgende stok draagt geene dagteekeniDg , DOch eenige aan- 
duiding, wanneer die tchemata van kwesties voor Kerkelgke Visitatie z^'n 
vastgesteld, maar blgkbaar zgn ze van den tijjd der opkomst van de Refor- 
matie, doch vöór de oprigting der Bisdommen in 1559. 

Btldragen Gesch. Bisd. v. Haarlem. X* Duel, 21 




528 ■ 

2. Deinde viaitet vasa et materiam Sacramenti extreme 
Unctionis Ohriamatis etoleiCatechumenorum, aDetkin 
Biat illo anno renovata et afi vaaa sint mnnda. 

3. Deinde visitet fontein Baptismalem , an aqua feteat, 
an sit corrnpta seu fons fractus et bene olauBus. 

4. Deinde vïaïtet calices, ornamenta sacerdotum et pallia 
Altariura. 

5. Deinde qnerat an ecclesia faabeat pato)Bos i. e. ma- 
gistros fabricae et inquirat de qualitate illoram et cnï 
aut quibus faciant de perceptis et expositis cotnpatns 
et qnanda. 

6. Item si sint aliquï detlnentes bona ipsias ecclesie vel 
sacerdotum. 

7. Item si in dicta eccleüa sint plarea vicaris seu officia 
ecclesiastica , quis tune patronns, quae onera, qui 
redditus. 

8. Item qneratar de Inventario bonorum eccleüae et al- 
tariura, quis illud habeat, et ai non sit perfectum, con- 
ficiatur illud et duplicetur aat triplicetur, ita/ut maneat 
anum sub visjtatore et atia penes interesse habentes. 

9. Item si habeantur ibi aliqae reliquie et aliqna pri- 
vilegia Bpecialia et si debite custodiantur. 

10. Item si habeantur in ecclesia visitanda contratemitates 
seu ghilden aut conventicula laicorum, de eoromdem 
circumstantiis et uaa ét anne sint ïn illis gbilden ali- 
qne Buperstitiones, pnta cantare niissam pro defunctïa 
in die Dominica aut festivia diebua in prejndjtnnm 
curati et principalia officii. 

Circa presbjtemm cnratum seu vicecoratum 
similiter observentnr x. ') 

:ur iste in absentia populi in secreto juxta 
itiónem visitantis; imprimis quomodo se habeat 

ik de ti«ii Tolgeade kwestiei. 



I 



323 

circa ^acramenta, videlicet de formis et materiis sin- 
gulorum Sacramentorum. 

2. Item au sit verus pastor an mercenarius , quo titulo, 
qua conventione et an' habeat breviarium, missale, 
li\)rum seu libros cantuales. Qnalis sit in habitu et 
tonsura et generaliter in vita et moribus. 

3. Item quales habeat redditus de Domo dotis et qualiter 
se habeat in casibus dubiis emergentibus circa missam et 
ministrationem aliorum Sacramentorum et confessionis. 

4. Item qualiter habeat se circa visitationem infirmorum 
et legata et testamenta suorum subditorum et bonum 
esset quod dominus haberet iemel in anno in scriptis 
a pastoribus omnia legata ad pias causas et an bene 
exequantur. 

5. Item si celebraverit coram excommunicatis causa timo- 
ris sive favoris, et si habeat plures excommunicatos 
et qualiter se habet in foro penitentie [erga?] con- 
fitentes et qualiter interrogat de peccatis et qualiter 
absolvit et qualiter remittit pro casibus reservatis 
pape vel episcopo et qui sunt. 

6. Item si diligenter attendat ad subditos suos si ipsi 
sciaht Pater noster, ave Maria et Credo cum septem 
sacramentis et peccatis mortalibus et decem pre* 
ceptis Dei. 

Et bonum esset quod injungeretur ipsis sacerdotibus cU' 
ratis ut sqoius in ambone vel post aut ante summam mis* 
sam ante altare ista populo et juvenibus in vulgari intel' 
ligibiliter exponerentur. 

7. Item an dacerdotes curati fideliter attendapt ad subdi- 
tos, an semel in anno veniant ad confessionem et com- 
municent juxta cap. i^omnis utriusque sexus", de 
poen, et remiss. etc* 

8. Item anne sepius predicent Evangelia et epistolas et 
legendas festorum monentes in eadem predicatione 



324 

subditos ut infirmi cito mittant pro sacerdote et sa- 
cramentis necessariis tempore infirmitatis. 
9. Item anne aliquem excommunicatum in ecclesia vel 
cemeterio sepelierint seu non excommunicatum in ce- 
meterio violato polluto aut interdicto. 
10. Item anne habeant seu sciant Statuta Synodalia; si 
non 5 injungatur ut emant legant 'et discant. 

Circa subditos observentur quatuor. 

1. Item Visitator convocabit ad se magistros fabrice 
ecclesie et adjnrabit eos ut dicant veritatem super 
publicis criminibus et excessibus quos sciverant per 
publicam famam, scilicet de adulteriis, de matrimoniis 
contractis in gradibus affinitatis seu consangunitatis etc 
seu aliis prohibitis, de heresi, usura^ sortilegiis, 
sacrilegiis et similibus. 

2. Item si serventur ibidem schole pro juvenibus et si 
judices seculares servent laicalia placita in diebus 
festis et exerceant mercantias in Ecclesiis» locis aut 
diebus sacris et an habeant obstetrices seu obstetricem 
expertem. 

3. Item queratur ab ipsis precipue in villagio , ubi non 
sunt plures sacerdotes 9 de moribus curati, sive vice- 
curati et de ejus conversatione et anne sepius visitet 
tabemas et ex qua causa. 

4. Item queratur ab eisdem de moribus custodis, quis 
illum prefecit, quos redditus habet etc. 

Cetera suppleat discretie domini Visitatoris et 
suorum. 

Deinde facta visitatione accipiat presbyter aspersorium» 
det benedictionem et vadat ad januam ecclesie et dicat 
ibidem De Profundis cum generali coUecta pro defunctis 
et computet et exigat expensas pro visitatione sua. 



325 



n. 

De mandata Domini Reverendissimi Episcopi Trajectensis 
et Archidiaconorum infra diocesim Trajectensem m- 
aientium Jurisdiciionem Ecclesiasticam habentium. 

Que interrogari debeant ecclesiarum Rectores de 
statu sue cnjusque et vicinarum Ecclesiarum. 

1. Imprimis quanto tempore rexerit ecclesiam. 

2. An tantus nunc sit numerus communicantium et con- 
fitentium quantus erat ab initio illius temporis. 

3. Item quomodo ludimagistri (rector scolarum) pueros 
instituant. 

4. An ipse Rector ecclesie libros visitaverit quos pueri 
discunt. 

5. An doceantur cantare cantum ecclesiasticum. 

6. An Ludimagister (rector scolarum) impediatur aliquo 
seculari servitio quominus possit adesse schole. 

7. Item an in sua aut aliqua vicinarum parochiarum 
apostata aliquis mas aut femina publice aut occulte 
conversetur. 

8« Item an in sua aut aliqua vicinarnm ecclesiarum ha- 
beantur secreta conventicula , et ubi, quot et qui illic 
soleant convenire. 

9. Item an aliqui moribundi contempserint in sua aut 
vicina aliqua parochia Sacramentum penitentie Eu- 
charistie aut extreme unctionis, 

10. An subditi sui et vicinarum ecclesiarum suis [suas?] 
frequentent conciones sacras et officium divini cultus. 

11. An festa Ecclésiastica recte serventur. 

12. An jejunia ecclésiastica denuntientur et observentur. 

13. An et abstinentie ecclesiastice denuntientur et ob- 
serventur. 

14. An Rectores secularis aut ecclesiastice jurisdictionis 
cohniveant apostatis et aut [sic] sectariis. 



826 

15. An quos noverit in sua aut vicinis ecclesiis qui ha- 
beant libros vetitosj aut cantent cantiones seditiosas 
et diffamatorias. 

16. An contrahentes matrimonium illud debito tempore 
juxta veterem ritum ecclesiè solemnizent. 

17. An infantes suos curent primo quoque tempore ba- 
ptizari. 

18. An Aeditni bona fabrice recte dispensent. 

19. An aliquis vicinorum Pastorum aut etiam ipse eorum ma- 
trimonium solemnizet quorum neuter est sibi subditus. 

20. An fundationes et pie voluntates ae eleemosinis distri- 
buendis et de missis legendis et cantandis in sua et 
vicii)is parochiis recte perficiantur, 

21. Item quot sint in sua ecclesia perpetua officia vel 
beneficia. 

22. An infantulo mortuo exequie celebrentur et oblationes 
fiant pro generali defunctorum omnium redemptione 
et liberatione. 

23. An ipse an alius quispiam sacerdotum in sua aut vi- 
cinis parochiis publico concubinatu subditos scand^lizet. 

24. An etiam aliquis cum plebeis hominibus tabernas 
bibendo aut ludendo frequentet. 

• 

Quod si ipse interrogandus videatur et habeatur 

suspectus ; 

1. Interrogetur de formula absolutionis qua utitur in 
administratione Sacramenti Penitentie. 

2. Item qualem penitentiam soleant [sic] injungere peni- 
tentibus. 

3. An in festis divorum declaret illorum precipuas res 
gestas. 

4. An doceat diyos nostris precibus interpellandos ut 
Deum nobis faciant propitium. 

5* Quid suos docuerit de cultu imaginum. 



827 

6. De consecratione Luminarium et Ramorum et aque 
aspergende. 

7. An denunciet anniversaria defunctorum et preces pro 
iUis fundat et a populo preces cupiat fundi. 

8. An visitet cum precibus mortuorum sepulchra juxta 
veterem Ecclesie ritum. 

9. Quid doceat aut sentiat de hominis justificatione. 

10. Quid sentiat de votis sive monasticis sive alterius 
generis. 

11. Quid de peregrinatione ad Reliquias alicujus divi aut 
aliqnem locum miraculis celebrem, 

12,. An per opera bona nos mereamur. 

13. Quam opinionem habeat de Sacramento Eucharistie. 

14. Que putet esse precipua verba Go^secrationis. 

15. Quibus libris ipse utatur facturus concionem. 

16. Biblia que habet, übi et per quem sint excusa, 

Reliqua suppleat sagax Explorator, 
De mandato Reverendissimorum Dominorum predictorum. 
(sign.) Jo. Archidiaconus [?] subscripsit. 

ra. 

Stichtings-akte eener Vicarie aan het S. Andreas-altaar 
in de kerk van Velsen, gegeven Woensdag vóór S. Jaco- 
bus 1343. ') 

Copia* 

Universis praesentes visuris^ nos Officlalis Archidiaconi 
Trajectensis facimus manifestum publice protestando , quod 

-■- I — I — I I ■ ■ - - - — ■ - ' I i 

I) De copie der akte, die iivg hier mededeeleD is , als blgkt uit deyer- 
klaring die er op staat , 'gemaakt door den ^Secretaris van het Oud-Kapittel 
van Haarlem J. Bugge, aan wiens gver en konde wg het behoud van zeer 
veel oude bescheiden te danken hebben. Van een groot aantal toch heeft 
hg afschriften gemaakt, die in het Archief van gezegd Kapittel bewaard zgn 
gebleven. Van 1628 tot aan zgn overlgden in 163Gwas hg Secretaris van 
het Kapittel, en aan zgne zorg hebben wij de Notulen te danken, waarvan 
de belangrgke mededeelingen onzen lezers bekend zijn. 



328 

nuper ex parte Hugoniè de Hoflant instituti Capellanie 
Beati Andree Apoatolij site in Ecclesia de Vehen^ per 
quondam Dominatn Gerardum Hoflant ipsiua Eccleste 
curatum dotata, nobis extiterit humiliter supplicatttm ; ut 
cum littere originales casu fortuito essent vitiate et ad 
nihilum i^edacte , quarum tarnen copie extiterant per non- 
nuUos reservate ut nitidius describerentut qnatenus an- 
tboritate et decreto necessario interveniente, eas juxta 
tenorem ipsarum copiarum innovare curaremus: Suppli- 
cationi hujusmodi inclinati, de dilectorum virorum Domini 
Tbeodorici Stugghe , üapellani in Beverwyc et Vanekini [?] 
Jacobi de Alcmaria clerici dhcretione confisi, eisdem com* 
inisimus; quatenus de premissis facerent inquisitionem 
diligentem, et quidquid per inquisitionem invenerint^ nobis 
liquide rèscriberent » litteris eoruuk sigillis sigillatis. Qui 
ad inquisitionem procedentes, copias litterarum infra- 
scriptarum litteris originalibus consimiles et copiatas in- 
venerunt Unde nos ad perpetuam rei memoriam, authori- 
tate nostra et decreto interveniente ne ipsarum litterarum 
copie omnino annihilarentur ; declaramus, quod hujus- 
modi litteris deinceps fides plenarie adhibeatur in omnibus 
et per omnia sicut et originalibus litteris earumdem , qui- 
bus omnibus et singulis nostram authoritatem interposui- 
mus et decretum. 

Copia litterarum hujusmodi sequuntur in hec verba: 

In den naeme ons Heren Amen. Ie Geraert van der Hof' 
lant persoenre van Velsen maecke cond ende kenlic alle 
den gene die desen brief sellen sien, of horen lesen; dat 
ie machtic minre vijf sinnen, inder ere ons Heren onser 
L. Vrouwen alle Godes heylighen ende des ghoedes sente 
Andries, hebben gegeven ende bewiset omme minre sielen 
oerbaer ende minre ouders , in rechten testament ende in 



329 

pie aelmoesen tot eenre Gapelrie ewelike te staen te ver- 
dienen ende te besinghen te Velsen in die kerke, op een 
outaer dat gewyt is van der Biscop Daniel van Arcanen, 
wilc outaer ie Geraert voorsch. hebbe doen dotiren met 
thien stocel campen in Velser broec in die ere Godts ende 
des ghoeden sinte Andries, aldusdanieh goet ende erve 
als hierna geschreven staet. In den eersten enen camp in 
Velser broec van seven maden , leggende in die heaueme» 
Item ene venne int langhe landt van vijf gheersen. Item 
over die mere vier made die Willem van der Beeck in 
huerware hevet, ende al dat landt dat ie heb op corte 
landt Item totte selve outaer hevet gegeven ende be- 
sproken Mathias Mensensoen een scatelcsimp. Item Jonc- 
frou uit conraat daer buten dat si cof tieghens iude 
Waverssoen. Item Ermgaerd Mensen ene camp half leg- 
gende mit acherkyn meue in mannehijusmadè. [?] Item 
op die hoghe made, dat Marte Boudewyns half besprac 
ende d'ander helft daer toe ware gecoft. Item twie acker 
op die hoghe geest die Boudewyn die welighe ende sijn 
wijf daer toe ghaven. Item enen strouc lants die Marte 
Claes besprac, leggende tuschen Willem van der Molen 
ende Moelnaers. Dese Gapelrie met desen voornoemde ghode 
heb ie gegheven, ende gheve purlic om Göde, na minre 
doet Simon Hoflant, mynen neve te besinghen ende te 
verwaren tot sine live. Nae sinre doet ende nae minre 
doet, wil ie dat waer patroon ende ghever deser Gapelrie 
sie ende blive Didric Hughensoen van der Hoflant myns 
broeders soen tot sine live , ende nae Diderics doet come 
op sinen ousten soen wittelic wonnen , ende so van sonen 
tot sonen ende waer dat hi ghinen soen en hadde, wil 
ie dat die ghifte dier Gapelrie coem op sine ouste doch- 
ter, ende also van dochter te dochter. Ende waer dat 
Diederic sterve sonder kinderen wirtelike [sic] geboren , wil 
ie dat die collatie ende presentaci coem op Alverarde sinre 



830 

« 

suster, ende op hoer kinder in allen manieren als bier 
voorsch. staet. Ende op dat ie wille dat deze Capelrie vast 
si ende stade roet allen ghoede ende renten voorsch. heb 
ie dese letter besegelt mit minen seghel. Gegheven int 
jaer ons heren dusent driehondert drie en viertich den 
woensdach voer sent Jacobs dach. 

Item Copia. 

JoanneSj Dei gratia Ëpiscopus Trajectenis notüm facimus 
universis , quod nos assignationum et donationum^ redituum 
et bonoram universorum designatorum^ in charta cui haec 
presens littera liostra est transfixa , factarum per fidelem 
et devotum Dominum Gerardum de Hofland , Rectorem 
Ecclesie Parochialis de Yelsen nostre dioecesis, in dotem 
et ex causa dotis Capellanie seu altaris in eadem Ecclesia 
in honore Beati Andree consecrati pront rite et. legitime 
facta fuit ac ipsam Capellaniam cnm omnibus in Uitere 
cartis contentis, confirmamus et tenore presentium appro- 
bamuS5 decernentes predictos reditus et bona juris esse 
ecclesiastici , et deinceps sub ecclesiastica existere pro- 
tectione; admittentes ad servitium dicte Capellanie Si- 
monem de Hofland clericum dicte nostre dioecesis, per 
eundem Dominum Gerardum dicte Capellanie patronum» 
ad ipsam nobis presentatum, eumque instituimus tenore 
presentium in eandem, jure tarnen parochialis Ecclesie 
semper salvo. Datum Trajecti sub nostri sigilli appensione, 
A^ Dni millesimo tricentesimo quadragesimo tertio, decima 
nona die mensis Septembris harum nostrarum presentium 
testimonio litterarum sigiUo minori officialitatus nostre [sic] 
sigillatarum. Datum et actum A° Dni millesimo tricentesi- 
mo quinquagesimo octavo in vigilia Beati Petri ad Vincula. 

Infra appendebat sigillym Officialis impressum in 
viridi cera, cum simplici cauda. 



831 

Copiam hanc cum suo originali per omnia concor- 
dare de verbo ad verbum quantum legi poterant (quia 
per vetustatem quedam semideleta extabant) testor 
ego qui descripsi et post collationem ita esse reperi. 

* 

(sign.) JoES. BuGGEüS, CapituH Harlemensis 
Secretarius^ liac 10 Novemb. A° 1632. 

Copie van Transactie. 

Op huyden datem hier ondergesch. zijn IJsbrandt Claesse 
ter eenre ende Maerten Heynrixs zn. in den naem van 
Cristina Jansdpchter syn huysvrouwe ter ander zyden roe- 
rende de questie van de presentatie van een beneficie, 
gefundeert inde parochiekercke van Velsen op Sint Andries 
Altaer, daer van Jan Willemsen saliger gedachte in zijn 
leeven oom van de voors. Cristina de leste presentatie 
gedaen heeft , zij bij Heer Geraerdt Heer van Assendelft 
Riddere eerste Raedt presiderende in den hove van Hol- 
landt geaccordeert ende vereenicht, als dat de voors. Maertijn 
inden name van zijn huysvrouwe voors. de fundatie vant 
zelve beneficie vuyt handen vanden Weesmeesteren der 
stede van Haerlem lichten ende ontfanghen zal , welcke 
voors. fundatie Catrijn Danielsdochter den voors. Jan Wil- 
lemszns. weduwe als die ghevonden hebbende int sterff- 
huys van voors. Jan Willemsen zonder den voors. Wees- 
meesteren gebrocht heeft, des zal de voors. Maertijn 
inden naeme van zijn voornoemde Huysvrouwe gehouden 
wesen den voorn. IJsbrandt Claessen zijn neefiF den voors. 
fundatie mettet vidimus daer van wesende te leveren ende 
te gheven alst voors. beneficie vaceren zal. Ende dat in 
zoo verre den voors. IJsbrandt bevonden werdt als dan 
daer toe gerechticht te weesen ende anders niet. Int welck 
dat voors. staet de partijen over beyden zijden geconsen- 
teert hebben. Toorconde zoo heeft de voors. Maertijn 



332 

Heynrixszn. inden name als vooren zijn handtschrift hier 
ondergeschreven in presentie van Lambrecbt Jacobszn, 
Secretaris der stede van Haerleniy die dit mede tot zijn 
versoeck ende begheerte ondergeschreven heeft. Actum 
tot Haerlem in Sint Jans Convente opten twijntichsten 
dagh Septembris anno xy^ een ende vijftich» 

' Dese copie kompt overeen mettet originael 
daer uyt het geschreven is, welck ick naer 
collatie also heb bevonden, en getuyghe met 
myn handttheyckeninghe. Desen 10 Nov. 
A® 1632. (Was get.) Jobs. Buggeus* 

Achter op het stuk stond door J. Bugge nog het vol- 
gende opgeteekend; 

A°. D. 1343. 29 Sejlt. Littere fundationis Beneficii , 
sive Vicarie, situate in Velsen; ad altare S. Ai^dree 
Apostoli; per R, D. Gerardum Hojlant personam et 
curatum in Velsen dotate: cujus nos patroni sumus 
(ut scribit Amp". D. Prepositus Harlemensis Jac. 
Zaffius, post spoliatas Ecclesias.) 

'A^ 1551. 20 Sept. Transactum de Jure patronatus inter 
heredes descendentes a Fundatore. 

A®. 1574. Christina Jois F. ultima collatrix fuit ut* 
scribit D. Prepositus, 

IV. 

Akten van benoeming en installatie van Eilardus Water- 
lant tot Pastoor der parochiekerk van den H. Laurentius 
te Alkmaar in 1569. ') Het oorspronkelijk stuk op perka- 
ment geschrev^ met afhangend zegel in groen lak 
(S. . . . Archidiaconi Trajecten.) berust in het Bisschoppe* 
lijk Archief. 



1^ Deze Eilardus W^aterlant is, naar het verhaal van Petras Opmeer, den 
3 December 1573 om de kloekmoedige belgdeois en prediking van het 
H. Geloof te Alkmaar opgehangen. 



333 

Officialis Archidiaconi Trajectensis Judex universis et 
singalis Dnis presbyteris clericis notariis et tabellionibus 
publicis quibuscumque Salutem in Dno sempiternam. pre- 
sentato Dno nostro Dno Archidiacono predicto seu nobis 
ipsios yices in hoc habentibus et gerentibus honorabili 
Dno ac magistro Eilardo Waterlant presbytero Harlemen- 
sis dioecesis in et ad parochialem ecclesiam de Alkmaer 
nostre dioecesis ad presens per liberam resignationem 
seu dimissionem Dni Alberti Cornelii ultimi possessoris 
ejosdem ant alias qaalitercumque vaeantem a Rmo in 
Christo Patre Dno Nicolao Dei et Aplice Sedis gratia 
Episcopo Harlemensi ac Prelate Egmondensi vero (uti 
dicitur) et indubitato patrono pro institutione canonica ad 
eandem ai nobis obtinenda, Concessisqne dicto Dno pre- 
sentato super, presentatione saa hujusmodi proclamationi- 
bus debitis et consuetis ac citatis peremptorie coram hono- 
rabili domino 'Decano jurisdictionis nostre Kennemarie 
cui yices nestras commisseramus [sic] donec eas ad nos 
revocaremus, ad feriam quartam post festum Divi Petri 
ad vincula tune proxime futurum, omnibus et singulis 
tam in genere quam in specie qui se dicto presentato 
aut sue presentationi opponere vellent aut sua credide- 
rint interesse contra eumdem Ad opponendum eidem osten- 
dendumque et docendum de jure suo cum intimatione 
debita et consueta ; Qua quidem die citationis advenient^ 
nullus coram dicto nostro commissario comparuit oppositor 
sive contradictor; U.nde nos hujusmodi negotium ad nos 
revocamus consideratisque in talibus considerandis, dictum 
Dnum Eilardum in et ad prefatam ecclesiap de Alkmaer 
admisimus et admittimus per presentes ipsum instituentes 
in eandem et investientes presentialiter de eadem, eidem 
curam animarum et custodiam reliquiarum ibidem in Dno 
committentes. Quare vobis et vestrum cuilibet supradictis 
in virtute sancte obedientie districte precipientes man- 



334 

damus, quatenus prefatum dnum Eilardum vel procu- 
ratoren) suum etiam pro eo et ejus nomine in dicte pa- 
rochialis ecclésie juriamque et pertinentium omniam 
ejusdem, realem et actualem possessionem vel qiiasi aucto- 
ritate nostra admittatis 5 ponatis et inducatis cum solemiii- 
tatibus debitis et consuetis, recepto tarnen primitus ab 
eodem fidelitatis et obedientie ac alias consueto juramento; 
precipientes insuper omnibus et singulis pensionariis pactio* 
nariis et debitoribus omnium et singulorum frnctunm 
dicte ecclésie et eidem Dno Eilardo vel procurator! sao , 
legitimo ad hoc sufficienti mandato suffalto, de ejusdem 
ecclésie fructibus, redditibus, proventibus et obventibns 
universis integraliter respondeat et ab alüs quantum in 
eis est responderi faciat temporibus ad hoc positis et sta- 
tutis; mandantes insuper omnibus et singulis pai'ochianis 
et subditis ejusdem parochialis Ecclésie de Alckmaer ut 
eidem Dno Eilardo tamquam vero ipsorum pastori obediant 
et reverentiam intendant. Dati^m feria quarta post festum 
Divi Petri ad vincula anno Dni millesimo quingentesimo 

sexagesimo nono. 

(Sign.) Lamzweebde, Not. Ss. 

Met afhangend zegel in groen lak: , 
S archidiaconi trajectensis. 



Op de achterzijde van voorg. stuk : 

I. 
Anno Dni millesimo quingentesimo sexagesimo nono die 
vero Mercurii tertia mensis Augusti comparuit coram 
venerabili Dno ac magistro Reinero Ruffo Decano juris- 
dictionis Kennemarie nee non hac in parte commissario 
OfBcialls Rdi Dni Prepositi et Archidiaconi Trajectensis 
magister Eilardus Waterlandt ad parochialem eoclesiam 
Alcmariensem rite presentatus et reproduxit litteras pro- 
clamatoriales ecclésie sue memorate debite in parochiali 



335 % . 

ecclesia Alcmariensi executas^ petens, attento quod nul- 
lus comparuit oppositor sive contradictor , sibi per pre- 
libatnm Dnum commissarium tradi litteras institutionis 
debite expeditas. Dnus vero Decanus ac commissarius pre- 
tactus nuUo coiam eodem oppositore comparente, conside- 
ratis in talibus considerandis , tradidit prefato magistro 
Eiilardo retroscriptas litteras institutionis in debita forma 
expeditas, mandans cum hoc retronominatis ^ quatenus 
eumdem magistrum Eilardum in realem, corporaleoi et 
actualem possessionem ecclesie memorate juriumque et 
pertinentiüm ejusdem introducant juxta retroscriptarum 
littera'rum institutionis coutinens atque tenorem. Actum 
in aedibus habitationis prelibati Dni Decani ac commis- 
sarii. Anno et die quo supra presente ibidem Cornelio 
Verhoef cursore. 

(Sign.) Retnebus Rufus Decanus subscripsit, 

In absentia magistri Adbiakï 
BuYSER notarii , 
And« Büyser, notarius ac substitutus subscripsit, 1569. 

IL 

Anno Dni millesimo quingentesimo sexagesimo nono 
decima sexta mensis Aagusti venerabilis ac eximius Dnus 
ac magister Rejnerus Ruffus Decanus Jurisdictionis Een- 
nemarie ad instantem requisitionem honorabilis Dni ma- 
gistri Eilardi Wat^rlandt ad parochialem ecclesiam de 
Alcmier ut retro in litteris instituti eundem magistrum 
Eilardum veste linea religiosa indutum ad summum altare 
deduxit ibidemque fusis per eum prenominatum ad Deum 
precibus per libri missalis aperturam et reclusionem or- 
namentorumque ecclesie memorate cpnsignationem ac 
clavium aedis sacre traditionem , campanarum pulsum cla- 
viumque dicte ecclesie deliberationem cum decantatione 
Te Deum laudamue ac Veni Sancte Spwitua adhibitisque 



t 336 

aliis aoleniDitatibus in talibus adhiberi solitis, in realem 
corporalem et actualem possessionem juriumque et perti- 
nentium ejusdem ecclesie Dei nomine posuit et introdoxit^ 
recepto primitus ab eodem fidelitatis, obedientie, indempoi- 
tatis ac alias solito et consaeto juramento, precipiens 
omnibus et singalis pensionariis, pactionariis et debitoribas 
fructuum ecclpsie memorate ut eidem magistro Eilardo 
vel procuratori suo legitimo, sufficienti mandato sufFulto, 
de ipsius memorate [ecclesiae] fructibus respondeant et 
ab aliis responden faciant temporibus ad hoc positis 
et statutis. Acta fuerunt hec in parochiali* ecclesia Alc* 
mariensi, presentibus ibidem venerabilibus viris ïkds ac 
magistris Philippo ab Hogesteyn coadjutore Domus Sancti 
Jois in Haerlem ac Egidio Joannis pastore in Velsen 
testibus ad premissa vocatis et rogatis. 

(Sign.) Retnerus Rufüs, 'Decanus subscripsit. 
And. BtJYSER, Notarius Subscripsit 1569. 

V. 

Catalogus librorum permissorum in seholis et prohibi* 
torum per univeraitatem Lovaniensem» ') 

Dusdanige boecken als achteruolgendé zyn gedetermi- 
neert by die Vniuersiteit van loeven men voorleesen zal 
in particulaer scholen : 

Figura declinationum et conjugationum. Grammatica Joan- 
nis Murmellii. Grammatica Hermanni Torrentini. Gram- 

1) Deze merkwaardige Catalogas moet, blgkeos een daarop voorkomend 
werk, dat in 1545 gedrukt is, in of na' dat jaar be^fonnen z^n, doch voor 
een gedeelte reeds z\jn geëindigd in of vöór 1546, het jaar van den dood 
van Lnther , als hlgkt nit het verbod van op de scholen «de boeken en 
tractaten te gebruiken lydie by Martyn Lnther gemaect zyn ehde noch ge- 
#maect zullen worden". De Kanunnik Bannius heeft den inhoud , dien wg hier- 
boven aan het hoofd van het stuk geplaatst hebben , er buiten op geschreven. 

W^ hebben er enkele ophelderende noten aan kuunen toevoegen, die we aan 
de zeer verpligtende inlichtingen van een hooggeleerd vriend te danken hebben. 



337 

« 

matica Joannis Brechtani. Grammatica Joannis Despaute- 
rii. Sijntaxis Erasmi Roterodaroi. Compendium Joannis 
Riuü in Grammaticam Dyalecticam et Rethoricam. Gato 
fabule Esopi. Dyalectica Cesarei. Dyalectica et Rethorica 
Rodolphi agricoie. Comediae Terentii. Familiares epistole 
Giceronis. Virgilius. Ovidius in metamorphosi. Lucanus. 
Horatins* Gomm«ntaria Gesaris. Titns Liuius* Yalerius Maxi- 
mus. Officia Giceronis. Eiusdem mo^ralia et de amicitia , de 
senectnte et paradoxa. Eiusdem Tusculane questiones. 
Eiusdem Rethorica ad Herennium. Gompendium Trapezontii 
super Rethorica. Institutiones oratorie Quintiliani. Oratio- 
nes Giceronis. Epistole Giceronis. Tres libri Giceronis de 
Oratoria. Liber partitionum oratoriarum. Topica Giceronis 
cum commento Boetii. Topica Boetii. Ewangelia diérum 
dominicarum et festorum interpreteerende die selue alleen - 
lijck grammaticaliter. Hijmni servientes tempori. 
In grecis litteris : 
Syntaxis Varennii. Eleonardus. Theodorus gaza. Gon- 
stantinus lascaris. Fabule Esopi. Sentencie Menandri. Ba- 
trachomijomachia. Lucianus. Isocrates. Zenopbon. Orationes 
Demosthenis. Homerus. Aristophanes. Hesiodus. Plu- 
tarchus. 

Hier na volgen eenyge boucken duer dmandament der 
keyserlyker maiesteyt verboden int Jaer van xl in . die 
maent September : 

Item alle die boucken ende Tractaten die by Martyn 
Luther gemaect zyn ende noch gemaect zullen worden. 
Des gelycken by Johannes WicleflP, Johannes Hus, Mar- 
silius de Padua, Joannes Oecolampadius, Vlrychus Zwin- 
glius j Philippus Melanchton ^ Franciscus Lamberti, Joannes 
Pomeranus, Otto Brunsfelsius, Justus Jonas , Joannes 
Pupperus^ Gorchianus ende andere aucthuers vanden 
voorsz. secte ofte andere heresie. 

Des gelyck niewe testamenten gedruct by Adriaen van 

Bydragen Geicb. Bisd- v Haarlem Xe Deel. 22 



338 

Bergen , Christophore van Ruymunde en Jan Zeell. Phra- 
ses diuine scripture. Interpretatio nominum Chaldeorum* 
Epythome Topographica Joachimi Vadiani. Paralipomina 
rerum memorabilium. Historia de Germanorum origine. 
Gommentaria Pjthagori poema. Gommentaria in physicam 
Aristotelis per Walcurionem. Euboani Hessi opera. Do- 
minice precationes Griphij. Methodus in precipuos diuine 
scripture locos. Era^mi Sarcerij cathecismus. Scholia eius* 
dem in Euangelium secundum Mattheum^ Marcum et 
Lucam. Postilla eiusdem in euangelia Dominicalia per 
totum annum. Idem dé ratione discende Theologie* De 
vita instituenda et moribus corrigendis. Paranesis Ghristo- 
phori Hogendorphini. Eiusdem Ghristiana institutio studiose 
juventutis cum expositione orationis dominice Philippi 
Melanchtonis. Epythome Chronicorum latine et Teutonice. 
Adnotationes Sebastiani munsteri in euangelium secundum 
Mattheum. Duytsche speelen in Ryme gecomposeert ende 
tot Gendt gespeelt vander questien wat eenen steruenden 
mensche den alder meesten troost es. 

Libri prohibiti. *) 

Item indep eersten worden gestelt die latynsche bibelen 
in ordine suo zoe hier na volght : 

Biblia impressa Parisijs per Robertum Stephani annis 
32 ende 40 cum ipsorum indicibus. Impressa Antwerpie 
per Anthonium Goinum Anno xl cum ipsius indice. Im- 
pressa Lugduni per Heynricum Sauore Anno xxxvj cum 
ipsius indice. Impressa Lugduni per Guilielmum Boule 
Anno xxxvij cum ipsius indice. Impressa Antwerpie per 
Martinum Cesarem anno xxxiiij cum ipsius indice. Im- 
pressa Basilee per Frobenium Annis xxx et xxxviij cum 
ipsorum indicibus. Impressa Antwerpie per Joannem Steel- 
sium Annis 38^ 41 ^ 42 cum ipsorum indicibus. Impressa 

1) Dit is door Bannias geschreven. 



339 

Lugduni per Scipionem de Gabiano Anno 86 cum ipsius 
ihdice. Index bibliorum impressus Colonie in edibus Quin- 
tellianis Anno 29. Impressa Lugduni Anno 41 juxta 
veterem translationem qua hactenus vtitur ecclesia latina, 
absque nomine impressoris cum ipsius indice. Impressa 
Lugduni apud Jacóbum et Egidium Huguetara Anno 40 
cum ipsius indice. Impressa Parisijs per Petrum Regnault 
sub scuto Coloniensi Anno 40. Impressa Basilee apud 
Nycolaum Brilingerum Anno 44 cum ipsius indice. Im- 
pressa Lugduni per Sebastianum Griphium anno 42. Im- 
pressa Parisijs per Franciscum Griphium Annis 41 et 42, 
Impressa Lugduni per Theobaldum Paganum Annis 42. [sic] 
Impressa Lugduni per Hugonem a porta anno 42. Eius- 
dem de anno 44 cum ipsius indice. Impressa Basilee cum 
annotationibus Sebastiani Munsteri anno 35. Eiusdem Seba- 
stiani impressa Tiguri Anno 39 apud Christophorum Fro- 
schouerum cum inscriptionibus libris bibliorum prefixis et 
prefatione Heynrici Bullingeri. 
Ende anderen desen gelyke. 

Duytsche Bibelen. 
Bibël geprint Tantwerpen by Jacobum Liesuelt int jaer 42. 
Bibel Tantwerpen by Guilielmum Vorsterman inden jaren 

27 ende 34 ende 44 ende 45 mit haren Registeren. 
Bibel geprint Tantwerpen by Heynricum Pieterssz.* int 

jaer 41. Ander deeser gelycke. 

Niewe Testamenten int latijn. 
Testamentum Parisijs per Robertum Stephanum Anno 43. 
Testamentum Antwerpie excusum typis Martini Merani 

Anno 41. 
Testamentum Antwerpie per Joannem Batman Anno 41 

cum cuiusdam doctissimi declaratione breui de Ewan- 

gelio et legis diffferentia Epistolis Pauli preposita. Et 

si que sint his similia. 



340 

Niewe Testamenten int Duijtsche. 
Testament geprint te Coelen by Joannes Gimmick int jaer 81. 
Testament geprint Tantwerpen by Joannes Cornelij alias 

Heymerius Anno 28. 
Testament Tantwerpen geprint by Jacob Liesuelt Annia 

xhj, xliij, xlmj. 
Testament geprint Tant[werpen] by Godefridus van der 

Hagen sonder aentekeninge des jaer^. 
Testament geprint Tantwerpen by Martinns de Keyser 

inde jaren 31 ende 35. 
Testament geprint Tantwerpen by Joannes Batman int 

jaer xlij 
Testament geprint tot Leyden by Petrus Janssen int jaer 

XXX vj. 

Testament geprint Tantwerpen by Joannes van Iioe int 

jaer xlv. 
Testament sonder aenteekeninge der plaets^i ende des 

printers int jaer xlj. 
Testament Tantwerpen inde moU geprint by Heynricus 

Peterssen sonder nae'm des printers. 
Testament geprint Tantwerpen by Mattheus Crom inde 

jare 38 ende 41. . 
Testament geprint Tantwerpen by Stephanus Mirdmans 

i])t jaer 45. 
Testament geprint Tantwerpen by Symon Cock int jaer xlij. 
Testament geprint tot Leyden by Petrum Claesz. int jaer 84. 
Testament geprint Tantwerpen by Antonius vander Hagen 

int jaer 41. 
Testament twelck vp den tytell aldus begint, Dat niewe 

testament ons Heeren Jhesu Christi met alder neer- 

sticheyt ouersien ende verduyst met een vermaninge 

om alle Gristen menschen met grooter neersticheyt dat 

Ewangelium te leesen; sonder jaer^ plaeta^e ofte printer. 
Ënde alle anderen deeser gelycke. 



341 

Deese bybelen ende niewe Testamenten als hier name- 
lyken ende by persoon des gheens diese gedruct heeft als 
gelykelen beteykenisse des plaets daer sy gedruct zijn, 
worden by die Vniuersiteijt van Loouen eyntlick verboden 
om te leesen, want daer eenyge fraudolose ende heretike 
perswasien tegenstaende die gerechticheyt der schrifturen 
bygeuoycht zyn. 

Hier achteruolgen eenyge andere boeken by die 

Vniuersiteyt van Loeuen gecondemneert. 

Henricus Cornelius Agrippa de vanitate scientiarum. Eius- 

dem Apologia pro eodem libro* Ëiusdem de occUlta 

philosophia. 
Annotationes et scholia incerti auctoris in chronica abbatis 

Vespergensis. 
Anatomia excusa Marpurgi per Eucharium Ceruicornum. 
Annotationes in Guilielmum Postellum de orbis terre con- 

cordia incerti autoris. Martinus Borrheus in Eoclesiasteuè 
Nuge Nycholai Borbonii. 
Hermanni Buschij carmen additum novo testamento per 

varios authores carmine reddito. 
Martini Buceri Enarrationes in sacra iiij^' Ewangelia* 

Eiusdem enarrationes in Episto[las?] Pauli. Responsio 
eiusdem ad Bartolomeum Latomum. Eiusdem de vera 
in doctrinis ceremonijs et disciplina ecclesiarum reconcilia- 
tione. Eiusdem Buceri defensie contra Episcopum Abrin^ 
censem Eiusdem Buceri de Concilie et legittime iudicandis 
controuersijs Religionis. 
Henrici BuUingeri in omnes Epistolas apostolicas Diui vide- 

licet Paulli 14» et vij Canonicas commentaHj. Eiusdem 

de scripture sancte auctoritate et absoluta perfectione. 
Responsio ad Joannem Cochleum pro solida scripture 

auctoritate et absoluta perfectione. 
Commentarij in Ewangelium secundum Mattheum et $e- 

cundum Joannem. 



3'42 

Joannis BreDcij commentarij in ewangelium secundam 

Lucam^ in Joannem, in acta Apostolica. 
Commentarij in Job. Ende want deese drie syn notoorlyke 

verlaters der-Heyliger kerken, daer om oordeelen wy 

dat alle hun boeken moeten worden geschouwet. 
Juris vtriusque methodica traditio Conrardi Lagi. 
Chronicon regum et regnorum. au thore Paulo Constantino 

Phrigione. 
Christiane schole Ëpygrammatum libri duo ex varijs Chri- 

stianis poetis decerpti. 
Catechismus puerorum in fide litteris et moribus per Ot- 

tonem Bruijnsuelt. 
Catechismus paruus pro pueris in scholis nuper ' auctns 

incerto auctore. 
Christophorus Hogendorphinus de Teototica legali« Ëius- 

dem methodus conscribendi epistolas cum locis dialecticis. 
In Joannis Catacuzeni contra fidem mahumeticam librum 

praefatio Gualteri Tigurini. 
Paulus Fagius in iiij^' capita Geneseos* 
Joannes Castius de exordio Anabaptismi, 
Geographia vniuersalis Basilee per Henricum Petri. 
Institutie Catholica fidei orthodoxe per Gerardum Lori- 

chium. 
Hermanni Bonni chronica Lubeci. 
Carmen Eobani Hessi additum Antonio Flamirico in psal« 

mos aliquot» 
Uermannus Hessus adiunctus Sebaldo Heyden. 
Index vtriusque testamenti absque nomine impressoris et 

loco, pene similis Indici Roberti Stephani. 
Epistola prefixa Epiphanio recens verso per Janum Cor- 

narium medicum. 
Joannis Spangerbergij Herdessiani margarita Theologica. 
Joachimi Camerarij commentarij in Tusculanas questiones 

Ciceronis. 



Joannis Loniceri compendium in quosdam libros Aristotelis. 
Joannis Oaluini Institutio Christiane Religionis. Eiusdem 

ad Pighium de libero arbitrio. 
Parabola Petri Lignei Grauelingani. ' 
Sentencie pueriles addite Leonardo Cu traan ') de vera 

religione. / 
Pedalogia ') Petri Mosellani, 

Melchior Clinck super quattuor libros Institutionum. 
Andree Osiandri adnotationes in harmoniam Ewangelicam. 
Joannis Oldendorpij progy mnasmata forensia. Onus Ecclesie. 
Joannes Philonius de Christiana Institutione. 
PÈiloteus Ireneus in apophorisniis, 
Pogij florentini et Heijnrici Bebelij facetie. 
Precationes biblice Antwerpie per Joannem Grinitum et 

per Martinum Gesarem ende anderen dien gelycke, 
Precationes psalmorum ad imitationem Ghristiane compo- 

site incerto Auctorë. 
Prefatio Firmiani f. Ghlori et adnotationes in diuum Gry- 

sostomum de dignitate sacerdotali. 
Paraphrastica meditatio in sacrosanctam precationem domi- 

nicam leopoldi Dickij. 
Prefatio Joannis Herolt in Hugonem Eterianum de 

Spiritu Sancto* 
Prefatio Vincentij Obsopei in sanctum Marcum de lege 

spirituali. 
Gonrardi Pellicani commentarij in nouum et vetus Testa- 

mentum* 
Querela eloquentie habens adiunctum Helleborum authore 

Ghristophoro Hogendorphino. 
Rodolphi Gualteri Tigurini Garmina pro argumentis in 

omnia Gapita bibliorum. 



1) Cuiman is een schrijffout ia het H. S. ; moet zijn Cu\man, 

2) Ped&loffia insgelijks schrijffout voor Pedalogia, 



3Ï4 

Joannis Starmij de demonstratione liber. Idem de omissa 

ratione dicendi et de litteraram studijs. 
Joannis Sartorij exercitas selectissimarum orationum. 
Stephani Doleti Carminum liber. Summa tocias scripture. 
Summaria incerti auctoris in Smaragdum super ewangelia 

et Epistolas tocius anni tam separatim quam cum dicto 

Authore impressa. 
Judocus Wilichius de pronunciatione Rethorica, Idem in 

Crotematibus ') dialecticis. Vnio dissidentium dogmatum. 

Duytsche boeken by die voorsz. Vniuersiteit ge- 

condempneert. 

Der joden biechte. 

Het paradys van Venus. 

Een suyuer tractaetken gemaect ende genaemptTytkortinge 
der pelgrimagien des menschen leeuens Dat men broe- 
der Johan Glapion toe schryft. 

Ben zeer profitelyck en troostelyck boexken vanden ge- 
loue ende hoope ende wat dat vpgerechte geloue is ende 
welke ghenade die mensche doer dat gelove verchrijgen 
mach. Daer by staende een boexken van die liefde. 

Den rechten wech tot den ewigen leeuen wyt die vier 
Ewangelisten ende Epistolen van sinte pauwéls getogen. 

Dit is een boexken van verduldich lyden welck sinte ber- 
nardt bescryft. 

Een schoon onderwys van geestelyke huyshoudinge Justi 
Menij. 

Eenen cley^en Cathecismus oft onderwys ende fundament 
des Christelyken geloofs, den cleynen kinderen ende 
allen simpelen menschen bouen maten nut. 

Salus populi met den cropelen calengier. 

Den kersten Regell inbouwende een schoon testament der 
liefden. 

1) Blikbaar een schrgffout in bet H. S.; er kan niets anders bedoeld vjn 
dan bet werk van Wilicbius de "Ëromatibuê dialecticis. 



345 

Dat pater noster wytgeleyt doer Matthiam Bywant. 
EHe wech der behoudenisse. 
Dat begrip der geheelder bybelen. 
Den geestelyken A. B. C. Een schoon liedekens bouck 
in welke ghy vinden sult veelderhande liedekens oude 
ende niewe. Dit is een zuijuerlick boexken int welken 
staen veel schoonder leysenen ') in Latyn ende Duyt- 
sche ende veel schoonder geestelyke liedekens. Refereyn 
int sot Amoreux wys. ') Dat gulde gebeden boexken. 
Een deuoet boexken genomen wyt die heylige schrifture 
int welck begreepen syn die principaell hooft stucken die 
X geboden. Een seer schoon boexken inden welken 
begrepen is een schoon verclaringe van die x geboden 
up dat Credo in Deum ende Pater noster. Een troostelyke 
leeringe hoe een ygelick gewillich dat Oruys Christi sal 
dragen. Summa der Godlyker schriftuyren oft een Duyt- 
sche Theologie. Kinderleere ende kindergebet A, B. C. 

Een batement van drie personagien den pastoor den mede- 
cyn den aduocaet ende den sot genoempt onnosell. 

Troostinge der godlyker Schrift aen die in lichamelyke 
cranckheyt geuallen syn ende hoemen voor die crancken 
bidden sall. 

Expositie vp den tweeste epistell van sinte peeter ende 
up der epistelen Jude sonder naem vanden authuer. 

Christelyke ouderwysinge. tot den Ryke Goods* 

Hier beghint een niewe devoot boexken van mijrrhe hoe 
. een mensch hen sal reguleeren te leeuen ende te sternen. 

Den spiegel der jongers. 

Vanden xij articulen des Christens geloofs wytgeleyt van 
sint Augustyn ende by broeder bouwen die Smet Augu- 



1) lepsenen :=z voyBen y melodiën. 

2) De Refereineo der Reder\jker8 waren meermalen in drie deelen gesplitst ; 
z^ liepen namel^k over onderwerpen die tot het dwaze, het amoreuse en 
bet wijze behoorden. 



346 

styn van IJpere, wyt den latyn in duytsch geset. *) 
Een warachtdge pronosticatie ende Almanach wyt die alder 

outste ende warachtige boacken der Astronomijen tot dat 

eynde der werlt toe duijrende, gepractizeert doer Stee- 

uen Wacker. 
Der sieken troost onderwysinge om geerne te sternen , 

troostinge om den zieken totten rechten geloue ende 

betrouwen in Christo .te onderwysene. 
Een Christen ofte kei'smis bancket. 
Een medecyn der zielen voor den ghesonden ende crancken 

in doots noot ende alle menschen zeer profitelyck. 
Den troost ende spiegel der zieken ende den gheenen die 

in lyden syn wyt die heylige Schrift. 

Een cort onderwys wyt der heyliger Schrift om die men- 
schen te bringen om geèrne te sternen. 

Éen boexken hoemen die kinderen leeren sall inden rechte 
geloue doer een maniere eender vrage ende antwoorde 
onderwysende. 

De principael hooft articulen van allen dingen die den 
menschen troostelyck syn ende van node te weeten wyt 
die heylige Schryft. 

Een Dyalogus oft tsamen spreeken Polytes ende Anna van- 
der ewangelie vanden twe discipulen gaende tot Emaeus 
luce vltimo. 

Corte instructie ende onderwys hoe een ygelick mensche mit 

* God ende zynen eeuennaesten schuldich is ende behoort 
te leeuen gemaect by meester Cornelys van der Heijden. 

Van Christus vlees ende bloet te eeten ende te drincken. 

Dat rechte ' fundament der christenen menschen ende prin- 
cipael stucken der ganser godlyker Schriftuyren doer 
Vrbanum Regium. 

1) Het hier vermelde boek is eene vertaling vaD het werk van den H. Aaga- 
stinus de Fide et Symbolo, Die vertaling was van Broeder Boowen (Bondewijo) 
de Smet een Augustjja te IJperen en is te Antwerpen bij Matthaeua Crom 
in 1543 gedrukt. 



347 

Een geestelyken Almanack ofte laetbrieff. 

Een spel van sinnen vp terde^ vierde ende tvyfte capit- 

tulen van dwerck der Apostelen. 
Den boom der Schrift uijren van zes personagien gespeelt 

tot middelborch in Zeelant. 
Den schilt oft die wapene des geloofs. 
Der waerheyt onderwys. 
Refutatie van Salue Kegina. 

Een weederroep van tvageuier sonder naem vanden authuer. 
Een rapsodie begrypende int corte tfundament der medi- 

cinen met troostinge der zielen. 
Een niewe suuerlyke vigilie int Duytsch met den Pater 

noster. 
Van dat geloue in onsen saligmaker Jesum Christum^ 

souder naem des aathuers. 
Christelyke sermonen vp alle die ewangelien van allen 

die sondagen ende die principael heylige dagen int jare. 

Oock vp alle dië dagen vander vasten gemaect by eenen 

deuoten minrebroder Claes pieterssz. 

Hoochduytsche boeken* 
Een bouck geheeten zeeuen Hondert ende vyftich duyt- 

sche spraken Freydanck tot Worms. 
Ewangelien mitten sermonen summarien ende Epistelen 

van alle sondagen sonder naem des auctuers. 
Enchyridijon geestelyke gesangen sonder naem des auc- 

thuérs. 
Een sprake van eender moeder mit haer dochter huer in 

een Clooster te bringeu. 
Een schoon ende godlyke tyt .cortinge eens korstelykens 

lot boecx. [sic] 

vi. 

■ 

Volmagt door Kardinaal Polus, Pauselijk Legatus a 
Latere aan den Bisschop van Utrecht gegeven, om de 



348 

vijf Kapellaniën der S. Bavo-Parochiekerk van Haarlem , 
waarover de Kerkmeesters dier kerk het beheer en opzigt 
hadden» overeenkomstig hun verzoek, tot vier te ver- 
minderen en de inkomsten gelijkelijk te verdeelen onder 
de vier Kapel-laans of Sacellani curati, die onder den 
Pastoor met de zielzorg der Parochie, ongeveer 12000 
communicanten tellende, belast waren. 

Er zijn van dat stok twee afschriften, het eene van 
Bannias, het andere van Bugge. Dat van Bugge draagt 
de dagteekening van 15 Ealendas Septembris 1554, dus 
18 Augustus; het andere van 15 m. Septembris. Het eer- 
ste, als meer in den stijl van dergelijke stukken, komt 
ons als de ware lezing voor. Wij geven hier het afschrift 
van Bugge; doch zullen daarbij ook van de copie van 
Bannius gebruik maken, waar deze eene blijkbaar juistere 
lezing geeft. 

Copia Copiae. 

Reginaldus miseratione divina tituli S, Mariae in Cos- 
medin S. R. Ecclesiae Diaconus Cardinalis Polus nwn- 
cupatus Sanctissimi Domini Nostri Papae et Sedis 
Apostolicae de Latere Legatus Ad perpetuam rei mS' 
moriam. 

Venerabili nobis in Christo Episcopo Trajectensi salutem 
in Domino sempiternam. Pastoralis officii cura nobis ex 
injunctae legationis officie Domino disponente commissa 
nos excitat et inducit ut ad ea per quae singulis Ecclesiis 
debita servitia impendantur et animarum cura pretioso 
Christi sanguine redemptarum salubriter et laudabiliter 
exerceatur ac Ministris Ecclesiasticis altari servieutibus de 
congrua subventione provideatur quantum cum Deo pos- 
sumus favorabiliter intendamus^ Sane pro parte dilectorum 
nobis in Christo Rectorum seu Magistrorum fabricae Ec* 
clesiae Parochialis oppidi Harlemensis, Cbmitatis Hollandiae 



/ 349 

tuae Dioecesis nobis nuper oblata petitio coDÜDebat^ Qaod 

in dicto Oppido una tantum est Ecclesia Parochialis^ cujus 

Rector pro tempore Praepositus nuncupari solet, quaeque 

suo gremio plus minus duodecim millia communicantium 

oomplectitur , ac ad totidem quoque miliaria Italica ad 

minus se extendit. Quam quidem Praeposituram de Jure 

Patronatus Comitis Hollandiae ex antiquo jure seu coh- 

saetudine iidem exponentes asseruerunt existere, dictae- 

que Ecclesiae Praepositus, seu is qui ejus vices gerit, 

quem Vicecnratum vocant, ob Parochiae amplitudinem 

etiam quatuor sub se ministros habet, verbo Dei ac sa- 

cramentis administrandis vacantes. Quibus denique Mini* 

stris et si totius Ecclesiae onus et periculum incumberet , 

nihil tamen certorum redituum aut fructuum, sed ex 

plebe tenuem admodum ac incertum proventum in dies 

percipiant. Et licet prioribus annis cum in Republica 

Christiana magis vigeret Dei cultus et devotio, suppete- 

bat praedictis ministris unde suae utcumque subvenire 

poterant necessitati; nunc tamen in hac hominum tempo* 

rumque perversitate , qua vehementer superabundavit ini- 

quitas, et non parum refrixit charitas multorum, eo res 

decidit ut quod ex incerto illis obvenit, victui necessario 

non sufficiat. Quae res et fidelium animabus et gloriae 

Verbi Dei grave periculum et irrecuperabileni ruinam nisi 

mature provisum esset minari videretur. Si quidem viri 

cordati et Docti qui Ecclesiae Dei utiles esse possent aegre 

ad hujusmodi officia capescenda descendebant, unde neces* 

sarios degendae vitae fructus sumere nequirent. Ideoque 

fiebat ut non quales oportebat sed quales haberi poterant 

Dominico gregi praeficerentur. Verum cum quinque Capel- 

laniae, una videlicet in antiquo Hospitali ad altare majus 

seu principale, altera vero ad altare S. Nicolai Episcopi 

et Confessoris : tertia ad B. Joannes Apostoli et Evange* 

listae, quarta et quinta ad S. Crucis in Ecclesia dicti 



350 

Oppidi altaria respective fondatae existant, Ad quas eanim^ 
pro tempore occarrente vacatione, jas praesentandi per- 
sonas idoneas ad dictos Ezponentes^ at ipsi etiam asse- 
roeranty pertinet^ Et qoaram omniam simal fractas reditos 
et proventas centam dacati aari de Camera secondam 
commanem aestimationem valorem annuam non excednnt. 
Et si absqne tamen praejadicio modemoram earomdem 
Cappellaniaram Rectorom, ana ex his alteri onita, ad qna- 
tuor tantum reducerentur , qnibns officium praedicaindi 
verbum Dei ac sacramenta ministrandi ac omnia.alia quae 
praedicti ministri quatuor sub Praeposito seu Vice-Curato 
praefatis exercere solent Exercentes — annecteretur et 
injungeretur, Ita scilicet ut hi quatuor Capellani earum* 
dem Capellaniarum onera in se reciperent consueta, et 
loco illorum. quatuor ministrorum sub Praeposito et Vice- 
Curato praefatis j et praedicationi verbi Dei et sacramentis 
ministrandis aliisque curam animarum dictae Parochialis 
Ecclesiae respicientibus intendere et vacare tenerentur, 
illarumque Capellaniarum fructus reditus et proventus, 
quamdiu hujusmodi officiis praeessent et personaliter deser- 
virent , aequalibus inter se portionibus dividerent : Ex hoc 
profecto procederet ut gregi Dominico Ministri idonei prae- 
ficerentur et alias ipsius Ecclesiae feliciori statui celeriter 
provideretur. Verum cum haec Sede Apostolica incon- 
sulta fieri minime possint; ideo nobis humiliter supplicari 
fecerunt^ ut nos eadem autoritate praemissis de opportuno 
remedio providere dignaremur. 

Nos igitur dictae Parochialis Ecclesiae servitio ac ani- 
marum ejus Parochianorum saluti consulere volentes ac 
^ de praemissis nobis sic expositis certam notitiam non ha- 
benteSy ac eosdera Magistros seu Rectores fabricae et 
eorum quemlibet a quibusvis Excommunicationis suspen- 
sionis et Interdict! aliisque Ecclésiasticis sententiis, een» 
suris et poenis a Jure aut ab homine quavis occasione 



361 

aut causa latis^ si quibus quomodolibet innodati existunt, 
ad ^ffectum praesentium dumtaxat consequendum absol- 
ventes, et absolutos fore censentes, nominaque et eogno- 
mina poSsessorum dictarum Capellaniarum praesentibus 
pro sufficienter expressis habentes, liujnsmodi supplica- 
tionibus inclinati, circumspectioni tuae, de cujus probitate, 
litterarum scientia ac in rebus agendis experientia maxi- 
mam in Domino fiduciam habemus, per praesentes com- 
mittimus et mandamus, ut vocatis quorum interest de 
praemissis te diligenter iuformes. Et si per informatio- 
nem hujusmodi praedicta vera esse repereris, authori- 
tate Apostolica quinque Capellanias ^ una ex dictis Capel- 
laniis alteri cui tibi magis expedire videbitür perpetuo 
unita, ad quatuor dumtaxat reducas, Illisque ofScium 
praedicandi verbi Déi» sacramenta ministrandi et omnia 
alia quae curam animarum dictae Parochialis Ecclesiae 
Harlemensis concernunt, in omnibus et per omnia prout 
praedicti ministri quatuor facere solebant et solent, prae- 
fati Praepositi ad hoc expresso accedente consensu, annectas 
et injungas; Hoc expresse decernentes, ut qui ante dicta- 
rum Capellaniarum rectores extiterint, onera eorundem 
consueta in se recipere et sustinere et curae animarum 
dictae Ecclesiae Parochialis ut praefertur personaliter in- 
tendere ac vacare teneantur, fructusque reditus et pro- 
ventus ex dictis Capellaniis provenientes inter se quamdiu 
officiis hujusmodi praefuerint et personaliter deserviverint 
percipiant ac aequalibus inter inter se portionibus dividant. 
Non obstantibus constitutionibus et ordinationibus Aposto- 
licis ac in provincialibus et synodalibus conciliis sive sta- 
tutis editis generalibus vel specialibus ac regula de ex- 
primendo beneficiorum uniendorum vero valore dictarumque 
capellaniarum fundationibus etiam juramento confirmatione 
Apostolica vel qua vis firmitate alia roboratis, caeterisque 
contrarüs quibuscunque. Volumus autem ut per unionem, 



852 

annexionem et alia praedicta modernis praefatarum Capel- 
laniarum rectoribus nullum praejudicinm generetur. Et 
quod eaedem Capellaniae propterea debitis non fraudentor 
obsequiis, sed earum congrue supportentur onera consneta. 
Et insuper ex nunc irritum decernitnus et inane si jsecus 
super bis a quoquam quavis authoritate seienter vel igno- 
ranter attentari contigerit. 

Datum in monasterio Diligensi prope Bruxellam Came- 
racensis dioecesis Anno a nativitate millesimo quingente- 
simo quinquagesimo quarto , decimo quinto Kal, Septembris. 
Pontificatus sanctissimi in Ghristo patris et Domini Nostri 
D« Julii divina providentia papae tertii anno quinto. 

Subscriptum sub plica Reg. Oardinalis Polus Legatus. 

Adhuc subscriptum , exposuit scuta duo aurea. 

Item in ex trema parte litterarum plicata Mar. Anto- 

nius Feita Secret". 
Extra 3uper plicam Tho. de Witte. 
A dorso litterarum primo fol LXi Tho. de Witte. 

PraesQntis diplomatis Collatione facta, inventa sunt 
omnia de verbo ad verbum in hac copia cum 
authentica copia convenire quae erat signata 

N. J. DE Gbinde. 
Et infra Tho. Lauben. Primus Not 
Ita testor J. Buggaeus, Not. Capituli Harlemen. 

Op de copie *yan Bannius stond het volgende. 

Et infra stabat. Collata est praesens copia cum sno 
originali descripto in pergameno et sigillato sigillo in cera 
rubea in ferrea custodia cum cordulis sericis rubeis 
transfixe dependentibus et per me Joannem de Grjme 
scribam juratum opidi Harlemensis reperta concordare. 
Teste meo signo manuali hic apposito. Et erat signatam 
J. de Grijme. 



368 

Adhuc infra stabat: Praes'entis diplomatis coUatione facta 
inventa fuit omnia de verbo ad verbum in hac copia cum 
suo originali coucordare; in cujus rei testimonium. Et erat 
signatum : 

Thomas Laürentij, prius Natarius, 

Collata haec copia cum sua copia originali hic autben- 
ticata ut praefertur omnino concordat^ quod testor ego 
Joannes Albertud Bannius presbyter, Juris utriusque Doctor. 
Notarius Apostolicus et Judex ordinarius Harlemi residens 
nee non dictae ecclesiae Harlemensis sacellanus curatas. 

(Sign.) J. A. Bannius, Presb. Not". Aplcus. 

Jud. Ordin*. etc. 



Hier volgt een reeks van merkwaardige stukken, be- 
trekking hebbende op de oprigting der Bisdommen door 
Paus Paulus IV in 1559, zoo als we die in een schoon 
en met zorg geschreven Copie-boek van het Archief van 
het Oud-Kapittel bezitten. Bij vergelijking van andere 
schrifturen, blijkbaar door dezelfde hand geschreven, 
komt het als hoogstwaarschijnlijk vóór , dat gezegd Copie- 
boek , evenals nog twee andere , geschreven is door eene 
der //Klopjes of Maechden van den Hoek'* te Haarlem '), 
aan wie het Kapittel die taak zal hebben opgedragen. Hier 
en daar schijnt de schrijfster enkele woorden in de Hand- 
schriften, die zij copiëren moest, niet te hebben kunnen 
lezen, waar we dan de leemten door de hand van de 
Kanunniken Bannius en Bugge zien aangevuld. 



1) Zie over die klopjes Deel II van deze B^'dragen , bl. 895 — in het 
Artikel: «rde Reliquiën van S. Jeroen en S. Adelbert uit de Abdij van Eg- 
mond" — waar het schoon verhaal te vinden is van de stichting der i^Ver- 
gaderinge der Maechden in den Hoek", door eene der klopjes Catharina 
Jans OI7 beschreven. 

Bydjragen Oesch. Bisd> r Haarlem Xe Deel. 23 



354 



VIL 



SUMMA OMNIUM QUAE PETITA SüNT A BE6E 
CATHOLICO APÜD PONTIFICEM. 

Quod fiat divisio Episcopatuum in inferiori Germania. 

Quod ista divisio est necessaria ad evitandam haeresim, 
propter dominiorum diversitatero et dissimilitudinem idio- 
matis. 

Quod Episcopüs Trajectensis fiat Archiepiscopus et exi- 
matur ab obedientia Arcbiepiscopi Coloniensis. 

Quod dos congreganda pro Ecclesiis novi&cathedralibus 
instituenda, fiat ex bonis temporalibus AbUtiarum, mo- 
nasteriorum , prepositurarum , Archidiaconatuum. 

Quod Episcopatus Trajectensis in quinque novos episco- 
patus decidatur : primus Daventriensis in Transisilania ; 
secundus Uarlemi in Hollandia : tertius Lewardiae in 
Phrisia; quartus Middelburgi in Zelandia; quintus Gro- 
ninge in Groningensi tractu. 

Quod Episcopatus Morinensis, Tornacensis, Cameracen- 
sis in plures Episcopatus dividatur. Morinensis hoc pacto 
dividatur: in Arthesia in S. Odomaro, in Flandria Ipris , 
in Francia vero Bononiae, Episcopales novae , sedes con- 
stitfiantur. Sunt in comitatu Flandriae ; Cameracensis autera 
partem Mechliniae partem Antwerpiae assigbamus in Bra- 
bantia. 

Quod in comitatu Namurcensi sedes erigatur; prima in 
oppido Namurci ; secunda Ruremundi^e in Geldriae ducatu ; 
tertia Busciducis in extrema parte Brabantiae. 

« 
Summa istorum Episcopatuum erit 24. 

Quod in omnibus Ecclesiis sint novem praebendae ad* 
dictae novem doctoribus et licentiatis ; quorum tres Theo- 
logi sint, tres Canonistae, tres nobiles. Quod cuique nova- 



355 

rum sedium Episcopalium assignetur dos trium millium 
ducatorum. 

Quod singuli antiqui Episcopatus quicquid antea habue- 
rint in fundis » decimis y censibus ; id eorum maneat Ab- 
batiae de quarum interesse agitur, in erectione novarum 
Ecclesiarum scilicet, Sancti Pauli in Trajecto, Abbatia in 
Egmunda, Marigardae et Lebuini in Phrisia, Grotanvert 
ordinis S. Bernardi, Middelburgensis ordinis Praemonstra- 
tensis, Abbatia S. Bertini. Abbatiae quaedam Brabantiae, 
Abbatiae quaedam in Francia, Abbatia Brugensis , S. Bavo- 
nis Gandavensis , Abbatiae quaedam Brabantiae , Abbatiae 
S. Mariae in Geldria, Abbatiae Ëverbodiensis. 

Praepositurae saeculares de quarum interesse agitur. 

Praepositurae * S. Lebuini Daventriensis. S. Salvatoris 
Trajectensis. S. Joannis in Trajecto, S. Audomari, S. Do- 
natiani Brugensis, S. Joannis, S. Rumoldi. 

VIII. 

RESPONSA 8EPTEM CARDINALIÜM A PAULO QUARTO 

CONSTITUTORÜM , AD EXAMINANDAM 

DIVISIONEM Ü&BIÜM, ABBATIAflUM, COLLEGIORUM TOTIUS BELQICAE, 

AD ERIOENDOS NOVOS EPISCOPATUS, 

ROMAE EIDEM PAULO UU PONT. MAXIMO 
ANNO MCCCCCLVIII PROPOSITAM. 

A Francisco Sonnio Boctore Theologo Lovanierm ac Philippi II. 
Hispaniarum Regis CathoUci, Belgicae totius haereditarij Frin- 
cipis ac Domifii oraiore ac Legato, *) 

EX AUTOGRAPHO ROMANAE CüRIAE DESUMPTA. 

Argument um Sonniauae Legationis. 
Franciscus Sonnius Catholici Regis Orator ac Legatus 
Anno M.iD.LYiu. Romam profectus, exhibita in Guria 

1) Deze Franciscas Sonnias, ook de Campo of van der Velde genaamd, 
in bet dorp Son in Noord* Braband geboren, vanwaar zijn naam Sonnius, 



356 

Pontificali totius inferioris Germaniae (dkorograpliia , osten- 
siaque monasteriorum 5 et collegiorum opibus , a Pontifice 
postulavit novorum Episcopatuum institutionein : PbQtife.z 
postulationem examinandam perausitCardinalibiis, qui hoe 
scripto Pontifici suam sententiam ostendunt. 

CABDINALITIJ RESP0N81 DE NO VIS EPISCOPATIBUS AD 

PONTIFICEM MAXIMUM. 

Caput PRIMUM. 
Pars prima. 

Beatissime Pater. 

Cum S. V. mandasset superioribus diebus nobis septem 
Gardinalibus, ut Catholici Regis negotium super divisio- 
nem Episcopatuum Inferioris Germaniae, quam maxime 
postulat^ diligenter examinaremus : postquam igitur sin- 
guli domi nobiscum , et deinde saepius cuncti simul con- 
venientes, de ea re mature deliberavimus , sententiae 
nostrae èapita ad sanctitatem vestram referre curavimus. 

Pars II. 

Primum igitur 5 an liceat divisionem a Gatholico Rege 
postulatam concedere ? Cum nihil in hac divisione deside- 
retur earum rationum , quae in capite Salvator , de Prae- 
bend. in Extra v. comm. expressae sunt, quin potius etiam 
aliae caussae maximi momenti accedunt: videlicet multi- 
tudo haeresium, quibus passim Inierior Germania inqui* 
natur et diversitas Dominiorum , tanquam necessaria[m?] 
ad pacem et concordiam tuendam, eam divisionem suo 
jure postulare videtur. 

Pars m. 

Secundo, an expediat eam divisionem fieri? Ex omni 



was door Philips II naar Rome gezooden om de oprigtiog der Bisdommen 
te bewerken. H^ werd in 1562 de eerste Bisschop van 's HertogenboaclL 
en later van Antwerpen. 



8B7 

parte cansiderantibus apparet éxpedire. Nam Dominiorum 
diversitas non patitur suorum evocationem alio fieri. 

Praeterea idiomatis ratio diversissima , per interprétem 
inter eos agi compellit, Magnitudo autem partium (si 
divisio fiat) tanta erit, ut ad amplam diocesin fiatis sin* 
gnlae Episcopales sedes habere assignatum soli isibi , atque 
ProvinciJte, fateantur. 

Demum eruditorum virorum copia ita singulis suppedi- 
tabitur, ut inde maximus sperari possit animarum salutis 
fructus^ cum £kx;lesiasticae ac Catholioae disciplinae ob- 
servatione, atque incremento. Eam igitur divisionem fieri, 
maxime éxpedire existimavimus. 

Pars iiii. 
Tertio, an citari debeant ii, quorum fortasse interest 
eam divisionem non fieri? Cum non modo justam eam esse 
ex praedictis causis censeamus , sed plane necessariam ; 
arbitramnr S. V*® licere in re tam justa ac necessaria, 
etiam non requisitis, imo invitis ac reluctantibus illis, 
divisionem postulatam concejlere, ut Canones etiam te- 
stantur. 

Capüt secundum. 

Pars prima. 

Divisio Archiepiêcopatus Coloniensis tt Episcopataa 

Trajectenns. 
Cum ex praemissis appareat, ea in partes dividi opor- 
tere quae integra commode administrari ac regi non 
possunt, Episcopatus Trajectensis amplissima provinciae 
latitudine vastus, ac diversis m ui torum Dominiorum sta- 
tutis, et iraperiis subditus; in quinque no vos Episcopatus 
dividendus esse videtur, ita ut primus in Transisulania , 
cum bona parté Geldriae , Daventriae statuatur. . Secundus 
Harlemi in Hollandia. Tertius Levardiae in Frisia, Quar- 
tus Middelburgi in Zelandia. Quintus Groningae in tractu 
Groningensi cum parte Vueddae. 



358 

Honim Episcopatuum confinia ac termini exactius expli- 
cabuntur in tabulis , in qnibus singula oculis subjicientor. 
Inde etiam apparebit, singulos qnosque Episcopatus prae- 
dictos duplo majorem dioecesin habere quam habet Trrden- 
turn; atque ea oppida ubi sedes Episcopales erigentur, 
cum magnitudine loei, turn civium frequentia, civitatem 
Tridentinam longe superare. 

§ n. 
De Archiepiscopatu Trajeetensu 

In hac divisione manebit vetus Ecclesia Trajectensis 
adeo ampla , et referta populosis oppidis , ut nulli Archi- 
episcopali Ecclesiae 5 quam vis magnae in Italia, inferior 
censeri debeat, habent sub se in ipsa urbe quinque insignes 
'Ecclesias collegiatas ut in scripto per Oratorem allato 
latius explicabitur. 

Quare merito Ecclesia Trajectensis videtur decoranda 
honore metropolis, ut ab initio ipsius creationis dignam 
judicatam fuisse legimus : quamquam postea Goloniensi 
Ecclesiae subdita fuit et adhua est; a cujus subjectione 
ut eximatur Catbolicus Rex instanter petit , et quod Epi- 
scopus Trajectensis Archiepiscopus declaretur et Metro- 
politanus habens quinque praedictas Ecclesias earumque 
Episcopos sibi suffraganeos subditos , ipse in medio omnium 
residens , ita ut undique commodissime adiri possit ab 
omnibus, atque eo modo singulorum nocessitatibus pro- 
videre, cum in statutis visitationibus peragendis, tum 
etiam in Ecclesiastica disciplina quotidie constituenda ac 
reparanda, ac jurisdictione exercenda. 

§ iii. 
Cur Archiepiscopatui Coloniensi Trajectensis 

Episcopatus adimatur. 
Ut autem explicatius causas adferamus quibus adduci- 
mur ut a Coloniensi Ecclesia eximendam Ecclesiam Tra- 
jectensem cum quinque praedictis suffraganeis ceuseamus. 



869 

Primo movemur ex ea causa quod Coloniae adeo divér- 
sus est sermo ab eorum sermone de quibus agitur; ut 
evocati ad eam metropolim per appellationem , neque in- 
telligant Colonienses, neque ab eis omnino intelligantur. 

Deinde quia Coloniensis civitas ab extreipis his Ecclesiis 
quae postulantur erigi, non minus quam septem aut octo 
dierum spatió distet. 

Pars iiii. 
Ejusdem Argumentu 

Praeterea quia populi vicinique interjacentes per quos 
necessario Coloniam proficiscenti transeundum est, ita varii^ 
haeresibus corrupti sunt , ut palam in omnibus fere diver- 
soriis homiliasLutheri, Calvini et aliorum haeresiarcharum 
proponant hospitibus legendas : Coloniae vero per singula 
hospitia discurrunt publice ex Superiori Germania homines 
corruptissimi , qui mira quadam improbitate, hospitum 
animos pravis suggestionibus, turn obtrusis haereticorum 
libris inficiant, ita ut Catholicae majestatis subditi deteriores 
semper redeant, detestenturque regem, Episcopos et omnem 
disciplinam Catbolicae religionis, cum vident animadverti 
in eos qui haeretice sentiunt. 

Postremo quia Colonienses Episcopi ab hominum me- 
moria ne semel quidem Ecclesiam Trajectensem visitasse 
dicuntur, atque hoc tempore nihil magis illius Ecclesiae 
praesidi curae est, quam si omnino inter suas sufiraganeas 
Ecclesias Trajectensem non haberet; imo vero illius Ec- 
clesiae commodis et quieti interdum obest , cum quos ab 
oflBcio sacerdotali fungendo Trajectensis Episcopus justis- 
siiiiis de causis dejicit, ille ut superiorem se ostendat, saepe 
restituit. Hae autem causae, Beatissime Pater, ita justae 
validaeque videntur ut publicae utilitatis causa, etiamsi 
maxime Archiepiscopus Coloniensis repugnaret, ab ejus 
jurisdictione exiroendus Trajectensis Episcopus esset. ld 



860 

nunc commodissime fieri potest, cum Eïcclesia metropoUtana 
Coloniensis pastore destituta sit. 

Capüt tertiüm. 

§ I. 

Forma novorum Episcopatuum. 
* Ut autem ex praedicta divisione et constitutione Episco- 
patuum universae Provinciae optime provideatnr adversus 
haereses et abusus, necessarium esse censemus at in sin- 
gulis Cathedralibus Ecclesiis fiant novem praebendae af- 
fectae, seu proprio jure addictae tribus hominum generibus. 
Videlicet primae tres tribus Doctoribus Theologis , alterae 
tres tribus Doctoribus Canonistis, postremae vero tres 
tribus nobilibus illius ditionis in qua Cathedralis Ecclesia 
erigitur, Requirit autem horum temporum corruptela , ut 
Theologorum magis quam canonistarum praesidio Ecclesiae 
causa sustineatur. 

Operae pretium autem est ea conditione et lege prae- 
dictas praebendas tribui, ut Doctores et Licentiati ratione 
ipsius praebendae sint obligati adesse et adjuvare Episco- 
pum in officie inquisitionis et omnibus difficultatibus emer- 
gendis, quoties requisiti fuerint: Episcopus autem non 
teneatur illorum consilio et opera uti, nisi in his quae fidei 
et religionis plurimum interesse videbuntur atque ad totius 
dioecesis statum pertinere. 

§ II. 
Praeterea ex praedictis Doctoribus^ duo Seniores, alter 
Theologus alter canonista, constituendi érunt per dioecesim 
inquisitores Sanctitatis Vestrae et Sedis Apostolicae nomine, 
quibus duobus reliqui doctores 'et licentiati , quoties requi- 
siti fuerint, omnem operam et consilium adferre teneantur. 

CaFUT qüABTUM. 

§ I. 

Praemia autem dictorum Doctorum pro susoeptis hujus* 



861 

modi oneribus, censemus esse proponenda primum ut ipai 
post Decanum (defanctis tarnen antiquioribus Canonicis) 
vocem et locum habeant ante alios confratres suós annuum- 
que stipendium quinquaginta coronatorum ultra commu* 
nem annuam pottionem. 

§11. 
Sit praeterea in qualibet caithedrali Ecclesia unus Ar- 

chidiaconus cum jurisdictione ipsi a Jure concessa tantum , 

et non secundum consuetudinem sive abusus: vel potius 

sint tot Archipresbyteri quot esse in Dioecesi conveniet 

arbitrio eorum qui commissarii constituentur a S. V. qui 

tamen Archidiaconi et Archipresbyteri si vel Theologi 

essent, vel Canonistae, magis expediret. His autem Ar- 

chidiaconis tum demum locus erit , cum, antiquis deficien» 

tibuSy novi substitui poterunt. 

§ in. 
De do te assignanda praefatis Episcopatibus et collegiis 
non putamus esse iniquum vel indecens ut bona Mona- 
steriorum, quae hodie non Christo sed privatorum commodis 
et vitae voluptatibus serviunt; (eo qupd in ipsis non ad- 
modum regulariter vivitur) bona item quarumdam Eccle- 
siarum collegiatarum, ubi plurimi sunt canonici et pauciores 
divinis peragendis sufficiunt , in meliorem usum autoritate 
S. V. convertantur et maximo plurimorum commodo prae- 
dictis Ecclesiis applicanda S. V. decernat» 

Caput quiktüm. 

De Epiêcopatu Daventriensi» 

Erit itaque Episcopatui Daventriensi in Transisulania 
prospectum, sine Canonum vel aequitatis laesione, si S. V, 
illi uniat bona Praepositurae S. Lebuini Daventriensis , 
quae deinceps Cathedralis erit et tantum ex decimis, quas 
babent in Geldria Abbatia S. Pauli in Trajecto et collegio 
Gmonicorum ejusdem Civitatis, quousque babeat in annuis 



362 

redditibus tria millia ducatoram : ita tarnen, ut praedictae 
Abbatiae abunde relinquatur ad sufficientiam Et in prae- 
dictis Ecclesiis liquescant praebendae pro rata bonoram, 
quae eis ex decimis decedent, ne reliqui Canonici solito 
minns habeant; et nihilominns remanebit 8u£5ciens numerus 
Canonicorum ad deserviendum Ecclesiae. 

Ex praebendis autem ejusdem Ecclesiae Daventriensis 
maneant novem ex his, quas proxime vacare continget, 
autoritate S. V. proprio jure addictae in perpetuum Docto- 
ribus et licentiatis, de quibus dictum est supra. 

Capüt sextum. 

§ I. 

De Episcopatu Harlemenèi. 

Episcopatui autem Harlemensi in HoUandia erit provi- 

sum , si S. V. illi uniat tertiam partem bonorum Abbatiae 

Egmundanae vicinae , valde opulentae ; cui per duas partes 

residuas abunde prospectum manebit, ut asserit D. Orator. 

§ II. 
Uti autem Episcopus iste habeat doctum collegium 
eruditorum virorum, poterit S. V. monasterium de Heylo 
ordinis Regularium vicinum, jam bis a suis religiosis apo- 
statis combustum et necdum instauratum^ commatare in. 
collegium Cathedrale Canonicorum pro antedictis Doctori- 
bus , Licentiatis et nobilibus ; quorum collegium Cathedrale 
ut haberet ad minus decein et octo aut viginti canonicos, 
poterit S. Y. opulentiores cappellanias ejusdem Ecclesiae 
con vertere in praebendas, et earum possessores in canonicos. 

Capüt sbptimüm. 

De Episcopatu Leovardiemi. 

Ad haec Frisia multas habet Abbatias; quarum quae- 

dam , potissimum quae sunt Praemonstratensis ordinis , 

admodum irregulariter vivunt. Bene igitur faciet S. V. 

si convertat duas praedicti ordinis^ alteram Marigardae» 



363 

alteram dictam Liddum, in Ecclesiam Cathedralem Leo- 
vardiensem ; sic ut ex bonis utriusque uniantur tria millia 
ducatomm mensae Episcopali; reliqua vero dividantur in 
praebendas pro monachis utriusque Abbatiae^ q^uibus suc- 
cedant praefati Doctores et Licentiati. 

Ca?üt octavum. 

De Episcopatu Groningensi, 

Groningensi Episcopatui et doctis viris adjungendis pro- 
spectum erit, si S. V. commutet Abbatiam de Grotanwert 
ordinis S. Bernardi, in Episcopatum, et collegium Cathe- 
drale Groningensis Ecclesiae > sicut merito commutare 
potest et debet; eo quod in dicta Abbatia nimium irregu- 
lariter et scandalose vivatur. 

Dignabitur ergo S. V. sic dividere bona Abbatiae (quae 
computantur ad octo millia ducatorum annui redditus) Ex 
reliqua vero parte erigantur tot praebendae cathedrales 
quot erigi poterunt pro Religiosis commutatis in Canoni- 
C0S9 quibus succedant Doctores et Licentiati. 

Capüt nonüm. 

§ I. 

De Episcopatu Middelburgensu 
Quia autem Episcopatus Middelburgensis in Zelandia 
riullo meliori potest coUocari loco quam in ipsa Abbatia 
Middelburgensi Ordinis Praemonstratensis , optimo loco 
sita, poterit rationabilitër S. V. commutare eam Abbatiam 
in Ecclesiam Cathedralem ^ sic ut Abbas, qui dicitur vir 
bonus, sit primus Episcopus ; Prior vero primus Archidia- 
conus; monachi autem primi canonici; quibus succedant 
antedicti Doctores et Licentiati; media autem pars bono- 
rum uniatur Episcopo, reliqua vero medietas dividatur in 
tot praebendas quot commode fieri poterunt. Et in his 
omnibus videtur S. V. nihil factura praeter aequum et 
bonum. Neque quidquam ex hujusmodi jmmutationibus* 



364 

decedit Sedi Apostolicaei eo quod plerique dicti Abbates 
subsant immediate Ordinario nee accipiont confirmatioBem 
nisi ab illo prout a multis saeculis factum esse constai. 

§ II. 
Nee fiet euiquam praejudteiam ; quia decernet S. V, 

quod commutatio haec et unio sortiatur effeetum, eum sedes 

Abbatum vacaverint, nisi ipsi antea eonsentiant aat idonei 

inveniantur ut primi Episcopi eonstituantur. 

Capüt dbcihüm. 

§ I. 

Difvisio Episcopatuum veterum Jliorinehais ^ 
Tomacensia , Cameracensis. 
Quia vero Brabantia^ Flandria» Hannonia, comitatus 
Namurcensis 5* amplissimam Provinciam constituunt multis 
ae magnis Oppidis, castris et Pagis frequentes, in qua 
non modo diversa idiomata sunt sed et Dominia qnae 
suos alio evocari non patiuntur, ideo ex praemissis causis 
consentaneum consultumque arbitramur ut Episcopatus 
Morinensis, Tornaeensis et Cameracensis in plures Eeclesias 
dividantur, in hune modum : 

§ II. 

Divisio Episcopatus Morinensis, 

£4)iscopatus Morinensis divisie haee commodissima vide- 

tur^ ut in Arthesia in S. Audomaro; in Flandria Ipris; 

in Francia vero Bononiae , novae sedes Episcopales con* 

stituantur. 

§ III. 
Divisio Episcopatus Tornaeensis. 
Tornaeensis vero , si alter Brugis ^ alter Gandavi novae 
sedes Episcopales erigantur, quae ambae in Flandria sunt 

§ iin. 
Divisio Episcopatus Cameracensis, 
Cameracensis vero » si partem Mechliniae , partem Ant* 



365 

veppiae in Brabantia» assignemus novis sedibus futuris. 

Quae (Uvisio ut ex primo Oratoria scripto plenius expli- 

catur tabnlisque etiam oculis subjicitur, commodissima 

plane videtur. 

Capüt ündbcimüm. 

§ I. 

Divisio Epiacopatus Leodienaia. 
Praeterea in comitatu Namurcenai, in ipso Namurcensi 
oppido, Ruremundae au tem in superiore parte ducatus 
Geldiiae, ut novae Episcopales constituantur sedes, et 
locorum amplitudo et idiomatum ac dominiorum diversitas 
maxime postulare videtur^ Quemadmodum in extrema parte 
Brabantiae Busciducis nova Ëpiscopalis sedes erigatur. 
Ëisque quaedam partes Episcopatus Leodiensis applicen- 
tar; cum alioqui tarnen ex ea divisione Ecclesia Leodiensis 
multo amplior latiorque remaneat^ quam Episcopatus Italiae 
quantumvis magnus atque diffusus. 

Caput xïi. 

§ I- 

Praedictorum omnium Episcopatuum post divisionem 
nullus erit qui non aequet magnitudine Atrebatensem et 
supetet Tridentinum. 

§ II. 
Oppidavero in quibus novae sedes constituuntur, cum 

sint amplissima et splendidissima 9 merito civitatum nomine 
digna esse censemus. 

Caput xin. 

Quemadmodum vero ex divisione Trajectensis Ecclesiae 
maxime expedire, imo necèssarium esse duximus ut in 
singulis Ecclesiis Cathedralibus novae praebendae essent 
proprio jure addictae novem Doctoribus et Licentiatis, 
cum suis muneribusy emolumentis, et privilegiis ibidem 
expressis : ita in omnibus praedictis Ecclesiis providendum 
esse existimavimusè 



366 

Idemque sentimus de uno Archidiacono in singulis novis 
Ecclesiis ordinando, totque Archipresbyteris quot necessariJ 
per dioecesim judicabuntur a commissariis per S. Y. depu- 
tandis, ut in divisione Trajectensis Ecclesiae supra expli- 
catius dictum est. 

Capüt xiiii. 
De locupletandü iterum Epücopatibus. 
De dote v^ro singulis Ecclesiis assignanda Oratoiïs 
sententiam amplexandam esse existimavimus ^ videlicet ut 
singuli antiqui Episcopatus retineant quidquid antea habue- 
runt in fandis, decimis, censibus, aliisque annuis reddi- 
tibus; per quae eis tam erit provisum post divisionem 
quam antea fuerat; excepto Episcopatu Morinensi, cujus 
proventus simul cum Episcopatu dividi debent, eo quod 
antiqua sedes Morinensis funditus est e versa. 

Caput XV. 
De dote Trajectensis Ecclesiae. 
Trajectensi autem Ecclesiae, quia post haec Metropoli- 
tana erit, S. V. adjunget proventus praepositurae et Ar- 
chidiaconatus S. Salvatoris Trajectensis merito extinguendi; 
quia nimium turbat Dioecesin diversitate idiomatum. Deinde 
etiam emolumetita Ebronensis Episcopatus majoris Eccle- 
siae, qui consuetudine ipsa, et jure est abolitus; praeterea 
regiunculam , in qua Archidiaconus majoris Ecclesiae exer- 
cuit jurisdictionem Episcopalem. 

Capüt xvi. 
De decimis monasteriorum in usus Episcoporum 

vertendis. 
Novarum vero sedium Episcopaliuro cuique assignetur 
dos trium millium ducatorum; partim ex decimis, pattim 
aliunde, ut infra latius particulatim exprimitur. Quae dos 
ut singulis necessaria, ita etiam su£5ciens visa est. Nee 
improbare debemus, ut decimae antea unitae opulentis 



367 

monasteriis rursus revocentur ad primaevam naturam; 
tiempe ut alant pastores Ecclesiarum, et sint propterea 
mensae Episcopqrum addictae. Nihil enim nunc minus 
juris habet Sedes Apostolica in transferendis decimis a 
monasteriis opulentioribus ad Ecclesias , quam olim 
babuit in iisdem ab Ecclesiis pastoralibus ad monasteria 
transferendis; praesertim si monasteriis ipsis tantum in 
bonis relinquatur^ quantum abunde satis est ad conventum 
sustinendum et Abbatis dignitatem honeste sustinendam. 

CaPÜT XVII. 

De Episcopatu Iperensi, 

§ I- 

Iperensi Ecclesiae in pomitatu Flandriae dotëm ita con- 
stitui posse commode censemus, si S. V. primo uniat 
Ecclesiae proventus quos hactenus habuit Episcopus Mori- 
nensis in Gomitatu ïlandriae: deinde tantum de decimis 
Abbatiarum Flandriae dictae Ecclesiae vicinarum quantum 
satis esse videatur ad summam trium millium ducatorum 
in singulos annos perficiendam. 

§ n- 
Est autem in ipsa Iperensi urbe in Majore Ecclesia 

S. Martini 9 quae posthac Gathedralis erit, conventus et 
praepositura satis uberes proventus habens: Bene igitur 
aget S. V. si convertat eundem conventum cum praeposi- 
tura in Ecclesiam Cathedralem: cujus praepositus fiet 
Archidiaconus. Geteri autem religiosi constituantur Cano- 
nici 9 quibus demortuis succedant novem praedicti Doctores 
et Licentiati. Poterit etiam S. V. eidem Ecclesiae Cathe- 
drali conjungere praebendas Ecclesiae Morinensis, quorum 
proventus sunt intra ditionem Gatholicae Majestatis. 

Caput xvni. 
De Episcopatu Oudomarensu 
Sedi Episcopali in S. Oudomaro in Arthesia erigendae 



368 

erit similiter provisuro si i)Ii S* Y. uniat praepositnram 
S. Oudomari, quae Oathedralis fiet, et proventus quos in 
Artbesia ' habuit Episcopus Morinensis; *quae si minas 
sufBciant^ uniatur eidem tantum de decimis Abbatiae 
S. Bertini ejusdem Oppidi opulentissimae , qnousqne habeat 
summam trium millium ducatorum. Ex praebendis S. Oudo- 
mari quae^multae sunt et bene dotatae maneant, novem 
perpetuö jure addictae Doctoribus et Licentiatis^ ut sapra 
saepius explicatum. 

Capdt xvnn. 
De EpueopatM Sonaniensi» 

Bononiensi quoque Ecclesiae eodem modo S. V. provi* 
dere poterit, nempe de hisce bonis quae habet MorineBsis 
Ecclesia in Francia, adjiciendo ex ditioribus Abbatüs ejus- 
dem ditionis , quantum deerit ad summam trium millixim 
ducatorum. 

CjIPÜT XX. 

De Epiacopatu BrugenaL 
Brugensi autem Episcopatui existimamus optinne con- 
sultum esse^ si S. V. uniat illi praeposituram Ecclesiae 
S. Donatiani , quae posthac Cathedralis erit ; et tantum 
de decimis proximarum Abbatiarum quae sunt opulentis- 
simae ^ quantum ad annuum trium millium ducatorum 
redditum opus erit. Ex praebendis enim ejusdem Ecclesiae 
S. V. novem proprio jure addicet novem Doctoribus et 
Licentiatis ut supra. 

CaPÜT XXI. 

De Episcopatu Gandensu 
Quoniam vero Abbatia S. Bavonis Gandensis antea con- 
versa est authoritate Sedis Apostolicae in Collegiatam 
Ecclesiam , et praepositura S. Johannis commodissimo loco 
Cathedralis Ecclesiae erigendae sita existit ; poterit S. V* 
emolumentum ejusdem praepositurae quae habet ultra tria 
millia ducatorum in. annuos redditus unire Episcopali 



^ 



369 

mensae^ et ex praebendis ejusdem Ecclesiae, quae post- 
hac Cathedralis erit, proprio jure addicere novem Docto- 
ribus et Licentiatis ut supra. 

CaPüT XXII. 

De Episcopatu Mechliniensi, Antverpiensi , Busco' 

ducensi et NamurcensL 
Episcopatibus praeterea Mechliniensi , Antverpiano et 
Buscoducensi in Ducatu Brabantiae, et Namurcensi in 
Ducatu -Namurcensi , optime provisum iri putamus si S. V. 
singulis uniat tantum de decimis Abbatiarum ac mona- 
steriorum Brabantiae et Comitatus Namurcensis^ quantum 
oportet, quousque perveniatur ad summam trium roillium 
ducatorum, Antverpiensi , Buscoducensi, et Namurcensi 
Ecclesiis assignandam: Mechliniensi vero quinque millia 
propterea quod Metropolitanus constituatur. Et quia in his 
locis Brabantiae carissime vivitur, uniat simul S. V. 
Mechliniensi Ecclesiae praeposituram S. Rumoldi; Ant- 
verpiensi et Buscoducensi emolumenta Archidiaconatuum 
Antverpiensis et Kempiniensis per hanc divisionem lique- 
scentium. 

CaPÜT XXIII. 

§ I. 

Promiêcua direptio omnium Abbatiarum, 
Providendum tarnen hac in parte erit, ut Gommissarii 
S. V. pro modo et quantitate fructuum cujusque mona- 
sterii aequalitatem servent, id est, ut ab opülentioribus 
monasteriis plus, a tenuioribus minus detrahant propor- 
tione servata. 

§ n. 
Quod si monasteria Brabantiae et Namurcensis Comi- 
tatus, pro Episcopatibus earumdem Provinciarum, ad dotem 
constituendam paria esse non poter uut, adjungenda erunt 
monasteria viciniora ex Flandria, Hannonia, Arthesia et 

Bedragen Gesch. Bisd. v. Haarlem. X* Deel. 24 



37Q 

• 

HoUandia, prout commissariis magis convenire videbitur, 
qaousqiie ad sammam trium millium ducatoram perve- 
niatur pro annua dote singulorum Episcopatuum , quinque 
vero pro Episcopatu Mechliniensi. 

Capüt xxiiii. 
De EpUcopatu Ruremundensi in Geldria, 
Episcopatul denique Ruremundensi in Geldriae ducatu , 
poterit S* V. unire proventus et bona monasterii Regu- 
larium in eodem Oppido combusti et nondum reparati; 
et tantum de decimis , ^uas habent in Geldria j Abbas item 
Everbodiensis^ ac alia monasteria; quantum satis sit ad 
tria millia ducatorum singulis annis. 

CaPUT XXV. 

De Episcopatu Buscoducensi et Ruremundensi. 
Quoniam autem in singulis dictis locis sunt splendidae 
atque opulentae Ecclesiae Gollegiatae -Canonicorum , in 
quibus Cathedrae coUocabuntur , consentaneum vïdetur ut 
in singulis ihaneant novem praebendae, perpetuo jure 
addictae novem Doctoribus et Licentiatis, ut isti quoque 
Praesides habeant sufficientem numerum eruditorum viro- 
rum; nisi quod in Buscoducis et Ruremunda praebendae 
tenuiores sunt^ quam conveniat Gathedrali Ecclesiae : 
Posset quoque optima ratione S. Y. commutare conventum 
de Baseldonck (est enim minimus , sed opulentus) com- 
bustum ante aliquot annos , necdum instauratum j in novem 
Ganonicos Ecclesiae Gathedralis Buscoducensis, quibus de- 
mortuis succedant novem Doctores et Licentiati*. Posset 
etiam a S. Y. dari potestas eisdem commissariis. adjiciendi 
aliquid praebendis Ruremundensibüsacaliis, ubi tenuiores 
esse yidebuntur pro dictis doctoribus et eximiis viris. 

Capüt xxvi. 
CuT necesse fuerit dividi Ecelesias veteres. 
Hos autem Archiépiscopos Catholicus Rex ita coUocarl 



Ü 



\ 



871 

ac disponi postulat, ut nemo eorum praesit nisi tantum bis 
Ecclesiis quae eodem utuntur sermone, videlicet, quae Ec- 
clesiae Gallica lingua utuntur Archiepiscopo Atrebatensi 
subjiciantur ; vel potius (si S. V. magis convenire vide- 
bitur) Gameracensi cujus sub ditiane erunt Atrebatensis^ 
Tornacensis^ Audomarensis et Namurcensis^ Ecclesiae unius 
ejusdem Gallicae linguae consortio conjunctae. 

Ecclesiae veró Flandrico sermone utentes subjiciantur 
Metropolitanae ejusdem sermonis nempe Mecbliniensi^ ita 
ut Archiepiscopus Mechliniensis subditos sibi habeat Ant- 
verpiénsem^ Gandavensem/ Brugensem^ Buscoducensem, 
Iprensem^ Ruremundensem , Ecclesias omnes Flandricae 
linguae. Quas tarnen prius S. V, ab Archiepiscopi Remen- 
sis et Goloniensis jurisdictioncy quibus sabsunt, ut eximat 
Catholicus Rex magnopere postulat. 

Capüt xxvii. 
CuT Ecclesiae eximantur antiquis Archiepiscopatihus. 
Cur autem Rex eam exemptionem tam vehementer po- 
stulat ^ hae sunt praecipuae causae. Primum quia Ecclesia 
Remensis sita est in alio territorio^ eoque ut plurimum 
hostilij ita ut continuis pene inter Francos Flandrosque 
bellis vigentibus, nuUum possit eis esse tutum commer- 
ciumj nullus securus ad Metropolitanum aditus. Deinde 
quia ab bominum memoria , ne semel quidem Archiepiscopi 
visitarunt Ecclesias Inferioris Germaniae sibi su£Fraganeas^ 
quas si aliquo induciarum tempore visitare curarent^ nihil 
aut parum utilitatis adferret' ea visitatie. Mutuis enim 
odiis ita sunt eorum animi ob maxima incommoda ex 

« 

diuturnis bellis accepta exasperati , ut vix se mutuo aspi- 
cere possint aut velint. Postretno quia diversitas idiomatum 
est inter Remensem et plerasque Ecclesias per Flandriam 
erigendas. Et licet recedant Remensi praefatae Ecclesiae ^ 
retinebit nibilominus octo alias suffiraganeas Ecclesias in 
ditione Franciae. 



r\ 



Quas rationes quia magni momenti esse videntnr non 
potuimus non probare , licet tarnen S. V. secundum sacros 
canones , etiam his causis cessantibus ^ ipsoque repngnante 
MetropolitanOj possit aliquas Eeclesias eximere, quoties 
ex ea exemptione major utilitas sequeretnr aut speraretur. 

Capüt xxviii. 

De primatu Ecclesiae Mechliniensis per totam 

Belgicam, 

Consentaneum 'etiam videtur ut Mechliniensis Ecclesia 
ordinetur Primas Inferioris Germaniae habens locnm , jus 
et autoritatem supra alios Archiepiscopos et Episcopos. 
Nam ejus sedes locata est in medituUio Inferioris Ger- 
maniae prope Bruxellam^ ubi residet ejusdem Provinciae 
Dominus; ita ut quoties Princeps velit, ex usuque totius 
provinciae esse judicabit, possit ipsos reliquos Archiepi- 
scopos, Episcopos, ac totum clerum vel ejus partem facile 
convocare, et quae praecepta fuerint a Sede Apostolica 
circa reformationem abusuum, ac emendationem , statim, 
commodissime omnibus praescribere. 

Capüt xxviii. 

Pars II. 

Quod autem Catholica Majestas petit, ut idem ArcBi- 
episcopus Mechliniensis sit legatus , nos eann rem integram 
S. V. arbitrio relinquendam censuimus. 

Capüt xxix. 

De jure surrogandi Episcopos,, 

Praeterea quod eadem Majestas instanter valde postulat 
(ut asserit Doctor Sonnius ad S. V. ab eodem Rege Orator 
missus) ut penes se et successores suos sit jus nominandi 
personas.idoneas ad dictos novos Episcopatus et Arcbiepi- 
scopatus ; jus vero providendi penes S. V. idque perpetuis 
futuris temporibus, sub modis et conditionibus ab ipso 



N 



873 

« 

Oratore in primo scripto latius expressis: nos quanquam 
tanti Regis pium stadium maxime commendamus 5 atqi^e 
eas causas, quas nobis Orator scripto exhibuit^ non omnino 
i^ejiciendas esse fateamur ; tamen cum eas diligentius ponde- 
randas^ tum etiam de tota re maturius deliberandum esse 
judicavimas, piumque Regis Catholici studium adjuvan- 
dum (quoad fieri possit) ducimus. 

Caput xxx. 

De novem praebendü. 
Probamqs vero vehementer ut praebendae novem afifectae, 
sive propriojure addictae Doctoribus et Licentiatis, con- 
ferantur per electionem communibus sa£Fragiis eorumdem 
Doctorum^ Licentiatorum^ et Episcopi, ut plenius in eodem 
Oratoris scripto traditur. Ita enim fiet ut semper habeant 
Episcopi apud se viros doctos et optimos , eximiaeque 
eruditionis; quorum opera atque Oonsilio religionis fidei- 
que causam facilius tueantur. 

Caput xxxi. 

Collatio poêtoratuum in Inferiori Germania, 
Nee praeter rationem censendum putamus ut curae 
omnes Pastorales^ aut Parochiales Ecclesiae in singulis 
Dioecesibus 9 conferantur semper per Episcopum cujusque 
loei 9 vel dioecesis; sub hac tamen moderatione, ut non 
liceat Episcopo cuiquam conferre hujusmodi parochiales 
Ecclesias^ nisi fuerit primum examinatus, atque inventus 
idoneus ad regendam curam Pastoralem per duos Seniores 
Doctores Theologiae , et unam Ganonistam Canonicos 
Cathedralis Ecclesiae ; cum praesertim Catholica Majestas 
parata sit recedere suo juri patronatus , quo plurimas 
similes Ecclesias confert, si reliqui coUatores ac etiam 
S. V. suo juri cedant. Si vero durius fortasse videbitur 
coUationis jus aliis subtrahere , saltem ad Ecclesiae utili- 
tatem, seu verius necessitatem statuatur^ ne quis omnino 



374 

quacunque auctoritate provisus 5 possit in ProTiiiciis Infe- 
rioris Germaniae admitti ad benefidum cnratam, nisi antea 
examinatus et idoneus jadkatus sit per dictos Dominos 
Theologos et Canonistaniy nisique prins sanctissime pio^ 
miserit^ se personaliter in loco Parochialis snae Ecclesiae 
permansnrum. 

CaPUT XXXII. 

Conditie locorum bello occupandorum. 

Postremo quod petit Catholicus Rex , ut expugnata per 
se adjidantur viciniori dioecesi suae ditionis^ vicissimque 
ut eodem jure et conditione sint quae per Galliae Regem 
expugnari contingetj ut par sit utriusque conditio: de ea 
re integra ad S. V. referendum esse censuimus. 

CaPUT XXXIII. 

De residentia tam Episcopi quam aliorum. 

Quoniam autem beneficia omnia propter officium statuta 
sunt^ ut Apostolus inquit, qui non laboret non mandu- 
eet; ideo Evangelicae doctrinae et canonibus conveniens 
esse videtur* ut^ si Episcopus supra sex menses, non 
avocatus vel a summo Pontifice vel ab Inferioris Ger- 
maniae Domino, ab Ecclesia sua abfuerit; totius temporis 
quo absens fuerit, universos Episcopatus fructus amittat, 
qui Capitulo Cathedralis Ecclesiae cedant. Hoc autem ita 
statui necessarium est ob multiplices indies magis puUu- 
lantes in Inferiori* Germabia haereses^ quarum causa sin* 
gulis pene momentis requiritur Episcoporum praesentia. 
Idem etiam statuendum videtur in universos pastores 
Parocbialium Ecclesiarum per universam Inferiorem Ger- 
maniam : Doctores vero et Licentiati si ultra duos menses 
abfuerint ab Ecclesia, ubi ordinati sunt, integros prae- 
bendae suae fructus amittent qui Capitulo cedant, nisi ab 
Ecclesia vel Episcopo missi fuerint. 



\: 



375 

» 

Caput xxxiiii. 

Pars secunda. 
PraebeDdae autem (ut a Catholico Rege postulatum ést 
sapientér) ita ubique instituendae videnttLr , ut in duas 
aequales partes earum fructibus divisis^ altera pars pro 
quotidianis distributionibus ^ bis qui divinis of&ciis in choro 
deserviunt assignetur , ita , ut a principio usque ad 'finem 
bfficiis intersint , nisi aliqua necessitas exire aut abesse 
coegerit. Atque hoc Apostolico decreto ita confirmetur, 
ut nullo modo liceat unquam Capitulo aliter ordinare, aut 
mutarej quo minus adesse aut jugiter servire teneantur. 

Pars tertia, 
Expedit etiam (üt eadem Majestas optat) hanc ordina- 
tionem sive statutum, extendi ad uni versas Collegiales 
Ecclesias secundarias per universam Germaniam Inferio- 
rëm^ quia praebendae nihil aliud sunt quam publica. sti- 
pendia divinis of&ciis servientibus ab Ecclesia pröposita; 
quare non sunt nisi militantibus persolvenda. 

Pars quarta. 

Et quoniam, ut docet Veritas, quod gratis est acceptum 
gratis etiam impartiéndum esse; existimamus nihil esse 
compensationis nomine tribuendum iis y quibus per postu- 
latam divisionem aliqua pars jurisdictionis exercendae, vel 
dioecesis adempta erit; cum ea jurisdictio ejus naturae 
sit ut citra pretium^ aut certam fructuum existimationem^ 
penitus adimi oportere censeamus. 

Quibus vero Episcopatibus aut Archiepiscopatibus per 
eam divisionem, fundi, redditus, census, vel aliqua annua 
emolumenta detrahuntur, his aequum esse existimamus 
detrimenta compensari. > 

Conclttsio. 
Praedictae autem erectioni novarum sedium Episcopalium 
valde nobis obsistere videbatur, quod dos singulis assi- 






376 

9 

gnata, non statim sed lente ac paulatim accresceret; 
siquidem unio quam nunc faciet S. V. non sortietur effec- 
tum nisi post mortem ejus, qui unienda possidet. Veram 
cum rex Gatholicas sit provisurus cuique novorum Epi- ' 
scopatuum de mille quingentis ducatis annuae pensionis» 
donec accrescat quod unitum fuerit^ nihil videmus in re ' 
tam pia^ tamque necessaria posse amplius desiderari. 



IX, 

Brief van den voornoemden gezant van Philips II, Fran- 
ciscas Sonnius aan den Deken en Metropolitaan-Kapittel 
van Utrecht, waarbij hij hun voorloopig kennis geeft dat 
op 18 Mei 1559 de Bisdommen zijn opgerigt, overeen- 
komstig het verlangen van Philips. 

Copia. ' 

Reverendi generosi et praeclarisaimi domini mei. 

Haesi quidem diutius Romae quam putabam aut volui; 
verumtamen primum illud ac verum Ghristianum studium 
serenissimi Regis nostri, tandem ad oplatum finem per- 
duxi , Majestatis suae voto , per omnia consentientem : 
xij^ enim hujus erexit Sanctissimus Dominus noster in 
ditionibus Inferioris Germaniae tres metropólitanas , et xüj 
Gathedrales Ecclesias, hostram Trajectensem commutavit 
in metropolitanam, eique subjecit quinque novas, nempe 
Harlemensem, Daventriensem , Leewardiensem , Gronin- 
gensem, Middelburgensem per dismembrationem nostrae 
Ecclesiae Trajectensis erectas, adjungendo eis portiunculas 
quas habent in territorio regis nostri ecclesiae Mindensis 
et Monasteriensis. Deinde Mechliniae arexit novam Metro- 
politanam Ecclesiam , subjiciendo ei su£Fraganeas ecclesias 



I 



877 

numero sex 5 nempe Antwerpiensem, Gandavensem, Bru- 
gensem, Iperensem^ Buscoducensein , Ruremundensem. 
Denique et Oameracensem commutavit in tnetropolitanam 9 
snbjiciendo ei Attrebatensem , Tornacensem ^ Oudenaren- 
sem et Namurcensem , duas veteres et duas novas. 

Ordinavit etianiy ut in singulis istis Ecclesiis ^ potissi- 
mum novis, sint novem praebendae perpetuo jure ad-* 
dictae tribus Doctoribus Theologiae et tribus doctoribus 
juris canonici et tribus nobilibus. ejus ditionis in qua 
cathedra est, etiam promotis in jure canonico vel Theo- 
logia. Quae omnia uti regionem nostram multo illustrio- 
rem quam hactenus fuit redderet, ita ad confringenda 
haereticorum studia, mirum in modum conducent. Precor. 
autem reverendis ac generosis Dominationibus Vestris 
Ghristum semper propensum ac propitium, 
Romae 8 Maji 1559. 

Infra stabat: 

D, V. servitor et confrater Franciscüs Sonnius. 

Superscriptio epistolae erat: 
Reverendis, Generosis, et preclarissimis dominis 
Decano et Capitulo Metropolitanae Ecclesiae 
Trajectensis dominis suis quam observantissimis. 

(Wordt vervQlgd.) j. p. vabgt. 



n 



378 



RELAES VAN DE VERRICHTINGE . 

GEDAEN OP ORDRE VAN 

* 

HAAR EDEL GROOT MOGENDE COMMISSARISSEN, GEGETEN . 
AEN EENIGE B. C, PRIESTERS IN DATO \\ NOV. 1709. 



Wie van het hier volgend Relaes wil kennis nemen , 
zal al ras bespeuren, dat de priesterlijsten van vele 
R. C. statiën , thans parochien van het Bisdom van Haar- 
lem, gelijk die in de Batavia Sacra staan, door dit docu- 
ment merkelijk worden aangevuld. 

Daar het Relaes werd opgemaakt door Hugo Fran- 
ciscus van Heussen , den o verbekenden schrijver der 
Batavia Sacra, geholpen door eenige geestverwanten, is 
partijdigheid niet te verwonderen; tot voorzorg hier tegen 
neme de lezer slechts, in omgekeerden zin, wat gezegd 
wordt, dat is alhier: blaam voor lof, en bij onderzoek 
aangaande den verderen levensloop en het uiteinde der 
genoemde priesters, zal hij zich niet, of zelden bedrogen 
vinden. 

Ik stel in eene noot, tegen den lof, toegedacht aan 
Ludovicus van der Beke , den eenigen P'. Jesuiet in het 
Relaes vermeld, 's mans protest. Hadde ik van nog andere 
Heeren of Paters dergelijke bescheiden aangetroffen, ge- 
wis waren ze ook medegedeeld. Dat door .niet weinige 
priesters in het Relaes voorkomend, op eene of andere wijze 
ook is geprotesteerd geworden , geloof ik inmiddels zeker 
naar aanleiding van het hier boven aangeduid onderzoek. 

Het Relaes en de twee eerste noten heb ik in het 
Belgisch Rijks-archief ontmoet en overgeschreven. 

A. V. L. , O* J. 



379 



Relaes van het decanaet van Uytrecht, voor sooveel asn» 
gaet de pastorijen leggende op Hollantsen bodem, 

N.,. WïJNANTS, die sedert 2 i 3 weken gekomen is te 
Hilversom [alwaer een pastoor is] en daer tegen den 
pastoor een nieuwe kerk oprecht^ piet sonder veel op- 
schuding, heeft aan Ignatius Moddé, door Jacob Cats 
en Hugo van Heussen, alle beij, gedoogde pro vicarissen, 
afgevaerdigt om na de sending te vraegen, geantwoort: 
dat hy van den Paus gesonden is. 

MATTHIAS MORSLANDT, ingeroepen pastoor te Laaren^ 
bekende van den Nuntius gesonden te syn. 

CA8PAB VAN DER HAGEK, die te Blarikom gekomen is, 
heeft geantwoort, dat van niemant sending had, maer 
van sijn selffs quam. 

HERMANNUS MIDDELKAMP, te Naerdm^ seijde daer te 
sijn door oogluykinge van den H' drossaert, de H.H, 
burgermeesteren en schepenen; altijd de placaten te 
sullen gehoorsamen ende met de Cleresie te houden. 

JOANNES DE JONGH, te Hilversom^ is gekomen op de sen- 
ding van J. Cats , gedoogt provicaris , en seijde de pla- 
caten en ordinantien van HEdGrMog*. wegens A. Damen 
soude onderhouden, 

ALOYSiüS HASELENBERGH , is uy t de Beemster vrijwilligh 
van daer gegaen ende sigh te Muijden geplaatst, son- 
der behoorlijcke sendinge. 

Aen BERNARDUS FOCK, uijt Friesland om syne oproerig- 
heijd veijaegt en sonder behoorlycke sending te Sloot- 
dyck gekomen, heeft de gemelde Ignatius Moddé, de 
verreijschte vragen niet. konnen voorstellen, dewijl als 
hy omtrent het huijs van den voorn. Fock quam, spron- 
gen daer vijf personen uyt, te weten, de drie voor* 
uytgedruckte priesters van Hilversom, Laren en Blari* 
' com, den swager van den priester van Naerden, ge* 



' ■ 880 

naemt Folkenburg en een boer van Hilversom, packten 
Ignatius Moddé aan, dreijgende hem^ trokken hem naer 
het regterhuijs en arresteerden hem aldaer op een on- 
waer voorgeven , dat hij sigh als deurwaerder van den 
* Staet had uytgegeven. Sy ontsloegen hem daernaer 
kosteloos 9 dogh immediatèlyk quam daerop den schoat , 
waerschynlyk door een bestoke werk , arresteerden hem 
op nieuws, waeruyt hem Jacob Catz met groote on- 
kosten en accoort met den schout heeft verlost, alleen 
om de moeyelykheden , haet, lasteringen, die hy daer- 
om te Uijtrecht van de Jesuitsgesinden quam te lijden, 
te ontgaen. 

Heides wegens het decanaet van Delfiandt» 

jo AN GHBISTIAEN VAN ERCKEL , landdeken en pastoor tot 
Delft 9 heeft met A. Daemen geen commercie gehouden 
en segt toe, dat niet te sullen houden. 

Ook MATHIAS OOSTERLING. 

Ook IGNATIUS VAN HEYNINGEN en THIMOTEÜS ETTEMA, 

beyde onderpastoors tot Delft. 
Ook LAÜRENTIÜ8 REMME, pastoor tot Delfshaven. 

Ook WILLEM FREDER. VAN DALENOORT , pastoor in '« Grü' 

venhage, en sijn onderpastoor theodorus van der 
KROON ; mede jo annes blok , pastoor te Eyckendmjnen. 
ALARD TITSING, pastoor in *s Gravenhage, segt mede, 
geen commercie met A. Damen gehad te hebben en dat 
de bevelen van HEdGrMog^ sal gehoorsamen. 
Insgelyken nicolaus oüdtshoorn, pastoor te Nootdorp, 
dat met A. Damen geen kennis heeft ; gevraegt sijnde 
of hij de bevelen, die van A. Damen souden mogen 
komen, sal aennemen ende verkondigen, antwoordde 
eerst, waerom niet? maer noch naerder onder vraeght 
synde, antwoordde flauwelyk: neen, neen. 



381 

HtTGO VAN HOOFT, pastoor tot Moesland^ heeft met 
A. Dameii tot nog toe geen commercie gehadt, en ge- 
vraegt synde wegens het toekomende , antwoordde hij : 
dat dan alle omstandigheden soude moeten overwegen. 
Alle de bovengemelde sijn van oude en behoorlyke 

sendinge voorsien. 

Nae de doodt van gerabdus potkamp, voorgevallen den 
16 December 1705, sijn ingekomen. 

Tot Delft y COBNELIÜS YROOM, Minderbroeder; wegens 
sijne sendinge seyde hy: dat over vele jaren gestaan 
had tot Amsterdam y met een sendinge van Joannes 
Neercassel, bisschop van Castorie, dogh dat nu sijn 
sendinge heeft onmiddelyk van den Paus. 

Omtrent de toesegginge van A. Damen niet te herken^ 
nen, antwoordde hij^: dat hy nu van magt voorsien 
sijnde , A. Damen niet van nooden had ; gevraagt synde, 
wat doen sal , ingeval van bevelen en patenten , die er 
in toekomende souden mogen gesonden worden, ant- 
woordde hij, dat dan alle omstandigheden sou moeten 
overwegen en sien , ofter ook het gesagh van den Paus 
niet mede vermengt sou mógen sijn, aen wien alle 
Catholycken moeten gehoorsamen. 

Pater stephanüS van lüijk. Minderbroeder en mede- 
helper van cornelius i>e vroom tot Delft ^ heeft sijne 
sendinge, soohy voorgeeft van syn provinciael, ge- 
naemt van dtoke; die aen hem macht sou gegeven 
hebben, om alhier bedieninge te doen, de consensu 
Dominorum, quorum interest ; ge vraegt synde , wie door 
de Heeren, quorum interest te verstaen sijn, antwoordde 
hij, dat hij sulcks aen syn provinciael bevolen laet en 
het niet te diep ondersoekt. Rakende het toeseggen van 
A. Damen niet te herkennen, hielt sigh aen het soo 
even gemelde antwoort van Cornelius de Vroom, die 
syn overste is en daer pok tegenwoordig was. 



882 

PETRUS YAN HEESSEL, ook Minderbroeder 9 is gekomen 
tot Schipluij, Op het stuck van sendinge en toesegginge 
van A. Damen niet te herkennen,. is't met hem even 
alsoo gelegen als met Steph. van Luijk. 
Staöt te noteeren dat deese vrienden , door Dominorum 

quorum , interest voorseekert geen andere verstaen als : 

A. Damen, of den Nuntius, of den Paus self. 

In Poeldyckis gekomen joannes y« bijlevelt; hy be- 
roept sigh op eene oude sendinge, gekomen van den 
aertsbisschop van Sebasten en ook dat met goetvinden 
van J, C. van Erckel naer de Poeldyck is gegaen. Maer 
gemerkt hy daerop het regt van pastoor met geen de 
minste schijn kan fondeeren ende nogtans sigh als 
pastoor draegt en daervoor uytgeeft, gevraegt sijnde 
van waer hy dat recht verkregen heeft, antwoordde 
hy, dat sijne sendinge aen den Staet vertoont had, die 
daerin genoegen genomen en goeige vonden had, dat 
hy als pastoor naer den Poeldyck soude vertrecken. 
Ende wat belangt het toeseggen dat met A. Damen 
geen commercie sal hebben, was sijn antwoort: sigh 
te sullen draegen als een eerlijk onderdaen. 

STLVESTEB COEBECHT [corrège] tot Pynakker , isser ge- 
komen met goetvinden van^ Hugo van Heussen; segt 
ook toe met A. Damen geen commercie te houden. 

Nog is tot Pynakker [te Eethei?] gekomen theodorus 
VAN DER BROECK, sonder sending; hy beroept sigh 
daerop, dat hij J. C* van Erkel eens heeft wesen 
spreeken ; hij heeft toegesey t A.* Damen ' ) 

PETRUS MODDÉ, tot Bystoyk , heeft goede sendinge en 
toegeseijt A. Damen niet te herkennen. 



1) N.B. Hic addi'xit qaod lil™. Damen non agnoscet ; sed copiam exsori* 
bendo prae nimia festinatioDO , verosimilias ultima verba praetermisi , qoae 
tarnen none addere non aasas» relinqoo, altiori jadicio. 






383 

Even al eens is het gelegen met joannes van elsek 
in den BrieL 

N. .. DELBORG, onder-pastoor bij alardus titsing in 
'« Gravenhage^ segt dat hij bemagtight is door alabbus 
TrrsiNG, en dat hij de bevelen van HEdGrMog®. sal 
gehoorsamen. 

Pater GEOBGE,Carmeliéter- monnik in de Fransche kerk 
in U Gravenhage i beeft oude en goede sending, heeft 
met A. Damen geen commercie gehadt en sal oök geen 
Vicarius, tenzy by HaerEdGrMog*. geadmitteert werde , 
erkennen. 

Pater anselmus, ook Carmelieter* monnik in deselve 
Fransche kerk, heeft oude en goede sendinge en sal 
A. Damen niet erkennen. 

In de Spaensche capel [te ^sHagé] lodewtck van deb 
BEECK, Jesuit, heeft oude en goede sendinge, heeft 
geantwoort ') met A. Damen geen commercie gehouden 
te hebben en sal gehoorsamen aen de bevelen van 
HEdGrMog«\ 

I>ANIEL BOS, Carmeliet, heeft oude sendinge en sal we- 
gens het erkennen van A. Damen sigh voegen naer de 



1) «Cam ad aares iDfrascripti pervenerit per Hollandiam et alibi spargi, 
scriptam aliquod sea responsam meum qao in caasa 111°'' D' Adami Damen, 
Vicarii apostolici ant 111'°^ Domini Bussi Nantii apostolici testatus fuissem 
Bive in praesentia D' Erckelii praeteusi archipre^byteri Delflandiae sive al- 
terins cnjascamqae ad id commissionem habentis a Do van Hu^jssen prae- 
tenso Vicario HoUandiae, qnod obediebtiam praestare vellem mandatis Prae- 
potentiam Ordinam HoUandiae atqne adeo non agnoscere me in illis spiri- 
tnalem jarisdictionem ipsis a Sede apostolica concessam, hisce in 0de sacerdotis 
declaro: praedictam scriptum sea responsam. prorsas esse falsum et injariosum 
nee aliqoid ejusmodi contra potestatem ac legitimam anctoritatcm praedicto- 
ram Illmorum Dominoram Adami Damen et Illmi D^ Nuntii apostolici a 
me foisse dictam vel assertom, paratos omni tempore [ubi opus faerit] 
hanc meam declarationem jaramento soiemni confirmare. Ita testor Bmxellis 
14 July 1710. 

Ladovicns van der Beke, Soc. Jesa, sacellanos major 
oratorii Hispanici, Hagae Comitis. 



384 

ordres van HEdGrMog®. ; gemerckt seijde hy die saecke 
de Religie niet en raeckt. 

K.... AUGiEBS, heeft mede oude sendinge; wegens het niet 
erkennen van A. Damen, seijde hy^ dat van syn am- 
bassadeur dependeerde 9 [en?] sou moeten soodoen^ als 
die ambassadeur soude goetvinden. Hy verscheen by 
mij als met eenigh achterdenken op den 11 February^ 
omdat de Heer Smiselingh daeghs te voren het had doen 
verbieden, hetwelk sou geschied sijn ter oorsake van 
den Heer N... Vacant, mede capellaen van de Spaensche 
capel , die bij my ontboden synde en sigh wegens syne 
sendinge verlegen vindende — want hy nae de dood 
van Potkamp maer in 't landt gecomen is — syn toe- 
vlught tot den gemelden Heer Smiselingh heeft ge- 
nomen. N... Vacant heeft naderhand laten weten ^ dat 
hij by J. C. van Erckel soude komen om syne schul- 
dige gehoor^aemheijd te komen afleggen. 

N... TEBMAABSEN, Dominicaner monnik, heeft oude sen- 
dinge* Op 't stuk van A. Damen niet te erkennen en 
sigh deswegen te verklaren , seyde syn Eerwaerde : dat 
alle Catholyken om saligh te werden , den Paus moeten 
gehoorsamen ende dat sigh ten aensien van HEdGrMog*. 
als een goet onderdaen soude gedraegen. 

Relaea wegene het decanaet van Rijnlandt 

Onder het district van Rynlandt daer hugo gael land- 
deken is , soo hebben behalven den reets gemelden Heer 
NicOLAtrSDE beedeb'), tot Voorburgh, theodobusdb 
GBAEF, tot Soetermeer, theodorus yebhoogh, tot 
Leyden, n... van dort, op de OudC'Aaf joannes 
DB WIT in Roelof -aertjensveen f het placaat van HEd 
GrMog' van 26 April 1709 ende de bevelen van de 

1) Ik vind hem nergens vermeld, dan alhier. 



385 

EdMog®. commissarissen van 21 Nov. desselven jaers 
tot qns komende al tydigh aengenomen» 

MAKTINÜS V. CROM8TREIJEN, door hulp van VAN HEUS- 

. SEN, aen den Leydschendam , den 10 January dezes 
jaers geconvenieert en gevraegt synde naer syne sen^ 
dingé , antwoordde : dat hy door den Keulschen Nuntius 
PiAZZA voor 3 of 4 jaeren was gèsonden naer de Wie- 
ringcy dogh dat bij het vertrecken van syn oom P^ 

COBNELIÜ8 VAN CBOMSTREIJEN, Jesuit, Op deSSelfs 

goet vinden ende met approbatie van deri baljuw dier 
plaets was gekomen ende gebleven. Op het bevel der 
EdMogende commissarissen van den Staet, wegens 
den kanonnik A. Damen niet te sullen erkennen, heeft 
hy geswegeu. ^ 

In gevolge heeft hüqo van heüssen de Paters jo. bapt. 
PARDOU en de P'. cornelius balthasar, beijde Predik- 
heeren, also ook P. cornelius van bortele en 
ALQYSius OVERBEEK, beijde Franciscaner monnicken 
binnen Leyden^, den 16 deses tot hem beroepen door 
een brief van desen inhout : 

Seer Eerw. Paters. — Alsoo wij ÜEerw; iets gewig- 
tighs uyt name ende last van de EdMog^ commissa- 
rissen der EdGrMog*. Staten van Holland ons den 15 
Nov. 1709 ende iteratelijk den 21 Nov. 11. aengegeven, 
voor te dragen hebben , soo is 't ernstigh versoek , dat 
üwEerw. sigh morgen, sijnde vrydagh den 17 deses, 
vóór den middagh, wat ure het haer het best gelegen 
mach komen, aen mijn huijs op de Hoy gracht, gelieven 
te vervoegen om hier, volgens gegeven last, rapport van 
te doen, Waerop mij verlatende blyve 

Seer EerW. PP. 

UEerw. seer goetwilHge dienaer 

Leyden, 16 Jan. 1710. Hügo van Heüssen, Vic. 

Bedragen Gesch. Biod v. Haarlem. X* Doel. 25 



386 

• 

Desen brief werd bestelt door Floris van der Plas aen 
'thuijs der Minderbroeders, wiert tot antwoort gegeven,*. 
dat P'. Cornelius van Bortel van huijs was. 

P^ Pardou schreef den eygen avont ten half tien dit 
kort brief ken : 

Mynheer. — Myn onpasselykheid heeft my dese week 
niet toegelaten om uyttegaen, derhalve versoek ik ÜE, 
dat UE. mij gelieft toe te senden een copije van den be- 
velbrief van de HoogMog*, Heeren Staten. 

Seer Eerw. Heer 

UE**, seer goetwillige dienaer, 

Leyden, 16 Jan. 1710, F'. Jo. Bapt. Pardou. 

Hugo van Heussen antwoordde des morgens ten 8 ure 
deser wijse : 

Seer Eerw, Pater, — Het bevel der EdelMog^. Hee- 
ren commissarissen is een mondelingh bevel , genoechsaem 
ruchtbaer en bekent , en soo UEerw. niet konde niytgaen, 
voorgevende onpasselykheyt UEerw*. mede-pater Gornelis 
Balthasar kan ter gemelder tydt en plaetse komen,, alsoo 
den inhoudt van mijnen voorgaenden brief aen alle beyde 
Paters hoorde, gelyk UE. lesende sult bevinden; hierop 
mij dan andermael verlaetende blyve, Seer Eerw. P*. 

UE*. goetwillige dienaer 

Leijden, 17 Jan, 1710. HuGO van Heussen, Vic. 



Edogh soo der alsnoch niemant quam, vaerdigde H'. 
HUGO VAN HEUSSEN dien eygen dagh een brief van ge- 
lyken inhout, als de eerste aen de verdere priesters der 
stad Leyden i by name: p'. alotsius de cocq, Carme- 
liet , p^ ANOE , Fransche Carmeliet , en lambebtus van 
RIJN, werelts-priester. 



387 

p\ ALOTSius DE COCQ quam de eerste en nam het be- 
vel der EJdMog*. wegens den canonnik A. Damen vol- 
mondigh aen , brengende selfs ten voorbeelt by het 
geschil met de republiek van Venetiën ende het Room- 
sche Hof onder Paus Paulus V, 

f^. ANGE seijde sigh aen het bewuste placaat en bevel 
naer uyterlyke bestieringe te sullen gedragen. 

p'. CORNELis BALTHASAB in sijn en sijn confraters naam , 
wien hij seyde swaer verkout te syn, betuygde geen 
expres bevel van den Paus of haeren [hunnen] prae- 
fectus te hebben, van den canonnik Damen als Vica- 
rius te moeteii erkennen. En soo ik verder drong voor 
het toekomende seyde hij niet te vertrouwen dat hunne 
oversten hun dit soodanigh erkennen souden opleggen. 

Op diergelyke wyse antwoordden p'. gobnelius vAn 
BOBTEL ende aloysius oyebbeee, die des naemiddaghs 
mede quamen. Meer kon ik van die vier Paters niet 
verkrygen. 

Alle dese geordenden sijn hier ter stede vóór het be- 
roemd placaat van den 17 Aug. 1702 binnengekomen, 

LiAMBEBT van bun 9 zedert hier gekomen seyde : dat een 
oude en generale, sendinge hebbende van den aerts- 
bisschop van Sebasten , met genoegen en goetkeuringe 
van de Cleresie, in de pastory van Leijden was ge- 
komen. Verklaerde voorts i sigh noijt in correspondentie 
met den canonnik Damen te hebben ingelaeten en segt 
aen het placaet ende de bevelen syndèr wereltlyke 
overheden te willen gedraegen. 

De volgende Buy ten -priesters, door gelijken brief als den 
vorigen, aen het huijs van hugo gael, haer landt- 
deken in Roelevaertjensveen , den 18*" deses beroepen 
en den 20^ aldaer gekomen sijnde, soo antwoordden: 
COBNELis HUIJSMAN tot Rynsaterwoude etc, budol- 
PHUS VAN BEEST tot Langeraer y oacobüs cos tot Noor-^ 



388 

den onder Nieukoop, fbedebik van v/iviaax, sijn 
noothulp ende andbeas jansen tot Aerlanderveen : 
dat sij het placcaat van HEd6rMog«"« van 26 April 
1709 aennamen^ 

GOBNELis HUIJSMAN toonde^ dat sijne vorige aendinge 
tegens bet beroemde placaat, waerom hydoor de EdMog*. 
commissarissen gesnspendeert was geworden , door 
het Capittel van Utrecht en desselfs Vicarissen » en 
laetstelyk ook nog door oebabd potcamf was be- 
vestigt. 

ANDBEAS JANSEN 5 ecbter, te Aerlanderveen en sedert het 
placaat van 't jaar 1705 ingekomen , naer syne sendinge * 
gevraegt synde , antwoordde : een oude sendinge van 
den bisschop van Sebasthen te hebben gehadt^ door de 
gemeijnte met bewillinge van den -UoogEdgeb. H'« 
VAN DUTVENVOOBDEN , by syn leven dykgrave, te 
syn aengenomen en sigh aen gebabd fotcamps ver- 
bly fplaets te hebben geadresseert tot confirmatie , dogh 
bevende 5 dat hij was overleden. 

FBEDEBICU8 VAN WINDEN, tot noothulp vau JAC. COS 5 

en zedert een wijl tyds blind synde , door uytheemsche 
sendinge gesonden, versocht wel admissie, maer geen 
sendinge der inlantse geestelykheijt. 
ALABDUS HOFLANT85 tot Homade, antwoort was in sub» 
stantie: dat gelyk hij priester werdende gewijt, beloofil 
had den Paus in sijne bevelen te gehoorsamen, den 
canonnik A. Damen, door den Paus aengestelt tot 
Vicarius , als soodanigh innerlijk moet erkennen ; dogh 
dat van de andere sijde als een getrouwe onderdaen 
syne wereltlyke Overheijt moetende gehoorsaemen, den- 
selveD A. Damen, volgens desselfs bevelen niet aen- 
nemen, noch aenhangen soude; waerop ik SEd^« re- 
pliceerde, wat men in geval doen soude, soo men 
onderdaen was van Vrankrgk of van de republiek 



389 

Venetiën en dat het Roomsche Hof een kerkvoogd 
despoticè quaem aen te stellen. 

ANTONiüS WENCOM, iot Scvenhoven ^ verschoonde syn af- 
blijven wegens besondere kerkelyke besigheden; ende 
VAN DER MEULEN9 tot Nieukoopi wegens sijn ver- 
moeidheid over het reijsen van de voorgaende week. 

FL.ORENTIUS BEAüMONT, tot Stompwijk ^ tegen den 22*»» 
bescheijden^ toonde dat niet alleen een oude besendinge 
van den bisschop van Sebasten had^ maer dat hy tot 
Stompwyk was aengestelt door sendinge en bewillinge 
van GEKARD POTCAMP , zaliger gedachtenis; verklaerde 
wijders 5 soo nijt sijne als in sijns nabuers^ gerrit 
PELTS name, dat hij sigh sal gedraegen aen de pla- 
caten van HEdGrMog*. en bij naeme aen dat van den 
26*" der maent April voorleden, 

N... DE ROTTE, tegens denselven tydt bescheyden, quam 
anderhalf uere later, voorwendende aen mijn huysgenoo- 
ten, dat h\j twee krancken had moeten gaen besoeken. 

Den 8*" Febr. quam tot mij Heer petrus dobbësse [pa- 
stoor tot Wassenaar met bewillinge der Cleresie] , ver- 
klarende' sigh ten volle te gedragen aen het gemelde 
placaat van HEdGrMog^. in de saeken van den canon- 
nik A. Damen, en te houden aen de bevelen van het 
Capittel. 

Pater perdinandüS du qüavré. Minderbroeder tot Gor- 
com , door den pastoor dier stadt van my;ientwegen den 
16*" Jan. geconvenieert synde, gkf tot antwoord: dat 
hy Mynheer van heussen niet en kende en daernaer 
noch wat beleefder: dat hy de eer niet en hadt van 
Mynheer van heussen te kennen ; echter den 17*" naer- 
der hoerende uyt dien pastoor, dat dien voorstel ge- 
schiedde door ordre van den Staet , seyde den pastoor : 
dat hy sijn Overste daerover soude schryven. Maer 
den 28*" daerna volgende , sond de voorseyde Pater 



390 

DU QUAVBÉ aen hügo van euscssen een brief^ te 
samen met een notariael instrument van 'tjaer 1706, 
binnen Amsterdam gepasseert, meldende: dat hy door 
mondelyke admissie van gebbit potcamp zaliger, by 
syn leven was aengenomen. 

Relaes van het decanaet van Schielandty waeraf Petrus 
van Cuyk landtdeken is. 

JAOOBUS [timmebs?], te Rotterdarh. 
JOANNES VAN DEN BEBCH, te Rotterdam. 
WILLIBB0BDU8 WEYTMAN8, te Rotterdam, 
J0ANNE8 TIBBEL, te Schiedam. 
JOANNES PBUYM, te Dordrecht., 
iGNATiüS WALVIS, ter Goude. • 

HILLIBBANDUS VAN DEB WIELE, ter Goude, 
8EBA8TIAEN VEBWBL, ter Goude. 
WILHELMUS WANNAEBT, ter Goudt. 

HBNBICUS LANSIN6H, te Schoonhoven. 

JOAN CHBT80STH0MUS VYFHÜTSEN, tot Oudewoter. 

BEIJNIEB VI8SGHEB, te Moordrecht. 
JACOBUS VAN BEUT, te Roemhurgh. 
JUSTUS VAN 8GHAJJK, te Kralingen. 
QYSBEBTUS VAN viANEN, in den Bergschenhoek. 

A\\\ dese voornoemde , hebbende hunne smidinge van 
de vorige Vicarissen » hebben belooft volgens de <»dre der 
BdGrMog** geene oorrespondentie met den H'. A. Damen 
te sullen houdeiu 
PBTRUS TIBOS» te DonirtcAl» heeft geantwoort: ick sal 

mr Mlven soodanigh dragen , dat idi aen HEdGrMog^ 

noqt e«ti]g)i nosno^en sal geven. 
N... SUCUTCBMAJCS, tot DordrsdU, hedt van gdjken 

geMilvoQit* 



.891 

OTSBEBTüS VAN SPITHOVEN, te Kabau, heeft geantwoord: 
ik onderwerp mij ae» den eisch van de EldGrMog* 
Heeren , van Heer Damen niet te erkennen , noch eenige 
correspondentie met hem te houden, mits sulks van 
den Paus wort goedgevonden aen wien ik in het geeste- 
]yk ro\j onderdanigh toonen moet. 

Pater van vechelen , Minderbroeder te Rotterdam^ nae 
de dood van H'. potcamp ingekomen, van mij door 
m jn dienstmaegt aen syn huys versocht synde , my ge- 
legentheijt te willen geven van hem wegens dese saeck 
te komen spreken, heeft laten antwoorden, dat hy be- 
let was. Twee dagen daernae noch . eens daertoe ver- 
socht synde , mij gelegentheijt te willen geven van hem 
wegens dese saecke te komen spreken , heeft laten ant- 
woorden, dat hij belet was; twaélf dagen daernae noch 
eens daertoe versocht sijnde , heeft geantwoort , dat ick 
hem schriftelyck de saeck soude voorstellen, dat hij 
dan soude antwoorden. 

P'. PETRUS WELLENS, Predikheer te Rotterdam , van my 
door myn dienstmaagt versocht synde ten mynen huysen 
te komen , daer ick hem wegens eene gewigtige saeck 
uyt ordre van HEdGrMog^ soude spreeken heeft 
geantwoort: dat ick aen syn huys mocht komen, als 
de dienstmaagt daerover seyde, dat ick op dien tydt 
eenige andere Heeren aen mijn huijs wegens deselve 
saeck bescheiden hadt, dewelcke ick daer moest op- 
wachten, en voorts niet veel tydt meer bverigh was, 
bleef hij bij syn vorig antwoort. 

P^ ANDBEAS MELIJN , Predikheer te Schiedam , te samen 
met sijn socius, die nae de doot van Heer potcamp 
is ingekomen door een brief van mij versocht sijnde, 
om mij uyt ordre als voren te komen spreeken, heeft 
geantwoort: ick ben altijt bereijt om de bevelen van 
onsp genadige Overheden te gehoorsamen;. maer ick 



/. 



398. 

versoek dat UEerw, mij gelieve een copij van de be- 
lastinge toe te senden. 

P. NICOLAÜS SCHOÖNHAÜWEN , Minderbroeder ter Goude, 
te samen met sijn socius » die nae de dood, van Heer 
POTCAMP is ingekomen, door een' brief van mij ver- 
socht synde, om op Woensdagh den 22 Jan. omtrent 
elf nren aen het huys van den Heer walvis te komen 
[terselver ure had ick daer verscheijde andere priesters 
wegens deselve saeck bescheijden, dewelcke daer oock 
gesproken heb] daer ick hem volgens ordre als voren 
soude spreeken, heeft mijnen brief, door een bekent 
persoon uyt mynen naem aen hem gegeven, niet wil- 
len aennemen , maer geantwoort : wilt Heer VAN CüYK 
schrijven, dat hy self schrijve of spreeke. 

Ter Goude sijnde, heb ick omtrent deselve ure noch aen 
sijn huijs geweest,^ om hem deswegens te spreeken; 
maer kreeg voor atitwoort : datter geen Paters te huijs 
waren. 

P^ JAjï DE RUYTER, Minderbroeder te Oudewater^ nae 
de dood van Heer potcaMp ingekomen door een brief 
als voren van nay versocht sijnde ter Gourfe terselver 
plaatse en ure te komen , heeft mynen brief ontvangen 
en is niet gekomen. 

GERARDUS DE BOY , Minderbroeder te Ilaestrecht , nae de 
dood van Heer potcamp ingekomen , van gelyken ver- 
socht sijnde, is mede niet gekomen. 

Naer dese tWee Paters vraegde ick ook aen het huijs van 
P. NIC. VAN SCHOÖNHAÜWEN; doch wiert geseijt, dat 
sy daer niet waren. 

JOANNES PETRUS VAN DE VELDE, aeu de Goud-kade, 
heeft geantwoort: ick kan verklaren noijt sendinge ge- 
sien te hebben ofte van den Heer Damen ofte van den 
Nuntius ; ende wat aengaet geen gemeenschap te hou- 
den met die voornoemde Heeren, dat is genoegsaem 



393 

* 

verboden door de placaten van de EldGrMoge, Hee- 
ren Staten; soodat wij daer geen' gemeenschap mede 
mogen houden , aengesien wij tegen onse hooge Over- 
heden niet mogen resisteeren. 

Infr actiën van het bisdom van Haerlem^ waeraf Marti' 
nu8 de Swaen, priester te Haerlemy provicatius is, 
ende om dat ampt te oefenen 9 van HEdGrMog^. ge- 
dooginge ontvangen heeft. 

Te Amsterdam is in de Statie der Minderbroeders , ge- 
naempt het Boomtje, een Minderbroeder , genaemt ver- 
hel , gekomen van buyten de Provincie en heeft nimmeft* 
gedoogde sendinge gehad t. 

Nog te Amsterdam in de andere Statie der Minder- 
broeders 5 genaemt de Breestraet [Mo^es en Aaron], een 
Minderbroeder, genaemt joaknes heukelman, op deselve 
wyse tegens de twee artikelen der placaten en nog een 
derde Minderbroeder, die socius communis is , op deselve 
wyse. 

Nog te Amsterdam een Augustijner monnik , genaemt 
MONNIXHOVEN, vóór de placaten geapprobeerd van den 
bisschop van Sebasten, maer voor eenige maenden; is 
mede tegen de beijde artikelen der beroemde placaten. 
Hy is medehelper van den Augustyner- monnik debboüt, 
in de Spinhuijssteeg ; is echter vóór het laetste 'placaat 
ingekomen. 

NICOLAU8 DE JONGE is sonder een gedoogde sendinge 
eenige jaren als pastoor geweest te Werfershoeve in Noort- 
Hollant , is sonder wettige sendinge , nae het laetste pla- 
caat van 22 April 1709, te Monnikendam d\s pastoor 
ingekomen. 

Te Werfershoeve is gesuccedeert een Kruysbroeder, ge- 
naemt KBAMEB, tegen beyde artikelen der placaten, te 



394 

weten, komende van buyten de Provincie, en sonder be* 
hoorlyke sendioge, én dat in een pastorij , toebehooreude 
aen de Cleresie. 

Te Nubixwoude is knifpenbubgh ; heeft nimmer ge- 
doogde seudinge gebadt; is nae het laetste placaat ge- 
komen. 

Te Alkmaer suebhutsë, die door sendinge van Sebasten 
stond te Deventer; is aldaer te Alkmaer nae het laetste 
placaat sonder wettige sendinge gekomen. 

Te Heilo is tegen de placaten door een ongedoogde 
sendinge gekomen N... heynen, te t/ï^pe boomenburg ^ 
te Schagen a. lansing, in Swaeg BEBN. BEU8EKOM, 
te Lis DE LEEUW, te Wieringe petrus de buijteb^ te 
Obdam J0ANNE8 venboij, in de Beemater bogeduuts, 
te Woggenom N... jansen, te Caatricum 1¥ilhel.mu8 
cavellieb, te Berkenrode philippüS oavellieb, te 
Blokkert N... hanssen, Kruysbroeder monnik, een pa- 
story, toebehoorende aen de Cleresip. 

Te Alkmaer is tegen beijde artikelen der placaten mede 
een Minderbroeder en een Preekheer ingekomen. 

Alle dese laetstgemelde [van heynen af?] zijn vóór 
het laetste placaet gekomen. 



395 



R. K. PASTOORS EN ANDERE PAROCHIEPRIESTERS, OP 

BIJGEVOEGD TIJDSTIP AANWEZIG IN HET TEGEN- 

I 

WOORDIG BISDOM VAN HAARLEM. 
• (Vervolg van Deel IV, blz. 380.) 



SUPPLEMENT A. 

Aalsmeer. 
A** 1366-44. Jacobus, curatus , dezelfde die vroeger is vermeld 
voor 1342; \ Orig. van Egm. 

Aartsbergen. 
// 1566. Arent Pijn, pastoor. Sent. fol. 364. 

Akersloot. 
# 1568, 1 April. Henricus Keirieri, past. sedert 5 jar.; alles 
gaat hier wel. , Eer. enz. *) 

Alkmaar. 
ff 1296. Wybo Nicolaesz, van der Zandt, past. 

Cart. S^ Catharinae. fol. 63. 

// 1325. Wernerdus curatus. Inv. van 't Arch. van Alkmaar, bl. 3. 

// 1464, 24 Mei. H'. Jan van Sciedam, in den geestelicken 

rechten doctor, canoniek tot Sinte Johans Tutrecht 

ende cureijt der pafochikerke van Alcmaar. 

Bijdr. v. Haarl. X, p. 180. 

// 1464, 24 Mei. Albertus Theodori, priester te Alkmaar, hij 

was ook notaris. Bijdr. v. Haarl. X, p. 180. 

// 1567/8. Jan Jacobsz., priester en capellaen. flg getuigt teger\ 

de fugitiven. Ber. enz. 

// // H'. Anthonis Quintijn, priester. Ibid. 

// // M'. Pieter van Meerhoudt, rector der groote school. 

Hij getuigt tegen Brederode, die op 1/2 Sept. 1566 

te Alkmaar was. Ibid, 

1) Deze aanduiding doelt op 3 Deelen [28 , 29 en 33] in folio van den 
Raad van Beroerten , door den Hertog yan Alba ingesteld , loopende over 
de jaren 1566-69, en in het Belg. Rijks-Arch. berustend, 



396 

Ap 1570. M'. Eylaert Dircxz. van Waterlant, pastoor.' 

ye Mem. van Ernst. fol. 234. 

Alphbn. 

ff 1436. Eöinerus Ludolphi, vice-curatus. 

Orig. der Grafelijkheid. 

Amstelveen. 

^^.1568. Heuricus Michaelis, pastoer sedert 3 jar. , oad 31 jar. 

Ber. enz. 29. fol, 288. 

Amsterdam. 

ff 1414. Jacobus filius Symonis, curatus ecclesiae St^ Nicolai. 
ff 1497. Jacobus filius Jacobi Pillen , presbyter parochiaMs eccle- 
siae S'» Nicolai in oppido Amstel. 

Uit de Portefeuille van Vicarien der Groote kerk. 
ff 1559. Floris Engbertsz. , pastoer van de oude kerk. 

Ibid. fol. 335. 

Asperen. 

ff 1331. Jan van Akoijen, prochiepaep. 

Eegr. Voorn, A. B. fol. 22. 

ASSENDELPT. 

H 1568, 20 Maart. Joannes Henrici, vice-cureit, verklaart dat 
aldaar geen //quade humeuren" zijn geweest. Hg heeft 
hier gediend omtrent 8 jar. Ber. enz. 

« 

Baksingerhoen. ^ 

ff 1568. De past. N. N. heeft zijn priesterschap verloochend, 
hem begeven tot huwelycken staet en continuerende 
de predicatie van Calvijn [en voortvluchtig?] 

Ber. enz., of Studiën en Bijdragen op 't gebied 
der Historische Theologie etc. I, p.- 147. 

Berg-Ambaoht. 

ff 1570 [?] Jan Aertsz. van Uytrecht, pastoor. 

Ve Mem. van Ernst. fol. 286. 

Bergen. 

ff 1231. Bartholomeus , sacerdos, dezelfde reeds vermeld voor 

1226. ^ Oorkb. .N<» 326, 377. 

ff 1568. H^ Simon Bartholomaei , pastoor. Ber. enz. 



397 

A9 1568. Adriaan Meinardi, kapellaan tot Bergen, oud 48 jaren. 

Ber. enz. 

Bebkel. 

fÊ 1667/8. Micliiel van Eignde, pastoor. Ber. enz. 

/f 1567/8. Sijmon Bartholomei , pastoor. Alhier zijn geen nieu- 
wigheden. Ber. enz. 

ƒ/ 1567/8. Adriaen Menardi, capellaen; hij verklaart tegen Son- 

nenbergh. * Ber. enz. 

Beverwijk. 
n 1377. Ghysbertus, vice-curatus. 

Bijdr. v. Haarl. X, p. 177. N« 26. 
1/ 1421. Walter Uylerwyc, waarvan vroeger op 1419 , was nog 

hier.A« 1421. 
H 1442, 13 Junij. H'. Simon Erixz., priester ende. vice-cureijt 
van Beverwijc. Bijdr. v. Haarl. X, p. .317. 

ff 1490 [?] H'. Jacob Claeszoon , cureijt. 

Carlul. van S. Catb. of S. Jan. fol. 128. 
// 1568. H'. Cornelis van Scoten, in 1568 was hij oudpast. en 
70 jaren oud, creupel ende impotent. 

Cart. van St. Cath. fol. 19. Ber. enz. 

n 1568-74 [?] Thyman de Wouwer, vice-cureit, ook voorkomend 

als 8ymon Willemsz. van Wouw, pastoor, die in eerst- 

gen. jaar oud was 34 j. en sedert 8 j. vice-cureit. 

Cart. St. Cath. fol. 13, Stud. en Bijdr. 1 

en Ber. enz. 

// 1568. Cornelis Claesz. priester, tegenwoordig S9hoolm'. heeft 
alhier 20 jar. gewoond. Ber. enz. 

Boskoop. 
• // 1310. Bartholomeus Mom, cureit. Verbetering van de jaren 
1370-80, vroeger vócJr den naam van Mom gesteld. 

Orig. V. Egm. 
n 1458/9. Ja!h Henrijcxz. pastoor. Schotels Rynsb. bl. 215. 
// 1562.. Cornelis Gerritsen doet afstand en Lelis Pieterszoon 
door de buren verzocht als pastoor. 

Portef. van oud. pap. van Bijnsburg. 

Bbielle. 

if 1568. Adriaen Willemsz., pater van St. Catharina-convent en 
pastoor van de groote kerk. Uit zyue verklaringen en 



398 

die van Jan Pot en vAn Jan Cornelisz. Fabri, Ka- 
nunniken in den Brielle blijkt , dat de voormalige schout 
Evert Cornelisz. het i^principaele hooft , voorganger en 
toestoker geweest is van den beeldenbrekinge op maen- 
dach na Bartholomei 1566." Er werd tevens gezegd, 
dat een M'. Dirck Cock, schoolmeester te Brielle, 
/rwas geweest de principaélste auteur van de nieuwe 
religie en predicatie'V h^ zou zelfs het jrmisbouck van 
't Sint Katharipa-klooster verscheurd hebben." Meer 
dan 80 personen waren min of meer ^/schuldich aen 
beeldbreekinge." De rederijkers hadden gedronken ivuyt 
miskelck en verbrand fluele casuifels en stolen, het 
misbouck, St. Eochusbeeld etc." Geplunderd waren 
ook de kloosters van St. Catharina, van St. Clara, 
te Bugge enz. Ber. enz. 

Broek op Lamgendijk. 

A^ 1568. Jan Jansz., pastoor, oudt omtrent 60 jaren. Hij zegt 

dat alhier slechts weinig Menonieten zijn. 

Ber. enz. 28, bl. 26 v«. 

Bunschoten. ' 

n 1-35.7. Heer Servaes, pastoor; zie Nieuwveen. 
/f 1566, *17 Beo. H'. Lambert Willemsz., oudt 42 j. pastoir. 

Ber. enz. Deel 33, fol. 29 v«. 

Castrigum. 

7 1377. Domino Petfo curato ecclesiae parochialis in Castrikem. 

Bijdr. V. Haarl. V, 316. 

// 1567 [?] Jan Petri, pastoor van Castrioom, een sectaris en 
apostaat. Hg preekt op Meeresteyn. Ber. enz. 

ff 1568. Michiel van Eymsdyck, pastoor, sedert een halfjaar. 
Z\jne //prochianen hebben zich met de Menonieteu niet ' 
gemoeyd ; die van Brederode hebben het H. Sacrament 
gedestrueert. Hij had eertijds de cure van Twisk be- 
diend, 4 maanden." Ber. enz. 

Crommenie. 
ƒ/ 1403. Andreas Petri, presbyter et rector parochialis. 

Vidimus van Egmond. 
// 1668. H'. Gerardus Goroelii, oud 30 jar., sedert 6 jar. pas- 
toor. Hg telt wel 600 communicanten, allen goede 
Katholieken. Ber. enz. 



899 

Delft. 

A® 1363. Willem Nanning, priester, cureyt van een vierde ge- 
deelte der Groote kerck. 

Portef. van Vicariën van St® Cath. alt. te Leiden. 

// 1558, 17 Sept. M^ Martinus Dunkanus, geïnstalleerd als pas- 
toor der oude of St. Hippolytuskerk. Hij was hier nog 
op 29 Febr. 1568, op gen. dag toch getuigt hij te Delft 
tegen de ketters enz. Er waren destijds 37 tiitge- 
wekenen. Delftsche Courant, 11 Nov. 1877. Ber. enz. 

n 1560. M^ Jacob Roelofsz., pastoor der Groote kerk, wordt 
notaris. Heg', der Notarii ,21. 

7/ // M'. Aelbrecht Cornelisz. , pastoor der Nieuwe kerk , 
wordt notaris. Ibid., N. 23. 

fi 1568. Pauwels Cornelisz., past. van de Nieuwe kerk en pater 
van St..ürsulen aldaar , getuigt 'ook tegen de ketters, 
vooral met Dunkanus tegen H'. Aelbrecht, den ver- 
loopen past: van Scheveniilgen en den vorigen burge- 
meester van Delft en baljuw van Delfland Frans Duyst 
. van Voorhout. Ber. enz. 

Edam. 

// 1568. Meynardus Johannis, oud 53 j., pastoor alhier sedert 
21 j. Ber. enz. 29, 255 v». 

Eenigenburo. 

// 1568. Heer Laurens Claeszoon, pastoor geweest te Eenigen- 
burg, op Zeedyk, apostaat. Zie Hoorn. 

Ber. enz. en Stud. 1, 332 én 337. 

Egmond. 

// 1317-30. Getardus;' rector. ' Orig. v. Egm. 

// 1337. Gheryd, prochypape, obiit A^ 1337. Necrol. v. Egm. 

.ƒ/ 1346, 1356. Costinus curatus, obiit 1378. Ibid. 

// 1380-1415. Hughe Back er, priester, cureyt in laatstgem. jaar, 

begiftigt eene vicarie in de Hofkapel te 's Hage. Deze 

Hugo was in 1441 nog curatus. 

Orig. van Egm.; Cartul. der Éofk. fol. 71, 
// 1472. Jan Odzierszoon, vroeger cureijt der parochiekerk, 
schrift aan den abt van Egmond, dat hij als rector 
de opvolger is geweest van Giselbertus Meinardi. 

Orig. V, Egm. 



400 

« 

// 1567/8. Pieker Ossenweyer^ kapellaan van Egmond-Bionen , 
verklaart onder meer, dat de abdij van Egmond om- 
trent Mei 1566/7 is gepilleert. Ber. enz. 

« 

Egmond (Abdijdorp). 

n 1454. Arnold de Dorp, pastor ecclesiae parochialis. 

Orig. V. Egm. 

ËGMONB o/Z. 
A*» 1545. Willibroert [cureit?] gevangen op de Voerpoort. 

Crim. Sent. fo). 159 v«. 
H 1667/8. Jaspar Pietersz. , pastoor. Ber. enz. 

« 

Geervliet. 
// 1465. [Stylo cariae] Herman van Voskuijlen, pastoor. 

Orig. van Putten. 

GOMIAERSKABSPEL. 

ƒ/ 1312. Gerardus investitus. Cart. S. Cath. fol. 241 v». 

Graft. 
II 1492. Meinardus, vice-cureit. Orig. van 't Nedersticht. 

's Gravezande. 

n 1338. Arnoud, prochiepape. Cart. van 'sGi^v. foK 47. 

M 1437. Jan van der Haer, curatus. Ibid. fol. 14. 

Groedt. 
II 1567/8. H'. Cornelis Bartholomeusz. , pastoor, oudt 37 jar. 
sedert 9 jar. alhier. Allen z\jn hier goed Katholiek. 

Ber. enz. 

Grootenbroek. 

H 1517. Pieter Claesz. , priester van Gr. bespreekt iets aan de 
kerk. Sent. S. Hofs. N« 114. 

Grijsoort. [Nieuwe en Oude-Tonge]. 

// 1474. Jacob. Cornelisz., pastoir. 

Ex MS% Valor feudoram fol. 185. 

Haarlem. 

// 1567. Guericus de Hamblesius, praepositus en pastoor der 
kerken en districten van Haarlem. Op 14 Noy. 1566 
was de groote kerk nog gesloten. Ber. eny. 



401 



Haastrecht. 
A® 1306. Jacob Havic, prochiepape. 

Orig. van 'het Utr. Dom-Kapittel. 

's Hagb. 
II 1534. Huybrecht Byl, pastoer. Eekeningen fol. 15. 

Hardinxveld. 
// 1464. Adnaan van Wyck, pastoor. Grim. Sent. N® 103. 

Haringkarspel. 

// vóór 1557. Saskerdes, priester alhier, later van 1557 tot 1594 
professor te Koppenhagen. 

Ypeij Gesch. der Nederl. Herv. Kerk, 
Deel I , bl. 56 der aanteekeningen. 

Hazerswoude. 

II 1190. Floris Ariaensz., cureit. Cart. v. St. Jan. 

// 1588. Philips van Hogesteyn, prior van St. Jan te Haarlem 
en past. [reeds in 1567] wordt coadjutor en verlaat 
de pastor^ van Hazerswoude. Cart. ibid, f. 36. 

Heemskerk. 
II 1568. Heer Vranck Willemsz. , pastoor, sedert 3 jar. , oud 
29 jar. Ber. enz. 

Heenvliet. 
// 1568/9. De pastoor H'. Willibrandus [geb. te Schagen?] en 
de kapellaan H'.. Jan Lau wen te Heenvliet, beide met 
wereldsche mutsen op , en een rooden sluijer aan den 
hals. Zij hebben hun priesterschap verloochend. 

Ber. fol. 29. 
// 1568/9. H'. Adrian van Leeuwen, canoniek van Oostvoorn, 
aangesteld in plaats van H'. Willibraild. 

N.B. //In ['t eiland] Voorne en Putten zijn thans alle 
dorpen van goede pastoren voorzien, behalve in Symons- 
haven, alwaar de pastoor om zijn schandaleus leven 
is afgezet." Ber. enz. 

Heilo. 
. // 1568. H'. Eeijmer Severeijnszoon, vice-cureit, oud omtrent 
61 jar. Hij verklaart dat Heer of Broer Jan Campis 

Bijdragen Gescli. Bisd' v Haarlem Xe Deel. 26 



40a 

een religieus van Egmont , pastoor van Heilo is, voor 
wien hij de cure waarneemt wel 29 jar. Er zijn al- 
hier geen re'bellen. Ber. enz, 

Hbnsbroek. 
A^ 1568, Mei. Henrick Jansz. , past., oudt omtrent 60 j. en 
20 j. alhier. Ber. enz. 28. ï\ 32 v». 

H006KABSP£L. 

// 1517. H'. Simon Pietersz. , vroeger vermeld 1494-1514, was 
nog alhier. Grim. Sent. N*' 114. 

HOOGMABE. 

ff 1568, 24 Mei. H'. Dirck Heymansz. , pastoor. Ber. enz. 

Hoorn. 

ff 1469. M'. Pieter Milek, proost van West- Vriesland en pa- 
stoor alhier. Crim. Sent. N^ 150. 

// 1566. Eudolph Strackman, deken van W.-Vr. 

Ber. enz. en Stad. 

ff 1568. H'. Jan de Gruere, deken van W.-Vr. , oud omtrent 
57 j., van 2 Óct. 1566 te Hoorn. 

Op last van den raad van Beroerten had hij geïn- 
formeerd aangaande: Clemens Martensz., apostaat, 
Jan Cleijn, te voren cruysbroeder , den oud-pastoor 
van Eenigenburch met den koster, H'. Claeszoon, past. 
van St. Marten , de beide pastoren van Schagen en 
Barsiughom , van St. Pancras , van Nieuwe Nierop met 
den koster en vicaris aldaar, van Twisch en Sybe- 
carspel, //allé heur priesterschap verloochend hebbende 
en hen begeven tot huwelycken staet en continuerende . 
de predicatie van Calvin." 

Ber. enz. Zie ook Stud. en Bijdr. I, 147. 

ff 1568. H'. Dirck Cornelisz. van Amsterdam , omtrent 8 jar. 
als verus de cure van der parochiekerk bediend heb- 
bende. Stud. en Bijjdr. I, 149. 

Ilpbnbam. 

// 1567/8. H'. Jan Ysbrants Nichtevelt; .hij is afgevallen en 
houdt zich in den omtrek schuil , alwaar hg preekte » 
b. V. te Züiderwoude en werd kort hierna voortvluchtig. 

Ber. enz. 



403 

A® 1569. Qerardus Roijer, pastoor sedert 1^ j. 

Ber. enz. 29, 312 *v«. 
it 157- . Frans Jansz., rector. ^^ Mem. van Ernst, fol. 234 v® 

Koedijk. 

// 1567/8. Jan Prederiksx , pastoer, oudt omtrent 31 jar. , sedert 
6 jar. daer gevestigd. Stad. I , bl. 338. 

// 1568. H'. Jacob Willemsz. , capellaen . . . heeft aanvaerdt de 
secte van Calvinus. Ibid. 

7/ 1567/8. Jacob Willemsz., capellaen te Goedlok, heeft aan- 
vaerdt de secte van Calirinus. Ber. enz. 

Lambertsghaag. 

it 1357. Diederik van Alendorp benoemd in plaats van Jan van 
Avenion. E. L. 29, fol. 12. v». 

n 1420. Folker Victoris, presbyter Trajectensis , door den hertog 
benoemd in plaats van Hendrik van Cortersem, die 
afstand doet. Mem. B. L. fol. 29. 

Langendijk. 
// 1567/8. Romanus Ryckardüs, pastoor van Langendyck tot 
Sint Jans-kapel. Ber. enz. 

Laebn. 
u 1643. Keger Gerritsen, pastoor, wegens aanmatiging van ge- 
zag beboet. Grim. Sent. fol. 114 y^. 

Leiden. 
H 1373. Heinricus, prochiepaep. Portef van St. Pancras. 

H 1570. Aernt Diriczoon, commandeur en pastoor van- St. Pieter. 

V« Mem. van Ernst. fol. 232 v». 

Lier (de Lijere). 
// 1568. Huybrecht Adriaensz. van Delft, pastoor van de Lier. 

Hy getuigt tegen zijn voorganger, H'. Aerndt Dircksz. 

Vos en tegen de beeldbrekers aldaar. Ber. enz. 

u II Anthonis van der Houve , kapellaan alhier , getuigt bijna 

hetzelfde als de pastoor. Ber. enz. 

Limmem. 
// 1476 en 1479. H'. Jacob, pastoor. Orig. van Egm. 

Êt 1568. IJssebrant Paningsz. [?] past. Er zijn hier gfeen nieuwig- 
heden. Ber. enz. 



404 



Ll}TJEBROEK. 

A® 1517. Simon Diricks, waarover reeds vroeger, vras er nog. 

Crim. Sent. N» 114. 

n 1568. H'. IJsebrant, sedert 18 jar. past. alhier. Hij weet 

van geen 'nieuwigheden aldaar etc. Stud. I, bl. 327. 

Maarlanb [Brielle ?] . 

it 1331. Diederick Palmaert, prochiepape. 

, Orig. van Leeuwenhorst. 

St. JVIaarten. 

H 1568. H'. Claes, oud-pastoor, voortvluchtig etc. zie Hoorn. 
H^ heette Claes Scheelkens, van Wannenhuizen, die als 
apostaat die cure vérliet. Stud. en Bijdr. I , bl. 331. 

H 1568. Jan Geertsen, priester en prochiaan, sedert een jaar 
of meer vóór hem ^ was hier, een vierendeel jaars, een 
zeker altarist na de vlucht van Scheelkens. 

Ibid. I, bl. 331. 

MiDDELHARNIS. 

II 1543. M'. Hendrickvan derNadt, priester. Orig. v. Pulten. 

MiDDELIE. 

u 1568. Everardus Christiani, oudt 40 jar. sedert 10 jar. past. 
te Midlij. In 1566-67 was hij afwezig geweest. De 
kerk en beelden waren volgens zijne verklaring onge- 
schonden gebleven. 

Ber. enz. Zie ook Stud. en Bqdr. I, bl. 818. 

Monnikendam. 

K 1568. Wilhelmus Johannis [Beerserus?] past., oud 70 jaren. 

Ber. ent. 

Monster. 

u 1450. Dirck Andrieszoon, parochiepaep. Arch. v. Monster. 
tt 1493. A... A... van Dordrecht , door den abt van Middelburg 
voorgedragen tot cureit. (Zie hiervoren). 

Inv. van Zeeland, bl. 258-56. 

H 1504. J. A. de Goes tot cureit voorgedragen. 

Ibid. bl. 276-78. 

H 1514. Judocus als cureit bevestigd. Ibid. bl. 291. 



405 

A" 1569. Adrianus Anthouysz. van Audenaarden [Nemius of van 

den Bossche, De la Coupe, Lacopius], pastoor. In 1559 

en nog in 1561 was hij past. te Middelburg der St. 

Nicolaus-kerk. 

Arch. der abdij van Berne , van het dorp Mon- 
ster. — Godsdvr. 101 , bl. 23. 

// 1572 was hier pi^t. Adrianus Joannis Beeck. Den 30 Maart 
1548 te Middelburg in de abdij verkeerend, zegt hg, 
oud te wezen omtrent 20 j. ; in 1559 en nog in 1560 
komt hij voor als past. van S. Aechten op Walcheren. 
Slechts weinige maanden past. geweest zijnde van Mon- 
ster, werd hi^ met zijn kapellaan Jacobus Lacops door 
de watergeuzen weggevoerd naar Brielle en aldaar voor 
zijn geloof opgehangen den 9 Julij 1572. Pius IX 
canonizeerde den laatsten pastoor van Monster vóór de 
Eeformatie en zijn kapellaan den 29 Jun. 1867. 

Godsdvr. Deel 101, bl. 24. 

// 1572. Jacobus Lacops [Lacopius, de la Coupe, Nemius of 
van den Bossche] van Audenaarden geboren. 

Nadat hij als kanunnik van O.L.V. van Middelburg 
was afgevallen , doch spoedig met de Kerk verzoend 
eenigen tijd in de abdij van Marien waard bij Kuilen- 
burg had doorgebracht, werd hij kap. te Monster bij 
i^ijn broeder en was zulks nog bij dezes opvolger, toen 
hij ook door de watergeuzen werd weggevoerd enz. 

Zie de Godsdvr. 101, bl. 22. 

Naarden. 
it 1185. Henricus, persona, hij getuigt bij de o vergif te der kerk 
van Nardinghelant. Oorkb. I , N® 164. 

NiEDORP. [Nieuwe]. 
// 1560. Pieter Dircksz. , pastoor, wordt notaris. 

Reg'. van Notarii N» 20. 

// 1568. De -pastoor Pieter Dircksz. en de vicaris zijn voort- 

' vluchtig. De eerstgen. preekte te Koedijk , gelijk aldaar 

in die dagen deed de afvallige past. van Petten , Jan 

Jordaens. Ber. enz. 

NiEDORP [Oude]. 
n 1640. Clacs Claeszoon Vogelsanck, vice-cureit. 

Overdrachten der Rekenkamer, 



406 

Nieuwkoop. 
A*^ 1412, Gysbert, Braakman , priester en cureit. 

Rcg'. Privileg. fol. 100. 

Noordwij K. 

H 1215. He'nricus sacerdos de Nortike, 

Bijdr. van JfyhofF, 2« B«ek8 3, p. 186. 

NOORDWIJKERHOUT. 

// 1340. Symon de Marl, curatus, legateert aan Ëgmond. 

Neer. Egm. feb. Zie Huisz.-lev. van v. Wyn, 296. 

Nootdorp. 
n 1501. Pieter Dircksz., pastoor. 

Sent. van den Hoogen en Provinc. Baad. bl. 222. 

OüSTERWiJK (b^ Gorcum). 

it 1514. Te Oisterwyck zijn 88 communicanten, te Kekem [Ke- 

dichem] omtrent 90. 
n 1557 [vóór]. M'. Claes Ruysch, officiaal en pastoor. 

Geest. Kantoor, varia. 
// 1557. M'. Jan Vervoren^ priester en pastoor. Ibid. 

OOSTERBLOKKBR. 

n 1481. IJsbrant Darouli [?] , cureit. Crim. Sent. N® 64. 

Oosterwoud, 

n 1357. Floris Meijer, past., ruilt met Tuitjenhoorn. 

E. L. 29, 16. 

Oostvoorn. 

// 1559. Zegerus van der Braeken, geb. te Gheel, in 1561 oud 
45 jar., in 1559 alhier te O.-V. past. geworden. Hg 
was er nog 1568/9, en destijds tevens kapitel-deken. 

Bruss. Rijks- Arch., Ber. cdb. 

Oostsuizen. 

n 1568/9. Ysbrandus Jacobi, pastoor sedert 5 jar. , oudt 44 jar. 

Ber. 29, 301 ?•. 

Oost-Zanen. 

H 1568. Berthold Willemsz. , eerti|jds past. alhier, thans gevlucht 
naer Naerden in Gooijjlandt. Ber. ent. 



407 

Opdam. 
A» 1567/8. Michiel Petri, oudt omtrent 34 jar. Hij getuigt ten 
voordeele van Jonker Gysbrecht van Duvenvoorde. 

Ber. enz. 28, 33. 

OUDORP. 

ir 1314. Obiit Theodoricus dictus Oue , pbr. in Ouddorp. 

Neer. Egm. Mayo et Orig. v. Egm. 

OüDEWATBR. 

n 1543. Jacob Jacobsz. , pastoor en vicarius. 

Orig. in 'tArch. van Schoonhoven. 

Oube-Kabspel. 
// 1567. Jan Vermeyen, oudt omtrent 41 j. pastoor. Hij ver- 
klaart dat alhier slechts weinige Menonieteti zijn. 

Ber. enz. 28, 27. 

OVERSCHIE. 

// 1264. Fhilippus plebanuè de Veteri-Schiedamme, 

V. Mieris I, 388,. 

St. Pancras^. 
n 1567/8. De pastoor apostaat, zie Hoorn. 

Petten. 

// 1567. Jan Jordenssone of Jordaens van Scoorle, past.; bevel 
van het 'gouvernement aan den baljuw van Egmond 
om den past. van Petten af te zetten. Jordaens preekt 
op zijn geusch , verliet de parochie enz. Ber. enz. 

II 1567/8. H'. Wigger, een Fries en goed katholiek, opvolger 
van Jordaens, sterft kort daarna aan de pest. Ibid. 

// 1568. H'. Peck, nu ter tijdt vice-cureijt alhier. Ibid. 

II 1567/8 [?] Petrus Heyndrici Vaessen , past., oudt 50 j. Ibid. 

n 1567/8 [P] Jan Cornelisz. Speek, priester en cureit. Ibid. 

« 

• Pynakkbr. 

M 1568. Albertus van Lieven [Leuven?] past. De beelden waren 
alhier geborgen geweest, doch sinds weer terugge- 
bracht in de kerk. ' Ber. enz. 

Eansdorp en Holesloot. 
it 1567. Lambert Glerbrants Valckenaer, pastoor, gevlucht naar 
Ëmden; in 1566 had men alhier de beelden geborgen. 

Ber. enz. 



408 

A° 1568/9. Jan van Eoseudael, oudtöOjar. , sedert 1 jaar past. 
alhier. Ber. enz. 

Ehoon. 

K 1508. Willem Huyge, pa^oer, sticht eene vicarie te Portu- 
gael. Reg'. van Vicarien 1656, 184. 

ROKANJE. 

// 1375. Lam, parochiepape. Reken. Voorn, 1375. 

II 155 . H'. Lenaert Janszoon, proprietarius. 
n 155 . H'. Zegerus van der Braeken , vice-past. of mercenarius. 
II 155 . H', Philips, neef van H'. Lenaert, bekomt de cure 
door resignatie. 

RUGGB. 

// 1568/9. Johannes van Wechuijsen, pastoor, oudt omtrent 31 
jar. , eerst onlangs aangestelt. 

Ber. enz. 29, fol. 116. enz. 

Schagen. 

» 

// 1668/9. Zybrant Janszoon, waarover vroeger, is te 's Hage 
om ketterij verbrand. Sent. v.Alba; zie ook Hoorn. 

SCHEVENINGEN. 

II 1505. J. .. Jacobsz. benoemd. Inv. van Zeeland, bl. 278. 

// 1568. H'. Aelbrecht, eertijts pastoor en voorts hagepreker in 
en om Delft etc. Hij was een regulier kanunnik van 
Heilo. Rek. van v, d. Wiele. foL 245. Ber. fenz. 

• Schipluiden. 

II 1470. Symon Janszoon, pastoor, sticht eene vicarie in St 
Hypolitus-kerk te Delft. 

Reg'. van Vicarien 1668, fol. 281. 

Schoonhoven. 

K 1430. Otto de Oudenhoven, curatus. 

Orig. in 'tArch. van Schoonh. 

n 1468, Andries Gerritsz. , priester, commandeur der Duitsche 

Orde, cureit alhier te Schoonhoven. Ibid. 

SCHOORL. 

// 1568. H'. Reyer, de pastoor verliet den dienst ende misse etc. 

Stud. 1, bl. 337. 



409 

A° 1568. H'. Willem Ysbrantsz., uu ter tijd vicaris. 

Stud. I, bl. 836. 

Slieorecht. 
n 1339. Otte, cureit. * Invent. v. 't Nass. Arch. II, 503 v». 

SpArnwoüde. 

// 1562. M', Hendr. Talesius, pastoor. 

Appointementen der Kekenkamer, 

Texel (Oosterend). 

// 1501, M'. AUert Jacobsz.,*officiael en past. 

Orig. Quitant. Rijks-Arch. 

Texel (Waal op). 

// 1556, 30 Mei. Jacobus Nicolai, hij doet afstand ten be- 
hoeve van : 

it 1556, SO Mei. Johannes Theodorici, aan wien op gezegd^ 
dagteekening Filips II het priesterambt van Waal op 
Texel gegund heeft. Johunnes Theodorici was geboortig 
van Texel en subdiaken gewijd in den dom van 
Utrecht op 22 Deo. 1548 door den wijbisschop of 
suffragaan van Georgius van Egmond, bisschop van 
Utrecht, Nicolaus van Nieuwland, episcopus Hebro- 
nensis i. p. i. , later den 1'** bisschop van Haarlem. 
In 1561 was J. Theodorici te Waal nog pastoor. 

Prot. Kerk.-Arch. van Burg op Texel. 

TüITJENHOORN. 

• // 1357. Jan Andreaszoou ruilt dé kerk van Tuitjenhoorn met 
die van Oosterwoud, alwaar past. was Floris Meijer. 

E. L. 29, fol. 16. 

Twiscu. 

II 1566/7. De past. voortvluchtig. Zie Hoorn. Er waren alhier 
diversen geinfecteerd metter heresien. Ber. enï. 

// 1567. Michiel van Eymsdyck , past. alhier 4 maanden; in 
1568 werd hij past. te Castricüm. 

Valckoog. 
H \h^lj^, H'. Everardt Henricz. , pastoor. Ber. enz. 



I 



410 

Venhuizen. 

Ao 1568. Jeronymus Wilhelmi, pastoor alhier. Op St. Pontiaen 
1567 was alhier in de kerk ter preekgestoelte geleid 
door Lancelot van Brederode en Treslong, een zwin- 
gliaansch predikant. Ber. enz. 

Voorburg. 
// 1567. Jan Vroem [?] , vioe-pastor, oudt omtrent 44 jaren, 
was aldaar reeds 18 jar. in bediening. 

* • 

Ber. enz. fol. 91. 

V00RH01?T. 

// 1310. Jacob van Oudshoorn , prochiepape.* Orig. v. Egm. 

Uitgeest. 
// 1568. H'. Alaert een Fries , ingedrongen prochiaan, herwaarts 
gezonden bij den prochiaan van Oudekerke, niet ge- 
confirmeerd door den bisschop, etc. Stud. I, bl. 325. 

• Warmenhuizen. 

II 1567/8. Cornelis Pietersz. , pastoor. Hy getuigt tegen Brede- 
rode en zegt onder anderen , dat op St. Michielsdag 
van 1566 in de kerk //gebroken" werd. Ber. enz. 

Wassenaar. 
// 1567/8. H'. Dirck Heijmansz. , kapellaan alhier. Ber. enz. 

Wateringen. 
u 1393. Jan, prochiepape, van der Wateringhe. Hier in 1898 
des Dingsdaghes na Laetare, was er in 1326 op Pon- 
tiaen, en in 1339 volgens een Fragment van 'tCartuI. 
van Leeuwenh. Waarschijnlijk is dat een ander H'. Jan, 
zoo geen twee bedoeld zijn. 

« 

West-Zanen. 

// 1668. Nicolaes Claesz. , sedert omtrent 9 jar. vice-pure^t en 
2 jar. pastoor. Hij heeft weW200 communicanten. Hy 
getuigt tegen Berthold Willemsz, eertijds past. te 
Oosi-Zanen. Ber. enz. 

Wieringen (Hypolitus). 

// 1324, Jacobus dictus Vere [of BerePJ investitus. 

Cart. St. Cath. fol. 126. 



411 

WiEEiKGEN (Westland op). 

A" 1323. H'. Meinard, past., verwisselt met H'. Ludolph, past. 
te Westwoud. Ei L. 10. foL 15. 

WOGNÜM. 

//•1305. Lambertus, pape van Wognum. 

Carl. St. Cath. fol. 22 v«. 

WiJDENESSE. 

// 1328. Wilhelmus, euratus. Cart. St. Cath. fol. 54. 

Wijk o/Z. 

// 1567. Cornelius Theodorici, sedert 1 en ^ jaar past. 

Ber. enz. Zie Stud. I, bl. 324. 

IJSSELMOKDE. 

tt 1568. Adriaan Jansz. van Berkou. Hij viel af en werd later, 
1570 te 'sHage verbrand. 

Ber. enz. ; iSent. van Alba ; Crim. Sent. 
fol. 465 v«. enz. 

ZOETERWOUDE. 

// 1490. Jan Willemsz. , commandeur van St. Jan te Haarlem 
en cureit te Zoeter woude. 

Cart. v. St. Cath. fol. 128 v». 

Zonderdorp (bij Nieuwèndam). 

H 1567/8. Guaiterus Aemilii , past. alhier, te Suiderdorp sedert 
22 jar., oudt 77 jar. , Ber. enz. 29. f. 310. 

Züid-Scharwoüde. 

// 1567/8. Willem Claesz. , past., oudt omtrent 33 jar. Hij ver- 
klaart dat te Zuid-Scharwoude slechts twee Menonie- 
ten zyn. Ber. enz. 

ZüIDWOüDE. 

it 1568. Joannes Joannis, past., oud 35 jar. 

Ber. enz. 29, f! 293. 

H 1568. H'. Gysbrecht aangenomen door het volk voor den dienst 
der kapel te üitendam, annexe van Zuidwoude, viel af, 
vluchtte naar Harlingen etc. Ber. enz. 



412 



ZWABT£WAAL. 

A** 1490, Jacob Sijmons, past., sticht eene vicarie alhier in de 
kerk. Reg'. van Vic. 1678, fol. 276. 

// 1569. Jan Vos, past., resideert buiten Zierikzee, waarom in 
zijn plaats benoemd is Joris Bollaert, geb. te Thienen, 
oud 84 jar. Te half vasten is de laatstgen. hier te 
Zwartewaal gekomen. ' Ber. enz. 29. 118. 

ZiJBEKABSPEL. 

// 1568. De past. N. . . N. . . is apostaat en voortvluchtig. Zie 
Hoojn. 

ZiJPE. 

// 1568. H'. Cornelis Speek, priester en vice-cureit, is alhier 
slechts sedert drie vierenjaars. Stud. I, bl. 331. 



Supplement B. later. 



A. V. L. S. J. 



413 



O. L. V. TE KEINS. ') 



Ongeveer een half tfur ten Noorden van Schagen ligt 
aan den West-Frieschen Zeedijk het onaanzienlijk buurtje, 
nu nog, gelijk reeds voor eeuwen, genoemd De Keins, 
In het begin van vijftien honderd, dus voor de bedijking 
van de Zijpe, toen De Keins derhalve nog bespoeld werd 
door de Noord-zee, werd daar buiten den dijk in het 
water een houten Maria-beeld gevonden, dat al spoedig 
hoogelijk begon vereerd te worden. Het werd geplaatst 
in een huisje op den dijk en van alle kanten stroomden 
de geloovigen toe om er vurig te bidden ; er geschiedden 
wonderen en rijke oflFergiften werden aangebracht, om 
eene kapel te stichten. De Heer van Schagen en de Pa- 
stoor dier plaats (onder wiens jurisdictie De Keins be- 
hoorde) namen dat werk ter hand en toen de kapel ge- 
bouwd en het Beeld er in geplaatst was, wendden zij 
zich mede tot de 'Kerkelijke Overheid, mededeelend wat 
er gebeurd was. Deze liet de zaak onderzoeken, verklaarde 
het meegedeelde overeenkomstig. de waarheid te bevinden, 
schonk privilegies en gaf voorschriften, o. a. : Viermaal 
in de week mocht in de kapel gelezen worden ; de dienst- 
doende geestelijke zou jaarlijks vijf pond vlaams tot een 



1) Schagen heeft het voorrecht een voor zulke plaats vry aanzienlijk, 
goed geordend Gemeente- Archief te bezitten, waarvan de door Heer Bruin- 
vis van Alkmaar met veel zorg opgemaakte Tnventaris in hoofdzaak werd 
opgenomen in de Kronijk van bet Historisch Genootschap te Utrecht, 
XIII Jaarg. 1857. Wy brengen hier dank vóór de onbekrompen welwil- 
lendheid, waarmede ons het gebruik-maken van dat Archief werd toegestaan, 
vooral voor de goede diensten ons daarbij bewezen/door den Heer Gemeente- 
Secretaris. — Waar wij in onderstaand opstel geen andere bronnen aan- 
geven, hebben wij geput uit Schagens Gemeente- Archief. 



414 

gift en onderhoud ontvangen; eenmaal in 't jaar mocht 
men omgang of bedevaart tot de kapel doen ; de mirake- 
len, die reeds gebéurd waren en nog zouden gebeuren 
mochten, ja moesten op straf van excommunicatie den 
volke gepreekt worden, enz. 

YsLTï het schrijven der Kerkelijke Overheid geven wij 
hier eene copie, die tegenwoordig in ons pastoreel Ar- 
chief berust. ') 

De deken en kappelaan van de kerke te Utrecht en Johannea 
van Solms regulier en overste in Westfrisland allen degenen die 
dezen zullen zien of hopren lezen Salut in den Eeuwigen Heere 
indien alle kerken en kapellen in den name der Heiligen geboad 
met meer godvruchtige devotie der geloovigen te eeren , Zgn nog- 
thans diegenen, die in de eeren van de glorieuse Maagd Maria 
Moeder Gods uit devotie der christen geloovige geboud z^n, 
dewijl zg is de Moeder der barmhartigheid , der gratie , en god- 
vruchtigheids vriendinnen , vertroosteresse van 't menschelgk ge- 
slacht, ernstige voorbidster bg den Koning die zij gegenereert 
heeft voor de Zaligheid der geloovigen (die door haar zonden be- 
zwaard zijn) behoort met meer eerbiedigheid te eeren, dewelke 
eerder troost verwerven en eerder de begeerten der geloovigen 
verkrijgen kan. Voorwaar dewijl op zekere tgd ons van wege den 
W.Ed. en manhaftige Heeren den Heeren Jodocus *), tgdelgke 

1) Ofschoon het stak de eer niet heeft een geboorte-akte te kannen toonen 
en het er vry slordig uitziet, meenden we toch het te mogen meedeelen.. .. 
misschien , dachten we, kan de lezing er van een der vrienden op den weg 
helpen ons het origineel te doen vinden of ten minste ons wat wijzer te 
maken. Bg voorbaat brengen wy reeds hier dank voor iederen dienst ont 
dienaangaande te bewijzen. 

2) Bat. Sacra II, f. 433 noemt den Heer van Schagen, die de kapel 
stichtte Isidorus met verwgzing naar de Chron^k van Schagen door Dirk 
Borger, van Schoorel, maar die Chron^k heeft (bl. 67) Idorv», «De 
Aotear (der Bat.^ , zegt zijn vertaler D. II, bl. 433, noot, zal dat voor 
een drakfoat aangezien hebben; Maar, gaat h^ voort, noch W. Oouthoeven, 
noch S. van Leeuwen, in 't geslagt-register der Van Schagen, weeten vao 
IdoruB of Isidorus van Schagen te spreeken : zoodat het waarschgnelgk Jan 
zal moeten weezen." Als de vertaler de door hem aangevoerde genealogien 



416 

Heeren der Heerlijkheid van Schagen , en onze beminden in Chris- 
tus Gerbrand Cornelus, parochiaan der kerke van St. Cristopho- 
rus, patroon van Schagen uit den naam van de hooge overheid 
der ordinarus Jurisdictie van Westfriesland bekend is gemaakt, 
dat binnen de palen derzelve parochie omtrend en buiten den dijk 
der zee oceaan in 't water derzelve binnen de parochie van Scha- 
gen eerlang *) is gevonden zeker houten beeld *) van de Heiligen 
en Eerwaardigen maagd Maria en in zeker klein huis en aldaar 
op de voorzegde dyk op de Keins bekwamlijk geplaatst is, en 
tot welken verscheiden menschen, zoowel- mannen als vrouwen, 
door de bestiering Gods altijd meer en meer kwamen en nog 
komen, hetzelve beeld devotelijk bezoekende en haar godvruchtige 
aalmoesen tot bouwing van een kapel in de eere derzelve Moe- 
der Gods met een milde hand mededeel en en nog mededeeleri , 
alzoo dat uit de vergaderde aalmoesen der volkeren door en onder 
bevel der voorzegde den Heeren tijdelijke Heeren Jodocus en den 
parochiaan Joker, Notabel, kapel omtrent derzelve voorzegde dijk 
binnen de palen derzelve parochie van Schagen eerlijk en loflijk 
genoeg is gesticht en geboudt in welke het heilige beeld der 

Mr — ■■ II ■ ■■ -•- — - iiiiii I II, 

wat nauwkeoriger had nagczien ,~ zou kij bevonden hebben dat hier onmoge- 
Igk van een Jan sprake kort zijn. Immers, v. L. noemt na v. 6. voor het 
eerst in 1542 een Jan als Heer van Schagen, terwijl de vertaler een paar 
woorden, voor dat hij ^ijn noot over Jan ten beste gaf, zelf 1519 noemt 
als het jaar der stichting van de kapel door Sohageus Heer. — De in 
bovenstaand schrijven genoemde Jodocus is Joost van Borsselen, bastaard 
van Adriaan ^an Brigdam, die (hier gelijk io andere officieele stukken door 
ODs gezien,) Heer van Schagen genoemd wordt, omdat hij na den dood 
van haai eersten man. Wouter van Egmont f 1491 , man en voogd was 
van Vrouwe Josina, die als eenig kind van den in 1481 overleden Heer 
Aalbert, Vrouw was van Schagen, v. L. I, /1077. v. G. 201. 

\) In eene verklaring voor Burgemeester etc. van Schagen afgelegd 13 
Maart 1580, zegt een man van omstreeks 77 jaar ,;dat hem gedenckeu 
mach, dat tselue Beelt vande Lieffvroaw opten Keyns eerst gevonden wer- 
den, '* Dus zal de vinding hebben plaats gehad zoo wat in 1510. 

2) De Kr. v. Sch. zegt: zeker boute Beeld, dat aan de Zeedyk quam 
aanspoelen , en van een schip was afgebroken door een kanonskogel. — 
C. Bok (over wien straks meer) weet <er bij te voegen, dat „men nader- 
hand van.eenige zeelieden vernam, dat dit b^eld eigenlijk de voorsteven 
van het Portogeesche schip Ariadze was, welk schip voor het Vlie was 
verongelukt." 



416 

■ 

heilige maagd Maria bekwaam en eerlijk is gesteld door verschei- 
dene miraculen befaamd geworden en word op 't voorzegde dan 
onderzoek gedaan hebbende en door alle gedeputeerden en gezan- 
ten hiervan geloof bekomen hebbende en door haar genoeg ver- 
zekerd zynde van de miraculen des volks, en gelet hebbende op 
de ofiPeranden die van de eersten geloovigen, aldaar te zamen 
vloeienden geofferd werden, ten laatsten opdat het alle en elk 
bgzonder te regt geschieden en alle superstietie gemeid werden 
en de voorzegde offeranden behoorlijk gekeerd werden bevonden 
genoeg verzekerdt zijnde dat dit alle en elk bijzonder wel en 
teregt zonder eenige superstietie geschieden , willende dan de gods- 
dienst verbreiden en den wyst geloovigen harten tot de kapel 
op de Keins te zamen vloeiende tot devotie verwekken , Zoo is 
't dat deken en kappelaan en oversten in Westfriesland verzegd 
door onze ordinare magt, die wij in dezen genieten op de oot- 
moedige suplicatien van den voorzegde manhaftige en edele Mee- 
ren Jodocus en den Curator der parochie van Schagen gunnen 
en toestaan dat zij dezelve kapellen verders opmaken en uit de 
almeer vergaderde penningen of aalmoesen en* die nog te ver- 
gaderen zijn versieren en onderhouden en in dezelve viermaal ter 
ireek missen te doen door den tegenwoordige Curator of anderen 
priester, zijn substituit op den altaar aldaar behoud en met vrjj- 
heid en magt geheiligd, en een somma van vijf pond vlaams 
jaarlijks en alle jaren tot een gift en onderhoud der voorzegde 
priester aldaar dienst doende te vergslaren en te geven en tot 
dezelfs kapel, binnen de palen van de jurrusdictie of parochie 
van Schagen eenmaal in 't jaar omgang of bedevaart te doen en 
op zekere dagen als dat behoort en de miraculen aldaar geschied 
en die nog geschieden zullen te prediken en te leeren en te doen 
prediken en te leeren. Ook geven wij magt en outorieteit van de 
vergaderde aalmoesen en die nog te vergaderen zijn tot gebruik 
derzelve kapel op de Keins en des patroons der kerk te Schagen 
tot derzelve onderhoud en tot verder godsdienst, te disponeren 
en uit te deelen, behoudens altoos het regt der kerken en eens 
anders , indien maar het geld des volks tot het behoorlek gebruik 
beheerd werdt daarona wij allen en een ieder der Heeren Cura- 
teuren, ondercurateuren , kappelenen en priesteren onzen onder- 
danen en een ieder van U in 't geheel belasten en bevelen op 



417 

straffen van excomunicatie dat gij de miraculen den volken pre* 
dikt en leert en doet prediken en doet leeren en toestaat als gij 
of een van u allen daartoe wordt verzocht. 

Gegeven onder de Zegelen van den deken en oversten 
in Westfriesland , hieronder gehecht. 

Anno 1519 den 8 October. 



Ofschoon bovenstaand schrijven en evenmin een ander 
door ons gevonden stuk , hetwelk nog iets over O. L. V. 
te Eeins heeft, melding maakt van een put, die met 
onze geschiedenis in betrekking stond, meenen we toch 
dat die er geweest moet zijn. 

De Kr. v, Sch. zegt dat: fhet Beeld wiert afgewassen 
in een Put (die daar tegenwoordig nog is) en van 't wier 
dat daer omhing gezuivert : eindelijk is dit Beeld ('t welk 
was van de H. Maget Maria) in dit nieuw gemaakte 
Capel gebragt en opgeziert met groote solemniteit. Deze 
put heeft die Heiligheid nog behouden (zoo de Papisten 
zeggen) en gaan alle jaren nog te Bedevaart na deselve." 
— N,B, Burger schreef- zijn Kr, in 1710. 

vDe Put — schrijft van der Aa *) — in welke men 
dit beeld, een Maria- beeld afwiesch en van het zeewier 
zuiverde, werd zeer in eere gehouden; aan het water 
werd bijzondere kracht toegekend." ') 



1) Aardr^kskondig woordenboek VI, 380. 

2) Ook C. Bok zegt in zijn verhaal : De Vitte Paal, dat het Beeld in 
een nabij gelegen put van alle onreinheden gezoi?erd werd en dat die pat, 
toen h|j schreef (1828) hoezeer gedempt, nog aanwezig was. — Die schrij- 
ver weet heel wat vao Schagen te vertellen en geeft nn en dan bew^s met 
toestanden, personen en plaatsen bekend te zijn, maar daar hij ten laatste 
ieder ?rij Iaat te denken dat .z\jn geheele werk meer roman dan waarheid 
bevat, konnen wg bet niet gebruiken en maakten we er alleen pour acquit 
de conscience eenig gewag van. 

Bedragen Gesch. Biid v. Haarlem. X* Deel. 27 



418 

Het eenige '), wat van O. L. V. te Keins in Schagen 
nog per traditie leeft, is juist zoo'n putje. Men gaat soms 
devotelijk water drinken of voor zieken halen te Keins. 
Jammer echter^ zoover mijne navorschingen tot nü toe 
gaan, zou ik niet durven verzekeren , dat wat men voor 
het, S. V, V. miraculeus putje houdt, het rechte is. 

De kapel heeft helaas! niqt lang bestaan; zij werd 
kwaadaardig verwoest door zekeren Taet Gerritsz. '), mis- 
schien wel bij de invoering der Reformatie ') , maar zeker 
voor 1586. In dat jaar toch lezen wij van //zeeker huys, 
staende beneflFens terff daerop de cappel van Keyns plach 
te staen." 

Na den dood van Taet bidden zijn kinderen de Kerke- 
lijke Overheid een hulpmiddel voor te schrijven voor 
't af breken van de kapel en voor alle andere zonden van 
hun vader. Vikaris Sasboldus Vosmerus schrijft hun voor 
#een zekere aalmis tot het oprichten van een Katholijke 
kerk en andere werken van godvruchtigheit." *) 

Een interessant proces werd 1586-7 voor den Hoogen 
Raad in Holland gevoerd tussc];ien den Heer en de Re- 
geerders van Schagen, over de Scholaster y te Keyns. *) 

In het begin van 1686 ontslaan Regeerders van Scb. 

1 ) Id deo legger der wegeo ea straten van Schagen staat ook een Heilig 
Posije, een Heilig Wegje y en, naar men mg bg gissing ^andaidde, moet 
ddt de weg geweest zijn dien de processie nit de parochie-kerk uaar de 
Keins maakte; maar die namen staan op 't papier, leven niet meer onder 
de menschen. 

2) 17 Febr. 1581 wordt een Tate Gerritz. genoemd als bg zekere ge- 
legenheid gedeputeerde van Regeerders en gemeente van Schagen; 84 Mei 
1586 komt een Taete Gerritsz. voor als oud-Burgem. v. Schagen. 

3) V. d. Aa zegt I. c. : Kapel en put zgn met en na de Rcforpiatie ver- . 
dwenen. 

4) Zie. het schrgven dd. 12 July 1600, meegedeeld in Bat. Sacr. I. c 

5) Het kan goed zgn hier op te merken : Ondanks het snel en algen^eea 
veld-winnen der Reformatie in zgne Heerlgkheid bleef de toenmalige Heer 
Tan Schagen, gelijk wg bij een volgende gelegenheid met zekerheid hopeo 



419 

#omme merckélyke redenen" Gerrit Jan|3z. als school-, 
meester te Keins en benoemen in zijn plaats Jan Heertges» 

De Heer van Schagen sustineert den afgezetten schoolm. 
en beveelt hem bij schrijven van 80 April te blijven in 
het schoolhuis #totdat anders bij hem geordonneert zou 
wezen." 

Regeerders slaan daar geen acht op, doen den afge- 
zetten schoolm. het huis ruimen en de nieuwe brengt 
daarin zijn huisraad met intentie het te komen bewonen. 

Circa half Mei zendt de Heer zijn Rentmeester- casteleyn 
niet den Schout van Schagen naar de Kqins, die het in- 
gebrachte huisraad op straat doen zetten en de deuren 
toespijkeren ^ende een billet aen den seluen huyse doen 
aflSceren, inhoudende interdictie van 't selue huys nyet 
te bewoonen sonder des heeren van Schagen consent op 
peyne van als een geweldenaer gestraft te worden naer 
breeder vermelden van 't selue billet." 

De Regeerders doleeren daarop bij den Hoogen Raad 
van Holland en verkrijgen Openen brieue van manda- 
mente in cas van maintenue in date den xxj mey, waerin 
den éérsten Deurwaerder of Sergeant van Wapenen Oor- 
nelis Jansz. van Bodeghem gelast wordt zich naer de 
Keyns te begeven, de zaak te onderzoeken en wanneer 
van hun recht blijkt de suppleanten (impetranten) te 
mainteneren in heur possessie vel quasi van de scbolas- 
terye van Schagen (daer onder begrepen es de Keyns) 
d. i. van te mogen afzetten ende stellen schoolmeesters 
ende die selue te versien van habitaên, jaarlijck weddens 
als anders. 

De Deurwaarder trekt 9 Juni naar de Keins, spreekt 



aan te toonen , aan Kerk en Vorst getrouw. Wij vermoeden , dat Terschil 
▼an godsdienst mede een rol gespeeld heeft in de gebeutteuissen , die aan- 
leiding gaveo tot boven bedoeld proces. 



420 

met de Regeerders en naedien hy zich opte premissen 
inden voors. mandament begrepen by dieversche muni- 
menten by henluyden geproduceert wel en deuchdelycke 
geinformeert heeft, mainteneert hy hen in heurlnyder 
gealligeerde possessie en beteekent dat op drie achtereen 
Tolgende dagen, 9, 10 en 11 Juni den perturbateurs : 
den Heer, diens Schout en Casteleyn, terwijl hij hen 
verbiedt de Regeerders verder te turberen, hen veroor- 
deelt in de kosten en in cas van oppositie dachvaert te 
compereren opten eersten July Inden haege voor den 
Hoogen Raad. 

De Heer antwoordt : lek hoor ende sye ende sal mynen 
dach van Rechten waernemen ; Schout en Casteleyn ant- 
woorden : Wy sullen met mijn heer van Schagen spreecken. 

25 Juni dient de Deurwaarder zijn informacie pred- 
dente van zijn wedervaren bij den Raad in en legt de 
hem geproduceerde certificaën ende andere bygevoechte 
munimenten inde griffe van het hof over. 

1 Juli hebben mijn heeren gecommitteert ter audiëntie 
'van de roUe pertyen geappoüt op als te schryuen by 
memorien ende aduertissementen van rechten. 

Den volgenden dag compareerde yoot den Hoogen 
Raad de Procureur der Regeerders ende concludeerde dat 
dimpetranten gemainteneert , gestijfft ende gesterckt zou- 
den worden in de possessie vel quasi vande scholasterie 
van Schagen daeronder begrepen die Keyns en de ghed. 
gecondempneert souden worden alle crol, hinder ende 
empeschement ter contrarie gedaen costeloos ende schade- 
loos aff te doen met Interdictie van des gelycken meer 
te doen ende by prouisie tot Adiudicatie vande recreantie 
maeckende eysch van costen. Ende de procureur vanden 
ghed. verclaerde den Impetranten niet geturbeert te heb- 
ben inde possessie van scholasterie, ontkennende 't voor- 
der gesustineerde vande Imptn ende concludeerde ten fyne 



421 

van niet ontfanckelick ende dat den Imptn heuren eysch 
ende conclusie mitsgaders verzochte prouisie ontseyt soude 
worden, maeckende eysch van costen. De eerste procu- 
reur persisteerde voor replycque ende de tweede voor 
duplycque, Thoff heeft geordonneert pertyen te schryuen 
bij memorie. 

Wij laten die Memories hier volgen, omdat ze de ge- 
schiedenis der scholaster ij in questie geheel doen kennen 
en kunnen bijdragen tot de kennis van de wijze , waarop 
in die dagen geprocedeerd werd. 

Copie. 

Memorien ende aduertissementen van rechten gedaen maken 
endB mijn beere president ende andere mijn heeren vanden hoogen 
raede in hollt ouergegeven bij Adriacn Le Seur in den naem 
ende als procureur van Burgemeesters, Schepen ende regeerders 
der stede van Schagen impetranten in cas van maintenue op ende 
tegens Johan heere tot Schagen, Jacob cors hoogesyde, casteleyn 
ende pieter eenwoutszoon , schout tot Schagen , gedaechdens int 
selüe cas Tenderen tot dyen fyne dat by uwe hooge Eedele ende 
seer mogende heeren rayn heere de president ende anderen myn 
heeren vanden hoogen Raede in hollandt sententie diffinitiue ge- 
seyt, geweesen ende voor recht vuytgesproeoken sal werden tot 
profiyt, voordeel, meeninge ende intentie vanden imptn. Ende tot 
preiuditie , hinder , schaede ende achterdeel vanden gedaechdens 
als dat de gedaechdens met seer quade werken den imptn getur- 
beert hebben in heure duechdelicke possessie v^l quasi van scho- 
lasterye tot Schagen , daeronder begrepen de Keynts ende dat 
d Impetranten met guede saecKen daerouer aen dese houe gedo- 
leert hebbende mandement van meuntenue geimpetreert tselue 
nae syne forme en inhouden doen exploy teren ende den gedaech- 
dens vuyt crachten van dyen doen dachvaerden hebben voor desen 
houe tot seeckeren dage Ten seluen dage eysch doende ende con- 
clusie nemende als apud acta, Ende dat die gedaechdens met seer 
quade saecke op heure friuool geallegeerde geantwoordt ende 
contrarie conclusie genomen hebben nae heurluyden appetyte Sal 
daeromme ende omme redenen wille hi^r nae volgende deu Imptn 



422 

é 

geadiudiceert werden haeren eysch ende conclusie ofte ten min- 
sten hare versouck prouyse apud acta gedaen ende genomen. 

Omme tot welcken fyne en conclusie ofte andere ' den Impe- 
tranten proffitelijck synde te geraecken soo seyt poseert ende ar- 
ticuleert Adriaen Le Seur als procureur van voors. Imptn de 
feyten, redenen ende middelen hier naer volgende presenteren hyer 
van sooveel te verifieeren als tot sijn mees^iCrs goet recht dienen 
en van noode wesen sal sonder hem eenichsins te astringeren tot 
eenige overtallige prouue emploreerende op als uwer mijn heeren 
eedèle ende goedertieren ofdtium omme tselue den Imptn geim- 
pertieert synde goed cort recht ende expeditie van justitie gead- 
ministreert sal mogen worden , protesteren voorts als nae rechte 
style ende usantie van den houe. 

i. Ende omme mynheeren te vertoon en dat de brieven van mem- 
tenue byde Impetrntn in desen geobtineert nae rechten wel 
gefundeert syn , soo es waer , dat den Imptn vuyt goede 
duechdel. tytel competeert de scholasterye van Schagen, 

ij. Daer onder mede begrepen es de Keynts buyten Schagen , 
alwaer de Imptn tot heurluyder schoonste ende nae gelegent- 
heijt des tyts gestelt hebben een schoolmr ofte schoolmeesters. 

iij. Ende hebben denseluen versien mét habitatie ende jaerlicxe 
weddens ende anders nae behooren. 

iiij. Twelck d Imptn sulicx gedaen hebben successiuelicke van 
schoolmr tot schoolmr ofte schoolmeesters van soe langen tyt 
aff tot noch toe dat geen memorie van menschen ter con- 
trarie en gedenckt. 

V. Ende dat al openbaerenlick , ende nyemant daer tegens seg- 
gende ofte sich opposeren. 

vi. Ende namentlick hebben d Jmpetranten sulcx gedaen sedert 
de cessatie vande Inlantsche oorloge int noorderquartier van 
hoUandt. ') 



1) Om dat te bewijzen beroepen RegeerA^ers zich o. a. op eene notariëele 
acte den 26 Mei 158G gepasseerd , waarin verschillende poorters op de 
Keins verklaren : dat alle schoolmrs die sedert taffgaen van 't pausdom opdea 
Ke^nse geweest zijn in haren diensten gecomen zijn door beholpsaemheyt 
van zeeckere personen die voor die vande Keyns aen de magistraat van 
Schagen soliciteerden ende zoe wel gedaen hebben « dat z^* sedert dj^ en ty de 



423 

vij. Sedert welcken tyt soo hebben oock d Imptn inde Keynts 
tot schoolmeester gestelt ende gecommitteert eenen thonis 
gerridts z^oon. *) 
viij. Die tselue offitie ettelicke jaren aldaer vuyt den naem ende 
op de commisse van Imptn bedient heeft. 

ix. Ende nae 't vertreck van die seluen hebben d Imptn ge- 
committeert eenen Gerrit Janszoon. 
X. Die ingelycx op de commisie van d Imptn de voorschreuen 
schoolasterye aldaer seeckere jaren ende namentlicke oock 
tjaer Lxxxiij. Lxxxiiij en lxxxv ende sulcx noch verder 
binnen tsiaerts geexerceert heeft. 

xi. Ende es lot de woonplaats van zeluen schoolmr spectereude 
zeeker huys staend beneffens terff, daer op de cappel van 
Keyns plach te staen. 

xij. Ende alsoo d Imptn omme merckelycke redenen den voor- 
schreoen gerrit janss. vant voors. offitie hadden gedeporteert. 

xiij. Soo hebben zyluyden in syn plaets aengenomen eenen jan 

heertges. 
xiiij. Ende hoe wel heere Johan heere van Schagen nyet en be- 
hoorde sich selffs te bemoeyen met de voors. scholasterije, 
als recht noch actie daertoe, veel min eenige possessie daer 
van hebbende. 

XV. Soo schijnt nochtans dat syn Ed. belieft heeft in Aprili lest- 
leden wat nyeuws te plegen. 

xvi. Ende heeft de voors. afgesetten schoolmr de facto gecon- 
tinueert int voors. offitie ende hem beuolen int voors. huys te 
blyuen tot dat anders bij syne Eed. geordonneert soude wesen. 

altoos schoolmeesters gehadt hebben. Item vcrclaerde pieter Michielsz. als- 
noch alleene dat hy deposant al in tyde vant pausdom selae cappelmr van 
de capelle opde Keyns geweest es doen eenen HeerCornelisz. voorPrister 
opde Keyuse aengenomen werde ende heeft hj deposant alsdoen seiners den 
coop met H. Cornelis voorschrenen medegemaekt zulck datdevoorsz. Heer 
Curnelis soe voor den dienste van de misse te doen die daer toe stonde , 
als oick voor den sehoelJienst dien hy mede bewaeren soude hebben zoude 
jaerh'ck de somme van tsestich caroiisse gulden. 

1) #0p een salaris van. veertich Karolius gulden aen geit en een schon 
turffs, mette vrije wooninge oock int huys staeade besyden het erff van 
tcapel." 



424 

xv^. Ende alsoo d Imptn dien nyet achtende als continueren 
heure voors. possessie vel quasi hadden den seluen affge- 
setten schoolmr t voors. huys doen ruijmen. 
xvi^. Ende hadden d Imptn den voors. nyeuwen schoolmr syn 
goet ende huysraet daer in doen brengen met meninge 
ende intentie omme den seluen daer in te doen woonen 
ende de schoolasterye volgende syne commissie ende nae 
ouwer gewoonte aldaer voorts te laten exerceren. 
xix. Maer theeft belieft Jacob Cornss. » casteleyn, van den heere 
van Schagen geassocieert met pieter eenwoutss., schoadt 
tot Schagen, sich ontrent halff mey lestleden te vinden op 
de Keynts en de facto te treden inden voors. huyse ende 
de goeden vanden voors. van nyeuws aengenomen schoolmr 
wel feytelicken vuyt den huyse te doen ruymen ende op 
straet te doen setten. 
XX. Ende heeft de deure van voors. huyse toe doen spyckeren. 
xxi. Heeft mede een biljet aen seluen huys doen affigeren in- 
houdende interdictie vant selue huys nyet te bewoonen 
sonder des heeren van Schagen consent op peyne van als 
een geweldenaer gestraft te werden na^ breeder vermelde 
vant selue biljet, 
xxy. Ende alsoo d Imptn byde voors. fe^telicke manieren van 
doen , 800 byden heer van Schagen als bq de voors. Jaoob 
Corneliszoon , synen casteleyn ende pieter eenwoutszoon , 
synen schout in tgundt voors. es de facto geturbeert waren 
in heure voors. possessie vel quasi van recht van school- 
lasterye op de Keynts ende vande voors. habitatie ende 
woonplaetse daertoe gedestineert. 
xxi\j. Ende geschapen waren met alsulcke middelen gansselicken 

gefrustreert te werden van heure voors. gerechtichheyt 
xxii\j. Soo hebben d Imptn heur deuoir gedaen omme met alle 
behoorlicke manieren van doen te mogen continueren hare 
voors. possessie vel quasi soo wel vande schoolastgrye opde 
Keynts als van voors. woenplaetse. 
zxv. Dan beducht synde dat de heere van Schagen ende syne 

voors. consorten tselue weder de facto souden beletten, 
xxfj. Ende dat d Imptn ten lesten gespolieert sondea wodeo 
van heure voors. possessie vel qnasL 



425 

xxvij. Soo hebben dimptn al Uselue desen houe te kennen ge- 
geuen ende hebben tegens den voors. heere van Schagen 
Jacob Corns, casteleyn, ende de voors. pieter eenwoutsz., 
schout en andere die sich partien souden willen maecken 
geobtineert mandement in cas meiotenue in communi forma. 

xxviij. Welck mandement hebben d Imptn gestelt in handen van 
een deurwaerder ende nae dat hem gebleecken was van 
premissen heeft tselue geexployeert nae syn forme en in- 
houden. 
xxix. Ende syn de gedaechdens omme heur oppositie gedaech- 

uaert voor desen houe tot seeckeren dage. 
XXX. Welcken dach dienende hebben d Imptn eysch gedaen con- 
clusie nemende als apud acta. 
xxxi. Daer tegens de gedaechdens geantwoort ende conclusie ge- 
nomen hebben nae hun appetyte. 

xxxij. Hebben myn heeren gecommitteert ter audiëntie van de 
rolle pertyen geappout op als te schryuen by menaorien 
ende aduertissementen van rechten. 

xxxiij. Furneren welck appt disposityff soo dient de voors. Adriaen 
Le Seur als procur. van emptn van dese syne tegenwoor- 
dige memorien ende aduertissementen van rechten. 

xxxiiij. Ende alsoo van wegen den gedaechdens niet anders son- 
derlincx geseyt en es daer van nood es breeder op te 
schryuen. 
XXXV. Soo persisteert d voors. Lé Seur inden naem als bonen by 
tgundt voorschreuen es. 

xxxvj. Ontkennende nyettemin generaal alle die feyten, redenen 
ende middelen byden gedaechdens voortgestelt den Imptn 
eenichsins preiudiciabel wesende. 

Concludeert als apud acta 
Herwbyer. 

Copie. 

Memorien ende aduertissementen van Eechten ghedaen maecken 
ende mijnen Heeren den President ende Eaeden van Hooghen 
Raede ouerghegeven' van weghen Johan , Heer van Schaghen , 
ghedaechde in cas van main tenue op ende jeghens de Burge- 
ineesteren ende Regierders van Schaghen Impetrantcn int selve 



426 

cas Tenderende tot dien eynde, dat by uwe Hooghe Edele 
ende vermoghende hoochgebooren Heeren Maarits, ghebooten 
Prinse van Orangnien, Graue van Nassau mitsgaders mijn heeren 
den President ende Eaeden vanden voorschreue hooghen Eaede 
sententie deffinitieve geseyt, gewesen ende voor recht vuytghe- 
sproocken sel werden tot prouffijte voordeel ende intentie van den 
ghedaechde ende preiudicie hinder , schade ende achterdeel .van 
Impetranten. Als dat D'Imptr. met onghelijcke ende quaéde ouer 
den ghedaechde geclaecht maudameut verworven ende den ghe- 
daechde ghedaen dachvaerden ende tot zeeckeren daghe e^sch 
ghedaen ende conclusie ghenomen heeft als by acte' ende dat die 
ghedaechde met goede saecke ende redenen daerjeghens ghesusti- 
neert ende gheconcludeert heeft als by acte Sal daeromme ende 
Bedenen wille hier naer volghen het mandament by den. Impe- 
tranten verclaert sal werden subreptis ende obreptis ende d Im- 
petranten tot heuren Ëysch ende conclusie in cas van maintenue 
ghedaen ende ghenomen niet ontfanckelyck Ende off zij eenichsins 
ontfanckelijck bevonden mochten worden (Des die ged® verhoopt 
neen) dat den Impetranten haeren Eyschende conclusie mitsgaders 
versochte prouisie ontseyt ende den ghed. daer van gheabsolueert 
sal sijn condempnerende den Impt. inde costen van desen pro- 
cessen tot tauxatie ende moderatie van den voorsz. houe. 

Omme tot welcken fynen en conclusie ofte tot andere den ghed. 
prouffytelickt zynde te gheraecken soé poseert ende Articuleert 
meester Adriaen Jongh Dirckz. .als procur. van voorschreuen ghed. 
de feyten, Eed enen ende middelen hiernae volghende presenterend 
hiervan soe veel te verifiëren als tot zijns meesters goet recht dienen 
ende van noode wesen sal , sonder hem eenichsins te astringeren 
tot eenige ouertollighe prouue Emplorerende op als uwer mynen 
heeren Edele ende goedertieren officium omme tselue den ghed. 
gheimpertieert zynde goed cort recht ende expeditie van Justitie 
gheadministreert s|il moghen' worden, protesterende voorts als nae 
rechte style ende usantie vanden voorschreven hooghen Baede. 

Ende omme int cort deese saecke ter intentie vanden ghed. te 
reduceren soe seijt die voorsz. Meester Adriaen Jong Dirck inden 
naem als bouen ende die waerheyt es sulck dat van alle onde 
tyden soe langhe als die capelle opte Keyns ghestaen ende aldaer 
opgherecht die heeren ende vrouwen van Schagen in rustighe 



427 

ende vreetsamighe possessie vel quasi gheweest zyn van die ghifte 
van pastorie, oflScie ofte cappelrye opte Keyns voorsz. 
ij. Ende hebben die heeren ende Vrouwen van Schagen inden 

tijt diuersche capellanen aldaer ghestelt. 
lij. Ten aanzien van eenen yegelijcken ende sonder contradictie 

van yemant. 
iiij. Tot welcke cappelrie mede van allen ouden tijden ghespec- 

teert heeft zeecker huys aldaer staende. 
V. Waer inne die capellanen altijts heure Kesidentie ghehouden 

hebben, 
vj. Soe dat 't ghebruyck van 't voorsz. huys voer den capellanen 

es accessoir ende dependent vanden voorschreuen cappelrye 

ende gifte van dien. 
vij. Ouersulcx hebben heeren Aelbert vuyt Wyeringhen , Jan 

Blauw, Jan Fuick , Jan Claesz. , Dirck Buijn , Heter Rijckerts 

en met meer andere capellanen opte Keyns by den heeren 

van Schaghen gestelt t voorschreuen huys bewoont. 
Vlij. Sonder dat d'Impetranten hen dies oeijt ghemoeijt ofte daer 

teghens gheopposeert ofte ghereclameert hebben, 
ix. Ende alsoe die leste bewoonder van t voorschreuen huys van 

daer metter wone vertrock ende tselue huys verliet. 
X. Soe heeft des ghed. Rentm. van des ghed. weghen het voor- 
schreven huijs toelaeten spijckeren ende doen verbieden dat 

uiemandt hem vervorderen sonde daerinne te comen sonder 

des ghed. consent, 
xj. Alsoe t bewint administratie ende dispositie vaut voorschreuen 

huy» als specterende aende cappelrye opte Keyns den ghed. 

alhier toestaet ende nyemant anders omme tselue te appli- 

ceren tol goedertieren saecken. 
xij. Oock achteruolghende dordonnantie vanden Heeren Staten 

op zeeckere differenten tusschen hem ende den Impetr. ghe- 

reaen ende ghedecerneert opten neghenden Septembris anno 

vijfthienhondert ende tachtich. 
xiij. Dat hoewel den Impetr. alhier gheen recht noch actie en 

competeert opt aen noch tot het voors. huijs. 
xiiy. Ende off henluyden daertoe eenich recht ofte actie mocht 

competeren, des neen, ghehouden waren de selue rechtelijke 

te intenteren. 



428 

XV. 't Heeft henluyden nochtans belieft op heure sinistere te 
kennen gheuen te Impetreren mandament in cas van main- 
tenue nopende de scholasterye van Schagen. 

xvj. In alle schijn off t voorschrenen huys specterende tot scho- 
lasterye van Schagen ende dat zy Impetr. daer van oyt 
possessie ghehadt hadden. 

xvij. Ende hebben vuyt crachte van dien den ghed. ghedaen dach- 
uaerden tot zeeckeren dachen voor dezen houe. 

Ad acta. 

xviij. Ten daghe dienende hebben de Imptr. heurluyxlen onghe- 
fundeerden Eysch ghedaen , conclusie nemende naer haer 
goetduncken als by acte. 
XX. Waer jegens de ghed. zijne deuchdelyke defentie ghedaen 

heeft conclusia nemende pertinentlyck als by acte. 
xxi. Eyntelyck de saecke voldonghen zynde zijn partyen by 
mynen heeren de commissarissen ter audiëntie vande Bolle 
ghecomitteert gheappointeert te schryuen by memorien ende 
aduertissementen van Kechten , mitsgaders van alsulcke 
stucken ende munimenten als elk van partyen soude ver- 
kiezen te dienen tot zeeckeren daghe. 

xxij. Furnerende welk appointement dispositif soe dient de voorsz. 
Meester Adriaen Jong Dirckz. als procureur vande voor- 
. schreuen ghed. van deze zyne teghenwoerdige memorien 
ende Advertissementen van Rechten, zeghende dat hem be- 
hoort te volgheu onder correctie van vermogende Heeren 
zynen eisch ende conclusie «int hooft van dezen als apad 
acta ghedaen ende ghenomen. 

Ende omme int cort te wederlegghen de middelen vander 
Imptr. • venuen court ende eerste ten geenen int mandament 
verhaelt vande scholasterye van Schaghen. 

xxiij. Seijt daar op die voorschrenen Meester Adriaen Jong Dircks. 
inden naem als bouen, dat de ghed. noch z^n Eentmeester 
ende schout hem niet ghemoeijt hebben met de scholaster^j 
van Schagen. 

xxiiij. Refererende hem noopende den tytel byden Imptr. dies- 
aengaende ghealligeert tot de donatie vande costerie ende 
scholasterye van Schaghen b\j heer Wouter van Egmondt 



429 

ende Vrouwe Josyna, Heere ende Vrouwe vanSchaghen, 
ghegundt inden jaere vierhondert ende Ineghentich den 
vijfden dach van meije. *) 

XXV. Ten welcken tyde de. capelle opte Keyna alsnoch niet ghe- 
fundeert en was. 

xxvi. Ende consequentelyck en worde alsdoen van gheene cos- 

terye noch scholasterye opte Keyns ghedacht. 
xxvii. Doch zeeckeren langen tijt nae de gif te byden voorschreuen 
Heer Wouter van Egmondt ende Vrouwe Josyna den 
schepenen van Schaeghen voorschreuen ghedaen die zelve 
Vrouwe Josyna naer touèrlyden vanden voorsz. heer Wou- 
ter van Egmont getrout hebbende heer Joost vun Bors- 
selen als ontrent den jaere xv^ en achthien. 
XX vlij. Soe werde die voorschreuen capelle op de Keyns opghe- 
recht. 

xxix. Tot bedieninghe vande welcke byden heeren ende Vrouwen 
van Schaghen zeluer capellanen successiuelyck ghedeputeert 
ende ghestelt ziju. 

XXX, Die welcke t voorz. huys voorden cappellanen gheappli- 
ceert als geuolch ende accessorie van cappellrye bewoont 
ende gebruyct hebben gehadt. 

xxxj. Alwaer ettelycke capellanen deur concessie ende toelae- 
tinghe vande heeren ende Vrouwen van Schaghen inder 
tijt mede schoole gheh ouden hebben tot gherieff vande 
buyeren opte Keyns woonende. 

xxxij. Ghedurende den tijt van thien twintich dertich veertich 

vyftich jaeren ende langher. 
xxxi^. Sonder dat den Impetr. hem dies oeyt onderwonnen hebben, 
xxxiiij. Als wel wetende dat die costerye ende scholasterye vande 
capelle opte Keyns niet gemeens en hadde mette gifte van 
heer Wouter van Egmont ende Vrouwe Josina voorsz. 

XXXV. Ende off dimptn. yet dieshalven gedurende die troubles 
in absentie *) vande ghed. mochten gheattendeert hebben 



1) Medegedeeld in Dl. VII, bl. 328. 

2) De Heer was o. a. afwezig toen h\j , gel^k v. Gouth. l. e. meldt, met 
den Grave van Bossayt iu den water-str^t bg Hoorn 1578 was. 



430 



ende en conde gheen effect exerceeren noch in eenige * 
considé^raiie comen. 
XXX vj. Als by de pacificatie van Gent geslooten daerby eenen 
yeghelycken in alle syn gherechtichheden volcomelyck 
gereponeert sal worden. 
XXX vij. Al hoe wel al t ghepretendeerde vande Imptr. noopens 

de voorschreaen scholasterie alhier impertinent es. 
xxxviij. Al soe die ghed. den Imptr. dies aengaen geen turbatie 
gedaen en hebben. 
xxxix. Als anders niet ghedaen hebben dan ghecontinueert be- 
wint ende administratie van 't voorschr. huys specterende 
aende capelrye van Keyns. 
XL. Waer toe den Imptr. geen recht noch actie en competeert, 
xii. Ende alsoe 't voorder debats vande Imptr. voorstel vallen 

sal bij additien. *) 
XL^. Soe persisteert de voorschr. Adriaen de Jong inden neem 

als bouen' by t gundt voorss. es. 
XLÜj. Ontkennende voorts generalijcke allet Triuoel voorstel 
vanden Imptr. den ghed. eenichsins preiudiciabel wesen. 

Concludeert als apud acta ghedaen es. 

Additien gedaen maecken ende mijn Heeren president ende 
raden vanden Hooghen Baede ouergegeven bij Adriaen Le Seur 
inden naem ende als procur. van burgemees. ende regeerders der 
stede van Schagen , Impten in cas van maintenne. Op ende tegens 
zekere friuole onwaerachtichè ende impertinente middelen geatelt 
inde memorie den seinen houe ouergegeven van wegen Jonckheer 
Johan, Heere van Schagen, ghed. mitsgaders tegens tamploiement 
naemaels apud acta gedaen byden rentm. en schout van Schagen 
mede ghed. 

Hbbwetek, Ls Seür, 

adv. procur. 

i. Eerst voor generale solutien van alle tgundt de ghed. in 
memorien geposeert heeft, soe houdt Le Seur inden naem 



1) Die Additien zyn jnmmer genoeg niet aanwezig. 



481 

als bouen alhier voor gerepeteert tinhouden van wjne me- 
morien sonder tselue alhier te verhaelen brevitatis gratia. 

ij. Daerby vulcomelicken gedoceert wordt vande possessie van de 
Imptn, Item van turbatie by den ghed. eude syne officiers mede 
ghed. daerin gepleecht ende dat 't mandament van maintenue 
byde Imptn behoirlicken van houe geobteneert es geweest. 

iij. Et his tribus concurrentibns interdictum retunendae posses- 
sionis recte in juditium deductum esse edictum praetoris con- 
servandae possessionis ergo propositum satis aperte demon strat. 
iiij. Hier tegens en doet nyet het eenigbe muniment twelck de 
ged. tot verificatie van heure memorien onder letter D. pro- 
duceert , want tselue spreekt alleen wye dat de pastorye 
goederen ende die goederen vande capelle opde Keyns regie- 
ren sal ende dat de predicanten, schoolmrs ende costers vuyt 
de vruchten derseluer goederen geloent ende de ouerschieten 
reste derseluer ten behouue van armen beheert sullen werden. 

V. Twelck immers nyet gemeens en heeft inet de possessie van 
de scholasUrye, dat is, wie dat den schoolmr. op de Keyns 
setten ende comitteren , affsetten ende eenen anderen in zyn 
plaetse eligeren ènde comitteren sal ende syn woonplaets 
ofte schoolplaets besorgen zal , daervan hier alleen questie es. 

vj. Latende d Imptn den heere van Schagen bewardcD met de 
administratie van de goederen daer vuyt de selue schoolmr. 
syn loon ontfanghen moet. 

vij. Sunt enim diuersa jura quae diuersispersoniscompetere pos- 
sunt ut notissimum est. * 

viij. Sonder dat hier tot voordeel van den ghed. ten propooste 
geappliceert mach werden , tgundt de ghed. int i , ij en iij 
arlen van syne memorien poseert , dat de heere van Schagen 
altoes in rustighe ende vreetsamighe possessie vel quasi ge- 
weest soude syn van die gifte te doen vande pastorije , offitie 
ofte cappelrye opde Keints. 

ix. Want behalven de Impertinentie vandien in ista materia pos- 
sessoria soe en vermeit de fundatie brieff vande capelle opde 
Keyns van geen pastorye maer seyt claerlicken datter ge- 
ordoneert was ende ten eeuwighen daghen geordonneert soude 
worden een officiant , die alle weeken inde capelle gehouden 
was te doen vier misse ende daer van soude genyeten dar- 



432 

tich k. guld. sjaers , mits dat deselue capelle sonde blpen 
ten eeuwighen daghen onder de parochiekerke binnen Schagen 
als een capelle , sonder die selue kercke int minste te moeijen. 
Aengaende voorts tgundt int ii^', v, vi, v^' ende viij arleD 
yande voorsz. memorien verhaelt wordt dat zeker huys sonde 
wesen accessoir ende dependent vande voorsz. cappelrye. 
X. Segghen D'Imptn dat sulck nyet geloeffelick en is, immers 
de voorsz. fundatie daervan geen mentie es maeokende , mer 
wordt den officiant jaerlick geordonneertalleenlicke xxx k.guld. 
xj. In vougen dat de ghed. int ix ende x arlen van heur me- 
morien meirtie maeckende van laesten bewoener vant voorsz. 
huys nyet en noempt wie dat het was. 

x^. Die ghed. wel wetende dat deselue lesten bewoender was de 
schoolm. aldaer , bij name Gerrit Jans^. , wesende by burgemrs 
ende schepenen au genomen ende omme merckelicke oirsaecke 
oick verlaeten ende in syu plaetse een ander angenomen. 

xiij. Welcken Gerrit Jansz. de ghed. tegens der Imptn danck al- 
daer voor schoolmr wilde houden als blycken mach byde 
pretense confirmatie die de ghed. den seluen Gerrit Jansz. 
tot dien eynde verleent hadde ende breeder inde memorien 
vande Impetranten verhaelt ende ghedoceert is. 

xiiij. Ende als de voorsz. Gerrit Jansz. dies nyet tegenstaende 
gelycke wel met gemoede vertrock. 

XV. Ende dander angenomen schoolm. daer inne was comende, 
ende all eenighe goeden inden huyse gebracht waren, syn 
deselue góéden daer vuyt gedragen byden castelein ende de 
deur ende anders vanden selue huyse toegespijckert met 
interdictie van tselue nyet op te brecken op poene als huys- 
breeckers gestraft te werden. 

xvj. Sonder te letten dat voorgaende schoolmrn (soe langhe daer 
schoolmrn opde Keijnts waren geweest) daer inne altoes ge- 
woont hebben. 

xvij. Immers gelyck als de ghed. naectelicke (hoewel tegens de 
waerheyt) seyt dat de bewonninghe van zeker huys opde 
Keints es accessoir de cappelrye. 

xviijj. Soe segghen d Imptn ende hebben bouendien ghedoceert dat 
de bewonninghe vant huys int mandament van maintenne 
verhaelt accessoir es tot de scholasterye opde Keints. 



433 

xix. Sonder dat in allen gevalle de ghed. ende syne officiers 
geoirloft was thnys tot bewoninghe ende tot thouden vant 
school gedestineert, de facto toe te spyckeren ende den 
Imptn in henre possessie te turberen als inde n^emorie 
breeder es gededuceert. 
XX. Ende mitsdien genomen sine prejnditio veritatis dattet al 
een huys ware twelck byde cappellanen plach bewoent te 
worden, 
xxj. Soe en soude nochtans tmandement yan maintenne te min 
nyet gefundeert wesen naedemael dlmptn doceeren dat 
tselue huys, twelck in heur voirsz. mandament verhaelt 
wordt, sedert de pacificatie van Gent by den schoolmr opde 
Keints bewoent ende schoei daer in gehouwen es geweest. 

xxi|j. Ende dat d'Imptn tselue huys als accessoir tot de selue 
scholasterye sedert de selue pacificatie in dier vougen ge- 
possideert hebben gebadt. 

xxiij. Daer mede soluerende oick t xj arle van des ghed. me- 
morie dipterende dat den ghed. alleen de dispositie vant 
voorsz. huys sonde competeren omme tselue te appliceren 
ad pios usus. 

xxiiij. Ende hoewel tselue meer concerneert materiam petitoriam 
qnam possessoriam daervan alleen hier questie es. 

xxv. Soe staet nogtans te letten ende es waer dat de ghed. tot 
tselue huys off omme daervan te moeghen disponeren noch 
tytel noch possessie en heeft. 

xxvj. Nadem'ael soe veel als den tytel angaet dat de fundatie 
vande capelle opde Keynts daer af geen mentie en maeckt 
als bouen geseyt es. 

xxvij. Ende soe veel als de possessie angaet en kan de ghed. 
geen antiquam possessionem pretenderen naedemael dat in 
voorleden tyden alle des capellens opde Keints goeden 
voorde troubles ende noch daer nae wareu in handen van 
gemeente die daertoe ordonneerden administrateurs sonder 
dat de heere van Schagen off syne officiers zich dies int 
minste bemoeyden. 
xxviijj. Sonder dat de ghed. oick zich mach behelpen met sekere 
ordonnantie vande heeren Staten byden ghed. onder de 
letter D geproduceert ende int xij arle van syne memorie 

Bedragen Qetch. Bisd v, Haarlem, X* Deel. 28 



434 

verhaelt. als geen mentie altoés maeckende vande gifte Tan 
scholasterye op de Keints als bonen int iiij , ▼ , vj ende 
yij arlen van dese additien breeder verhaelt es. 

xxix. Mits alle welcke oick frinol syn de twee Ulatinen byden 
ghed. int xi^' en xüij art. van syne memorie geposeert, 
willen den Imptn constringeren omme heure actie int 
petitoir te institueren indien syl. eenich recht tot tvoirs. 
huys pretenderen, 

XXX. Daar nochtans ter contrarie notoir nae rechten es dat 
indien de ghed. eenich recht pretendeert tot tsfslae hnys 
schuldich es a possessoribus tselue te vendiceren ende henl. 
dat met beter recht indien hy eenich heeft vnyt te winnen. 

xxxj.' Twelck nochtans de ghed. swaer sonde vallen te doen , 
alsoe tselue huys soe langhe alsmen opde Eeynts school 
gehouwen heeft byden schoolmr beweent ende tschool 
daerin gehouwen es geweest, 

xxxij. Ënde dat de Imptn alleen ende nyemant anders compe- 
teert trecht omme schoolmr te stellen ende schoei te doen 
exerceren soe competeert henl. oick de bewoonighe vant 
voorsz. huys als accessoir vande selue scholasterye. 
xxxiij, Seggende voorts d Imptn opt xii^*, xv, xvj ende xvijj 
arln vande voorsz. memorien dat syl. heur mandament 
gelicht hebben nyet simpliciter vande scholasterye van 
Schagen, maer met die adjectie dat daer onder gecom- 
prehendeert es de scholasterye opde Keints. 
xxxiiij. Ende in dier voegen hebben syl. oick heuren eysch ge- 
daen ende conclusie genomen als blyckt apud acta. 

XXXV. By redenen dat de scholastery vande Keints geconfereeri 
wordt by de Imptn als burgemrs ende regeerders van 
' Schagen, 
xxxvj. D&t mede de capelle opde Keints es een capelle vande 
parochiekercke tot Schagen deselue kercke subiect synde 
volgens de fundatie brieuen daervan synde. 
xxxvij. Sulx mede de Keints sorteert onder de jnrisdictie van 
Schagen ende de woenders opde Keyns gerekent worden 
poorters van Schagen, genyetende alle de gerechtigheyt 
van de inwoonders ende poorters van Schagen als inden 
prooesse olaerlioke geverifieert wordt. 



435 

xxxvi^. VoeTts soe seggen dimpto opt zxiij arle yande yoors. 
memorie dat de ghed. ende syne rentmr ende schout wel 
groffelioken sich gemoeyt hebben met de scholasterye van 
Schagen. 
xxxix. Alsoe syl. den schoolmr byde burgemrs ende regierders 
van Schagen gedestitueert synde weder geatmitteert heb- 
ben ende ter contrarie dat de ghed. den schoolmr by die 
van Schagen van nylus gestelt de exercitie vande scho- 
lasterye belet heeft als breeder inder imptn memorie ge- 
dedaceert ende hier bonen verhaelt es. 
XL. Ende dat de scholasterye opde Keyns es de scholasterye 
vande burgemrs ende regierders van Schagen es claerlicke 
genouch geprobeert. 
xij. Óverslaende voorts txxiiij, xxv ende xxvj arle vande 
voorsz. memorie mentionerende vande tytel vande impe- 
tranten tot de scholasterye van Schagen, als in dese 
impertinent synde. 
XLijj. Alsoe dimptn in ista materia possessoria sich nyet en 
adstringeren tot eenighen tytel mer incumberen heure 
possessie. 
XLijj. Paer by gevoucht (nopende de donatie van costerye ende 
scholasterye van Schagen den Imptn competérende als de 
ghed. bekent int xxiiij arle van syne memorie en blycken 
sonde by de tytel van donatie waert noot) dat de selue 
scholasterye ende costerye soe wyt es vuytstreckende als 
den ban van Schagen hem eë vuytstreckeiide in confor- 
mite vande priuilegien verineldende dat de poorten van 
Schagen soe wyt s^n streckende als de ban van Schagen 
streckende es. 
XLÜg. Ende mitsdien dimptn moegen scholasterye doen exer- 
ceren over al den ban van Schagen ende consequentelicke 
inde Keyns als syl. oock gedaen hebben. 
XLV. Es mede alhier impertinent tgedednceerde vanden ghed. 
int xxv^ ende naevolgende arlen vande voirs. memorien 
verhalende wanneer dat de cappelle opde Keints geeri- 
geert es geweest en dat de heeren van Schagen aldaer 
een* cappellaen gestelt hebben die altemet mede school 
gehouwen heeft. 



436 

XLTJ. Want tselue nyet gemeens en heeft cum isto juditio poa- 
sessorio mer cöcerneert petitorium juditiam twelck de ghed* 
institueren mach alst hem belieft ende souden d Imptn 
hem oick diei^saengaende goet connen. 

XLvij. Niettemin hoewel omtrent den tyt byden ghed. verhaelt 
de cappelle opde Keints opgerecht es geweest soe en es 
nochtans tselue nyet geschiet met sulcke. meninghe dat die 
een parochiekercke op haer seluen sonde syn, maer de 
parochie binnen Schagen sonde subiect blyuen als vooren 
verhaelt es. 
XLviij. En sal metter waerheyt nyet blycken datter oeyt offician- 
ten opde Keints byden heere yan Schagen angenomen syn 
geweest omme aldaer schöolmr te wesen daervoor eenich 
salarium te genyeten vuyt de goeden specteren tot de 
voorsz. cappelle. 

XLix. Alsoe de fundatie den seluen officiant alleenlicke ende 
specialiter toeleyt xxx kgls. sjaers ende dat voor vier mis- 
sen ter weecke ende anders nyet tot syne laste stonde. 
L. Mer ingevalle opde Keints eeni^he officianten mogen ge- 
weest syn die aldaer schoei gehouwen hebben, de sehie 
hebben sulcx gedaen by t believen vande burgemrs van 
Schagen, sonder daer op angenomen te syn byden heere 
van Schagen. 
Li. Sonder dat de ghed. oick doceren sal dat oeyt schöolmr 
opde Keints den heere vau Schagen int stuck vande scho- 
lasterie herkent heeft. 
L^'. Nademael de scholasterye ende ^costerye opde Keynts annex 
ende dependen t es met de scholasterye ende costerye van 
Schagen; gelyck het cappelle annex ende dependent was 
de parochiekercke van Schagen. 
LÜj. Ende es daeromme vreempt hoe dat de ghed. int xxiü^' 
arle van syne memorien tegens de notoire waerheyt derff 
segghen dat de burgemrs van Schagen sich noeyt gemoeyt 
en souden hebben met de scholasterye opde Keints ende 
hoe onwaerachtich dat tselue es, mach claerlicken vuyt de 
informatie byde Imptn in diesen geproduceert verstaeo 
werden. 
Aengaende voorts 't xxxv ende xxxvj arlen vande voorst. 



437 

memorie mentie maecken van pretense usurpatie, staende 
oirloghe en vande pacificatie alsulcké usurpatien te nyet 
doende etc. 
r.iiij. Segghen de |mptn dat syl. sich nyet en behelpen met 
eenighe possessie staende oirloghe geadipiseert, . maer met 
ouwe antiqne possessie conform heure priuilegien oick met 
de possessie die syl. nae de pacificatie ende retour vanden 
Heere van Schagen palam omnibus videntibus et patenti- 
bus sedert den jare Lxxvij tot noch geexerceerd hebben. 
IjY, Noch en mach de ghed. nyet segghen byde pacificatie van 
Gendt gereponèerd te syn inde possessie van schoolmr 
opte Keyns te stellen dewyle hem daervan nyemant gede- 
posseert en heeft, als daervan noeyt possessie gehadt 
hebbende. 

Ende dat de ghed. int xxxvij artn tot den eynde toe vaiide 

voirsz. syne memorien seyt den Imptn nyet geturbeert mer 

syne gerechtichheyt gecontinueeft te hebben. 

Lvj. Seggen d Imptn naedemael dattet blyckt de voirsz. scho- 

lasterye opde Keynts en de schole ofte huysinghe daertoe 

gedestineert by de Imptn gepossideert te syn etlicke jaer- 

scharen ende binnen sjaers van turbatie in questie. 

Lvij. Soe en mach de ghed. nyet geseyt werden plegende de 

acten daer ouer d Imptn by heur mandament doleren syn 

i recht gecontinueert mer moet verstaen werden feytelicken 

I geprocedeert te hebben sich bemoeyende met de gifte vande 

scholasterye en met tbesluyten vande schole opde Keints 
tegens alle behoirlichheyt ende contrarie de deuchdelicke 
possessie vande Imptn. 
Lviij. Mits alle welcke also^ d Imptn claerlicke doceeren dat syl. 
in possessie syn vande scholasterye van Schagen ende 
vande Keyns als een gedeelte van Schagen. 
Lix. Item dat syl. den schoolmeester opde Keynts altyts ge- 
stelt hebben. 
LX. Dat oick de selue alsoe gestelde schoolmr thuys int man- 
dament van maintenue geroert altyts bewoont heeft. 
Lxj. Ende dat de ghed. den schoolmr byden Imptn gedesti- 
tueert by syn eychen autoriteyt weder angeset ende ge- 
continueert heeft. 



438 

LXij. Ende dat de schoat ende rentmr vaode heere van Schagen 
den ' schoolmr byde Imptn opde Keynts gestelt den inganck 
vande gewoonlicke schole ende sulcz de exercitie vande 
scholasterye opde Keynts de facto belet ende andere acten 
tarbatoir inden processe verhaelt ghepleecht. 

Lxirj. Ende dat d Imptn binnen sjaers vande selue turbatie sich 
an desen koue beclaecht mandament gelicht en tselue be- 
hoirlioken geexployteert ende vervolclit hebben. 

Lxiiij. Soe volcht immers, dat t mandament van maintenue ende 

den 'eysch en conclusie byd6 Imptn int selue cas genomen 

nae rechten gefundeert es ende dat* den Imptn de selue 

conclusie nae réchten behoirt te volgen. 

Lxv. Off ten minsten (naedemael de ghed. alle de arln van syne 

memerie stelt in feyten sonder yet te doceren) dat den 

Imptn by prouisie geadiudicieert sal werden de recreantie 

daertoe wel oetmoedelicken implorerende toffitium vande 

houe. 

Lxvj. Ende alsoe de ghed. nyet sonderlinx meer in heorl. voirsz. 

. memorien syn poseren twelck vorder solutie es requirerende. 

Lxvij. Soe persisteert Le Seur inden naem' ende als procur. 
vande Imptn by tgundt voirsz. es. 

Lxviij. Ontkennende nyetemin generalicken alle de friuole imper- 
tinente en onwaerachtiche redenen ende middelen by de 
ghed. voort gestelt, den Imptn eeniohsins prejuditiabel 
wesende. 

Concludeert en versoeckt prouisie als apud acta. 

Herwijeb. . 



Het proceft bleef hangen totdat de zaak geregeld werd 
in eene Transactie van l July 1588^ tuaschen den Hr. 
en Regenten van Schagen, waarin bepaald wordt: 

g Belangende voorts het different van 't tweede 

proces j is mede vryinoedelicken geaccordeert dat zijn Ed. 
(de Meer) als altijds collatoor geweest zijnde van de 
proostys op 'tEeyns, aldaar in plaatse van den proost, 
staande den tyden als voorn., sal mogen stellen een 



439 

scfaoolmr hem aangenaam zijnde, die by den voors. (de 
oudste afipgaende) kerkmr vuyt des proostyes innecomp- 
sten betaelt. sal moeten worden , mits dat'et salaris van 
den seluen schoolmr eerst geraempt ende geaccordeerd 
'werden met gemeene aduys van syn Ed. en den voorsz. 
Kerckmr bly vende oock 't voors. huys opten Keynse annex 
de administratie van de proostyes goederen end^ ten be- 
houffen van den schoolmr by syn Ed. te stellen. 

Een enkel woord ten laatste over de goederen van 
O. L. V. te Keins. 

In een quoyer van die van Schagen van alle dié lan- 
den enz., opgemaakt 26 Sept. 1595 vinden wij: 

Op de Nesse (een buurt in de nabijheid van de Keins) 
tcapel opten Keynse 17 geersen, 10 sneesen. 

Die goederen werden iftot inden turbel" geadministreerd 
door den oudsten kerkmr van Schagen en een kapelmees- 
ter van de Keins ftelcken jaere daer toe geset by de 
schepen van Schagen, die hunne reckng deden voorde 
schepim van Schagen eü voorde vroetschap, jae oick bur- 
gemrs indien syl. present begeerden te wesen." 

Na de Reformatie schijnen die van Schagen de zaak 
geheel aan zich getrokken te hebben , gelijk men zeggen 
zon uit onderstaand stuk: 

An den schout, schepenen, rekenaars, regeerders 
te Schagen. 

Geven ootro. te kennen de burgeren uwe ingesetenen en goed- 
willige poorters binnen Schagen, woonende op de Keijns, hoe dat 
de kerken van Schagen voortij t groote emolumenten en profijten 
genoten hfb vande capelle opten Keijns dair van noch ettelicken 
landen imcosten de capelle van toecomen , soo dat dair geordon- 
neert worde dat die van Keynse alletoos tot inden turbel toe ge- 
had hebben een capelmeester omme de goederen te regeeren met 



440 



de Kerkmeesters van Schagen, de outste die afgaande was vant 
lestleden jaer sb dat de capelmr den alderoppersten en princi- 
palen toesicht hadde opten capelle metten ancleyen. So dat de 
capelm' mede regart nam opten scoolm' inden tyde Symon, deur 
laste yande Edele Vrouwe van Schaghen Elyzabeth van Bronc- 
horst *) hoochlofflicker memorie. This nu so dat sy suppltn ge- 
frustreert zijn vant capelmeesterscap recht off dair niet van ge- 
weest w^irè mair insiet so vurre ghy die hebt die fundatie ghiji 
sult dair anders in bevinden. So is Keur versoucken ende ernt- 
licke begeeren dat ghy goede heeren dat ghy sult hair laeten 
volgen hair deuchdelicke possessie dat byden en inden gebayre 
van Keyns wort geordonneert een capelmr als hier voorsc. omme 
opsicht en toesicht te hebben van scoolmr ende goederen so de 
goederen van dair gecomen sijn. Dit doende etc. 

/yinde Jare Lxxx heeft de heere bij requeste vande 
Staten van HoUaut geobtineert een rentmr daertoe - de 
pastorie- en kapel -goederen - te mogen admitteren en 
werden de incomen geemploieert tot onderhout van pre- 
dicant ende schoolms en 't ouerschot tot den armen van 
Schagen, volgens de acte van Staten." ') 

Daar is ook over de kapel-goederen heel wat getwist, 
maar dewijl die goederen doorgaans als in een adem 
worden genoemd met de pastorie- en andere geestelijke 
goederen van Schagen, deel en wij nadere bijzonderheden 
er over mede, als we de geschiedenis van Schagen geven. 

GHR. FHILIPPOMA. 



1) Wedawe van Willem van Schagen, moeder van Jokan, metwien het 
proces over scholastery, die toen zgn vader stierf pas vier jaar oud wu, 
zoodat z\jn moeder, de hier genoemde Elyzabeth van Bronchorst als lyoe 
voogdesse Vrouw van Schagen was. 

2) Zie Deel VII, bladz. 197. 



441 



^■^"■^^^ 



DE KEBKELIJKE TOESTAND DEB GEMEENTE LANGEBAK 
m DEN ALBLASSEEWAABD. — A** 1567, 27 Jan. 



Heer Matheus Ricaldi, pastoer tot Langeraeck, oudt 
omtrent 44 jaren, seyt in verbo sacerdotis: tot Langeraeck 
gewoent te Iiebben zedert Alreheyligen lestleden ende dat 
aldaer noch recht ende justitie geadministreert wordt, uyt 
de naem van den ouden Heere van A speren, Heer Wessél 
van Boetselaer. Seyt verstaen te hebben ende gehoert te 
hebben, dat die voorscreven Heer van Asperen mijt beyde 
zyne soenen , te weeten , de joncxte ende oudtste in dezen 
beruerte geweest is in de kercke van Langeraeck, alwaer 
twee nyeuwe predikanten mitten anderen, in huerlieder 
ende het gemeen volck presentie , gedisputeert hebben v^n 
de nijeuwe religie, d'een wezende een Mennoniste ende 
d'ander een Calviniste, ende dat zy zelflFs die voors. pre- 
dicanten aldaer doen koemen hebben ende gepermitteert , 
dat zy die psalmen mochten sijngen. Seyt dat d'aultaren 
ende beelden inder kercke gebleven zijn ende dat aldaer 
te wezen plagen , behalven den pastoer , twee vicarien , 
staende die collatie van heurlieden beneficien tot zy- 
ner dispositie, denwelcken die voors. Heere affgetoegen 
heeft omtrent 34 mergen lants ende bovendien, noch 
vercoft vijj mergen lants ^ geleden omtrent acht ofte 
negen jairen, jegens dancke ende wille van de gemeente, 
alleen met consent van de kerkmeesters van de Nye- 
poort, ende dat dair nu nyemant meer en is, dan hy pa- 
stoir alleen ; ende dat eenen Sebastiaen Thyssz. des voors* 
Heere van Asperens rentmeester, ende kerckmeester 
den huysluyden verbiet, dat zy den pastoir gheen bèta- 



442 

linge en doen, zeggende: die Heere van Asperen zal 
komen ende verjaegen die papen ende, en wil nijet geven 
keersen, noch torsen, noch olije tot dienste vandekercke 
ende nyet jegenstaende heqi bj den o£Bciael op zekere 
groote peinen zalcx bevoelen es te doen by missive; dat 
hy tzelfve nyet heeft willen doen, zeggende, opte mis- 
sive nyet te passen. Seijt dat die voorgaende pastoir mit 
den Heere van Asperen uyt de landen geweeken es, ende ge- 
hoert te hebben, dat hy hem zoude onderhouden, by Geulen, 
tot Ouwerkercke by zijn outse zoon. Seyt gehoert te heb- 
ben dat die schout van Langeraeck, genaempt Benschipper, 
wezende een zeer ryck man, zekere heyligen doen ver* 
barnen heeft in zyn huys ende dat een vrouwe , woenende 
in de Nyepoort, genaempt Magdalena, by hem schout 
gedreijcht es geweest, haer te willen int vuer werpen, uyt 
zaecke zy die heylighen uytet vuer nemen wilde; als hij 
deposant zeyt gehoert te hebben van Jaoob der voors. 
Magdalenas broeder. 

'Seyt dat die geheele wet van Langeraeck geinfecteert 
is, uytgesondert drie schepenen, naementlycken Ghys Wou- 
ters , Bart , wijens toename hy die spreeckt , nyet en weet, 
ende eenen Jan Artsz. ende eenen kerckmeester, genaempt 
Thomas Dircksz. alias Boen; die welcke van der zaecke 
van Langeraeck zoude weeten te spreken, als van gelicke 
zoude weeten eenen genaempt Backer, wezende een weert 
ende een out man. Seyt dat deur die quade leeringe van 
den vpergaende pastoir *t geheele dorp van Langeraeck 
mit diversche secten geinfecteert es ende datter wel tus- 
schen die vyfiF ende zes hondert communicanten, zyn die 
alzoe verleyt zijn; dat indien men zoude willen die wette 
vemyeuwen , dat men uyt die Ny eupoort andere schepe- 
nen zoude moeten nemeh« 

Gevraecht , uyt wat zaecke Hartoch £rich van Bruns- 
wiek het huys te Langeraeck innegenoemen heeft, se/t 



443 . 

dat alawo die voorscreven hartoch , leggende te Nyeupoorte 
zeer naeby Langeraeck, beducht was dat die vianden thujs 
te Langeraeck [t welck sterck es] ingenoemen zoaden heb- 
ben, tzelve huys, doen, innemen heeft, ende dat aldaer noch 
op leggen een rot knechten ende dat die van Langeraeck 
van te voorens nytet voors. huys gescboeten hadden op den 
knechten van voirscreven hartoch , daer verby passerende. 
Seyt gehoort te hebben dat die voors. schout van Lange- 
raeck diet die joncxte zoon van den heere van Asperen , 
uyt zekere diverse kerckeboecken [die wel 300 gis. ge- 
cost hadden te saemen] vele bladeren gesneden heeft, Seyt 
' dat in den voors. dorpe veele verscheyden secten zyn van 
Mennonisten, Calvinisten, Martinisten, Anabaptisten ende 
andere. Ende dat onder andere daer is eenen snyder, ge- 
naempt Seb'astiaen, oock wezende heylighe geestmeester, 
wyens huysvrouwe hebbende gebaert twee soenen, tot een 
dracht, en heeft diezelvö nijet willen laten doopen nae de 
gewoonte van de catholycque Kereke, ende dat den eenen 
acht weekèn oudt zijnde gestorven es zonder doopsel ende 
dat het ander kint noch oi^gedoopt es, nijèt willende daer- 
toe verstaen, zeggende, dat zy in den velde gedoopt zyn. 
Seyt dat eenen Adriaen Aartsz., aldaer oock wesende 
heylige geestmeester , nijet en heeft willen doen doopen 
zyn kint ende dat die vrienden van hem zulcx jegens 
zynen danck gedaen hebben, daer hy qualick mede te 
vreden geweest es. Seyt dat eene oude mecht gen. Mar- 
garite, oudt omtrent tzestich jaeren, die van te voorens 
zeer catholicque te wesen plach, nu conventiculen houdt 
tot Langeraeck voor den Menonisten. Seyt dat die voors. 
Thomas Dircksz. hem deposant mijt schreyenden oegen 
geclaecht heeft, dat in voorleden tyden die schout van 
Langeraeck, hem siende gaen naer de kereke omme misse 
te hooren, naegeroepen heeft : gaet ghy noch totte Baby- 
lonisse hoeren, hem beclaegende dat zy van sulcken 



444 

schout geregeert moste worden. Seyt dat die schout ende 
gerechte zeggen» dat zoe lange zy die vierschare spannen, 
uyten name van den heere van Asperen, dat sy den 
heere van Asperen eedt gedaen hebben. Seyt dat des 
pastoers huys geheel geruijneert leijt ende dat die ge- 
meente totter reparatien nyet verstaen en willen ende 
datter gheen goet en is , omme dat te repareren; zoe tzelfde 
de pastorie affgenomen es, als hy hiervorens verclaert 
heeft. 

Ende was getejckent 

N. N. N. N. 

(Ëztrakt uit de papieren van den Raad 
van Beroerten in 't Belg. Rgks-archief.) 

A. V. L. S. J. 



445 



DB KERKSIËBADEN TE BOMMENEDE OP HET EILAND 
SCHOUWEN IN ZEELAND. — A® 1570. 



Onder de vele plaatsen die in Zeeland ten gronde zijn 
geraakt 9 is ook te rekenen Bommenede. Het jaar der 
stichting van Bommenede is niet bepaald aangegeven^ doch 
het ligt voor de hand te denken aan het einde van het 
eerste vierendeel der XV^ eeuw, daar wij lezen dat in 
1418 Jan van Beijeren de schorren en wieren van Bomme- 
nede, die sinds eenige jaren uit den waterplas waren 
verrezen ter bedijking uitgaf. 

De oude dorpskerk , kort na de bedijking gesticht, had 
Sinte Eatharina ') tot patrones en bezat behalve het hoofd- 
altaar, nog een Moeder Gods-, een S. Anna- en een S. An- 
tonius-altaar ; het was volgens Visscher in zijn i^Speculum 
Zelandiae" een kruiskerk met een spits torentje, uit het 
dak verrijzende. 

Van de pastoors , die te Bommenede in dienst zijn ge- 
weest, weet ik er slechts vier te noemen'): Judocus 
Scillink 1545, Nicolaus Odelant 1551, Judocus de Man 
1551, en Gerardus Christiani; allen waren herder bij 
grafelijke collatie, gelijk waarschijnlijk hunne voorgan- 
gers zijn geweest. 

Nadat Bommenede allengs tot ontwikkeling en bloei 
was gekomen, is het, in de laatste jaren der XVP eeuw, 
. geweldig en meermalen door overstroomiugen geteisterd ; 
de stormvloed van Allerheiligen van het jaar 1570, voor 
zoo menige andere plaats van Zeeland en ook van Hol- 
land noodlottig, drukte dusdanig op Bommenede, dat het 

1) Zie Bqdr. v. Haarlem U, bl. 186. 

2) Zie Bydr. ibidem. 



446 



sinds bleef kwijnen. Nogmaals in 1633, in 1682 en in 
1687 door het zeewater overrompeld, hield het in 1693 
op als gemeente te bestaan; 4e predikant Petras Hartog, 
die van 1587 af te beginnen, tien voorzaten had, ge- 
storven zijnde, bekwam geen opvolger en de nog reste- 
rende bewoners, allen Protestant, werden vereenigd met 
hunne geloofsgenooten van Herkinge. 

De bescheiden of stukken, die ik in ons Bijks-archief 
aantrof en thans publiek maak, geven duidelijk te ken- 
nen, dat de parochiekerk van B(mimenede rijk was aan 
ornamenten en dit alleen doet ook veronderstellen, dat 
Bommenede vóór 1670 eeue welvarende gemeente moet 
geweest zijn. Waar die ornamenten in genoemd jaar A 670 
te Brouwershaven geborgen, gebleven zijn, zal wel immer 
onbekend blijven; wie weet of ze niet reeds in 1672 zijn 
vernietigd of tot goeden prijs gemaakt, aangezien de 
watergeuzen en te Bommenede en te Brouwershaven zich 
vertoond hebben! 

ifOpten 21*^ April 1672 — zoo lees ik in de' Papieren 
ir van den Raad van Beroerten — na den middagh omtrent 
,de clock drie uren zyn de piraten gecomen met thien 
//scepen, wel versien van crygsvolck, over den stroom 
,van Grevelingen naar Brouwershaven, spoliëerende ende 
^raserende alle de kercken lancx den voorscreven stroom 
gelegen, ende besondere de kercken: van Oost-duvelant, 
^Dreysschoren ende Bommenede, d'welck maer omtrent 
#een half m\jle van de zeehoofden van Brouwershaven 
i^en es gelegen." 

A. V. L., S. J. 



447 

« 

Den Eedele ende Wyae Heer H. Jan van Duvenvoerdcy 
baljuw ende rentmeester generael H lanta van Vooren, 

Edele ende wyse Heer, Heere, 

Alzoe onlanxa die kercke van Bomenede es geinun- 
deert, ende gescapen was die cleynodie, juweelen ende 
ander ornamenten ende goeden derzelfder kercke verstroijt 
te werden ende een grijp te werden, alst gemeenelijck 
plach te gescijen in alle watervloeden, zoe hebbe ie van 
weghen mijnen Eerwaerdighen Heer den He^r Nicolaes- 
van der Burch, onsen Vader en biscop, met alle deli- 
gentie, zorghe ende neersticheyt aenvaert, opgenomen 
ende in zeker bewaringhe gebracht alle goeden huijsraet 
der selfder kercke toebehorende , ende gestelt in onse 
sacristie bijnnen der stadt van Brouwershaven, zoe van 
silverwerck, metael, ornamenten, wollen en^e lijnen, 
boncken ende andere dijnghen ; uutwijsende den inventaris 
ende aenwysinghe, die ick mits desen uwen doerwa^rder 
van uwer lijefde overzenden, verhopende dat ie der conink- 
licke Majesteijt ende uwer lyefde van zijnder Majesteyts 
weghe gheen onbetamelyck werck hebbe gedaen; raaer 
een notelyók ende aengonaem stnck. Want daer doer 
nijemant en wordt in te cort gedaen , ende die goeden , 
veele hebben behouft geregiert [en ?] gesuvert te worden. 
Hetwelcke wij, met allen neerst, hebben volbracht, ge- 
lyck uwer lijefdes dienaer daervan mach getuijgen , dien 
ie van als oculair inspectie hebben gedaen* Waerom ie 
mij otmodelijcke recommendeere in uwer goeder gratie, 
werpende mij georzaem tot alle uwen dienste, in alle het 
't gene dat ie vermach. Die kerckmeester Gornelis Oor- 
nelis Henricxse van Bomenede heeft zijn debvoir manne- 
lyck volbracht int mede besorghen der goeden der kercke 
ende int overleverexi* Waerdoer ie otmodelvc oec hem 
recommendere in uwer goede gratie. 



448 

Die Heere Jesus ons enighe ende alder Zalichmaker ende 
Verlosser, die will uwer lijefde met zijn goddelijck geest 
der wijsheyt bevruchten, om in dese alder ellendicsten 
tijt uw ondersaten ende gemeenten te regieren, ver- 
stercken ende vertroisten, Amen Raptim 17 Novembris. 
Non veritus sum cum mendis et lituris transmittere meas 
inconcinnas litteras , sciens , quod generosi et ingenii vin 
est, facile ignoscere musis. 

Generositatis obsequentissimus cliens 
Arnoldus Fabiüs. 

Inventaris van de moble goeden toebehoerende de kercke 
van Bomenee, overghelevert van den, pastoor van Bomenee 
ende Oornelis Comeliss Hendrixse, kerckmeester , den 
pastoor van Brouwersaven Meester Arent van Bone ende 
dat aijt den naem van mynen Heer den bisscop van 
Middelburch, Nicolaus de Gastro, in presentie van dmj 
notaris. Heer Adriaen Danesz., priester, den 10«" No- 
vembris A*» 1570. 

Ornamenten. 

Een bruyn flowele casula. 

Een swarte flowele casula met diaken ende subdiaken. 

Een grouyne saye casula. 

Een roe damaste casula met diaken ende subdiaken. 

Een roe say diaconisscappe. 

Een oudt groene outaercleet. 

Een roe flowele burse. 

Een bru\jn flowele burse met een ander cleen corpóraelbursekeo. 

Een nieuw alff met swarte barderen [?] met stole ende manipel 

y^ff stolen van diverse colore. 

Drie dwalen van diverse colore. 

Een blauw 1^'ne cleet op 'thoech outaer. 

Een verguit leer outaercleet. 



449 



I 



Een ouwe cappe van swaert floweel. 

Noch een wijt antipendium voer tboech outaer. 

Noch eeu dwael. 

Noch een ouwe quae cappe. 

Een 'blauw lijjne cleet. 

Een paer groene gardinen. 

Noch twee roe gardinen. 

Een swaert tript cleet mortuorum. 

Een roe camelotte vdne Venerabilis Sacraraenti. 

Een blauw saye vane Divae Virgin is. 

Een blauw ouwe saye vaue. 

Een roe damaste ouwe vane Divi Anthonii. 

Sint Anthonius kiste. 

Ses dwalen. 
Een blaiiw gordine. 
Wit antipendium quadragesimale. 
Een roe saij antipendium. 
Een blauw saij casula. 
Een roe gordine. 
Een dwael met een stuck. 
Vier hoeftdoucken. 
Twee keilij ck saxkens. 

Vijff snudoecken met drie andere. ' 

Een schepenen brieff van drie ghemeten lants ligghende in 
Sonnemare met drie seghelen — gescreven 1540. 

Kiste van ons lijfiF Vrouwe. 

Een schoen roe floweel casula. 
Imago Divae Virginis. 

Drie roe crale paternosters, met drie andere. 
Een ouwe flowele rock Divae Virginis Mariae. 
Koman [?] Claess pacht tsjaers tien stuivers. 
Jan de Braber acht stuivers met zekere bryven. 
Een roe fiowele burse met een zuiver z^nxke. 
Een blauw gordine 1^'ne. 

Bgdragen Getch. Biid< v Haarlem Xe üeel. 29 



450 

Een roe flowele stole met manipel. 
Th^en dwalen met eèn ouwe dwael. 
Een blauw outaer cleet. 
Twee oft drie roe borders. 
Drie lyne donxkens. 
Korporael roe burse. 

Sint Annae kijste. 

Een groen outaer cleet. 

Een roe damaste casula. 

Drie alve met vigff hoeftdoucken. 

Een paer blauw gördinen. 

Sint Annae trijpt cleet. 

Neghen dwalen met twee stucken. 

Een blauw lijne gardine. 

Noch een blauw lijne cleetken. 

De Boacken. 

Een legghen 

Een Tonste bouxken. 

Een ouwe ordinarium. 

Een psalterium ex pergameno. 

Somma angelica. 

Missalebonck. 

Twee yesperalen. 

Een oudt yesperael hijemale. 

Missael ad te levavi. [?] 

Een ouwe bibeL 

Metale werck. 

Ses metale candelaers met een ghebroken; met een cleen 
snoode candelaerkens. 
Twee metale platen met pipen, met metale voeten. 
Twee paer pullen. 
Een wignwatet vat yan metael. 
Een metale lampe. 



451 

Seven metaele hoet [hoek?] armen. 

Noch een metael arm met twee pipen. 

Metael arm sonder pipe. 

Vjjff cleen roeskens. 

Zeven cleen armen. 

Een roese me twee pipen. 

Vier halff candelaers sonder pipen. 

Een metael hantvat. 

Sommighe stucken van een croene. 

Onderteykent bij my Notaris apostolicus 
H. Adriaen Daness.^ priester. 

Virtus mea« "7" Deus. 

' /l 



Welke ornamenten ghereviseert in desa inventario , heeft Ghis- 
brecht Ghisbrechtss op den 17*" deser jeghenwoirdighe maent 
van weghen der Con. Majesteyt versocht te hebben de voerghe- 
noemde ornamenten, maer om reedenen breeder verclaert in de 
recepisse ghegheven. 

Bij mij Heer Arent van Bone pastoer van Brouwersave. 

lek Arnoldus Fabius uijt den naem van mijnen Eerwaerdighe 
Heer Mijnheer den biscop van Middelburch kenne hyer, met 
mijn eijghen handtscrijft , als dat ie ontfanghen hebbe uijt handen 
van eenen Cornelis Cornelis Hendericae tot bewaernisse een silver 
ciborie met een silver mane daertoe dienende, noch twee silver 
ampullen met silver paesbert, noch een silver monstrantie met 
een silver bruijdtscroo'ne ende noch een viaticum van coper 
diewelcke onder mij zijn rustende tot zeker bewaringhe ende int 
ontfanghen beloeft hebbe van weghen Mijnheer den biscop voer- 
noempt den voerschreven kerckmeester, naer uitwijjsen zyner reke- 
nynghe te helpen aen zijn uijtgeleijde penninghen. In versekeringhe 
det selfder ontfanghen ten hebben , zoe est dit bescreven bijj mij 
ende onderte^ckent A® 1570 den 17®" Novembris. 

Arnoldus Fabius nomine Eev"*^ praesulis Mittelburgensis. 

Noch' zijn der vier kelcken, zoe z^ z^n, met drie patenen; den 
eenen kelck schijnt heel zilver te zijn met z^ne patene. 
Noch ses zilver har\jnghen metten zilver soeepken. 



ALPHABETISCH REGISTER. 



A. 

Aalsmeer. Curatus, 395. 

Aablandervebn. past. Jansen, 
388. 

Aabsen (B. J. van), Vic. te Veere, 
past, te Rhoon, Hoogmade, 80. 

Aabtsbergen. past. Pijn, 395. 

Aartsdiaken, in elk bisdom aan 
te stellen, 361, 366. 

Aartspriesters. Wolffius en Cos- 
terus, 45, 36; vier aartspries- 
terschappen, 48. klagtenvan 17 
priesters, deputatie over de in- 
deeling in 4 aartspr. , dat er niet 
een te Hoorn resideert, 51, 257 ; 
overledene priesters, 259. in elk 
bisdom aan te stellen, 361, 366. 

Abdijen, betrokken bij de oprig- 
ting der Bisdommen, 355. S. 
Paulus, Utrecht, 361. Egmond, 
Heilo, 362. Marigarda en Lid- 
dum , Vriesland; Grotanvert, 
Groningen, Middelburg, 363. 
A verbode, Baveldonck, 370. regt 
van den Paus tot commutatie , 
363 V. 366. 

Abdis-keuze, te Leeuwenhorst, 
290. 

Absolutio. an liceat absolvere eos 
qui inscribunt matriculae Scho- 
larum Leydensium, 54. 

Abstinentia a lacticiniis. op welke 
dagen ; dispensatie ; caseus secun- 
darius et lac pressum et serum 
lactis geoorloofd, 41; in het 
Directorium vermeld, 44 ; absti- 
nentiedagen, 266, 270; vóór 
Kersmis naar lofFelijjk gebruik, 
270 



Adelbbrtus (H.). vergunning van 
Eovenius ter viering op 25 Junijj, 
49. 

Adilia (H.). correspondentie roet 
Gent, of zij eene zuster van den 
H. Bavo geweest is, 50. 

Adriaens (J.), pr. vicarie te 
's Hage, 313. 

Adriaensz. (H.),past.teLier,403. 

Adrichem (huisV herbouw, ver- 
koop, 168 uitslaand blad. 

— (van), in oude stukken: van 
Arcum, adelijk geslacht, 168. 

— (Cornelia van), non in i^Na- 
zareth" te Beverwijk , roem van 
geleerdheid, 168 uitslaand blad. 

— (Fl. van), fundatie op het 
Beggijjnhof te Haarlem, 140. 

— (Joncvrou Jacob Fl*. van), 
fundatie te Haarlem, 140. 

Aechten (St.). past. Beeck, 405. 

Aelst. kloosterjuffer in Leeuwen- 
horst, 291. 

Aemerode. kloosteijuffer in 
Leeuwenhorst, 291. 

Abrlant van der Bouchorst 
(Joncvrou). fundatie te Haarlem, 
140. 

Aerntsz. (H.), kap. van 't Beg- 
gijnhof te Haarlem, 168. 

Aert, minderbr. te Amst, 298. 

— (M'), uurwerkmaker, 28^^ 
Afbeeldingen van 24 diocesaan 

Heiligen, 264. 
Aflaatsdagen. veimeldinginden 

kl. Catech. 63; lyst, 266, 270. 
Aflaten, b^ de visitatie, 258. 

Approbatie, 269. Beggynhof te 

Haarlem, 120, 125. 



453 



Akersloot, past. Donker, 77; 
land van het St. Kath.-kloosier 
ie Alkmaar, 182, 185. past. 
Reineri, 395. 

— (Angenes van), making aan 
Zandvoort en Wijk aan Zee, 184. 

Akker (J. A. van den) , Rector 
van 't 'Beggijnhof te Amst., ple- 
baan, Deken van Haarlem, kan., 

167. 

Akoijen (J. van), past. te Aspe- 
ren, 396. 

Albertsz (A.), kap. van 't Beg- 
gijnhof te Haarlem, 168. 

Albertüs (C), emeritus pastoor 
van Alkmaar, 333. 

xAlblasserwaard. Leen, 319. 

Alckemade (F1. van), kan. 11. 

Alendorp (D. van), pr. te Lara- 
bertschaag, 403. 

Alkbmade (Van). Kath. familie' 
te 's Hage ; geestelijke maagden, 
een priester, 302. 

Alkmaar, eenige priesters in 1 6 1 7 , 
12. past. Loeffius, 46. Henrici 
S. J., 261. Archief van het St. 
Katharina-klooster, genaamd het 
Oude Hof, 170. //die drie suster- 
houen", 176; proces van het 
Oude Hof tegen de erfg. van 
pr. Pouwelsz., 193 vv. ; geldge- 
brek der St. Laurens-kerk , 196. 
//Kerckelicke dienste wech ge- 
nomen", 295. Suerhuyse, pr. 394. 
een minderbr. en preekheer tegen 
de Plakkaten, 394. eenige geeste- 
lijken uit de XIII-XVI eeuw, 
395. 

Alphen, vice-curatus , 396. 

Altiüs (J.), kan. introductie, 48. 

Amamdi (M.), miss. Ap. te Haar- 
lem enz., 10. V. 

Amelsz (D.), pr. graf te Oude- 
water, 284. 

Amersfoort. Renesse van Baer, 
S. J. 66. nog katholiek; pater 
Silverschie, 296. 

Amstelveen, past. Michaelis , 
396. 



Amsterdam, eenige priesters in 
1617, 11 Vi past. Marius kan. 
benoemd, 26. Oiaeus, 26. Lau- 
rentius S. J., 261. Wouters S. J. 
gevangen, 61. past. Schorren- 
bergh in de Pool, 76. Nog niet 
gedrukte brief van Neercassel 
over de houding van den magi- 
straat betr. de Regulieren, 101, 
109; de paters Motmans en 
Canisius, 129. past. v. Luenen 
in St. Catharina, 167. nog katho- 
liek, 295 ; de minderbroeders uit. 
de stad gezet, 297 ; de famiiiën 
Bontenos, van 8. Andrieshuys 
en van Nek, 302. Bicker, 303. 
Vroom, minderbr., 381. Verhel 
en Heukelman, minderbr. Mon- 
nixhoven en Debbout , Augustij- 
nen, 393. twee priesters van de 
oude S. Nic.-kerk; Engbertsz. , 
past. van de oude kerk, 396. 

Andrieshüys (van S.) , familie 
te Amst. 302. 

Ange, Karmeliet te Leiden, 386 v. 

Annüntiationis B. M. V. (fes- 
tum). wanneer te vieren op Zatur- 
dagvódr Palmzondag, 36, 41, 
48, 267. 

Anselmus , Karmeliet te 's Hage, 
383. 

Antwerpen. Norbertijuer-abdij 
van St. Michiel, 58. 

— (Bisdom). 365. 
Appelmans (Ferd.), past. van 't 

Beggijnhof te Haarlem; dood, 
166. 

Arboreüs (Adr.), S. J., 62. 

Arcanen (Daniel van), bisschop, 
329. 

Arcum (van). = Van Adrichem, 
168 uitslaand blad. 

Arnhem. Wytsma S. J., 69. 

AssENDELFT. past. Gispcusis, 12. 
past. Schorrenbergh, 76. Henrici, 
vice-cureit ; geen //quade humeu- 
ren", 396. 

— (G.), kan, lex residentiae over- 
treden, gevolgen, 1-5. 



454 



AssENDELFT (G. van), raad-ordi- 
naris van 't Hof van Holland; 
abdis-keuze te Leeuwenhorst , 
290. 

— (W. Jz. van), past. van het 
Beggqnhof te Haarlem, 128, 138, 
165. 

AsPEREN. past. van Akoyen , 396. 
AuGTABiüMad Molanum, 50, 264. 
AuGiERS, pr. te 'sHage, 384. 
AuGusTiJKEK. Monnixhoven en 

Debbout te Amst., 393. 
AvENioN (J. van), pr. te Lam- 

bertschaag, 403. 
AvERBOBE. Norbert^ner-abdij, 58. 

B. 

Backer (H.), cureyt te Egmohd; 

Yicarie in de Hofkapel te 'sHage, 

399. 
Baegk (G. van), eerste predicant 

te Ehoon, 59. 
Baegx (de oude), abdis van 

Leeuwenhorst; keuze, 290 v. 

— (de jonge) , kloosterjuffer in 
Leeuwenhorst, 291. 

Baertwijk. de Jonge, Heer van, 
168 uitslaand blad. 

Balthasar (C), Dominicaan te 
Leiden, 385. 

Bak (J. A.), kan. benoemd, 25 ; 
institutio ,' 27 ; belast met de 
Chronologie en het Directorium, 
36. Zangwgzen voor het feest 
van den H. Bavo, 253. Sac. cur. 
te Haarlem, past. van het Beg- 
gijnhof, 129, 165; brief aan 
Constantijn Hnygens over de 
Parijsche musici, 130. 

— (W. Cz.), past. van het Beg- 
g^nhof te Haarlem, 127, 165. 

— (Cath.), 15L 

Baeobois (L), past. te Bhoon, 
kap. te B^nsaterwoude, 74. 

Babgius (J.) , S. J. , te Rhoon , 
60, 62. 

Babsivgebhobk. de past. afge- 
vallen, 396, 402. 



Bauters S. J. Visitatie-verslag. 
Memorie daarop van Blommert, 
263, 272. 

Bavo (Heilige), patroon van het 
Haarl. Bisdom ; viering, 25, 27 ; 
regeling van het officie, 35 v. 
41 , 43 , 253 , 260. Translatie 
reliquiarum, 37. Correspondentie 

.met Gent, 48, 268. Vergunning 
van Bovenin s ter viering ; aflaten, 
49 V. H. Adilia, 50. Eeliquiëo, 
50. Votief te Haarlem op Zondag 
na St. Michael, 54. Gregoriaan- 
sche zangwqzen, 258; Feesten, 
267 vv. 

Beaümomt (C. Pz.), [ook in de 
Roes] , rentmeester der Comman* 
der^^goederen van St Jan te 
Haarlem, 229. 

— (FI), past. te Stompwijk, 389. 
Bedevaart naar O. L. V. van 

Keins, 413 vv. 

Befck (Adr, Jz.) , past. vanSt . 
Aechten, te Monster, martelaar, 
405. 

— (L. van der), S. J. in de Spaan- 
sche kapel; protest, 383. 

Beek (H. van). Plebaan, Vic.Gen. 
van den Biss. v. Haarlem, Proost, 
Deken, Bisschop van Breda; con* 
secratie te Warmond, 167. 

Beelden, t^dens de beeldstor- 
mer^' weggeborgen , 407. vso 
O. L. V. te Keins, 418. 

Beemster. Haselenberch, pr. 379. 
Bogeduijts, pr. 394. 

Beenius (J.), wordt kan. benoemd, 
26, 38; institutie, 84. 

Beest (P.), kan. der Hofkapel te 
's Hage, 309. 

— (R. van), past. te Langenar, 
387. 

Beets (H. V. d.), S. J., te Bhoon, 
Leiden; Superior, 70. 

Beooijnbof te Haarlem; Archief 
116; geschiedenis, 117. Bestmir, 
geestel^ke bediening, kerkelijke 
belangen, 120. Pastoors, 196 • 
158. Meesteressen, BeggjJDeD, 



455 



131 ; testamenten van Meesteres- 
sen en Beggijnen, 132. Yicariën, 
13.4. Bezittingen, 139. Kapel- 
laans, 167; drie soorten van 
Beggynen; vijf conventen,^ 119 ; 
moeijel^kheid over regten en 
privilegiën tusschen den past. en 
de geestelijjkheid der stad, 123 v. 
door brand verwoest, 158. 

BsGOiJNHOF te Amst. aankoop 
van een huis, 808. 

Bbiebek (Hertog Aelbr. van), 
betrekking tot het Beggijnhof té 
Haarlem; coUatierfegt, 117 V. 121. 

— (W. van). jCoUatieregt op het 
Beggijnhof te Haarlem ; afstand 
bevestigd, 119. 

BsiJEBLAND. stichting der Statie, 
74. 

Bemmel, kloosterjuf. in Leeuwen- 
horst, 291. 

Benigküs (H.) , in de Cartabel 
van Haarlem weggelaten, 254. 

Bebcu (J. van den), pr. te Rot- 
tejrdam, 390. 

Bebghbn (J. van), geschil met 
't Haarl. kapittel, 6 v. 

Bebokhuysen, kloosterjuffer in 
Leeuwenhorst, 291. 

Bebesteyn (P. van), schuldbe- 
kentenis, 149. 

— (Am. van), 163. 
Bebg-Ambacht. een past. 396. 
Bebgen. past. Koch, 77; past. 

van 't Bood , 80. land van het 
St. Katharina-klooster te Alk- 
maar, 179, 202. past. en kap. 
396. 

— in Henegouwen. Delfbsche 
Clarissen, 292. 

Bebqeb-hbeb (b^ Alkmaar). Yi- 
cariegoed van St. Bavo te Haar- 
lem, 138. 

Bebgsghenhoek. past. v. Yianen, 
890. 

Bebkel. de past. v. Eijjnde en 
Bartholomei ; kap. Menardi, 397. 

Bebkenbode. past. Gavellier, 394. 

Bebkou (Adr. Jz, van) , jifvall. 



past. te IJsselmonde, te 's Hage 
verbrand, 411. 

Bebmabdinessbn. te Leeuwen- 
horst, 290. 

Bebkabts (Fr.), past. te Khoon, 
75. 

Bbstens (Nic), pr. 12. 

Beüsekom(B.), pr. te Zwaag, 394. 

Bevebwijk. klooster Nazareth ; 
makingen van eenige conventua- 
len, 134 v. eenige geestel. uit 
de XIV-XVI eeuw, 397. 

BiCKEB, Amst. familie, 303; ont- 
vangstvan Sasbout Vosmeer, 308. 

Biechten, maatregelen voor de 
vrijheid, 254 v. 

BiJLEVELT (J. van), past. Ie Poel- 
dijk, 382. 

BiNEEBENx op welke voorwaarden, 
36. 

Bisdommen, oprigting in 1559, 
aanteekening over desbetreffende 
voorhanden zijnde stukken, 353. 
verslag door 7 Kardinalen uit- 
gebragt over het verzoekschrift 
van Philips II. — Hunne uit- 
gestrektheid ; rang der Bisschop- 
pelijke steden, 365. beweegrede- 
nen voor de voorgestelde indee- 
ling en scheiding, 371. voor allen 
dezelfde bepalingen te maken ; 
schadeloosstelling voor verlies 
van inkomsten; aanvulling der 
inkomsten door Philips II, 375. 

Bisschoppen. Verkiezing, 372. 

Byl (H.), past. te 's Hage, 401. 

Blabicum. V. d. Hagen, pr. 379. 

Blessius (H), 106. 

Blockhoven (Al. van), past. te 
Zwolle, 112. 

Blogklandt (J.), S. J., 64. 

BLOCRLANT(Fab.), pr. te Amst. 12. 

Blok (J.), past. te Eikenduinen, 
380. 

Blokkebt. Hanssen, kruisbroe- 
der, 394. 

Blomebt (Alst.), kan. van Haar- 
lem, 1. 

Blommaebt (Aug. Alst.), sac. 



456 



curatus te Haarlem ; eenige bur- 
gers ijveren voor zijn kanonikaat, 
28; benoeming, 26, 88; insti- 
tutie, 40; graduatus, 88, 44. 
Memorie op het Visitatie-verslag 
van Pater Bauters S. J. , 263 , 
272 ; past. van *t Beggijnhof te 
Haarlem; resignatie; de armen 
bedacht; dood en begrafenis, 
165. • 
BoixEGBAVEN. V. d. Mye S. J., 
69. past. Taets, 284. 

BOEFFELAER, 3, . 7. 

BoETiüs (Scipio), rentmeester van 

het kapittel, 1 vv. 
BoiN (P. L. G.), past. van *t Beg- . 

gijnhof te Haarlem, Rijsw^k; 

dood, 166. 
Bol (A.), pr. Leen onder Monster, 

318. 
BoLOGKA (Bisdom). 868. 
BoMMENEDE. Stichting; S. Katha- 

rina-kerk ; pastoors ; collatieregt ; 

overstroomingen ; Eeforraatie; de 

kerk-ornamenten geborgen te 

Brouwershaven ; Inventaris ; wa- 

tergeusen, 445 vv. 
BoNB (Arent van) , past. te Brou- 
wershaven, 448. 
BoNiPACitJS (H.) en Gezellen. 

Viering op 5 Julij, met octaaf; 

waarom ; officie , .cantus , 258 , 

254 V. 257. kasuifel, 264. 
Bonte (C. de), S. J., te Bhoon, 

Kotterdam, 70. 
BoNTENOS, kath. familie te Amst. 

302. 
Boom (Adr.), S. J. te Ehoon, 60. 
BoBLOiJT (Nic), S. J., 62. 
BoRTELE (C. van), minderbr. te 

Leiden, 385. 
Bos (D.), karmeliet te 'sHage, 

383. 
BosHTJYSEN , kloosteijuffer in 

Leeuwenhorst, 291. 
Boskoop, past. Lucassen , 80. 

pastoors uit de XIV-XVI eeuw, 

397. 
Botiüs (P.), kan. van Haarlem, 7. 



Bots (G.), klokkegieter te Utrecht, 
288. 

BoucHORST (Jkvr. van den), in de 
abdij van Leeuwenhorst, 291. 

BouDBWiJNSZ. (J.), past. van het 
Beggijnhof te Haarlem, ]63. 

Braakman (G.), cureit te Nieuw- 
koop, 406. 

Braeken (Z. van der), past. en 
kapitteldeken te Oostvoorn, 406. 

Brakel, kloosterjuffer in Leeuwen- 
horst, 291. 

Brielle. Justus Catuser gedood, 
303. van Eisen, pr. 383. Adriaen 
Willem sz. pater van 't St. Gatha* 
rina- Convent, past. van de groote 
kerk ; kanunniken ; beeldstor- 
merij ; afval ; gruwelen van 
ïlederijkers; kloosterpluüdering, 
897 V. 

Brieken (van), aanz. familie; 
Rhoon, 81. 

— (A. V.), past. van St. Gerlru- 
dis ie Utrecht, kan., 106, 109. 

Broeck (Th. van der), pr.. te 
Pynacker [KethelP], 382. 

6RpECK^0F (C. van), pater, be- 
graven te Haarlem, 166, 

Broederschap. 19 ; van St. Willi- 
brordusen Bonifaoius, 30, 87, 43, 
263. Gratiae, 258. VanO.LV. 
te Eotterdam in 1626,97. Van 
den Zoeten Naam te Botterdam, 
98. 

Broek, past Meynardus ; Huwe- 
l^'kszaak, 46. 

Broek op Langenduk. pa8t. 
Jan9z. ; weinig Menonieten , 898. 

Brouwershaven, past. Fabiu8 = 
van Bone; kerkornamenten van 
Bonunenede geborgen, 448. 

Brouwershatius (M.), prov. der 
minderbr. te Haarlem, 131. 

Bruoqen (Bisdom). 368. 

— (Fr. van den), past. te Scha- 
gen, 12. 

Bruggen. Ass. Bemarts in St 
Laürens, 76. 
Brüyn (H. de), pr. 40. 



457 



Brüyn (H. H. de) past. te Bhoon, 

emeritus, 79. 
BuGGAEA. (Agatha). legaat, 19. 
BuGGAEUS (J.) i kanunnik , 14 ; 

notarius, 22 ; beeedigdSecr. 30 v. 

Chronologia Episcopatus , 24. 

Cartabel , 254. biographische 

aanteekening, 327. 

— (Theod.), geneesheer, 14. 

BuiJS (P.), advocaat. Klooster- 
goed enz. te Leiderdorp, 211, 
213, 238. 

BüYCK (Joost), Burgemeester van 
Amst. ; Beggijnhof te Haarlem, 
120. 

BuYN (W.), pr. te Alkmaar, 176. 

BüKSCHOTEN. past. Servaes en 
Willemsz., 398. 

C. 

Cabaü. Van Mijerop heer van, 318. 

Cambbae (Gabr. de), terminaris- 
pater? 97. 

Canisiüs (L.), pater te Amster- 
dam, 129. 

Canniüs (R), pr. te Amst. 11. 
Huwelijkszaak, 47, 49, 52. 

Canonici gradüati. 14 v. 34 v. 
41. facultas legendi libros hae- 
reticos, 48. 

— NON GRADÜATI. regten, 34. 
Cantüs eccltsiasticüs. welke 

boeken te gebruiken, 20, 21, 42. 
regulae practicae van past. Cos- 
terus, 47, 50, 259. over het 
drukken van het Antiphonarium, 
51, 53, 262. Graduale, 251, 
262. op het feest van St. Boni- 
facius, 253. van S. Bavo, 253. 

Cartabel. Zie Directorium. 

Casa-nova. twee cistercienser Ab- 
dijen van dien naam, 90. 

Casant (D.) pr. , kap. aan de 
Hofkapel te 'sHage, 309. 

Casbus secundarius. 41. 

Cassi, 3. 

Castbicum. Land van het Beg- 
g^nhof te Haarlem, 142 ^ land 
van het St. Katharina*kloo8ter 



te Alkmaar, 183. past. Cavel-. 
lier , 394. een curatus ; de apo- 
staat Petri preekt op Meeresteyn ; 
past. V. Rymsdyck ; Menonieten ; 
bende van Brederode, 398,409. 

Gastro (N. a) = van der Burch, 
Bisschop van Middelburg, 447. 

Catechismus, benoemde commis- 
sie, 19. wat men in de kleine 
Catechismus bijgevoegd wenscht, 
53. feestdagenlijst, 252. medius, 
258. gezang op noten : //Godt 
Geest", 259. 

Catsiüs (Jap.), kan. van Utrecht, 
115. 

Cattiüs (Chr. Nz.), Proton. Ap. 
te Amsterdam, 11. 

CATCSER(Justus), gevangcUjdood, 
303. 

Catz (Corn.), Vic. van Haarlem , 
deken van 't Kapittel, past. van 
't Begggnhof , overste van de 

. maagden /f 'm den Hoek" ; dood 
en begrafenis, 166. 

—^ (Jud. Felin.), kan. van Haar- 
lem, 11. Deken, 22 v. 

— (Bald.), pr. 40. 
Cavellier (W.), past. te Castri- 

cum, 394. 

— (Ph.), past. te Berkenrode, 394. 
Christiani (G.), past. te Bom- 

menede, 445. 
Chronologia Episcopatus. 24, 

46, 26^. 
CLAESSENs(Car.) S. J., teRhoon, 

71- 
Clarissen, te Delft, Bergen in 

Henegouwen, 292. 
CocQ (A. de), karmeliet te Leiden, 

386 V. 
CoDDB (P.), prov. ültraj., 115. 

— (P. Jz.), sac. cur. te Haar- 
lem. 127 V. 

Coerecht [Corrège] (S.), pr. te 
Pijnacker, 382. 

Coetiüs (J.), past. te Wormer, 40. 

Collatieregt. te Rhoon, 57 v. 
63. in het Oude Gasthuis te 
Haarlem, 83. op het Beggijnhof 



458 



te Haarlem, 118, 121 vv. te 
Langerak, 441; te Bomménede, 
445. 

CoMMi^NDERiJ van St. Jan te 
- Haarlem ; land te Heemskerk , 
142; land onder Leiderdorp, 
214 vv. Verzet tegen confis<5atie, 
228. Beaumont [in de Roes], 
rentmeester; de boer Oloffsz. , 
229 vv. 

CoMMEBSS (J.)* consul te Brielle ; 
uitbetaling door het kap. 4. 

CooouEK (C. van der), past. van 
het Beggijnhof te Haarlem; pas- 
torie ; huis Eodenburgh , 130 v. 
166. 

CoPAL (G. Hz.), kan. van Haar- 
lem, 1. 

Co^ENDTCK. Kapitteltiend^n, 2. 

CoRTENBOscH (*T) , .buiten den 
Haag, Leen, 317. 

CoBTERSEM (H. van) , pr. doet 
afstand van Lambertscbaag, 403.. 

Cos (J.), past. te Noorden, 387. 

CosTEBiüS (Bavo), past. te Win- 
kel, 12. 

CosTEBUs (^.), kan. zangboeken, 
21, 47. Zie ook Cantus ecgles. 

CousEBANT (Nic. Wigg.) , min- 
derbr. door sommige tot Bisschop 
van Haarlem voorgesteld , 9. 
reliquiën van St. Bavo, 37. 

— (Jos.), kan. van Haarlem; 
onderteekenaar van brieven tot 
dusverre nog niet uitgegeven, 
106, 115; past. van het Beg- 
gijnhof, //regel der maeghden"; 
dood , begrafenis , 124 , 166 ; 
inventaris van het Beggijnhof, 
•139. 

— (Joanna) , maagd in den Hoek 
te Haarlem, 132. 

— (Judocus), 149. 

— (Fr. Bz.), gehuwd met Adriana 
van der Hulst, 150 v. 153, 156. 

— (Adr. Fr.). 157. 

— (B. Wz.), 307. 
Crachtius (Steph.), past. te Am- 

sterdam, 11. 



CBAENHALS(van),aanzienl. familie 

te Haarlem, 304. 
— VAN HoTTiNGB (Clara), 306. 
Cbommenie. past. uit de XV-XVT 

eeuw; communicanten, 398. 
Cbomstbbijen (M. van) , pr. te 

Wieringen, Leidschendam, 385. 
^. (C. van), S. J., 886. 
Cbugius (6.), past. te Uitgeest, 

kan. afgezet, 8, 15. overlijjden, 

14, 21. 
Crüyswyck (P.), Dom. te Bot- 

terdam ,96. 
Cbünioen (J. de). Haarl. kapitt. 

en de Erven, 1. 
Cdijk (P.), Landdeken van Schie- 

land, 390. 

D. 

Dael, 3.. 

Daelen (J. van), posscssor van 
een Vicarie in S. Bavó te Haar- 
lem, 312. 

Daesdonck, kloosterjuf. in Leeu- 
wenhorst, 291. 

Dalenoobt (W. f. van), past. te 
'sHage, 380. 

Danesz. (Adr.), priester ; de kerk- 
ornamenten van Bommenede te 
Brouwershaven, geborgen , 448. 

Debbout, Augustijn te Amst, 
393. 

Deun (W.), pr. en notaris te 
'sHage, 312. 

Dbyman (D. Cz.), Vicaris te Haar- 
lem, 138. 

Delbobg, onderpast. te 's Hage, 
383. 

Delfshatbn. past. Hachten, 77. 
past. Eemmé, 380. 

Delft. Jesuieten, 60. v. d. M^e, 
S. J., 69. Clarissenklooster, ont- 
bonden, naar Bergen in Henegou- 
wen verplaatst, opgeheven door 
Joseph II. aalmoezen door Films 
II en Albertus van Oostenr^K, 
292 V V. past. Doensz. van St. Ba^ 
bara, 312. leen; Maria Stal- 
paerts van de Wiele, 318. de 



459 



past. V. Erckel en Oosterling; 
de onderpast. v. Heyningen en 
Ettema, 380. de minderbr. 
Vroom, V. Luqk, 381. past. uit 
de XrV-XVl eeuw ; de oud- 
burgemeester Duyst van Voor- 
hout, apostaat, 399. Vicarie in 
S, Hipp., 408. 

Dbl?t (G. van), pr. te Alkmaar, 
170 V. 

Dblwynen, kloosterjuf. in Leeu- 
wenhorst, 291. 

Deütichem. Wytsma, 8. J., 69. 

Deventer. Suerhuyse, pr. 394. 

— (Bisdom). Kathedraal ; inkom- 
sten, 257, 361. 

DiJCK (H. van), prior van het 
Regulieren-Convent bij Haarlem; 
afstand van collatieregt, 138. 

DiscKsz. (P.), kap. van HBeg- 
gijnhof te Haarlem^ 168. 

Directorium. Bannius cartabel- 
lista; 36. abstinentiaa lacticiniis; 
noot voor de Vigilie van St. Mat- 
thias, 44. vergunning van Rove- 
nius ter plaatsing van eenige 
HoU. Heiligen , 48 v. tempus 
clausum ; Annuntiatio B.M.V. ; 
festum S. Marci, 49. Bugge, 
ca rta bellist, 254. tien feesten ge- 
schrapt, 254. 

Dirk VII, graaf van Holland. 
Charter voor collatieregt te 
Rhoon, 63. 

Dyck (P. van), pt. 195. 

Dycke (van), prov. der minderbr. 
381. 

DoBBESE (P.) , past. te Wasse- 
naar, 389. 

.DoBNSZ. (M.), past. van S. Bar- 
bara te Delft, 312. 

Does (Johanna van der) , abdis 
van Leeuwenhorst, vlugt, over- 
lijden, 243. 

— kloosterjuffer in Leeuwen- 
horst, 291. 

Dominicanen, komst te Rotter- 
dam, 95 V. Termaarsen te 's Hage, 
384. Pardou en Balthasarte Lei- 



den, 385. Wellens te Rotterdam, 
391. Melijn te Schiedam, 391. 

DoNCKER (L. J.) , Proton. Ap. 
past. te Rhoon, Akersloot, Haar- 
lem , emeritus, 77. gedoopt; 
ouders, 316. 

Doopsel, of die door haeretici 
gedoopt zijn, in den regel sub 
conditione moeten worden over- 
gedoopt, 17. of de haeretici goed 
doopen, 53, 252, 255, 259. 

Doornik. 364. 

Dordrecht, het adel^k geslacht 
Suys, zie uitslaand blad tegen- 
over, 168. pr. Grerrita, proces, 
313. Pruym, pr.; Tibos, pr. ; 
Slichtermans, pr., 390. 

Dorp (Arend van). Heer van 
Maasdam en in Middelharnis , 
vriend en raadsman van den Prins 
van Oranje; aankoop van geeste- 
lijke goederen; te Leiderdorp, 
210 vv. 

— (Elisabeth Adrd. van), non 
van Leeuwenhorst, 245. 

— (A. de), past. te Egmond, 400. 
Dort (van), pr. te Oud-Ade, 

384. 
Dretsschoren. de kerk door de 

watergeusen geplunderd, 446. 
Dreunen (M. v.), past. te Rhoon; 

van jans. beschuldigd, 75. 
DruijtestÉijn. Oud-Burgemees- 

ter van Haarlem, 249. 
Drünen (J. van), past. te Rhoon , 

Lutjebroek ; recognitiegeld, 78. 
DüFi, minderbr. te Rome, 103. 
DüiJNCK (J.), pr. te Gorinchem, 

313. 
DuiJST (C), S. J. excursies naar 

Rhpon, 60, 62. 
DuivENDRECHT. past. dc Graaff, 

77. 
DuYN (Adam van der), Heer van 

Rijswijk, 168 uitslaand blad. 
DüYVENVOORDEN (vau), dijkgraaf; 

Aarlanderveeu, 388. 
DüNCANüs (M,), sec, pr. te Rot- 
terdam, 95. 



460 



DüNCANüs (M.) , past. van St. 

Hippol. te Delft, 399. 
DrssELDOBPius. Clironologia Epi- 

ficopatus, 254. 

DUVELAND VAN EOODEN (H'. P.), 

heer van Rhoon, 60. 

— (Corn.), S. J. , 66. 

— (Guil.), S. J., 66. 
DüVENVOERDE (J. van) , baljuw 

en rentmeester-generaal van het 
land van Voorn, 447. 

DüVENVOORDE. (Jh'. G. van). de 
past. van Obdam getuigt ten 
zijnen voordeele, 407. 

Düvirs (J.), geneesheer te Haar- 
lem ; vergaderplaats van *t Haarl. 
kap., 10, 14. 

E. 

Ebbius (H), pr. te Amst. 12. 

EoAM. 12. past. Johannis, 399. 

Eenhuijzen (G.), past. te Hoorn, 
2.7. 

Eenigenbubg. past. Claesz,, apos- 
taat, 899. onderzoek op last van 
den Raad van Beroerten, 402. 

Eggics (Adelb.), Vic. gevangen, 
met den pijnbank bedreigd , ge- 
red door den fiscaal Van Veen, 
299 V. 

Egmond (Abdij), door de krijgs- 
knechten van Sonoy. verbrand; 
Praesagium daarover, 82. ver- 
deeling der abdg-goederen, 362^ 
wanneer geplunderd, 400. 

— geestelyken uit de XIV-XVl 
eeuw, 399 v. 

-— (Abdijdorp), past. van Dorp, 
400. 

— (aan Zee), pastoors, 400. 
Egmomber-Meer. Land van past. 

Cousebant op het Beggijnhof te 

Haarlem, 141. 
Eijnbe (M. van), past. te Ber- 

kei, 897. 
Eikenduiken. past. Titsing, 380. 
Etnde (van der), aanzienlijke 

familie, 302. 
Elsbn (J. V.), pr. te Briellc, 383. 



Emden. Mennonieten; hun lied, 
296. 

Encmusbn (J. van), vioe-cureyt 
te Alkmaar, 198, 306. 

ENCHT7SIUS (G.), past. te Hoorn, 
12. 

Engbeetsk. (Fl), past. van de 
oude kerk te Amst., 896. 

Engeibndaal. Regulieren-Con- 
vent onder Leiderdorp, 210. 

ENosLMeNDTJS (H.). vergunniog 
van Rovenius ter viering op 21 
Jung, 49. officie, 252. 

Engen (Th. V.), past. te Rhoon, 
74. 

Enkhuizbn. Kan. de Wolff, 11. 

Ebckel (J. Chr. v.), Landdeken 
en past. te Delft, 880. 

— (Nic), kan. van Utrecht, 115. 

Ebixz. (S.), vice-cureyt te Bever- 
wijk. 177, 897. 

Ettema (T.), onderpast. te Delft, 
880. 

Examen, voor het pastoraat, 878. 



Fabius (Arn.V = v. Bone, past. 

te Brouwershaven , 448, 451. 
Fahiliën (voorname). 148, 168. 

uitslaand blad. 29], 298. 
Feestdagen. Lasten mogen niet 

gedrukt worden zonder Kerkel. 

goedkeuring, 52. op welke w^ 

gedrukt, 252, 259. l^st, 260, 

266. 
Fiscus Capituli. 31. 
Fleeontinus , provinciaal der 

Jesuieten, 251. 
FocK (B.), pr. uit Vriesknd vör- 

jaagd, te Slootd^ck, 879. 
FoBEEST (J. van), fundatie op het 

Beggijnhof te Haarlem, 140. 
Francisci (Jac), pr. te Amst. U. 
Feanekeb. Renesse van Baer, 

S. J., 66. 

O. 

Gabl (Httgo), past. in het f Para- 
dijs" te Rotterdam ; aankoop^tó 



461 



grond Toor kerk en pastorie te 
Rhoon, 73, 81. Landdeken van 
Rijjnland, 387. 

Gangülphüs (H.) Vergunning van 
Bovenius ter viering op 9 Mei, 
49; officie, 50, 252. 

Gasthuizen, te Haarlem, 82 vv. 

Gawijns (J.), pr. te Alkmaar, 198. 

Geelyliet. Kapittelakte, 3 v. 

Gesrts (G.) pr., graf te Oude- 
water, 284. 

Gbebtsen (J.), past. te St. Maar- 
ten, 404. 

Geervliet, geldelijke regeling, 
overeenkomst tusschen de kan. 

• van Heilo en Geervliet, 5 v.; 
zegel, inventaris enz., 7. past. 
V. Voskuijlen, 400. 

Geestelijke goederen, confis- 
catie te Leiderdorp , 210 vv. ; 
geen pachters te krijgen, 280; 
resolutie der Staten dd. 2 Maart 
1675, 232. Art. 20 en 21 der 
Pacificatie van Gent; tractaat 
met Haarlem, 234 ; geannoteerde 
goederen, 233, 235; toewijzing 
aan de Universiteit van Leiden, 
235. Zie ook Kerkelijke Goe- 
deren. 

Gent (Bisdom). 368. 

George , karmeliet te 's Hage , 
383. 

Geurs (J. e. A.), past. te Rhoon, 
Zwaag, Spierdijk, 80. 

GiESEN. Vicarie; proces, 310 v. 

Gispensis (Nic), past. te Assen- 
delft, 12. 

Glaan (b\j Oldenzaal). Neercassel 
begraven, 105. 

GoES. past. V. d. Heyden, 79. 

— (J. de) , past. van het Beg- 
gijnhof te Haarlem, 158 

GoYVABRTS (J. B.) S. J., te flboon, 
Zntphen, 68. 

GoMMERKARSPEL. Gcrardus , in- 
vestitus, 400. 

GooRN. Joannes Simonis; cantus 
op het feest van S. Bonifacius, 
258^ 



Goos (J. B.), past. te Oude Tonge, 
Rboon, 76. 

GoROUM. Quavré, minderbr. 889. 

GoRCüMscHB MARTELAREN. Ver- 
klaring door eene 84-jarige voor- 
malige barrevoeter-zuster te Haar- 
lem, in het b^'zouder over Nica- 
sius Hesius, 129. past. en kap. 
van Monster, 405. 

GoRiNCHEM. pr. Duijnck, proces, 
313. 

GosüiNüs (J.), pr. te Amst., 11. 

Gouda, de Mol pr., 78 ; pr. Hen- 
ricx, proces, 313. Walvis, v. d. 
Wiele, Verwei en Wannaert, 
priesters , 390. Schoonhauwen , 
minderbr. , 392. 

— (P. de). Deken van Naaldwijk ; 
abdis- keuze te Leeuwenhorst , 
290. 

GoüDANcs (J. Jz.), sec. pr. te Rot- 
terdam, 95. 

GouDE (C. Jz. van der), conven- 
tuaal in de Gommanderij van 
St. Jan te Haarlem, 128. 

GoüDKADE. past. van de Velde, 
392. 

GouTSMiT (H. Wz.), past. van het 
Beggijnhof te Haarlem ; collatie- 
resjt van een vicarie in St. Bavo, 
137, 169. 

Graafp (C. de), past. te Rhoon, 
Duivendrecht, Voorburg, 77. 

Graep (Th. de), past. te Soeter- 
meer, 384. 

Grafgang. 140, 164. 

Graft. land van het St. Katha- 
rina-klooster te Alkmaar, 178. 
een vice-cureit, 400. 

— (H. V. d.)„ 106. 
Gravenhage ('s), kap. de Mol 

in de Molstraat, 78. Brief van 
Neercassel over den toestand der 
Regulieren, 101, 109. v. Hofka- 
pel, geschillen, 309. Deyn, pr. 
en notaris, 312. Adriaens, pr. 
en possessor van een Vicarie //in 
&*• Elisabeths-Susterhu^s , 318. 
Dalenoort, past.; v. d. Kroon, 



462 



onderp. ; Titsing, past. 380. Del- 
borg, onderp., 383. Karmelieten 
inde Franschekerk; Spaansche 
kapel, 883 v. Augiers, pr. Ter- 
maarsen, Dominicaan, 384. Yi- 
carie in de Hofkapel, 399. past. 
Byl, 401. 

Gbayezakdb ('s), past. Arnoud en 
curatus van der Haer, 400. 

Gbsef (A. de) S. J., halve lospr^s 
voor pater Montmorency, 277. 

Gbellet (Anna) , schoonzuster 
van Yan Dorp, laatste priorin 
van het St. Ceoiliën-convent te 
Leiden, 220. 

Gbevius (A.) S. J. , te Ehoon, 
Nijmegen, 65. 

Gbijsooet. een past. , 400. 

Geoedt. een past., 400. 

GROEtïEVEEN (van) , familie te 
Haarlem, 306. 

Gbobnuout (Th.), kan. van Haar- 
lem, 106, 115. 

Groot (J. de), kan. 106. 

Gbootebboek. pr. Pietersz., pro- 
ces, 313. een priester, 400. 

Gbonikgen (voprm. Bisdom). 
Yicaris Marios ; visitatie, 43, 52. 
praebenden, inkomsten, 363. 

— (Stad). Benesse van BaerS. J., 
66. 

Gbotecbuts, familie, 304. 

r— (J.), past. te Langend^k, 304. 

Gbuebe (J. de), deken van West- 
Yriesl. te Hoorn, 402» 

GutLELHi (Q.), past. te Alkmaar, 
12. 

GuivsA. West-Indische Maat- 
schapp^. De deelname aan de 
Yaart naar Guinea ongeoorloofd 
verklaard, 47, 53. 



Haableh. de priesters Lissius, 
de Wit, Teylingins en Amandi, 
11. de Witt en Bannius, past. 
van het Begg\jnhof, 249. feest 
van kerkwijding, 270. Isidorus, 



S.J., 277. deLccu, S. J.. 6a. 
past. Doncker, 77. Gasthuizen in 
vroegere eeuwen ; het Oude Gast- 
huis, plaats, vicarie, coUaUeregt, 

/ 83. St. Elisabeths Gasthms, waar 
geplaatst ; reliquiên van de Abdg 

. te Gasa-nova, 89 vv. Archief van 
het Beggqnhof, 116. Zie ook 
Bbggijnhof. Yerklaring over 
herkomst en vereering der reliq. 
van het H. Kruis en de Doornen- 
kroon, 124 1 making aan h^ St. 
Elisabeth's Gasthuis, 134, kloos- 
ter ifOp ten Woert*' bg Haarlem, 
137. Yicaris Deyman, 188; fun- 
datie voor het scheepmakers-* 
altaar, 138; hnU JRodenburck h^ 
het Begg^jnhof : kapel, pastorie;, 
de kerk naast de Goudsmids- 
kamer; klopperpoort, 152. Het 
dronkenhuisje, thans Eindehout, 
162; nieuwe kerk van 't Beg- 
g^nhof, 1'66. Kathedraal, 167; 
de Wattigny baron de Wette, 
168 uitslaand blad. Bezitting 
van de ReguUeren in de Berger- 
meer, 175; notaris Raet, 205; 
burgemeester v. d. Laan, 215. 
Commander^-goed onder Leider- 
dorp, 216, 228 vv.; eenifw 
iifMaechden van den Hoeck", 
295 vv.; familie Yan Craenhals, 
304. Jesuieten, 304. v. Groene- 
veen , 306. Burgemeester Wg; 
huiskerkje, 304, 307; moeders 
van de groote kerk, 307 . v. Daelen, 
vicarie, 312. opheffing eener 
kapellanie in St. Bavo te Haar- 
lem, 347 vv. past. Hamblesias; 
de groote kerk nog gesloten, 400. 

Haablem (Bisdom), inkomsten, 
praebenden, kanonikaten, 362. 

Haastrecht, geestel. v<$tfr de 
Bef., 317. de Boy, minderbr., 
392. past. Havic, 401. 

Habitus canonicaus, 34, 42, 
62. 

Haohtbn (F. H.), past. te Bbooo, 
Delfshaven, 77, 816. 



463 



Hagen (C. van der), pr. te Bla- 
ricum, 379. 

Hamblesius (G. de), past. te 
Haarlem, 400. 

Hameb (D.), prior der Regulieren 
buiten Haarlem, 176. 

Hanssen, kruisbroeder te Blok- 
kert, 394. 

Habdikxveld. past. v. Wyck, 401 . 

Habingkarspel. pr. Saskerdes, 
401. 

Haselenbeech (A.), pr. te Beem- 
ster. Muiden, 379. 

Hayio (J.), past. te Haastreöht, 
401. 

Hazbbswoüde. cureit; past. van 
Hogeste^n, 401. 

Heemskerck, kloosteijuffer in 
Leeuwenhorst, 291. 

Heemskerk. Land van het Beg- 
gijnhof te Haarlem, 141 v. past. 
WUlemsz. , 401. 

Heemstede. Vicarie in St. Bavo 
te Haarlem, 136. Barnabieten, 
241. 

Hbbnvliet. eenige geestelyken, 
314 V. afv. priesters; v. Leeu- 
wen kan, van Oostvoorn, 401. 

Heesel (P. van), minderbr. te 
Schipluiden, 382. 

HxiLO. fundatie ; kapittelbesluit ; 
Heer Verduyn , 5. past. v. d. 
Heuvel, 80. klooster; te commu- 
teren kanonikaten, 362. Hey- 
nen, pr. 394. een vice-cureit; 
past. Campis, 401 v. 

Hbyden (S. van der), past. te 
Ehoon, Goes, Soetermeer, emeri- 
tus, 79. 

Hbtmansz (D.), past. te Hoog- 
made, 402. 

Heynen, pr. te Heilo, 394. 

HErNiNGBN (Ign. V.), onderpast. 
te Delft, 380. 

Hem en Venhuizen, de Mol pr., 
78. 

Hbnrioi (Jac.), pr. te Amster- 
dam, 9, 10. 

— S. J., te Alkmaar, 261. 



Hensbboek. een past. 402. 

Hekkinge. Bommenede er mede 
vereenigd, 446. 

Hertogenboscu (*s). 365. 

Hesius (J.), pr. ter verantwoor- 
ding geroepen over gedane klag- 
ten, 249. 

Hbukelman (J.) , minderbr. te 
Amst. , 393. 

Heumen (L. V.) , zoogen. Kan. 
van Utrecht, 106. 

— (J. van), 106. 

Heüssen (H. f. van), te vergeefs 
door Neercassel tot Coadjutor 
gevraagd, enkele levensbijzonder- 
heden, dood, 103 vv. 

Heuvel (F. H. van den) , past. 
te Ehoon, Wormerveer, Heilo, 
80. 

Hezius (Nicasius Joh.) , biecht- 
vader in het convent der onge- 
schoeide zusters van den 3^" Re- 
gel van St.Franciscus te Haarlenv; 
martelaar van Gorcum; verkla- 
ring van eene 84-jarige voor- 
malige zuster, 129. 

Hillegom. Schout Adr. van Tres- 
longe van Beloeys^ 201. 

Hilversum. Wynants, pr.; de 
Jongh, pr. 379. 

Hoboken , aanzienlyke familie ; 
RhooD, 81. 

Hoflant (G. de), stichter eener 
Vicarie aan het S. Andreas-altaar 
in de parochie-kerk te Velsen , 
327 vv. 

— (S. de), beneficiant; D. Hz. 
collator dezer Vicarie, 329. 

Hoplants (A.) , past. te Hoog- 

made, 388. 
Hogenlant (E. Frz. van), pr. te 

Alkmaar, 12. 
Hogbsteijn (Ph. van), verlaat de 

past. van Hazerswoude en wordt 

coadjutor van den commandeur, 

401. 

Holesloot. Zie Ransdorp. 
Hollander(P. de) S. J., te Leiden, 

Rhoon, 60. 



464 



HOLTEBMAN (H. J.) , past. tC 

Bhoon, 80. 
Hooft (J.), kan, van Utrecht, 115. 
— (H. van), past. te Maasland, 

881. 
HoooKARSPEL. een pr. 402. 
HooGMADE. past. van Aarsen, 80. 

past. Hoflants, ondervraagd over 

zijne gezindheid, 388. past. Direk 

Heymansz., 402. 
Hoorn. past. Enchusius, 12. past. 

Verhoef, 75. Claesge Jansdochter, 

296. pastoors uit XV-XVl eeuw, 

402. 
Hoppers, aanz. geslacht, 168 

uitsl. blad. 
Horst (S. van der), pr. Vicarie 

op het Beggijnhof te Haarlem, 

134. 
Hostiebakker, te Alkmaar, 191. 
Houve (A. V. d.), kap. te Lier, 

403. 
HuEssBN (Nic), kan. , testament, 

dood, 6. 
HuiJGENS (D'. G.), Leuv. Prof., 

reisgezel van v. Neercassel naar 

Home, 99 v. 
HüiJSMAN (C), past. te Rynsater- 

woude, 387 v. 
HuYGE (W.) , past. te Bhoon ; 

Vicarie te Poortugaal, 408. 
HuTGENS (Gonst.), brief van kan. 

Ban over de Parij sche musici, 

130. 
HüYTER (Geert, de), echtgenoote 

van Pieter van Bhoon, 67. 
HüLSiüs (Th.), past. 12. 
HuNOERUS (H.). in de Cartabel 

van Haarlem weggelaten, 254. 
Huwelijk, sine praevia confessione 

sacr. ; verschil van praxis in 

Utrecht en Haarlem betr. de ass. 

sacerd. en bened. nupt. bq matri- 

monia mixta, 17 v.; ne quis 

juugat sibi non subditos, 46; 

matr. sine ass. parochi nulla, 48 ; 

matr. mixium ; mere civiliter 

initum, 250 v.; formuul : /yKompt 

gh^ hier als tot de waere kercke 



Ghristi", 252 ; statutum de matr. 
mixtis, 258; boe de haeretici 
trouwen, 259. 

I. 

IJlen (Adr. van), Leen binnen 
Delft enz., 318. 

IJssELMONDE. afvall. past. V. Ber- 

• kou, verbrand, 411. 

Ilpendam. pastoors, 402 v. 

Imme (W.), past. te Bhoon, Loos- 
duinen, 78. 

Indulgentiae, 45, 49, 51. Ver- 
melding in den KI. Catech. 53. 

Innevelt (Fr.) S. J., te Bhoon, 
België, 67. 

Inquisiteurs, v. d. H. Stoel, "360. 

Institutie, van een kan., 34. 
Proost, Poenitencier, 40. 

Introductie, manier om den past. 
van het Beggijnhof te Haarlem 
te introd. 119. 

Inventaris, van kerkornamenten 
te Bommenede, 448 vv. 

Iperen (Bisdom). 367. 

IsiBORus S. J., te Haarlem, 277. 

Yttersum, kloosterj. in Leeuwen- 
horst, 291. 



Jagobi (Vitus) , past. te Leeu- 
warden, 44. 

— (B.), Norbertijn te Bhoon, 67. 

— (Guil.) S. J., te Bhoon, 58, 67. 
Jacobss. (J.) , kap. van 't Beg- 
gijnhof te Haarlem, 168. 

Jansen (Andr.), past. te Aarlan- 
derveen, 888'. 

— pr^ te Wognum, 394. 
Janssen (W. H.), past. te Bhoon, 

Lutjebroeki 80. 
Japansche martelaren. Geluk- 

zaligverklaring, feestviering te 

Botterdam, 97. 
Jeron (H.). Vergunning van Ro- 

venius ter viering op 18 Aug., 

49; officie, 50, 252. 
Jssuietbn. Teijjlingius te Amsti 

250. Flerontinus prov., S5L 



465 



Laurentius te Amst. Hei^rici te 
Alkmaar. 261. Bauters Visitatie- 
Verslag; nalezing door Blom- 
inert, 263, 272 ; de Greef en Isi- 
dorus té Haarlem ; Montmorency 
losgekocht, 277 ; te Rhoon, 58 
vv. Delft, Rotterdam, Haarlem, 
Leiden, 60. Blocklandt , 64. 
Wouters te Amst. gevangen, 61. 
waarom de Jes. Ehoon verlieten, 
71-73. Viringus eerste vastver- 
blijvende miss. te Rotterdam, 
92. Besluiten der Congr. d. p. f. 
tegen de Jesuieten ; aanleiding 
en grond, 99 ; stemming jegens 
Neercassel, 102 vv. ; te Haarlem 
bij een e godvreezende weduwe, 
304. V. d. Beeck in de Spaansche 
kapel; protest, 383. 
JisPE. Roomenburg, pr. 394. 
JoANNES, Bisschop V. Utrecht, 
authen tiek- verklaring eener copie 
van de stichtingsbrieven der Vi- 
carie aan S. Andreas- altaar te 
Velsen, 330.' 
Jong (Th. de), advocaat; beslissing 
betr. een huwelijkszaak, 252. 

— (C. de), pr. te -'s Hage; be- 
keering van Van Veen, 800. 

Jonge (M' O. de) , Heer van 
Baertwjjk , 168 uitslaand blad. 

— (N. de), past. te Werfershoef, 
Monnickendam, 393. 

JoNGH (J. de), pr. te Hilversum, 

379. 
JoNGHE (Ign. de) S. J., te Rhoon, 

Naarden, 71. 
JoosTENSZ. (Adr.)., vicaris van 

St. Bavo te Haarlem, pater van 

het Oude Hof te Alkmaar, 208 v. 
JoBDAENS (Jan), past. te Petten, 

apostaat, 405, 407. 
JoirwEB. past. Raaben van Rees, 

76. 1 

JUDICES DIOEOESANI, 37. 



Kabauw. past. v. Spithoven, 391. 
Ramebijk. Bisdom, 364. 

Bydragen Geich. Biid* t Haarlem Xe Deel. 



Kanunniken (bij de oprigting d.er 
Bisdommen), officie, inkomsten, 
375. 

Kapittel van Haarlem. Notulen 
van 1580-83; waarom die van 
eenige volgende jaren ontbreken, 
1 ; residentie-quaestie met den 
kan. Assendelft, 1 vv. ; de Erven 
de Crunigen ; Scipio Boetius rent- 
meester van het kap., 1 v. ; eisch 
der Staten om opgaaf der kapit* 
t.elgoederen, 2 vv. ; overeenkomst 
tusschen de kan. van Heilo en 
Geervliet betr. de fondsen van» 
Geervliet, 5 v. ; dood van kan. 
Huessen; geschil met van Ber- 
chen, 6; de kan. Crucius afge- 
zet, 8. Proost Zaffius opgevolgd 
door Sixtius, 14; dispensatie van 
Rovenius betr. de canonici nobi-» 
les en graduati ; gewone verga- 
derdagen viermaal in het jaar, 
15, 25, 26, 47; het kapittelboek 
wederregtelijk in bezit gehouden 
door kan. Crucius, 15; gecom- 
bineerde «vergaderingen van het 
Utrechtsche en Haarl. Kapittel: 
met welk doel, hoe dikwijls, 
wanneer, 18, 19 ; boeten op ab- 
senties, 19, 25, 32, 47; men 
verlangt van Rovenius litterae 
institutionis, 22, 27 ; introductie 
van Catzius als deken, 23 ; con- 
cordata tusschen den Vic. Ap. 
en het Kapittel, 24. Aktenboek ; 
Chronologie, 24, 256. Wat bij 
convocatie van buitengewone ver- 
gaderingen in acht te nemen; 
wekelij ksche bijeenkomsten van 
kan. die in Haarlem wonen, 25. 
Patronaatregt van den Graaf van 
HoU. om kan. te benoemen, 23, 
26. Poenitentiarius , scholasti- 
cüs, met welk praerogatief, 27, 
39. Sixtius Vic. Cap. opgevolgd 
doorMarius, 29. Beëedigd Secre- 
taris; l"**: Buggaeus; eedsfor- 
muul; Fiscus; 1"^ : Bannius , 
80 V.; convocatie-formuul , 32. 

80 



466 



Visitatie door het kapitt. onder- 
scheiden van die van den Vic. 
Ap., 83; bewaarplaats van het 
Archief; kapittel- kamer, 33 v. ; 
canonici graduati et non graduati, 
verschil van regten, 14 v. 34 v. ; 
correspondentie met Bome, 30, 
36, 44. Judices dioccesani, 37. 
Proost Marius; installatie-feest, 
40 ; novem graduati, 41 ; habitus 
canonicalis, 84, 42; bepalingen 
van orde, 42, 266; boete; uit- 
vaartvoor overl. confraters, 42. 
klagt over Utrecht, dat men ver- 
leende aflaten zonder gemeen- 
schappelijk overleg heeft afge- 
kondigd, 45; liber memorialis 
voor iederen kan. , boete , 46 ; 
uur van den kapittelmaaltijd, 47 ; 
voorzigtigheidsmaatregelen , dat 
de concordata en de constituties 
van den Vicaris niet in verkeerde 
handen komen, 52. De vergade- 
ringen moeten gehouden worden 
in habitu canon icali, boete, 52. 
Wie als Senior het ' kap. moet 
bijeenroepen, als de Deken ab- 
sent is, 54. Bij den aanvang der 
gewone vergaderingen zal een 
toespraak gehouden worden, 254. 
Jurisdictie in foro intemo voor 
het gansche diocees, 264; twee 
tot nog toe onuitgegeven brieven 
aan Innoc. XI, in vereeniging 
met Utrecht, 105, 114: 1° bij 
Neercassels terugkomst uit Eome, 
2° bij zyn dood, om v. Heussen 
tot opvolger te erlangen. 
Kabmelieten. te 's Hage, 383; 

te Leiden, 386 v. 
Kedichem. communicanten, 406. 
Ke£sma)< (C.)> 106. 
ELeins. Kapel van O. L. V. Stich- 
ting , bedevaart , verwoesting , 
413 V. 
KsLBEBS (J.) , past. te Rhoon ; 
jansenistisch gezind; miss. te 
Varick, Wieringen en Sloten^ 74. 
Kerkblijkb goedebsn. of en op 



welke voorwaarde die mogen 
verkocht worden, 251. Inventaris 
overleggen bij de visitatie, 260. 
Model-inventarissen , 263. Zie 
ook Geestelijke Goederen. 

Kebklijsten van feest- en vasten- 
dagen, 52, 259. 

Kebstensz. (CL), pater van het 
Oude Hof te Alkmaar, 174. 

Kethel. van der Broek, pr. [?], 
882. 

Kyndts (J.*t) S. J., te Woudaende, 
Leiden, Ehoon, 70. 

KLiKKENfiEBO (J), past. te Rhoon, 
kap. te Wassenaar, [emeritus te 
Rotterdam?], 76. 

Klokken, te Oudewater, 285; 
opschriften, klokkegieters, 289. 

Kloostebgoedeben. Waarom te 
bestemmen ten bate der Bis- 
dommen, 361,866. Maatstaf b^ 
de verdeeling, 369. 

Knippenbubgh, pr. te Nibbix- 
woude, 394. 

Knulle (C. A.), past. te Rhooo, 
Obdam, 80. 

KocH (P.), past. te Rhoon, Maas- 
sluis, Bergen, 77. 

Koedijk, t^dens de Reform, 408, 
405. 

KouDEBKEBK. past. Mulder, 76. 

Kbalingen. past. v. Schaijk, 890. 

Kbameb, kruisbroeder te Werfcrs- 
hoef, 898. 

Kboon (Th. V. d.)*, onderpast. te 
's Hage, 880. 

Kbuisbboedebs. Kramer te Wer- 

. fershoef, 393. Hanssen te Blok- 
kert, 894. Jan Cleijjn, apostaat, 
402. 

Kuilen bubg. Norbertijner-abdij 
van Mariënwaard, 58. 

Kun (G. van der), past. te Rhoon* 
Noordwykerhout, 75. 

£. 

Laan (N. van der), oud-borge- 
meester van Haarlem, 216, iW» 
Lag pbessuh. 41. 



467 



LiACOPius. 405. 

LiAMBBRTSCHAAG. geestelijk. , 402. 

Landerijen, waarde onder Lei- 
derdorp in 1574, 240. 

Langenduk. de Mol, pr. , 78; 
past. Grotecruys, 304. past. 
Rijckardus, 408. 

LiANGEBAAB. past. V. Bcest, 887. 

liAKGEBAK. past. Ricaldi ; twee 
Vicariën ; afval van den vorigen 
past. en van b^kans de geheele 
gemeente ; verschillende secten , 
441 vv. 

Lansing (A.) , pr. te Schagen , 
394. 

Lansingh (H.), pr. te Schoon- 
hoven, 890. 

IjABEN. past. Morslandt, 379. past. 
Gerritsen beboet, 403. 

Laueentiüs , S. J. te Amsterd. , 
261. 

Lbeu (W. de) , S. J. te Rhoon, 
Haarlem enz., 60. 

Leeuw (de), pr. te Lisse, 394. 

Leeuwarden (stad), de pastoors 
Vitus Jacobi en Lamb. Theodori, 
44. Tyras minderbr., 129. 

— (voorm. Bisdom). Vicarius 
Marins; visitatie, 43. inkom- 
sten, praebenden, 36è. 

Leeuwenhorst. Klooster //ter 
Lee", stichting, 158, 290; de 
ontvanger Mourijnsz. ; verdreven 
nonnen , 220 ; bijzonderheden , 
241 vv.; de titel van de abdis; 
de abdissen Joanna v. d. Does 
en Joanna van Nassau, 243; 
abdis Adriana van Rhoon of 
Roden overl. ; de oude Baecx 
gekozen ; naamlijst der klooster- 
juifers in 1527, 290 v. 

Leiden, casus absolutionis, 54; 
de Hollander, S. J., 60. 't Kyndts 
S. J., 70. V. d. Beets S. J., 70; 
de Mol pr., 78. Land van het' 
kapittel van Hogelande onder 
Leiderdorp, 214, 116. Land van 
de Beggijnen, St. Kath. zusterhuis 
en Witte nonnen te Leiden ; van 



de Beggynen te Eoomburg, 216. 
St. Ceciliën-convent, laatste pri- 
orin, 220 ; het klooster van Room, 
227; toewijzing van Kerkel. goe- 
deren aan de Universiteit, 235, 
248. Geldgebrek in het St. Elisa- 
beths-gasthuis , 240; de past. 
Hendricxz. en Janse, 312. Ver- 
hoogh, pr. 384. Dominicanen, 
Franciscanen, Karmelieten, 885 
vv. van Rijn , past. 386 v. een 
past. van St. Pancras en St. Pie- 
ter, 403. 

Leidsohendam. V. Cromstreijen, 
pr. 385. 

Leiderdorp. Laatste lotgevallen 
van het Regulieren-convent En- 
gelendaal ; slooping ; confiscatie 
der goederen , 210 vv. stichting 
en inrigting, 219 v. v. Dorp er 
mee betaald, 210. Mourijnsz. ont- 
vanger der geconfiskeerde geestel. 
goederen onder Leiderdorp, 213 ; 
lijst van geroofde geestel. goe- 
deren, 216; de geestel. goederen 
weder in het bezit der Staten , 
239 ; waarde van landerijen in 
1574, 240. Klooster van Room 
verkocht aan den Lomberd, 227, 
241. 

Lbijen (Jan van), pr., graf te 
Oude water, 284. 

Leonius (G.), S. J., 62. 

Leuven. Lijst van boeken in ge- 
bruik aan de Universiteit, 336. 
waarvan het gebruik verboden is : 
geschriften der ketters; van ver- 
schillenden aard, 337. uitgaven 
1527-1543 van den geheelen 
Bijbel in 't Latijn, 338. in het 
Nederduitsch; Nieuwe testament 
in 't Latijn, 339. in 't Neder- 
duitsch , 840. boeken over ver- 
schillende onderwerpen in 't La- 
tijn , 341. in 't Nederduitsch, 
344. in 'tHoogduitsch, 347. 

Lier (De), past. en kap. getuigen 
tegen den apostaat Vos en de 
beeldst. 403. pastoors, 312. 



468 



Lieven [Leuven?] (Alb.), past. 

te Pijnacker, 407. 
Ltmmen. past. Ylamen ; proces , 

310. pastoors, 403. 
Lindeborn (J.), past. van St. Nic. 

te Utrecht , brief aan Clemens X 

ora Neercassel tot Biss. van 

Utrecht te erlangen, 107, 115. 
LissE. de Leeuw, pr. 394. 
Lissius (Fr.) , Sac. curatus te 

Haarlem, 11. 
LoBPFiüs, past. te Alkmaar, 46. 
Loosduinen, past. Iinme, 78. 
Loüwe (Walt.), praebende in het 

Oude Gasthuis te Haarlem, 83. 
Lucassen (P. J.), past. te Rhoon, 

Boskoop, 80. 
LüDGERüs (H.), in de Cartabel 

van Haarlem weggelaten, 254. 
LüDOLPH (H.), past. te Alkmaar, 

12. . 
LüENEN (H. van), past. van Haar- 
lem ; deken ; past. ^an St. Catlia- 

rina te Amst., emer. dood, 167. 
LuTJK (Steph. van), minderbr; te 

Delft, 381. 
LüiJT (L. Pz.) , pr. Leen onder 

Haastrecht, 317. 
LüiK (Bisdom). 365. 
LüTJEBROEK. past. van Drunen , 

78; past. Janssen, 80. pastoors, 

404. 

M. 

Maabland. past. Palmaert, 404. 
Maarten (St.), past. Scheelkens 

apostaat, 402, 404 ; past. Geert- 

sen, 404. 
Maasland. Trippelvoet, pr. 74. 

past. van Hooft, 381. 
Maassluis, past. Koch, 77. 
Makeblijde (L.), S. J. te BHoon, 

60, 62. 
Man (J. de), past. te Bompienede, 

445. 
Marci (S.). festum occurrens in 

Paschate, 49, 267. 
Mart (S. de), curatus te Noord- 

wykerhout, 406, 



Mariüs (L.), past. van St. Nico- 
laas te Amst. ; kan. benoemd , 
26. institutio, 27. Vic. Gen. en 
van 't Kapittel, 29. Proost, S9. 

Martijnszokn (Jan), past. van 
het Beggijnhof te Hai^rlem, Vi- 
caris in het St. Jansklooster, 159. 

Martini (S.) Translatio. wegge- 
laten in de Cartabel van Haar- 

. lem, 254. 

Martinozzi alias Conti (Anoe 
Marie), aanbevelingsbrief voor 
Neercassel, op reis naar Bome, 
99. toelichting betr. haar per- 
soon, 100. 

Martyrologium, door Buggaeos, 
262. 

Matenisse. Kapittelakte, 2. 

Matrimonia mixta. Ass. sacerd. 
en bened. nupt. ; verschil van 
praxis in Utrecht en Haarlem, 
18. Statuut van den Vic. Ap. 
258. 

Mattiiias (St.). Vigilia sine Je- 
junio, 44, 48. 

Mechelen. Metropolis, 366. Pri- 
maatschap over de Nederlanden, 
373. 

Medemblik. past. Veltius, 12. 

— (R.), aartspr. van eenige plaat- 
sen in Rijnland, 48, 95. 

Meebesteijn. de afvall. past. van 
Castricum, 398. 

Meérhoudt (P. van), rector der 
groote school te Alkmaar, 395. 

Meestriüs (J. Hz.), past. van 
het Beggijnhof te Haarlem, 126, 
163. 

Meije (D. V. d.), Kan. van Haar- 
lem ; verzoek om v. Heussen tot 
opvolger van Neercassel te er- 
langen, 114. 

Meijer (F1.), past. te Oosterwoud, 
Tuitjenhorn, 406, 409. 

Meynardds , past. te Broek ; 
Huwelijkszaak, 46. 

Meysius, agent te Rome, 80, 44. 

Melijn (Andr.), Dominicaan te 
Schiedam, 891. 



469 



l^f BNiJT (W.), pr. begr. te Oude- 
water,- 285. 

Meppelen (H. van) , past. te 
IU)tter(lam, 94. 

Mebius (.T. Adrz.), pr. in de buurt 
van Hoorn , 12. 

Mebüla (Ang.) [Meerl] , past. te 
Heenvliet, 314 v. 

Meulen (van der), past. te Nieuw- 
koop, 389. 

Middelburg. Norbertijner-abdij, 
^58. Lacopius, past. in St. Nic, 
405. 

— (Bisdom). Kathedrale kerk , 
Kanunniken. 363 v. 

MiDDELHABNis. Van der Nadt, 
pr., 404. 

MiDDELiE. past. Christiani, 404. 

Middelkamp (H.). past. te Naar- 
den, 379. 

MiEBLO (Godefr. van) , Biss. van 
Haarlem. Acta Synodalia in 
1571, 24. hoelang bisschop, 101. 
in de Sententiën enz. vermeld , 
809. 

MiEBMANS, past. te Hhoon, 75, 
316. 

— (J. C), pr. te Schiedam, 316. 

Mije (Is. van der), S. J. te Bode- 
graven, Ehoon, Delft ; twee ge- 
dichten, 69. 

MiJEBOP (J. van) , Heer van 
Cabau, 318. 

Mi LEK (P.) , proost van W. V. 
past. te Hoorn, 402. 

MiNDEBBBOEDEBS. te Eottcrdam, 
95. de paters Paesschens en Dufi, 
103. aanteekeningen van past. 
Stolwijck te Haarlem, 120. Ty- 
ras, miss. in Vriesland , Leeu- 
warden, 129, 251. Brouwers- 
havius, prov. te Haarlem, 131. 
Wij, minderbr., 164. te Amst. 
uit de stad gezet; pater Aert, 
297 V. de Ruijter te Oudewater, 
319 V. Vroom te Amst., Delft; 
V. Luijkte Delft; v. Heesel te 
Schipluiden, 381 v. Van Bortelc 
en Óverbeek te Leiden, 386. 



Quavré te Gorcum , 390. v. 
Vechelen te Kotterdam , 391. 
gchoonhauwen te Gouda, de Kuy- 
ter te Oudewater, de Boy te 
Haastrecht, 392. Verhel en Hcu- 
kelmau te Amst. , 393. 

MoDDAEUS (M.), sec. pr. te Kot- 
terdam, 62, 94 V. 

MoDDE (Ign.), afgevaardigd door 
Cats en v. Heussen, '379. 

MoDEBSOHN (J.), kan. van Haar- 
lem, 115. 

MoEB (J.), klokkegieter, 289. 

Mol (J. de), kap. in de Mol- 
straat te 's Ha ge; past. te Rhoon, 
Gouda, Leiden, Hem en Ven- 
huizen, Langendijk, 78. 

Molen aabsgilde te Haarlem. 
St. Laurens-altaar ; geschenken; 
pr. Tijmansz. , 139. 

MoLENAEBSGBAAP = Alblasscr- 
waard; Leen, 319. 

Mom (B.), cureit te Boskoop, 

397. 
MoNNiCKENDAM. past. Olacus, 26. 
Visitatie, 252. past. de Jonge , 
393. past. Johannis [Reerserus?] 
404. 

MONNIXHOVEN , Augustiju tc 

Amst., 393. 
MoNSTEB. Leen, 318. geestelijken 

in de XV-XVI eeuw, 404 v. 
MoNTMOBENCY, S.J. losgekocht, 

277. 
MooBDBECHT. past. Visscher, 390. 
MoBALES (J. de), S. J. te Rhoon, 

71. 
MoBEELs (M.), S.J. te Rhoon, 71. 
MoBSLANDT (M.), past. te Laren, 

379. 
MoTMANs (Adr.), pater te Amst., 

129. 
MoüBiJNSZ. [Maurynsz.] (Adr.) , 

te Leiden, ontvanger der gecon- 

fiskeerde geestelijke goederen 

onder Leiderdorp, 213. 
Muiden. Haselenberch pr., 379. 
MuiJLAEBT , kloosterjuffers in 

Leeuwenhorst, 291. 



470 



MuLDBB (C. J.), past. te Bhoon, 

Kouderkerk, 76. 
McsAERT (J. B.), S. J. te RhooD, 

65. 
MuTSERT (A. Wz.), Dominicaan 

te Eotterdam, 98. 

H. 

Naarden, de Jonghe, S. J., 71. 
past. Middelkamp, 879. past. 
Heriricus, 406. 

Nadt (H. van der), pr. te Middel- 
har nis, 404. 

Namen (Bisdom). 865. 

Nanning (W.), cureyt der groote 
kerk te DeJft, 399. 

Nannings (Jan), brouwer te Haar- 
lem, 307. 

Nardinghelant. overgifte der 
kerk, 406. 

Nassau (Johanna van), abdis van 
Leeuwenhorst; benoeming, 243. 

Naut (Corn.), 3. 

Neelemans (Adr.), past. te Bhoon, 
Schipluiden, 78, 316. 

Neercassel (J. van), geboorte- 
plaats; hoelang Yic. Ap.; reis 
naar Home, 99. laatste vormreis, 
dood, begrafenis, 106. Brief 
//Keus essem", dd. 4 Febr. 1683, 
over de houding van den magis- 
straat van Amst. tegenover de 
Begulieren, 101, 109. Brief //Ille, 
quem desidero" aan de Propa- 
ganda, om V. Heussen tot coad- 
jutor te hebben, 103, 110. dood- 
berigt aan de Prop. door Pesser 
van Yelsen, en aan Inn. XI door 
't Utrechtsch en Haarl. Kapittel, 
met aanbeveling van v. Heussen 
als opvolger — onuitgegeven 
stukken — 105, 112 vv. 

Neerinx (V.), past.' te Ehoon, 
Stompwijk, emeritus, 77. 

Nek (van), familie te Amst. 302. 

Nessaecs (Jac.) , pr. te Amst. , 
12. 

NiBBixwouDE. Knippenburgh, pr. 
394. 



NiCHTBVELT (J. IJsbrz.) , afvall. 
past. t^ Ilpendam, 402. ' 

NiEDORP (Nieuwe), afvall. pries- 
ters, 406. 

— (Oude), vice-curcit Vogel- 
sanck, 406. 

Nieuwe Nierop. past. apost., 402. 

Nieuwkoop, past. Perquin, 77. 
past. V. d. Meulen, 389. cureit 
Braakman, 406. 

Nijmegen, overeen Jesuiet, 277. 
Grevius, S. J., 66. 

NoMiüs (Nic), kan. deken van 
't kap. en aartspr,, 11. over- 
lijden, 14, 21. 

Noorden, past. Cos en Ass. v. 
Winden, 388. 

Noord WIJK. een pr.in 1216, 406. 

NOORDWIJKERHOUT. past. V. d. 

• Kun, 75. Symon de Mari, cü- 
ratus; legaat aan Egmond, 406. 

NooRTiCH, kloosterjuffer in Leeu- 
wenhorst, 291. 

Nootdorp, past. v. Oudtshoorn, 
380. past. Dircksz., 406. 

Norbertijnen, te Bhoon , 57. 
uit welke abdij, 58. verschillende 
, abdijen, 58. 

//NoTARUM Spongia'* vac Janse- 
nius. 256. 

Nuisenburg, familie, 304. 



Obdam. past. Knulle, 80. Venrojj 
pr., 394. past. Petri, 407. 

Odelant (N.), past. te Bomme- 
nede, 445. 

Odulphi (Jac), past. te Span- 
broek, 12, 

Oeostgeest. past. Floris, SIS. 

Oppicia Dioecesis. 86. Zie ook 
Bavo. 46. ver^nning van Bo^ 
veuius om eenige in het Di- 
rectorium te plaatsen, 48 w. 
Officie van Rt. Gangulphus eo 
St. Jeroen, 60. eenige oflScia, 
252. eenige festa geschrapt, 254. 
eenige officies onderzocht, 256. 
260. 



^J 



471 



Olaeus (Jac), als kan. voorge- 
dragen, 21. wordt benoemd; be- 
dankt, past. te Monnickendam , 
26, 257. Amst., 26. 

Oliën (H.). over het halen, 46 v. 
52. 

Olyslaoeu (J. Pz.), past. van het 
Beggijnhof te Haarlem, 162. 

Omeb (St.) , opgeheven bisdom , 
364, 866. 

Oorkonden, welke stukken onder 
deze Eubriek in de Bijdragen 
zullen worden opgenomen, 321. 

OosT-DDVBLANT. de kerk door de 
watergeusen geplunderd, 446. 

OosTEBBLOKKER. een cureit, 406. 

Oosterling (M.), past. te Delft, 
880. 

OosTBRWiJK (bij Goreum). com- 
municanten, pastoors, 406. 

Oosterwoüd. past. Meijer en 
past. Andreaszoon, 406, 409. 

GosTHüiZEN. past. Jacobi, 406. 

Oostvoorn. v. d. Braeken, past. 
en Kapittel-deken, 406. 

OosT-ZANEN. past. Wülemsz. op 
de vlugt, 406. 

Opgaven, van doopelingen, enz. 
enz. 263. 

Opschriften, op klokken , 289. 

OssENWETER (P.) , kap. te Eg- 
mond-Binnen, 400. 

Otgerüs (H.), in de Cartabel van 
Haarlem weggelaten, 254. 

Ottensb van Walsbürch (M'. 
Koeloff van), uurwerkmaker te 
Amst., 287 V. 

Oud-Ade. Van Dort pr. 384. 

Oud e-Karspel, past. Vermeyen ; 
Menonieten, 407. 

Oudenhoven (Otto de), cuiatus 
te Schoonhoven, 408. 

Oude Tonge. past. Goos, 76. 
land van het Beggijnhof te Haar- 
lem, 143. 

OüDEWATER. tarief voor begrafe- 
nissen, 282 V. altaren, begraven * 
geestelijken , 284 v. klokken , 
285. past. Jacobsz., testament, 



312. verzoek om de Ruijter, 
minderbr. , 319. Vyfhuysen pr., 
390. de Euyter, minderbr., 392. 
Jacobsz. past. en Vicarius, 407. 

OüDEWERVE VAN BURCH. aau- 

'zienl. geslacht , 168 uitsl. blad. 

— (Jh'. A. van) , Heere van 
Burch ; overeenkomst met den 
bezitter van een Vicarie te Haar- 
lem, 138. 

OüDOMARUS (St.), bisdom, 367. 

OüDORP. past. Oue, 407. 

Oudshoorn (J. van) , past. te 
Voorhout, 410. 

OüDTSHOORN (N. van), past. te 
Nootdorp, 380. 

OuB (Th.), pr. te Oudorp, 407. 

Odtheüsrn (A. V.), 106. 

OvERBEEK (A.), minderbr. te Lei- 
den, 385. 

Overschie. Philippus, plebanus 
etc. 407. 

P. 

Paesschens, minderbr., .103. 

Palmaert (D.), past. te Maar- 
land, 404. 

Pancras (St..). afvall. past., 402, 
407. 

Papendrecht ('t Huis), kap. Ber- 
narts, 76. 

PaRdoü (J. B.), Dominicaan te 
Leiden, 385. 

Pastoor. Beggijnhof te Haa^rlem : 
keuze; introductie; begrafenis, 
119. moeijelijkheid met de geeste- 
lijkheid der stad over regten en 
privilegiën, 123 v. 

Pastorale Mechliniense alhier 
in gebruik, baptismus haereti- 
corum, 17. 

Pastoralia. moeyelykheid te 
Haarlem tusschen den past. van 
het Beggijnhof en de geestelijk- 
heid der stad, 123 v. 

Patronaatregt. van den Graaf 
van Holland om kan. te benoe- 
men, 23, 26; te Rhoon, 55, 59; 
van Aelbr. van Beieren op het 
Beggjjnhof te Haarlem, 118, 121. 



47fe 



Peck, vice-cureit te Petten, 407. 
Pelts (G.), past. in de buurt van 

Stpmpwijk, 389. 
Pekquin (L.Fr.), past. te Rhoon, 

Nieuwkoop, Stompwijk, 77. 
Pessek van Velsen (B.) , Secr. . 

van Neercassel; brief aan de 

Propaganda, 105, 112. 
Petri (ï'r.), pr., 12 ; reconciliatie, 

258. 

— (Meinardus), deservitor in de 
Streek, 13. 

Petten, geestelijken, 407. 

Philips II. Synopsis van zijn ver- 
zoekschrift tot oprigting der Bis- 
dommen, 354. Verslag der zeven 
Kardinalen belast met 't onder- 
zoek van dit verzoekschrift, 365 
vv. Vraagt 't regt tot benoeming 
der Bisschoppen, 372. 

Pietersz. (L.), kap. van St. Bavo, 
past; van het Beggijnhof te Haar- 
lem, 126, 163. 

— (A.), kap. van het Beggijnhof 
te Haarlem, 168. 

Pijn (A.), past. te Aartsbergen, 
395. 

PiJNACKER. past. van 't Rood, 80. 
past. Coerecht; van der Broeck, 
pr. 382. past. Lieven; de beel- 
den weggeborgen, 407. 

Pillen (J. Jz.), pr. van de oude 
S. Nic.-kerk te Amst., 396. 

Plaet (A. V. d.), mede onder- 
teekenaar van een brief aan Inn. 
XI bij de terugkomst van Neer- 
cassel uit Rome' (onuitgegeven 
stuk), 166. 

Plechelmüs (H.) , in de Car- 
tabel van Haarlem weggelaten, 
254. 

Poel (P. van der), stichter vau 
het klooster Engelendaal te Lei- 
derdorp, 219. 

Poeldijk, past. Jansz, , proces, 
313. past. V. Bijlevelt, 382. 

Poelgeest (Corn. van) , schout 
i van Leiderdorp ; verdediging van 
kerkelijke goederen, 231. 



Poelvoet (L. Cz.), deken van 

O.L.V. te Zierikzee, 813. 
Poenitentiartüs Capituli. met 

welk praerogatief, 27. Wolfiu8,39. 
PoLDERUS (Nic), pr. te Amst., 11. 
PoLCS, kardinaal, legatus a lat., 

347 vv. 
Pons (H. A.), pr., begraven te 

Oudewater, 285. 
— VAN Foreest, pr., begraven 

te Oudewater, .285. 
Ponsgen (Walt.), paat. van het 

Beggijnhof te Haarlem, 159. " 
PoNTiANUS (H.), in de Cartabcl 

van Haarlem weggelaten, 254. 
PooRTüGAAL. Vicaric, 406. 
Postel. Norbertijjner-abdq , 58. 
PoTKAMP (G.). dood, 381. 
Praebendarii aan de kathedrale 

kerken , hunne graden , werk- 
zaamheden, betrekking tot den 

bisschop, 860. 
Praebenden , te stichten in elke 

kathedrale kerk, 354. 
Priesters, bekendmaking bij 

overlijden, 259. 
Proostdijen , betrokken by de 

oprigting der Bisdommen, 855. 
PrPYM (J.), pr. te Dordrecht, 390. 
PüRMEREND. 12. FrandscancsseD ; 

koop en verkoop van land, 171 ▼. 

a. 

'QuAVRE (Ferd. du), minderbr. te 

Gorcum, 389. 
QuiNTiJN (A.), pr. te Alkmaar, 

396. 

E. 
Kaaben VAN Rees (G.), past. te 

Rhoon, Jouwer, 76. 
Raamburg. past. v. Reijt, 390. 
Radbodüs (H.), in de Cartabcl 

van Haarlem weggelaten, 254. 
Eaisse (Am. de). Kan. te Douai; 

Auctarium ad Molanum, 60, 1^64. 
Ram (Am. de), kan. v. Haarl., L 
Ransdorf. pust. Valckenaer en 

Van Rbsendael ; de beelden ge- 
borgen, 407. 



473 



Hecoonitieoelden. te Ehoon; 

afschaffing, 77, 78. 
Bebder (N. de), past. te Voor- 
burg, 884. 

Beformatie. Eén der oorzaken 
van afval, 297. 

Regulieren. koUekteren, 1 0, 46. 
nog niet gedrukte brief van Neer- 
cassel, 101, 109; hoedatscbry- 
ven door de regulieren werd 
opgenomen, 102 v. 

Kegolieren-Kanünkiken. bui- 
ten Haarlem //Op ten Woert", 
137, 159. Engelendaal te Lei- 
derdorp, 219. 

Eeijersz. (B.), past. van het Beg- 
gijnhof te Haarlem, 126, 161. 

Beijt (J. van) , past. te Baam- 
burg, 890. 

Beikeri (J.), S. J. te Botterdam, 
Bhoon, 60 v., 62, 92 vv. 

Beter, afv. past. te Schoorl, 408. 

Beliqüiën. van St, Bavo, 37. 
kasuifcl \an St. Bonifacius; sche- 
del van een zijner gezellen, 264. 
zorgen van de Paters Wiggerius 
en Amoldus de Witte, 87, 264. 
in het St. Elisabeths- Gasthuis te 
Haarlem, geschenk van de Abdij 
te Casa-nova, 90. van het H. 
Kruis en de Doornenkroon te 
Haarlei]^; verklaring over her- 
komst en vereering, 124. 

Bembrantsz. (G.), pr. te Alk- 
maar, 175. 

Remmé (L.), past. te Delfshaven, 
380. 

Bbnesse van* Babr (Adr.), S. J. 
te Bhoon, Groningen, Franeker, 
Amersfoort, 66. 

Bentergbeh (J. B. van), S. J., 
te Hhoon, provinc. der Vlaamsch- 
Belg. prov., 68. 

Besidentie. voor de Bisschop- 
pen, waardigheidbekleeders, pas- 
toors, 874. 

RuiJNLAND. bestemming der ge- 
Cüufisk eerde geestel. goederen , 
235, 242. 



Bhijnland. aartspriesterschap , 
48. over welke plaatsen Bumol- 
dus Medemblik aartspr. was, 48. 

Bhoon. heerlykheid , naam-oor- 
sprong, wapen, 65 vVv, 316v. ;* 
kerkelijke toestand in de middel- 
eeuwen; Norbertijnen, 57 v. Re- 
formatie, 59 ; men kerkt op het 
kasteel van de adellijke familie 
van Bhoon, 59. Jesuieten, 60 vv. 
Seculieren , 74 vv. past. Huyge ; 
vicarie te Poortugaal, 408. 

— [Roden] (Adriana van), abdis 
van Leeuwenhorst, 290. 

BiCALDi (M.), past. te Langerak, 
441. 

Bun (L. van), past. te Leiden, 
386 V. 

BiJNSVTERWouDE. kap. Bargeois, 
74. past. Huijsman, 387. 

BiJNSBüRG. Vicariegoed van Haar- 
lem, 134. confiscatie, 246, 

BiJSWiJK. past. Boin, 166. v. d. 
Duyn, heer van Bijswijk , 168 
uitsl. blad. Leen, 318. 

BiTüALE. 19. Het Bituale Bo- 
manum moet worden gebruikt, 20. 

BivETüSj prof. te Leiden, 259. 

Byckiüs (R.), pr. teAmst., 11. 

Bymsüyck (M. van), past. te 
Twisk, Castricum, 398, 409. 

BoED (P.), pr. te Alkmaar, 175. 

BOELOFARENDSVEEN. past. dc Wit, 

884. 
BoERMOND (Bisdom), 365. 
BoGEDOiJTS, pr. in de Beemster, 

394. 
BoiJER (G.), past. te Ilpendam, 

403. 
Boy (Cl. Ie) , past. te Utrecht , 

100, 107. 
— ^ (G. de), miuderbr. te Haas- 
trecht, 392. 
RoKANJE. geestelijken in de XIV- 

XVI eeuw, 408. 
Rome. Correspondentie, 30, 36, 

44. 
RoMBiJN (N.), S. J., te Rhoon, 

60, 62. Botterdam, 92. 



474 



Rood (B. A. van 't), past. te 
Rhoon, Bergen, Pijnacker, 80. 

RooMENBURG, pr. te Jispe, 394. 

Roos (J.), 106, 115. 

Root (R.), past. te Uitgeest, 12. 

RosBNDAEL (J. van) , past. te 
Ransdorp, 408. 

Rosse (Adr. v.), past. te Rhoon, 
Waddinxveen, 77. 

RossuM, kloosterjuf. in Leeuwen- 
horst, 291. 

Rotte (de), pr. in R^nland, 389. 

Rotterdam. Jesuieten, 60, 92. 
Moddaeus pr., 62, 94 v,; de 
Bonte, S. J., 70. past. Gael in 
het «Paradijs", 73; klein getal 
katholieken in 1622, 93; eenige 
sec. geestelijken ; komst der Do- 
minicanen, 95 vv. Broederschap, 
van O. L. V. en van den Zoeten 
Naam, 97 v. ; feest der Zaligver* 
klaring van de Japansche Mart., 
97. De Dominicanen Scholten, 
Zieren , Cruyswyck , de Vries , 
Mutsert, 96 vv. ; Leenen, 317. 
Timmers, v. d. Berch en Weyt- 
mans priesters, 390. v. Vechelen 
minderbr. Wellens, Dominicaan, 
391. 

Rodt, aanzienlijk geslacht, 168 
uitslaand blad. 

RovEKiüS (Phil.), "Vic. Ap., reis 
naar Rome, 16, 20. 

RuoGE. past. Wechuijsen, 408. 

Rdijter (J. de), minderbr. te 
Oudewater, 320. 

— (P. de), pr. op Wieringen, 
394. 

RuYSCH (CL), past. te Oosterwijk, 
406. 

Rüytbr- (J. de) , minderbr. te 
Oudewater, 392. 

Ruth d'Ans (Ern.), reisgezel van 
Neercassel naar Rome, 99 v. 

S. 
Salvator (St.). proostdij te 
Utrecht, waarom op te heffen, 
366. 



Saskerbbs, pr. te Haringkarspel, 
prof. te Koppen hagen, 401. 

Sassen HEIM (Arent van), stichter 
van het Beggijnhof te Haarlem 
en van het klooster Leeuwen- 
horst ; dood , ' begrafenis , 116, 
158. 

Schagen, past. ▼. d. Brugge, 12. 
land van het St. Kathar.-klooster 
te Alkmaar, 184, 187. Lansing, 
pr. 394. afvall. pastoor , 402. 
Janszoon, pr. verbrand, 408. 
Kapel van O. L. V. te Keins, 
bedevaart; verwoesting, 413 vv. 
proces over de scholaster^ te 
Keins, 418. 

— (Heer van), 414, 418. 

ScHAiJK (J. van), past. te Kra- 
lingen, 390. 

Scheelkens (Claes), past. te St 
Maarten, apostaat, 404. 

Scheepmakersgilde. te Haar- 
lem ; altaar van St. Jan Baptist; 
inkomsten der kapelligiie, 138. 

Schenk van Taütenburg (Fred.), 
aartsb. van Utrecht, overlijden, 
101. 

Schep (Guil.), kan. van Haar- 
lem, 106, 115. 

ScHEVBNiNGEN. past. Aelbrecht, 
apostaat, 399, 408. 

Schiedam. Miermans, pr. 316. 
Tibbel, pr. 390. Melijn, Domi- 
nicaan, 391. 

Schilderstuk, van het Beggp- 
hof te Haarlem: /rvan sinte pe- 
ters scheepken", 141. 

Schilthan, aanz. geslacht, 168 
uitslaand blad. 

Schipluiden, past. Neelemaos, 
78, V. Heesel, minderbr., 882. 
past. Janszoon ; Yicarie te Delft, 
408 

ScHLüTER (G. F.), past. te RhooD, 
80. 

ScHOLASTicus Capituli. met welk 
praerogatief, 27. 

Scholten (A.). Dominicaan te 
Rotterdam^ Steiger8cheStatie,95. 



476 



ScHOONUAUWEN (N.)> mindeibr., 
te Gouda, 392. 

Schoonhoven, geestel. vddr de 
Kef., 317. past. Lansingh, 890. 
twee pest. XV eeuw; Duitsche 
orde, 408. 

ScHo'oBL. land van het St. Kath.- 
klooster te Alkmaar, 182, 186 v. 
past. Eeyer, apostaat, 408. Vi- 
caris IJsbrantsz., 409. 

ScHOOTEN, kloosterjuf. in Leeu- 
wenhorst, 291. 
ScHORDEiJ (W.), S. J. te Ehoon, 
enz. 71. 

SCHOBRENBERGH (J. B.), past. te 

Bhoon, Assendelft, in de Pool 
te Amst., 76. 
Schoten (Jonkvr. L. van), schen- 
king van een huis aan het Beg- 
gijnhof te Haarlem, 148. 
SciEDAM (J. van), past. van Alk- 
maar, Kan. van St. Jan te 
Utrecht, 179, 180, 395. 
SciLLiNK (J.), past. te Bomrae- 

nede, 445. 
Scoten (C. van), oud-past. van 

Beverwyk, 397. 
SEDüLirs (H.) , Comm. Ord. S. 
Francisci, 65. 

Seminarie, te Keulen ; scheiding 
der Utrechtenaars en Haarlem- 
mers, 18. Officie van St. Boni- 
facius in het Seminarie te Keu- 
len, 253. 
Sercm lactis. 41. 
SiLVERSCHiE, pater te Amersfoort, 

296. 
SiXTius (Sibrand.), Vic.-gen. kan. 
9. Vic. cap. en Proost, 14. ont- 
slag, 27 V. overlyden, 38. 
Sybecabspel. afvall. past., 402, 
412. 

Symokshaven. een slechte past. , 
401. 
Slichtermans , pr. te Dordrecht, 
390. 

Sliedrecht. een cureit, 409. 
Slootdijck. Fock, pr., 379. 
Sloten. Kelders, miss.i 74. 



Smyeb (H.), kap. van 't Beggijn- 
hof te Haarlem, 168. 

SoERHANS (M.). predikanten-lijs- 
ten, 59. 

SoETERMEER. past. V. d. Heyden, 
79. klok van Oudewater, 285 v. 
past. de Graef, 384. 

SoETERWOODE. past. Willemsz., 
411. 

//Sondaechsschole." boek; feest- 
dagen lijst, 252. 

Sonnevelt, kloosterjuf. in Leeu- 
wenhorst, 291. 

SoNNKJS (F.), biographische^noot, 
855. voorloopige kennisgeving 
van de oprichting der Bisdom- 
men aan het Metropolitaan Ka- 
pittel van Utrecht, 876. 

Süviüs (S.), notarius Capituli, 9, 
10, 14. overladen, 22. 

Spaan (J. Th.), past. van 't Beg- 
gijnhof te Haarlem; resignatie; 
dood, 166. 

Spaarnwoüdb. past. Tale8ius,409. 

Spaen (W.), pr. te Alkmaar, 170. 

Spanbroek, past. Odulphi, 12. 
past. Tiebes, 80. past. Claasz., 
313. 

Speck (J. Cz.), cureit te Petten, 
407. 

— (C), vice-cureit teZ^pe, 412. 

Spierdijk, past. Joannis, 12. past. 
Geurs, 80. 

Spijkenisse. Leen, 319. 

Spirtnck, kloosterjuf. in Leeu- 
wenhorst, 291. 

Spithoven (G. van), past. te 
Kabauw, 391. 

Sponsalta. 250, 251. 

Stafford (J.), past. van 'tBeg- 
gijnhof te Haarlem; resignatie; 
dood, 166. 

Stakbnburg (C), past. van St. 
Maria te Utrecht, kan., mede- 
onderteekenaar van een brief aan 
Clemens X, om Neercassel tot 
Bisschop te erlangen, 100, 107. 

Stalpaerts van de Wielb (M.), 
318, 



47e^ 



Statütbn. Extract, 259. 

Steenvoorden (G. van), geestel. 
Leen in Rijswyk, 318. 

Steins Bisschop (N. J. A.), past. 
teHaarleai, Deken, Kan., dood, 
167. 

Stekelwerf (J.) , sac. cur. te 
Haarlem; investituur van Stol- 
wijck, 127. 

Steülaert (Adr.), klokkegieter , 
289. 

Stollaertsdijck. Leen, 819. 

Stolwuck (J. Pz.) ,* kap. van 
St. Bavo, past. van het Beggijn- 
hof te Haarlem; z^n Pastorale 
of allerbelangr^kste aanteekenin- 
gen betr. liet Beggijnhof, 117, 
126 V. 164. 

Stompwijk. de past. Perquin en 
Neerinx, 77. past. Beaumont, 
389. 

Strackman (R.), deken van W.- 
Vriesland, 402. 

Streeckanüs (Gr. Cz.), pr. nabij 
Medemblik, 13. 

Streek (de). Geschillen, 10. Trog- 
nesius, pr. en Meinardus Petri, 
deservitor, 13. 

SiuERHUYSE , pr. te Deventer, Alk- 
maar, 394. 

SuTS, aanzienlijk geslacht; ge- 
nealogische bijzonderheden. Zie 
uitslaand blad tegenover 168. 

SwALMiüS (H.), predic. te Rhoon, 
59. 

T. 

Taets (vD.), past. te Bodegraven, 
284. 

ÏALEsius (H.), past. te Spaarn- 
woude, 409. 

Tetjlingiüs, S. J. te Amst. Hu- 
welijkszaak, 250, 255, 258. 

Tbyler van der Hulst (Pieter). 
schuldbekentenis van ƒ1500. — 
door past. Appelman s afgegeven; 
pand : huis in de Damstraat, 157. 

Teylingen (van), geslacht, 303. 

Teylingiüs (J.), vicarius te Haar- 
lem^ 9, 11. 



Teemaabsbn , Dominicaan te 
'sHage, 384. 

Testamenten, van geestelijken , 
257 V. van den past. van het 
Begggnhof te Haarlem, de Witte, 
129. van Meesteressen, Beggnnen 
te Haarlem, 132 vv. van Con- 
ventualen uit het klooster Naza- 
reth in Beverwqk, 134. van 
Jacobusz. pr. te Alkmaar, 181 ; 
te Oude water, 312. 

Texel. Visitatie, 25. 

— (Oosterend), past. Jacobsz;. , 
409. 

— (Waal op), de past. Nicolai 
en Theodorici, 409. 

Th ADEM A (P.^ Bz.), pr. in Vries- 
land, 27. 

Theodoui (Lamb.), past. te Leeu- 
warden, 44. 

Thol (W. van) , kan. der Hof- 
kapel te 'sHage, 309. 

TiBBEL (J.), pr. te Schiedam, 390. 

Tibos (P.), pr. te Dordrecht, 390. 

TiEBEs (J. M.), past. te Rhoon, 
Spanbroek, 80. 

Tienden der kloosters kunnen 
met règt aan de Bisdommen 
toegekend woi*den, 366. 

TiJMANSZ (J.) , pr. ; fundatie te 
Haarlem; schenking, 139. 

Timmers? (J.), pr. te Rotterdam, 
390. • 

TiRiNüs (Jac), Superior miss. 
HoU. S. J., 58. 

TiTSiNG (A.) , past. te 's Hage, 
380. 

Tympelb (Mare. v. d.), Sup. Miss. 
Holl. S. J. te Leiden, 60 v. 

Tybas (J.), minderbr. 129, 251. 

ToNGERLOO. Norbertjjner-abdq , 
58. 

Trijslong (B.), pr. begraven Ie 
Oudewater, 284. 

Trippelvoêt (Godefr.), pr. te 
Maasland, 74. 

Trognesius f Alex.) , pr. in de 
Streek; geschillen, 10. 

TüiTJBNttORN. pastoors, 406,409. 



^^J 



477 



T^WTTSK. past. V. Rymsdyck, 398. 
afvall. past. 402, 409, 

TT. 

Uitgeest, past. Koot, 12. land 
van bet Beggijnhof te Haarlem., 
142. Vice-cureytlJsbrantsz., 206. 
de ingedrongen past. Alaert; 
past. V. Oudekerke, 410. 

Uyterwyc (W.), pr. te Bever- 
wijk, 397. 

ITiiSEM. past, Simonis, 12. land 
van het St. Katharina-kjooster 
te Alkmaar, 186. 

Utrecht (Bisdom), praxis by 
matrimonia mixta ; gecombi- 
neerde vergaderingen van het 
TJtrechtsche en Haarl. Kapittel, 
18 v. Keulsche Seminarie , 18. 
Catechismus, 19. Rituale, cantus 
eccJ., 20, 21, 53. Officia Dioece- 
cis, 36. abstinentia a lacticiniis ; 
festum Annuntiationis B.M. V., 
41 V. 44. Vigilia S. Matthiae, 44. 
officie van S. Bonifacius, 253. 
twee brieven van 't Utrechtsch 
en Haarl. Kap. aan Innoc. XI : 
1° by de terugkon^st van Neer- 
cassel uit Rome ; 2^ bij zijn dood, 
om V. Heussen tot opvolger te 
krijgen, 105, 114, Splitsing, 357 ; 
metropolis, 358 ; afscheiding van 
Keulen, 359; inkomsten, 366. 
— (Stad), veroverd door Lode- 
wijk XIV ; de domkerk door den 
Kard. de Bouillon herwijd ; ver- 
zoek van vijf past. aan Clemens X * 
om Neercassel tot Bisschop te 
erlangen, 100, 107. de domkerk 
weder in onroomsche handen , 
101. graf van Neercassel in de 
collegiale kerk van St. Maria, 
105. 



Vacakt, kap. van de Spaansche 

kapel te 's Hage, 384. 
Vaessen (P. Hz.), past. te Petten, 

407. 



Valckenaek (L. Gz.), past. te 
Eansdorp, 407. 

Valckoog. past. Henricz, 409. 

//Valsche koem des Paüsdoms", 
libel, 256. 

Varick. Kelders, miss., 74. 

Vastendagen. Ijjsten mogen niet 
gedrukt worden zonder kerke- 
lijke goedkeuring, 52; lijst in 
folio, 259, 266, 270; hoe 
de 40-daagsche Vasten vroeger 
moest gehouden worden, 308. 

Vechelbn (van) , minderbr. te 
Rotterdam, 391. 

Veen (van) , katholieke familie , 
298 vv. 

— (S. C. van), fiscaal onder prins 
Maurits ; behoedt den Vic. Eggius 
voor pijnbank en langer gevan- 
genschap, 298 vv. 

— (van), priester, 299, 301. 
Veere. Vic. v. Aarsen, 80. 
Velde (B. van der), kan. van 

Haarlem, 115. 

— (J. P. van de), past. aan de 
Goudkade, 392. 

Velsen. Stichting eener vicarie 
aan het St. Andreas-altaar in de 
parochiekerk, 327, 332. Over- 
dragt van het Jus patronatus , 
331. 

— (J. Hz. V.), kap. van St. Bavo, 
past. van het Beggynhof te 
Haarlem, 162. 

Veltiüs (H.), past. te Medem- 

blik, 12. 
Venhuizen, past. Wilhelmi; een 

Zwingliaansch predikant, 410. 
Venroij (J.), pr. te Obdam, 

394. 
Verhaer (L.), pr. begr. te Oude- 

water, 285. 
Verhel, minderbr. te Amst., 393. 
Verhoep (J.), past. te Rhoon, 

Hoorn, 76. 
Verhoogh (Th.), pr. te Leiden, 

384. 
Veemeybn (J.), past. te Oude- 

Karspel, 407. 



478 



Vervoebn (J.), paat, te Ooster- 
wijk, 406. 

Verwbl (Seb.) , pr. te Gouda , 
390. 

ViANBN (G. van), past. te Berg- 
schenhoek, 890. 

YiCARiÊN. in het Oude Gasthuis 
te Haarlem, 83 v. op het Beg- 
gijnhof te Haarlem, 134. te 
Giesen, 310. ^in St. Elisabeths 
Susterhuys" te *8 Hage, 313. te 
Poortugaal ; in S. Hipp. te Delft, 
408. Zwartewaal, 412. te Lan- 
gerak, 441. 

ViCTOR (H.) en Gezell. , in de 
Cartabel van Haarlem wegge- 
laten, 254. 

ViRiNGius (J.) , S. J. te Rotter- 
dam, Bhoon, 60, 62, 65, 92. 

Visitatie, door den Vic. Ap. en 
het kapittel, 33 ; aanwijzing van 
plaatsen, 44 v. Acta visitationum, 
45, 262 V. ; aflaten, 257 v.; door 
aartspriesters, 260; bij aartspr. 
260 V.; inventaris van kerkel. 
goederen, 260, 263. opgave van 
doopelingen enz. ; geheimhou- 
ding , 263. tijdens de Hervor- 
ming; vóór de oprigting der 
Bisdommen. Onderzoek en vra- 
gen van algemeenen aard, 821 v. 
betreffende de uitoefening der 
H. Bediening, 322, 324; aan 
de leden van het kerkbestuur, 
324; aangaande den toestand der 
parochie en der buurparochiën , 
325 V. si ipse interrogandus sit 
suspectus, 326. 

YisscHER (Th.), kan. van Haar- 
lem, 115. 

— (H.), pr. begr. te Oudewater, 
284. 

— (E.), pr, te Moordrecht, 390. 
Vyfhuysbn (J. Chr.), pr. te Oude- 
water, 390. 

Vlaer (Jan van), pr. begr. te 

Oudewater, 284. 
Vlambn (J.) , past. te Limmen, 

810. 



Yligbrüs (Jac), pr. te Amst., 11. 

VoETiüs (G.), predicant, 259. 

VoQBLSANCK (Cl. Clz.), vice-CTireit 
te O. Niedorp, 405. 

VoNCKiüS (J.), kan., jesuiet ge- 
worden, 14, 23, 24, 34. 

Voorburg, past. de Graaff, 77. 
Leen, 318. past. de Reeder, 384. 
Vroem vice-past., 410. 

Voorhout, past. v. Oudshoorn, 
410. 

VooRNE EN Putten, overal goede 
past. behalve in Symonshaven, 
401. 

Vormsel (H.). Laatste vormreis 
van Neercassel ; getal vormelin- 
gen, toespraken, 105. men komt 
uit Holland naar 's Bosch, 297. 

Vos (Arent), past. van De Lier, 
312. 

Voskuijlen (H. van), past. te 
Geervliet, 400. 

Vries (J. de) , Dominicaan te 
Botterdam, 97. 

Vriesland. Thadema, pr. 27. 
Tyras minderbr. 129. Fock, pr., 
379. 

Vroom (C), minderbr. te Amst., 
Delft, 381. 

W. 

Waddinxvebn. past. v. Kosse, 77. 
Wabrbenborch, klooaterjoffer in 

Leeuwenhorst, 291. 
Waghenes (J.) , klokkegieter te 

Mechelen, 289. 
Walramen v. ÏLirwijnen (Jkvr.) 

in de abdjj van .Leeuwenhorst, 

291. 
Walvis (Ign.), pr. te Gouda, 890. 
Wannabrt (W.), pr. te Gouda, 

390. 
Wapens, van Bhoon, 56, 816 f. 

waardoor verschil van metaal ea 

kleur ontstaat, 316. 
W armenhuizen, land van het 

St. Kath.-klooster te Alkmaar, 

178. past. Pietersz.; in de k^ 

gebroken, 410. 



479 



Wassenaar, kap. Kliukenberg, 
7 5. past. Dobbese, 389. kap. 
Heijmansz., 410. 

Wateringen, past. XIV eeuw, 

410. 
Waterlant (Eilardus) , past. te 
Alkmaar ; biographische noot , 
3S2. akte z^ner beDoeming, 383. 
bevelschrift tot zijne installatie, 
334. zijne installatie, 335.. ver- 
meld, 896. 

Wattigny (Fr. Ch. de), Baron de 
Witte, burger van Haarlem, 168 
uitsl. blad. 

Wechuijsbn (J. van) , past. te 
Hngge, 408. 

Weytmans (W.), pr. te !Rotter- 
dam, 890. 

Wellens (P.), Dominicaan te 
Botterdam, 391. 

"Wencom (A.) , past. te Zeven- 
hoven, 389. 

Werenpridüs (H.). vergunning 
van Kovenius ter viering, 49. 
officie, 262. op 14 Aug., 254. 
op 3 Sept., 258. 

Werpershoep. past. de Jonge ; 
Kramer, kruisbroeder, 398. 

Wesbüs, Alkmaarscbe uitgever, 
259. 

Westenrtjk = Zuijdland. Leen , 
319. 

West-Indische Maatschappij. 
Vaart op Guinea, 47, .53. 

West-Vriesland. Visitatie, 25. 
proost en dekens, 402. 

Westwoude. past. Ludolph en 
Meinard, 411. 

West-Zanen. past. Claesz.; com- 
municanten, 410. 

Wevelinckhoven (B. van), kan. 
van Utrecht, 115. 

WiELE (H. V. d.), pr. te Gouda, 
390. 

Wielen (S. van der), pr. te Am- 
sterdam, 11, 

WiERiNGEN. Visitatie, 25. Kel- 
ders, miss. , 74. Allaert Pietersz. 
pr. proces, 814. v. Cromstreijen, 



pr., 885. de Rujjter, pr., 894. 

Vere, pr., 410. 
WiERiNGEN (Westland op), past. 

Meinard en Ludolph, 411. 
WiGGER, past. te Petten, 407. 
Wij (J. Nz.), kan., past. van 

't Beggijnhof te Haarlem, Med** 

Doctor, 163, 305. 

— (Jan), minderbr. , 164, 305. 

— familie te Haarlem, 805. 

— (Dirk), burgemeester van Haar- 
lem, 307. 

WiJCK (G. V.), past. van St. Jacob 
te Utrecht , kan. , verzoek om 
Neercassel tot bisschop te er- 
langen, 100, 107. 

Wijdenesse. Wilhelmus, curatus, 
411. 

Wijk aan Duin. Hvl^ Adrichem, 
168 uitslaand blad. 

Wijk aan Zee. making aan het 
oude mannen en vrouwen Gast- 
huis, 134. 

Wijk o/Z. past. Theodorici, 411. 

WiJNANTS, pr. te Hilversum, 
379. 

Wildeman (C.) , pr. te Khoon , 
60. 

Willemsz. (P.), kap. van 't Beg- 
gijnhof te Haarlem, 167. 

WiLLiBRORDüS (S.). officic, 256. 
feest, 269. 

WiNCKELiüs (P.), carmeliet, 209. 

Winden (Fred. v.), ass. te Noor- 
den, 388. 

Windesheim. Congregatie.- Op 
ten Woert buiten Haarlem, 137, 
159. Ëngelendaal te Leiderdorp, 
219. 

WiNDMAN (F. A.), kap. van het 
Begggnhof te Haarlem, 169. 

Winkel, past. Bavo Costerius, 12. 

WiRo (H.), in de Cartabel van 
Haarlem weggelaten, 254. 

Wit (de), aanzienlijke familie te 
Haarlem; geloofstrouw; klop- 
jes, 305. 

— (J. de), past. te Eoelofarends- 
veen, 884.